ATAG IG29571SVA, tekst van de handleiding
Kookplaat · ATAG · 62 pagina's in het Nederlands · pdf: 271 pagina's, 4,1 MB
Storingen op pagina 51
Pagina 51
Probleemoplossing
Algemeen
LET OP!
Indien u een barstje of scheurtje (hoe klein ook) in de glasplaat ziet, schakel dan de kookplaat onmiddellijk uit, maak het toestel spanningsloos (stekker uit het stopcontact) en sluit de gaskraan.
Neem vervolgens contact op met de servicedienst.
Storingstabel
Wanneer u twijfelt over de goede werking van uw kookplaat betekent dit niet automatisch dat er een defect is. Controleer in elk geval de volgende punten in onderstaande tabel of kijk voor meer informatie op de website.
| Symptoom | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Bij het in werking stellen van het toestel verschijnen er tekens in de displays. | Dit is de standaard opstartroutine. | Normale werking. |
| De ventilatie draait nog enkele minuten door nadat de kookplaat is uitgeschakeld. | Afkoeling van de kookplaat. | Normale werking. |
| De kookplaat geeft bij de eerste kookbeurten een lichte geur af. | Opwarmen van een nieuw toestel. | Dit is normaal en verdwijnt nadat de kookplaat een paar keer is gebruikt. Ventileer de keuken. |
| U hoort een licht tikkend geluid in uw kookplaat. | Dit wordt veroorzaakt door de vermogensverdeling van de voorste en de achterste zone. | Normale werking. |
| Ook bij lage kookstanden kan een zacht tikkend geluid optreden. | ||
| De cirkel van de panbodem blijft zichtbaar na reiniging. | Er is een pan met vieze bodem gebruikt op de kookzone. | Reinig de inductiekookplaat met een reinigingsmiddel voor keramische kookplaten en verwijder het vuil/vet van de bodem van de pan. |
| De kookpannen maken lawaai tijdens het koken. | Dit wordt veroorzaakt door de doorstroming van de energie | Bij een hoge kookstand is dit normaal bij bepaalde pannen. |
| van de kookplaat naar de kookpan. | Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat. | |
| Nadat u een kookzone heeft ingeschakeld blijft de display knipperen. | De gebruikte kookpan is niet geschikt voor koken op inductie of heeft een diameter kleiner dan 12 cm. | Gebruik een goede pan (zie hoofdstuk 'Gebruik inductie'). |
| Een kookzone stopt plotseling met werken en er klinkt een signaal. | De ingestelde timertijd is voorbij. | Schakel het signaal uit door op de - of + toets van de timer te drukken. |
Pagina 52
Probleemoplossing
Vervolg tabel vorige pagina
| Symptoom | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De kookplaat werkt niet en er verschijnt niets op het display. | Geen stroomtoevoer door defecte voeding of foutieve aansluiting. | Controleer de zekering of de elektrische schakelaar (bij een toestel zonder stekker). |
| De zone stopt onverwachts en de restwarmte-indicator wordt getoond. | De zone is oververhit. | Nadat de kookplaat is afgekoeld, kunt u verder gaan met koken. |
| Bij het inschakelen van de kookplaat slaat de zekering van de installatie door. | Verkeerde aansluiting van de kookplaat. | Controleer de elektrische aansluiting. |
| Celsius°Cooking™-toets knippert, samen met ingestelde kookmethode en display. | Celsius°Cooking™-kookgerei is toegewezen aan verkeerde kookzone. | Verwijder het kookgerei en wijs dit opnieuw toe. |
| Instabiele verbinding tussen kookgerei en kookplaat. | De batterij van het kookgerei is bijna leeg of de | Schakel de kookplaat gedurende 10 seconden uit |
| Bluetooth-verbinding is instabiel. | en/of vervang de batterij. | |
| De ingestelde | Celsius°Cooking™ Probe is | Plaats de sonde terug of wijzig |
| Celsius°Cooking™-kookmethodetoets knippert samen met de temperatuurweergave terwijl u de sonde gebruikt. | verwijderd of maakt geen contact met de inhoud. Of de temperatuur is snel gedaald, bijvoorbeeld door toevoeging van koud water. | de positie hiervan - druk op de kookmethodetoets indien de sonde de inhoud niet automatisch detecteert. |
| Bij het inschakelen van de kookplaat slaat de zekering van de installatie door. | Verkeerde aansluiting van de kookplaat. | Controleer de elektrische aansluiting. |
| De keramische glasplaat is gebroken. | Neem de stekker uit het stopcontact. Neem contact op met uw installateur. | |
| Let op! Werp een gebarsten keramische glasplaat niet in de glasbak maar lever deze in bij de milieustraat van de gemeente. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 52)
Foutcodes
| Foutcode | Symptoom | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|---|
| Er03 | Er03 verschijnt op het display. | Het bedieningspaneel is vervuild of er ligt water op. | Bedieningspaneel schoonmaken. |
| E2 | E2 verschijnt op het display. | Er is een lege pan verwarmd op de kookzone. | Wacht tot de kookzone is afgekoeld of vul de pan met ingrediënten. |
| U400 | U 400 verschijnt op het display met een continue geluidstoon. | De netspanning is te hoog. | Sluit het toestel aan volgens het typeplaatje en de instructies. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 52)
52
Pagina 53
Probleemoplossing
Vervolg tabel vorige pagina
| Foutcode | Symptoom | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|---|
| E7 | E7 verschijnt op het display na het instellen van de Wi-Fi-verbinding. | Verbinding maken met wifi netwerk mislukt. | Probeer het toestel opnieuw te verbinden met uw netwerk. |
| Zorg ervoor dat nieuwe toestellen verbinding kunnen maken met het netwerk (bijv. | |||
| MAC-adresfiltering is gedeactiveerd). | |||
| E8 | E8 verschijnt op het display. | De ventilator is geblokkeerd (bijv. door een voorwerp in de lade). | Verwijder de blokkade bij de ventilator; koppel het toestel gedurende 10 seconden los van de netspanning. |
| E65 | De | Niet-Celsius°Cooking™ | Gebruik |
| Celsius°Cooking™-toets knippert samen met E65. | kookgerei wordt niet ondersteund. | Celsius°Cooking™ kookgerei. | |
| E66 | E66 knippert samen met de | Celsius°Cooking™ kookgerei werd niet | Vervang de batterij. |
| Celsius°Cooking™-toets. | gevonden (lege batterij, buiten bereik, etc.). | ||
| E67 | E67 knippert samen met de | Celsius°Cooking™ kookgerei ontbreekt. | Indien de handgreepdop correct is gemonteerd: |
| Celsius°Cooking™-toets. | vervang de batterij. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 53)
LET OP!
In geval van andere foutcodes: noteer de foutcode en neem contact op met de servicedienst.
Pagina 54
Probleemoplossing
| Symptoom | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Problemen met wifi oplossen | ||
| Wifi-pictogram niet | Wifi uitgeschakeld. | De kookplaat moet uitgeschakeld zijn. |
| weergegeven. | Druk vervolgens op de aan/uit-toets en houd deze 5 seconden ingedrukt. | |
| Instellen van wifi is mislukt. | Problemen met het thuisnetwerk. | Controleer of het signaal van uw thuisnetwerk sterk is en of de internetverbinding werkt. |
| Thuisnetwerk wordt niet | Het thuisnetwerk is niet | Controleer de netwerkinstellingen. |
| weergegeven tijdens het koppelen. | ingesteld op 2,4 GHz, het netwerk is verborgen of het signaal is te zwak. | Zorg ervoor dat een 2,4 GHz netwerk aanwezig is. Als het signaal te zwak is plaats dan de router dichter bij het toestel. |
| De app laat zien dat de kookplaat is losgekoppeld. | Wifi is uitgeschakeld of er zijn problemen met het thuisnetwerk. | Controleer of wifi is ingeschakeld en de internetverbinding van uw thuisnetwerk werkt. Breng indien nodig de verbinding opnieuw tot stand. |
| Ander wifi-probleem. | Verschillende oorzaken. | Schakel eerst de wifi uit en weer in. |
| Controleer of de internetverbinding van uw thuisnetwerk werkt. Breng indien nodig de verbinding opnieuw tot stand. | ||
| Voor meer informatie over het oplossen van problemen, ga naar www.connectlife.io of neem contact op met de serviceafdeling. | ||
| Het firmware-updateproces is mislukt. | De internetverbinding of stroomtoevoer is verbroken. | Controleer of de stroomtoevoer in orde is en zorg voor een stabiele internetverbinding voordat u het opnieuw probeert. Als dit opnieuw is mislukt, neem dan contact op met de serviceafdeling. |
| Symptoom | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| Wokbrander | ||
| Er hangt een gaslucht in de buurt van het apparaat. | De aansluiting van het toestel lekt. | Sluit de hoofdgaskraan. Neem contact op met uw installateur. |
Pagina 55
Probleemoplossing
| Vervolg tabel vorige pagina | ||
| Symptoom | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| De brander ontsteekt niet. | Elektrische aansluiting is niet juist. | Neem contact op met uw installateur. |
| Zekering defect/zekering in meterkast uitgeschakeld. | Plaats een nieuwe zekering of schakel de zekering weer in. | |
| Bougie (1) vervuild/vochtig. | Reinig/droog de bougie. | |
| Branderdelen niet juist geplaatst. | Zet de branderdelen via de centreernokken in elkaar. | |
| Branderdelen vervuild/vochtig. | Reinig/droog de branderdelen. Let er hierbij op dat de uitstroomgaten open zijn. | |
| Hoofdgaskraan gesloten. | Open de hoofdgaskraan. | |
| Storing aan het gasnet. | Informeer bij uw gas-leverancier. | |
| Gasfles of gastank is leeg. | Sluit een nieuwe gasfles aan of laat de tank vullen. | |
| Verkeerd soort gas gebruikt. | Controleer of het gebruikte gas geschikt is voor het toestel. Indien dit niet juist is, neem dan contact op met uw installateur. | |
| De brander brandt niet egaal. | Branderdelen niet juist geplaatst. | Zet de branderdelen via de centreernokken in elkaar. |
| Branderdelen vervuild/vochtig. | Reinig/droog de branderdelen. Let er hierbij op dat de uitstroomgaten open zijn. | |
| Verkeerd soort gas gebruikt. | Controleer of het gebruikte gas geschikt is voor het toestel. Indien dit niet juist is, neem dan contact op met uw installateur. | |
| Brander dooft na het ontsteken. | Thermokoppel (2) is vervuild. | Reinig/droog het thermokoppel. |
| Keramische glasplaat gebroken | Sluit de hoofdgaskraan en neem de stekker uit het stopcontact. | |
| Neem contact op met uw installateur. | ||
| Let op! Werp een gebarsten keramische glasplaat niet in de glasbak maar lever deze in bij de milieustraat van de gemeente. |
Pagina 56: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 57
Installatie
Veiligheid
Indien de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet worden opgevolgd, kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld voor de schade die daarvan het gevolg is.
- Dit toestel mag uitsluitend door een erkende monteur worden geïnstalleerd.
- Zorg er voorafgaand aan de installatie, voor dat de lokale distributie voorwaarden (spanning, frequentie, gas soort en druk) en de aansluitingen van het toestel compatibel zijn.
- De spanning, frequentie, vermogen, de gassoort en het land waarvoor het toestel is ingericht staan vermeld op het gegevensplaatje.
- Controleer het toestel op transportschade. Sluit het toestel niet aan als het beschadigd is.
- De wanden en het werkblad rondom het toestel moeten minimaal tot 105 °C hittebestendig zijn.
- Het werkblad waarin de kookplaat wordt ingebouwd moet vlak zijn.
Elektrische aansluiting
- Dit toestel moet worden geaard.
- De elektrische aansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften.
- Controleer voor toestellen van klasse I of het elektriciteitsnet in uw huis een goede aarding garandeert.
- Wandcontactdoos en stekker moeten altijd bereikbaar blijven.
- Als een vast opgesteld toestel niet is voorzien van een netsnoer en een stekker, of van een andere manier om de verbinding met het elektriciteitsnet te verbreken, waarbij er sprake is van een contactverbreking in alle polen die volledige contactverbreking biedt in situaties die onder overspanningscategorie III vallen, moet er in het vaste bedrading van het elektriciteitsnet naar het toestel een schakelaar worden aangebracht volgens de geldende richtlijnen. Dit is ook van toepassing op toestellen met een netsnoer en stekker waarbij de stekker niet toegankelijk is na
57
Pagina 58
Installatie
installatie van het toestel. Door het toepassen van een meerpolige schakelaar met een contactafstand van ten minste 3 mm in de vaste bedrading van het elektriciteitsnet naar het toestel wordt aan deze eis voldaan.
- De aansluitkabel moet vrij hangen en niet door een lade worden aangestoten.
- Gebruik voor het aansluiten een goedgekeurde kabel met de juiste kabel diameters behorend bij de aansluiting. De kabel ommanteling moet van rubber zijn (bijvoorkeur type H05V2V2 of H07V2V2).
- Voordat u het toestel aansluit, dient u te controleren of het voltage dat wordt aangegeven op het toestel overeenkomt met het voltage in uw huis.
- De aansluiting moet worden aangepast aan de stroom en de zekeringen.
- Het toestel mag niet via een stekkerdoos of verlengsnoer op netspanning worden aangesloten, aangezien veilig gebruik van het toestel dan niet langer kan worden gegarandeerd.
- Na de installatie moeten de elektrische stroomvoerende en geïsoleerde onderdelen tegen aanraking worden beschermd.
- WAARSCHUWING!
Het niet gebruiken van schroeven of bevestigingsmiddelen voor installatie zoals beschreven in het installatievoorschrift kan leiden tot elektrische schok.
Gasaansluiting
- Gasaansluiting 1/2” ISO 228 / ISO 7-1 / EN 10226-1 (1/2” ISO 228 / 1/2” ISO 228 alleen voor FR).
- De gasaansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften. Zie het toestellabel voor technische gasgegevens.
- Dit apparaat is niet aangesloten op een afzuiginstallatie of afzuigapparaat voor verbrandingsgassen. Installeer het apparaat en sluit het apparaat aan in overeenstemming met de huidige
58
Pagina 59
Installatie
installatievoorschriften. Bijzondere aandacht moet geschonken worden aan de relevante eisen ten aanzien van ventilatie.
- Wij adviseren de kookplaat aan te sluiten met een vaste leiding. Aansluiting door middel van een speciaal daarvoor bestemde veiligheidsslang is ook toegestaan.
- Achter een oven moet een volledig metalen slang worden gebruikt.
- Een veiligheidsslang mag niet worden geknikt en niet in aanraking komen met bewegende delen van het keukenmeubel.
- In alle gevallen moet er voor het apparaat een gas aansluitkraan geplaatst worden op een makkelijk bereikbare plaats.
- Dit toestel kan niet worden omgebouwd van aardgas naar LPG en ook niet van LPG naar aardgas (er is geen ombouwset beschikbaar voor dit model).
Service
- Maak het toestel spanningsloos voordat met de reparatie wordt gestart.
- Defecte onderdelen mogen alleen vervangen worden door originele onderdelen. Alleen van die onderdelen kan de fabrikant garanderen dat zij aan de veiligheidseisen voldoen.
- Als de aansluitkabel beschadigd is moet deze door de fabrikant of een gemachtigde servicemonteur worden vervangen om gevaar te voorkomen.
Pagina's 60–62: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 63
Installatie
PTFE tape
| G25.3/25 mbar | G20/20 mbar | |
| Wokbrander | 6,0 kW | 6,0 kW |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 63)
WAARSCHUWING!
Dit toestel kan niet worden omgebouwd van aardgas naar LPG en ook niet van LPG naar aardgas (er is geen ombouwset beschikbaar voor dit model).
Elektrische aansluiting
Bepalen van de aanwezige elektrische aansluiting
LET OP!
Controleer de spanning. Voordat u het toestel aansluit, dient u te controleren of het voltage op het typeplaatje overeenkomt met het voltage in uw huis. De netspanning bij u thuis (220-240 V tussen L en N) moet worden gecontroleerd door een deskundige met behulp van een geschikt meettoestel.
Controleer de aanwezige spanningen zoals aangegeven in de onderstaande schema's.
3 fase - 1 nul 2 fase - 1 nul
Pagina 64
Installatie
1 fase - 1 nul 2 fase - 2 nullen (alleen voor NL)*
LET OP!
* De 2 fasen (L1 en L2) dienen te worden beveiligd door slechts één en dezelfde aardlekschakelaar. Het is niet toegestaan om L1/N1 via een andere aardlekschakelaar dan L2/N2 te laten lopen.
3 fase (alleen voor BE)
1 fase (alleen voor BE)
Aansluitschema
LET OP!
Raadpleeg de aansluitschema's op de onderzijde van het toestel.
- Open het deksel van de aansluitbox.
Pagina 65
Installatie
- Geleid het netsnoer door een trekontlastingsklem die de kabel beschermt tegen uittrekken.
- Sluit de draden aan volgens de instructies voor uw type toestel.
- Maak de nodig doorverbindingen tussen de aansluitklemmen met de geleverde verbindingsbruggen.
- De verbindingsbruggen worden apart meegeleverd.
Stroombegrenzer
Zie hoofdstuk 'Instellingen', onder Con - Stroombegrenzer om de parameter in te stellen. Deze parameter moet worden ingesteld voordat een pan op de kookplaat wordt geplaatst of de kookzone wordt geactiveerd.
WAARSCHUWING!
De instelling van de stroombegrenzer moet door een erkend en gekwalificeerd installateur worden ingesteld op basis van de aansluiting en stroomonderbrekers bij u thuis. Lees de veiligheidsvoorschriften en de installatie-instructies zorgvuldig door.
LET OP!
Het instellen van een lagere waarde van de stroombegrenzingsparameter kan leiden tot verminderde prestaties van de inductiekookplaat.
Zie de aansluitschema's voor de spanning tussen de fase- en nulgeleiders en spanning tussen de fasegeleiders.
De doorsnede van de voedingskabel moet minstens 1,5 mm² bedragen voor de volgende instellingen van de stroombegrenzer, die moeten worden aangepast aan de stroomonderbrekers bij u thuis:
| Instellingen stroombegrenzer | Type aansluiting | Type netsnoer | Aantal en doorsnede van de voedingskabels |
| 3 x 16 A | 3 fase - 1 nul | H05V2V2-F | 5 x 1,5mm² |
| 3 x 13 A | 3 fase - 1 nul | H05V2V2-F | 5 x 1,5 mm² |
| 3 x 10 A | 3 fase - 1 nul | H05V2V2-F | 5 x 1,5 mm² |
| 3 x 06 A | 3 fase - 1 nul | H05V2V2-F | 5 x 1,5 mm² |
| 2 x 16 A | 2 fase - 1 nul | H05V2V2-F | 4 x 1,5 mm² |
| 2 x 13 A | 2 fase - 1 nul | H05V2V2-F | 4 x 1,5 mm² |
Pagina 66
Installatie
Vervolg tabel vorige pagina
2 x 10 A 2 fase - 1 nul
2 x 06 A 2 fase - 1 nul
2 x 16 A 2 fase - 2 nullen (alleen voor NL)
3 x 16 A 3 fase (alleen voor BE) 2 x 32 A 2 fase - 1 nul
1 x 48 A 1 fase - 1 nul
1 x 35 A 1 fase - 1 nul
1 x 32 A 1 fase - 1 nul
1 x 25 A 1 fase - 1 nul
1 x 20 A 1 fase - 1 nul
1 x 16 A 1 fase - 1 nul
Aansluiten en testen
WAARSCHUWING!
Controleer of de aansluitingen gasdicht zijn.
| H05V2V2-F | 4 x 1,5 mm² |
|---|---|
| H05V2V2-F | 4 x 1,5 mm² |
| H05V2V2-F | 5 x 1,5 mm² |
| H05V2V2-F | 4 x 1,5 mm² |
| H05V2V2-F | 4 x 4,0 mm² |
| H05V2V2-F | 3 x 6,0 mm² |
| H05V2V2-F | 3 x 6,0 mm² |
| H05V2V2-F | 3 x 4,0 mm² |
| H05V2V2-F | 3 x 4,0 mm² |
| H05V2V2-F | 3 x 2,5 mm² |
| H05V2V2-F | 3 x 1,5 mm² |
Pagina 67
Milieuaspecten
Afvoeren van het toestel en verpakking
Dit toestel is gemaakt van duurzame materialen. Het toestel moet aan het einde van zijn levensduur op verantwoorde wijze worden afgedankt. Informeer bij de plaatselijke autoriteiten hoe u dit kunt doen.
De verpakking van het toestel is recyclebaar. Mogelijk zijn de volgende materialen gebruikt:
- karton;
- polyethyleenfolie (PE);
- CFC-vrij polystyreen (hard PS-schuim).
Deze materialen dient u op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen af te voeren.
Het toestel is gemarkeerd met een vuilnisbaksymbool met een kruis erdoor om u erop te wijzen dat elektrische huishoudelijke toestellen afzonderlijk moeten worden afgedankt. Dit houdt in dat het toestel aan het einde van zijn levensduur niet met het gewone huisvuil mag worden meegegeven. Het toestel moet naar een speciale gemeentelijke afvalverwerkingslocatie voor gescheiden afval worden gebracht of naar een dealer die deze service verleent.
Negatieve gevolgen voor mens en milieu worden voorkomen door huishoudelijke toestellen apart in te zamelen en op de juiste wijze af te danken. Dit zorgt ervoor dat de materialen waaruit het toestel bestaat, kunnen worden teruggewonnen en aanzienlijke besparingen op energie en grondstoffen kunnen worden gerealiseerd.
LET OP!
Let op! Werp een gebarsten keramische glasplaat niet in de glasbak maar lever deze in bij de milieustraat van de gemeente.
Verklaring van conformiteit
Wij verklaren dat onze producten voldoen aan de van toepassing zijnde Europese richtlijnen, verordeningen en voorschriften, evenals aan de eisen die staan beschreven in de normen waarnaar wordt verwezen.
Pagina 68
Het toestel-identificatieplaatje bevindt zich aan de onderkant van het toestel.
Plak hier het toestel-identificatieplaatje.
www.atag.nl www.atag.be
902756-a2
We behouden ons het recht voor om wijzigingen aan te brengen.
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
Inhoudsopgave
Gebruikte pictogrammen .......................... 3
Veiligheid .................................................... 4
Veilig gebruik ............................................... 10
Energiebeheer ............................................. 11
Uw gas-inductiekookplaat ......................... 12
Geachte klant! ............................................. 12
Deze gebruiksaanwijzing ............................. 12
Beschrijving ................................................. 14
Gebruik inductie ......................................... 19
Inductiekoken .............................................. 19
Werking van de aanraaktoetsen en sliders .. 19
Werking inductie .......................................... 20
Inductiegeluiden .......................................... 20
Pannen voor inductiekoken ......................... 21
Gebruik wokbrander .................................. 24
Pannen ......................................................... 24
Wokring ........................................................ 24
Pandrager .................................................... 24
Wokbrander plaatsen .................................. 25
Bediening .................................................... 26
Bereiding starten ......................................... 26
Standaard koken .......................................... 26
Koken met het PLUS-menu .......................... 28
Koken met Celsius°Cooking™ ..................... 30
Koken met Celsius°Cooking™-kookgerei en programma's ................................................ 31
Stapsgewijze kookgids op
CelsiusCooking.com .................................... 35
Bridge Induction zone ................................. 36
Pauze ........................................................... 36
Kinderslot ..................................................... 37
Tijdfuncties ................................................... 38
Bediening van de gekoppelde afzuigkap .... 39
Bediening wokbrander .............................. 41
Ontsteken en instellen ................................. 41
ConnectLife en Wifi ................................... 42
ConnectLife-app en wifi-verbinding ............ 42
Firmware-update .......................................... 44
Instellingen ................................................. 46
Onderhoud .................................................. 50
Reinigen glasplaat ....................................... 50
Reinigen wokbranderdelen .......................... 50
Probleemoplossing .................................... 51
Algemeen ..................................................... 51
Storingstabel ................................................ 51
Technische gegevens ................................ 56
Informatie volgens verordening (EU) 66/2014 ........................................................ 56
Nalevingsinformatie ..................................... 56
Installatie .................................................... 57
Veiligheid .................................................... 57
Voorbereidingen voor montage ................... 60
Inbouwen ..................................................... 61
Gasaansluiting ............................................. 62
Elektrische aansluiting ................................. 63
Aansluiten en testen .................................... 66
Milieuaspecten ........................................... 67
Afvoeren van het toestel en verpakking ...... 67
Notities ........................................................ 68
Pagina 3: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 4
Veiligheid
WAARSCHUWING!
LEES DEZE VOORSCHRIFTEN ZORGVULDIG EN BEWAAR ZE VOOR TOEKOMSTIG GEBRUIK!
Algemeen
Wanneer de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet worden opgevolgd, kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld voor de schade die daarvan het gevolg is.
Schade veroorzaakt door onjuiste aansluiting, verkeerde montage of verkeerd gebruik valt niet onder de garantie.
WAARSCHUWING!
- Dit toestel kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder, mensen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking of mensen die weinig ervaring met en kennis van het toestel hebben, mits zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd hoe zij het toestel veilig moeten gebruiken en zij de mogelijke gevaren begrijpen.
- Dit toestel en de toegankelijke delen worden heet tijdens het gebruik. Raak hete delen niet aan. Houd kinderen jonger dan 8 jaar uit de buurt van het toestel tenzij er voortdurend op hen wordt gelet.
- Kinderen mogen niet met het toestel spelen. Kinderen mogen het toestel niet reinigen of onderhouden als zij niet onder toezicht staan.
LET OP!
VOORZICHTIG! Houd toezicht tijdens het koken. Houd continu toezicht bij een kort kookproces.
Pagina 5
Veiligheid
BRANDGEVAAR!
WAARSCHUWING: Brandgevaar: bewaar geen voorwerpen op het kookoppervlak.
BRANDGEVAAR!
WAARSCHUWING: Koken met vet of olie op de kookplaat zonder toezicht kan gevaarlijk zijn en brand veroorzaken.
- Probeer NOOIT de brand te blussen met water, maar zet het toestel uit en dek de vlammen daarna af met bijvoorbeeld een deksel of een blusdeken.
- Flambeer nooit onder een afzuigkap. Door de hoge vlammen kan brand ontstaan, ook bij een uitgeschakelde ventilator.
WAARSCHUWING!
Gebruik alleen kookplaat afscherming ontworpen door de fabrikant van het kooktoestel. Gebruik alleen kookplaat afscherming die in de instructies van de kookplaat door de fabrikant worden beschreven. Het gebruik van ongeschikte kookplaat afscherming kan ongelukken veroorzaken.
- Wanneer onder het toestel een lade toegestaan is (zie het installatievoorschrift), zonder tussenbodem, dan mogen daarin geen licht ontvlambare voorwerpen/stoffen worden bewaard. Zorg voor enkele centimeters afstand tussen de onderkant van de kookplaat en de inhoud van een lade.
- Gebruik de kookplaat alleen voor het bereiden van gerechten.
- Dit toestel is uitsluitend bedoeld voor huishoudelijk gebruik.
- Het toestel is niet geschikt om ruimtes te verwarmen.
- Verwarm geen dichte blikken op de kookplaat. Er ontstaat een overdruk waardoor de blikken uiteenspatten. U kunt zich hierdoor verwonden/verbranden.
Pagina 6
Veiligheid
- Dek het toestel nooit af met een doek of iets dergelijks. Als het toestel nog heet is of wordt ingeschakeld, bestaat er brandgevaar.
- Gebruik het toestel niet als werkblad. Het toestel kan per ongeluk worden ingeschakeld of nog heet zijn, waardoor voorwerpen kunnen smelten, heet worden of vlam vatten.
- Gebruik het toestel niet bij een temperatuur beneden 5 °C.
- Het toestel mag niet in de buitenlucht geplaatst of gebruikt worden.
- Als de kookplaat voor de eerste keer gebruikt wordt, zult u een ‘nieuwigheidsluchtje’ ruiken. Dit is normaal. Door te ventileren verdwijnt de geur vanzelf.
- Het toestel is niet bedoeld om te worden bediend door middel van een externe timer of een apart afstandsbedieningssysteem.
- Open nooit de behuizing van het toestel.
- Gebruik nooit een stoomreiniger om het toestel te reinigen.
Reinig het toestel alleen als het uitgeschakeld is. De stoom van een stoomreiniger kan onder spanning staande onderdelen bereiken en kortsluiting veroorzaken.
- De glaskeramische plaat is zeer sterk, maar niet onbreekbaar. Wanneer er bijvoorbeeld een kruidenpotje of een puntig voorwerp op valt, kan er een breuk ontstaan.
- De kookplaat is voorzien van een wifi-module waarmee het toestel verbinding kan maken met een mobiel apparaat zoals een smartphone of tablet. Hierdoor kan de status van de kookplaat via het mobiele apparaat worden gevolgd. Om veiligheidsredenen is het niet mogelijk om de kookplaat op afstand te bedienen, aan of uit te zetten. De bewakingsfunctie via een mobiel apparaat mag niet worden gebruikt ter vervanging van de persoonlijke begeleiding van het kookproces direct bij de kookplaat.
- Als u besluit het toestel, vanwege een defect, niet langer te gebruiken, adviseren wij u, nadat u de stekker uit het stopcontact heeft verwijderd, het snoer af te knippen. Breng het toestel naar de betreffende afvalverwerkingsafdeling van uw gemeente.
Pagina 7
Veiligheid
WAARSCHUWING!
WAARSCHUWING: Schakel het toestel uit als het oppervlak gebarsten is om mogelijke elektrische schokken te voorkomen.
Keramische glasplaat gebroken
- Schakel onmiddellijk alle branders en elektrische verwarmingselementen uit en verbreek de stroomtoevoer naar het toestel.
- Raak het oppervlak van het toestel niet aan.
- Gebruik het toestel niet.
- Bewaar geen voorwerpen in kastjes boven of achter het toestel die voor kinderen interessant zijn.
- De kookzones/branders worden warm tijdens gebruik en blijven na gebruik ook een tijd warm. Laat geen kleine kinderen in de buurt tijdens en vlak na het koken.
Gasbranders
WAARSCHUWING!
Zorg bij langer intensief gebruik van het toestel voor extra ventilatie, bijvoorbeeld door een raam te openen of indien mogelijk voor een meer efficiënte ventilatie, zoals een sterkere mechanische luchtafvoer.
VOORZICHTIG: Bij het gebruik van het gasstel wordt in de ruimte waar het is geplaatst warmte, vocht en verbrandingsproducten geproduceerd. Zorg voor voldoende ventilatie van de keuken, vooral als het toestel in gebruik is. Natuurlijke ventilatie openingen moeten open zijn of monteer een mechanische ventilatie uitrusting (mechanische afzuigkap).
- De branderdelen zijn heet tijdens en direct na het gebruik. Vermijd directe aanraking en contact met niet-hittebestendige materialen.
Pagina 8
Veiligheid
- Dompel hete branderdoppen en pandragers nooit onder in koud water. Door de snelle afkoeling kan het emaille beschadigen.
- De afstand van de pan tot een knop of niet-hittebestendige wand moet altijd groter zijn dan één centimeter. Bij kleinere afstanden kunnen door de hoge temperatuur de knoppen of de wand verkleuren en/of vervormen.
- Gebruik altijd de pandragers en geschikt kookgerei.
- Plaats de pan altijd op de pandrager. Het plaatsen van de pan direct op de branderdop kan tot gevaarlijke situaties leiden.
- Aluminium bakjes of folie zijn niet geschikt als kookgerei. Ze kunnen inbranden op de branderdoppen en pandragers.
- De kookplaat kan alleen goed functioneren wanneer de branderdelen via de geleidingsnokken in elkaar zijn gezet. Zorg ervoor dat de pandragers recht tegen elkaar en vlak op de vangschaal liggen. Alleen op deze manier kunnen de pannen stabiel geplaatst worden.
- Houd ovenwanten of pannenlappen bij de vlam vandaan.
- Gebruik geen grillplaten of bakplaten.
- Reinig de branderdelen regelmatig voor een veilig en correct gebruik van de branders.
- Ontbrekende rubberen voetjes van de pannendragers kunnen krassen veroorzaken op de vangschaal of zorgen voor een slechte verbranding van de brander. Neem contact op met onze serviceafdeling als de rubberen voetjes ontbreken.
Inductie kookzones of kookgebieden
- Plaats geen metalen voorwerpen zoals messen, vorken, lepels en deksels op het oppervlak van de kookplaat omdat deze heet kunnen worden.
- Zodra u de kookpan van een inductiekookplaat verwijdert, stopt automatisch de kookactiviteit. Wen uzelf er echter aan altijd de kookplaat of zone na gebruik uit te schakelen om onbedoeld inschakelen te voorkomen.
Pagina 9
Veiligheid
- Schakel het kookplaatelement na gebruik uit met de bediening en vertrouw niet alleen op de pandetector.
- Houd er rekening mee dat als de kookplaat op een hoge stand wordt gebruikt, de opwarmtijd erg kort zal zijn. Laat de kookplaat niet onbeheerd achter als u een zone op een hoge stand gebruikt.
- Houd bij gebruik van de inductiekookplaat voorwerpen die gevoelig zijn voor magnetische velden (creditcards, bankkaarten, diskettes, horloges en dergelijke) uit de buurt van de kookplaat. We raden iedereen met een pacemaker aan om eerst een cardioloog te raadplegen.
- Gebruik nooit aluminiumfolie om te koken en plaats nooit in aluminium verpakte producten op de kookplaat. Het aluminium zou kunnen smelten en uw toestel onherstelbaar beschadigen.
Pagina 10
Veiligheid
Veilig gebruik
Temperatuurbeveiliging inductie zones
- De kookplaat is voorzien van een koelventilator die de elektronische componenten tijdens het koken afkoelt. De ventilator kan zelfs na afloop van het kookproces nog enige tijd in werking zijn.
- De kookplaat is tevens voorzien van een oververhittingsbeveiliging die de elektronische componenten beschermt tegen beschadiging. De bescherming werkt op verschillende manieren. Wanneer de temperatuur van de kookzone zeer hoog wordt, wordt het kookvermogen automatisch verlaagd. Als dit niet voldoende is, neemt het vermogen van de kookzone verder af, totdat de veiligheidsmechanismen de kookzone volledig uitschakelen. Zodra de kookplaat is afgekoeld, is het totale vermogen weer beschikbaar.
Kookduurbegrenzing
WAARSCHUWING!
De kookduurbegrenzer is een veiligheidsfunctie van uw kookplaat. Deze wordt geactiveerd als u vergeet de kookplaat uit te schakelen.
Afhankelijk van het gekozen kookvermogen wordt de kookduur als volgt begrensd:
| Kookstanden | De kookzone of wokbrander wordt automatisch uitgeschakeld na: |
| 1 en 2 | 9 uren |
| 3, 4 en 5 | 6 uren |
| 6, 7 en 8 | 4 uren |
| 9 | 3 uren |
| 10 | 2 uren |
| 11 en 12 | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
De kookduurbegrenzer schakelt de kookzones uit wanneer de in de tabel vermelde tijd is verstreken.
Kookstanden
De kookzone wordt automatisch naar stand 12 geschakeld na:
10 minuten
boost
LET OP!
- De kooktijdbegrenzer voor een bepaalde kookzone wordt gereset nadat de gebruiker de kookstand van de betreffende kookzone heeft gewijzigd.
- Kookzone-gerelateerde timers hebben voorrang op de kooktijdbegrenzer.
Pagina 11
Veiligheid
Energiebeheer
Het inductiegedeelte van deze kookplaat is uitgerust met een slim energiebeheersysteem. Dit systeem zorgt ervoor dat een maximaal toelaatbaar vermogen om veiligheidsredenen niet kan worden overschreden.
- Het slimme energiebeheersysteem regelt de stroomverdeling over de zones automatisch.
Dit betekent dat de kookplaat automatisch het vermogen van één zone kan verlagen zodra het vermogen van een andere zone wordt verhoogd. Het activiteitsniveau van het energiebeheersysteem is afhankelijk van het beschikbare vermogen per elektrische fase, de instelling van de stroombegrenzer en de aangesloten belasting.
- Het vermogen van de ene zone kan van invloed zijn op het vermogen van een andere zone, aangezien het maximaal beschikbare vermogen over de zones wordt verdeeld. Als de gecombineerde zones het maximaal beschikbare vermogen bereiken wanneer een nieuw vermogensniveau wordt ingesteld, worden de vermogensniveaus van een of meer zones automatisch verlaagd binnen de vermogenslimiet. Dit wordt aangegeven door het knipperen van het betreffende bedieningselement.
- Het slimme energiebeheersysteem grijpt eerder in wanneer de stroombegrenzer op een lager niveau is ingesteld.
- De instelling van de stroombegrenzer moet door een erkend en gekwalificeerd installateur worden ingesteld op basis van de aansluiting en stroomonderbrekers bij u thuis (zie
'Stroombegrenzer' voor de details over stroom en de elektrische installatie).
Verder lezen op pagina 12Inhoud