naslaan.comZoekenAlle merken

ATAG KS8178BF, tekst van de handleiding

Pagina's 2–7 van 14 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← begin van de handleidingverder op pagina 8 →

Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 2

Het apparaat in vogelvlucht

Bedienings- en controle-elementen, Afb. A1 Vriesgedeelte

1 Alarm-uit-toets voor waarschuwingssignaal

2 Fast-Freeze-toets, met LED-waarschuwingslampje, lampje aan = ingeschakelde functie

3 Hoofd aan/uit-toets apparaat

4 Insteltoetsen voor temperatuur: linker toets = warmer, rechter toets = kouder, aanbevolen instelling: -18 °C

5 Temperatuur- en insteldisplay

Koelgedeelte

6 Temperatuur- en insteldisplay

7 Kinderbeveiliging (indicator voor koel- en vriesdeel)

8 Insteltoetsen voor temperatuur: linker toets = warmer, rechter toets = kouder, aanbevolen instelling: 5 °C

9 Uit-toets koelgedeelte bl Fast-Cool-toets, met LED-waarschuwingslampje, lampje aan = ingeschakelde functie

Luchtvochtigheidinstelling in de Climat-Freshbox-schuiflade, Afb. A2: Schuifdeel naar links = droog-, naar rechts = vochtig opslagklimaat

Typeplaatje, Afb. A3

1 Typeaanduiding van het apparaat

2 Servicenummer

3 Serienummer

4 Vriesvermogen in kg/24 uur

Overzicht apparaat en uitrusting, Afb. A Koelgedeelte, ca. 5 °C

1 Bedienings- en controle-elementen

2 Boter- en kaasvak

3 Ventilator

4 Verplaatsbare schappen

5 Eiervak*

6 Deelbare en onderschuifbare* schap

7 LED-verlichting

8 Bergvak voor hoge flessen en dranken

9 Rek met glasplaat

Climat-Freshbox-gedeelte, net boven 0 °C bl Dooiwaterafvoer

bm Schuiflade voor droge of verpakte levensmiddelen bn Schuiflade met regelbare luchtvochtigheid

bo Typeplaatje

Vriesgedeelte, ca. -18 °C

bp Koudeaccu* bq Invriesblad,

br Schuiflade met info-systeem*

2 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 3

NL

Bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef deze eventueel door aan de volgende eigenaar.

De gebruiksaanwijzing is geldig voor meerdere modellen, afwijkingen zijn dus mogelijk.

Inhoudsopgave

Het apparaat in vogelvlucht ................................................2 Bestemmingen ....................................................................3 Tips voor het besparen van energie ...................................3 Veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen ......................3 Afvalverwerking/Recycling ..................................................3 Technische veiligheid ..........................................................3 Veiligheid tijdens het gebruik ..............................................3 Inbouw- en ventilatievoorschriften .......................................4 Aansluiten ...........................................................................4 In gebruik nemen en controle-elementen ............................4 In- en uitschakelen .............................................................4 De temperatuur instellen ....................................................4 Temperatuurdisplay ...........................................................5 Alarm - waarschuwingssignaal ...........................................5 Fast-Cool ..........................................................................5 Netstoring-/”FrostControl”-displaymelding .........................5 Aanvullende functies ...........................................................5 Koelgedeelte .......................................................................6 Indelen van de levensmiddelen ...........................................6 Aanwijzingen voor het koelen .............................................6 Uitrusting veranderen ..........................................................6 Climat-Freshbox-gedeelte ..................................................6 Richtwaarden voor de bewaarduur .....................................7 Vriesgedeelte ......................................................................7 Fast-Freeze .........................................................................7 Invriezen met Fast-Freeze ...................................................7 Aanwijzingen voor het invriezen en het bewaren .................7 Het Info-System* .................................................................8 Het invriesblad ....................................................................8 De koudeaccu’s .................................................................8 VarioSpace* ........................................................................8 Ontdooien, reinigen ............................................................9 Aanwijzingen voor het ontdooien ........................................9 Reinigen .............................................................................9 Storingen - problemen? ....................................................10 Klantendienst en typeplaatje .............................................10 Inbouwvoorschrift ............................................................11 Deurdraairichting veranderen ...........................................11 Bevestiging en montage ...................................................12

Bestemmingen

Klimaatklassevoor omgevingstemperaturen van
SN+10 °C tot +32 °C
N+16 °C tot +32 °C
ST+18° C tot +38 °C
T+18 °C tot +43 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 3)

- Het koudemiddelcircuit is gecontroleerd op lekkages. - Het apparaat voldoet in ingebouwde toestand aan de van toepassing zijnde veiligheidsvoorschriften en de EG-richtlijnen 73/23/EWG en 89/336/EWG.

Veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen

Afvalverwerking/Recycling

De verpakking is samengesteld uit herbruikbare materialen.

- Golfkarton/Karton - Gevormde delen van geschuimd polystyreen - Folies uit polyetheen - Spanbanden uit polypropeen

Het afgedankte apparaat: bevat nog waardevolle materialen en moet gescheiden van het huishoudelijk afval worden afgevoerd naar een recyclingbedrijf.

Technische veiligheid

Veiligheid tijdens het gebruik

* afhankelijk van model en uitvoering 3

Pagina 4

die niet over voldoende ervaring en kennis beschikken, tenzij zij door een persoon die voor hun veiligheid verantwoordelijk is, in het gebruik van het apparaat worden geïnstrueerd of die aanvankelijk toezicht uitoefent. Kinderen mogen niet zonder toezicht achterblijven om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen.

Inbouw- en ventilatievoorschriften

- Alle beschermfolie wegtrekken: van de sierstrips en schuifladenfronten.

Aansluiten

Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaatsingslocatie moeten overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje. Deze bevindt zich op de linker binnenwand van het apparaat, afb. A.

Tips voor het besparen van energie

In gebruik nemen en controle-elementen

Het wordt aanbevolen het apparaat vóór het in gebruik nemen te reinigen, zie daarvoor het hoofdstuk “Reinigen”.

Neem het apparaat ca. 2 uur vóór de eerste vulling met diepvriesproducten in gebruik. Plaats de diepvriesproducten pas nadat er een temperatuur van ten minste -18 °C wordt aangegeven.

In- en uitschakelen

Met de hoofd-aan/uit-toets 3schakelt u altijd het complete apparaat in of uit, vries- en koelgedeelte.

W

-

-

W

W

Inschakelen: aan/uit-toets 3 indrukken, zodat de temperatuurdisplays branden/knipperen.

Koelgedeelte met Climat-Freshbox-gedeelte: de binnenverlichting brandt bij geopende deur.

Vriesgedeelte: bij het in gebruik nemen en bij een warm apparaat worden in het display van het vriesgedeelte strepen weergegeven, totdat er een temperatuur onder 0 °C is bereikt.

Uitschakelen: Hoofd-aan/uit-toets 3 ca. één seconde indrukken, zodat de temperatuurdisplays uit zijn.

Wilt u alleen het koel- /Climat-Freshbox-gedeelte uitschakelen (vriesgedeelte blijft ingeschakeld - geschikt voor bijv. vakantietijd), dan moet u de aan/uit-toets 9indrukken, zodat de temperatuurdisplay van het koelgedeelte 6 en de binnenverlichting uit zijn. De temperatuurdisplay van het vriesgedeelte 5 moet branden.

Temperatuur instellen

Het apparaat is seriematig ingesteld voor normaal gebruik, voor het koelgedeelte wordt +5 °C en voor het vriesgedeelte -18 °C aanbevolen.

Temperatuur verlagen/kouder: Betreffende “-”-insteltoets indrukken, links voor koelgedeelte: 8, rechts voor vriesge-

deelte: 4.

Temperatuur verhogen/warmer: betreffende “+”-insteltoets indrukken.

- Tijdens het instellen wordt de instelwaarde knipperend weergegeven.

- Bij de eerste keer indrukken van de temperatuur-insteltoets verschijnt in de display de op dat moment actuele laatste instelwaarde (= gewenste waarde).

- Door het vervolgens steeds kort indrukken verandert de instelwaarde in stappen van 1 °C; door het langer ingedrukt houden gaat dit doorlopend.

- Ca. 5 sec. na de laatste bediening van de toetsen schakelt de elektronica automatisch om en wordt de werkelijke vries- resp. koeltemperatuur (= actuele waarde) weergegeven. De temperatuur is instelbaar in het

W koelgedeelte: van 9 °C tot 4 °C, in het W vriesgedeelte: van -16 °C tot -26 °C.

Het bereiken van de laagste temperatuur is afhankelijk van de plaatsingslocatie en bij hoge omgevingstemperatuur niet in alle gevallen bereikbaar.

W In het Climat-Freshbox-gedeelte wordt de temperatuur automatisch geregeld, tussen 0 en 3 °C.

Als u het hier warmer of kouder wilt hebben, bijv. voor het bewaren van vis, dan kunt u de insteltemperatuur voor het Climat-Freshbox-gedeelte veranderen. Meer informatie hierover kunt u vinden in de paragraaf “aanvullende functies”.

4 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 5

NL

Temperatuurdisplay

Tijdens normaal gebruik worden:

- de gemiddelde koelruimtetemperatuur 6 en

- de warmste diepvriesproducttemperatuur 5 weergegeven.

De display knippert, als u

- de temperatuurinstelling verandert of - de temperatuur meerdere graden is opgelopen, als aanwijzing voor een koudeverlies. Bijv. bij het in het apparaat leggen van verse “warme” levensmiddelen evenals bij het uitnemen en uitsorteren van diepvriesgoed, door de instromende warme lucht kan de temperatuur korte tijd oplopen. Na het beëindigen van het in het apparaat leggen of uitsorteren regelt de elektronica de temperatuur automatisch naar de laatste instelling. Een korte verhoging van de temperatuur heeft geen invloed op de diepvriesproducten.

W Wordt er in de display een “F 0” tot “F 5” weergegeven, dan is er een storing in het apparaat opgetreden. Neem dan contact op met uw klantendienst en geef deze displaymelding door. Dit maakt een snelle en doelgerichte serviceverlening mogelijke.

Alarm - waarschuwingssignaal

Het waarschuwingssignaal helpt u bij het beschermen van de bewaarde diepvriesproducten en het besparen van energie.

W Het waarschuwingssignaal stopt na het indrukken van de

alarm-uit-toets 1,

- automatisch, als de toereikende koude bewaartemperatuur weer is bereikt of - de deur wordt gesloten.

Deuralarm (voor koel-/Climat-Freshbox- en vriesgedeelte) - Dit signaal hoort u als de deur langer dan ca. 60 sec. geopend is.

Het waarschuwingssignaal is te horen zolang de deur geopend is. Na het sluiten van de deur is de alarm-functie automatisch weer klaar voor gebruik.

Temperatuuralarm (voor vriesgedeelte) - Dit signaal hoort u altijd als de diepvriestemperatuur niet koud genoeg is (afhankelijk van de temperatuurinstelling). - Tegelijkertijd knippert de temperatuurdisplay.

De oorzaak hiervan kan zijn - het in het apparaat leggen van warme verse levensmiddelen, - het uitsorteren en uitnemen van diepvriesproducten, waarbij teveel warme ruimtelucht ingestroomd is.

De temperatuurdisplay knippert totdat de alarmsituatie is beëindigd. Daarna schakelt deze om van knipperen naar het doorlopend branden. Daarmee is het waarschuwingssignaal weer klaar voor gebruik.

Fast-Cool

Met Fast-Cool schakelt u het koelgedeelte naar het hoogste koelvermogen.

Dit wordt vooral aanbevolen als u grote hoeveelheden levensmiddelen, dranken, vers bereid gebak of gerechten zo snel mogelijk wilt laten afkoelen.

W Inschakelen: Fast-Cool-toets bl kort indrukken, zodat het lampje in de toets gaat branden.

De koeltemperatuur zakt naar de koudste waarde.

Opmerking: “Fast-Cool” geeft een iets hoger energieverbruik. Echter, na ca. 6 uur schakelt de elektronica automatisch terug naar het energiesparende normale gebruik.

Indien nodig kunt u “Fast-Cool” ook eerder uitschakelen. W Uitschakelen: opnieuw kort indrukken, zodat het lampje in de toets weer uit is.

Netstoring-/”FrostControl”-displaymelding

Verschijnt de displaymelding “nA”, dan betekent dit dat: De vriestemperatuur is door een netstoring of een stroomonderbreking gedurende de laatste uren of dagen te hoog (te warm) geweest.

W Als u tijdens de nA-displaymelding de alarm-uit-toets 1 indrukt, dan verschijnt in de display de hoogste (warmste) temperatuur, die is opgetreden tijdens de netstoring. Afhankelijk van de opwarming of zelfs ontdooiing moet de kwaliteit van de levensmiddelen worden gecontroleerd en over het verdere gebruik worden beslist!

- Deze “warmste temperatuur” wordt ca. één minuut lang weergegeven. Daarna geeft de elektronica weer de werkelijk aanwezige vriestemperatuur aan. Door het herhaald drukken op de alarm-uit-toets wordt de “warmste temperatuur”-weergave voortijdig gewist.

Na beëindiging van de stroomonderbreking werkt het apparaat verder met de laatste temperatuurinstelling.

Aanvullende functies

Via de instelmodus kunt u de kinderbeveiliging gebruiken, de lichtsterkte van de display* veranderen en de temperatuur in het Climat-Freshbox-gedeelte iets kouder of warmer instellen.

Instelmodus activeren:

W Fast-Freeze-toets ca. 5 sec indrukken - de Fast-Freeze-toets knippert - het display toont c voor kinderbeveiliging. Opmerking: de betreffende te veranderen waarde knippert. W Door het indrukken van de “+”/”-”-toets de gewenste functie kiezen; c = kinderbeveiliging, h = lichtsterkte of b = Climat-Freshbox-temperatuur.

W Vervolgens door kort indrukken van de Fast-Freeze-toets de functie kiezen/bevestigen:

Brandt symbool 6 dan is de kinderbeveiliging actief.

Opmerking: b5 = fabrieksinstelling. Bij het veranderen richting kouder, b4 tot b1, kunnen temperaturen onder het vriespunt worden bereikt en kunnen de levensmiddelen in het Climat-Freshbox-deel licht bevriezen.

Instelmodus verlaten:

W Door het indrukken van de aan/uit-toets kunt u de instelmodus beëindigen; na 2 min. schakelt de elektronica automatisch om.

- Het normale regelbedrijf is weer actief.

* afhankelijk van model en uitvoering 5

Pagina 6

Koelgedeelte

Indelen van de levensmiddelen

In het bovenste voorgedeelte en in de deur is het het warmst.

Aanwijzingen voor het koelen

- Levensmiddelen zodanig bewaren, dat de lucht goed kan circuleren, dus niet te dicht op elkaar stapelen. Ventilatieluchtspleten* in de achterwand niet afdekken - dit is belangrijk voor de koelprestatie!

- Levensmiddelen die makkelijk reuk of smaak geven of aannemen, evenals vloeistoffen, altijd in gesloten bakken of afgedekt bewaren.

Uitrusting veranderen

W Het conservenopbergvak* kunt u verzetten en alle deuropbergvakken zijn uitneembaar voor het reinigen: Opbergvakken omhoogschuiven, naar voren uitnemen en in omgekeerde volgorde weer plaatsen.

W Door verschuiven van de flessenhouder en conservenhouder kunt u ervoor zorgen dat flessen niet omvallen bij het openen van de deur daarbij altijd het dragend kunststofdeel vastpakken ! Voor het reinigen kan de houder worden verwijderd: de voorste rand van de houder naar voren trekken en uit de vergrendeling trekken.

3

WDe schappen/glasplaten* kunt u afhankelijk van de hoogte van de te koelen producten verzetten:
-Glasplaat optillen, uitsparing over de dragers trekken en hoger of lager weer inschuiven.
-De glasplaten* zijn tegen onbedoeld uittrekken beveiligd door uittrekstops.
-De korte* glasplaat bovenin, altijd voor de ventilator, onder het vriesvak* schuiven.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)

W Gebruik het voorste gedeelte van de vloer van het koelgedeelte alleen voor het tijdelijk plaatsen van koelproducten, bijv. als u de kast herinricht of de inhoud uitsorteert. Dit vergemakkelijkt het gebruik. Laat de koelproducten daar echter niet staan, omdat het anders bij het sluiten van de deur naar achter kan worden geschoven of kan omvallen.

W Het plaatsen van hoge bakken of vaatwerk is mogelijk door de halve glasplaten: Meegeleverde schapdragers, op de gewenste hoogte rechts en links op de draagnoppen vastklikken, let daarbij op rechter (R) en linker (L) deel! De glasplaten 1/2 inschuiven. De glasplaat 2 met aanslagrand moet achteraan liggen!

1

Climat-Freshbox-gedeelte

Het Climat-Freshbox-gedeelte maakt voor verschillende verse levensmiddelen een tot wel driemaal zo lange bewaartijd mogelijk bij gelijkblijvende kwaliteit, in vergelijking tot het gebruikelijke koelen. Smaak, versheid, genots- en voedingswaarde (vitaminegehalte, C- en B-groepen) blijven in hoge mate behouden. De automatisch geregelde bewaartemperatuur constant net boven 0 °C en de zich instellende luchtvochtigheid, maakt optimale bewaarcondities mogelijk voor de verschillende levensmiddelen.

De bovenste schuiflade, is geschikt voor het bewaren van droge of verpakte levensmiddelen (bijv. melkproducten, vlees, vis, worst). Hier ontstaat een relatief droog opslagklimaat.

De verstelbare schuiflade, is bij “vocht”-instelling geschikt voor het bewaren van sla, groente en fruit. Bij goed gevulde schuiflade ontstaat er een dauwvers klimaat, met een luchtvochtigheid tot max. 90 %.

Afhankelijk van de behoefte kunt u dit vak naar keuze gebruiken met droog of vochtig klimaat.

Vochtigheid instellen,

Opmerkingen

6 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 7

NL

Richtwaarden voor de bewaarduur voor enkele levensmiddelen in het Climat-Freshbox-gedeelte:

Bij “droog” bewaren
Botertot 30 dagen
Kaas, zachttot 30 dagen
Melk, verstot 7 dagen
Worst, gesneden vleeswaren Vistot 7 dagen tot 4 dagen
Schaaldierentot 3 dagen
Gevogeltetot 5 dagen
Varkensvlees
in grotere porties kleingesnedentot 7 dagen tot 5 dagen
Rundvleestot 7 dagen
Wildtot 7 dagen
Bij “vochtig” bewaren Groenten, sla
Artisjokkentot 21 dagen
Bleekselderijtot 30 dagen
Bloemkooltot 21 dagen
Broccolitot 14 dagen
Witlof/Brussels lof Chinese kooltot 30 dagen tot 14 dagen
IJsbergsla, andijvie, veldsla Erwtentot 21 dagen tot 10 dagen
Venkeltot 21 dagen
Groene kooltot 14 dagen
Wortels/penentot 150 dagen
Knoflooktot 180 dagen
Koolrabitot 14 dagen
Kropkooltot 180 dagen
Kropslatot 10 dagen
Keukenkruidentot 30 dagen
Look/preitot 60 dagen
Sla-uientot 7 dagen
Paddenstoelen/champignonstot 7 dagen
Radicchioslatot 21 dagen
Radijsjestot 14 dagen
Spruitjestot 30 dagen
Aspergestot 14 dagen
Spinazietot 7 dagen
Savooiekooltot 60 dagen
Fruit
Abrikozentot 14 dagen
Appelstot 180 dagen
Perentot 120 dagen
Bramentot 8 dagen
Dadels (vers)tot 60 dagen
Aardbeientot 5 dagen
Vijgen (vers)tot 7 dagen
Bosbessentot 14 dagen
Frambozentot 5 dagen
Aalbessentot 21 dagen
Kersentot 14 dagen
Kiwitot 120 dagen
Perzikentot 30 dagen
Pruimentot 21 dagen
Kweeperentot 90 dagen
Rabarbertot 21 dagen
Kruisbessentot 21 dagen
Wijndruiventot 90 dagen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)

Vriesgedeelte

Fast-Freeze

De verse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk tot in de kern worden diepgevroren en al bewaarde bevroren producten worden voorzien van een “koudereserve”. Dit is mogelijk met de Fast-Freeze-voorziening. Hierdoor blijven de voedingswaarde, het uiterlijk en de smaak van de ingevroren levensmiddelen het best behouden.

Invriezen met Fast-Freeze

De invriestemperatuur daalt, het apparaat werkt met de grootste mogelijke koudecapaciteit.

- Fast-Freeze schakelt zichzelf automatisch uit. Naar behoefte, afhankelijk van de geplaatste hoeveelheid, op z’n vroegst na 30 en op z’n laatst na 60 uur. Het invriesproces is beëindigd - de Fast-Freeze-LED is uit - het apparaat werkt weer in het energiebesparende normale bedrijf.

Opmerking: Fast-Freeze moet u niet inschakelen:

- bij het plaatsen van al bevroren diepvriesproducten, - bij het invriezen van niet meer dan ca. 2 kg verse levensmiddelen per dag.

Aanwijzingen voor het invriezen en het bewaren

Niet geschikt zijn: kropsla, radijsjes, wijndruiven, hele appels en bessen, vet vlees.

- fruit, groente tot 1 kg, - vlees tot 2,5 kg.

* afhankelijk van model en uitvoering 7

← begin van de handleidingverder op pagina 8 →Inhoud