ATAG HIDD8472LV, tekst van de handleiding
Pagina's 2–8 van 116 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← begin van de handleidingverder op pagina 9 →
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
Algemene opmerkingen
Inhoud
1 Algemene opmerkingen ........................................... 2
1.1 Hier vindt u... ........................................................ 2 1.2 Reglementair gebruik ........................................... 2
2 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen ....... 3
2.1 Voor aansluiting en werking ................................. 3 2.2 Voor de kookplaat in het algemeen ...................... 3 2.3 Voor personen ...................................................... 4 2.4 Symbool- en instructieverklaring .......................... 5
3 Beschrijving van het toestel .................................... 6
3.1 Bediening met sensortoetsen ............................... 7 3.2 Wat u moet weten over de slider (sensorveld) ..... 7
4 Bediening .................................................................. 8
4.1 Het inductiekookveld ............................................ 8 4.2 Panherkenning .................................................... 8 4.3 Gebruiksduurbeperking ........................................ 8 4.4 Andere functies ..................................................... 8 4.5 Oververhittingsbeveiliging (inductie) .................... 8 4.6 Servies voor inductiekookplaat ............................. 9 4.7 Tips om energie te besparen ................................ 9 4.8 Kookstanden ........................................................ 9 4.9 Restwarmteweergave .......................................... 9 4.10 Bediening van de toetsen ................................. 10 4.11 De inductie kookplaat en kookzone inschakelen ................................. 10 4.12 Kookzone uitschakelen .................................... 10 4.13 Kookplaat uitschakelen .................................... 10 4.14 Pauze-functie ...................................................11 4.15 Recall-functie ....................................................11 4.16 Kinderbeveiliging ............................................. 12 4.17 Bridge functie .................................................. 12 4.18 Automatische uitschakeling (timer) ................... 13 4.19 Kookwekker (eierwekker) ................................. 13 4.20 Automatisch aankoken .................................... 14 4.21 Warmhoudfunctie ............................................. 14 4.22 Vergrendeling .................................................. 15 4.23 Powerstand ..................................................... 15 4.24 Powermanagement .......................................... 15 4.25 Afzuiging gebruiken .......................................... 16 4.25.1 Ventilator in- en uitschakelen ........................ 16 4.25.2 Instelbare naloop van de afzuiging ................ 16 4.25.3 Aanwijzingen m.b.t. de nalooptijd ................. 17 4.25.4 Indicatie vetfilter reinigen .................................... 17 4.25.5 Indicatie koolstoffilter vervangen ...................... 17 4.25.6 Schakel de koolstoffi lter-bedrijfsurenteller uit tijdens de afvoerluchtmodus .................... 17
5 Reiniging en onderhoud ........................................ 18
5.1 Keramische glasplaat ......................................... 18 5.2 Afzuiging ............................................................. 19
6 Wat te doen bij problemen? .................................. 20
7 Montagehandleiding ............................................... 21
7.1 Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur .................................. 21 7.2 Ventilatie ............................................................. 21 7.3 Montage ............................................................. 21 7.4 Variabele montagemogelijkheden:
Opliggende montage ......................................... 22 7.5 Buitenafmetingen kookplaat ............................... 22 7.6 Montage afzuigingssysteem ............................... 26 7.7 Elektrische aansluiting ........................................ 27 7.8 Inbedrijfstelling ................................................... 27
8 Technische gegevens ............................................ 27
9 Informatieblad effi ciëntiemeting ........................... 28
10 ECO data informatie ............................................. 28
11 Buitenbedrijfstelling, afvoer ................................ 29
11.1 Buitenbedrijfstelling........................................... 29 11.2 Verwijderen van de verpakking ......................... 29 11.3 Verwijderen van oude apparaten ...................... 29
1 Algemene opmerkingen 1.1 Hier vindt u...
Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer u uw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijnen voor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onderhoud van het toestel, zodat u er lang plezier aan beleeft.
Als er een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofdstuk „Wat te doen bij problemen?”. Kleinere storingen kunt u vaak zelf verhelpen en u vermijdt op die manier onnodige servicekosten.
Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiks- en montagehandleiding ter informatie en veiligheid aan een nieuwe eigenaar door.
1.2 Reglementair gebruik
De kookplaat is alleen voor de bereiding van levensmiddelen in het huishouden en in gelijkaardige omgevingen bedoeld. Gelijkaardige omgevingen zijn:
- Het gebruik in winkels, kantoren en gelijkaardige werkomstandigheden
- Het gebruik in landbouwbedrijven
- Het gebruik door klanten in hotels, motels en andere typische woonomgevingen
- Het gebruik in logies en ontbijt
- Ze mag niet voor een ander doel en alleen onder toezicht worden gebruikt.
Pagina 3
Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen
2 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen 2.1 Voor aansluiting en werking
- De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoorschriften gebouwd.
- Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het apparaat mogen alleen door een erkend vakman volgens de geldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risico voor uw veiligheid.
- Als de netaansluitkabel van dit toestel beschadigd is, moet ze door de fabrikant of zijn klantenservice of door een gelijkaardig gekwalificeerde persoon worden vervangen om risico's te vermijden.
- Het toestel mag niet met een externe schakelklok of een extern afstandsbesturingssysteem worden gebruikt.
2.2 Voor de kookplaat in het algemeen
- Wegens de zeer snelle reactie bij een hoog ingestelde kookstand de inductiekookplaat niet zonder toezicht gebruiken!
- Houd bij het koken rekening met de hoge opwarmsnelheid van de kookzones. Vermijd het leegkoken van pannen omdat daarbij het gevaar bestaat dat de pannen oververhit raken!
- Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakelde kookzones.
- Wees voorzichtig bij het gebruik van au-bain-marie-pannen. Au-bain-marie-pannen kunnen ongemerkt droogkoken! Dat veroorzaakt beschadigingen aan de pan en aan de kookplaat. De fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld!
- Schakel een kookzone na gebruik altijd met aan/uit-toets” of “min-toets uit en niet alleen met de panherkenning.
- Oververhitte vetten en olie kunnen spontaan ontbranden. Bij het bereiden van gerechten met vet en olie altijd in de buurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen! Het toestel uitschakelen en dan de vlammen voorzichtig met bijv. een deksel of een blusdeken afdekken.
- De keramische glasplaat is zeer stevig. Zorg er niettemin voor dat er geen harde voorwerpen op de keramische glasplaat vallen. Puntvormige slagbelastingen kunnen de kookplaat doen breken.
- Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische glasplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken.
Het toestel onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.
- Als de kookplaat door een defect in de sensorregeling niet meer kan worden uitgeschakeld, onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.
- Voorzichtig bij het werken met huishoudelijke apparatuur! Netsnoeren mogen niet met de hete kookzones in contact komen.
- Brandgevaar: nooit voorwerpen op de kookplaat laten liggen.
- De inductie kookplaat mag niet worden gebruikt om er voorwerpen op neer te leggen!
- Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen. Alles wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzone houden, bijv. kunststof, folie, in het bijzonder suiker en gerechten met een hoog suikergehalte.
Suiker onmiddellijk met een speciale glasschraper volledig van de keramische glasplaat verwijderen zolang deze nog warm is, om beschadigingen te vermijden.
- Metalen voorwerpen (zoals keukengerei, bestek ...) mogen niet op de inductiekookplaat worden gelegd, omdat ze heet kunnen worden. Gevaar voor verbranding!
- Geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of vervormbare voorwerpen direct onder de kookplaat leggen.
- Metalen voorwerpen die op het lichaam worden gedragen, kunnen in de onmiddellijke nabijheid van de inductiekookplaat heet worden. Opgelet, gevaar van verbranding.
Voor niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. gouden of zilveren ringen) geldt dit niet.
- Nooit gesloten conservenblikken en compoundverpakkingen op kookzones verwarmen. Door de energietoevoer kunnen deze uiteenspatten!
- De sensoren schoonhouden omdat verontreinigingen door het apparaat als vingercontact kunnen worden herkend. Nooit voorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz.) op de sensoren plaatsen!
3
Pagina 4
Algemene opmerkingen NL
- Als pannen tot over de sensoren overkoken, • In recirculatie stand wordt het vocht uit de is het aanbevolen op de UIT-toets te damp maar voor een klein deel verwijderd. drukken. Er moet daarom altijd voor voldoende
- Hete pannen niet in de buurt van de toevoer van verse lucht, worden gezorgd, sensortoetsen schuiven en deze niet bijvoorbeeld door een geopend raam of door afdekken. In dat geval wordt het toestel het gebruik van huisventilatie. automatisch uitgeschakeld. • Zorg altijd voor een normaal en behaaglijk
- Plaats de pan zoveel mogelijk in het midden ruimteklimaat (45 - 60 % luchtvochtigheid). van de kookzone! • Schakel na elk gebruik in recirculatie de
- Grote pannen zoveel mogelijk op de kookplaatafzuiging ca. 20 minuten lang op achterste kookzones gebruiken, om te een lage stand of activeer de automatische vermijden dat de sensortoetsen te warm naloop. Dit is een standaard functie van de worden (oververhitting van de touch-control; inductiekookplaat. (Zie hoofdstuk “naloop”) foutmelding E2).
- Als er zich in de woning huisdieren bevinden 2.3 Voor personen die aan de kookplaat kunnen komen, moet • Deze toestellen kunnen door kinderen vanaf de kinderbeveiliging worden geactiveerd. 8 jaar alsook door personen met verminderd
- Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie lichamelijk, zintuiglijk of geestelijk vermogen wordt gebruikt, mag de inductiekookplaat niet of met gebrek aan ervaring en/of kennis worden gebruikt. worden gebruikt als erop toezicht wordt gehouden of als ze over het veilige gebruik
- De keramische glasplaat mag in geen geval met een stoomreinigingsapparaat of van het toestel zijn geïnstrueerd en ze de dergelijke worden schoongemaakt! bijbehorende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het toestel spelen.
De reiniging en het onderhoud door de
- Zorg ervoor dat er geen voorwerpen (bijv. gebruiker mogen niet door kinderen worden schoonmaakdoekje) in de directe nabijheid uitgevoerd, tenzij het onder toezicht gebeurt. van de kookplaatafzuiging liggen. Deze kunnen door de luchtstroom naar binnen • De oppervlakken van verwarmings- en gezogen worden. In beginsel moeten kookzones worden heet tijdens de werking. vloeistoffen en kleine onderdelen uit de buurt Daarom moeten kleine kinderen principieel van het toestel worden gehouden. uit de buurt worden gehouden.
- Er mogen alleen fornuisrekken
- Gebruik het toestel nooit zonder vetfilter. of kookplaatafdekkingen van de
- Verzadigde vetfilters leveren brandgevaar kookplaatfabrikant of door de fabrikant op! in de gebruiksaanwijzing van het
- Frituren is alleen onder voortdurend toezicht toestel vrijgegeven fornuisrekken of toegestaan, flamberen is niet toegestaan! kookplaatafdekkingen worden gebruikt. Het
- Bij het gebruik van haardgekoppeld hout-, gebruik van niet geschikte fornuisrekken of kool-, gas- of olievuur moet voor voldoende kookplaatafdekkingen kan tot ongevallen aanvoerlucht worden gezorgd. De maximaal leiden. toelaatbare onderdruk die door de afzuigkap • Personen met pacemakers of in de ruimte van het haardgekoppeld vuur geïmplanteerde insulinepompen moeten wordt veroorzaakt, mag de 4 Pa (0,04 zich ervan verzekeren dat hun implantaten mbar) niet overschrijden, anders bestaat er niet door de inductiekookplaat worden vergiftigingsgevaar. beïnvloed (het frequentiebereik van de
- Tijdens het koken wordt door de damp extra inductiekookplaat bedraagt 20-50 kHz). vocht aan de kamerlucht afgegeven. Raadpleeg altijd betreffende arts/cardioloog voor een uitspraak. Deze is leidend in het wel of niet gebruiken van het product!
Pagina 5
Algemene opmerkingen
2.4 Symbool- en instructieverklaring
Het apparaat wordt volgens de huidige stand van de techniek geproduceerd. Desondanks kunnen machines risico's opleveren, die constructief niet te vermijden zijn. Om voldoende veiligheid voor de bediener te waarborgen, worden extra veiligheidsinstructies gegeven in de vorm van de hiervolgend beschreven tekstmarkeringen.
Alleen als deze in acht worden genomen, is er voldoende veiligheid tijdens de werking gewaarborgd.
De gemarkeerde tekstpassages hebben verschillende betekenissen:
GEVAAR
Opmerking die op een direct dreigend gevaar wijst, waarvan de mogelijke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zijn.
OPGELET
Opmerking die op een mogelijk gevaarlijke situatie wijst, waarvan de mogelijke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zijn.
LET OP
Opmerking die op een gevaarlijke situatie wijst, waarvan de mogelijke gevolgen lichte verwondingen of beschadiging van het apparaat zijn.
OPMERKING
Het in acht nemen van opmerkingen vergemakkelijkt de omgang met het apparaat.
Bovendien worden op sommige plekken de volgende gevaarsymbolen gebruikt:
WAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE ENERGIE!
ER BESTAAT LEVENSGEVAAR!
In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht. Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektromonteur worden verwijderd.
OPGELET! HETE OPPERVLAKKEN!
Dit symbool is aangebracht op oppervlakken die heet worden. Er bestaat gevaar voor ernstig brandletsel of verbrandingen.
De oppervlakken kunnen ook na het uitschakelen van het apparaat heet zijn.
GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN VOOR DE OMGANG MET ELEKTROSTATISCH GEVOELIGE COMPONENTEN EN MODULES (ESD) IN ACHT NEMEN!.
Achter afdekkingen die met het hiernaast staande symbool gekenmerkt zijn, bevinden zich elektrostatisch gevoelige componenten en modules. Aanraken van stekkeraansluitingen, geleiders en componentenpins moet absoluut worden vermeden. Alleen vakpersoneel met elektronicakennis en -ervaring is bevoegd om hierin wijzigingen aan te brengen!
Pagina 6
NL
Beschrijving van het toestel
3 Beschrijving van het toestel
Sensorveld voor de kookzone voor
Het design kan van de afbeeldingen afwijken.
- 1. Inductiekookzone voor
- 2. Inductiekookzone achter
- 3. Keramische glasplaat
- 4. Touch-control-bedieningsveld
- 5. Afzuiging bediening
- 6. Afzuigingsgebied
- 7. Aan/Uit-toets (kookplaat)
- 8. Slider (Sensorveld)
- 9. Kookstandweergave
Sensorveld voor de kookzone achter
- 10. Vergrendeltoets
- 11. Autoprogramma toets
- 12. Aanwijzing van de autoprogamma’s (3 standen)
- 13. Pauze-toets (pauzefunctie)
- 14. Min-/plus-toets timer
- 15. Timer-weergave
- 16. Aanwijzing voor kookwekker
- 17. Aanwijzing voor kookzonetimer
- 18. Bridge functie indicatie
Pagina 7
Beschrijving van het toestel
3.1 Bediening met sensortoetsen
De bediening van de inductie kookplaat gebeurt met slider touch-control toetsen. De sensortoetsen functioneren als volgt: met de vingertop kort een symbool op het keramische oppervlak aanraken. Elke correcte bediening wordt door een signaaltoon bevestigd.
In de rest van de tekst wordt voor de Slider touch-control toetsen het woord 'toets' gebruikt.
Aan/Uit-toets (7)
Met deze toets wordt het toestel in de operationele modus geschakeld. De toets is bij wijze van spreken de hoofdschakelaar.
Kookstandweergave (9)
De kookstandweergave toont de gekozen kookstand, of: ..................Restwarmte
..................Powerstand
..................Panherkenning
..................Automatisch aankoken ..................Pauze-functie ...................Warmhoudfunctie
...................Kinderbeveiliging
Symbolen
.........Warmhoudstanden 42°C/70°C/94°C ..................Timerfunctie, automatische uitschakeling ..................Kookwekker .................Bridge functie
Vergrendeltoets (10)
Met de vergrendeltoets kunnen de toetsen worden geblokkeerd.
Autoprogramma-toets (11)
Om warm te houden en te sudderen.
Powerstand in het sensorveld
De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekookzones ter beschikking.
Pauze-toets (13)
Het koken kan met de STOP-toets even worden onderbroken.
Recall-functie (Herstelfunctie) (13)
Na het per ongeluk uitschakelen van de kookplaat kan de laatste instelling weer worden hernomen.
Weergave ventilator
................ Vetfilter reinigen
................ Koolstoffilter vervangen / regenereren
............... Automatische naloop gedeactiveerd
............... Automatische naloop geactiveerd
Ventilatorsymbolen
................ Afzuiging ingeschakeld ................ Afzuiging in naloopstand
3.2 Wat u moet weten over de slider (sensorveld)
De slider functioneert in principe zoals de sensortoetsen, met het verschil dat u de vinger op het keramische oppervlak plaatst en dan kunt verschuiven. Het sensorveld herkent deze beweging en verhoogt of verlaagt de aangetoonde waarde (kookstand) volgens de beweging.
Het begrip „slider” [Engels „slide”: schuiven, laten glijden] is in deze handleiding identiek met de term sensorveld.
Sensorveld
Waarop moet u bij de bediening letten?
De vinger mag niet te vlak op de keramische plaat worden gezet om te verhinderen dat naburige toetsen/ sensorvelden per ongeluk reageren.
fout goed
Sensorveld aantikken of de vinger verschuiven
Het sensorveld kan met de vinger worden aangetikt; dan verandert de aangetoonde waarde (kookstand) stapsgewijs.
Als de vinger op het sensorveld wordt geplaatst en dan naar links of naar rechts wordt verschoven, verandert de aangetoonde waarde continu.
Hoe sneller de beweging, hoe sneller de aanwijzing verandert.
aantikken schuiven
Pagina 8
Bediening
4 Bediening 4.1 Het inductiekookveld
De kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductiespoel onder de keramische glasplaat wekt een elektromagnetisch wisselveld op, dat de vitrokeramiek doordringt en in de bodem van de pan een warmtevormende stroom induceert.
Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer door een verwarmingselement via de pan op de te koken gerechten overgedragen; de nodige warmte wordt m.b.v. inductiestromen direct in de pan gevormd.
Voordelen van het inductiekookveld
- Energiebesparend koken door rechtstreekse energieoverdracht op de pan (aangepaste pannen van magnetiseerbaar materiaal zijn noodzakelijk),
- meer veiligheid omdat de energie alleen wordt doorgegeven als er een pan op de kookzone staat,
- energieoverdracht tussen inductiekookzone en panbodem met een hoog rendement,
- hoge opwarmsnelheid,
- weinig risico op verbrandingen omdat de kookplaat alleen door de panbodem wordt verwarmd, overkokende gerechten branden niet vast,
- snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer.
4.2 Panherkenning
Als er geen of een te kleine pan op de kookzone staat als de kookzone is ingeschakeld, dan wordt deze niet van energie voorzien. Een knipperende in de kookstandweergave maakt daarop attent.
Als er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, wordt de ingestelde stand ingeschakeld en de kookstandweergave brandt. De energietoevoer wordt onderbroken als de pan wordt verwijderd, in de kookstandweergave verschijnt een knipperende . Indien kleinere pannen worden opgezet, waarbij de panherkenning toch in werking treedt, wordt slechts zoveel energie toegevoerd als nodig is.
Panherkenningsgrenzen
| Kookzonediameter (mm) | Aanbevolen minimumdiameterpanbodem (mm) |
|---|---|
| 220 x 190 | 115 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
De bodem van de pan mag niet kleiner dan een bepaalde minimumdiameter zijn, omdat de inductie anders niet wordt ingeschakeld. Plaats de pan altijd in het midden van de kookzone om een optimaal rendement te verkrijgen.
OPMERKING
Belangrijk: naargelang van de kwaliteit van de pan kan de vereiste minimumdiameter voor het reageren van de panherkenning afwijken!
4.3 Gebruiksduurbeperking
De inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeperking.
De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhankelijk van de gekozen kookstand (zie tabel). De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellingen van de kookzone niet worden veranderd. Als de gebruiksduurbeperking heeft gereageerd, wordt de kookzone uitgeschakeld; er is een kort signaal te horen en in de aanwijzing verschijnt een H.
De automatische uitschakeling heeft voorrang op de bedrijfsduurbeperking, d.w.z. de kookzone wordt pas uitgeschakeld als de tijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (bijv. automatische uitschakeling met 99 minuten en kookstand 9 is mogelijk).
Gebruiksduurbeperking
| Ingestelde kookstand | Gebruiksduurbeperking in minuten |
|---|---|
| 1 2 3 4 5 6 7 8 9 P | 120 520 402 318 260 212 170 139 113 90 10 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
4.4 Andere functies
Als één of meer sensortoetsen langer of tegelijk worden ingedrukt (bijv. door een per ongeluk op de sensortoetsen geplaatste pan), wordt er niet geschakeld.
Het symbool knippert en er is gedurende een zekere tijd een signaal te horen. Na een paar seconden wordt er uitgeschakeld. A.u.b. het voorwerp van de sensortoetsen halen.
Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of de kookplaat uit- en inschakelen.
4.5 Oververhittingsbeveiliging (inductie)
Als de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebruikt, kan bij een hoge kamertemperatuur de elektronica niet meer voldoende worden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektronica optreden, wordt evt. het vermogen van de kookzone automatisch gereduceerd. Als bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamertemperatuur regelmatig E2 verschijnt, is de koeling waarschijnlijk onvoldoende.
Ontbrekende koelopeningen in het meubel kunnen de oorzaak zijn. Eventueel moet de inbouw worden gecontroleerd (zie hoofdstuk 'Ventilatie').