ATAG KS8178BF, tekst van de handleiding
Pagina's 2–7 van 14 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← begin van de handleidingverder op pagina 8 →
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
Het apparaat in vogelvlucht
Bedienings- en controle-elementen, Afb. A1 Vriesgedeelte
1 Alarm-uit-toets voor waarschuwingssignaal
2 Fast-Freeze-toets, met LED-waarschuwingslampje, lampje aan = ingeschakelde functie
3 Hoofd aan/uit-toets apparaat
4 Insteltoetsen voor temperatuur: linker toets = warmer, rechter toets = kouder, aanbevolen instelling: -18 °C
5 Temperatuur- en insteldisplay
Koelgedeelte
6 Temperatuur- en insteldisplay
7 Kinderbeveiliging (indicator voor koel- en vriesdeel)
8 Insteltoetsen voor temperatuur: linker toets = warmer, rechter toets = kouder, aanbevolen instelling: 5 °C
9 Uit-toets koelgedeelte bl Fast-Cool-toets, met LED-waarschuwingslampje, lampje aan = ingeschakelde functie
Luchtvochtigheidinstelling in de Climat-Freshbox-schuiflade, Afb. A2: Schuifdeel naar links = droog-, naar rechts = vochtig opslagklimaat
Typeplaatje, Afb. A3
1 Typeaanduiding van het apparaat
2 Servicenummer
3 Serienummer
4 Vriesvermogen in kg/24 uur
Overzicht apparaat en uitrusting, Afb. A Koelgedeelte, ca. 5 °C
1 Bedienings- en controle-elementen
2 Boter- en kaasvak
3 Ventilator
4 Verplaatsbare schappen
5 Eiervak*
6 Deelbare en onderschuifbare* schap
7 LED-verlichting
8 Bergvak voor hoge flessen en dranken
9 Rek met glasplaat
Climat-Freshbox-gedeelte, net boven 0 °C bl Dooiwaterafvoer
bm Schuiflade voor droge of verpakte levensmiddelen bn Schuiflade met regelbare luchtvochtigheid
bo Typeplaatje
Vriesgedeelte, ca. -18 °C
bp Koudeaccu* bq Invriesblad,
br Schuiflade met info-systeem*
2 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 3
NL
Bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef deze eventueel door aan de volgende eigenaar.
De gebruiksaanwijzing is geldig voor meerdere modellen, afwijkingen zijn dus mogelijk.
Inhoudsopgave
Het apparaat in vogelvlucht ................................................2 Bestemmingen ....................................................................3 Tips voor het besparen van energie ...................................3 Veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen ......................3 Afvalverwerking/Recycling ..................................................3 Technische veiligheid ..........................................................3 Veiligheid tijdens het gebruik ..............................................3 Inbouw- en ventilatievoorschriften .......................................4 Aansluiten ...........................................................................4 In gebruik nemen en controle-elementen ............................4 In- en uitschakelen .............................................................4 De temperatuur instellen ....................................................4 Temperatuurdisplay ...........................................................5 Alarm - waarschuwingssignaal ...........................................5 Fast-Cool ..........................................................................5 Netstoring-/”FrostControl”-displaymelding .........................5 Aanvullende functies ...........................................................5 Koelgedeelte .......................................................................6 Indelen van de levensmiddelen ...........................................6 Aanwijzingen voor het koelen .............................................6 Uitrusting veranderen ..........................................................6 Climat-Freshbox-gedeelte ..................................................6 Richtwaarden voor de bewaarduur .....................................7 Vriesgedeelte ......................................................................7 Fast-Freeze .........................................................................7 Invriezen met Fast-Freeze ...................................................7 Aanwijzingen voor het invriezen en het bewaren .................7 Het Info-System* .................................................................8 Het invriesblad ....................................................................8 De koudeaccu’s .................................................................8 VarioSpace* ........................................................................8 Ontdooien, reinigen ............................................................9 Aanwijzingen voor het ontdooien ........................................9 Reinigen .............................................................................9 Storingen - problemen? ....................................................10 Klantendienst en typeplaatje .............................................10 Inbouwvoorschrift ............................................................11 Deurdraairichting veranderen ...........................................11 Bevestiging en montage ...................................................12
Bestemmingen
- Het apparaat is bestemd voor het koelen, invriezen en bewaren van levensmiddelen en voor het maken van ijs. Het apparaat is ontworpen voor huishoudelijk gebruik. Bij een andere toepassing kan een probleemloze werking niet worden gegarandeerd.
- Het apparaat is, afhankelijk van de klimaatklasse, geschikt voor het gebruik binnen gelimiteerde omgevingstemperaturen. Deze mogen niet worden onder- of overschreden! De voor uw apparaat geldende klimaatklasse is op het typeplaatje aangegeven. De betekenis:
| Klimaatklasse | voor omgevingstemperaturen van |
|---|---|
| SN | +10 °C tot +32 °C |
| N | +16 °C tot +32 °C |
| ST | +18° C tot +38 °C |
| T | +18 °C tot +43 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 3)
- Het koudemiddelcircuit is gecontroleerd op lekkages. - Het apparaat voldoet in ingebouwde toestand aan de van toepassing zijnde veiligheidsvoorschriften en de EG-richtlijnen 73/23/EWG en 89/336/EWG.
Veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen
Afvalverwerking/Recycling
De verpakking is samengesteld uit herbruikbare materialen.
- Golfkarton/Karton - Gevormde delen van geschuimd polystyreen - Folies uit polyetheen - Spanbanden uit polypropeen
- Verpakkingsmateriaal is geen speelgoed voor kinderen - verstikkingsgevaar door folie!
- Breng het verpakkingsmateriaal naar een officieel inzamelpunt.
Het afgedankte apparaat: bevat nog waardevolle materialen en moet gescheiden van het huishoudelijk afval worden afgevoerd naar een recyclingbedrijf.
- Maak een afgedankt apparaat onbruikbaar. Trek de stekker uit het stopcontact, snijd het netsnoer door en maak de deursluiting onbruikbaar, zodat kinderen zich niet kunnen insluiten.
- Let er op dat het koelcircuit van het afgedankte apparaat tijdens het transport niet wordt beschadigd.
- Nadere informatie over het gebruikte koudemiddel vindt u op het typeplaatje.
- De afvalverwerking/recycling van afgedankte apparaten moet vakkundig en volgens de lokaal geldende voorschriften en wetgeving plaatsvinden.
Technische veiligheid
- Om persoonlijk letsel en materiële schade te voorkomen, het apparaat alleen verpakt transporteren en met twee personen plaatsen.
- Het gebruikte koudemiddel R 600a is milieuvriendelijk, maar brandbaar.
- Leidingen van het koelcircuit niet beschadigen. Eruit spuitend koudemiddel kan oogletsel veroorzaken of ontbranden.
- Wanneer er koudemiddel vrijkomt, open vuur of ontstekingsbronnen in de nabijheid van het lekpunt verwijderen, stekker uit het stopcontact trekken en de ruimte goed ventileren.
- Neem bij beschadiging van het apparaat onmiddellijk - vóór het aansluiten - contact op met de leverancier.
- Om een veilig gebruik te waarborgen, het apparaat alleen volgens de informatie in de gebruiksaanwijzing monteren en aansluiten.
- Koppel het apparaat bij een storing los van de netspanning. Netstekker uit het stopcontact trekken (hierbij niet aan het netsnoer trekken) of zekering uitschakelen resp. uitdraaien.
- Reparaties en ingrepen aan het apparaat alleen door de klantendienst laten uitvoeren, anders kunnen er aanzienlijke gevaren voor de gebruiker ontstaan. Dit geldt eveneens voor het vervangen van het netsnoer.
Veiligheid tijdens het gebruik
- Bewaar geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen, zoals butaan, propaan, pentaan enz., in het apparaat. Eventueel vrijkomende gassen kunnen door elektrische onderdelen worden ontstoken. U herkent dergelijke spuitbussen aan de opgedrukte vermelding van de inhoud of aan een vlamsymbool.
- Producten met een hoog alcoholpercentage alleen goed afgesloten en rechtop bewaren.
- Gebruik binnenin het apparaat nooit open vuur of ontstekingsbronnen.
- Geen elektrische apparaten binnenin het apparaat gebruiken (bijv. stoomreiniger, verwarmingsapparatuur).
- Plint, schuifladen, deuren enz. niet misbruiken als opstap of om op te leunen.
- Dit apparaat is niet bedoeld voor personen (ook kinderen) met fysieke, sensorische of mentale gebreken of personen,
* afhankelijk van model en uitvoering 3
Pagina 4
die niet over voldoende ervaring en kennis beschikken, tenzij zij door een persoon die voor hun veiligheid verantwoordelijk is, in het gebruik van het apparaat worden geïnstrueerd of die aanvankelijk toezicht uitoefent. Kinderen mogen niet zonder toezicht achterblijven om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen.
- Voorkom langdurig huidcontact met koude oppervlakken of de te koelen/in te vriezen levensmiddelen. Dit kan leiden tot pijn, een verdooft gevoel en bevriezingen. Bij langdurig huidcontact beschermingsmaatregelen treffen, bijv. handschoenen dragen.
- Consumptieijs, vooral waterijsjes of ijsblokjes, niet direct na het uit het apparaat nemen en te koud consumeren. Door de lage temperaturen bestaat er “verbrandingsgevaar”.
- Consumeer geen levensmiddelen die over de houdbaarheidsdatum heen zijn, u kunt hierdoor een voedselvergiftiging oplopen.
Inbouw- en ventilatievoorschriften
- Let er bij het plaatsen/inbouwen op dat de leidingen van het koelcircuit niet beschadigd worden.
- De oppervlaktematen van de ventilatieopeningen mogen niet worden gewijzigd. Zorg altijd voor een goede aan- en afvoer van ventilatielucht!
- Binnen de ruimte waarin uw apparaat moet worden geplaatst moet volgens de norm EN 378 per 8 g koudemiddelmassa R 600a een volume van 1 m³ beschikbaar zijn, zodat er in geval van een lekkage in het koelcircuit geen ontvlambaar gas-luchtmengsel in de plaatsingsruimte van het apparaat kan ontstaan. De opgave van de hoeveelheid koudemiddel vindt u op het typeplaatje binnenin het apparaat.
- Volg de aanwijzingen uit de inbouwvoorschriften op.
- Na de inbouw: alle transportbeveiligingsonderdelen verwijderen, - Plakband en afstandshouders* van de schappen trekken en deze op de gewenste inschuifhoogten plaatsen.
- Alle beschermfolie wegtrekken: van de sierstrips en schuifladenfronten.
Aansluiten
Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaatsingslocatie moeten overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje. Deze bevindt zich op de linker binnenwand van het apparaat, afb. A.
- Het apparaat alleen op een volgens de voorschriften geïnstalleerd randaardestopcontact aansluiten.
- Het stopcontact moet d.m.v. een zekering van 10 A of zwaarder beveiligd zijn, buiten de achterzijde van het apparaat liggen en goed toegankelijk zijn.
- Het apparaat niet - aansluiten op spanningsomvormers, - in combinatie met zogenaamde energiebesparingsstekkers gebruiken - hierdoor kan de elektronica worden beschadigd, - samen met andere apparaten aansluiten op een verlengsnoer - gevaar voor oververhitting.
- Bij het losnemen van het netsnoer van de achterzijde van het apparaat de kabelhouder verwijderen - anders ontstaan er trillingsgeluiden!
Tips voor het besparen van energie
- Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen volledig vrij blijven.
- Open de deur van het apparaat zo kort mogelijk.
- Leg de levensmiddelen gesorteerd in het apparaat. De aangegeven bewaarduur niet overschrijden.
- Alle levensmiddelen goed verpakt en afgedekt bewaren; rijpvorming wordt zo voorkomen.
- Laat warme gerechten eerst tot kamertemperatuur afkoelen, voordat u deze in het apparaat legt.
- Laat diepvriesproducten ontdooien in de koelruimte.
- Houd de deur van het apparaat bij een storing gesloten. Hierdoor wordt het koudeverlies vertraagd. De kwaliteit van de diepvriesproducten blijft zo langer bewaard.
In gebruik nemen en controle-elementen
Het wordt aanbevolen het apparaat vóór het in gebruik nemen te reinigen, zie daarvoor het hoofdstuk “Reinigen”.
Neem het apparaat ca. 2 uur vóór de eerste vulling met diepvriesproducten in gebruik. Plaats de diepvriesproducten pas nadat er een temperatuur van ten minste -18 °C wordt aangegeven.
In- en uitschakelen
Met de hoofd-aan/uit-toets 3schakelt u altijd het complete apparaat in of uit, vries- en koelgedeelte.
W
-
-
W
W
Inschakelen: aan/uit-toets 3 indrukken, zodat de temperatuurdisplays branden/knipperen.
Koelgedeelte met Climat-Freshbox-gedeelte: de binnenverlichting brandt bij geopende deur.
Vriesgedeelte: bij het in gebruik nemen en bij een warm apparaat worden in het display van het vriesgedeelte strepen weergegeven, totdat er een temperatuur onder 0 °C is bereikt.
Uitschakelen: Hoofd-aan/uit-toets 3 ca. één seconde indrukken, zodat de temperatuurdisplays uit zijn.
Wilt u alleen het koel- /Climat-Freshbox-gedeelte uitschakelen (vriesgedeelte blijft ingeschakeld - geschikt voor bijv. vakantietijd), dan moet u de aan/uit-toets 9indrukken, zodat de temperatuurdisplay van het koelgedeelte 6 en de binnenverlichting uit zijn. De temperatuurdisplay van het vriesgedeelte 5 moet branden.
Temperatuur instellen
Het apparaat is seriematig ingesteld voor normaal gebruik, voor het koelgedeelte wordt +5 °C en voor het vriesgedeelte -18 °C aanbevolen.
Temperatuur verlagen/kouder: Betreffende “-”-insteltoets indrukken, links voor koelgedeelte: 8, rechts voor vriesge-
deelte: 4.
Temperatuur verhogen/warmer: betreffende “+”-insteltoets indrukken.
- Tijdens het instellen wordt de instelwaarde knipperend weergegeven.
- Bij de eerste keer indrukken van de temperatuur-insteltoets verschijnt in de display de op dat moment actuele laatste instelwaarde (= gewenste waarde).
- Door het vervolgens steeds kort indrukken verandert de instelwaarde in stappen van 1 °C; door het langer ingedrukt houden gaat dit doorlopend.
- Ca. 5 sec. na de laatste bediening van de toetsen schakelt de elektronica automatisch om en wordt de werkelijke vries- resp. koeltemperatuur (= actuele waarde) weergegeven. De temperatuur is instelbaar in het
W koelgedeelte: van 9 °C tot 4 °C, in het W vriesgedeelte: van -16 °C tot -26 °C.
Het bereiken van de laagste temperatuur is afhankelijk van de plaatsingslocatie en bij hoge omgevingstemperatuur niet in alle gevallen bereikbaar.
W In het Climat-Freshbox-gedeelte wordt de temperatuur automatisch geregeld, tussen 0 en 3 °C.
Als u het hier warmer of kouder wilt hebben, bijv. voor het bewaren van vis, dan kunt u de insteltemperatuur voor het Climat-Freshbox-gedeelte veranderen. Meer informatie hierover kunt u vinden in de paragraaf “aanvullende functies”.
4 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 5
NL
Temperatuurdisplay
Tijdens normaal gebruik worden:
- de gemiddelde koelruimtetemperatuur 6 en
- de warmste diepvriesproducttemperatuur 5 weergegeven.
De display knippert, als u
- de temperatuurinstelling verandert of - de temperatuur meerdere graden is opgelopen, als aanwijzing voor een koudeverlies. Bijv. bij het in het apparaat leggen van verse “warme” levensmiddelen evenals bij het uitnemen en uitsorteren van diepvriesgoed, door de instromende warme lucht kan de temperatuur korte tijd oplopen. Na het beëindigen van het in het apparaat leggen of uitsorteren regelt de elektronica de temperatuur automatisch naar de laatste instelling. Een korte verhoging van de temperatuur heeft geen invloed op de diepvriesproducten.
W Wordt er in de display een “F 0” tot “F 5” weergegeven, dan is er een storing in het apparaat opgetreden. Neem dan contact op met uw klantendienst en geef deze displaymelding door. Dit maakt een snelle en doelgerichte serviceverlening mogelijke.
Alarm - waarschuwingssignaal
Het waarschuwingssignaal helpt u bij het beschermen van de bewaarde diepvriesproducten en het besparen van energie.
W Het waarschuwingssignaal stopt na het indrukken van de
alarm-uit-toets 1,
- automatisch, als de toereikende koude bewaartemperatuur weer is bereikt of - de deur wordt gesloten.
Deuralarm (voor koel-/Climat-Freshbox- en vriesgedeelte) - Dit signaal hoort u als de deur langer dan ca. 60 sec. geopend is.
Het waarschuwingssignaal is te horen zolang de deur geopend is. Na het sluiten van de deur is de alarm-functie automatisch weer klaar voor gebruik.
Temperatuuralarm (voor vriesgedeelte) - Dit signaal hoort u altijd als de diepvriestemperatuur niet koud genoeg is (afhankelijk van de temperatuurinstelling). - Tegelijkertijd knippert de temperatuurdisplay.
De oorzaak hiervan kan zijn - het in het apparaat leggen van warme verse levensmiddelen, - het uitsorteren en uitnemen van diepvriesproducten, waarbij teveel warme ruimtelucht ingestroomd is.
De temperatuurdisplay knippert totdat de alarmsituatie is beëindigd. Daarna schakelt deze om van knipperen naar het doorlopend branden. Daarmee is het waarschuwingssignaal weer klaar voor gebruik.
Fast-Cool
Met Fast-Cool schakelt u het koelgedeelte naar het hoogste koelvermogen.
Dit wordt vooral aanbevolen als u grote hoeveelheden levensmiddelen, dranken, vers bereid gebak of gerechten zo snel mogelijk wilt laten afkoelen.
W Inschakelen: Fast-Cool-toets bl kort indrukken, zodat het lampje in de toets gaat branden.
De koeltemperatuur zakt naar de koudste waarde.
Opmerking: “Fast-Cool” geeft een iets hoger energieverbruik. Echter, na ca. 6 uur schakelt de elektronica automatisch terug naar het energiesparende normale gebruik.
Indien nodig kunt u “Fast-Cool” ook eerder uitschakelen. W Uitschakelen: opnieuw kort indrukken, zodat het lampje in de toets weer uit is.
Netstoring-/”FrostControl”-displaymelding
Verschijnt de displaymelding “nA”, dan betekent dit dat: De vriestemperatuur is door een netstoring of een stroomonderbreking gedurende de laatste uren of dagen te hoog (te warm) geweest.
W Als u tijdens de nA-displaymelding de alarm-uit-toets 1 indrukt, dan verschijnt in de display de hoogste (warmste) temperatuur, die is opgetreden tijdens de netstoring. Afhankelijk van de opwarming of zelfs ontdooiing moet de kwaliteit van de levensmiddelen worden gecontroleerd en over het verdere gebruik worden beslist!
- Deze “warmste temperatuur” wordt ca. één minuut lang weergegeven. Daarna geeft de elektronica weer de werkelijk aanwezige vriestemperatuur aan. Door het herhaald drukken op de alarm-uit-toets wordt de “warmste temperatuur”-weergave voortijdig gewist.
Na beëindiging van de stroomonderbreking werkt het apparaat verder met de laatste temperatuurinstelling.
Aanvullende functies
Via de instelmodus kunt u de kinderbeveiliging gebruiken, de lichtsterkte van de display* veranderen en de temperatuur in het Climat-Freshbox-gedeelte iets kouder of warmer instellen.
Instelmodus activeren:
W Fast-Freeze-toets ca. 5 sec indrukken - de Fast-Freeze-toets knippert - het display toont c voor kinderbeveiliging. Opmerking: de betreffende te veranderen waarde knippert. W Door het indrukken van de “+”/”-”-toets de gewenste functie kiezen; c = kinderbeveiliging, h = lichtsterkte of b = Climat-Freshbox-temperatuur.
W Vervolgens door kort indrukken van de Fast-Freeze-toets de functie kiezen/bevestigen:
- Bij c = kinderbeveiliging door indrukken van de “+”/”-”-toets c1 = kinderbeveiliging aan of c0 = kinderbeveiliging uit kiezen en met de Fast-Freeze-toets bevestigen.
Brandt symbool 6 dan is de kinderbeveiliging actief.
- Bij h = lichtsterkte door indrukken van de “+”/”-”-toets h1= minimale tot h5 = maximale lichtsterkte kiezen en met de Fast-Freeze-toets bevestigen.
- Bij b = Climat-Freshbox-temperatuur door indrukken van de “+”/”-”-toets tussen b1= koudste tot b9 = warmste niveauwaarde kiezen en met de Fast-Freeze-toets bevestigen. De veranderde Climat-Freshbox-temperatuur zal zich langzaam instellen op de nieuwe waarde.
Opmerking: b5 = fabrieksinstelling. Bij het veranderen richting kouder, b4 tot b1, kunnen temperaturen onder het vriespunt worden bereikt en kunnen de levensmiddelen in het Climat-Freshbox-deel licht bevriezen.
Instelmodus verlaten:
W Door het indrukken van de aan/uit-toets kunt u de instelmodus beëindigen; na 2 min. schakelt de elektronica automatisch om.
- Het normale regelbedrijf is weer actief.
* afhankelijk van model en uitvoering 5
Pagina 6
Koelgedeelte
Indelen van de levensmiddelen
In het bovenste voorgedeelte en in de deur is het het warmst.
Aanwijzingen voor het koelen
- Levensmiddelen zodanig bewaren, dat de lucht goed kan circuleren, dus niet te dicht op elkaar stapelen. Ventilatieluchtspleten* in de achterwand niet afdekken - dit is belangrijk voor de koelprestatie!
- Levensmiddelen die makkelijk reuk of smaak geven of aannemen, evenals vloeistoffen, altijd in gesloten bakken of afgedekt bewaren.
Uitrusting veranderen
W Het conservenopbergvak* kunt u verzetten en alle deuropbergvakken zijn uitneembaar voor het reinigen: Opbergvakken omhoogschuiven, naar voren uitnemen en in omgekeerde volgorde weer plaatsen.
W Door verschuiven van de flessenhouder en conservenhouder kunt u ervoor zorgen dat flessen niet omvallen bij het openen van de deur daarbij altijd het dragend kunststofdeel vastpakken ! Voor het reinigen kan de houder worden verwijderd: de voorste rand van de houder naar voren trekken en uit de vergrendeling trekken.
3
| W | De schappen/glasplaten* kunt u afhankelijk van de hoogte van de te koelen producten verzetten: |
| - | Glasplaat optillen, uitsparing over de dragers trekken en hoger of lager weer inschuiven. |
| - | De glasplaten* zijn tegen onbedoeld uittrekken beveiligd door uittrekstops. |
| - | De korte* glasplaat bovenin, altijd voor de ventilator, onder het vriesvak* schuiven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
W Gebruik het voorste gedeelte van de vloer van het koelgedeelte alleen voor het tijdelijk plaatsen van koelproducten, bijv. als u de kast herinricht of de inhoud uitsorteert. Dit vergemakkelijkt het gebruik. Laat de koelproducten daar echter niet staan, omdat het anders bij het sluiten van de deur naar achter kan worden geschoven of kan omvallen.
W Het plaatsen van hoge bakken of vaatwerk is mogelijk door de halve glasplaten: Meegeleverde schapdragers, op de gewenste hoogte rechts en links op de draagnoppen vastklikken, let daarbij op rechter (R) en linker (L) deel! De glasplaten 1/2 inschuiven. De glasplaat 2 met aanslagrand moet achteraan liggen!
1
Climat-Freshbox-gedeelte
Het Climat-Freshbox-gedeelte maakt voor verschillende verse levensmiddelen een tot wel driemaal zo lange bewaartijd mogelijk bij gelijkblijvende kwaliteit, in vergelijking tot het gebruikelijke koelen. Smaak, versheid, genots- en voedingswaarde (vitaminegehalte, C- en B-groepen) blijven in hoge mate behouden. De automatisch geregelde bewaartemperatuur constant net boven 0 °C en de zich instellende luchtvochtigheid, maakt optimale bewaarcondities mogelijk voor de verschillende levensmiddelen.
De bovenste schuiflade, is geschikt voor het bewaren van droge of verpakte levensmiddelen (bijv. melkproducten, vlees, vis, worst). Hier ontstaat een relatief droog opslagklimaat.
De verstelbare schuiflade, is bij “vocht”-instelling geschikt voor het bewaren van sla, groente en fruit. Bij goed gevulde schuiflade ontstaat er een dauwvers klimaat, met een luchtvochtigheid tot max. 90 %.
Afhankelijk van de behoefte kunt u dit vak naar keuze gebruiken met droog of vochtig klimaat.
Vochtigheid instellen,
- “droog”: klein vochtigheidssymbool - schuifdeel naar links schuiven. Hier levensmiddelen leggen die geschikt zijn voor het droog bewaren.
- “vochtig”: hoge relatieve luchtvochtigheid van max. 90 %, groot vochtigheidssymbool - schuifdeel geheel naar rechts schuiven. Geschikt voor onverpakt te bewaren levensmiddelen met een hoge eigen vochtigheid, bijv. bladsla.
Opmerkingen
- De luchtvochtigheid in het vak is afhankelijk van het vochtgehalte van de hierin gelegde koelproducten en van het aantal keren dat de deur wordt geopend.
- Let bij het kopen op de “versheid” van de levensmiddelen. De versheid en de kwaliteit zijn bepalend voor de bewaarduur.
- Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen gescheiden bewaren, sorteren en in de schuifladen rangschikken. Als deze uit ruimtebehoefte samen moeten worden bewaard, bewaar deze dan verpakt! Verschillende vleessoorten niet direct met elkaar in aanraking brengen, altijd door verpakking scheiden; een voortijdig bederven door het overdragen van ziektekiemen wordt zo voorkomen.
- Let er op dat eiwitrijke levensmiddelen sneller bederven. D.w.z. schaal- en weekdieren bederven sneller dan vis, vis sneller dan vlees.
- Levensmiddelen enige tijd voor het consumeren uit de vakken halen. Pas bij kamertemperatuur ontplooien aroma en smaak zich, de genotswaarde wordt daardoor verhoogd.
- Niet in Climat-Freshbox-gedeelte horen: koudegevoelige groenten zoals komkommers, paprika’s, aubergines, avocado’s, halfrijpe tomaten, bonen, zucchini en alle koudegevoelige zuidvruchten.
6 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 7
NL
Richtwaarden voor de bewaarduur voor enkele levensmiddelen in het Climat-Freshbox-gedeelte:
| Bij “droog” bewaren | |
| Boter | tot 30 dagen |
| Kaas, zacht | tot 30 dagen |
| Melk, vers | tot 7 dagen |
| Worst, gesneden vleeswaren Vis | tot 7 dagen tot 4 dagen |
| Schaaldieren | tot 3 dagen |
| Gevogelte | tot 5 dagen |
| Varkensvlees | |
| in grotere porties kleingesneden | tot 7 dagen tot 5 dagen |
| Rundvlees | tot 7 dagen |
| Wild | tot 7 dagen |
| Bij “vochtig” bewaren Groenten, sla | |
| Artisjokken | tot 21 dagen |
| Bleekselderij | tot 30 dagen |
| Bloemkool | tot 21 dagen |
| Broccoli | tot 14 dagen |
| Witlof/Brussels lof Chinese kool | tot 30 dagen tot 14 dagen |
| IJsbergsla, andijvie, veldsla Erwten | tot 21 dagen tot 10 dagen |
| Venkel | tot 21 dagen |
| Groene kool | tot 14 dagen |
| Wortels/penen | tot 150 dagen |
| Knoflook | tot 180 dagen |
| Koolrabi | tot 14 dagen |
| Kropkool | tot 180 dagen |
| Kropsla | tot 10 dagen |
| Keukenkruiden | tot 30 dagen |
| Look/prei | tot 60 dagen |
| Sla-uien | tot 7 dagen |
| Paddenstoelen/champignons | tot 7 dagen |
| Radicchiosla | tot 21 dagen |
| Radijsjes | tot 14 dagen |
| Spruitjes | tot 30 dagen |
| Asperges | tot 14 dagen |
| Spinazie | tot 7 dagen |
| Savooiekool | tot 60 dagen |
| Fruit | |
| Abrikozen | tot 14 dagen |
| Appels | tot 180 dagen |
| Peren | tot 120 dagen |
| Bramen | tot 8 dagen |
| Dadels (vers) | tot 60 dagen |
| Aardbeien | tot 5 dagen |
| Vijgen (vers) | tot 7 dagen |
| Bosbessen | tot 14 dagen |
| Frambozen | tot 5 dagen |
| Aalbessen | tot 21 dagen |
| Kersen | tot 14 dagen |
| Kiwi | tot 120 dagen |
| Perziken | tot 30 dagen |
| Pruimen | tot 21 dagen |
| Kweeperen | tot 90 dagen |
| Rabarber | tot 21 dagen |
| Kruisbessen | tot 21 dagen |
| Wijndruiven | tot 90 dagen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
Vriesgedeelte
Fast-Freeze
De verse levensmiddelen moeten zo snel mogelijk tot in de kern worden diepgevroren en al bewaarde bevroren producten worden voorzien van een “koudereserve”. Dit is mogelijk met de Fast-Freeze-voorziening. Hierdoor blijven de voedingswaarde, het uiterlijk en de smaak van de ingevroren levensmiddelen het best behouden.
- U kunt maximaal het aantal kg verse levensmiddelen binnen 24 uur invriezen, dat is aangegeven op het typeplaatje bij “invriescapaciteit” ... kg/24h”, afb. A3, Pos. 4. De maximale hoeveelheid diepvriesproducten verschilt afhankelijk van het model en de klimaatklasse.
Invriezen met Fast-Freeze
- Kort op de Fast-Freeze-toets 2 drukken, zodat de LED in de toets gaat branden.
De invriestemperatuur daalt, het apparaat werkt met de grootste mogelijke koudecapaciteit.
- Bij een kleine in te vriezen hoeveelheid ca. 6 uur wachten/voor-vriezen. Dat is normaal gesproken voldoende. Bij de maximale hoeveelheid, zie typeplaatje bij invriescapaciteit, ca. 24 uur wachten.
- Daarna de verse levensmiddelen plaatsen, bij voorkeur in de bovenste vakken.
- Fast-Freeze schakelt zichzelf automatisch uit. Naar behoefte, afhankelijk van de geplaatste hoeveelheid, op z’n vroegst na 30 en op z’n laatst na 60 uur. Het invriesproces is beëindigd - de Fast-Freeze-LED is uit - het apparaat werkt weer in het energiebesparende normale bedrijf.
Opmerking: Fast-Freeze moet u niet inschakelen:
- bij het plaatsen van al bevroren diepvriesproducten, - bij het invriezen van niet meer dan ca. 2 kg verse levensmiddelen per dag.
Aanwijzingen voor het invriezen en het bewaren
- Geschikt voor het invriezen zijn: vlees, wild, gevogelte, verse vis, groente, fruit, zuivelproducten, brood, bakwaren, kant-en-klare gerechten.
Niet geschikt zijn: kropsla, radijsjes, wijndruiven, hele appels en bessen, vet vlees.
- Geschikt als verpakkingsmateriaal zijn in de handel verkrijgbare diepvrieszakken, herbruikbare bakken van kunststof, metaal en aluminium.
- Vers in te vriezen levensmiddelen niet in contact laten komen met al bevroren levensmiddelen. De verpakkingen altijd droog in het apparaat plaatsen, zodat ze niet aan elkaar vastvriezen.
- Op de verpakkingen steeds de datum en de inhoud schrijven en de aanbevolen bewaarduur van de bevroren producten niet overschrijden, zo wordt kwaliteitsverlies voorkomen.
- Levensmiddelen die u zelf invriest steeds per portie voor de omvang van uw huishouding verpakken. Om ze snel tot op de kern te laten bevriezen moet u de volgende hoeveelheden per verpakking niet overschrijden:
- fruit, groente tot 1 kg, - vlees tot 2,5 kg.
- Groenten na het wassen en het in porties verdelen blancheren (2-3 minuten in kokend water dompelen, daarna eruit halen en snel in koud water laten afkoelen. Als u met een stomer of magnetron blancheert, volg dan de betreffende aanwijzingen op).
- Verse levensmiddelen en geblancheerde groenten vóór het invriezen niet zouten of kruiden. Andere gerechten slechts licht zouten en kruiden. De smaakintensiteit van verschillende kruiden verandert.
- Flessen en dozen met koolzuurhoudende dranken niet laten bevriezen. Ze kunnen anders uit elkaar spatten. Bij het snel afkoelen van dranken de flessen binnen één uur weer uit het vriesgedeelte halen!
- Het bewaren: De individuele schuifladen en de schappen kunnen worden beladen met max. 25 kg diepvriesproducten.
* afhankelijk van model en uitvoering 7