naslaan.comZoekenAlle merken

ATAG HIDD8472LV, tekst van de handleiding

Kookplaat · ATAG · 24 pagina's in het Nederlands · pdf: 116 pagina's, 5,1 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: service.atag.nl

Storingen op pagina 20

Pagina 20

Vanaf de titel; het begin van pagina 20 staat in de pdf.

6 Wat te doen bij problemen?

Ongekwalifi ceerde ingrepen en reparaties aan het apparaat zijn gevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluiting bestaat. Om lichamelijk letsel en schade aan het toestel te voorkomen, moeten ze worden vermeden. Daarom mogen dergelijke werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd.

Denk eraan

Als er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerst aan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken niet zelf kunt verhelpen.

Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit?

Neem contact op met de klantenservice of een servicemonteur!

De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld?

  • Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gereageerd?
  • Is het netsnoer aangesloten?
  • Is de kinderbeveiliging ingeschakeld, d.w.z. wordt er een L aangetoond?
  • Zijn de sensoren gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistof of een metalen voorwerp bedekt? A.u.b. verwijderen.
  • Wordt verkeerd kookgerei gebruikt? Zie hoofdstuk „Servies voor inductiekookplaat”.

Het symbool knippert en er is gedurende een bepaalde tijd een signaal te horen.

Er is een permanente activering van de slider touchcontrol door overgekookte levensmiddelen, kookgerei of andere voorwerpen.

Oplossing: het oppervlak schoonmaken of het voorwerp verwijderen. Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of de inductie kookplaat uit- en inschakelen.

De foutcode E2 wordt getoond?

De elektronica is te heet. De inbouwsituatie van de inductie kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten.

Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie.

De foutcode E8 wordt getoond?

Fout aan de ventilator rechts of links. De aanzuigopening is geblokkeerd of afgedekt, of de ventilator is defect. De montage van de kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten.

Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie.

De foutcode U400 wordt getoond?

De kookplaat is verkeerd aangesloten. De besturing wordt na 1s uitgeschakeld en er is een continu signaal te horen. De correcte netspanning aansluiten.

Er wordt een foutcode (ERxx of Ex) getoond?

Er is een technisch defect. A.u.b. contact opnemen met de service.

Het pansymbool verschijnt?

Er werd een kookzone ingeschakeld en de kookplaat verwacht dat er een geschikte pan wordt opgezet (panherkenning). Pas dan wordt er energie afgegeven.

Het pansymbool blijft verschijnen, hoewel er een pan werd opgezet?

De pan is niet geschikt voor inductie of heeft een te kleine diameter.

De gebruikte kookpannen maken geluid?

Dat heeft een technische oorzaak; er bestaat geen gevaar voor de inductiekookplaat of de pan.

De koelventilator blijft na het uitschakelen nog lopen?

Dat is normaal omdat de elektronica wordt afgekoeld.

De kookplaat maakt geluiden (klikgeluiden)?

Dat heeft een technische oorzaak en is niet te vermijden.

De kookplaat heeft barsten of breuken?

Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische glasplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het toestel onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.

Pagina 21

Montagehandleiding

7 Montagehandleiding 7.1 Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur

7.2 Ventilatie

Voor een betere ventilatie van de kookplaat wordt vooraan een luchtspleet van 5 mm aanbevolen.

7.3 Montage

Belangrijke opmerkingen

Kookplaatafdichting

Vóór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaatafdichting zonder onderbreking worden ingelegd.

Anders is het later niet meer mogelijk de kookplaat weer te verwijderen zonder ze te vernielen.

Uitsparing in het werkblad

De uitsparing in het werkblad moet zo nauwkeurig mogelijk met een goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitgezaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeld zodat er geen vocht kan binnendringen.

De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens de afbeeldingen uitgezaagd. De inductie kookplaat moet absoluut horizontaal en op gelijke hoogte met het werkblad liggen. Eventuele spanningen kunnen de glazen plaat doen breken. Controleren of de pakking van de inductie kookplaat correct zit en volledig afsluit.

21

Pagina 22

NL

Montagehandleiding

7.4 Variabele montagemogelijkheden: Opliggende montage

Afmetingen in mm

LET OP

Als de inductie kookplaat scheef zit of spant, bestaat er verhoogd breukgevaar bij de montage!

Vlak inbouw

Afdichttape in de hoek van de steunrand van het aanrecht aanbrengen, zodat geen siliconenlijm onder de kookplaat kan terechtkomen.

De kookplaat zonder lijm in de uitsparing van het werkblad leggen en uitlijnen. Eventueel hoogtecompensatieplaten eronder leggen. De spleet tussen kookplaat en aanrechtblad met siliconenlijm voegen.

Belangrijk

Siliconenlijm mag op geen enkele plaats onder het oplegvlak terechtkomen. Het uitnemen op een later tijdstip wordt daardoor onmogelijk. Bij negeren komt de garantie te vervallen.

7.5 Buitenafmetingen kookplaat

Pagina's 23–25: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 26

Montagehandleiding

7.6 Montage afzuigingssysteem

OPMERKING

Bij recirculatie dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren.

Pagina 27

Technische gegevens

WAARSCHUWING VOOR

ELEKTRISCHE ENERGIE!

ER BESTAAT LEVENSGEVAAR!

In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht.

Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektromonteur worden verwijderd.

Geschikte scheidingsinstallaties zijn LS-schakelaars, zekeringen en contactoren. Bij aansluiting en reparatie het toestel met een van deze installaties stroomloos maken.

Inductie kookplaat aansluitwaarden

380-415 2N 50/60Hz and 220-240 2N 50/60Hz

7400W

Nominale componentenspanning: 220-240V

Afzuiging motor aansluitwaarden

220-240V 50/60Hz

168W

Inductie aansluiting

7.8 Inbedrijfstelling

Na het inbouwen van de kookplaat en na het inschakelen van de voedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftest van de besturing plaats en verschijnt er een service-informatie voor de klantenservice.

Belangrijk: bij de aansluiting op het net mogen er geen voorwerpen op de slider touch-control liggen!

8 Technische gegevens

Afmetingen kookplaat
hoogte/ breedte/ diepte mm150 x 870 x 522
Kookzones
alle ......................cm / kW19x22/ 2,1 (3,7)*
Kookplaat .................. kW7,4
Ventilator ................... kW0,168

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)

* Vermogen bij ingeschakelde powerstand

Pagina 28: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 29

Buitenbedrijfstelling, afvoer

11 Buitenbedrijfstelling, afvoer 11.1 Buitenbedrijfstelling

Als het apparaat ooit is uitgediend, vindt de buitenbedrijfstelling plaats.

11.2 Verwijderen van de verpakking

Verwijder de transportverpakking op een zo milieubewust mogelijke manier. De recyclage van het verpakkingsmateriaal bespaart grondstoffen en vermindert de afvalberg.

11.3 Verwijderen van oude apparaten

Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled.

Door dit product correct te verwijderen, draagt u bij aan de bescherming van het milieu en de volksgezondheid. Het milieu en de volksgezondheid worden in gevaar gebracht door het product verkeerd te verwijderen. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, kunt u het beste contact opnemen met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht.

Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 2

Algemene opmerkingen

Inhoud

1 Algemene opmerkingen ........................................... 2

1.1 Hier vindt u... ........................................................ 2 1.2 Reglementair gebruik ........................................... 2

2 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen ....... 3

2.1 Voor aansluiting en werking ................................. 3 2.2 Voor de kookplaat in het algemeen ...................... 3 2.3 Voor personen ...................................................... 4 2.4 Symbool- en instructieverklaring .......................... 5

3 Beschrijving van het toestel .................................... 6

3.1 Bediening met sensortoetsen ............................... 7 3.2 Wat u moet weten over de slider (sensorveld) ..... 7

4 Bediening .................................................................. 8

4.1 Het inductiekookveld ............................................ 8 4.2 Panherkenning .................................................... 8 4.3 Gebruiksduurbeperking ........................................ 8 4.4 Andere functies ..................................................... 8 4.5 Oververhittingsbeveiliging (inductie) .................... 8 4.6 Servies voor inductiekookplaat ............................. 9 4.7 Tips om energie te besparen ................................ 9 4.8 Kookstanden ........................................................ 9 4.9 Restwarmteweergave .......................................... 9 4.10 Bediening van de toetsen ................................. 10 4.11 De inductie kookplaat en kookzone inschakelen ................................. 10 4.12 Kookzone uitschakelen .................................... 10 4.13 Kookplaat uitschakelen .................................... 10 4.14 Pauze-functie ...................................................11 4.15 Recall-functie ....................................................11 4.16 Kinderbeveiliging ............................................. 12 4.17 Bridge functie .................................................. 12 4.18 Automatische uitschakeling (timer) ................... 13 4.19 Kookwekker (eierwekker) ................................. 13 4.20 Automatisch aankoken .................................... 14 4.21 Warmhoudfunctie ............................................. 14 4.22 Vergrendeling .................................................. 15 4.23 Powerstand ..................................................... 15 4.24 Powermanagement .......................................... 15 4.25 Afzuiging gebruiken .......................................... 16 4.25.1 Ventilator in- en uitschakelen ........................ 16 4.25.2 Instelbare naloop van de afzuiging ................ 16 4.25.3 Aanwijzingen m.b.t. de nalooptijd ................. 17 4.25.4 Indicatie vetfilter reinigen .................................... 17 4.25.5 Indicatie koolstoffilter vervangen ...................... 17 4.25.6 Schakel de koolstoffi lter-bedrijfsurenteller uit tijdens de afvoerluchtmodus .................... 17

5 Reiniging en onderhoud ........................................ 18

5.1 Keramische glasplaat ......................................... 18 5.2 Afzuiging ............................................................. 19

6 Wat te doen bij problemen? .................................. 20

7 Montagehandleiding ............................................... 21

7.1 Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur .................................. 21 7.2 Ventilatie ............................................................. 21 7.3 Montage ............................................................. 21 7.4 Variabele montagemogelijkheden:

Opliggende montage ......................................... 22 7.5 Buitenafmetingen kookplaat ............................... 22 7.6 Montage afzuigingssysteem ............................... 26 7.7 Elektrische aansluiting ........................................ 27 7.8 Inbedrijfstelling ................................................... 27

8 Technische gegevens ............................................ 27

9 Informatieblad effi ciëntiemeting ........................... 28

10 ECO data informatie ............................................. 28

11 Buitenbedrijfstelling, afvoer ................................ 29

11.1 Buitenbedrijfstelling........................................... 29 11.2 Verwijderen van de verpakking ......................... 29 11.3 Verwijderen van oude apparaten ...................... 29

1 Algemene opmerkingen 1.1 Hier vindt u...

Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer u uw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijnen voor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onderhoud van het toestel, zodat u er lang plezier aan beleeft.

Als er een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofdstuk „Wat te doen bij problemen?”. Kleinere storingen kunt u vaak zelf verhelpen en u vermijdt op die manier onnodige servicekosten.

Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiks- en montagehandleiding ter informatie en veiligheid aan een nieuwe eigenaar door.

1.2 Reglementair gebruik

De kookplaat is alleen voor de bereiding van levensmiddelen in het huishouden en in gelijkaardige omgevingen bedoeld. Gelijkaardige omgevingen zijn:

Pagina 3

Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen

2 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen 2.1 Voor aansluiting en werking

2.2 Voor de kookplaat in het algemeen

Het toestel onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.

Suiker onmiddellijk met een speciale glasschraper volledig van de keramische glasplaat verwijderen zolang deze nog warm is, om beschadigingen te vermijden.

Voor niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. gouden of zilveren ringen) geldt dit niet.

3

Pagina 4

Algemene opmerkingen NL

Kinderen mogen niet met het toestel spelen.

De reiniging en het onderhoud door de

Pagina 5

Algemene opmerkingen

2.4 Symbool- en instructieverklaring

Het apparaat wordt volgens de huidige stand van de techniek geproduceerd. Desondanks kunnen machines risico's opleveren, die constructief niet te vermijden zijn. Om voldoende veiligheid voor de bediener te waarborgen, worden extra veiligheidsinstructies gegeven in de vorm van de hiervolgend beschreven tekstmarkeringen.

Alleen als deze in acht worden genomen, is er voldoende veiligheid tijdens de werking gewaarborgd.

De gemarkeerde tekstpassages hebben verschillende betekenissen:

GEVAAR

Opmerking die op een direct dreigend gevaar wijst, waarvan de mogelijke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zijn.

OPGELET

Opmerking die op een mogelijk gevaarlijke situatie wijst, waarvan de mogelijke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zijn.

LET OP

Opmerking die op een gevaarlijke situatie wijst, waarvan de mogelijke gevolgen lichte verwondingen of beschadiging van het apparaat zijn.

OPMERKING

Het in acht nemen van opmerkingen vergemakkelijkt de omgang met het apparaat.

Bovendien worden op sommige plekken de volgende gevaarsymbolen gebruikt:

WAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE ENERGIE!

ER BESTAAT LEVENSGEVAAR!

In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht. Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektromonteur worden verwijderd.

OPGELET! HETE OPPERVLAKKEN!

Dit symbool is aangebracht op oppervlakken die heet worden. Er bestaat gevaar voor ernstig brandletsel of verbrandingen.

De oppervlakken kunnen ook na het uitschakelen van het apparaat heet zijn.

GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN VOOR DE OMGANG MET ELEKTROSTATISCH GEVOELIGE COMPONENTEN EN MODULES (ESD) IN ACHT NEMEN!.

Achter afdekkingen die met het hiernaast staande symbool gekenmerkt zijn, bevinden zich elektrostatisch gevoelige componenten en modules. Aanraken van stekkeraansluitingen, geleiders en componentenpins moet absoluut worden vermeden. Alleen vakpersoneel met elektronicakennis en -ervaring is bevoegd om hierin wijzigingen aan te brengen!

Pagina 6

NL

Beschrijving van het toestel

3 Beschrijving van het toestel

Sensorveld voor de kookzone voor

Het design kan van de afbeeldingen afwijken.

Sensorveld voor de kookzone achter

Pagina 7

Beschrijving van het toestel

3.1 Bediening met sensortoetsen

De bediening van de inductie kookplaat gebeurt met slider touch-control toetsen. De sensortoetsen functioneren als volgt: met de vingertop kort een symbool op het keramische oppervlak aanraken. Elke correcte bediening wordt door een signaaltoon bevestigd.

In de rest van de tekst wordt voor de Slider touch-control toetsen het woord 'toets' gebruikt.

Aan/Uit-toets (7)

Met deze toets wordt het toestel in de operationele modus geschakeld. De toets is bij wijze van spreken de hoofdschakelaar.

Kookstandweergave (9)

De kookstandweergave toont de gekozen kookstand, of: ..................Restwarmte

..................Powerstand

..................Panherkenning

..................Automatisch aankoken ..................Pauze-functie ...................Warmhoudfunctie

...................Kinderbeveiliging

Symbolen

.........Warmhoudstanden 42°C/70°C/94°C ..................Timerfunctie, automatische uitschakeling ..................Kookwekker .................Bridge functie

Vergrendeltoets (10)

Met de vergrendeltoets kunnen de toetsen worden geblokkeerd.

Autoprogramma-toets (11)

Om warm te houden en te sudderen.

Powerstand in het sensorveld

De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekookzones ter beschikking.

Pauze-toets (13)

Het koken kan met de STOP-toets even worden onderbroken.

Recall-functie (Herstelfunctie) (13)

Na het per ongeluk uitschakelen van de kookplaat kan de laatste instelling weer worden hernomen.

Weergave ventilator

................ Vetfilter reinigen

................ Koolstoffilter vervangen / regenereren

............... Automatische naloop gedeactiveerd

............... Automatische naloop geactiveerd

Ventilatorsymbolen

................ Afzuiging ingeschakeld ................ Afzuiging in naloopstand

3.2 Wat u moet weten over de slider (sensorveld)

De slider functioneert in principe zoals de sensortoetsen, met het verschil dat u de vinger op het keramische oppervlak plaatst en dan kunt verschuiven. Het sensorveld herkent deze beweging en verhoogt of verlaagt de aangetoonde waarde (kookstand) volgens de beweging.

Het begrip „slider” [Engels „slide”: schuiven, laten glijden] is in deze handleiding identiek met de term sensorveld.

Sensorveld

Waarop moet u bij de bediening letten?

De vinger mag niet te vlak op de keramische plaat worden gezet om te verhinderen dat naburige toetsen/ sensorvelden per ongeluk reageren.

fout goed

Sensorveld aantikken of de vinger verschuiven

Het sensorveld kan met de vinger worden aangetikt; dan verandert de aangetoonde waarde (kookstand) stapsgewijs.

Als de vinger op het sensorveld wordt geplaatst en dan naar links of naar rechts wordt verschoven, verandert de aangetoonde waarde continu.

Hoe sneller de beweging, hoe sneller de aanwijzing verandert.

aantikken schuiven

Pagina 8

Bediening

4 Bediening 4.1 Het inductiekookveld

De kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductiespoel onder de keramische glasplaat wekt een elektromagnetisch wisselveld op, dat de vitrokeramiek doordringt en in de bodem van de pan een warmtevormende stroom induceert.

Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer door een verwarmingselement via de pan op de te koken gerechten overgedragen; de nodige warmte wordt m.b.v. inductiestromen direct in de pan gevormd.

Voordelen van het inductiekookveld

4.2 Panherkenning

Als er geen of een te kleine pan op de kookzone staat als de kookzone is ingeschakeld, dan wordt deze niet van energie voorzien. Een knipperende in de kookstandweergave maakt daarop attent.

Als er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, wordt de ingestelde stand ingeschakeld en de kookstandweergave brandt. De energietoevoer wordt onderbroken als de pan wordt verwijderd, in de kookstandweergave verschijnt een knipperende . Indien kleinere pannen worden opgezet, waarbij de panherkenning toch in werking treedt, wordt slechts zoveel energie toegevoerd als nodig is.

Panherkenningsgrenzen

Kookzonediameter (mm)Aanbevolen minimumdiameterpanbodem (mm)
220 x 190115

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)

De bodem van de pan mag niet kleiner dan een bepaalde minimumdiameter zijn, omdat de inductie anders niet wordt ingeschakeld. Plaats de pan altijd in het midden van de kookzone om een optimaal rendement te verkrijgen.

OPMERKING

Belangrijk: naargelang van de kwaliteit van de pan kan de vereiste minimumdiameter voor het reageren van de panherkenning afwijken!

4.3 Gebruiksduurbeperking

De inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeperking.

De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhankelijk van de gekozen kookstand (zie tabel). De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellingen van de kookzone niet worden veranderd. Als de gebruiksduurbeperking heeft gereageerd, wordt de kookzone uitgeschakeld; er is een kort signaal te horen en in de aanwijzing verschijnt een H.

De automatische uitschakeling heeft voorrang op de bedrijfsduurbeperking, d.w.z. de kookzone wordt pas uitgeschakeld als de tijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (bijv. automatische uitschakeling met 99 minuten en kookstand 9 is mogelijk).

Gebruiksduurbeperking

Ingestelde kookstandGebruiksduurbeperking in minuten
1 2 3 4 5 6 7 8 9 P120 520 402 318 260 212 170 139 113 90 10

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)

4.4 Andere functies

Als één of meer sensortoetsen langer of tegelijk worden ingedrukt (bijv. door een per ongeluk op de sensortoetsen geplaatste pan), wordt er niet geschakeld.

Het symbool knippert en er is gedurende een zekere tijd een signaal te horen. Na een paar seconden wordt er uitgeschakeld. A.u.b. het voorwerp van de sensortoetsen halen.

Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of de kookplaat uit- en inschakelen.

4.5 Oververhittingsbeveiliging (inductie)

Als de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebruikt, kan bij een hoge kamertemperatuur de elektronica niet meer voldoende worden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektronica optreden, wordt evt. het vermogen van de kookzone automatisch gereduceerd. Als bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamertemperatuur regelmatig E2 verschijnt, is de koeling waarschijnlijk onvoldoende.

Ontbrekende koelopeningen in het meubel kunnen de oorzaak zijn. Eventueel moet de inbouw worden gecontroleerd (zie hoofdstuk 'Ventilatie').

Verder lezen op pagina 9Inhoud

Meer handleidingen: ATAG kookplaat