naslaan.comZoekenAlle merken

ATAG HIDD8472LV, tekst van de handleiding

Pagina's 9–29 van 116 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–8

Pagina 9

Bediening

4.6 Servies voor inductiekookplaat 4.7 Tips om energie te besparen

De pannen die voor de inductiekookplaat worden Hier vindt u enkele belangrijke aanwijzingen om zuinig gebruikt, moeten van metaal zijn, magnetische en efficiënt met uw nieuwe inductiekookplaat en uw eigenschappen bezitten en een voldoende grote bodem kookgerei om te gaan.

hebben. • De panbodemdiameter moet even groot zijn als de Gebruik uitsluitend pannen met een bodem die voor kookzonediameter.

inductie geschikt is. • Bij de aankoop van pannen dient u er rekening mee te houden dat vaak de bovenste pandiameter wordt vermeld. Die is meestal groter dan de panbodem.

Geschikte pannenOngeschikte pannen
Geëmailleerde stalen pannen met dikke bodem Gietijzeren pannen met geëmailleerde bodemPannen van koper, roestvrij staal, aluminium, vuurvast glas, hout, keramiek of terracotta
Pannen van roestvrij gelaagd staal, roestvrij ferrietstaal of aluminium met speciale bodem

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)

snelkookpan zit, want bij een leeggekookte pan kunnen de kookzone en de pan door oververhitting beschadigd raken.

de pan het symbool voor het koken met inductiestroom draagt. 4.8 Kookstanden

Magneettest:

Ga met een magneet over van uw pan. Wordt de aangetrokken, dan kunt u inductiekookplaat gebruiken.

Opmerking:

Bij het gebruik van sommige voor inductie, kunnen geluiden

Het verwarmingsvermogen meerdere standen de bodem toepassingsvoorbeelden magneetvan de kookzones kan in worden ingesteld. In de tabel vindt u voor de verschillende standen.
de pan op deKookstandToepassing
0UIT-stand, benutting van de restwarmte
pannen die geschikt zijn optreden, die te wijten zijn pannen.
gewelfd. De temperatuur kan door
1-2 3 4-5 6 7-8 9
P
Smelten 42°C
Warm houden 70°C
Sudderen 94°C
Verder koken van kleine hoeveelheden Doorkoken
Gaar koken van grote hoeveelheden, gaar braden van grote stukken Braden, bechamelsaus maken Braden
Aan de kook brengen, aanbraden, braden
Powerstand (hoogste vermogen)

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)

aan de bouwwijze van deze

Fout: de panbodem is de elektronica niet correct worden bepaald. Bij kookpannen zonder deksel moet ev. een hogere kookstand worden gekozen.

4.9 Restwarmteweergave

De keramische kookplaat is met een restwarmteweergave H uitgerust. Zolang de H na het uitschakelen brandt, kan de restwarmte worden gebruikt om te smelten en om gerechten warm te houden.

LET OP

Na het uitdoven van de letter H kan de kookzone nog heet zijn. Er bestaat gevaar voor verbranding!

Bij een inductiekookzone wordt de keramiek niet direct, maar alleen door de terugstralende warmte van de pan verwarmd.

Pagina 10

geschikt voor inductie

Bediening

Zo de

4.10 Bedieningvan de toetsen
Bij onderstaand vervolgtoest binnen niet, dan vervaltbeschreven bediening dient men 10 seconden te worden geactiveerd. de keuze.de
4.11 De inductiekookplaat en kookzoneinschakelen
1. Zolang op de kookstandweergaven horen is. De
2. Meteen daarna
Aan/Uit-toets drukken (ca. 0 aantonen en een kort besturing is klaar voor gebruik. het sensorveld van1 sec.) tot signaal te
een kookzoneaanraken. Er wordt een kookstand
ingeschakeld........linksKookstand 0
.......centrumKookstand 6
.......rechtsKookstand P*
Zie hoofdstuk (sensorveld)Om een andere bijbehorende
3. Meteen de kookzone
daarnaWat u moet weten over de slider de kookstand te veranderen of om kookzone in te schakelen moet u het sensorveld aanraken.
voor inductie geschikt kookgerei op plaatsen. De panherkenning schakelt de
inductiespoel Zolanggeenin. De pan wordt verwarmd.
pan op de kookzone wordt geplaatst,
wisselt de aanwijzing en het symbool veiligheidsredenentussen de ingestelde kookstand . Zonder pan wordt de kookzone om na 10 minuten uitgeschakeld. Meer
hieroverin hethoofdstuk „panherkenning”.
4.12 Kookzoneuitschakelen
4. a) Hetsensorvelduiterst linksaanrakenof
b) de naar
c) op kookzones
op het links verschuiven de Aan/Uit-toetssensorveld geplaatste om de kookstand drukken. De worden uitgeschakeld.op bijbehorendevinger
0 te verlagen
4.13 Kookplaatuitschakelen
5. Op de onafhankelijkAan/Uit-toetsdrukken. De van de instelling volledigkookplaat uitgeschakeld.wordt
OPMERKING
Als alle kookzones handmatig worden uitgeschakeld (kookstand 0) en vervolgens op geen enkele toets of sensorveld meer wordt gedrukt, wordt de kookplaat na 10 seconden automatisch uitgeschakeld.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)

* De powerstand wordt meteen geactiveerd. Zie alinea „Powerstand”.

Pagina 11

Bediening

4.14 Pauze-functie

Het koken kan tijdelijk met de Pauze-toets worden onderbroken, bijv. als er aan de deur wordt gebeld. Om het koken met dezelfde kookstanden voort te zetten, moet de STOP-functie worden beëindigd. Een evt. ingestelde timer wordt gestopt en loopt daarna verder. Om veiligheidsredenen is deze functie slechts 10 minuten beschikbaar. Daarna wordt de kookplaat uitgeschakeld.

Bij het aanraken van het sensorveld over het hele sensorveld glijden (sliden).

De tweede toets moet binnen 10 seconden worden aangeraakt, anders blijft de Pauze-functie actief.

4.15 Recall-functie (Herstelfunctie)

Na het per ongeluk uitschakelen van de kookplaat kan de laatste instelling weer worden hernomen.

De recall-functie functioneert alleen als er ten minste één kookzone is ingeschakeld.

De oorspronkelijke kookstanden zijn weer ingesteld. Het kookproces wordt voortgezet.

Hersteld worden:

Niet hersteld worden:

Pagina 12

Bediening NL

4.16 Kinderbeveiliging

De kinderbeveiliging moet verhinderen dat kinderen de inductiekookplaat per ongeluk of opzettelijk inschakelen. Hiervoor wordt de bediening geblokkeerd.

Kinderbeveiliging inschakelen

en

Kinderbeveiliging uitschakelen

Kinderbeveiliging slechts voor één kookproces uitschakelen

Voorwaarde: de kinderbeveiliging is volgens punt 1-3 ingeschakeld.

Nu kan door de gebruiker een kookzone ingeschakeld worden.

Na het uitschakelen van de kookplaat is de kinderbeveiliging weer actief (ingeschakeld).

Opmerkingen

te schakelen, dient het de voorste en achterste

kinderbeveiliging beëindigd,
4.17 Bridge functie
De voorste en de achterste het koken aaneengeschakeld Daardoor kunnen grote pannen
1. De inductie kookplaat
2. Om de bridge functie in sensorveld. van kookzone gelijktijdig De bridge functie is verschijnt. De bediening sensorveld van
3. Om de combinatie te sensorvelden
inductie kookplaat
Opmerking
De braadslede of de pan moet ten minste voor de helft

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

aanraken.

ingeschakeld, het symbool hiervan, is met het de voorste kookzone. desactiveren opnieuw op beide tegelijk drukken of de uitschakelen.

de gebruikte kookzones bedekken om door de panherkenning te worden herkend!

Pagina 13

Bediening

4.18 Automatische uitschakeling (timer)

Door de automatische uitschakeling wordt elke ingeschakelde kookzone na een instelbare tijd automatisch uitgeschakeld. Er kunnen kooktijden van10 sec. (0.10) tot 1 uur en 59 minuten (1.59) worden ingesteld.

4.19 Kookwekker (eierwekker)

De kookzones zijn uitgeschakeld

Kookwekkerinstelling als er al kookzones in gebruik zijn

OPMERKING

De kookwekker blijft ook dan in werking als de linker of rechter kookplaatzijde uitgeschakeld is. Om de tijd te wijzigen de linker of rechter kookplaatzijde inschakelen.

Pagina 14

Bediening NL

4.20 Automatisch aankoken

Bij de aankookautomaat gebeurt het aan de kook brengen met kookstand 9. Na een bepaalde tijd wordt automatisch naar een lagere doorkookstand (1 tot 8) teruggeschakeld.

Bij het gebruik van het automatisch aankoken moet alleen de doorkookstand worden gekozen waarmee de bereiding verder moet worden gekookt, omdat de elektronica automatisch terugschakelt.

Het automatisch aankoken is geschikt voor gerechten die koud worden opgezet, op hoog vermogen worden verwarmd en op de doorkookstand niet permanent in het oog moeten worden gehouden (bijv. het koken van soepvlees).

1. De inductie kookplaat lang drukken (ca. 3 sec.)
2. Lang (ca. 3 sec.)
inschakelen. op het sensorveld
drukken omde functiete activeren en meteen een
bepaalde doorkookstand .........
.........
.........
A en de gekozen
te kiezen links ............kookstand 1 centrum ......kookstand 6 rechts .........kookstand 8 doorkookstand knipperen
Ingestelde KookstandAankookautomaat Tijd (min:sec)afwisselend.
3. Het automatisch programmering.
aankoken verloopt volgens de Na een bepaalde tijd (zie tabel)wordt
1 200:40 01:12het kookproces symbool A dooftopde doorkookstand voortgezet. uit.Het
3 402:00 02:56
504:16
6 707:12 02:00OPMERKING
Tijdens het automatischaankoken kan de
8 903:12
-
doorkookstand verhoogd worden. Door de doorkookstand te verlagen wordt het automatisch
aankoken uitgeschakeld.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

4.21 Warmhoudfunctie

Met de warmhoudfunctie kunnen gerechten die klaar zijn op een kookzone warm gehouden worden. De kookzone verbruikt een laag vermogen in deze stand.

...........komt overeen met ca. 42°C

..........komt overeen met ca. 70°C

..........komt overeen met ca. 94°C

De warmhoudfunctie staat 120 minuten ter beschikking, daarna wordt de kookzone uitgeschakeld.

Pagina 15

Bediening NL

4.22 Vergrendeling

Door de vergrendeling kunnen de bediening van de toetsen en de instelling van een kookstand worden geblokkeerd. Alleen de Aan/Uit-toets kan nog altijd worden bediend om de inductie kookplaat uit te schakelen.

Vergrendeling inschakelen

Vergrendeling uitschakelen

OPMERKING

De geactiveerde vergrendeling blijft ook behouden als de inductie kookplaat uitgeschakeld is! Vooraleer weer kan worden gekookt, moet ze daarom eerst gedeactiveerd worden!

Bij een stroomstoring wordt de ingeschakelde vergrendeling beëindigd, d.w.z. gedesactiveerd.

4.23 Powerstand

De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekookzones ter beschikking. Een grote hoeveelheid water kan snel aan de kook worden gebracht.

Opmerking

Om de powerstand vervroegd uit te schakelen, op het overeenkomstige sensorveld drukken.

4.24 Powermanagement

Telkens twee kookzones zijn – om technische redenen

Als deze vermogensgrens bij het inschakelen van een hoge kookstand of de powerfunctie wordt overschreden, reduceert het powermanagement de kookstand van de bijbehorende module-kookzone.

De aanwijzing van deze kookzone knippert eerst, daarna wordt de maximaal mogelijke kookstand constant getoond.

Modules (powermanagement)

Pagina 16

Bediening

4.25 Afzuiging gebruiken

In het midden van de kookplaat bevindt zich de afzuiging naar onderen.

LET OP

Leg het deksel niet op de inductiekookplaat! Gevaar voor verbranding!

4.25.1 Ventilator in- en uitschakelen

De intensieve stand 4 blijft 10 minuten lang ingeschakeld, daarna wordt automatisch teruggeschakeld naar stand 4.

Tip

Om te zorgen dat de afzuiging ook bij hoge pannen (bijv. aspergepan) goed werkt, kunt u aan de ventilatorzijde een kooklepel onder het pandeksel leggen.

4.25.2 Instelbare naloop van de afzuiging

De naloop van de afzuiging wordt na het koken gebruikt om kookgeurtjes weg te zuigen. Bovendien worden hierdoor de filters in het systeem gedroogd.

Naloop instellen

Met de min-toets wordt de tijd in stappen van 5 minuten verkort.

Pagina 17

NL

Bediening

Naloop tijd wijzigen

Naloop voortijdig uitschakelen

OPMERKING

Als de ventilatie minstens 15 minuten in gebruik was, vindt er een automatische naloop van 15 minuten in stand 1 plaats om het systeem te drogen.

Automatische naloop deactiveren

Automatische naloop activeren

4.25.3 Aanwijzingen m.b.t. de nalooptijd

Telkens na het koken zou een nalooptijd van de ventilatormotor van 10 - 20 minuten moeten worden ingesteld. Als de ventilator minstens 15 minuten heeft gewerkt, vindt er na het uitschakelen een automatische naloop van ca. 15 minuten op een lage stand plaats. Zo wordt een optimale werking en verwijdering van resterende kookdampen gewaarborgd.

Bij werking met recirculatiefi lter is het raadzaam om na het koken altijd een nalooptijd van 10 - 60 minuten in te stellen, om een optimale geurverwijdering te bereiken. Bij het opnieuw inschakelen van de ventilator kan het in zeldzame gevallen voorkomen, dat de in het filter achtergebleven geurmoleculen zich hechten aan waterdamp en weer even geroken kunnen worden. Deze restgeurtjes verdwijnen tijdens de verdere werking weer snel.

OPGELET

Bij recirculatie dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren.

4.25.4 Indicatie vetfilter reinigen

Na 10 bedrijfsuren verschijnt de indicatie voor ‘Filter Cleaning’. Het vetfilter moet gereinigd worden, anders bestaat er brandgevaar.

Om de ventilatie verder te kunnen gebruiken, kunt u de indicatie met de Min-toets bevestigen.

Als het vetfilter gereinigd is, kunt u de indicatie wissen door de Min-toets en de Aan/Uit-toets van de ventilator tegelijk min. 3 seconden lang in te drukken. De teller voor de indicatie begint weer bij 0 uur.

4.25.5 Indicatie koolstoffilter vervangen

Na 150 bedrijfsuren verschijnt de indicatie voor ‘Carbon Cleaning’. Het koolstoffilter moet worden vervangen.

Om de ventilatie verder te kunnen gebruiken, kunt u de indicatie met de Plus-toets bevestigen.

Als het koolstoffilter gereinigd is, kunt u de indicatie wissen door de Plus-toets en de Aan/Uit-toets van de ventilator tegelijk min. 3 seconden lang in te drukken. De teller voor de indicatie begint weer bij 0 uur.

4.25.6 Schakel de koolstoffi lter-bedrijfsurenteller uit tijdens de afvoerluchtmodus

Bij de afvoerluchtmodus kan de bedrijfsurenteller voor het koolstoffilter worden uitgeschakeld.

Hiervoor moet de regelaar eerst via de ‘Aan/Uit’-knop op de afzuiging worden ingeschakeld en mag er geen melding worden weergegeven.

Druk vervolgens gedurende 3 seconden tegelijkertijd op de en ‘Aan/Uit’-knop van de afzuiging .

In het display verschijnt (Carbon off ) en de bedrijfsurenteller voor het koolstoffilter is uitgeschakeld. Om de bedrijfsurenteller opnieuw in te schakelen, dient u deze handeling te herhalen.

(Carbon on) verschijnt op het display en de bedrijfsurenteller voor het koolstoffilter is weer ingeschakeld.

Pagina 18

Reiniging en onderhoud

5.1 Keramische glasplaat

Belangrijk! Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen zoals grove schuurmiddelen, krassende pannenreinigers, roest- en vlekkenverwijderaar enz.

Reiniging na gebruik

Wekelijks onderhoud

Sterk verontreinigingen en vlekken (kalkvlekken, parelmoerachtig glanzende vlekken) kunt u het best verwijderen als de inductie kookplaat nog lauwwarm is.

Gebruik hiervoor gebruikelijke reinigingsmiddelen. Ga daarbij te werk zoals onder punt 2 beschreven.

Overgekookte spijzen eerst met een natte doek inweken en vervolgens de vuilresten met een speciale glasschraper voor keramische glasplaten verwijderen. Daarna de kookplaat reinigen zoals onder punt 2 beschreven. Ingebrande suiker en gesmolten kunststof verwijdert u meteen – zolang ze nog heet zijn – met een glasschraper. Daarna de keramische glastegel reinigen zoals onder punt 2 beschreven.

Zandkorrels die mogelijk tijdens het aardappelen schillen of sla schoonmaken op de kookplaten vallen, kunnen bij het verschuiven van pannen krassen veroorzaken. Let er dus op dat er geen zandkorrels op het oppervlak blijven liggen.

Kleurveranderingen van de keramische glastegel hebben geen invloed op de werking en de stevigheid van de vitrokeramiek. Het gaat hierbij niet om een beschadiging van de kookplaat, maar om niet verwijderde en daarom ingebrande resten.

Glanzende plekken ontstaan door slijtage van de panbodem, in het bijzonder bij het gebruik van kookgerei met een aluminium bodem of door ongeschikte reinigingsmiddelen. Ze kunnen slechts moeizaam met gebruikelijke reinigingsmiddelen worden verwijderd. Eventueel de reiniging meermaals herhalen. Door het gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en door schurende panbodems wordt het design op het keramische glas in de loop van de tijd afgeschuurd en ontstaan er donkere vlekken.

Pagina 19

Reiniging en onderhoud

5.2 Afzuiging

Reiniging van de vetfilters

Reinig het vetfilter minimaal één keer per maand of bij te vette toestand en intensief gebruik in de vaatwasmachine of in een mild sopje.

Voor het uitnemen van het filter, dient men de kap van de afzuiging op te tillen. Hierdoor kunt u gemakkelijk het filter uitnemen voor de schoonmaak.

Glazen afdekplaat

OPMERKING

De glazen afdekplaat niet te hard neerleggen. Kans op glasbreuk.

Filters kunt u in de vaatwasmachine reinigen. Filters in de vaatwasmachine ondersteboven zetten. Gebruik a.u.b uitsluitend naspoelmiddel dat geschikt is voor RVS, om schade en verkleuringen aan de filters te voorkomen. Niet vlak naast glazen of licht porselein laten afwassen.

Gebruik de afzuiging niet zonder vetfilters!

Na de fi lterreiniging de filters droog weer in de afzuiging zetten. Belangrijk: de greepopening moet na het inzetten zichtbaar zijn. Neem liefst bij ieder fi ltervervanging de goed toegankelijke binnenzijde van de afzuiging behuizing af met een met afwasmiddel bevochtigd doekje en let hierbij vooral op uitstekende delen binnenin de afzuiging behuizing.

Reiniging en onderhoud van de afzuiging behuizing

Het geniet de voorkeur om de behuizing bij iedere fi lterreiniging te reinigen.

Na langdurige koken van water met geopend deksel kan zich condenswater onder het filter verzamelen. Dat is volkomen normaal. Het water zou echter verwijderd en de binnenzijde van de behuizing gereinigd moeten worden.

Het niet tijdig reinigen van het vetfilter en de behuizing kan leiden tot vervelende geurtjes in ruststand en bij opstarten van de afzuiging. Het is daarom raadzaam deze reiniging minimaal één keer per maand grondig te doen.

De behuizing kunt u het beste met een vochtig, zacht doekje en wat mild afwasmiddel reinigen.

Service

Het recirculatie filter moet toegankelijk blijven. Bij een actieve koolfilter om de 5 - 24 maanden de koolfi ltermatten vervangen. Dit is sterk afhankelijk van het kookgedrag van de gebruiker (intensiteit en regelmaat).

Afneembare bodem ventilator

De bodem van de behuizing kan worden uitgenomen om te worden gereinigd.

Hiervoor dient u de kookplaat en de ventilator uit te schakelen en de glazen afdekking en het filter uit te nemen.

De bodem met de ene hand van onderen vasthouden en met de andere hand de 4 vergrendelingen openen. Na het openen de bodem horizontaal houden en voorzichtig naar onderen toe weghalen.

Eventuele vloeistoffen weggieten en verontreinigingen grondig verwijderen. Toegankelijke binnenzijden van de behuizingen reinigen. Optioneel kan men de bodem in de vaatwasser laten reinigen.

Na de reiniging de bodem weer inzetten en met de 4 vergrendelingen bevestigen.

Pagina 20

Wat te doen bij problemen? NL

6 Wat te doen bij problemen?

Ongekwalifi ceerde ingrepen en reparaties aan het apparaat zijn gevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluiting bestaat. Om lichamelijk letsel en schade aan het toestel te voorkomen, moeten ze worden vermeden. Daarom mogen dergelijke werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd.

Denk eraan

Als er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerst aan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken niet zelf kunt verhelpen.

Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit?

Neem contact op met de klantenservice of een servicemonteur!

De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld?

Het symbool knippert en er is gedurende een bepaalde tijd een signaal te horen.

Er is een permanente activering van de slider touchcontrol door overgekookte levensmiddelen, kookgerei of andere voorwerpen.

Oplossing: het oppervlak schoonmaken of het voorwerp verwijderen. Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of de inductie kookplaat uit- en inschakelen.

De foutcode E2 wordt getoond?

De elektronica is te heet. De inbouwsituatie van de inductie kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten.

Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie.

De foutcode E8 wordt getoond?

Fout aan de ventilator rechts of links. De aanzuigopening is geblokkeerd of afgedekt, of de ventilator is defect. De montage van de kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten.

Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie.

De foutcode U400 wordt getoond?

De kookplaat is verkeerd aangesloten. De besturing wordt na 1s uitgeschakeld en er is een continu signaal te horen. De correcte netspanning aansluiten.

Er wordt een foutcode (ERxx of Ex) getoond?

Er is een technisch defect. A.u.b. contact opnemen met de service.

Het pansymbool verschijnt?

Er werd een kookzone ingeschakeld en de kookplaat verwacht dat er een geschikte pan wordt opgezet (panherkenning). Pas dan wordt er energie afgegeven.

Het pansymbool blijft verschijnen, hoewel er een pan werd opgezet?

De pan is niet geschikt voor inductie of heeft een te kleine diameter.

De gebruikte kookpannen maken geluid?

Dat heeft een technische oorzaak; er bestaat geen gevaar voor de inductiekookplaat of de pan.

De koelventilator blijft na het uitschakelen nog lopen?

Dat is normaal omdat de elektronica wordt afgekoeld.

De kookplaat maakt geluiden (klikgeluiden)?

Dat heeft een technische oorzaak en is niet te vermijden.

De kookplaat heeft barsten of breuken?

Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische glasplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het toestel onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.

Pagina 21

Montagehandleiding

7 Montagehandleiding 7.1 Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur

7.2 Ventilatie

Voor een betere ventilatie van de kookplaat wordt vooraan een luchtspleet van 5 mm aanbevolen.

7.3 Montage

Belangrijke opmerkingen

Kookplaatafdichting

Vóór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaatafdichting zonder onderbreking worden ingelegd.

Anders is het later niet meer mogelijk de kookplaat weer te verwijderen zonder ze te vernielen.

Uitsparing in het werkblad

De uitsparing in het werkblad moet zo nauwkeurig mogelijk met een goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitgezaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeld zodat er geen vocht kan binnendringen.

De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens de afbeeldingen uitgezaagd. De inductie kookplaat moet absoluut horizontaal en op gelijke hoogte met het werkblad liggen. Eventuele spanningen kunnen de glazen plaat doen breken. Controleren of de pakking van de inductie kookplaat correct zit en volledig afsluit.

21

Pagina 22

NL

Montagehandleiding

7.4 Variabele montagemogelijkheden: Opliggende montage

Afmetingen in mm

LET OP

Als de inductie kookplaat scheef zit of spant, bestaat er verhoogd breukgevaar bij de montage!

Vlak inbouw

Afdichttape in de hoek van de steunrand van het aanrecht aanbrengen, zodat geen siliconenlijm onder de kookplaat kan terechtkomen.

De kookplaat zonder lijm in de uitsparing van het werkblad leggen en uitlijnen. Eventueel hoogtecompensatieplaten eronder leggen. De spleet tussen kookplaat en aanrechtblad met siliconenlijm voegen.

Belangrijk

Siliconenlijm mag op geen enkele plaats onder het oplegvlak terechtkomen. Het uitnemen op een later tijdstip wordt daardoor onmogelijk. Bij negeren komt de garantie te vervallen.

7.5 Buitenafmetingen kookplaat

Pagina's 23–25: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 26

Montagehandleiding

7.6 Montage afzuigingssysteem

OPMERKING

Bij recirculatie dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren.

Pagina 27

Technische gegevens

WAARSCHUWING VOOR

ELEKTRISCHE ENERGIE!

ER BESTAAT LEVENSGEVAAR!

In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht.

Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektromonteur worden verwijderd.

Geschikte scheidingsinstallaties zijn LS-schakelaars, zekeringen en contactoren. Bij aansluiting en reparatie het toestel met een van deze installaties stroomloos maken.

Inductie kookplaat aansluitwaarden

380-415 2N 50/60Hz and 220-240 2N 50/60Hz

7400W

Nominale componentenspanning: 220-240V

Afzuiging motor aansluitwaarden

220-240V 50/60Hz

168W

Inductie aansluiting

7.8 Inbedrijfstelling

Na het inbouwen van de kookplaat en na het inschakelen van de voedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftest van de besturing plaats en verschijnt er een service-informatie voor de klantenservice.

Belangrijk: bij de aansluiting op het net mogen er geen voorwerpen op de slider touch-control liggen!

8 Technische gegevens

Afmetingen kookplaat
hoogte/ breedte/ diepte mm150 x 870 x 522
Kookzones
alle ......................cm / kW19x22/ 2,1 (3,7)*
Kookplaat .................. kW7,4
Ventilator ................... kW0,168

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)

* Vermogen bij ingeschakelde powerstand

Pagina 28: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 29

Buitenbedrijfstelling, afvoer

11 Buitenbedrijfstelling, afvoer 11.1 Buitenbedrijfstelling

Als het apparaat ooit is uitgediend, vindt de buitenbedrijfstelling plaats.

11.2 Verwijderen van de verpakking

Verwijder de transportverpakking op een zo milieubewust mogelijke manier. De recyclage van het verpakkingsmateriaal bespaart grondstoffen en vermindert de afvalberg.

11.3 Verwijderen van oude apparaten

Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled.

Door dit product correct te verwijderen, draagt u bij aan de bescherming van het milieu en de volksgezondheid. Het milieu en de volksgezondheid worden in gevaar gebracht door het product verkeerd te verwijderen. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, kunt u het beste contact opnemen met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht.

← pagina's 2–8Inhoud