naslaan.comZoekenAlle merken

ATAG IG9271MBB, tekst van de handleiding

Kookplaat · ATAG · 42 pagina's in het Nederlands · pdf: 90 pagina's, 1,9 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: service.atag.nl

Storingen op pagina 34

Pagina 34

STORINGEN Inductie

Algemeen

Voor het telefoonnummer van de servicedienst kunt u de bijgeleverde garantiekaart raadplegen of kijken op ‘www.atagservice.nl’.

Indien u een barstje of scheurtje (hoe klein ook) op de glasplaat ziet, schakel dan de kookplaat onmiddellijk uit, neem direct de stekker van de kookplaat uit het stopcontact, verbreek de (automatische) zekering(en) in de meterkast of zet de schakelaar in de meterkast op nul bij een vaste aansluiting. Neem vervolgens contact op met de servicedienst.

Storingstabel inductie

Wanneer u twijfelt over de goede werking van uw kookplaat betekent dit niet automatisch dat er een defect is. Controleer in elk geval de volgende punten in onderstaande tabel of kijk voor meer informatie op de website ‘www.atagservice.nl’.

SYMPTOOMMOGELIJKE OORZAAKOPLOSSING
De ventilatie blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld.Afkoeling van de kookplaat.Normale werking.
De kookplaat geeft bij de eerste kookbeurten een lichte geur af.Opwarmen nieuw toestel.Dit is normaal en verdwijnt na enkele keren koken.
Ventileer de keuken.
U hoort een licht tikkend geluid op uw kookplaat.Ook bij lage kookstanden kan een zacht tikkend geluid optreden.Normale werking.
De kookpannen maken lawaai tijdens het koken.Dit wordt veroorzaakt door de doorstroming van de energie van de kookplaat naar de kookpan.Bij een hoge kookstand is dit normaal bij bepaalde pannen. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat.
Nadat u een kookzone heeft ingeschakeld blijft de display knipperen.De gebruikte kookpan is niet geschikt voor koken op inductie of heeft een diameter kleiner dan 12 cm.Gebruik een goede pan (zie pagina 14 en 15).

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)

Pagina 35

STORINGEN Inductie
SYMPTOOMMOGELIJKE OORZAAKOPLOSSING
Een kookzone stopt plotseling met de werking en er klinkt een signaal.De ingestelde timertijd is voorbij.Schakel het signaal uit met de of toets van de timer.
De kookplaat werkt niet en er verschijnt niets op de display.Geen stroomtoevoer door defecte voeding of foutieve aansluiting.Controleer de zekering of de elektrische schakelaar (bij een toestel zonder stekker).
Bij het inschakelen van de kookplaat slaat de zekering van de installatie door.Verkeerde aansluiting van de kookplaat.Controleer de elektrische aansluiting.
Foutcode F00.Het bedieningspaneel isBedieningspaneel schoon-
vervuild of er ligt water op.maken.
Foutcode F0 t/m F6 en FC.De generator is defect.Neem contact op met de servicedienst.
Foutcode F7.De omgevingstemperatuur is niet goed.Zet alle warmtebronnen in de omgeving van de kookplaat uit.
Foutcode F8 en F08.Toestel oververhit.Het toestel laten afkoelen en opnieuw beginnen met koken.
Foutcode F9 en/of continu geluidssignaal.Spanning te hoog en/of niet goed aangesloten.Laat uw aansluiting wijzigen.
Foutcode F99.U hebt 2 of meerdere toetsen tegelijk bediend.Bedien maar 1 toets tegelijk.
Foutcode FA.Spanning te laag.Neem contact op met uw energiebedrijf.
Foutcode FAN.Luchtcirculatie niet goed.Zorg dat de beluchtingsgaten onderin de kookplaat open zijn.
Overige foutcodes.Generator defect.Neem contact op met de servicedienst.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)

Pagina 36

STORINGEN Gas

Storingstabel gas

SYMPTOOMMOGELIJKE OORZAAKOPLOSSING
Het ruikt naar gas in de omgeving van het toestel.De aansluiting van het toestel lekt.Sluit de gashoofdkraan. Neem contact op met uw installateur.
Een brander ontsteekt niet.Stekker niet in stopcontact.Steek de stekker in het stopcontact.
Zekering defect/zekering in meterkast uitgeschakeld.Monteer een nieuwe zekering of schakel de zekering weer in.
Bougie vervuild/vochtig.Reinig/droog de bougie.
Branderdelen niet juist geplaatst.Zet de branderdelen via de centreernokken in elkaar.
Branderdelen vervuild/ vochtig.Reinig/droog de branderdelen. Let er hierbij op dat de uitstroomgaten open zijn.
Hoofdgaskraan gesloten.Open de hoofdgaskraan.
Storing aan het gasnet.Informeer bij uw gasleverancier.
Gasfles of -tank is leeg.Sluit een nieuwe gasfles aan of laat de tank vullen.
Verkeerd soort gas gebruikt.Controleer of het gebruikte gas geschikt is voor het toestel. Indien dit niet juist is, neem dan contact op met uw installateur.
Bedieningsknop niet diep genoeg ingedrukt.Houd de bedieningsknop voldoende diep ingedrukt tussen vol- en kleinstand. Bij eerste gebruik kan dit langer duren i.v.m. aanvoer van gas.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)

Pagina 37

STORINGEN Gas

SYMPTOOMMOGELIJKE OORZAAKOPLOSSING
De brander brandt niet egaal.Branderdelen niet juist geplaatst.Zet de branderdelen via de centreernokken in elkaar.
Branderdelen vervuild/ vochtig.Reinig/droog de branderdelen. Let er hierbij op dat de uitstroomgaten open zijn.
Verkeerd soort gas gebruikt.Controleer of het gebruikte gas geschikt is voor het toestel. Indien dit niet juist is, neem dan contact op met uw installateur.
De brander dooft na ontsteken.Bedieningsknop niet lang genoeg ingedrukt.Houd de bedieningsknop minimaal 5 seconden ingedrukt.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)

Pagina 38

INSTALLATIEVOORSCHRIFT Algemeen

Veiligheidsvoorschriften installatie

3 mm in de toevoerleiding wordt aangebracht.

Benodigde vrije ruimte rondom

* IG9271MB: min. 91 cm

de kookplaat

Voor noodzakelijk.een veiliggebruik is voldoende ruimte Controleer of deze ruimteromdom aanwezigis.
NL 38

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)

Pagina 39

INSTALLATIEVOORSCHRIFT Algemeen

Inbouwmaten

In de volgende illustratie zijn de afmetingen van de uitsparingen aangegeven.

min.40

Wanneer de kookplaat breder is dan het kastje, met een werkblad met een dikte van minder dan 46 mm, moet u een uitsparing aan beide zijden in het kastje zagen, zodat het toestel vrij ligt van het kastje.

Y

X

Y

Inbouwmaten in corpus x<46 mm: y = 46 mm - x x>= 46 mm: y = 0 mm

Pagina 40

INSTALLATIEVOORSCHRIFT Algemeen

Beluchting

De elektronica in het toestel heeft koeling nodig. Het toestel schakelt na korte tijd uit wanneer er onvoldoende lucht circuleert. Aan de onderzijde van het toestel bevinden zich de ventilatie-openingen. Door deze openingen moet koele lucht aangezogen kunnen worden. Aan de voorzijde en onderzijde is het toestel voorzien van uitblaasopeningen.

Inbouwen boven een oven, lade of vaste blende

B

Beluchting vindt plaats via plint (A) en achterzijde kast (B). Zaag de beluchtingsopeningen (min. 100 cm²) uit. Luchttoevoer A is overbodig wanneer er, samen met opening B, ergens anders een opening is waar lucht aangezogen kan worden.

Zorg ervoor dat de traverselat de luchtdoorvoer niet hindert. Schaaf of zaag de traverselat C zonodig schuin af.

Een lade mag de ventilatie-openingen aan de onderzijde van het toestel niet afsluiten. Bij een lade moet er aan de voorzijde een spleet gemaakt worden van minimaal de toestelbreedte. De afstand tussen lade A en de kookplaat moet minimaal 10 mm bedragen.

Pagina 41

INSTALLATIEVOORSCHRIFT Aansluitingen

Aansluitingen

Veel voorkomende aansluitingen:

Speciale aansluitingen:

º De spanning tussen de fase en de nul is 230 V ~. Breng verbindings bruggen aan tussen de aansluitpunten 1-2 en 4-5. Uw groep moet afgezekerd zijn met minimaal 32 A. De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 6 mm².

Met de op het aansluitblok aanwezige bruggen, kunt u de vereiste doorverbindingen maken, zoals in deze illustraties staat aangegeven.

Zet de kabel vast met de trekontlasting en sluit het deksel.

Aansluitpunt, wandcontactdoos en stekker moeten te allen tijde bereikbaar blijven.

Pagina 42

INSTALLATIEVOORSCHRIFT Aansluitingen

Gasaansluiting

Let op!

De gassoort en het land waarvoor het toestel is ingericht staan vermeld op het gegevensplaatje.

Dit is een klasse 3 toestel.

Aansluiting door middel van een speciaal daarvoor bestemde veiligheidsslang is ook toegestaan.

Kookplaat voorbereiden

Monteer de bijgeleverde knie op de gasaansluiting van het toestel.

1/2” ISO 228 (recht)

1/2” ISO 10226-1 (conisch)

Afdichtring

Alleen voor Frankrijk: 1/2” ISO 228 (recht)

1/2” ISO 228 (recht)

Afdichtring

Pagina 43

INSTALLATIEVOORSCHRIFT Inbouwen

Inbouwen

Controleer of het keukenmeubel en de uitsparing voldoen aan de gestelde eisen ten aanzien van afmetingen en ventilatie.

Behandel van kunststof of houten werkbladen de kopse kanten met eventueel afdichtvernis, om uitzetten van het werkblad door vocht te voorkomen.

Leg het toestel omgekeerd op het aanrechtblad.

Monteer de aansluitkabel aan het toestel conform de gestelde eisen (zie pagina 41).

Verwijder de beschermfolie van het afdichtband en plak het band in de groef van de aluminium profi elen of op de rand van de glasplaat. Plak het afdichtband niet door de hoek, maar knip 4 stukken die goed aansluiten in de hoek.

Keer het toestel om en leg het in de uitsparing.

Sluit het toestel aan op het elektriciteitsnet en open de gaskraan. Het toestel is nu gebruiksklaar.

Controleer de werking. Indien het toestel fout is aangesloten, zal het een geluidssignaal geven of een foutcode in de displays laten zien.

Pagina 44

BIJLAGE Afvoeren toestel en verpakking

Afvoeren toestel en verpakking

Bij de vervaardiging van dit toestel is gebruik gemaakt van duurzame materialen. Dit toestel moet aan het eind van zijn levenscyclus op verantwoorde wijze worden afgevoerd. De overheid kan u hierover informatie verschaffen.

De verpakking van het toestel is recyclebaar. Gebruikt kunnen zijn:

Deze materialen dient u op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen af te voeren.

Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet bij het gewone huisvuil mag worden gevoegd. Het toestel moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze service verschaft.

Het apart verwerken van huishoudelijke apparaten voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaat. Het zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat, teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen.

Pagina 45

BIJLAGE Technische gegevens

Vermogens- en inbouwtabel

Dit toestel voldoet aan alle relevante CE richtlijnen.

KookplaattypeIG9271MB*
Inductiex
Aansluiting230V - 50Hz
Max. vermogen kookzones
Linksvoor3 kW (Ø180)
Linksachter3 kW (Ø180)
Rechtsachter3 kW (Ø180)
Rechtsvoor3 kW (Ø180)
Aansluitwaarde
L13,7 kW
L23,7 kW
L3
Totale aansluitwaarde7400 W
(Inbouw)maten
Toestel breedte x diepte904 x 522 mm
Inbouwhoogte vanaf bovenkant werkblad43 mm
Zaagmaat breedte x diepte860 x 490 mm
Minimale afstand zaagmaat tot achterwand40 mm
Minimale afstand zaagmaat tot zijwand40 mm

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 45)

Gastechnische gegevens

G25 25 mbarG20 20 mbarG25* 20 mbarG30 29 mbarG31 37 mbarG30 50 mbarG31 50 mbar
Brandertype(kW)(kW)(kW)(kW/g/h)(kW/g/h)(kW/g/h)(kW/g/h)
Wok5.705.705.005.00/3605.00/3605.50/3964.75/342

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 45)

Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 3

HANDLEIDING Inhoud

Uw gas-inductiekookplaat

Inleiding

Bedieningspaneel Beschrijving

Veiligheidsvoorschriften

Gebruik inductie

Even wennen Pannen

Bediening inductie

Instellen

Bediening gas

Instellen

Onderhoud

Reinigen

Storingen

Inductie Gas

Installatievoorschrift

Algemeen Aansluitingen Inbouwen

Bijlage

Afvoeren toestel en verpakking Technische gegevens

Pagina 4

UW GAS-INDUCTIEKOOKPLAAT Inleiding

Deze combinatie kookplaat is ontworpen voor de echte kookliefhebber. De kookplaat bestaat uit een wokbrander op gas en vier inductiekookzones.

Koken op inductie heeft een aantal voordelen. Het is comfortabel, omdat de kookplaat snel reageert en ook op een zeer laag vermogen is in te stellen. Dankzij het hoge vermogen gaat het aan de kook brengen zeer snel. De ruime afstanden tussen de kookzones maken het koken ook comfortabel.

Koken op het inductie kookgedeelte verschilt met koken op een traditioneel toestel. Inductiekoken maakt gebruik van een magnetisch veld om warmte op te wekken. Dit betekent dat u niet zomaar een willekeurige pan kunt gebruiken. Het hoofdstuk pannen geeft u hierover meer informatie.

Met de wokbrander (gas) die een zeer hoog vermogen heeft, kunt u nog beter wokgerechten bereiden. Dankzij de in de knop geïntegreerde vonkontsteking ontsteekt èn bedient u de wokbrander met één hand.

Voor optimale veiligheid is de wokbrander voorzien van een thermo-elektrische vlambeveiliging. Het inductiegedeelte van de kookplaat is uitgerust met meerdere temperatuurbeveiligingen en een restwarmtesignalering die aangeeft welke kookzones nog heet zijn.

In deze handleiding staat beschreven op welke manier u de inductiekookplaat zo optimaal mogelijk kunt benutten. Naast informatie over de bediening treft u ook achtergrondinformatie aan die van dienst kan zijn bij het gebruik van dit product. Tevens zijn kooktabellen en onderhoudstips opgenomen.

Lees eerst de gebruiksaanwijzing geheel en aandachtig door voordat u het apparaat gaat gebruiken en bewaar deze zorgvuldig voor latere raadpleging.

Pagina 5

UW GAS-INDUCTIEKOOKPLAAT Inleiding

De handleiding dient bovendien als referentie voor de servicedienst.

Plak daarom het los bijgeleverde gegevensplaatje in het daarvoor bestemde kader, achter in de handleiding. Het gegevensplaatje bevat alle informatie die de servicedienst nodig heeft om adequaat op uw vragen te reageren.

Veel kookplezier!

Let op

Pannen waarmee al eerder op een gaskookplaat is gekookt, zijn niet meer geschikt voor inductiekoken!

Pagina 6

UW GAS-INDUCTIEKOOKPLAAT Bedieningspaneel

Pagina 7: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 8

UW GAS-INDUCTIEKOOKPLAAT Veiligheidsvoorschriften

Waar u op moet letten

Inductiekoken is uiterst veilig. De kookplaat is uitgerust met diverse beveiligingen zoals thermo-elektrische vlambeveiliging, restwarmtesignalering en kookduurbegrenzing. Toch zijn er net als bij elk toestel een aantal zaken waar u op moet letten.

Aansluiten en reparatie

Tijdens gebruik (algemeen)

Pagina 9

UW GAS-INDUCTIEKOOKPLAAT Veiligheidsvoorschriften

Wij adviseren pacemaker-dragers om eerst de hart specialist te raadplegen.

Tijdens gebruik (gas)

Pagina 10

UW GAS-INDUCTIEKOOKPLAAT Veiligheidsvoorschriften

Tijdens gebruik (inductie)

Temperatuurbeveiliging (inductie)

Pagina 11

UW GAS-INDUCTIEKOOKPLAAT Veiligheidsvoorschriften

Kookduurbegrenzing (inductie)

Als een kookzone gedurende een ongebruikelijk lange tijd aan is, wordt deze automatisch uitgeschakeld.

Afhankelijk van het gekozen kookvermogen wordt de kookduur als volgt begrensd:

KookstandDe kookzone wordt automatisch uitgeschakeld na:
1 en 29 uur
3, 4 en 55 uur
6, 7 en 84 uur
93 uur
102 uur
11 en 121 uur

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

KookstandDe kookzone wordt automatisch naar stand 12 geschakeld na:
boost10 minuten

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

Pagina 12

GEBRUIK INDUCTIE Even wennen

Werking van de aanraaktoetsen

Het bedienen van de kookplaat door middel van de aanraaktoetsen is even wennen als u andere bediening gewend bent. Leg uw vingertoppen plat op de toetsen voor het beste effect. U hoeft niet hard te drukken.

De aanraaksensoren zijn zodanig ingesteld dat deze alleen reageren op de druk en het formaat van vingertoppen. De kookplaat is niet te bedienen met andere voorwerpen en zal bijvoorbeeld niet inschakelen als uw huisdier over de kookplaat loopt.

Inductiekoken

Inductiekoken is snel

In het begin zult u verrast zijn door de snelheid van het toestel. Vooral het op een hogere stand aan de kook brengen gaat zeer snel. Om overkoken of droogkoken te voorkomen, kunt u er het beste altijd bij blijven.

Geen warmteverlies en de handgrepen blijven koud bij inductiekoken.

Het vermogen past zich aan

Bij inductiekoken wordt alleen dat deel van de zone benut waar de pan op staat. Gebruikt u een kleine pan op een grote zone, dan zal het vermogen zich aanpassen aan de diameter van de pan. Het vermogen zal dus kleiner zijn en het zal langer duren voordat het gerecht in de pan aan de kook is.

Let op

Pagina 13

GEBRUIK INDUCTIE Even wennen

Werking inductie

De spoel (1) in de kookplaat (2) wekt een magnetisch veld (3) op. Door een pan met een ijzeren bodem (4) op de spoel te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductiestroom.

In het toestel wordt een magnetisch veld opgewekt. Door een pan met een ijzeren bodem op een kookzone te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductiestroom. Deze inductiestroom wekt warmte op in de panbodem.

Comfortabel

De elektronische regeling is nauwkeurig en eenvoudig in te stellen. Op de laagste stand kunt u bijvoorbeeld chocolade direct in de pan smelten of ingrediënten bereiden die u gewoonlijk au bain marie verwarmt.

Snel

Door het hoge vermogen van de inductiekookplaat gaat het aan de kook brengen erg snel. Het doorkoken kost even veel tijd als koken op een andere kookplaat.

Schoon

De kookplaat is eenvoudig te reinigen. Doordat de kookzones niet heter worden dan de pan zelf, kunnen voedselresten niet inbranden.

Veilig

De warmte wordt opgewekt in de pan zelf. De glasplaat wordt niet warmer dan de pan. Hierdoor blijft de kookzone een stuk koeler dan die van bijvoorbeeld een keramische kookplaat of een gasbrander. Na het wegnemen van een pan is de kookzone snel afgekoeld.

Pagina 14

GEBRUIK INDUCTIE Pannen

Pannen voor inductiekoken

Inductiekoken stelt eisen aan de kwaliteit van de pannen.

Let op

º een dikke bodem van minimaal 2,25 mm; º een vlakke bodem.

Tip

Met een magneet kunt u zelf controleren of uw pannen geschikt zijn. Wanneer de magneet wordt aangetrokken, is de pan geschikt.

GeschiktOngeschikt
Speciale roestvrijstalen pannenAardewerk
Class InductionRoestvrijstaal
Solide geëmailleerde pannenPorselein
Geëmailleerde gietijzeren pannenKoper
Kunststof
Aluminium

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

Voor de automatische kookprogramma’s wordt geadviseerd om de pannen te gebruiken die door ATAG worden aanbevolen

(zie www.atagservice.nl).

Let op

Pagina 15

GEBRUIK INDUCTIE Pannen

Let op

Gebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking van de oververhittingsbeveiliging belemmeren. Het toestel kan dan te warm worden waardoor de glasplaat kan barsten en de panbodem kan smelten. Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valt buiten de garantie.

Minimale pandiameter

De minimale pandiameter bedraagt 12 cm. Het beste resultaat bereikt u door een pan te nemen met dezelfde diameter als de kookzone. Bij te kleine pannen schakelt de kookzone niet in.

Snelkookpannen

Inductiekoken is zeer geschikt voor het koken in snelkookpannen. De kookzone reageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op druk komt. Zodra u een kookzone uitschakelt, stopt het kookproces direct.

Pagina 16

BEDIENINGINDUCTIE Instellen
Inschakelenenvermogeninstellen
Het vermogen is in te stellen in 12 standen. Daarnaast is er nog een ‘boost’ stand.
1. Zet een pan op een kookzone.
2. Druk op de toets.
Er klinkt een enkel geluidssignaal.
3. Druk op de aan-/uittoets van de gewenste kookzone.
In de display verschijnt een knipperende ‘-’ en er klinkt een enkel geluidssignaal. Wanneer u geen verdere actie onderneemt, schakelt de
kookzone na 10 seconden vanzelf uit.
4. Stel met de of toets, of de of toets de gewenste stand in. De kookplaat start automatisch in de ingestelde stand (als er een pan gedetecteerd wordt).
º Drukt u de eerste keer op de of toets, dan verschijnt stand 6.
º Drukt u de eerste keer op de toets dan verschijnt stand 12 + ‘boost’. Dit is de ‘boost’ stand en deze kunt u gebruiken om een
korte tijd op heel hoog vermogen te koken (zie pagina 17). º Drukt u de eerste keer op de toets dan verschijnt stand 1.
Tips
• Met de of toets kunt u de stand stapsgewijs ophogen of
verlagen. Drukt u op de of de toets, dan kunt u de stand versneld ophogen of verlagen.
• U kunt de , , of toets ingedrukt houden om sneller
het gewenste vermogen in te stellen.
Pandetectie
Indien de kookplaat na het instellen van een kookvermogen geen (ijzerhoudende) pan detecteert, zal het display blijven knipperen en de kookzone blijft koud. Indien er binnen 1 minuut geen
(ijzerhoudende) pan geplaatst wordt, schakelt de kookzone
automatisch uit (zie ook pagina 14 en 15; “Pannen”).

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

Restwarmte-indicatie

Na intensief gebruik van een kookzone kan de gebruikte zone nog enkele minuten warm blijven. Zolang de kookzone heet is, blijft er een “H” in de display staan.

Pagina 17

BEDIENINGINDUCTIE Instellen
Boost
De ‘boost’ functie kunt u gebruiken om gedurende een korte tijd (maximaal 10 minuten) op het hoogste vermogen te koken. Na het verstrijken van de maximale boosttijd wordt het vermogen verlaagd
naar stand 12.
De boost functie inschakelen
1. Zet een pan op een kookzone en schakel de kookzone in.
2. Druk direct na inschakeling een keer op de toets.
In de display verschijnt stand 12 en ‘boost’.
• Staat een zone al ingesteld op een bepaalde stand en wilt u deze op de ‘boost’ stand zetten, dan kunt u dit doen door meerdere keren op de toets of de toets te drukken.
De boost functie uitschakelen
De boost functie is ingeschakeld, in de display is stand 12 en ‘boost’ zichtbaar.
1. Druk op de of toets.
In de display verschijnt een lagere stand.
Of:
2. Druk op de aan-/uittoets van de kookzone die u wilt uitschakelen.
Er klinkt een enkel geluidssignaal en de display dooft. De kookzone is nu helemaal uit.
Twee achter elkaar liggende kookzones
Twee kookzones die achter elkaar liggen beïnvloeden elkaar. Wanneer
deze kookzones tegelijk ingeschakeld zijn, wordt het vermogen automatisch verdeeld. De eerst ingestelde kookzone houdt te allen tijde de ingestelde stand. De stand die maximaal ingesteld kan

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

worden voor de voor- of achterliggende kookzone die later wordt bijgeschakeld, hangt dus af van de stand van de eerste kookzone.

Wanneer u de maximale combinatie van kookstanden heeft bereikt, gaat de laatst ingestelde stand knipperen en wordt automatisch verlaagd naar de hoogst mogelijke stand.

Twee naast elkaar liggende kookzones beïnvloeden elkaar niet. U kunt beide kookzones op een hoge stand instellen.

Pagina 18

BEDIENINGINDUCTIE Instellen
Uitschakelen
Eén kookzoneuitschakelen
Druk op de
Er klinkt een
• Indien alle de kookplaat modus’).
aan-/uittoets van de kookzone die u wilt uitschakelen. enkel geluidssignaal en de display dooft.
kookzones op deze manier uitgeschakeld zijn staat automatisch in stand-by modus (zie ook ‘stand-by
Alle kookzonestegelijk uitschakelen
Druk kort op schakelen.
Er klinkt een
de toets om alle kookzones gelijktijdig uit te enkel geluidssignaal. Naast de toets blijft een rood
lampje langzaamaan en uit gaan.
• De kookplaatstaat nu in de eco stand-by modus (zie ook ‘eco
Stand-bymodusstand-bymodus’).
In stand-bymodus is de kookplaat uitgeschakeld. U kunt naar de
stand-by modus afzonderlijkeschakelen vanuit eco stand-by modus, of door alle kookzones uit te schakelen.
Vanuit de stand-by modus kunt u direct beginnen met koken door op de aan-/uittoets van de gewenste kookzone te drukken.
De kookplaat vanuit eco stand-by modus naar stand-by modus schakelen
Ecostand-bymodusHet rode lampje naast de toets blijft langzaam aan en uit gaan. Druk kort op de toets om naar stand-by modus te schakelen. Er klinkt een enkel geluidssignaal. Alle lampjes op de kookplaat zijn uit.
In eco stand-by modus is de kookplaat uitgeschakeld en verbruikt de kookplaat het minste energie.
De kookplaat kan naar eco stand-by modus geschakeld worden vanuit de stand-by modus en wanneer er nog kookzones actief zijn.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

Pagina 19

BEDIENINGINDUCTIE Instellen
Wist u dat
De kookplaat in eco stand-by modus minder dan 0,5 W verbruikt. Dit is nog minder dan in de stand-by modus van de kookplaat.
De kookplaat naar eco stand-by modus schakelen
Druk kort op de toets.
Er klinkt een enkel geluidssignaal. De eco stand-by modus is actief, het rode lampje naast de toets blijft langzaam aan en uit gaan.
Vanuit de eco stand-by modus kunt u niet meteen beginnen met
koken. Hiervoormoet de kookplaat eerst naar stand-by modus
geschakeldworden.
Wist u dat
Na 30 minutenin de stand-by modus schakelt de kookplaat
automatisch te voorkomen.naar eco stand-by modus om onnodig energieverbruik
Kinderslot
U kunt inschakelendekookplaat met het kinderslot vergrendelen. Onbedoeld van de kookzones wordt hiermee voorkomen.
De kookplaatnaar kinderslot schakelen
1. Druk Er behalve modus constant.
2. Druk het
Er modus.
klinkt kinderslot klinktgedurende 2 seconden op de toets.
een dubbel geluidssignaal. Alle toesten zijn nu inactief de toets. De kookplaat schakelt eerst naar eco stand-by en dan door naar de kinderslot modus. Het rode lampje brandt nogmaals 2 seconden op de toets om de kookplaat van te halen.
een enkel geluidssignaal. De kookplaat is nu in stand-by Het rode lampje naast de toets is uit.
Tip
Zet dekookplaatin de kinderslot modus voordat u de kookplaat gaat
reinigenom te voorkomen dat deze per ongeluk inschakelt.
Wist udat
Wanneer energiede kookplaat op het kinderslot staat, deze net zo weinig verbruikt als in de eco stand-by modus.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Verder lezen op pagina 20Inhoud

Meer handleidingen: ATAG kookplaat