ATAG IG9271MBB, tekst van de handleiding
Pagina's 20–45 van 90 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 20
| BEDIENING | INDUCTIE Instellen | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Pauze | |||||||||
| Met de gedurende | pauze | functie kunt 5 minuten ‘op | u de gehele kookplaat tijdens het koken pauze’ zetten. U kunt de kookplaat zo | ||||||
| gedurende schoonmaken, | een | korte tijd, zonder instellingen | op een veilige manier alleen laten of te verliezen. | ||||||
| De kookplaat | naar pauze | modus schakelen | |||||||
| Druk éénmaal | op de toets. | ||||||||
| Er klinkt lagere stand | een | dubbel en | geluidssignaal, het rode lampje | de standen verspringen naar een naast de toets knippert. | |||||
| • Eventueel • Alle • Alle | kookzones toetsen | ingestelde worden zijn inactief | timers/kookwekkers staan stil. automatisch op een lage stand gezet. behalve de toets en de toets. Ook | ||||||
| de aan-/uittoetsen deze | reageren | van echter | de afzonderlijke kookzones blijven actief, met een vertraging van twee seconden. | ||||||
| Indien u | binnen | 5 minuten | nogmaals op de toets drukt, zullen de | ||||||
| gepauzeerde Er klinkt | een | kookprocessen dubbel | geluidssignaal, | hervatten. de kookplaat hervat de instellingen | |||||
| zoals deze | voor | de pauze | ingesteld | zijn. | |||||
| Indien u binnen | 5 minuten | geen verdere actie onderneemt: | |||||||
| Worden alle actieve | kookzones | automatisch uitgeschakeld. Daarna blijft de | |||||||
| toets nog 25 | minuten knipperen | om aan te geven dat de kookprocessen | |||||||
| door de pauze modus automatisch van Herkennen van een modus | zijn pauze modus | beëindigd. Na 25 minuten schakelt de kookplaat naar eco stand-by modus. | |||||||
| De stand-by modus | Er brandt geen enkel lampje | ||||||||
| De eco stand-by modus | Het rode lampje naast de toets blijft langzaam aan en uit gaan. | ||||||||
| De kinderslot modus | Het rode lampje naast de toets brandt constant. | ||||||||
| De pauze modus | Het rode lampje naast de toets knippert. | ||||||||
| NL 20 | |||||||||
Pagina 21
BEDIENING INDUCTIE Instellen
Timer / Kookwekker
De toets van elke kookzone heeft twee functies:
| De timerfunctie | De kookwekkerfunctie | |||
|---|---|---|---|---|
| Deze functie is te herkennen aan het rode pijltje naar boven ( ). | Deze functie is te herkennen aan het rode pijltje naar beneden ( ). | |||
| In de timerfunctie loopt de tijd op. | In de kookwekkerfunctie telt de tijd af. | |||
| De timer is niet te koppelen aan | De kookwekker is te koppelen | |||
| een kookzone. | aan een kookzone. Dit houdt in dat de kookzone uitschakelt als de ingestelde tijd afgelopen is. | |||
| De timerfunctie schakelt na het drukken op de toets na | De kookwekkerfunctie is te bereiken vanuit de timerfunctie | |||
| 3 seconden vanzelf in als u niets | door op de of toets te | |||
| doet. | drukken. | |||
| Let op | ||||
| • Per set van twee kookzones (voor en achter) is één timer/ | ||||
| kookwekker beschikbaar. | ||||
| • De timer/kookwekker kan per set van twee kookzones slechts aan één van beide kookzones gekoppeld worden. • De timer-/kookwekkerfunctie kan ook gebruikt worden zonder | ||||
| een bijbehorende kookzone te activeren. | ||||
| De timer inschakelen | ||||
| 1. Druk éénmaal op de toets van de kookzone. De display van de timer licht op en u ziet drie nullen knipperen. Daar onder verschijnt een en . | ||||
| Als u geen tijd instelt met de of toets gaat na 3 seconden automatisch de timer lopen. De timer loopt tot maximaal 9 uur en 59 minuten. | ||||
| licht op en de tijd loopt op. 2. Druk nogmaals op de toets van de kookzone waarvan | ||||
| brandt, om deze uit te schakelen. | ||||
| NL 21 | ||||
Pagina 22
| BEDIENING | INDUCTIE Instellen | |||||
| De kookwekker inschakelen | ||||||
| 1. Druk éénmaal op de toets van de kookzone. 2. Druk op de of toets om van de timerfunctie naar de | ||||||
| kookwekkerfunctie te schakelen. Daarna kunt met de toets de gewenste kookduur instellen. Vervolgens kunt u met de toets de ingestelde tijd aanpassen. licht op. De tijd telt af. | ||||||
| 3. Druk nogmaals op de toets van de kookzone waarvan brandt, om deze weer uit te schakelen. Let op | ||||||
| • De kookwekker is gekoppeld aan de kookzone indien de | ||||||
| bijbehorende kookzone ingeschakeld is. | ||||||
| • Indien de kookwekker gekoppeld is aan een kookzone zal de | ||||||
| kookzone uitschakelen nadat de ingestelde tijd verstreken is. Het kookwekker alarm gaat af en geeft gedurende een kwartier in | ||||||
| afnemende mate een geluidssignaal, terwijl ‘0.00’ en blijven | ||||||
| knipperen. Druk nogmaals op de toets van de kookzone waarvan knippert, om het kookwekker alarm weer uit te schakelen. | ||||||
| De kookduur instellen | ||||||
| Schakel de kookwekker in. | ||||||
| Toets | Stappen van x per toetsaanraking | Tijdsduur | ||||
| x = 1 minuut | 0.00 tot ... | |||||
| x = 10 seconden | 5.00 - 0.00 | |||||
| x = 30 seconden | 9.00 - 5.00 | |||||
| x = 1 minuut | ... tot 9.00 | |||||
| Na 9 minuten (“9.00”) verschijnt boven het display het woord “.min” en tellen de minuten verder op achter de punt. | ||||||
| Tip | ||||||
| U kunt de of toets ingedrukt houden om sneller de gewenste | ||||||
| kookduur in te stellen. | ||||||
| NL 22 | ||||||
Pagina 23
| BEDIENING | INDUCTIE | Instellen | |
| Geluidssignaal | in- en uitschakelen | ||
| 1. 2. 3. | Druk tweemaal Houd daarna totdat u een Het geluidssignaal behalve bij en het geluidssignaal Gebruik dezelfde schakelen. | op de meest linker aan-/uittoets . tegelijkertijd de toets en de toets ingedrukt geluidssignaal hoort. is nu uitgeschakeld voor alle toetsbedieningen, de toets en de toets. Let wel: het kookwekker alarm bij foutmeldingen zijn niet uit te schakelen. toetscombinatie om het geluid weer in te |
Pagina 24
BEDIENING INDUCTIE Instellen
| Automatische | kookprogramma’s | ||
|---|---|---|---|
| Uw kookplaat is voorzien van 6 automatische kookprogramma’s. De | |||
| eventuele instellen met De kookprogramma’s tabellen zijn | eindtijd van een automatisch kookprogramma kunt u zelf behulp van de kookwekkerfunctie (zie pagina 22). zijn gebaseerd op gangbare hoeveelheden. De bedoeld als richtlijn, door de ruime marges kunt u het | ||
| gerecht naar | uw eigen wensen aanpassen. | ||
| Een automatisch | kookprogramma instellen | ||
| Er staat een 1. Druk Een reeks anderen. 2. Druk om naar Het gekozen van ‘automatisch’ | pan op de kookzone en de kookzone is ingeschakeld. op de toets. van zes iconen licht op, waarvan 1 icoon feller dan de nogmaals op de toets, of houd de toets ingedrukt de volgende menufunctie te gaan. kookprogramma start automatisch na 3 seconden. Een ‘A’ verschijnt in de display. | ||
| Indien er volgende , , | een automatisch kookprogramma actief is, kunt u met de toetsen terugkeren naar het handmatige kookproces: , . | ||
Pagina 25
BEDIENING INDUCTIE Instellen
De volgende automatische kookprogramma’s zijn beschikbaar:
(Aan)kookfunctie*/**
Brengt de inhoud van de pan aan de kook (100 °C) en houdt deze aan de kook. Er klinkt een geluidssignaal als de inhoud aan de kook is of als het gerecht moet worden toegevoegd. Deze functie werkt alleen zonder deksel op de pan.
| Gerecht | Aantal personen | Hoeveelheid | Pan | Zone | De pan vullen tot: (begin kookproces) |
|---|---|---|---|---|---|
| Gekookte aardappelen | 1 - 3 | 200 - 500 g | Steelpan (Ø 200) | Ø 145 | 1,0 l incl. aardappelen |
| 3 - 5 | 500 - 800 g | Lage pan (Ø 200) | Ø 180 | 1,5 l incl. aardappelen | |
| 3 - 5 | 500 - 800 g | Hoge pan (Ø 200) | Ø 180 | 1,5 l incl. aardappelen | |
| 6 - 8 | 1000 - 1400 g | Hoge pan (Ø 200) | Ø 210 | 2,5 l incl. aardappelen | |
| 9 - 15 | 1500 - 2200 g | Grote pan (Ø 240) | Ø 260 | 3,5 l incl. aardappelen | |
| 9 - 15 | 1500 - 2200 g | Grote pan (Ø 240) | Ø 260 dubbel | 3,5 l incl. aardappelen | |
| Gekookte | 1 - 3 | 150 - 250 g | Steelpan (Ø 200) | Ø 145 | 1,0 l incl. groenten |
| 3 - 4 | 300 - 500 g | Lage pan (Ø 200) | Ø 180 | 1,5 l incl. groenten | |
| 3 - 4 | 300 - 500 g | Hoge pan (Ø 200) | Ø 180 | 1,5 l incl. groenten | |
| (harde) groenten | 4 - 6 | 500 - 750 g | Hoge pan (Ø 200) | Ø 210 | 2,5 l incl. groenten |
| 6 - 8 | 750 - 900 g | Grote pan (Ø 240) | Ø 260 | 3,5 l incl. groenten | |
| 6 - 8 | 750 - 900 g | Grote pan (Ø 240) | Ø 260 dubbel | 3,5 l incl. groenten | |
| Eieren | 2 - 6 | 2 - 6 eieren | Steelpan (Ø 200) | Ø 145 | 1,0 l incl. eieren |
| 8 - 12 | 8 - 12 eieren | Lage pan (Ø 200) | Ø 180 | 1,5 l incl. eieren | |
| Rijst | 1 | 100 g | Steelpan (Ø 200) | Ø 145 | 1,0 l alleen water ¹) |
| 2 - 4 | 200 - 400 g | Lage pan (Ø 200) | Ø 180 | 1,5 l alleen water ¹) | |
| 2 - 4 | 200 - 400 g | Hoge pan (Ø 200) | Ø 180 | 1,5 l alleen water ¹) | |
| 4 - 5 | 400 - 500 g | Hoge pan (Ø 240) | Ø 210 | 2,0 l alleen water ¹) | |
| Pasta | 1 - 2 | 100 - 200 g | Lage pan (Ø 200) | Ø 180 | 1,0 l alleen water ¹) |
| 2 - 3 | 200 - 300 g | Hoge pan (Ø 200) | Ø 210 | 2,0 l alleen water ¹) | |
| 4 - 6 | 400 - 600 g | Grote pan (Ø 240) | Ø 260 | 3,0 l alleen water ¹) | |
| 4 - 6 | 400 - 600 g | Grote pan (Ø 240) | Ø 260 dubbel | 3,5 l alleen water ¹) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
- 1) Na het geluidssignaal kan de rijst of pasta worden toevoegd.
* Deze functie werkt het best met pannen die door ATAG worden geadviseerd (zie hiervoor www.atagservice.nl).
** Deze menufuncties werken het best als ze worden opgestart aan het begin van het kookproces.
Pagina 26
BEDIENING INDUCTIE Instellen
Sudderfunctie*
De temperatuur van het gerecht wordt constant tegen het kookpunt (90 °C - 95 °C) aangehouden. De sudderstand werkt het beste met een deksel op de pan. Dikkere gerechten moeten elke 15 minuten omgeroerd worden. De maximale suddertijd is 8 uur, tenzij er met behulp van een timer een kortere tijd ingesteld is.
| Gerecht | Hoeveelheid +/- | Pan | Zone |
|---|---|---|---|
| Saus of soep | 1 l | Lage pan (Ø 200) | Ø 145 |
| 1 l | Lage pan (Ø 200) | Ø 180 | |
| 1,5 l | Hoge pan (Ø 200) | Ø 180 | |
| 1 l | Lage pan (Ø 200) | Ø 210 | |
| 1,5 l | Hoge pan (Ø 200) | Ø 210 | |
| 2,5 l | Grote pan (Ø 240) | Ø 260 | |
| 2.5 l | Grote pan (Ø 240) | Ø 260 dubbel |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
Warmhoudfunctie*
De temperatuur van het gerecht wordt automatisch op een constante temperatuur van 70 °C - 75 °C gehouden. De warmhoudstand werkt het beste met een deksel op de pan. Grotere hoeveelheden en dikkere gerechten moeten af en toe geroerd worden. De maximale warmhoudtijd is 8 uur, tenzij er met behulp van een timer een kortere tijd ingesteld is.
| Gerecht | Aantal personen | Hoeveelheid +/- | Pan | Zone |
|---|---|---|---|---|
| Alle gerechten | 1 | 1000 g | Steelpan (Ø 200) | Ø 145 |
| 2 - 3 | 1500 g | Lage pan (Ø 200) | Ø 180 | |
| 4 | 2000 g | Hoge pan (Ø 200) | Ø 180 | |
| 4 | 2000 g | Hoge pan (Ø 200) | Ø 210 | |
| 8 | 4000 g | Grote pan (Ø 240) | Ø 260 | |
| 8 | 4000 g | Grote pan (Ø 240) | Ø 260 dubbel |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
Wokfunctie*/**
De wokstand zorgt voor een optimale woktemperatuur, zowel voor de olie als voor het wokken. Na het geluidssignaal is de pan op temperatuur, de olie kan in de pan en daarna het gerecht.
Pagina 27
BEDIENING INDUCTIE Instellen
| Gerecht | Aantal personen | Maximale hoeveelheid vlees of vis / groente | Pan | Zone |
|---|---|---|---|---|
| Vlees, vis, groenten | 1 - 2 | 300 g / 300 g | Wokpan | Ø 145 |
| 1 - 2 | 300 g / 300 g | Wokpan | Ø 180 | |
| 3 - 4 | 600 g / 600 g | Wokpan | Ø 210 | |
| 3 - 4 | 600 g / 600 g | Wokpan | Ø 260 | |
| 1 - 2 | 300 g / 300 g | Wokpan | Ø 260 dubbel |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
Braadfunctie*/**
De braadstand zorgt voor een optimale braadtemperatuur. Na het geluidssignaal is de pan op temperatuur. De olie of boter kan in de pan en daarna het gerecht.
| Gerecht | Aantal personen | Hoeveelheid | Pan | Zone |
|---|---|---|---|---|
| Vlees, vis | 1 - 2 | 150 - 200 g | Koekenpan | Ø 145 |
| 2 - 3 | 200 - 400 g | Koekenpan | Ø 180 | |
| 4 - 5 | 400 - 500 g | Koekenpan | Ø 210 | |
| 5 - 6 | 500 - 600 g | Koekenpan | Ø 260 | |
| 5 - 6 | 500 - 600 g | Koekenpan | Ø 260 dubbel |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
Grillfunctie*/**
De grillstand zorgt voor een optimale grilltemperatuur. Er klinkt een geluidssignaal als de pan op temperatuur is.
| Gerecht | Aantal personen | Hoeveelheid | Pan | Zone |
|---|---|---|---|---|
| Vlees, vis, groenten | 1 - 2 | 100 - 200 g | Grill pan / plaat | Ø 145 |
| 2 - 3 | 200 - 300 g | Grill pan / plaat | Ø 180 | |
| 3 - 4 | 300 - 400 g | Grill pan / plaat | Ø 210 | |
| 4 - 6 | 400 - 600 g | Grill pan / plaat | Ø 260 | |
| 4 - 6 | 400 - 600 g | Grill pan / plaat | Ø 260 dubbel |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
*
Deze functie werkt het best met pannen die door ATAG worden geadviseerd (zie hiervoor www.atagservice.nl).
Deze menufuncties werken het best als ze worden opgestart aan het begin van het kookproces.
**
Pagina 28
BEDIENING INDUCTIE Instellen
Kookstanden inductie
Het onderstaande overzicht is uitsluitend bedoeld als leidraad, omdat de instelwaarde afhankelijk is van de hoeveelheid en samenstelling van het gerecht en de pan.
Gebruik ‘boost’ en stand 12 voor:
- snel aan de kook brengen;
- slinken van bladgroenten;
- verhitten van olie en vet;
- onder druk brengen van een snelkookpan.
Gebruik stand 11 voor:
- aanbraden van vlees;
- bakken van vis;
- bakken van omeletten;
- bakken van gekookte aardappelen;
- frituren.
Gebruik stand 10 voor:
- bakken van dikke pannenkoeken;
- bakken van dik, gepaneerd vlees;
- uitbakken van spek of bacon;
- bakken van rauwe aardappelen;
- bakken van wentelteefjes;
- bakken van gepaneerde vis.
Gebruik stand 8 en 9 voor:
- doorkoken;
- ontdooien van harde groenten;
- bakken en garen van dun vlees.
Gebruik stand 1 t/m 7 voor:
- trekken van bouillon;
- bereiden van stoofvlees;
- smoren van groenten;
- smelten van chocolade;
- smelten van kaas.
Pagina 29
BEDIENING GAS Instellen
Ontsteken en instellen
Druk de bedieningsknop in en draai hem linksom. De brander ontsteekt.
De wokbrander kan traploos worden geregeld tussen vol- en kleinstand.
Vlambeveiliging
Uw gaskookplaat is uitgerust met vlambeveiliging. Deze zorgt ervoor dat de gastoevoer gesloten wordt als de vlam tijdens het kookproces dooft.
Bediening vlambeveiliging
Druk de bedieningsknop in en draai deze linksom. Houd de bedieningsknop, in volstand, ongeveer 3 seconden ingedrukt nadat de brander is ontstoken.
De vlambeveiliging schakelt in.
De wokbrander gebruiken als kookbrander
- Zorg er altijd voor dat de vlammen onder de pan blijven. Als vlammen om de pan heen spelen gaat veel energie verloren.
Bovendien kunnen de handgrepen dan te heet worden.
- Gebruik geen pannen met een kleinere bodemdiameter dan 12 cm. Kleinere pannen staan niet stabiel.
- Kook met het deksel op de pan. U bespaart dan tot 50% energie.
- Gebruik pannen met een vlakke, schone en droge bodem. Pannen met een vlakke bodem staan stabiel en pannen met een schone bodem dragen de warmte beter over naar het gerecht.
Wokken
Met de wokbrander kunt u gerechten op een zeer hoge temperatuur bereiden. Het is hierbij van belang dat u:
- van te voren de ingrediënten in reepjes, plakjes of stukjes snijdt;
- bij het roerbakken olie van goede kwaliteit gebruikt, zoals olijf-, maïs-, zonnebloem- of arachide olie (zie pagina 30). Een klein beetje is al genoeg. Boter en margarine verbranden door de grote hitte;
Pagina 30
BEDIENING GAS Instellen
- de gerechten met de langste bereidingstijd het eerst in de pan doet, zodat aan het eind van de bereidingstijd alle ingrediënten tegelijk (beet)gaar zijn.
Gezond koken
Rookpunt van verschillende oliesoorten
Om gezond te bakken, adviseert ATAG om de oliesoort af te stemmen op de baktemperatuur. Elke oliesoort heeft een ander rookpunt waarbij giftige gassen vrijkomen. In onderstaande tabel ziet u de rookpunten van verschillende oliesoorten.
| Olie | Rookpunt °C |
|---|---|
| Extra vierge olijfolie | 160 °C |
| Boter | 177 °C |
| Kokosolie | 177 °C |
| Raapzaadolie | 204 °C |
| Vierge olijfolie | 216 °C |
| Zonnebloemolie | 227 °C |
| Maisolie | 232 °C |
| Arachideolie | 232 °C |
| Rijstolie | 255 °C |
| Olijfolie | 242 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
Gebruik van het wok-hulprooster
Het hulprooster dat ten behoeve van de wokbrander is meegeleverd of als accessoire verkrijgbaar is zorgt voor extra stabiliteit bij een wok met een ronde bodem.
Plaats het hulprooster volgens de illustratie op het wokrooster.
Gebruik van verkleinrooster
Het verkleinrooster dat is meegeleverd of als accessoire verkrijgbaar is zorgt ervoor dat u extra kleine pannen kunt gebruiken.
Pagina 31
ONDERHOUD Reinigen
Tip
Schakel, voordat u met schoonmaken begint, eerst het kinderslot in.
Dagelijkse reiniging
- Reinig eerst de bedieningsknop, wokbrander en pandrager en dan pas de glasplaat. Hiermee voorkomt u dat de glasplaat tijdens het reinigen opnieuw vuil wordt.
- Hoewel overgekookt voedsel niet kan inbranden op de glasplaat verdient het aanbeveling de kookplaat direct na gebruik schoon te maken. Voor de dagelijkse reiniging kunt u het beste een mild reinigingsmiddel en een vochtige doek gebruiken.
- Nadrogen met keukenpapier of een droge doek.
Hardnekkige vlekken op emaille (pandrager, branderdelen)
Hardnekkige vlekken kunt u het beste ver wij de ren met een vloeibaar reinigingsmiddel of een kunststof schuursponsje. Gebruik nooit schuurpoeders, schuurpads, scherpe voorwerpen of agressieve reinigingsmiddelen.
Hardnekkige vlekken op de glasplaat
- Ook hardnekkige vlekken zijn met een mild reinigingsmiddel, bijvoorbeeld afwasmiddel, te verwijderen.
- Verwijder waterkringen en kalkresten met schoonmaakazijn.
- Metaalsporen (ontstaan door schuiven van pannen) zijn vaak lastig te verwijderen. Hiervoor zijn speciale middelen verkrijgbaar.
- Verwijder overgekookte voedselresten met een glasschraper.
Ook gesmolten kunststof en suiker kunt u verwijderen met een glasschraper.
Nooit gebruiken
- Gebruik nooit schuurmiddelen. Deze veroorzaken krasjes waarin zich kalk en vuil ophopen.
- Gebruik ook nooit scherpe voorwerpen, zoals staalwol en schuursponsjes.
Pagina 32
ONDERHOUD Reinigen
Reinigen branderdelen
De verwijderbare wokbranderdelen kunt u het beste reinigen met een mild schoonmaakmiddel en een zachte doek. Bij hardnekkige vlekken kunt u de delen laten weken in een sopje. Gebruik nooit schuurpoeders, pads, scherpe voorwerpen of agressieve reinigingsmiddelen.
- Branderdelen mogen niet in de vaatwasser gereinigd worden. De onderdelen kunnen door het vaatwasmiddel aangetast worden!
- Gebruik niet te veel vocht, aangezien dit de brander of ven ti la tie-ope nin gen kan bin nendrin gen.
Reinig de ontstekingsbougie bij voorkeur met een doekje. Betracht hierbij wel enige voorzichtigheid. Bij een te zware belasting kan de afstand van de bougiepunt tot aan de brander wijzigen, waardoor de brander slechter of niet ontsteekt. De bougie werkt alleen goed in een droge omgeving. Bij zware vervuiling kunt u de punt met een fijn borsteltje reinigen.
- Zet de branderdelen in elkaar met behulp van de geleidingsnokken.
- 1. Branderdeksel binnen
- 2. Branderdeksel buiten
- 3. Positioneringsnok
- 4. Luchtring
- 5. Branderkop
- 6. Thermokoppel
- 7. Bougie
Messing wokbranderdelen
Enkele delen van de wokbrander zijn vervaardigd uit messing. Het is normaal dat de kleur van het messing verandert als gevolg van de hoge temperaturen die tijdens het wokken ontstaan.
Pagina 33
ONDERHOUD Reinigen
Atag Shine
ATAG heeft een serie schoonmaakmiddelen samengesteld onder de naam Atag Shine. Deze zijn te verkrijgen via de website ‘www.atagservice.nl’. Hier vindt u ook diverse schoonmaak- en gebruikstips.
Pagina 34
STORINGEN Inductie
Algemeen
Voor het telefoonnummer van de servicedienst kunt u de bijgeleverde garantiekaart raadplegen of kijken op ‘www.atagservice.nl’.
Indien u een barstje of scheurtje (hoe klein ook) op de glasplaat ziet, schakel dan de kookplaat onmiddellijk uit, neem direct de stekker van de kookplaat uit het stopcontact, verbreek de (automatische) zekering(en) in de meterkast of zet de schakelaar in de meterkast op nul bij een vaste aansluiting. Neem vervolgens contact op met de servicedienst.
Storingstabel inductie
Wanneer u twijfelt over de goede werking van uw kookplaat betekent dit niet automatisch dat er een defect is. Controleer in elk geval de volgende punten in onderstaande tabel of kijk voor meer informatie op de website ‘www.atagservice.nl’.
| SYMPTOOM | MOGELIJKE OORZAAK | OPLOSSING |
|---|---|---|
| De ventilatie blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld. | Afkoeling van de kookplaat. | Normale werking. |
| De kookplaat geeft bij de eerste kookbeurten een lichte geur af. | Opwarmen nieuw toestel. | Dit is normaal en verdwijnt na enkele keren koken. Ventileer de keuken. |
| U hoort een licht tikkend geluid op uw kookplaat. | Ook bij lage kookstanden kan een zacht tikkend geluid optreden. | Normale werking. |
| De kookpannen maken lawaai tijdens het koken. | Dit wordt veroorzaakt door de doorstroming van de energie van de kookplaat naar de kookpan. | Bij een hoge kookstand is dit normaal bij bepaalde pannen. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat. |
| Nadat u een kookzone heeft ingeschakeld blijft de display knipperen. | De gebruikte kookpan is niet geschikt voor koken op inductie of heeft een diameter kleiner dan 12 cm. | Gebruik een goede pan (zie pagina 14 en 15). |
Pagina 35
| STORINGEN Inductie | |||
| SYMPTOOM | MOGELIJKE OORZAAK | OPLOSSING | |
| Een kookzone stopt plotseling met de werking en er klinkt een signaal. | De ingestelde timertijd is voorbij. | Schakel het signaal uit met de of toets van de timer. | |
| De kookplaat werkt niet en er verschijnt niets op de display. | Geen stroomtoevoer door defecte voeding of foutieve aansluiting. | Controleer de zekering of de elektrische schakelaar (bij een toestel zonder stekker). | |
| Bij het inschakelen van de kookplaat slaat de zekering van de installatie door. | Verkeerde aansluiting van de kookplaat. | Controleer de elektrische aansluiting. | |
| Foutcode F00. | Het bedieningspaneel is | Bedieningspaneel schoon- | |
| vervuild of er ligt water op. | maken. | ||
| Foutcode F0 t/m F6 en FC. | De generator is defect. | Neem contact op met de servicedienst. | |
| Foutcode F7. | De omgevingstemperatuur is niet goed. | Zet alle warmtebronnen in de omgeving van de kookplaat uit. | |
| Foutcode F8 en F08. | Toestel oververhit. | Het toestel laten afkoelen en opnieuw beginnen met koken. | |
| Foutcode F9 en/of continu geluidssignaal. | Spanning te hoog en/of niet goed aangesloten. | Laat uw aansluiting wijzigen. | |
| Foutcode F99. | U hebt 2 of meerdere toetsen tegelijk bediend. | Bedien maar 1 toets tegelijk. | |
| Foutcode FA. | Spanning te laag. | Neem contact op met uw energiebedrijf. | |
| Foutcode FAN. | Luchtcirculatie niet goed. | Zorg dat de beluchtingsgaten onderin de kookplaat open zijn. | |
| Overige foutcodes. | Generator defect. | Neem contact op met de servicedienst. | |
Pagina 36
STORINGEN Gas
Storingstabel gas
| SYMPTOOM | MOGELIJKE OORZAAK | OPLOSSING |
|---|---|---|
| Het ruikt naar gas in de omgeving van het toestel. | De aansluiting van het toestel lekt. | Sluit de gashoofdkraan. Neem contact op met uw installateur. |
| Een brander ontsteekt niet. | Stekker niet in stopcontact. | Steek de stekker in het stopcontact. |
| Zekering defect/zekering in meterkast uitgeschakeld. | Monteer een nieuwe zekering of schakel de zekering weer in. | |
| Bougie vervuild/vochtig. | Reinig/droog de bougie. | |
| Branderdelen niet juist geplaatst. | Zet de branderdelen via de centreernokken in elkaar. | |
| Branderdelen vervuild/ vochtig. | Reinig/droog de branderdelen. Let er hierbij op dat de uitstroomgaten open zijn. | |
| Hoofdgaskraan gesloten. | Open de hoofdgaskraan. | |
| Storing aan het gasnet. | Informeer bij uw gasleverancier. | |
| Gasfles of -tank is leeg. | Sluit een nieuwe gasfles aan of laat de tank vullen. | |
| Verkeerd soort gas gebruikt. | Controleer of het gebruikte gas geschikt is voor het toestel. Indien dit niet juist is, neem dan contact op met uw installateur. | |
| Bedieningsknop niet diep genoeg ingedrukt. | Houd de bedieningsknop voldoende diep ingedrukt tussen vol- en kleinstand. Bij eerste gebruik kan dit langer duren i.v.m. aanvoer van gas. |
Pagina 37
STORINGEN Gas
| SYMPTOOM | MOGELIJKE OORZAAK | OPLOSSING |
|---|---|---|
| De brander brandt niet egaal. | Branderdelen niet juist geplaatst. | Zet de branderdelen via de centreernokken in elkaar. |
| Branderdelen vervuild/ vochtig. | Reinig/droog de branderdelen. Let er hierbij op dat de uitstroomgaten open zijn. | |
| Verkeerd soort gas gebruikt. | Controleer of het gebruikte gas geschikt is voor het toestel. Indien dit niet juist is, neem dan contact op met uw installateur. | |
| De brander dooft na ontsteken. | Bedieningsknop niet lang genoeg ingedrukt. | Houd de bedieningsknop minimaal 5 seconden ingedrukt. |
Pagina 38
INSTALLATIEVOORSCHRIFT Algemeen
Veiligheidsvoorschriften installatie
- De gas- en elektrische aansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften.
- Het toestel moet altijd geaard zijn.
- Alleen een erkend gas-/elektrotechnisch installateur mag dit toestel aansluiten.
- Gebruik voor het aansluiten een goedgekeurde kabel (bijvoorbeeld type HO7RR) met de juiste kabel diameters behorend bij de aansluiting. De kabel ommanteling moet van rubber zijn.
- De aansluitkabel moet vrij hangen en niet door een lade worden aangestoten.
- Als u een vaste aansluiting wilt maken, moet u er voor zorgen dat er een omnipolaire schakelaar met een contactafstand van min.
3 mm in de toevoerleiding wordt aangebracht.
- Het werkblad waarin de kookplaat wordt ingebouwd moet vlak zijn.
- De wanden en het werkblad rondom het toestel moeten minimaal tot 85 °C hittebestendig zijn. Ook al wordt het toestel zelf niet warm, door de warmte van een hete pan kan de wand verkleuren of vervormen.
- Schade ontstaan door verkeerd aansluiten, verkeerd inbouwen of verkeerd gebruik valt niet onder de garantie.
Benodigde vrije ruimte rondom
* IG9271MB: min. 91 cm
de kookplaat
| Voor noodzakelijk. | een veilig | gebruik is voldoende ruimte Controleer of deze ruimte | romdom aanwezig | is. |
| NL 38 | ||||
Pagina 39
INSTALLATIEVOORSCHRIFT Algemeen
Inbouwmaten
In de volgende illustratie zijn de afmetingen van de uitsparingen aangegeven.
min.40
Wanneer de kookplaat breder is dan het kastje, met een werkblad met een dikte van minder dan 46 mm, moet u een uitsparing aan beide zijden in het kastje zagen, zodat het toestel vrij ligt van het kastje.
Y
X
Y
Inbouwmaten in corpus x<46 mm: y = 46 mm - x x>= 46 mm: y = 0 mm
Pagina 40
INSTALLATIEVOORSCHRIFT Algemeen
Beluchting
De elektronica in het toestel heeft koeling nodig. Het toestel schakelt na korte tijd uit wanneer er onvoldoende lucht circuleert. Aan de onderzijde van het toestel bevinden zich de ventilatie-openingen. Door deze openingen moet koele lucht aangezogen kunnen worden. Aan de voorzijde en onderzijde is het toestel voorzien van uitblaasopeningen.
Inbouwen boven een oven, lade of vaste blende
B
Beluchting vindt plaats via plint (A) en achterzijde kast (B). Zaag de beluchtingsopeningen (min. 100 cm²) uit. Luchttoevoer A is overbodig wanneer er, samen met opening B, ergens anders een opening is waar lucht aangezogen kan worden.
Zorg ervoor dat de traverselat de luchtdoorvoer niet hindert. Schaaf of zaag de traverselat C zonodig schuin af.
Een lade mag de ventilatie-openingen aan de onderzijde van het toestel niet afsluiten. Bij een lade moet er aan de voorzijde een spleet gemaakt worden van minimaal de toestelbreedte. De afstand tussen lade A en de kookplaat moet minimaal 10 mm bedragen.
Pagina 41
INSTALLATIEVOORSCHRIFT Aansluitingen
Aansluitingen
Veel voorkomende aansluitingen:
- 3 fasen met 1 nul aansluiting (3 1N, 400 V ~ / 50 Hz): º De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V ~. Tussen de fasen staat een spanning van 400 V ~. Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 4-5. Fase 3 wordt niet belast. Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (3x). De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm².
- 2 fasen met 2 nullen aansluiting (2 2N, 230V ~ / 50 Hz): º De spanning tussen de fasen en de nullen is 230 V ~. Uw groep moet afgezekerd zijn met minimaal 16 A (2x). De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm².
Speciale aansluitingen:
- 1 fase aansluiting (1 1N, 230 V ~ / 50 Hz):
º De spanning tussen de fase en de nul is 230 V ~. Breng verbindings bruggen aan tussen de aansluitpunten 1-2 en 4-5. Uw groep moet afgezekerd zijn met minimaal 32 A. De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 6 mm².
Met de op het aansluitblok aanwezige bruggen, kunt u de vereiste doorverbindingen maken, zoals in deze illustraties staat aangegeven.
Zet de kabel vast met de trekontlasting en sluit het deksel.
Aansluitpunt, wandcontactdoos en stekker moeten te allen tijde bereikbaar blijven.
Pagina 42
INSTALLATIEVOORSCHRIFT Aansluitingen
Gasaansluiting
Let op!
De gassoort en het land waarvoor het toestel is ingericht staan vermeld op het gegevensplaatje.
Dit is een klasse 3 toestel.
- Wij adviseren de kookplaat aan te sluiten met een vaste leiding.
Aansluiting door middel van een speciaal daarvoor bestemde veiligheidsslang is ook toegestaan.
- Achter een oven moet een volledig metalen slang worden gebruikt.
- Een veiligheidsslang mag niet worden geknikt en niet in aanraking komen met bewegende delen van het keukenmeubel.
- In alle gevallen moet er voor het toestel een aansluitkraan geplaatst worden op een makkelijk bereikbare plaats.
- Voordat u het toestel in gebruik neemt moet u de aansluitingen met zeepsop controleren op gasdichtheid.
Kookplaat voorbereiden
Monteer de bijgeleverde knie op de gasaansluiting van het toestel.
1/2” ISO 228 (recht)
1/2” ISO 10226-1 (conisch)
Afdichtring
Alleen voor Frankrijk: 1/2” ISO 228 (recht)
1/2” ISO 228 (recht)
Afdichtring
Pagina 43
INSTALLATIEVOORSCHRIFT Inbouwen
Inbouwen
Controleer of het keukenmeubel en de uitsparing voldoen aan de gestelde eisen ten aanzien van afmetingen en ventilatie.
Behandel van kunststof of houten werkbladen de kopse kanten met eventueel afdichtvernis, om uitzetten van het werkblad door vocht te voorkomen.
Leg het toestel omgekeerd op het aanrechtblad.
Monteer de aansluitkabel aan het toestel conform de gestelde eisen (zie pagina 41).
Verwijder de beschermfolie van het afdichtband en plak het band in de groef van de aluminium profi elen of op de rand van de glasplaat. Plak het afdichtband niet door de hoek, maar knip 4 stukken die goed aansluiten in de hoek.
Keer het toestel om en leg het in de uitsparing.
Sluit het toestel aan op het elektriciteitsnet en open de gaskraan. Het toestel is nu gebruiksklaar.
Controleer de werking. Indien het toestel fout is aangesloten, zal het een geluidssignaal geven of een foutcode in de displays laten zien.
Pagina 44
BIJLAGE Afvoeren toestel en verpakking
Afvoeren toestel en verpakking
Bij de vervaardiging van dit toestel is gebruik gemaakt van duurzame materialen. Dit toestel moet aan het eind van zijn levenscyclus op verantwoorde wijze worden afgevoerd. De overheid kan u hierover informatie verschaffen.
De verpakking van het toestel is recyclebaar. Gebruikt kunnen zijn:
- karton;
- polyethyleenfolie (PE);
- CFK- vrij polystyreen (PS- hardschuim).
Deze materialen dient u op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen af te voeren.
Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet bij het gewone huisvuil mag worden gevoegd. Het toestel moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze service verschaft.
Het apart verwerken van huishoudelijke apparaten voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaat. Het zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat, teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen.
Pagina 45
BIJLAGE Technische gegevens
Vermogens- en inbouwtabel
Dit toestel voldoet aan alle relevante CE richtlijnen.
| Kookplaattype | IG9271MB* |
|---|---|
| Inductie | x |
| Aansluiting | 230V - 50Hz |
| Max. vermogen kookzones | |
| Linksvoor | 3 kW (Ø180) |
| Linksachter | 3 kW (Ø180) |
| Rechtsachter | 3 kW (Ø180) |
| Rechtsvoor | 3 kW (Ø180) |
| Aansluitwaarde | |
| L1 | 3,7 kW |
| L2 | 3,7 kW |
| L3 | |
| Totale aansluitwaarde | 7400 W |
| (Inbouw)maten | |
| Toestel breedte x diepte | 904 x 522 mm |
| Inbouwhoogte vanaf bovenkant werkblad | 43 mm |
| Zaagmaat breedte x diepte | 860 x 490 mm |
| Minimale afstand zaagmaat tot achterwand | 40 mm |
| Minimale afstand zaagmaat tot zijwand | 40 mm |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 45)
Gastechnische gegevens
| G25 25 mbar | G20 20 mbar | G25* 20 mbar | G30 29 mbar | G31 37 mbar | G30 50 mbar | G31 50 mbar | |
| Brandertype | (kW) | (kW) | (kW) | (kW/g/h) | (kW/g/h) | (kW/g/h) | (kW/g/h) |
| Wok | 5.70 | 5.70 | 5.00 | 5.00/360 | 5.00/360 | 5.50/396 | 4.75/342 |