ATAG HIDD28471SVI, tekst van de handleiding
Pagina's 8–35 van 296 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–7verder op pagina 36 →
Pagina 8
Veiligheid
Volg de instructies van de handleiding voor het reinigen of vervangen van de vetfilters en/of koolstoffilters op!
BRANDGEVAAR!
Er kan brand ontstaan als de instructies voor reiniging en vervanging van vetfilters en/of recirculatiefilters niet worden uitgevoerd. Raadpleeg hoofdstuk 'Onderhoud' betreffende de details over de methode en frequentie van reiniging.
Door vetafzettingen in de metalen vetfilters kan er brand ontstaan. Flambeer nooit op een kookzone met de afzuiging ingeschakeld. Door de hoge vlammen kan er brand ontstaan. Het toestel altijd gebruiken met de metalen vetfilters geplaatst. Metalen vetfilters regelmatig reinigen.
Door oververhit vet of olie kan er brand ontstaan. Altijd toezicht houden bij het verhitten van vet en olie. Blus de brand nooit met water; gebruik altijd een branddeken, deksel of bord.
Veilig gebruik
- Bewaar geen voorwerpen in kastjes boven of achter het toestel die voor kinderen interessant zijn.
- Verwarm geen dichte blikken op de kookplaat. Er ontstaat een overdruk waardoor de blikken uiteenspatten. U kunt zich hierdoor verwonden/verbranden.
- Gebruik het toestel niet bij een temperatuur beneden 5 °C.
- Het toestel mag niet in de buitenlucht geplaatst of gebruikt worden.
- Als de kookplaat voor de eerste keer gebruikt wordt, zult u een ‘nieuwigheidsluchtje’ ruiken.
Dit is normaal. Door te ventileren verdwijnt de geur vanzelf.
- Open nooit de behuizing van het toestel.
- Zodra u de kookpan van een inductiekookplaat verwijdert, stopt automatisch de kookactiviteit.
Wen uzelf er echter aan altijd de kookplaat of zone na gebruik uit te schakelen om onbedoeld inschakelen te voorkomen.
- Schakel het kookplaatelement na gebruik uit met de bediening en vertrouw niet alleen op de pandetector.
- Houd er rekening mee dat als de kookplaat op een hoge stand wordt gebruikt, de opwarmtijd erg kort zal zijn. Laat de kookplaat niet onbeheerd achter als u een zone op een hoge stand gebruikt.
Temperatuurbeveiliging
- De kookplaat is voorzien van een koelventilator die de elektronische componenten tijdens het koken afkoelt. De ventilator kan zelfs na afloop van het kookproces nog enige tijd in werking zijn.
8
Pagina 9
Veiligheid
- De inductiekookplaat is tevens voorzien van een oververhittingsbeveiliging die de elektronische componenten beschermt tegen beschadiging. De bescherming werkt op verschillende manieren. Wanneer de temperatuur van de kookzone zeer hoog wordt, wordt het kookvermogen automatisch verlaagd. Als dit niet voldoende is, neemt het vermogen van de kookzone verder af, totdat de veiligheidsmechanismen de kookzone volledig uitschakelen. Zodra de kookplaat is afgekoeld, is het totale vermogen weer beschikbaar.
Kookduurbegrenzing
WAARSCHUWING!
De kookduurbegrenzer is een veiligheidsfunctie van uw kookplaat. Deze wordt geactiveerd als u vergeet de kookplaat uit te schakelen.
Afhankelijk van het gekozen kookvermogen wordt de kookduur als volgt begrensd:
| Instelling | De kookzone wordt automatisch uitgeschakeld na: |
| 1 en 2 | 9 uren |
| 3, 4 en 5 | 5 uren |
| 6, 7 en 8 | 4 uren |
| 9 | 3 uren |
| 10 | 2 uren |
| 11 en 12 | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
De kookduurbegrenzer schakelt de kookzones uit wanneer de in de tabel vermelde tijd is verstreken.
Instelling
De kookzone schakelt automatisch naar stand 12 na:
10 minuten
Boost
LET OP!
De kooktijdbegrenzer voor een bepaalde kookzone wordt gereset nadat de gebruiker de kookstand van de betreffende kookzone heeft gewijzigd.
LET OP!
Kookzone-gerelateerde timers hebben voorrang op de kooktijdbegrenzer.
'Open raam' functie
Als het wordt voorgeschreven dat een afzuigunit, die zich in een ruimte bevindt waar een open haard aanwezig is, alleen mag worden gebruikt als er een (keuken) raam open staat dan moet er een raam sensor worden geplaatst. De 'Open raam' functie wordt automatisch geactiveerd zodra er een 'open raam' sensor op het toestel wordt aangesloten. Geadviseerd wordt 'open raam' sensor type 'FDS 100' te gebruiken.
9
Pagina 10
Veiligheid
Energiebeheer
Deze inductiekookplaat is uitgerust met een slim energiebeheersysteem. Dit systeem zorgt ervoor dat een maximaal toelaatbaar vermogen om veiligheidsredenen niet kan worden overschreden.
- Het slimme energiebeheersysteem regelt de stroomverdeling over de zones automatisch.
Dit betekent dat de kookplaat automatisch het vermogen van één zone kan verlagen zodra het vermogen van een andere zone wordt verhoogd. Het activiteitsniveau van het energiebeheersysteem is afhankelijk van het beschikbare vermogen per elektrische fase, de instelling van de stroombegrenzer en de aangesloten belasting.
- Het vermogen van de ene zone kan van invloed zijn op het vermogen van een andere zone, aangezien het maximaal beschikbare vermogen over de zones wordt verdeeld. Als de gecombineerde zones het maximaal beschikbare vermogen bereiken wanneer een nieuw vermogensniveau wordt ingesteld, worden de vermogensniveaus van een of meer zones automatisch verlaagd binnen de vermogenslimiet. Dit wordt aangegeven door het knipperen van het betreffende bedieningselement.
- Als een zone wordt gebruikt voor Celsius°CookingTM, dan krijgt deze zone altijd voorrang.
- Het slimme energiebeheersysteem grijpt eerder in wanneer de stroombegrenzer op een lager niveau is ingesteld.
- De instelling van de stroombegrenzer moet door een erkend en gekwalificeerd installateur worden ingesteld op basis van de aansluiting en stroomonderbrekers bij u thuis (zie
'Stroombegrenzer' voor de details over stroom en de elektrische installatie).
Pagina 11
Uw kookplaat met geïntegreerde afzuiging
Geachte klant!
Lees de gebruiksaanwijzing voor gebruik. Deze bevat algemene tips, informatie over de instellingen en aanpassingen die u kunt maken en hoe u het beste voor uw toestel kunt zorgen.
Daarnaast dient de handleiding als referentie voor de servicedienst. Plak daarom het gegevensplaatje in het daarvoor bestemde kader, achter in de handleiding. Het gegevensplaatje bevat alle informatie die de servicedienst nodig heeft om adequaat op uw vragen te reageren.
TIPS!
Op onze website kunt u de meest recente versie van de gebruiksaanwijzing vinden.
Veel kookplezier!
Deze gebruiksaanwijzing
Deze gebruiksaanwijzing is geschreven voor:
- De gebruiker; om snel vertrouwd te laten raken en optimaal gebruik te kunnen maken van het toestel.
- Een installateur; om het toestel conform de geldende normen te installeren.
Onderstaande tabel geeft u informatie over de verschillende hoofdstukken die u op volgorde kunt vinden in deze gebruiksaanwijzing.
| Hoofdstuk | Pagina | Doel |
|---|---|---|
| Gebruikte pictogrammen | 3 | Geeft u uitleg over de pictogrammen die gebruikt worden in de gebruiksaanwijzing. |
| Veiligheid | 4 | Geeft informatie, waarschuwingen en tips over het veilig gebruiken van het toestel zodat u zich niet bezeerd en dat het toestel niet defect raakt. Lees altijd eerst dit hoofdstuk geheel door voordat u het toestel in gebruik neemt. |
| Uw kookplaat met geïntegreerde afzuiging | 11 | Beschrijft de beschikbare functies van het toestel. In de tabellen wordt overzichtelijk weergegeven waar de verschillende toetsen voor gebruikt kunnen worden. |
| Tevens worden de verschillende mogelijke indicaties en meldingen op het toestel uitgelegd. | ||
| Gebruik | 18 | U vindt in dit hoofdstuk informatie over de werking en het gebruik van inductie en de afzuigmodule. Tevens vindt u adviezen over het te gebruiken kookgerei en informatie over kookstanden. |
| Bediening | 26 | Geeft u stapsgewijze informatie over de bediening van het toestel. De stappen worden verduidelijkt met illustraties die bestaan uit een linker illustratie die de actie weergeeft (welke toets u moet aanraken) en een rechter illustratie die de reactie van het toestel weergeeft. |
| ConnectLife en Wifi | 41 | Raadpleeg dit hoofdstuk als u het toestel wilt verbinden met wifi in uw woning. Tevens wordt het gebruik van de ConnectLife-app beschreven en hoe u de firmware van het toestel kunt updaten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
11
Pagina 12
Uw kookplaat met geïntegreerde afzuiging
| Vervolg tabel vorige pagina | |
| Hoofdstuk Pagina | Doel |
| Instellingen 44 | U kunt deze inductiekookplaat volledig aanpassen aan uw kookstijl! Er zijn verschillende instellingen die kunnen worden aangepast. Ook bevat dit hoofdstuk instellingen voor de installateur. |
| Onderhoud 48 | Geeft informatie over het reinigen en onderhouden van uw toestel. |
| Probleemoplossing 52 | Als het toestel niet goed werkt of onduidelijke meldingen geeft raadpleeg dan dit hoofdstuk. |
| Technische gegevens 56 | Beschrijft de technische gegevens en specificaties van uw toestel. |
| Milieuaspecten 58 | Geeft u informatie over de verpakking en hoe u het toestel verantwoord kunt afvoeren aan het einde van zijn levensduur. |
| Installatie 59 | Dit hoofdstuk is bedoeld voor de installateur. Alleen een gekwalificeerde installateur mag dit toestel installeren. |
Pagina 13
Uw kookplaat met geïntegreerde afzuiging
Beschrijving
Aangezien de toestellen waarvoor deze handleiding is opgesteld, verschillende uitrustingen of onderdelen kunnen hebben, kan het zijn dat sommige functies of elementen die in de handleiding worden beschreven mogelijk niet in uw toestel aanwezig zijn.
- 1. Bridge Induction Kookzone 18 x 22 cm / max. 2,3 kW / max. 3,7 kW (boost) te bedienen met 'a'
- 2. Bridge Induction Kookzone 18 x 22 cm / max. 2,3 kW / max. 3,7 kW (boost) te bedienen met 'b'
- 3. Gekoppelde Bridge Induction kookzones (1 en 2) te bedienen met 'a'
- 4. Afzuigmodule
- 5. Bridge Induction Kookzone 18 x 22 cm / max. 2,3 kW / max. 3,5 kW (boost) te bedienen met 'd'
- 6. Bridge Induction Kookzone 18 x 22 cm / max. 2,3 kW / max. 3,5 kW (boost) te bedienen met 'c'
- 7. Gekoppelde Bridge Induction kookzones (5 en 6) te bedienen met 'c'
- 8. Bedieningspaneel (alleen zichtbaar bij ingeschakelde kookplaat)
INFORMATIE!
Het maximale vermogen is afhankelijk van het gebruikte kookgerei en de thermische toestand van het toestel.
Pagina 14
Uw kookplaat met geïntegreerde afzuiging
Bedieningspaneel
- 1. Wifi/connectiviteit aanraaktoets
- 2. Pauze aanraaktoets
- 3. Aan/Uit en Kinderslot aanraaktoets
- 4. - (min) aanraaktoets voor minder afzuiging
- 5. Afzuiging aan/uit indicatie
- 6. + (plus) aanraaktoets voor meer afzuiging
- 7. Toren omhoog/omlaag aanraaktoets
- 8. Display afzuigstand
- 9. Filterindicatie vetfilters reinigen of recirculatiefilter vervangen / Aanraaktoets indicatie resetten
- 10. Start Celsius°Cooking™-programma's aanraaktoets (aanwezig afhankelijk van het type toestel)
- 11. Start PLUS-programma's aanraaktoets
- 12. Indicatie van restwarmte
- 13. Slide control (12 standen) / Indicatie kookplaat standby
- 14. Graden celsius indicatie voor Celsius°Cooking™ en PLUS programma's.
- 15. Display tijdfunctie
- 16. Tijdsinstelling - (min) aanraaktoets
- 17. Tijdsinstelling + (plus) aanraaktoets
- 18. Display kookstanden / Tekst display
- 19. Boost indicatie
- 20. Countdown timer aanraaktoets
- 21. Weergave kooktijd - stopwatch aanraaktoets
Pagina 15
Uw kookplaat met geïntegreerde afzuiging
Aanraaktoetsen-functie uitleg
Aanraaktoets/slider
Aan/Uit
Slide control (12 standen)
Pauze
Wifi
Beschrijving (zie hoofdstuk 'Bediening')
De kookplaat in-/uitschakelen
Met de aan/uit-toets kan de kookplaat in- en uitgeschakeld worden. Afhankelijk van de 'Synchro Stop' instelling wordt alleen het kookgedeelte of ook de afzuigmodule uitgeschakeld.
- Synchro Stop ingeschakeld (standaard aan): de kookplaat (kookgedeelte en afzuigmodule) wordt uitgeschakeld.
- Synchro Stop uitgeschakeld: alleen het kookgedeelte wordt uitgeschakeld. Schakel de afzuigmodule uit door de afzuigstand op '0' te zetten (of door de Air-Dry functie te activeren).
Kinderslot
De Kookzones kunnen worden vergrendeld en ontgrendeld om te voorkomen dat ze per ongeluk worden ingeschakeld. Raak voor het vergrendelen en ontgrendelen van de kookzones de aan/uit-toets ongeveer 3 seconden aan.
Slider binnenste cirkel:
- Aanduiding kookplaat ingeschakeld.
- Als de kookplaat is uitgeschakeld en ten minste één van de kookzones nog heet is, blijft de binnenste cirkel verlicht. Wanneer de temperatuur van de kookplaat onder 65 °C komt, gaat ook de binnenste cirkel uit.
Slider buitenste cirkel:
- Instellen vermogensstanden kookzones.
- Instellen temperatuur bij Celsius°Cooking™ en PLUS functie.
Pauze
De pauzefunctie kan worden gebruikt om de werking van de gehele kookplaat tot 10 minuten te pauzeren. Zo kunt u de kookplaat veilig schoonmaken zonder uw instellingen te verliezen.
Wifi
De kookplaat is voorzien van een wifi-module waarmee het toestel verbinding kan maken met een mobiel apparaat zoals een smartphone of tablet. Hierdoor kan de status van de kookplaat via een mobiele apparaat worden gevolgd. Het is om veiligheidsredenen niet mogelijk om de kookplaat op afstand te bedienen, aan of uit te zetten. De bewakingsfunctie via een mobiel apparaat mag niet worden gebruikt ter vervanging van de persoonlijke begeleiding van het kookproces direct bij de kookplaat.
Pagina 16
Uw kookplaat met geïntegreerde afzuiging
Vervolg tabel vorige pagina
Aanraaktoets/slider
Countdown timer
Stopwatch
Beschrijving (zie hoofdstuk 'Bediening')
Countdown timer
De countdown timer maakt het kookproces gemakkelijker doordat u de kooktijd voor de geselecteerde kookzone kunt instellen. Wanneer de op de timer ingestelde tijd afloopt, wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld en klinkt er een geluidssignaal. Schakel het geluidssignaal uit door de countdown timer aan te raken; anders wordt het na een tijdje automatisch uitgeschakeld. De countdown timer kan afzonderlijk worden ingesteld voor alle kookzones.
Weergave kooktijd - stopwatch
Met behulp van de stopwatch kunt u zien hoe lang u al kookt op de geselecteerde kookzone. De stopwatch telt automatisch op de achtergrond.
Programma-functie uitleg
Programma
Celsius°Cooking™
Alleen zichtbaar als een
Celsius°Cooking™ pan of sonde is gedetecteerd.
PLUS
(automatische kookprogramma's)
Beschrijving (zie hoofdstuk 'Bediening')
Opwarmen en bakken
Met dit programma worden snel hoge temperaturen bereikt. Hoge panbodemtemperaturen kunnen worden bereikt. Voeg altijd olie of boter toe voordat u begint. Voor gezond koken mag het rookpunt van de olie niet worden overschreden.
Koken met water
Met dit programma kookt het water snel. Voeg altijd water toe voordat u begint.
Slow cooking of sous vide
Met dit programma worden lage tot middelhoge temperaturen geregeld, waardoor hoge bodemtemperaturen worden voorkomen.
Grotere hoeveelheden en dikkere gerechten moeten af en toe geroerd worden om een homogene warmteverdeling te garanderen.
Grill
Deze functie is uitsluitend bedoeld voor Bridge Induction kookzones die gekoppeld zijn, waardoor één grotere kookzone ontstaat. Grillen is geoptimaliseerd voor de ATAG inductie-accessoires: grillplaat en teppanyaki. Maar deze functie werkt ook met ander kookgerei, maar misschien minder nauwkeurig.
Bakken/wokken
Met deze functie kunt u onder andere groente, vis, spek, vlees, gebakken aardappelen of eieren bereiden met gebruik van boter of olie.
Opwarmen/warm houden
Met deze functie kunt u bijvoorbeeld chocolade smelten (45 °C), voedsel warm houden (70 °C), sudderen (94 °C) of aan de kook brengen (100 °C).
Pagina 17
Uw kookplaat met geïntegreerde afzuiging
Kookplaat herstelfunctie
Met deze functie kunt u alle instellingen van de kookzones oproepen als de kookplaat per ongeluk werd uitgeschakeld.
Binnen 6 seconden moet de kookplaat weer worden ingeschakeld. Door binnen 6 seconden op een willekeurige plek op de slider te drukken, worden alle instellingen van voor de laatste uitschakeling van het toestel weer opgeroepen.
Pan verplaatsfunctie
Als u de pan van een actieve kookzone haalt en binnen 6 seconden op een andere kookzone plaatst, kunnen alle timer- en kook gerelateerde instellingen worden overgezet naar de nieuwe kookzone door de slider van de nieuwe kookzone aan te raken. Om deze mogelijkheid aan te geven, toont de nieuwe kookzone de gekopieerde instellingen op de slider. Na bevestiging wordt de vorige kookzone gedeactiveerd.
Indicaties op het display
Op display
boost
Status
Vermogensniveau '0' voor een kookzone.
Vermogensniveau dat is ingesteld voor een kookzone; 1 = laag / 12 = hoog.
Boostfunctie is actief.
De vergrendeling is geactiveerd; het bedieningspaneel is vergrendeld.
Restwarmte-indicatie: de kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicatie die aangeeft welke kookzone nog heet is na uitschakeling. Hoewel de kookplaat is uitgeschakeld, blijft de indicatie zichtbaar zolang de kookzone nog warm is. Raak de kookzone niet aan als de indicatie brandt.
HEET OPPERVLAK!
Gevaar! Risico op brandwonden.
Foutcode; zie hoofdstuk 'Probleemoplossing'.
Graden celsius indicatie voor Celsius°Cooking™ en PLUS programma's.
Filterindicatie (en aanraaktoets) voor het reinigen van de vetfilters of vervangen van het recirculatiefilter.
Raak de toets 2 seconden aan voor het resetten van de filterindicatie.
Afzuiging indicatie
- Brandt continu: afzuiging is ingeschakeld.
- Bij gedimd: afzuiging is uitgeschakeld of in Air-Dry modus, of Synchro Control is ingeschakeld (automatische afzuiging).
Pagina 18
Gebruik
Inductiekoken
Inductiekoken is snel
In het begin zult u verrast zijn door de snelheid van inductiekoken. Vooral het op een hogere stand aan de kook brengen gaat zeer snel. U kunt pannen het beste niet onbeheerd achterlaten om te voorkomen dat ze overkoken of droogkoken. Bij inductiekoken treedt er geen warmteverlies op en blijven de handgrepen koel.
Het vermogen past zich aan
Bij inductiekoken wordt alleen de zone gebruikt waarop de pan staat. Gebruik je een kleine pan op een grote zone, dan past de zone het vermogen aan op de diameter van de pan. Het vermogen zal dus lager zijn en het duurt langer voordat het voedsel aan de kook komt.
goed
•
•
•
INFORMATIE!
Zandkorreltjes kunnen krasjes veroorzaken die niet meer te verwijderen zijn. Zet daarom alleen pannen met een schone bodem op het kookvlak en til pannen altijd op als u ze verplaatst.
Gebruik de kookplaat niet als werkvlak.
Kook altijd met het deksel op de pan om energieverlies te voorkomen.
fout
Werking van de aanraaktoetsen en sliders
- De aanraakbediening kan even wennen zijn als u gewend bent aan andere (draai)knoppen. Plaats uw vingertop plat op de toets voor het beste resultaat.
- De aanraaktoetsen reageren alleen op lichte druk van een vingertop. Bedien de toetsen niet met andere objecten.
- De kookplaat wordt bediend met een slider. U kunt het geselecteerde deel van de slider aanraken, of met de klok mee bewegen om het vermogen te verhogen of tegen de klok in om het vermogen en de temperatuur te verlagen.
- Raak de gewenste plek op de slider aan om het vermogensniveau van de kookzone in te stellen.
Als u de slider aanraakt, verschijnt het geselecteerde vermogensniveau op het display van de kookzone.
- Het geselecteerde deel van de slider is volledig verlicht.
- Gebruik geen voorwerpen om de slider te bedienen.
Pagina 19
Gebruik
Werking inductie
De spoel (1) in de kookplaat (2) wekt een magnetisch veld (3) op. Door een pan met een ijzer houdende bodem (4) op de spoel te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductiestroom.
Comfortabel
De elektronische regeling is nauwkeurig en eenvoudig in te stellen. Op de laagste stand kunt u bijvoorbeeld chocolade direct in de pan smelten of ingrediënten bereiden die u gewoonlijk au bain marie verwarmt.
Snel
Door het hoge vermogen van de inductiekookplaat gaat het aan de kook brengen erg snel.
Schoon
De kookplaat is eenvoudig te reinigen. Doordat de kookzones niet heter worden dan de pan zelf, kunnen voedselresten vrijwel niet inbranden.
Veilig
De warmte wordt opgewekt in de pan zelf. De glasplaat wordt niet warmer dan de pan. Hierdoor blijft de kookzone een stuk koeler dan die van bijvoorbeeld een keramische kookplaat.
Na het wegnemen van een pan is de kookzone snel afgekoeld.
Capaciteitsverdeling van kookzones
Afhankelijk van het model kookplaat kunnen de kookzones elkaar beïnvloeden. Wanneer meerdere kookzones tegelijkertijd worden ingeschakeld, wordt de beschikbare capaciteit automatisch tussen hen verdeeld.
Wanneer de maximale capaciteit van de combinatie van kookniveaus tijdens het instellen wordt bereikt, worden één of meer zones automatisch gereduceerd tot de hoogst mogelijke instelling op dat moment. Dit wordt aangegeven door het knipperen van het betreffende bedieningselement.
Pagina 20
Gebruik
Inductiegeluiden
- Tikkend geluid
Dit geluid kan worden veroorzaakt bij een lager vermogensniveau of door de automatische pandetectie.
- Pan maakt geluid
Pannen kunnen tijdens het koken geluid maken. Dit wordt veroorzaakt door de energie die van de kookplaat naar de pan stroomt. Dit is normaal bij bepaalde pannen wanneer een hoge kookstand wordt gebruikt. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat.
- Ventilator maakt geluid
Om de levensduur en de prestaties van de elektronica te verhogen, is het toestel uitgerust met ventilatoren. Bij intensief gebruik van het toestel wordt de ventilator geactiveerd om het toestel af te koelen en hoort u een zoemend geluid. De ventilator draait nog enkele minuten nadat de kookplaat is uitgeschakeld.
Pannen voor inductiekoken
Inductiekoken stelt eisen aan de kwaliteit van de pannen.
Pannen die al voor het koken op een gaskookplaat zijn gebruikt, zijn niet langer geschikt voor gebruik op een inductiekookplaat!
Gebruik alleen pannen die geschikt zijn voor elektrisch- en inductiekoken met:
- een dikke bodem van minimaal 2,25 mm;
- een vlakke bodem.
TIPS!
U kunt zelf met een magneet controleren of uw pannen geschikt zijn. De pan is geschikt als de magneet door de bodem wordt aangetrokken.
| Geschikt | Ongeschikt |
|---|---|
| Speciale roestvrijstalen pannen | Aardewerk |
| Class Induction | Roestvrij staal |
| Solide geëmailleerde pannen | Porselein |
| Geëmailleerde gietijzeren pannen | Koper |
| Kunststof | |
| Aluminium |
Pagina 21
Gebruik
WAARSCHUWING!
Wees voorzichtig met geëmailleerde plaatstalen pannen:
- als u de kookplaat op een hoge stand inschakelt terwijl de pan (te) droog is, kan het email afsplinteren (hierbij laat het email los van het staal);
- de bodem van de pan kan kromtrekken - bijvoorbeeld: Door oververhitting;
- verwarm geëmailleerde pannen langzaam.
Gebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking van de oververhittingsbeveiliging belemmeren. Het toestel kan dan te warm worden waardoor de glasplaat kan barsten en de panbodem kan smelten. Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valt buiten de garantie.
Pandiameter
De diameter van de panbodem moet minimaal 12 cm zijn. Het beste resultaat wordt verkregen met een pan die dezelfde diameter heeft als de kookzone. De kookzone wordt niet ingeschakeld als een pan te klein is.
Snelkookpannen
Inductiekoken is zeer geschikt voor het koken in snelkookpannen. De kookzone reageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op druk komt. Zodra u een kookzone uitschakelt, stopt het kookproces direct.
Pandetectie
De kookzone detecteert automatisch een geschikte pan die op een kookzone wordt geplaatst. Het display van de kookzone licht op.
Geïntegreerde panherkenning
Als er een bepaald vermogensniveau is ingesteld voor een kookzone en er staat geen (geschikte) pan op de kookzone, dan zal de kookzone geen vermogen leveren. Na een bepaalde tijd schakelt de kookzone automatisch uit.
Grillplaten
De kookplaat heeft een grillfunctie (afhankelijk van het model) voor het gebruik van een grillplaat. De functie houdt de grillplaat op een ideale temperatuur om te grillen.
Pagina 22
Gebruik
Kookstanden
Het onderstaande overzicht is uitsluitend bedoeld als leidraad, omdat de instelwaarde afhankelijk is van de hoeveelheid en samenstelling van het gerecht en de pan.
| Niveau | Doel |
|---|---|
| Gebruik stand 1-5 voor: | • trekken van bouillon, • stoven van vlees, • sudderen van groenten, • smelten van chocolade, • pocheren, • smelten van kaas. |
| Gebruik stand 6 - 9 voor: | • doorkoken van grote hoeveelheden, • ontdooien van harde groenten, • bakken van dikke lappen gepaneerd vlees. |
| Gebruik stand 10 - 11 voor: | • bakken van dikke pannenkoeken, • bakken van bacon (vet), • koken van rauwe aardappelen, • gepaneerde vis maken, • garen van vis, • bakken van dunne lapjes gepaneerd vlees. |
| Gebruik stand 12 voor: | • aanbraden van vlees, • bereiden van vis, • een omelet bakken, • bakken van gekookte aardappelen, • frituren van voedsel. |
| Gebruik de boost-stand voor: | • snel aan de kook brengen van vloeistoffen, • slinken van groenten, • verhitten van olie en vet, • wokken. |
Pagina 23
Gebruik
Gebruik van de afzuigmodule
De afzuigmodule is uitgerust met een uitschuifbare toren. Als de toren in de omhoog geschoven positie wordt gebruikt, dan vangt de afzuigmodule de damp beter op, vooral bij gebruik van hoge pannen.
- De toren kent twee posities; omlaag geschoven en omhoog geschoven. De positie kan gewijzigd worden door de toren omhoog/omlaag toets aan te raken. Standaard gaat de toren automatisch omhoog bij bedienen van de inductiekookplaat. Dit kan gewijzigd worden in het ‘Instellingen’ menu.
- Wijzig de afzuigstand met de - (min) en + (plus) toetsen van de ventilator (1-4, en boost).
Zet de afzuigstand op '0' om de afzuigmodule handmatig uit te schakelen en, indien nodig, de Air-Dry functie te activeren. Gebruik Synchro Stop om de afzuigmodule automatisch uit te schakelen bij het uitschakelen van de kookplaat.
Wanneer tijdens het schuiven van de toren de aanraaktoets toren omhoog/omlaag wordt aangeraakt wijzigt direct de schuifrichting. Ook als het omhoog schuiven wordt belemmerd (door bijvoorbeeld een voorwerp) wijzigt de schuifrichting.
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat er geen voorwerpen op de kookplaat de toren in zijn beweging kunnen belemmeren. Een voorwerp dat wordt opgetild of gekanteld kan de kookplaat beschadigen en gevaar opleveren (bijvoorbeeld het morsen van hete inhoud).
INFORMATIE!
Voor een normale werking van de elektronische componenten van de inductiekookplaat is voldoende luchtcirculatie vereist.
LET OP!
Schakel 'Auto toren omhoog' uit als het ongewenst is dat de toren automatisch omhoog komt bij het inschakelen van de afzuiging. Zie hoofdstuk 'Instellingen'.
Als de kookplaat (handmatig of automatisch) wordt uitgeschakeld terwijl de toren in omhooggeschoven stand staat dan schuift de toren automatisch omlaag.
Automatische afzuiging
De afzuigmodule heeft drie automatische afzuiginstellingen (zie hoofdstuk 'Instellingen'):
- Synchro Control: afzuiging wordt automatisch geregeld bij bediening van een kookzone (hoe hoger de vermogenstand van de kookzone hoe hoger de afzuiging). Synchro Control heft synchro Start op.
- Synchro Start: afzuiging schakelt in op een vaste stand bij bediening van een kookzone. Stel de vaste stand in met het instellingenmenu.
- Synchro Stop: bij het uitschakelen van de kookplaat wordt zowel het kookgedeelte als de afzuigmodule automatisch uitgeschakeld en indien nodig de afzuigmodule in de Air-Dry functie gezet.
23
Pagina 24
Gebruik
Het plaatsen van pannen en deksels
We raden aan om pannen zo dicht mogelijk bij de toren te plaatsen, binnen de afmetingen van de kookzones. Als er een deksel wordt gebruikt, plaats deze dan in een hoek op de pan met de opening naar de toren. Dit zorgt voor een optimale afzuiging.
TIPS!
Het gebruik van deksels heeft voordelen:
- De warmte blijft in de pan waardoor de inhoud sneller op de gewenste temperatuur is.
Het energieverbruik is daardoor ook lager.
- De meeste kookdampen condenseren aan de deksel, waardoor minder (vochtige) lucht hoeft te worden afgezogen. Bij recirculatie stijgt de luchtvochtigheid daardoor aanzienlijk minder.
Bovendien kan de afzuigmodule op een lager geluidsniveau werken.
Gebruik de toren in omhooggeschoven stand voor een betere effectiviteit, met name bij gebruik van hoge pannen.
Air-Dry functie
De Air-Dry functie zorgt ervoor dat de afzuigkanalen en vetfilters droog worden geblazen. Na 10 minuten schakelt de Air-Dry functie automatisch uit.
Pagina 25
Gebruik
Reinig vetfilter indicatie
De afzuigmodule heeft een filterindicatie. Deze indicatie knippert wanneer de vetfilters gereinigd moeten worden. Er zijn 3 gebruiksintensiteiten in te stellen waarmee de reinigingslooptijd van de vetfilters wordt bepaald. Door de juiste gebruiksintensiteit te kiezen, afhankelijk van het kookgedrag zullen de filters niet meer dan nodig gereinigd hoeven te worden.
Raadpleeg de tabel voor de gewenste vetfilter-reinigingslooptijd.
| Aanduiding | Gebruiksintensiteit | Filter reinigen na (uur): |
|---|---|---|
| L1 | Koken en bakken met weinig gebruik van vetten en oliën. | 40 |
| L2 (standaard) | Koken en bakken met gemiddeld gebruik van vetten en oliën. | 20 |
| L3 | Koken en bakken met veel gebruik van vetten en oliën. | 10 |
| off | Handmatig; de filters kunnen te allen tijde (voordat de filterindicatie dit aangeeft) gereinigd worden. De filterindicatie kan dan gereset worden. Let op! Reset altijd de filterindicatie na het reinigen van de filters. In de 'off' stand verschijnt er alleen een filterindicatie als u de filters lange tijd niet gereinigd hebt. | 40 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
Vervang recirculatiefilter indicatie
De afzuigmodule heeft een filterindicatie. Deze indicatie en de letter 'r' in de display knipperen wanneer het recirculatiefilter vervangen moet worden.
Het recirculatiefilter heeft een vervangingslooptijd van 300 bedrijfsuur. Zie 'Vervangen van het recirculatiefilter' in hoofdstuk 'Onderhoud '.
Pagina 26
Bediening
Bereiding starten
Er zijn drie bereidingsmodi beschikbaar:
- 1. Standaard koken met vermogensstanden.
- 2. Koken met het PLUS-menu.
- 3. Koken met Celsius°Cooking™ door de temperatuur van het kookgerei te meten (beschikbaar afhankelijk van het model).
Standaard koken
- 1. Plaats een pan op een kookzone.
- 2. Raak de aan/uit-toets aan om de kookplaat in te schakelen.
- Er klinkt een enkel geluidssignaal.
- De binnenste ringen gaan branden.
- Alle sliders lichten op; vervolgens gaan de sliders geleidelijk aan uit. De slider blijft alleen branden van de geselecteerde kookzones waarop u een pan hebt geplaatst.
- 3. Schuif met uw vinger over de slider (met de klok mee) of tip met uw vinger op de slider om de gewenste stand in te stellen.
- De kookplaat start automatisch in de ingestelde stand.
WAARSCHUWING!
Afhankelijk van de instellingen kan de toren automatisch omhoog en omlaag bewegen.
Pagina 27
Bediening
- 4. Stel een hoger of lager vermogen in door met uw vinger over de slider te schuiven of op de slider te tippen.
- Het vermogen is in te stellen in 12 standen. Daarnaast is er nog de stand ‘boost'.
- 5. Verwijder de pan of raak de slider 3 seconden aan om de kookzone uit te schakelen.
LET OP!
Als er gedurende 60 seconden geen kookzone actief is, wordt de kookplaat uitgeschakeld.
Boost
De ‘boost’ functie kunt u gebruiken om gedurende een korte tijd (maximaal 10 minuten) op het hoogste vermogen te koken. Na het verstrijken van de maximale boosttijd wordt het vermogen verlaagd naar stand 12.
- 1. Plaats een pan op een kookzone.
- 2. Raak stand 12 van de slider aan of schuif langs stand 12 om de boost stand in te stellen. Raak stand 12 twee keer aan als 'Auto Boost' uit staat (raadpleeg hoofdstuk 'Instellingen').
- ‘Boost’ en ‘12’ verschijnen in de display.
- Indien 'Auto boost' ingeschakeld is, wordt boost automatisch geactiveerd wanneer stand 12 wordt gekozen (raadpleeg hoofdstuk 'Instellingen').
- 3. Om de booststand voor de geselecteerde kookzone te deactiveren, raakt u nogmaals stand 12 op de slider aan.
LET OP!
Om oververhitting te voorkomen, kan het elektronische regelsysteem automatisch de boost voortijdig uitschakelen en het vermogensniveau verlagen tot 12.
Als er geen geschikte pan op de kookzone staat, knippert het ingestelde temperatuurniveau. Na één minuut wordt de kookzone uitgeschakeld.
Pagina 28
Bediening
Koken met het PLUS-menu
Met het PLUS-menu kunt u koken met semi-automatische programma's, waarmee op temperatuur kan worden gekookt met allerlei kookgerei dat geschikt is voor het doel van het programma.
- 1. Raak de PLUS-programma's aanraaktoets aan om de programmaregel weer te geven: warm houden/opwarmen, bakken/wokken en grillen.
- Bij het selecteren van het Grill-programma moet u een grillplaat gebruiken die twee gekoppelde kookzones afdekt.
- 2. Selecteer het gewenste programma en temperatuurbereik door het betreffende symbool aan te raken. U kunt ook door het menu of de temperatuur bladeren door lang op de betreffende toets te drukken.
Wanneer het programma of de temperatuurselectie gedurende 3 seconden niet verandert, wordt het programma geactiveerd. Druk ongeveer drie seconden op de actieve programmatoets of selecteer handmatig een vermogensniveau om een PLUS-programma te deactiveren.
LET OP!
Voeg altijd water, olie of boter toe voordat u een programma start; gebruik geen lege pan of pot.
Pagina 29
Bediening
Warmhouden en opwarmen
Temperatuur (°C) Gebruik
45 smelten van chocolade 70 opwarmen/warm houden 94 sudderen van groenten 100 snel aan de kook brengen
Bakken/wokken Temperatuur (°C)
140 / 160
180 / 200 220
Gebruik vis, spek, gebakken ei, groenten in boter schnitzel, worstjes, gebakken aardappelen wokken
Grill
Deze functie is uitsluitend bedoeld voor gekoppelde Bridge Induction kookzones, die worden gecombineerd tot een grotere kookzone.
Grillen is geoptimaliseerd voor de ATAG inductie-accessoires: de grillplaat en de teppanyaki. Deze functie werkt ook met ander kookgerei, maar misschien minder nauwkeurig.
Sommige functies geven de opwarmtijd aan en tellen af. In de opwarmfase knipperen de slider en de ingestelde temperatuur. Wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt, klinkt er een korte pieptoon en is de slider verlicht. U kunt beginnen met koken.
De sensor die de temperatuur meet tijdens het koken binnen de programma’s van het PLUS-menu, bevindt zich in het glas, onder het kookgerei. Hierdoor is er altijd een verschil tussen de instelwaarde en de werkelijke temperatuur van de inhoud binnen in het kookgerei. De temperatuur van de inhoud binnen in het kookgerei is daarom ook afhankelijk van factoren zoals: soort pan, volume van vloeistof en of een deksel op de pan is geplaatst.
LET OP!
Tot een temperatuur van 94 °C zorgen de programma's ervoor dat de kookplaat automatisch de ingestelde temperatuur bereikt en handhaaft door de temperatuur van het glasoppervlak te meten. Dit voorkomt dat vloeistoffen overlopen en aanbranden op de bodem van de pan.
LET OP!
Vanaf 100 °C zullen deze programma's kookgerei opwarmen met verschillende tijdgestuurde vermogensstappen. De ingestelde temperatuur dient als indicatie welk temperatuurbereik ongeveer bereikt kan worden. Er moet altijd iemand aanwezig zijn om toezicht te houden op het kookproces.
Pagina 30
Bediening
LET OP!
Voor meer nauwkeurigheid wordt het aanbevolen Celsius°Cooking™-kookgerei zoals Frying Pan, Chef’s Pot of de Probe (sonde) met aparte functies hiervoor te gebruiken (zie hoofdstuk 'Koken met Celsius°Cooking™').
LET OP!
Het starten van deze menufuncties aan het begin van het kookproces geeft de beste resultaten. Een reeds heet oppervlak zal de prestaties beïnvloeden.
Koken met Celsius°Cooking™
Inleiding
Welkom bij Celsius°Cooking™.
De Celsius°Cooking™ programma's zijn ontwikkeld in samenwerking met Hestan Cue.Uw nieuwe inductiekookplaat zit boordevol slimme functies die het koken gemakkelijker en aangenamer maken.
Om hier het maximale uit te halen en te onderzoeken wat mogelijk is met Celsius°Cooking™ kunt u extra accessoires aanschaffen waarmee u de algehele controle krijgt over temperatuur- en tijdinstellingen.
Bij sommige modellen worden extra accessoires bijgeleverd.
Met deze apparatuur kunt u het volledige vermogen van Celsius°Cooking™ optimaal benutten. U kunt exacte informatie over de temperatuur van uw ingrediënten aflezen en communiceren. Dit geeft uiteindelijk het perfecte resultaat. Het gaat om de volgende apparaten:
Sonde Koekenpan Chef's pan
Kijk voor meer informatie op www.celsiuscooking.com, www.atag.nl / www.atag.be.
Pagina 31
Bediening
Koken met Celsius°Cooking™-kookgerei en programma's
Bij deze optie wordt gekookt met het Celsius°Cooking™-kookgerei (koekenpan of pan). De temperatuur wordt continu in het kookgerei gemeten of met de
Celsius°Cooking™-temperatuursonde. Deze opties maken gebruik van een Bluetooth-verbinding om informatie over de temperatuur naar de kookplaat te verzenden.
Het systeem voorbereiden
Zorg ervoor dat u alle voorbereidingsstappen doorloopt voordat u begint met koken. Anders kunt u in de problemen komen of onbedoeld schade aan het systeem veroorzaken.
Met Celsius°Cooking™ weet u zeker dat het kookgerei altijd de juiste temperatuur heeft die nodig is om het gerecht dat u kookt te bereiden.
De Celsius°Cooking™-sonde voorbereiden
- 1. Trek het lipje uit het batterijvak van de Celsius°Cooking™-sonde.
- 2. De Celsius°Cooking™-sonde is nu klaar voor gebruik. Vervang de batterij indien nodig.
Plaatsing van de batterij in de Celsius°Cooking™-sonde
- 1. Schroef het batterijklepje los, verwijder het en plaats de batterij (met de negatieve pool (-) eerst).
- 2. Plaats het batterijklepje terug. Niet te strak aandraaien.
De Celsius°Cooking™-sonde in een pan plaatsen
De Celsius°Cooking™-sonde kan worden gebruikt in combinatie met allerlei soorten en maten pannen. Door het gebruik van een ophangbeugel met verschillende gaten kan de sonde er op verschillende manieren worden ingehangen.
Pagina 32
Bediening
- 1. Schuif de ophangbeugel over de rand van de pan.
- 2. Steek de sonde van bovenaf in de ophangbeugel.
LET OP!
- Houd een minimale afstand van 1 cm aan tussen de panbodem en het meetpunt van de sonde!
- Een instabiele verbinding tussen het kookgerei en de kookplaat is mogelijk te wijten aan een bijna lege batterij. Als dit inderdaad het geval blijkt te zijn, raden wij u aan de batterij te vervangen.
Pagina 33
Bediening
Celsius°Cooking™-kookgerei
- 1. Plaats een AAA-batterij in het handvat van de pan (met de negatieve pool (-) eerst).
- 2. Steek de dop van de handgreep in de steel en draai deze een kwartslag om hem vast te zetten.
LET OP!
Verwissel de handgreepdop van een kookpan (31620) niet met die van een koekenpan (31619) of omgekeerd.
Het kookgerei aan de kookzone toewijzen
Schakel de kookplaat in en wacht tot de opstartanimatie is afgelopen.
Plaats het Celsius°Cooking™-kookgerei of een gewone pan voorzien van de Celsius°Cooking™-sonde op de gewenste kookzone. Nadat de pan is gedetecteerd, tikt u snel tweemaal met uw vingertop op de sensor in de dop of de sondebehuizing om deze te activeren. Hierdoor wordt de Celsius°Cooking™-toets geactiveerd en licht deze op. Om de sonde te koppelen, licht de Celsius°Cooking™-toets op bij elke mogelijke kookzone. Druk op de Celsius°Cooking™ -toets van de gewenste kookzone. Het Celsius°Cooking™-menu wordt geopend. Door nogmaals kort te drukken, wordt het menu weer afgesloten.
Koken met de ingebouwde Celsius°Cooking™-programma's
De kookplaat wordt geleverd met geïntegreerde Celsius°Cooking™-programma’s, geoptimaliseerd voor Celsius°Cooking™-kookgerei. In het geopende menu kunnen 3 verschillende kookmethoden worden gekozen, met verschillende temperatuurbereiken. Bij gebruik van de sonde worden alleen 2 Celsius°Cooking™-methoden getoond. Gebruik de methode die past bij het gewenste doel:
Pagina 34
Bediening
Opwarmen en bakken
Met dit programma worden snel hoge temperaturen bereikt. Hoge panbodemtemperaturen kunnen worden bereikt. Voeg altijd olie of boter toe voordat u begint. Voor gezond koken mag het rookpunt van de olie niet worden overschreden.
Koken met water
Met dit programma kookt het water snel. Voeg altijd water toe voordat u begint.
Slow cooking of sous vide
Met dit programma worden lage tot middelhoge temperaturen geregeld, waardoor hoge bodemtemperaturen worden voorkomen. Grotere hoeveelheden en dikkere gerechten moeten af en toe geroerd worden om een homogene warmteverdeling te garanderen.
De sonde gebruiken als kookthermometer
Wanneer een Celsius°Cooking™-sonde wordt gebruikt, kan deze ook worden gebruikt als een thermometer om bijvoorbeeld de kerntemperatuur van een bepaald gerecht te controleren. Dit kan worden gedaan met kookprogramma's op normaal niveau of met de PLUS-menuprogramma's. Als u de sonde als thermometer wilt gebruiken, tilt u de pan die u wilt gebruiken een paar seconden op, plaatst u hem terug op de zone en activeert u de sonde door erop te tikken. Wanneer het Celsius°Cooking™-symbool op het display verschijnt, raakt u het aan.
INFORMATIE!
Zorg ervoor dat het toestel al is ingeschakeld voordat u het Celsius°Cooking™-kookgerei plaatst, zodat het systeem de positie ervan goed kan herkennen.
Pagina 35
Bediening
TIPS!
Wanneer de Celsius°Cooking™-sonde op een kookzone wordt herkend, kan deze ook als thermometer worden gebruikt. De temperatuur wordt dan weergegeven in plaats van het vermogen. Als het vermogensniveau verandert, wordt het tijdelijk weergegeven in plaats van de actuele temperatuur.
Detectie van het verwijderen van de sonde
Als de sonde tijdens het koken uit de pan wordt genomen, zal de kookplaat dit signaleren en stoppen met verwarmen. Bij terugplaatsing kan de gebruiker dit bevestigen door de nu knipperende Celsius°Cooking™ modusknop aan te raken of de sonde wordt automatisch weer gedetecteerd.
Het toevoegen van bijvoorbeeld koud water aan de pan kan deze detectie ook activeren!
Stapsgewijze kookgids op CelsiusCooking.com
Het lekkerste eten wordt bereid op de juiste temperatuur en met de juiste bereidingstijd. Dankzij de mogelijkheid om de temperatuur in te stellen in plaats van het vermogensniveau - ondersteund door instructievideo's - maakt u perfecte maaltijden als een ware chef-kok. De website CelsiusCooking.com bevat talloze inspirerende video's met stapsgewijze instructies die zijn gebaseerd op door chef-koks geteste technieken. Zo bereidt u foutloos heerlijke gerechten, elke keer weer.
CelsiusCooking.com
- Of u nu een chef-kok of een beginner bent, CelsiusCooking.com helpt u sneller en beter te koken door als gids in de keuken te fungeren. U leert nieuwe technieken, maakt kennis met nieuwe combinaties en u krijgt meer vertrouwen bij het bereiden van moeilijke gerechten. U kookt niet meer op een bepaald vermogen, maar op precies de juiste temperatuur.
- Onze recepten leiden u door het proces van de ‘mise en place’ waar u al uw ingrediënten vooraf verzamelt en voorbereidt. Dit is vooral belangrijk wanneer u de recepten op CelsiusCooking.com volgt, aangezien elk recept zorgvuldig is getimed om u de perfecte resultaten te geven.
- Volg de instructies. Dankzij de gids met tijden en temperaturen wordt uw eten perfect bereid.
Het is misschien even wennen, maar u krijgt een nog betere maaltijd.
De kookzone uitschakelen
Het uitschakelen van een via Celsius°Cooking™ geregelde zone is mogelijk door de temperatuur op '0' in te stellen. Er verschijnt een streepje in de display. Als alternatief kan de slider of de Celsius°Cooking™-toets van de uit te schakelen zone gedurende minimaal 3 seconden worden aangeraakt om de Celsius°Cooking™-modus volledig te deactiveren.