ATAG HIDD8472LV, tekst van de handleiding
Kookplaat · ATAG · 24 pagina's in het Nederlands · pdf: 116 pagina's, 5,1 MB
Storingen op pagina 20
Pagina 20
Vanaf de titel; het begin van pagina 20 staat in de pdf.
6 Wat te doen bij problemen?
Ongekwalifi ceerde ingrepen en reparaties aan het apparaat zijn gevaarlijk omdat er gevaar voor stroomstoten en kortsluiting bestaat. Om lichamelijk letsel en schade aan het toestel te voorkomen, moeten ze worden vermeden. Daarom mogen dergelijke werkzaamheden alleen door een elektrotechnicus, bijv. van de technische klantenservice, worden uitgevoerd.
Denk eraan
Als er aan uw apparaat storingen optreden, controleer dan eerst aan de hand van deze gebruiksaanwijzing of u de oorzaken niet zelf kunt verhelpen.
Hierna vindt u tips voor het verhelpen van storingen. De zekeringen vallen meermaals uit?
Neem contact op met de klantenservice of een servicemonteur!
De inductiekookplaat kan niet worden ingeschakeld?
- Heeft de zekering van de huisinstallatie (zekeringenkast) gereageerd?
- Is het netsnoer aangesloten?
- Is de kinderbeveiliging ingeschakeld, d.w.z. wordt er een L aangetoond?
- Zijn de sensoren gedeeltelijk door een vochtige doek, vloeistof of een metalen voorwerp bedekt? A.u.b. verwijderen.
- Wordt verkeerd kookgerei gebruikt? Zie hoofdstuk „Servies voor inductiekookplaat”.
Het symbool knippert en er is gedurende een bepaalde tijd een signaal te horen.
Er is een permanente activering van de slider touchcontrol door overgekookte levensmiddelen, kookgerei of andere voorwerpen.
Oplossing: het oppervlak schoonmaken of het voorwerp verwijderen. Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of de inductie kookplaat uit- en inschakelen.
De foutcode E2 wordt getoond?
De elektronica is te heet. De inbouwsituatie van de inductie kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten.
Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie.
De foutcode E8 wordt getoond?
Fout aan de ventilator rechts of links. De aanzuigopening is geblokkeerd of afgedekt, of de ventilator is defect. De montage van de kookplaat controleren, in het bijzonder op voldoende ventilatie letten.
Zie hoofdstuk Oververhittingsbeveiliging. Zie hoofdstuk Ventilatie.
De foutcode U400 wordt getoond?
De kookplaat is verkeerd aangesloten. De besturing wordt na 1s uitgeschakeld en er is een continu signaal te horen. De correcte netspanning aansluiten.
Er wordt een foutcode (ERxx of Ex) getoond?
Er is een technisch defect. A.u.b. contact opnemen met de service.
Het pansymbool verschijnt?
Er werd een kookzone ingeschakeld en de kookplaat verwacht dat er een geschikte pan wordt opgezet (panherkenning). Pas dan wordt er energie afgegeven.
Het pansymbool blijft verschijnen, hoewel er een pan werd opgezet?
De pan is niet geschikt voor inductie of heeft een te kleine diameter.
De gebruikte kookpannen maken geluid?
Dat heeft een technische oorzaak; er bestaat geen gevaar voor de inductiekookplaat of de pan.
De koelventilator blijft na het uitschakelen nog lopen?
Dat is normaal omdat de elektronica wordt afgekoeld.
De kookplaat maakt geluiden (klikgeluiden)?
Dat heeft een technische oorzaak en is niet te vermijden.
De kookplaat heeft barsten of breuken?
Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische glasplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken. Het toestel onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.
Pagina 21
Montagehandleiding
7 Montagehandleiding 7.1 Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur
- Het fi neer, de lijm of de kunststofbekleding van de aangrenzende meubels moeten temperatuurbestendig zijn (min. 75°C). Als het fi neer en de bekleding onvoldoende temperatuurbestendig zijn, kunnen ze vervormen.
- Bij het ingebouwde toestel mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan.
- Het gebruik van muurstrips van massief hout op het werkblad achter de kookplaat is toegelaten voor zover de minimumafstanden volgens de inbouwtekeningen worden gerespecteerd.
- De minimumafstanden aan de achterkant van de kookplaatuitsparingen moeten volgens de inbouwtekening worden gerespecteerd.
- Bij het inbouwen naast een hoge kast is een veiligheidsafstand van minstens 50 mm vereist. De zijkant van de hoge kast moet met warmtebestendig materiaal worden bekleed. Om goed te kunnen werken dient de afstand echter ten minste 300 mm te bedragen.
- Het verpakkingsmateriaal (plastic folie, piepschuim, spijkers, enz.) moet uit de buurt van kinderen worden gehouden omdat deze delen mogelijke risicobronnen vormen. Kleine onderdelen kunnen worden ingeslikt en bij folie bestaat er verstikkingsgevaar.
7.2 Ventilatie
- De inductiekookplaat is voorzien van een ventilator die automatisch aan- en uitgaat. Als de temperatuurwaarden van de elektronica een bepaalde drempel overschrijden, start de ventilator met lage snelheid. Wordt de inductiekookplaat intensief gebruikt, dan schakelt de ventilator over naar een hogere snelheid. Als de elektronica voldoende is afgekoeld, reduceert de ventilator zijn snelheid en schakelt automatisch uit.
- De afstand tussen de inductiekookplaat en de keukenmeubels of de ingebouwde apparaten moet groot genoeg zijn, zodat de inductie voldoende geventileerd wordt.
- Als het vermogen van een kookzone regelmatig vanzelf gereduceerd of uitgeschakeld wordt (zie hoofdstuk 'Oververhittingsbeveiliging'), is de koeling waarschijnlijk onvoldoende. In dat geval is het aanbevolen de achterwand van de onderkast ter hoogte van de uitsparing in het werkblad te openen en de voorste dwarslijst van het meubel over de gehele breedte van de kookplaat te verwijderen, zodat een betere luchtcirculatie mogelijk is.
Voor een betere ventilatie van de kookplaat wordt vooraan een luchtspleet van 5 mm aanbevolen.
7.3 Montage
Belangrijke opmerkingen
- Eventuele dwarslijsten onder het werkblad moeten tenminste ter hoogte van de uitsparing in het werkblad worden verwijderd.
Kookplaatafdichting
Vóór het inbouwen moet de meegeleverde kookplaatafdichting zonder onderbreking worden ingelegd.
- U moet verhinderen dat er tussen de rand van de kookplaat en het werkblad of tussen het werkblad en de muur vloeistoffen in de daaronder ingebouwde elektrische apparaten kunnen indringen.
- Bij inbouw van de kookplaat in een oneffen werkblad, bijv. met een keramisch of vergelijkbaar oppervlak (tegels enz.) moet de pakking, die zich evt. aan de kookplaat bevindt, worden verwijderd. In de plaats daarvan moet de verbinding tussen kookplaat en werkblad met plastische afdichtmaterialen (kit) worden afgedicht.
- De kookplaat in geen geval met silicone vastkleven!
Anders is het later niet meer mogelijk de kookplaat weer te verwijderen zonder ze te vernielen.
Uitsparing in het werkblad
De uitsparing in het werkblad moet zo nauwkeurig mogelijk met een goed, recht zaagblad of een bovenfrees worden uitgezaagd. De snijvlakken dienen daarna te worden verzegeld zodat er geen vocht kan binnendringen.
De uitsparing voor de kookplaat wordt volgens de afbeeldingen uitgezaagd. De inductie kookplaat moet absoluut horizontaal en op gelijke hoogte met het werkblad liggen. Eventuele spanningen kunnen de glazen plaat doen breken. Controleren of de pakking van de inductie kookplaat correct zit en volledig afsluit.
21
Pagina 22
NL
Montagehandleiding
7.4 Variabele montagemogelijkheden: Opliggende montage
Afmetingen in mm
LET OP
Als de inductie kookplaat scheef zit of spant, bestaat er verhoogd breukgevaar bij de montage!
Vlak inbouw
Afdichttape in de hoek van de steunrand van het aanrecht aanbrengen, zodat geen siliconenlijm onder de kookplaat kan terechtkomen.
De kookplaat zonder lijm in de uitsparing van het werkblad leggen en uitlijnen. Eventueel hoogtecompensatieplaten eronder leggen. De spleet tussen kookplaat en aanrechtblad met siliconenlijm voegen.
Belangrijk
Siliconenlijm mag op geen enkele plaats onder het oplegvlak terechtkomen. Het uitnemen op een later tijdstip wordt daardoor onmogelijk. Bij negeren komt de garantie te vervallen.
7.5 Buitenafmetingen kookplaat
Pagina's 23–25: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 26
Montagehandleiding
7.6 Montage afzuigingssysteem
- Het product mag alleen door een erkende vakman met inachtneming van de plaatselijk geldende voorschriften worden aangesloten; hetzelfde geldt voor de afzuigingsaansluitingen. De installateur is verantwoordelijk voor de storingsvrije werking op de montageplek!
- Let bij de inbouw op de geldende bouwvoorschriften van de desbetreffende landen en de energiebedrijven.
- De kookplaatventilator kan als afvoerlucht- en als circulatieluchtapparaat worden ingezet.
- De afzuiglucht in een voor dat doel aangebrachte ventilatieschacht of door de huismuur naar buiten leiden.
- De afzuiglucht mag niet via een in gebruik zijnde rook- of gasafvoerschouw worden afgevoerd. Vraag in geval van twijfel advies bij een erkend schoorsteenveger.
- Als in de buurt van de kookplaatventilator een haardafhankelijk vuur (hout-, kool-, olie- of gasvuur) aanwezig is, moet er voor voldoende, vers aangevoerde lucht worden gezorgd. Anders bestaat er gevaar voor vergiftiging. Een veilige werking van de kookplaatventilator is gewaarborgd als de door de kookplaatventilator veroorzaakte onderdruk de 0,04 mbar (4 Pa) niet overschrijdt en er voldoende verse lucht de ruimte in kan stromen.
- Afvoerluchtleidingen moeten voldoen aan brandklasse B 1 DIN 4102.
- Zorg ervoor dat er geen kleinere maat aansluitmof wordt gekozen dan de minimale, nominale wijdte.
- Het is van belang dat er altijd gebruik wordt gemaakt van het voor de luchtgeleiding aanbevolen en met de kookplaatafzuiging compatibele systeem.
- De nominale wijdte van de circulatieluchtbuizen mag niet kleiner zijn dan 150 mm.
- Afvoerluchtleidingen zouden zo kort mogelijk moeten zijn, niet in een hoek van 90 graden maar in wijde bochten doorgetrokken moeten worden en geen diameterreducties mogen hebben.
- Buisdiameters nooit kleiner dan 150 mm kiezen.
- Advies is om tussen twee hoeken/bochten altijd een recht stuk van ca. 50 cm plaatsen.
- De diameters van roosters en de uitsparing in de plint zouden minimaal overeen moeten komen met de diameter van de afvoerluchtleiding. Er dient een uitstroomopening van minstens 500 cm² aanwezig te zijn. De plintlijsthoogte inkorten of passende openingen aanbrengen.
- Zorg er tijdens de installatie voor dat de circulatieluchteenheid ook na het afmonteren van de keuken toegankelijk blijft.
- Eventueel moeten plintpoten van de keukenkastjes worden verplaatst. Dit is afhankelijk van het keukensysteem. Raadpleeg hierbij uw keukenverkoper bij eventuele vragen.
OPMERKING
Bij recirculatie dient voortdurend voldoende geventileerd te worden om de luchtvochtigheid af te voeren.
Pagina 27
Technische gegevens
- 7.7 Elektrische aansluiting
WAARSCHUWING VOOR
ELEKTRISCHE ENERGIE!
ER BESTAAT LEVENSGEVAAR!
In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht.
Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektromonteur worden verwijderd.
- De elektrische aansluiting mag uitsluitend door een erkend vakman worden uitgevoerd!
- De wettelijke voorschriften en aansluitvoorwaarden van de plaatselijke elektriciteitsmaatschappij moeten strikt worden nageleefd.
- Bij het aansluiten van het apparaat moet een installatie worden voorzien die het mogelijk maakt het apparaat met een contactopeningswijdte van ten minste 3 mm met alle polen van het net te scheiden.
Geschikte scheidingsinstallaties zijn LS-schakelaars, zekeringen en contactoren. Bij aansluiting en reparatie het toestel met een van deze installaties stroomloos maken.
- De aardleider moet zo lang zijn dat hij bij het begeven van de trekontlasting pas na de stroomvoerende aders van de aansluitkabel met trekkracht wordt belast.
- De overtollige kabellengte moet uit de inbouwzone onder het toestel worden getrokken.
- U moet er ook op letten dat de netspanning met de op het typeplaatje aangegeven netspanning overeenstemt.
- Bij het ingebouwde toestel mag geen contact mogelijk zijn met onderdelen die bij het gebruik onder spanning staan.
- Let op: Door een verkeerde aansluiting kan de vermogenselektronica worden beschadigd / vernield.
Inductie kookplaat aansluitwaarden
380-415 2N 50/60Hz and 220-240 2N 50/60Hz
7400W
Nominale componentenspanning: 220-240V
Afzuiging motor aansluitwaarden
220-240V 50/60Hz
168W
Inductie aansluiting
- Er is standaard geen kabel aanwezig voor de aansluiting van het inductie gedeelte.
- Om de aansluiting uit te voeren moet het deksel van de aansluitdoos aan de onderkant van het apparaat worden losgemaakt om zo de aansluitklem te bereiken. Na de aansluiting moet het deksel weer vastgemaakt en de aansluitleiding met de snoerklem beveiligd worden.
- De aansluitleiding moet minstens van het type H05 RR-F zijn.
7.8 Inbedrijfstelling
Na het inbouwen van de kookplaat en na het inschakelen van de voedingsspanning (aansluiting op het net) vindt eerst een zelftest van de besturing plaats en verschijnt er een service-informatie voor de klantenservice.
Belangrijk: bij de aansluiting op het net mogen er geen voorwerpen op de slider touch-control liggen!
8 Technische gegevens
| Afmetingen kookplaat | |
|---|---|
| hoogte/ breedte/ diepte mm | 150 x 870 x 522 |
| Kookzones | |
| alle ......................cm / kW | 19x22/ 2,1 (3,7)* |
| Kookplaat .................. kW | 7,4 |
| Ventilator ................... kW | 0,168 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
* Vermogen bij ingeschakelde powerstand
Pagina 28: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 29
Buitenbedrijfstelling, afvoer
11 Buitenbedrijfstelling, afvoer 11.1 Buitenbedrijfstelling
Als het apparaat ooit is uitgediend, vindt de buitenbedrijfstelling plaats.
- Schakel de zekering in de huisinstallatie uit om het risico op elektrische schokken uit te sluiten.
- Voer de kookplaat na de demontage milieuvriendelijk af.
11.2 Verwijderen van de verpakking
Verwijder de transportverpakking op een zo milieubewust mogelijke manier. De recyclage van het verpakkingsmateriaal bespaart grondstoffen en vermindert de afvalberg.
11.3 Verwijderen van oude apparaten
Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled.
Door dit product correct te verwijderen, draagt u bij aan de bescherming van het milieu en de volksgezondheid. Het milieu en de volksgezondheid worden in gevaar gebracht door het product verkeerd te verwijderen. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, kunt u het beste contact opnemen met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht.
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
Algemene opmerkingen
Inhoud
1 Algemene opmerkingen ........................................... 2
1.1 Hier vindt u... ........................................................ 2 1.2 Reglementair gebruik ........................................... 2
2 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen ....... 3
2.1 Voor aansluiting en werking ................................. 3 2.2 Voor de kookplaat in het algemeen ...................... 3 2.3 Voor personen ...................................................... 4 2.4 Symbool- en instructieverklaring .......................... 5
3 Beschrijving van het toestel .................................... 6
3.1 Bediening met sensortoetsen ............................... 7 3.2 Wat u moet weten over de slider (sensorveld) ..... 7
4 Bediening .................................................................. 8
4.1 Het inductiekookveld ............................................ 8 4.2 Panherkenning .................................................... 8 4.3 Gebruiksduurbeperking ........................................ 8 4.4 Andere functies ..................................................... 8 4.5 Oververhittingsbeveiliging (inductie) .................... 8 4.6 Servies voor inductiekookplaat ............................. 9 4.7 Tips om energie te besparen ................................ 9 4.8 Kookstanden ........................................................ 9 4.9 Restwarmteweergave .......................................... 9 4.10 Bediening van de toetsen ................................. 10 4.11 De inductie kookplaat en kookzone inschakelen ................................. 10 4.12 Kookzone uitschakelen .................................... 10 4.13 Kookplaat uitschakelen .................................... 10 4.14 Pauze-functie ...................................................11 4.15 Recall-functie ....................................................11 4.16 Kinderbeveiliging ............................................. 12 4.17 Bridge functie .................................................. 12 4.18 Automatische uitschakeling (timer) ................... 13 4.19 Kookwekker (eierwekker) ................................. 13 4.20 Automatisch aankoken .................................... 14 4.21 Warmhoudfunctie ............................................. 14 4.22 Vergrendeling .................................................. 15 4.23 Powerstand ..................................................... 15 4.24 Powermanagement .......................................... 15 4.25 Afzuiging gebruiken .......................................... 16 4.25.1 Ventilator in- en uitschakelen ........................ 16 4.25.2 Instelbare naloop van de afzuiging ................ 16 4.25.3 Aanwijzingen m.b.t. de nalooptijd ................. 17 4.25.4 Indicatie vetfilter reinigen .................................... 17 4.25.5 Indicatie koolstoffilter vervangen ...................... 17 4.25.6 Schakel de koolstoffi lter-bedrijfsurenteller uit tijdens de afvoerluchtmodus .................... 17
5 Reiniging en onderhoud ........................................ 18
5.1 Keramische glasplaat ......................................... 18 5.2 Afzuiging ............................................................. 19
6 Wat te doen bij problemen? .................................. 20
7 Montagehandleiding ............................................... 21
7.1 Veiligheidsinstructies voor de keukenmeubelmonteur .................................. 21 7.2 Ventilatie ............................................................. 21 7.3 Montage ............................................................. 21 7.4 Variabele montagemogelijkheden:
Opliggende montage ......................................... 22 7.5 Buitenafmetingen kookplaat ............................... 22 7.6 Montage afzuigingssysteem ............................... 26 7.7 Elektrische aansluiting ........................................ 27 7.8 Inbedrijfstelling ................................................... 27
8 Technische gegevens ............................................ 27
9 Informatieblad effi ciëntiemeting ........................... 28
10 ECO data informatie ............................................. 28
11 Buitenbedrijfstelling, afvoer ................................ 29
11.1 Buitenbedrijfstelling........................................... 29 11.2 Verwijderen van de verpakking ......................... 29 11.3 Verwijderen van oude apparaten ...................... 29
1 Algemene opmerkingen 1.1 Hier vindt u...
Lees eerst zorgvuldig de informatie in dit boekje door vooraleer u uw kookplaat in gebruik neemt. Hier vindt u belangrijke richtlijnen voor uw veiligheid, het gebruik, het schoonmaken en het onderhoud van het toestel, zodat u er lang plezier aan beleeft.
Als er een storing optreedt, kijk dan eerst na in het hoofdstuk „Wat te doen bij problemen?”. Kleinere storingen kunt u vaak zelf verhelpen en u vermijdt op die manier onnodige servicekosten.
Bewaar deze handleiding zorgvuldig. Geef deze gebruiks- en montagehandleiding ter informatie en veiligheid aan een nieuwe eigenaar door.
1.2 Reglementair gebruik
De kookplaat is alleen voor de bereiding van levensmiddelen in het huishouden en in gelijkaardige omgevingen bedoeld. Gelijkaardige omgevingen zijn:
- Het gebruik in winkels, kantoren en gelijkaardige werkomstandigheden
- Het gebruik in landbouwbedrijven
- Het gebruik door klanten in hotels, motels en andere typische woonomgevingen
- Het gebruik in logies en ontbijt
- Ze mag niet voor een ander doel en alleen onder toezicht worden gebruikt.
Pagina 3
Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen
2 Veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen 2.1 Voor aansluiting en werking
- De apparaten worden volgens de geldende veiligheidsvoorschriften gebouwd.
- Aansluiting op het net, onderhoud en reparatie van het apparaat mogen alleen door een erkend vakman volgens de geldende veiligheidsvoorschriften worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde werkzaamheden vormen een risico voor uw veiligheid.
- Als de netaansluitkabel van dit toestel beschadigd is, moet ze door de fabrikant of zijn klantenservice of door een gelijkaardig gekwalificeerde persoon worden vervangen om risico's te vermijden.
- Het toestel mag niet met een externe schakelklok of een extern afstandsbesturingssysteem worden gebruikt.
2.2 Voor de kookplaat in het algemeen
- Wegens de zeer snelle reactie bij een hoog ingestelde kookstand de inductiekookplaat niet zonder toezicht gebruiken!
- Houd bij het koken rekening met de hoge opwarmsnelheid van de kookzones. Vermijd het leegkoken van pannen omdat daarbij het gevaar bestaat dat de pannen oververhit raken!
- Plaats geen lege potten en pannen op de ingeschakelde kookzones.
- Wees voorzichtig bij het gebruik van au-bain-marie-pannen. Au-bain-marie-pannen kunnen ongemerkt droogkoken! Dat veroorzaakt beschadigingen aan de pan en aan de kookplaat. De fabrikant kan hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld!
- Schakel een kookzone na gebruik altijd met aan/uit-toets” of “min-toets uit en niet alleen met de panherkenning.
- Oververhitte vetten en olie kunnen spontaan ontbranden. Bij het bereiden van gerechten met vet en olie altijd in de buurt blijven. Brandend vet of olie nooit met water blussen! Het toestel uitschakelen en dan de vlammen voorzichtig met bijv. een deksel of een blusdeken afdekken.
- De keramische glasplaat is zeer stevig. Zorg er niettemin voor dat er geen harde voorwerpen op de keramische glasplaat vallen. Puntvormige slagbelastingen kunnen de kookplaat doen breken.
- Bij breuken, barsten, scheuren of andere beschadigingen aan de keramische glasplaat bestaat gevaar voor elektrische schokken.
Het toestel onmiddellijk buiten gebruik nemen. Onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.
- Als de kookplaat door een defect in de sensorregeling niet meer kan worden uitgeschakeld, onmiddellijk de zekering in de woning uitschakelen en contact opnemen met de klantenservice.
- Voorzichtig bij het werken met huishoudelijke apparatuur! Netsnoeren mogen niet met de hete kookzones in contact komen.
- Brandgevaar: nooit voorwerpen op de kookplaat laten liggen.
- De inductie kookplaat mag niet worden gebruikt om er voorwerpen op neer te leggen!
- Geen aluminiumfolie of kunststof op de kookzones leggen. Alles wat kan smelten uit de buurt van de hete kookzone houden, bijv. kunststof, folie, in het bijzonder suiker en gerechten met een hoog suikergehalte.
Suiker onmiddellijk met een speciale glasschraper volledig van de keramische glasplaat verwijderen zolang deze nog warm is, om beschadigingen te vermijden.
- Metalen voorwerpen (zoals keukengerei, bestek ...) mogen niet op de inductiekookplaat worden gelegd, omdat ze heet kunnen worden. Gevaar voor verbranding!
- Geen brandgevaarlijke, licht ontvlambare of vervormbare voorwerpen direct onder de kookplaat leggen.
- Metalen voorwerpen die op het lichaam worden gedragen, kunnen in de onmiddellijke nabijheid van de inductiekookplaat heet worden. Opgelet, gevaar van verbranding.
Voor niet-magnetiseerbare voorwerpen (bijv. gouden of zilveren ringen) geldt dit niet.
- Nooit gesloten conservenblikken en compoundverpakkingen op kookzones verwarmen. Door de energietoevoer kunnen deze uiteenspatten!
- De sensoren schoonhouden omdat verontreinigingen door het apparaat als vingercontact kunnen worden herkend. Nooit voorwerpen (pannen, vaatdoeken, enz.) op de sensoren plaatsen!
3
Pagina 4
Algemene opmerkingen NL
- Als pannen tot over de sensoren overkoken, • In recirculatie stand wordt het vocht uit de is het aanbevolen op de UIT-toets te damp maar voor een klein deel verwijderd. drukken. Er moet daarom altijd voor voldoende
- Hete pannen niet in de buurt van de toevoer van verse lucht, worden gezorgd, sensortoetsen schuiven en deze niet bijvoorbeeld door een geopend raam of door afdekken. In dat geval wordt het toestel het gebruik van huisventilatie. automatisch uitgeschakeld. • Zorg altijd voor een normaal en behaaglijk
- Plaats de pan zoveel mogelijk in het midden ruimteklimaat (45 - 60 % luchtvochtigheid). van de kookzone! • Schakel na elk gebruik in recirculatie de
- Grote pannen zoveel mogelijk op de kookplaatafzuiging ca. 20 minuten lang op achterste kookzones gebruiken, om te een lage stand of activeer de automatische vermijden dat de sensortoetsen te warm naloop. Dit is een standaard functie van de worden (oververhitting van de touch-control; inductiekookplaat. (Zie hoofdstuk “naloop”) foutmelding E2).
- Als er zich in de woning huisdieren bevinden 2.3 Voor personen die aan de kookplaat kunnen komen, moet • Deze toestellen kunnen door kinderen vanaf de kinderbeveiliging worden geactiveerd. 8 jaar alsook door personen met verminderd
- Als bij inbouwfornuizen de pyrolysefunctie lichamelijk, zintuiglijk of geestelijk vermogen wordt gebruikt, mag de inductiekookplaat niet of met gebrek aan ervaring en/of kennis worden gebruikt. worden gebruikt als erop toezicht wordt gehouden of als ze over het veilige gebruik
- De keramische glasplaat mag in geen geval met een stoomreinigingsapparaat of van het toestel zijn geïnstrueerd en ze de dergelijke worden schoongemaakt! bijbehorende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het toestel spelen.
De reiniging en het onderhoud door de
- Zorg ervoor dat er geen voorwerpen (bijv. gebruiker mogen niet door kinderen worden schoonmaakdoekje) in de directe nabijheid uitgevoerd, tenzij het onder toezicht gebeurt. van de kookplaatafzuiging liggen. Deze kunnen door de luchtstroom naar binnen • De oppervlakken van verwarmings- en gezogen worden. In beginsel moeten kookzones worden heet tijdens de werking. vloeistoffen en kleine onderdelen uit de buurt Daarom moeten kleine kinderen principieel van het toestel worden gehouden. uit de buurt worden gehouden.
- Er mogen alleen fornuisrekken
- Gebruik het toestel nooit zonder vetfilter. of kookplaatafdekkingen van de
- Verzadigde vetfilters leveren brandgevaar kookplaatfabrikant of door de fabrikant op! in de gebruiksaanwijzing van het
- Frituren is alleen onder voortdurend toezicht toestel vrijgegeven fornuisrekken of toegestaan, flamberen is niet toegestaan! kookplaatafdekkingen worden gebruikt. Het
- Bij het gebruik van haardgekoppeld hout-, gebruik van niet geschikte fornuisrekken of kool-, gas- of olievuur moet voor voldoende kookplaatafdekkingen kan tot ongevallen aanvoerlucht worden gezorgd. De maximaal leiden. toelaatbare onderdruk die door de afzuigkap • Personen met pacemakers of in de ruimte van het haardgekoppeld vuur geïmplanteerde insulinepompen moeten wordt veroorzaakt, mag de 4 Pa (0,04 zich ervan verzekeren dat hun implantaten mbar) niet overschrijden, anders bestaat er niet door de inductiekookplaat worden vergiftigingsgevaar. beïnvloed (het frequentiebereik van de
- Tijdens het koken wordt door de damp extra inductiekookplaat bedraagt 20-50 kHz). vocht aan de kamerlucht afgegeven. Raadpleeg altijd betreffende arts/cardioloog voor een uitspraak. Deze is leidend in het wel of niet gebruiken van het product!
Pagina 5
Algemene opmerkingen
2.4 Symbool- en instructieverklaring
Het apparaat wordt volgens de huidige stand van de techniek geproduceerd. Desondanks kunnen machines risico's opleveren, die constructief niet te vermijden zijn. Om voldoende veiligheid voor de bediener te waarborgen, worden extra veiligheidsinstructies gegeven in de vorm van de hiervolgend beschreven tekstmarkeringen.
Alleen als deze in acht worden genomen, is er voldoende veiligheid tijdens de werking gewaarborgd.
De gemarkeerde tekstpassages hebben verschillende betekenissen:
GEVAAR
Opmerking die op een direct dreigend gevaar wijst, waarvan de mogelijke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zijn.
OPGELET
Opmerking die op een mogelijk gevaarlijke situatie wijst, waarvan de mogelijke gevolgen overlijden of zeer ernstig letsel zijn.
LET OP
Opmerking die op een gevaarlijke situatie wijst, waarvan de mogelijke gevolgen lichte verwondingen of beschadiging van het apparaat zijn.
OPMERKING
Het in acht nemen van opmerkingen vergemakkelijkt de omgang met het apparaat.
Bovendien worden op sommige plekken de volgende gevaarsymbolen gebruikt:
WAARSCHUWING VOOR ELEKTRISCHE ENERGIE!
ER BESTAAT LEVENSGEVAAR!
In de buurt van dit symbool zijn onder spanning staande onderdelen aangebracht. Afdekkingen die hiermee gemarkeerd zijn, mogen uitsluitend door een erkende elektromonteur worden verwijderd.
OPGELET! HETE OPPERVLAKKEN!
Dit symbool is aangebracht op oppervlakken die heet worden. Er bestaat gevaar voor ernstig brandletsel of verbrandingen.
De oppervlakken kunnen ook na het uitschakelen van het apparaat heet zijn.
GEBRUIKSVOORSCHRIFTEN VOOR DE OMGANG MET ELEKTROSTATISCH GEVOELIGE COMPONENTEN EN MODULES (ESD) IN ACHT NEMEN!.
Achter afdekkingen die met het hiernaast staande symbool gekenmerkt zijn, bevinden zich elektrostatisch gevoelige componenten en modules. Aanraken van stekkeraansluitingen, geleiders en componentenpins moet absoluut worden vermeden. Alleen vakpersoneel met elektronicakennis en -ervaring is bevoegd om hierin wijzigingen aan te brengen!
Pagina 6
NL
Beschrijving van het toestel
3 Beschrijving van het toestel
Sensorveld voor de kookzone voor
Het design kan van de afbeeldingen afwijken.
- 1. Inductiekookzone voor
- 2. Inductiekookzone achter
- 3. Keramische glasplaat
- 4. Touch-control-bedieningsveld
- 5. Afzuiging bediening
- 6. Afzuigingsgebied
- 7. Aan/Uit-toets (kookplaat)
- 8. Slider (Sensorveld)
- 9. Kookstandweergave
Sensorveld voor de kookzone achter
- 10. Vergrendeltoets
- 11. Autoprogramma toets
- 12. Aanwijzing van de autoprogamma’s (3 standen)
- 13. Pauze-toets (pauzefunctie)
- 14. Min-/plus-toets timer
- 15. Timer-weergave
- 16. Aanwijzing voor kookwekker
- 17. Aanwijzing voor kookzonetimer
- 18. Bridge functie indicatie
Pagina 7
Beschrijving van het toestel
3.1 Bediening met sensortoetsen
De bediening van de inductie kookplaat gebeurt met slider touch-control toetsen. De sensortoetsen functioneren als volgt: met de vingertop kort een symbool op het keramische oppervlak aanraken. Elke correcte bediening wordt door een signaaltoon bevestigd.
In de rest van de tekst wordt voor de Slider touch-control toetsen het woord 'toets' gebruikt.
Aan/Uit-toets (7)
Met deze toets wordt het toestel in de operationele modus geschakeld. De toets is bij wijze van spreken de hoofdschakelaar.
Kookstandweergave (9)
De kookstandweergave toont de gekozen kookstand, of: ..................Restwarmte
..................Powerstand
..................Panherkenning
..................Automatisch aankoken ..................Pauze-functie ...................Warmhoudfunctie
...................Kinderbeveiliging
Symbolen
.........Warmhoudstanden 42°C/70°C/94°C ..................Timerfunctie, automatische uitschakeling ..................Kookwekker .................Bridge functie
Vergrendeltoets (10)
Met de vergrendeltoets kunnen de toetsen worden geblokkeerd.
Autoprogramma-toets (11)
Om warm te houden en te sudderen.
Powerstand in het sensorveld
De powerstand stelt extra vermogen voor de inductiekookzones ter beschikking.
Pauze-toets (13)
Het koken kan met de STOP-toets even worden onderbroken.
Recall-functie (Herstelfunctie) (13)
Na het per ongeluk uitschakelen van de kookplaat kan de laatste instelling weer worden hernomen.
Weergave ventilator
................ Vetfilter reinigen
................ Koolstoffilter vervangen / regenereren
............... Automatische naloop gedeactiveerd
............... Automatische naloop geactiveerd
Ventilatorsymbolen
................ Afzuiging ingeschakeld ................ Afzuiging in naloopstand
3.2 Wat u moet weten over de slider (sensorveld)
De slider functioneert in principe zoals de sensortoetsen, met het verschil dat u de vinger op het keramische oppervlak plaatst en dan kunt verschuiven. Het sensorveld herkent deze beweging en verhoogt of verlaagt de aangetoonde waarde (kookstand) volgens de beweging.
Het begrip „slider” [Engels „slide”: schuiven, laten glijden] is in deze handleiding identiek met de term sensorveld.
Sensorveld
Waarop moet u bij de bediening letten?
De vinger mag niet te vlak op de keramische plaat worden gezet om te verhinderen dat naburige toetsen/ sensorvelden per ongeluk reageren.
fout goed
Sensorveld aantikken of de vinger verschuiven
Het sensorveld kan met de vinger worden aangetikt; dan verandert de aangetoonde waarde (kookstand) stapsgewijs.
Als de vinger op het sensorveld wordt geplaatst en dan naar links of naar rechts wordt verschoven, verandert de aangetoonde waarde continu.
Hoe sneller de beweging, hoe sneller de aanwijzing verandert.
aantikken schuiven
Pagina 8
Bediening
4 Bediening 4.1 Het inductiekookveld
De kookplaat is met een inductiekookveld uitgerust. Een inductiespoel onder de keramische glasplaat wekt een elektromagnetisch wisselveld op, dat de vitrokeramiek doordringt en in de bodem van de pan een warmtevormende stroom induceert.
Bij een inductiekookzone wordt de warmte niet meer door een verwarmingselement via de pan op de te koken gerechten overgedragen; de nodige warmte wordt m.b.v. inductiestromen direct in de pan gevormd.
Voordelen van het inductiekookveld
- Energiebesparend koken door rechtstreekse energieoverdracht op de pan (aangepaste pannen van magnetiseerbaar materiaal zijn noodzakelijk),
- meer veiligheid omdat de energie alleen wordt doorgegeven als er een pan op de kookzone staat,
- energieoverdracht tussen inductiekookzone en panbodem met een hoog rendement,
- hoge opwarmsnelheid,
- weinig risico op verbrandingen omdat de kookplaat alleen door de panbodem wordt verwarmd, overkokende gerechten branden niet vast,
- snelle, nauwkeurige regeling van de energietoevoer.
4.2 Panherkenning
Als er geen of een te kleine pan op de kookzone staat als de kookzone is ingeschakeld, dan wordt deze niet van energie voorzien. Een knipperende in de kookstandweergave maakt daarop attent.
Als er een geschikte pan op de kookzone wordt geplaatst, wordt de ingestelde stand ingeschakeld en de kookstandweergave brandt. De energietoevoer wordt onderbroken als de pan wordt verwijderd, in de kookstandweergave verschijnt een knipperende . Indien kleinere pannen worden opgezet, waarbij de panherkenning toch in werking treedt, wordt slechts zoveel energie toegevoerd als nodig is.
Panherkenningsgrenzen
| Kookzonediameter (mm) | Aanbevolen minimumdiameterpanbodem (mm) |
|---|---|
| 220 x 190 | 115 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
De bodem van de pan mag niet kleiner dan een bepaalde minimumdiameter zijn, omdat de inductie anders niet wordt ingeschakeld. Plaats de pan altijd in het midden van de kookzone om een optimaal rendement te verkrijgen.
OPMERKING
Belangrijk: naargelang van de kwaliteit van de pan kan de vereiste minimumdiameter voor het reageren van de panherkenning afwijken!
4.3 Gebruiksduurbeperking
De inductiekookplaat bezit een automatische gebruiksduurbeperking.
De ononderbroken gebruiksduur voor elke kookzone is afhankelijk van de gekozen kookstand (zie tabel). De voorwaarde is dat tijdens de gebruiksduur de instellingen van de kookzone niet worden veranderd. Als de gebruiksduurbeperking heeft gereageerd, wordt de kookzone uitgeschakeld; er is een kort signaal te horen en in de aanwijzing verschijnt een H.
De automatische uitschakeling heeft voorrang op de bedrijfsduurbeperking, d.w.z. de kookzone wordt pas uitgeschakeld als de tijd van de automatische uitschakeling is afgelopen (bijv. automatische uitschakeling met 99 minuten en kookstand 9 is mogelijk).
Gebruiksduurbeperking
| Ingestelde kookstand | Gebruiksduurbeperking in minuten |
|---|---|
| 1 2 3 4 5 6 7 8 9 P | 120 520 402 318 260 212 170 139 113 90 10 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
4.4 Andere functies
Als één of meer sensortoetsen langer of tegelijk worden ingedrukt (bijv. door een per ongeluk op de sensortoetsen geplaatste pan), wordt er niet geschakeld.
Het symbool knippert en er is gedurende een zekere tijd een signaal te horen. Na een paar seconden wordt er uitgeschakeld. A.u.b. het voorwerp van de sensortoetsen halen.
Om het symbool te wissen, op dezelfde toets drukken of de kookplaat uit- en inschakelen.
4.5 Oververhittingsbeveiliging (inductie)
Als de kookplaat langdurig op vol vermogen wordt gebruikt, kan bij een hoge kamertemperatuur de elektronica niet meer voldoende worden gekoeld. Om te vermijden dat te hoge temperaturen in de elektronica optreden, wordt evt. het vermogen van de kookzone automatisch gereduceerd. Als bij normaal gebruik van de kookplaat en normale kamertemperatuur regelmatig E2 verschijnt, is de koeling waarschijnlijk onvoldoende.
Ontbrekende koelopeningen in het meubel kunnen de oorzaak zijn. Eventueel moet de inbouw worden gecontroleerd (zie hoofdstuk 'Ventilatie').
Verder lezen op pagina 9Inhoud