ATAG IG9271MBB, tekst van de handleiding
Pagina's 3–19 van 90 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← begin van de handleidingverder op pagina 20 →
Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 3
HANDLEIDING Inhoud
Uw gas-inductiekookplaat
Inleiding
Bedieningspaneel Beschrijving
Veiligheidsvoorschriften
Gebruik inductie
Even wennen Pannen
Bediening inductie
Instellen
Bediening gas
Instellen
Onderhoud
Reinigen
Storingen
Inductie Gas
Installatievoorschrift
Algemeen Aansluitingen Inbouwen
Bijlage
Afvoeren toestel en verpakking Technische gegevens
Pagina 4
UW GAS-INDUCTIEKOOKPLAAT Inleiding
Deze combinatie kookplaat is ontworpen voor de echte kookliefhebber. De kookplaat bestaat uit een wokbrander op gas en vier inductiekookzones.
Koken op inductie heeft een aantal voordelen. Het is comfortabel, omdat de kookplaat snel reageert en ook op een zeer laag vermogen is in te stellen. Dankzij het hoge vermogen gaat het aan de kook brengen zeer snel. De ruime afstanden tussen de kookzones maken het koken ook comfortabel.
Koken op het inductie kookgedeelte verschilt met koken op een traditioneel toestel. Inductiekoken maakt gebruik van een magnetisch veld om warmte op te wekken. Dit betekent dat u niet zomaar een willekeurige pan kunt gebruiken. Het hoofdstuk pannen geeft u hierover meer informatie.
Met de wokbrander (gas) die een zeer hoog vermogen heeft, kunt u nog beter wokgerechten bereiden. Dankzij de in de knop geïntegreerde vonkontsteking ontsteekt èn bedient u de wokbrander met één hand.
Voor optimale veiligheid is de wokbrander voorzien van een thermo-elektrische vlambeveiliging. Het inductiegedeelte van de kookplaat is uitgerust met meerdere temperatuurbeveiligingen en een restwarmtesignalering die aangeeft welke kookzones nog heet zijn.
In deze handleiding staat beschreven op welke manier u de inductiekookplaat zo optimaal mogelijk kunt benutten. Naast informatie over de bediening treft u ook achtergrondinformatie aan die van dienst kan zijn bij het gebruik van dit product. Tevens zijn kooktabellen en onderhoudstips opgenomen.
Lees eerst de gebruiksaanwijzing geheel en aandachtig door voordat u het apparaat gaat gebruiken en bewaar deze zorgvuldig voor latere raadpleging.
Pagina 5
UW GAS-INDUCTIEKOOKPLAAT Inleiding
De handleiding dient bovendien als referentie voor de servicedienst.
Plak daarom het los bijgeleverde gegevensplaatje in het daarvoor bestemde kader, achter in de handleiding. Het gegevensplaatje bevat alle informatie die de servicedienst nodig heeft om adequaat op uw vragen te reageren.
Veel kookplezier!
Let op
Pannen waarmee al eerder op een gaskookplaat is gekookt, zijn niet meer geschikt voor inductiekoken!
Pagina 6
UW GAS-INDUCTIEKOOKPLAAT Bedieningspaneel
- 1. Pauzetoets
- 2. Pauze-indicatie
- 3. Kinderslot-/Eco stand-by toets
- 4. Kinderslot-indicatie/Eco stand-by indicatie
- 5. Standen-indicatie in blokjes
- 6. Aan-/uittoets
- 7. Vermogen versneld verlagen
- 8. Vermogen verlagen
- 9. Vermogen ophogen
- 10. Vermogen versneld ophogen
- 11. Boost
- 12. Timer-/kookwekkertoets
- 13. Kookwekkerindicatie
- 14. Timerindicatie
- 15. Tijd verlagen toets
- 16. Tijd ophogen toets
- 17. ‘Minuten achter de punt’ indicatie
- 18. Timer/kookwekker
- 19. Menufuncties (zie pagina 24-27; “Automatische kookprogramma’s”)
- 20. Menutoets
- 21. Standen-indicatie
- 22. Kookzone-aanduiding
Pagina 7: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 8
UW GAS-INDUCTIEKOOKPLAAT Veiligheidsvoorschriften
Waar u op moet letten
Inductiekoken is uiterst veilig. De kookplaat is uitgerust met diverse beveiligingen zoals thermo-elektrische vlambeveiliging, restwarmtesignalering en kookduurbegrenzing. Toch zijn er net als bij elk toestel een aantal zaken waar u op moet letten.
Aansluiten en reparatie
- Alleen een erkend installateur mag dit toestel aansluiten.
- Open nooit de behuizing van het toestel. Alleen een service - technicus mag het toestel openen.
- Sluit de gaskraan aan en maak het toestel spanningsloos voordat met de reparatie wordt gestart. Bij voorkeur door de stekker uit het stopcontact te nemen, de (automatische) zekering(en) uit te schakelen of de schakelaar in de meterkast op nul te zetten bij een vaste aansluiting.
- Wanneer de aansluitkabel is beschadigd mag deze alleen worden vervangen door de fabrikant, zijn service-organisatie of gelijkwaardig gekwalificeerde personen, om gevaarlijke situaties te voorkomen.
Tijdens gebruik (algemeen)
- Gebruik het toestel niet beneden 5 °C.
- Dit kooktoestel is ontworpen voor huishoudelijk gebruik. Gebruik het alleen voor het bereiden van gerechten.
- Als de kookplaat voor de eerste keer gebruikt wordt, zult u een ‘nieuwigheidsluchtje’ ruiken. Dit is normaal. Door te ventileren verdwijnt de geur vanzelf.
- Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik. Houd natuurlijke ventilatieopeningen open.
- Gebruik het kookvlak niet als opslagplaats.
- De glaskeramische plaat is zeer sterk, maar niet onbreekbaar. Wanneer er bijvoorbeeld een kruidenpotje of een puntig voorwerp op valt, kan er een breuk ontstaan.
- Gebruik een toestel dat een breuk of scheurtjes vertoont niet meer. Schakel het toestel onmiddellijk uit, maak het spanningsloos om elektrische schokken te voorkomen en bel de servicedienst.
- Leg geen metalen voorwerpen, zoals bakvormen, koektrommels, deksels van pannen of bestek, op de kookzone. Deze kunnen zeer snel heet worden en brandwonden veroorzaken.
Pagina 9
UW GAS-INDUCTIEKOOKPLAAT Veiligheidsvoorschriften
- Houd tijdens het gebruik magnetiseerbare voorwerpen (creditcards, bankpasjes e.d.) uit de buurt van het toestel.
Wij adviseren pacemaker-dragers om eerst de hart specialist te raadplegen.
- Zorg voor enkele centimeters afstand tussen de onderkant van de kookplaat en de inhoud van een lade.
- Leg geen brandbare voorwerpen in een lade onder de kookplaat.
- Vet en olie zijn bij oververhitting ontvlambaar. Ga niet te dicht bij de pan staan. Wanneer olie vlam vat, het vuur nooit doven met water. Leg onmiddellijk een deksel op de pan en schakel de kookzone of wokbrander uit.
- Flambeer nooit onder de afzuigkap. Door de hoge vlammen kan brand ontstaan, ook bij een uitgeschakelde afzuigkap.
- Gebruik nooit een hogedrukreiniger of stoomreiniger voor het reinigen van de kookplaat.
- Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door hulpbehoevenden, kleine kinderen en/of personen met gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zij goede begeleiding krijgen of geïnstrueerd zijn in het veilig gebruiken van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
- Het apparaat is niet bedoeld om te worden bediend door middel van een externe timer of een apart afstandsbedieningsysteem.
Tijdens gebruik (gas)
- De branderdelen van de wok zijn heet tijdens en direct na het gebruik. Vermijd directe aanraking en contact met niethittebestendige materialen.
- Dompel hete branderdoppen en pandragers nooit onder in koud water. Door de snelle afkoeling kan het emaille beschadigen.
- De afstand van de pan tot een knop moet altijd groter zijn dan twee centimeter. Bij kleinere afstanden kunnen door de hoge temperatuur de knoppen verkleuren en/of vervormen.
- Bij gebruik van de wokbrander altijd de pandrager en geschikt kookgerei gebruiken. Het plaatsen van de pan direct op de branderdop kan tot gevaarlijke situaties leiden. Aluminium bakjes of folie zijn niet geschikt als kookgerei. Ze kunnen inbranden op de branderdoppen en pandragers.
- De wokbrander kan alleen goed functioneren wanneer de branderdelen en pandrager juist gepositioneerd zijn.
Pagina 10
UW GAS-INDUCTIEKOOKPLAAT Veiligheidsvoorschriften
Tijdens gebruik (inductie)
- Houd rekening met de zeer snelle opwarmtijd op de hogere standen. Blijf er altijd bij staan als u een kookzone op een hoge stand heeft ingesteld. Ook bij de automatische kookprogramma’s.
- Let op dat pannen niet droog koken. De kookplaat zelf is beveiligd tegen oververhitting, de pan wordt echter zeer heet en kan beschadigd raken. Schade door droogkoken valt buiten de garantie.
- Zorg ervoor dat snoeren van elektrische apparaten, zoals van een mixer, niet in aanraking komen met de hete kookzone.
- De kookzones worden warm tijdens gebruik en blijven na gebruik ook een tijd warm. Laat geen kleine kinderen in de buurt tijdens en vlak na het koken.
- Zodra u de kookpan van de kookplaat verwijdert, stopt automatisch de kookactiviteit. Wen uzelf er echter aan altijd de kookplaat of zone na gebruik uit te schakelen om onbedoeld inschakelen te voorkomen.
- Een klein voorwerp, zoals een te kleine kookpan (kleiner dan 12 cm), een vork of een lepel, wordt door de kookplaat niet als een kookpan gedetecteerd. De display van de zone knippert met de ingestelde stand en de kookplaat wordt niet ingeschakeld.
Temperatuurbeveiliging (inductie)
- Elke kookzone is voorzien van een sensor. Deze sensor controleert ononderbroken de temperatuur van de bodem van de kookpan en van de onderdelen van de kookplaat om elk risico op oververhitting, bij bijvoorbeeld een drooggekookte pan, te vermijden. Bij een te hoge temperatuur wordt het vermogen van de kookzone/kookplaat automatisch verlaagd of schakelt de kookzone/kookplaat helemaal uit.
Pagina 11
UW GAS-INDUCTIEKOOKPLAAT Veiligheidsvoorschriften
Kookduurbegrenzing (inductie)
Als een kookzone gedurende een ongebruikelijk lange tijd aan is, wordt deze automatisch uitgeschakeld.
Afhankelijk van het gekozen kookvermogen wordt de kookduur als volgt begrensd:
| Kookstand | De kookzone wordt automatisch uitgeschakeld na: |
|---|---|
| 1 en 2 | 9 uur |
| 3, 4 en 5 | 5 uur |
| 6, 7 en 8 | 4 uur |
| 9 | 3 uur |
| 10 | 2 uur |
| 11 en 12 | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
- Als bovengenoemde tijd verstreken is schakelt de kookzone automatisch uit.
| Kookstand | De kookzone wordt automatisch naar stand 12 geschakeld na: |
|---|---|
| boost | 10 minuten |
Pagina 12
GEBRUIK INDUCTIE Even wennen
Werking van de aanraaktoetsen
Het bedienen van de kookplaat door middel van de aanraaktoetsen is even wennen als u andere bediening gewend bent. Leg uw vingertoppen plat op de toetsen voor het beste effect. U hoeft niet hard te drukken.
De aanraaksensoren zijn zodanig ingesteld dat deze alleen reageren op de druk en het formaat van vingertoppen. De kookplaat is niet te bedienen met andere voorwerpen en zal bijvoorbeeld niet inschakelen als uw huisdier over de kookplaat loopt.
Inductiekoken
Inductiekoken is snel
In het begin zult u verrast zijn door de snelheid van het toestel. Vooral het op een hogere stand aan de kook brengen gaat zeer snel. Om overkoken of droogkoken te voorkomen, kunt u er het beste altijd bij blijven.
Geen warmteverlies en de handgrepen blijven koud bij inductiekoken.
Het vermogen past zich aan
Bij inductiekoken wordt alleen dat deel van de zone benut waar de pan op staat. Gebruikt u een kleine pan op een grote zone, dan zal het vermogen zich aanpassen aan de diameter van de pan. Het vermogen zal dus kleiner zijn en het zal langer duren voordat het gerecht in de pan aan de kook is.
Let op
- Zandkorreltjes kunnen krasjes veroorzaken die niet meer te verwijderen zijn. Zet daarom alleen pannen met een schone bodem op het kookvlak en til pannen altijd op als u ze verplaatst.
- Gebruik de kookplaat niet als werkvlak.
- Kook altijd met het deksel op de pan om energieverlies te voorkomen.
Pagina 13
GEBRUIK INDUCTIE Even wennen
Werking inductie
De spoel (1) in de kookplaat (2) wekt een magnetisch veld (3) op. Door een pan met een ijzeren bodem (4) op de spoel te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductiestroom.
In het toestel wordt een magnetisch veld opgewekt. Door een pan met een ijzeren bodem op een kookzone te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductiestroom. Deze inductiestroom wekt warmte op in de panbodem.
Comfortabel
De elektronische regeling is nauwkeurig en eenvoudig in te stellen. Op de laagste stand kunt u bijvoorbeeld chocolade direct in de pan smelten of ingrediënten bereiden die u gewoonlijk au bain marie verwarmt.
Snel
Door het hoge vermogen van de inductiekookplaat gaat het aan de kook brengen erg snel. Het doorkoken kost even veel tijd als koken op een andere kookplaat.
Schoon
De kookplaat is eenvoudig te reinigen. Doordat de kookzones niet heter worden dan de pan zelf, kunnen voedselresten niet inbranden.
Veilig
De warmte wordt opgewekt in de pan zelf. De glasplaat wordt niet warmer dan de pan. Hierdoor blijft de kookzone een stuk koeler dan die van bijvoorbeeld een keramische kookplaat of een gasbrander. Na het wegnemen van een pan is de kookzone snel afgekoeld.
Pagina 14
GEBRUIK INDUCTIE Pannen
Pannen voor inductiekoken
Inductiekoken stelt eisen aan de kwaliteit van de pannen.
Let op
- Pannen waarmee al eerder op een gaskookplaat is gekookt, zijn niet meer geschikt voor inductiekoken.
- Gebruik alleen pannen die geschikt zijn voor elektrisch- en inductiekoken met:
º een dikke bodem van minimaal 2,25 mm; º een vlakke bodem.
- Het beste zijn pannen met het “Class Induction” keurmerk.
Tip
Met een magneet kunt u zelf controleren of uw pannen geschikt zijn. Wanneer de magneet wordt aangetrokken, is de pan geschikt.
| Geschikt | Ongeschikt |
|---|---|
| Speciale roestvrijstalen pannen | Aardewerk |
| Class Induction | Roestvrijstaal |
| Solide geëmailleerde pannen | Porselein |
| Geëmailleerde gietijzeren pannen | Koper |
| Kunststof | |
| Aluminium |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
Voor de automatische kookprogramma’s wordt geadviseerd om de pannen te gebruiken die door ATAG worden aanbevolen
(zie www.atagservice.nl).
Let op
- Wees voorzichtig met dunne plaatstaal geëmailleerde pannen: º op een hoge stand kan het emaille er afspringen wanneer de pan te droog is; º door het hoge vermogen kan de panbodem gemakkelijk kromtrekken.
Pagina 15
GEBRUIK INDUCTIE Pannen
Let op
Gebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking van de oververhittingsbeveiliging belemmeren. Het toestel kan dan te warm worden waardoor de glasplaat kan barsten en de panbodem kan smelten. Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valt buiten de garantie.
Minimale pandiameter
De minimale pandiameter bedraagt 12 cm. Het beste resultaat bereikt u door een pan te nemen met dezelfde diameter als de kookzone. Bij te kleine pannen schakelt de kookzone niet in.
Snelkookpannen
Inductiekoken is zeer geschikt voor het koken in snelkookpannen. De kookzone reageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op druk komt. Zodra u een kookzone uitschakelt, stopt het kookproces direct.
Pagina 16
| BEDIENING | INDUCTIE Instellen | |||||
| Inschakelen | en | vermogen | instellen | |||
| Het vermogen is in te stellen in 12 standen. Daarnaast is er nog een ‘boost’ stand. | ||||||
| 1. Zet een pan op een kookzone. 2. Druk op de toets. Er klinkt een enkel geluidssignaal. | ||||||
| 3. Druk op de aan-/uittoets van de gewenste kookzone. | ||||||
| In de display verschijnt een knipperende ‘-’ en er klinkt een enkel geluidssignaal. Wanneer u geen verdere actie onderneemt, schakelt de | ||||||
| kookzone na 10 seconden vanzelf uit. 4. Stel met de of toets, of de of toets de gewenste stand in. De kookplaat start automatisch in de ingestelde stand (als er een pan gedetecteerd wordt). º Drukt u de eerste keer op de of toets, dan verschijnt stand 6. | ||||||
| º Drukt u de eerste keer op de toets dan verschijnt stand 12 + ‘boost’. Dit is de ‘boost’ stand en deze kunt u gebruiken om een | ||||||
| korte tijd op heel hoog vermogen te koken (zie pagina 17). º Drukt u de eerste keer op de toets dan verschijnt stand 1. Tips | ||||||
| • Met de of toets kunt u de stand stapsgewijs ophogen of | ||||||
| verlagen. Drukt u op de of de toets, dan kunt u de stand versneld ophogen of verlagen. | ||||||
| • U kunt de , , of toets ingedrukt houden om sneller | ||||||
| het gewenste vermogen in te stellen. Pandetectie | ||||||
| Indien de kookplaat na het instellen van een kookvermogen geen (ijzerhoudende) pan detecteert, zal het display blijven knipperen en de kookzone blijft koud. Indien er binnen 1 minuut geen | ||||||
| (ijzerhoudende) pan geplaatst wordt, schakelt de kookzone | ||||||
| automatisch uit (zie ook pagina 14 en 15; “Pannen”). | ||||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
Restwarmte-indicatie
Na intensief gebruik van een kookzone kan de gebruikte zone nog enkele minuten warm blijven. Zolang de kookzone heet is, blijft er een “H” in de display staan.
Pagina 17
| BEDIENING | INDUCTIE Instellen | ||
|---|---|---|---|
| Boost | |||
| De ‘boost’ functie kunt u gebruiken om gedurende een korte tijd (maximaal 10 minuten) op het hoogste vermogen te koken. Na het verstrijken van de maximale boosttijd wordt het vermogen verlaagd | |||
| naar stand 12. De boost functie inschakelen | |||
| 1. Zet een pan op een kookzone en schakel de kookzone in. 2. Druk direct na inschakeling een keer op de toets. In de display verschijnt stand 12 en ‘boost’. • Staat een zone al ingesteld op een bepaalde stand en wilt u deze op de ‘boost’ stand zetten, dan kunt u dit doen door meerdere keren op de toets of de toets te drukken. De boost functie uitschakelen De boost functie is ingeschakeld, in de display is stand 12 en ‘boost’ zichtbaar. | |||
| 1. Druk op de of toets. | |||
| In de display verschijnt een lagere stand. Of: 2. Druk op de aan-/uittoets van de kookzone die u wilt uitschakelen. | |||
| Er klinkt een enkel geluidssignaal en de display dooft. De kookzone is nu helemaal uit. Twee achter elkaar liggende kookzones Twee kookzones die achter elkaar liggen beïnvloeden elkaar. Wanneer | |||
| deze kookzones tegelijk ingeschakeld zijn, wordt het vermogen automatisch verdeeld. De eerst ingestelde kookzone houdt te allen tijde de ingestelde stand. De stand die maximaal ingesteld kan | |||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
worden voor de voor- of achterliggende kookzone die later wordt bijgeschakeld, hangt dus af van de stand van de eerste kookzone.
Wanneer u de maximale combinatie van kookstanden heeft bereikt, gaat de laatst ingestelde stand knipperen en wordt automatisch verlaagd naar de hoogst mogelijke stand.
Twee naast elkaar liggende kookzones beïnvloeden elkaar niet. U kunt beide kookzones op een hoge stand instellen.
Pagina 18
| BEDIENING | INDUCTIE Instellen | |||
|---|---|---|---|---|
| Uitschakelen | ||||
| Eén kookzone | uitschakelen | |||
| Druk op de Er klinkt een • Indien alle de kookplaat modus’). | aan-/uittoets van de kookzone die u wilt uitschakelen. enkel geluidssignaal en de display dooft. kookzones op deze manier uitgeschakeld zijn staat automatisch in stand-by modus (zie ook ‘stand-by | |||
| Alle kookzones | tegelijk uitschakelen | |||
| Druk kort op schakelen. Er klinkt een | de toets om alle kookzones gelijktijdig uit te enkel geluidssignaal. Naast de toets blijft een rood | |||
| lampje langzaam | aan en uit gaan. | |||
| • De kookplaat | staat nu in de eco stand-by modus (zie ook ‘eco | |||
| Stand-by | modus | stand-by | modus’). | |
| In stand-by | modus is de kookplaat uitgeschakeld. U kunt naar de | |||
| stand-by modus afzonderlijke | schakelen vanuit eco stand-by modus, of door alle kookzones uit te schakelen. | |||
| Vanuit de stand-by modus kunt u direct beginnen met koken door op de aan-/uittoets van de gewenste kookzone te drukken. | ||||
| De kookplaat vanuit eco stand-by modus naar stand-by modus schakelen | ||||
| Eco | stand-by | modus | Het rode lampje naast de toets blijft langzaam aan en uit gaan. Druk kort op de toets om naar stand-by modus te schakelen. Er klinkt een enkel geluidssignaal. Alle lampjes op de kookplaat zijn uit. | |
| In eco stand-by modus is de kookplaat uitgeschakeld en verbruikt de kookplaat het minste energie. De kookplaat kan naar eco stand-by modus geschakeld worden vanuit de stand-by modus en wanneer er nog kookzones actief zijn. | ||||
Pagina 19
| BEDIENING | INDUCTIE Instellen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Wist u dat | |||||
| De kookplaat in eco stand-by modus minder dan 0,5 W verbruikt. Dit is nog minder dan in de stand-by modus van de kookplaat. | |||||
| De kookplaat naar eco stand-by modus schakelen | |||||
| Druk kort op de toets. Er klinkt een enkel geluidssignaal. De eco stand-by modus is actief, het rode lampje naast de toets blijft langzaam aan en uit gaan. | |||||
| Vanuit de eco stand-by modus kunt u niet meteen beginnen met | |||||
| koken. Hiervoor | moet de kookplaat eerst naar stand-by modus | ||||
| geschakeld | worden. | ||||
| Wist u dat | |||||
| Na 30 minuten | in de stand-by modus schakelt de kookplaat | ||||
| automatisch te voorkomen. | naar eco stand-by modus om onnodig energieverbruik | ||||
| Kinderslot | |||||
| U kunt inschakelen | de | kookplaat met het kinderslot vergrendelen. Onbedoeld van de kookzones wordt hiermee voorkomen. | |||
| De kookplaat | naar kinderslot schakelen | ||||
| 1. Druk Er behalve modus constant. 2. Druk het Er modus. | klinkt kinderslot klinkt | gedurende 2 seconden op de toets. een dubbel geluidssignaal. Alle toesten zijn nu inactief de toets. De kookplaat schakelt eerst naar eco stand-by en dan door naar de kinderslot modus. Het rode lampje brandt nogmaals 2 seconden op de toets om de kookplaat van te halen. een enkel geluidssignaal. De kookplaat is nu in stand-by Het rode lampje naast de toets is uit. | |||
| Tip | |||||
| Zet de | kookplaat | in de kinderslot modus voordat u de kookplaat gaat | |||
| reinigen | om te voorkomen dat deze per ongeluk inschakelt. | ||||
| Wist u | dat | ||||
| Wanneer energie | de kookplaat op het kinderslot staat, deze net zo weinig verbruikt als in de eco stand-by modus. | ||||