naslaan.comZoekenAlle merken

ATAG IG9071MT, tekst van de handleiding

Kookplaat · ATAG · 24 pagina's in het Nederlands · pdf: 94 pagina's, 3,5 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: service.atag.nl

Storingen op pagina 16

Pagina 16

ONDERHOUD algemeen STORINGEN INDUCTIEKOOKGEDEELTE tabel

  • Reinig de ontstekingsbougies bij voorkeur met een doekje. Betracht hierbij wel enige voorzichtigheid. Bij een te zware belasting kan de afstand van de bougiepunt tot aan de brander wijzigen, waardoor de brander slechter of niet ontsteekt. De bougie werkt alleen goed in een droge omgeving. Bij zware vervuiling kunt u de punt met een fijn borsteltje reinigen.
  • Plaats de pandragers rechtstandig naar beneden, zonder over de glasplaat te schuiven.

Zet de branderdelen in elkaar met behulp van de geleidingsnokken.

Branderdeksel

Branderdeksel

Positioneringsnok

Luchtring

Branderkop

Thermokoppel

Bougie

Messing wokbranderdelen

Enkele delen van de wokbrander zijn vervaardigd uit messing. Het is normaal dat de kleur van het messing verandert als gevolg van de hoge temperaturen die tijdens het wokken ontstaan.

ATAG Shine

Atag heeft een serie schoonmaakmiddelen samengesteld onder de naam ATAG Shine. Deze zijn te verkrijgen via de website www.hps.nl. Hier vind u ook diverse schoonmaak en gebruikerstips.

Wanneer u twijfelt over de goede werking van uw kookplaat betekent dit niet automatisch dat er een defect is. Controleer in elk geval de volgende punten:

storing oorzaak oplossing

Het toestel werkt niet en de lampjes branden niet.Geen elektriciteit.Elektrische installatie controleren (hoofd-zekering(en), aansluiting).
De kookplaat werkt niet.
F9 of FA verschijnt in het display of het toestel begint meteen te piepen wanneer het wordt aangesloten.
Het toestel is verkeerd aangesloten of de netspanning is onjuist.Laat de installateur de installatie controleren.
De kookplaat werkt niet. F99 verschijnt in het display.Twee toetsen tegelijk bediend, de glasplaat is vervuild of er ligt een voorwerp op de bediening.Bedieningsfout of glasplaat reinigen.
De ventilator schakelt spontaan in.Het toestel controleert zichzelf nadat de spanning is weggevallen.De ventilator schakelt vanzelf uit.
De melding F8 verschijnt.Oververhitting van de elektronica in de kookplaat.Laat het toestel afkoelen. Druk op de aan/uittoets en de melding verdwijnt. Opnieuw beginnen op een lagere stand.
Na het inschakelen van de zone blijven de zone displays knipperen.Ongeschikte pannen of geen pan op de kookzone.Geschikte pan gebruiken.
Het toestel is niet in te schakelen.Toestel staat op slot.Druk de toets met het sleutelsymbool enkele seconden onafgebroken in.
Het aan de kook brengen duurt langer dan verwacht.Te kleine pan gebruikt.Gebruik een pan die ongeveer gelijk is aan de diameter van de kookzone.
Foutcode F00 in het display.Een toets is defect, vuil of er ligt een voorwerp op.Maak het toestel schoon of laat het repareren. Leg geen voorwerpen op het bedieningspaneel.
Foutcodes F01 - F11 in het display.Toets te lang bediend of te veel vocht in het toestel.Maak het toestel schoon of laat het repareren. Leg geen voorwerpen op het bedieningspaneel.
Foutcodes F1 - F6 in het display.Generator defect.Neem contact op met de servicedienst.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

Pagina 17

STORINGEN WOKBRANDER tabel STORINGEN algemeen

storing oorzaak oplossing

Het ruikt naar gas in de omgeving van het toestel.– De brander is ingeschakeld, maar niet ontstoken (alleen voor IG9071MX).
– De koppeling van een flessengastoestel is losgeschoten.
– Sluit de kraan en wacht enkele minuten met opnieuw ontsteken.
– Zet de koppeling vast.
De brander ontsteekt niet.– Stekker niet in stopcontact.
– Zekering defect/zekering in meterkast uitgeschakeld.
– Bougie vervuild/vochtig.
– Branderdelen niet juist geplaatst.
– Branderdelen vervuild/vochtig.
– Hoofdgaskraan gesloten.
– Storing aan het gasnet.
– Gasfles of -tank is leeg.
– Verkeerde soort gas gebruikt (bij flessengastoepassing).
– Bedieningsknop niet lang of diep genoeg ingedrukt.
– Steek de stekker in het stopcontact.
– Monteer een nieuwe zekering of schakel de zekering weer in.
– Reinig/droog de bougie.
– Zet de branderdelen via de centreernokken in elkaar.
– Reinig/droog de branderdelen. Let er hierbij op dat de uitstroomgaten open zijn.
– Open de hoofdgaskraan.
– Informeer bij uw gasleverancier.
– Sluit een nieuwe gasfles aan of laat de tank vullen.
– Controleer of het gebruikte gas geschikt is voor het toestel.
– Houd de bedieningsknop lang genoeg en voldoende diep ingedrukt tussen vol- en kleinstand.
De brander brandt niet egaal.– Branderdelen niet juist geplaatst.
– Branderdelen vervuild/vochtig.
– Verkeerde soort gas gebruikt (bij flessengastoepassing).
– Zet de branderdelen via de centreernokken in elkaar.
– Reinig/droog de branderdelen. Let er hierbij op dat de uitstroomgaten open zijn.
– Controleer of het gebruikte gas geschikt is voor het toestel.
De brander dooft na ontsteken.– Bedieningsknop niet lang genoeg ingedrukt (alleen voor
IG9071MT).
– Houd de bedieningsknop minimaal 5 seconden ingedrukt.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

Raadpleeg bij storingen het telefoonnummer van de servicedienst. Zie hiervoor de bijgeleverde garantiekaart of raadpleeg de internet site www.hps.nl.

Indien u een barstje of scheurtje (hoe klein ook) op de glasplaat vaststelt, schakel dan de kookplaat onmiddellijk uit, haal meteen de stekker van de kookplaat uit het stopcontact, verbreek de (automatische) zekering(en) in de meterkast of zet de schakelaar in de toevoerleiding op de nul bij een vaste aansluiting. Neem vervolgens contact op met de servicedienst.

Alleen een erkend installateur mag dit toestel aansluiten!

De installatie moet geschieden volgens de nationale en lokale geldende voorschriften.

Schade ontstaan door verkeerd aansluiten of verkeerd inbouwen valt niet onder de garantie.

Pagina 18

MILIEUASPECTEN verpakking en toestel afvoeren INSTALLATIEVOORSCHRIFT algemeen

Veiligheid

Bij de vervaardiging van dit toestel is gebruik gemaakt van duurzame materialen.

De verpakking van het toestel is recyclebaar. Gebruikt kunnen zijn:

Deze materialen op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen afvoeren.

Op het typeplaatje is het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht:

Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet bij het gewone huisvuil mag worden gevoegd, maar naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente moet worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze service verschaft.

Het apart verwerken van een huishoudelijk apparaat zoals deze kookplaat voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaat en zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen.

Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht.

Dit toestel voldoet aan alle relevante CE richtlijnen.

Op het gegevensplaatje op de onderzijde van het toestel wordt de totale aansluitwaarde, de vereiste spanningen en de frequentie aangegeven. Tevens staan voor wat betreft het gasgedeelte de gassoort, aansluitdruk en het land waarvoor het toestel is ingericht vermeld op het gegevensplaatje.

Alleen een erkend installateur mag dit toestel aansluiten. De aansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften.

Het toestel moet altijd geaard zijn.

Schade ontstaan door verkeerd aansluiten, verkeerd inbouwen of verkeerd gebruik valt niet onder de garantie.

De wanden en het werkblad rondom het toestel moeten van hittebestendig (> 85 °C) materiaal zijn. Ook al wordt het toestel zelf niet warm, door de warmte van bijvoorbeeld een hete braadpan zou de wand kunnen verkleuren of beschadigen.

Voor een goede werking van het toestel is het volgende van belang:

Let er op dat de aansluitkabels vrij hangen. Is er een lade onder de kookplaat, zorg er dan voor dat de lade niet boven de rand gevuld is om de beluchting niet te belemmeren.

Pagina 19

INSTALLATIEVOORSCHRIFT gasaansluiting INSTALLATIEVOORSCHRIFT elektrische aansluiting

let op

De gassoort en het land waarvoor het toestel is ingericht staan vermeld op het gegevensplaatje.

Dit is een klasse 3 toestel.

Gasaansluiting

De gasaansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften.

Wij adviseren de kookplaat aan te sluiten met een vaste leiding. Aansluiting door middel van een speciaal daarvoor bestemde veiligheidsslang is ook toegestaan.

Achter een oven moet een volledig metalen slang worden gebruikt.

let op

Een veiligheidsslang mag niet worden geknikt en niet in aanraking komen met bewegende delen van het keukenmeubel.

In alle gevallen moet er voor het toestel een aansluitkraan geplaatst worden op een makkelijk bereikbare plaats.

Voordat u het toestel in gebruik neemt moet u de aansluitingen met zeepsop controleren op gasdichtheid.

Algemeen

Gebruik voor het aansluiten een goedgekeurde kabel, afhankelijk van de voorschriften. Op de kabel moet één van de volgende aanduidingen staan: H05V2V2-F, H05RR-F of H05RN-F.

Aan de onderzijde van het toestel bevindt zich een etiket met daarop de aansluitschema's. De aansluitklemmen zijn bereikbaar nadat u het aansluitkastje aan de onderzijde hebt geopend. Open de deksel van het aansluitkastje met behulp van een schroevendraaier.

Wandcontactdoos en stekker moeten te allen tijde bereikbaar blijven.

Wilt u een vaste aansluiting maken, zorg er dan voor dat er een omnipolaire schakelaar met een contactafstand van minimaal 3 mm in de toevoerleiding wordt aangebracht. De schakelaar moet te allen tijde bereikbaar zijn.

Componentenspanning230V 50Hz
Vermogen inductie modules
Links2800 W
Rechts
Vermogen ontstekingstrafo
2800 W 0,6 W

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

toestel inwendig

rechterzones

ontstekingstrafo + linkerzones

Pagina 20

INSTALLATIEVOORSCHRIFT elektrische aansluiting INSTALLATIEVOORSCHRIFT elektrische aansluiting

Het toestel kan op de volgende manieren worden aangesloten:

2 fase aansluiting

2 fasen met 2 nullen aansluiting (2 2N a.c. 230 V / 50 Hz / kookgroep): De spanning tussen de fase en de nul is 230 V a.c. Tussen de fasen kan een spanning van 0 V staan wanneer deze in de meterkast aan zijn gesloten op dezelfde fase maar ook 400 V wanneer deze zijn aangesloten op 2 verschillende fasen. Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (2x). De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm².

rechterzones

ontstekingstrafo + linkerzones

2 fasen met 1 nul aansluiting (2 1N a.c. 400 V / 50 Hz): De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V a.c. Tussen de fasen staat een spanning van 400 V. Wanneer er geen spanning van 400 V tussen de fasen aanwezig is, is er sprake van twee draden die van dezelfde fase zijn afgetakt in de meterkast en moet de kookplaat worden aangesloten met 2 nuldraden, zoals hiervoor genoemd bij 2 fasen met 2 nullen. Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 4-5.

Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (2x). De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm².

rechterzones

ontstekingstrafo + linkerzones

3 fase aansluiting

3 fasen met 1 nul aansluiting (3 1N a.c. 400 V / 50 Hz / krachtgroep): De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V a.c. Tussen de fasen staat een spanning van 400 V. Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 4-5. Fase L3 wordt niet belast. Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (3x). De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm².

rechterzones

ontstekingstrafo + linkerzones

3 fasen aansluiting (3 a.c. 230 V / 50 Hz):

De spanning tussen de fasen is 230 V a.c.

Breng verbindingsbruggen aan tussen de aansluitpunten 4-5. Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (3x). De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm².

rechterzones

ontstekingstrafo + linkerzones

Pagina 21

INSTALLATIEVOORSCHRIFT elektrische aansluiting INSTALLATIEVOORSCHRIFT inbouwen

1 fase aansluiting

1 fase aansluiting (1 1N a.c. 230 V / 50 Hz):

De spanning tussen de fase en de nul is 230 V a.c.

Breng verbindingsbruggen aan tussen de aansluitpunten 1-2 en 4-5. Uw groep moet afgezekerd zijn met minimaal 32 A. De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 6 mm².

rechterzones

ontstekingstrafo + linkerzones

Aansluitblok

Met de op het aansluitblok aanwezige bruggen kunt u de vereiste doorverbindingen maken zoals in voorgaande illustraties staat aangegeven. In het deksel van het aansluitkastje en in onderstaande illustratie staat aangegeven hoe u de bruggen aan moet brengen. Deze moeten niet meteen bovenop de aansluitdraden worden geplaatst, maar tussen de schroefkop en de klem om de aansluitdraad.

Kookplaat voorbereiden

1/2" ISO 228 (recht)

1/2" ISO 7/1 (conisch)

Afdichtring

1/2" ISO 228 (recht)

1/2" ISO 228 (recht)

alleen voor Frankrijk

Afdichtring

Monteer de bijgeleverde knie op de gasaansluiting van het toestel.

Zet de kabel vast met de trekontlasting en sluit het deksel.

Verwijder de beschermfolie van het afdichtband (A) en plak het band in de groef van de aluminium profielen of op de rand van de glasplaat. Plak het afdichtband niet door de hoek, maar knip 4 stukken die goed aansluiten in de hoek.

Pagina 22

INSTALLATIEVOORSCHRIFT inbouwen INSTALLATIEVOORSCHRIFT inbouwen

Uitsparing in werkblad zagen

Zaag de uitsparing in het werkblad. Doe dit zeer nauwkeurig (zie tabel). Zaag ook eventueel aanwezige tussenschotten uit.

De afstanden van de zaagmaat tot de achterwand en/of zijwand staan vermeld in de tabel.

Als het werkblad van hout is, behandel dan de kopse kanten van het werkblad met afdichtvernis, om uitzetten van het werkblad door vocht te voorkomen.

Bevestigingspunten montagebeugels

Draadgat schroef werkblad

dunne werbladen

dikke werkbladen

Inbouwmaten

1*) bevestigingspunt montagebeugel

min.50

Pagina 23

INSTALLATIEVOORSCHRIFT inbouwen INSTALLATIEVOORSCHRIFT inbouwen

Tabel

KookplaattypeIG9071M
Toestel breedte x diepte904 x 522 mm
Inbouwhoogte vanaf bovenkant werkblad48 mm
Zaagmaat breedte x diepte860 x 490 mm
Afstand zaagmaat tot achterwandMinimaal 50 mm
Afstand toestel tot zijwandMinimaal 100 mm

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

Benodigde vrije ruimte rondom

Een gaskookplaat ontwikkelt warmte. Laat voldoende ruimte vrij tot niet

hittebestendige verkleurenmaterialen. (zoalsLet ook op bij materialen roestvaststaal).die kunnen
min. 900
min.650 mm
min.450 mm min. 100 mmmin. 100 mm
De kookplaatmag naast slechts één verticale wand ingebouwd

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

zijwand

worden.

let op

De onderzijde van de kookplaat wordt heet. Leg geen brandbare spullen in een lade wanneer deze direct onder de kookplaat is gemonteerd.

Beluchting

De elektronica in het toestel heeft koeling nodig. Aan de onderzijde van het toestel bevinden zich de ventilatieopeningen. Door deze openingen moet koele lucht aangezogen kunnen worden. Aan de voorzijde en onderzijde is het toestel voorzien van uitblaasopeningen.

Voor een optimale koeling van het kooktoestel moet u enkele wijzigingen aanbrengen in het keukenmeubel.

Boven lade, deur of vaste blende

Zaag de beluchtingsopeningen (min. 100 cm²) uit. Beluchting vindt plaats via plint en achterzijde kast.

B

A

Een lade mag de ventilatieopeningen aan de onderzijde van het toestel niet afsluiten. Bij een lade moet er aan de voorzijde een spleet gemaakt worden van minimaal 560 x 6 mm. De afstand tussen lade A en de kookplaat moet minimaal 10 mm bedragen.

min.

min.

560 x 6 mm

150

Pagina 24

INSTALLATIEVOORSCHRIFT inbouwen INSTALLATIEVOORSCHRIFT inbouwen

Bij een vaste blende zijn geen extra aanpassingen voor beluchting nodig.

Ventilatiebeveiliging

De elektronica moet gekoeld worden. De koele lucht wordt achter het keukenkastje aangezogen en aan de onderzijde en voorzijde van de kookplaat weer uitgeblazen. Het toestel kan daarom alleen functioneren als er voldoende lucht kan circuleren. Het toestel schakelt zich na korte tijd uit wanneer er onvoldoende lucht circuleert.

Zorg ervoor dat de traverselat de luchtdoorvoer niet hindert.

Schaaf of zaag de lat desnoods schuins af.

Installatie boven een oven van het merk ATAG

C

min.

560 x 6 mm

B

A

Nismaat minimaal 600 mm hoog. Beluchting vindt plaats via plint en achterzijde oven. Bij een oven moet er aan de voorzijde een opening gemaakt worden van minimaal 560 x 6 mm. Zaag de beluchtingsopeningen ‘A’ + ‘B’ uit (100 cm²). Wanneer u een kastje van 600 mm breed gebruikt met een werkblad met een dikte kleiner dan 50 mm dient u een uitsparing C aan beide zijden in het kastje te zagen, zodat het toestel vrij ligt van het kastje. De kookplaat mag alleen met ATAG-ovens worden gecombineerd, niet met combitrons.

Installatie boven een combitron, magnetron of een oven van een ander merk

Zaag de beluchtingsopening(en) uit zodat de totale oppervlakte van de gaten minimaal 100 cm² is. Zie bijvoorbeeld figuur met twee gaten van 50 cm². Plaats een schermplaat tussen de oven en de kookplaat. De plaat moet minimaal 10 mm dik zijn en hittebestendig (85 °C). De ruimte tussen de onderzijde van de kookplaat en schermplaat moet minimaal 50 mm bedragen. Plaats, voor afscherming van de luchtstroom, een schermpaneel van het zelfde materiaal als de schermplaat tussen de schermplaat en de kookplaat. Beluchting vindt plaats via de naastliggende kasten.

e

t r

e

t

e

r

min. 560 x 6 mm

Pagina 25

INSTALLATIEVOORSCHRIFT inbouwen VOTRE PLAQUE DE CUISSON table des matières

Direct na het inschakelen zal de ventilator even inschakelen. Het toestel controleert zichzelf nu gedurende een aantal seconden.

Toestel plaatsen en aansluitingen maken

Plaats het toestel in het werkblad en zet het vast met de bijgeleverde montagebeugels en schroeven. Maak de gasaansluiting.

Controleer de aansluiting met zeepsop op gasdichtheid.

Sluit het toestel aan op het elektriciteitsnet.

Gastechnische gegevens

G25 25 mbarG20 20 mbarG25 20 mbarG30 29 mbarG31 29 mbarG31 37 mbarG30 50 mbarG31 50 mbar
Brandertype(kW)(kW)(kW)(kW/g/h)(kW/g/h)(kW/g/h)(kW/g/h)(kW/g/h)
Wok5.705.705.005.50/3964.85/3505.50/3965.50/3964.75/342

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)

Votre plaque de cuisson description. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50 introduction . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51 – 52 opération induction . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53

Securité

les points qui méritent votre attention. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54 – 56

Commande brûleur wok allumer et régler . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57

Commande plaque de cuisson inductions régler . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58 – 63 sécurité supplémentaire. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64 – 66 bip . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67

Utilisation optimale zones de cuisson à induction casseroles . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68 – 70

Utilisation optimale le brûleur wok casseroles. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71 cuisiner avec le wok . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72

Cuisiner confortablement tableaux de cuisson induction. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73 – 74

Entretien Pannes

généralités. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75– 76

tableau . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77– 78 généralités. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79

Environnement que faire de l'emballage et de l'appareil usé . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80

Instructions d'installation généralités . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81 raccordement du gaz. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 82 raccordement électrique . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83 – 86 encastrement . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87 – 94

Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 2

UW KOOKPLAAT inhoud

NL

Gebruiksaanwijzing . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 – 35

Installatievoorschrift . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36 – 48

Mode d’emploi. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49 – 80

Instruction d’installation . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81 – 94

Bedienungsanleitung . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95 – 126

Installationsanweisung . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 127 – 140

Instructions for use. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141 – 172

Installation guide . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 173 – 186

gebruikte pictogrammen - pictogrammes utilisés - benutzte Piktogramme - pictograms used

belangrijk om te weten important à savoir Wissenswertes important information

tip conseil Tipp tip

Uw kookplaat beschrijving . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 – 6 werking inductie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7

Veiligheid waar u op moet letten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 – 10

Bediening wokbrander ontsteken en instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11

Bediening inductiekookzones instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 – 17 extra zekerheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18 – 20 pieptoon . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21

De inductiekoozones optimaal gebruiken pannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22 – 24

De wokbrander optimaal gebruiken pannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25 wokken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26

Comfortabel koken kooktabel inductiekoken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27 – 28

Onderhoud Storingen

algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29– 30

tabel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31– 32 algemeen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33

Milieu aspecten verpakking en toestel afvoeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34

Installatievoorschrift algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35 gasaansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36 elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37 – 40 inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41 – 47

3

Pagina 3

UW KOOKPLAAT beschrijving UW KOOKPLAAT inleiding

1

afspelen kookprogramma

indicatielampje kinderslot kookzone-indicatie voorste kookzone achterste kookzone

opnemen kookprogramma

display kookstandendisplay kookwekker'memory' toets
aan-/uittoetskookwekkertoets kookstandentijdinstelling
0-stand branderaanduiding
volstand wokkleinstand wok

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 3)

kleinstand buitenring wok

Deze combinatie kookplaat is ontworpen voor de echte kookliefhebber. De kookplaat bestaat uit een wokbrander op gas en vier inductiekookzones.

Koken op inductie heeft een aantal voordelen. Het is comfortabel, omdat de kookplaat snel reageert en ook op een zeer laag vermogen is in te stellen. Dankzij het hoge vermogen gaat het aan de kook brengen zeer snel.

Met de wokbrander (gas) die een zeer hoog vermogen heeft, kunt u nog beter wokgerechten bereiden.

De ruime afstanden tussen de inductiekookzones maken het koken comfortabel. De inductiekookzones zijn nauwkeurig regelbaar door middel van tiptoetsen. De standen zijn bedoeld als referentie, hierdoor kunt u snel een bepaalde instelling kiezen.

Dankzij de in de knop geïntegreerde vonkontsteking ontsteekt èn bedient u de wokbrander met één hand.

Koken op het inductie kookgedeelte verschilt met koken op een traditioneel toestel. Inductiekoken maakt gebruik van een magnetisch veld om warmte op te wekken. Dit betekent dat u niet zomaar een willekeurige pan kunt gebruiken. Het hoofdstuk ‘pannen’ geeft u hierover meer informatie.

Voor optimale veiligheid is de kookplaat uitgerust met meerdere temperatuurbeveiligingen en een restwarmtesignalering die aangeeft welke kookzones nog heet zijn.

De wokbrander bij de IG9071MT is voorzien van een thermo-elektrische vlambeveiliging.

Pagina 4

UW KOOKPLAAT inleiding UW KOOKPLAAT werking inductie

In deze handleiding staat beschreven op welke manier u de kookplaat zo optimaal mogelijk kunt benutten. Naast informatie over de bediening treft u ook achtergrondinformatie aan die van dienst kan zijn bij het gebruik van dit product.

De veiligheidsvoorschriften die van belang zijn tijdens de installatie zijn opgenomen in het hoofdstuk 'installatievoorschrift'.

Bewaar deze handleiding zorgvuldig. De handleiding dient als referentie voor de servicedienst. Plak daarom het gegevensplaatje welke op de glasplaat geplakt is op de achterzijde van deze handleiding in het daarvoor bestemde kader.

Zodra u de servicedienst belt zullen de medewerkers vragen naar de gegevens op het bijgeleverde gegevensplaatje. Wanneer u deze gegevens niet hebt is het verlenen van een goede service moeilijker.

Veel kookplezier!

Werking inductie

In het toestel wordt een magnetisch veld opgewekt. Door een pan met een ijzeren bodem op een kookzone te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductiestroom. Deze inductiestroom wekt warmte op in de panbodem.

De spoel (1) in de kookplaat (2) wekt een magnetisch veld (3) op. Door een pan met een ijzeren bodem (4) op de spoel te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductiestroom.

1 Comfortabel

De elektronische regeling is nauwkeurig en eenvoudig in te stellen. Op de laagste stand kunt u bijvoorbeeld chocolade direct in de pan smelten of ingrediënten bereiden die u gewoonlijk au bain marie verwarmt.

Snel

Door het hoge vermogen van de kookplaat gaat het aan de kook brengen erg snel. Het doorkoken kost even veel tijd als koken op een andere kookplaat.

Schoon

De kookplaat is eenvoudig te reinigen. Doordat de kookzones niet heter worden dan de pan zelf, kunnen voedselresten niet inbranden.

Veilig

De warmte wordt opgewekt in de pan zelf. De glasplaat wordt niet warmer dan de pan. Hierdoor blijft de kookzone een stuk koeler dan die van bijvoorbeeld een ceramische kookplaat of een gasbrander. Na het wegnemen van een pan is de kookzone snel afgekoeld.

Pagina 5

VEILIGHEID waar u op moet letten VEILIGHEID waar u op moet letten

Aansluiten en reparatie

Schakel het toestel onmiddellijk uit, maak het spanningsloos om elektrische schokken te voorkomen en bel de servicedienst.

Eerste keer gebruiken

Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik

Gebruik de kookplaat alleen voor het bereiden van gerechten

Pannen

De inductiekookzones worden warm tijdens gebruik en blijven na gebruik ook een tijd warm ( zie ook 'restwarmte-indicatie', verderop in deze handleiding )

De branderdelen van de wok zijn heet tijdens en direct na het gebruik

De afstand van de pan tot een knop of niet-hittebestendige wand moet altijd groter zijn dan twee centimeter

Gebruik van vet en olie

Gebruik van andere apparaten in de buurt van de kookplaat

Flambeer nooit onder de afzuigkap

Hogedrukreiniger of stoomreinigers

Bij gebruik van de wokbrander altijd de pandrager en geschikt kookgerei gebruiken.

Pagina 6

VEILIGHEID waar u op moet letten BEDIENING WOKBRANDER ontsteken en instellen

Bediening

Plaatsen van branderdelen en pandrager

Droogkoken

Glasplaat

Tijdens gebruik van inductiekookzones

De wokbrander kan traploos worden geregeld tussen vol- en kleinstand.

0-stand branderaanduiding

kleinstand wok

volstand wok

kleinstand buitenring wok

Druk de bedieningsknop in en draai hem linksom. De brander ontsteekt.

Voor de toestellen met vlambeveiliging moet u de bedieningsknop ongeveer 3 seconden ingedrukt houden om de vlambeveiliging in te schakelen.

Pagina 7

BEDIENING INDUCTIEKOOKZONES instellen BEDIENING INDUCTIEKOOKZONES instellen

Introductie

De inductiekookplaat is voorzien van een restwarmte-indicatie, kookwekker, kinderslot, automatische kookduurbegrenzing en 1 programmageheugen per zone. Op deze en de volgende pagina's kunt u lezen hoe u gebruik maakt van deze voorzieningen.

Inschakelen

In het display verschijnt een liggend streepje. Indien na het inschakelen van de zone geen kookstand wordt gekozen schakelt de zone terug naar 'standby'.

Vermogen instellen

De kookplaat stelt zich direct in op stand 6.

Boost

Bij stand ‘ ’ (boost) geeft de kookzone een vermogen af van maximaal 2800 Watt. Gebruik deze stand als u gerechten snel aan de kook wilt brengen.

Het display geeft de gekozen stand weer. De lampjes knipperen als er geen pan op de kookzone staat. De gekozen kookzone gaat na korte tijd vanzelf uit.

Uitschakelen

Druk nog een keer op de aan/uit toets.

Het toestel schakelt uit.

Eventueel blijft de restwarmte-indicatie aangeven dat de zone nog warm is.

Restwarmte-indicatie

De indicatie geeft aan dat de kookzone nog warm is en dooft zodra de glasplaat een veilige temperatuur bereikt heeft. De indicatie treedt in werking na 60 seconden gebruik van een zone en wordt zichtbaar na het uitschakelen van de zone.

Restwarmte wordt met H weergegeven in het display.

Pagina 8

BEDIENING INDUCTIEKOOKZONES instellen BEDIENING INDUCTIEKOOKZONES instellen

Kookwekker

Het toestel is voorzien van een klok die als kookwekker kan worden gebruikt. Deze kookwekker staat dan op zichzelf en heeft geen invloed op de instellingen van de kookzones.

U kunt een kookzone door de kookwekker laten uitschakelen. De linker kookwekker werkt voor de beide linker kookzones en de rechter kookwekker voor de beide rechter kookzones.

Het toestel begint te werken.

Het lampje naast 'FRONT' (voor de voorste zone) of 'REAR' (voor de achterste zone) licht op. Met de + en - toetsen wordt de kooktijd ingesteld (max. 3.59 uur). In het display wordt het gekozen aantal minuten weergegeven.

Door de toets meerdere keren in te drukken wordt steeds het volgende rijtje afgelopen:

aantal keren ingedruktreactie
0Klok is uit; displays zijn donker
1Klok als kookwekker
2Klok schakelt de voorste zone uit na de gekozen tijd (als de zone in is geschakeld)
3Klok schakelt de achterste zone uit na de gekozen tijd (als de zone in is geschakeld)
4Klok is uit; displays zijn donker
Enzovoort

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)

Indien een kookzone niet ingeschakeld is, is deze ook niet te selecteren om uitgeschakeld te worden door de timer en wordt deze overgeslagen in bovenstaande tabel.

Indien beide linker (of rechter) kookzones zijn ingeschakeld kan door nogmaals op de toets te drukken gekozen worden tussen de voorste of achterste kookzone. Aan het einde van de bereidingstijd hoort u een pieptoon. De zone schakelt uit.

Schakel aan het einde van de bereidingstijd de pieptoon uit door op de toets van de kookwekker te drukken.

Als u de pieptoon niet uitschakelt, stopt deze vanzelf na 30 minuten.

Timerfunctie

Pagina 9

BEDIENING INDUCTIEKOOKZONES instellen BEDIENING INDUCTIEKOOKZONES instellen

Kinderslot

Het toestel is voorzien van een kinderslot. Als het kinderslot is ingeschakeld kunnen de toetsen niet bediend worden. Het kinderslot is alleen in te schakelen als geen van de zones of kookwekkers actief zijn.

op slot

Druk op de toets met het sleutelsymbool.

Het lampje boven het sleutelsymbool licht op.

van het slot

Druk de toets met het sleutelsymbool 3 seconden in. Het lampje boven het sleutelsymbool dooft.

Geheugenfunctie

Het toestel is voorzien van een geheugenfunctie. Deze functie geeft u de mogelijkheid per kookzone kookstanden en bijbehorende kooktijden te programmeren

geheugenfunctie inschakelen (play)

De kookzone schakelt in op de geprogrammeerde kookstand. Als er geen programma aanwezig is, schakelt de zone na enkele seconden weer uit.

Schakel de zone uit met de aan/uittoets of de 'memory' toets.

Als tijdens het afspelen van een programma een hoog vermogen gekozen wordt, terwijl een andere zone handmatig op een hoge stand is ingesteld, zal de andere zone een lager vermogen af gaan geven. De instellingen van het programma zijn dus dominant. Wanneer het programma de zone op een lager vermogen instelt, gaat de andere zone niet weer naar het hoge vermogen terug.

geheugenfunctie programmeren (record)

De lampjes naast 'REAR' en 'FRONT' gaan knipperen en het klokdisplay geeft 000 aan.

De gekozen kookstand en de kookduur worden nu opgenomen. Meerdere kookstanden kunnen na elkaar worden gekozen (max. 38).

Wanneer tijdens een opname reeds 38 standen zijn opgenomen, zal de volgende stap die wordt vastgelegd automatisch het opname-einde zijn.

Wanneer een nieuwe opname wordt vastgelegd, wordt de eventueel bestaande opname gewist.

De gekozen kookstanden en de kookduur staan in het geheugen. Deze opname is met de 'PLAY' functie (geheugen inschakelen) te activeren.

Per zone kan maximaal 1 opname worden gemaakt.

Verder lezen op pagina 10Inhoud

Meer handleidingen: ATAG kookplaat