Bosch CBG635BS3, tekst van de handleiding
Oven · Bosch · 32 pagina's in het Nederlands · pdf: 36 pagina's, 4,0 MB
Storingen op pagina 23
Pagina 23
Vanaf de titel; het begin van pagina 23 staat in de pdf.
19 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
19.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Zekering is defect. ▶ Controleer de zekering in de meterkast. |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. | |
| Op het display verschijnt "Sprache Deutsch". | Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Stel de opties voor het eerste gebruik in. – Taal – Tijd |
| Werking start niet of wordt onderbroken. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▶ Controleer de aanwijzingen die op het display verschijnen. → "Informatie weergeven", Pagina 12 |
| Storing ▶ Neem contact op met de klantenservice. → "Servicedienst", Pagina 25 | |
| Het apparaat warmt niet op. | De demonstratiemodus is geactiveerd in de basisinstellingen, op het display verschijnt . 1. Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast uit en opnieuw in te schakelen. 2. Deactiveer de demo-modus binnen 3 minuten in de → "Basisinstellingen", Pagina 15. |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Open en sluit na een stroomuitval de apparaatdeur één keer. • Het apparaat controleert zichzelf en is klaar voor gebruik. | |
| Als het apparaat uitgeschakeld is, verschijnt de actuele tijd niet. | Basisinstelling werd gewijzigd. ▶ Wijzig de basisinstelling van de tijdsindicatie. → "Basisinstellingen", Pagina 15 |
| De bedieningsring is uit de lagering in het bedieningspaneel gevallen. | De bedieningsring werd ontgrendeld. 1. Leg de bedieningsring in de lagering op het bedieningspaneel. 2. Druk de bedieningsring in de lagering, zodat deze inklikt en gedraaid kan worden. |
| Bedieningsring kan slechts moeilijk worden gedraaid. | Er zit vuil onder de bedieningsring. De bedieningsring is afneembaar. Opmerking: Neem de bedieningsring niet te vaak af, zodat het lager stabiel blijft. 1. Om de bedieningsring los te maken, drukt u op de buitenste rand ervan. • De bedieningsring kantelt en kan gemakkelijk worden beetgepakt. 2. Neem de bedieningsring uit de lagering. 3. De bedieningsring en de lagering op het apparaat voorzichtig reinigen met zeepsop en een schoonmaakdoekje. Drogen met een zachte doek. Gebruik hiervoor geen scherpe of schurende middelen. Laat de bedieningsring niet weken. Reinig de bedieningsring niet in de vaatwasmachine. |
Pagina 24
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Verlichting van de binnenruimte werkt niet. | Halogeenlamp is defect. ▶ Vervang de ovenlamp. → "Ovenlamp vervangen", Pagina 24 |
| Maximale gebruiksduur bereikt. | Om een ongewilde permanente werking te vermijden, stopt het apparaat na meerdere uren automatisch met op te warmen als de instellingen onveranderd zijn. Er verschijnt een aanwijzing op het display. Het tijdstip waarop de maximale gebruiksduur wordt bereikt, is afhankelijk van de functie-instellingen. 1. Om de werking voort te zetten drukt u op een willekeurig touchveld of draait u aan de bedieningsring. 2. Wanneer u het apparaat niet gebruikt, schakel het dan met uit. Tip: Om te voorkomen dat het apparaat ongewenst uitschakelt, kunt u een tijdsduur instellen. → "Tijdsduur instellen", Pagina 13 |
| Melding met "D" of "E" verschijnt in het display, bijv. D0111 of E0111. | De elektronica heeft een fout geconstateerd. 1. Schakel het apparaat uit en weer in. • Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 2. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. → "Servicedienst", Pagina 25 |
| Bereidingsresultaat is niet bevredigend. | Instellingen waren niet geschikt. Instelwaarden, bijv. temperatuur of tijdsduur, zijn van recept, hoeveelheid en levensmiddel afhankelijk. ▶ Stel de volgende keer lagere of hogere waarden in. Tip: Veel informatie over de bereiding en de passende instelwaarden vindt u op onze homepage www.bosch-home.com. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
19.2 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, vervang dan de ovenlamp.
Opmerking: Hittebestendige 230V-halogeenlampen, 25 watt, kunt u verkrijgen bij de servicedienst of in speciaalzaken. Gebruik uitsluitend originele lampen. Pak nieuwe halogeenlampen uitsluitend beet met een schone, droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder stroom.
- Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektrische schok te voorkomen.
- Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Vereisten
- Het apparaat moet zijn losgekoppeld van de voedingsspanning.
- De binnenruimte is afgekoeld.
- Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschikbaar.
- 1. Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadiging te voorkomen.
- 2. Het glazen kapje er naar links uitdraaien .
- 3. Trek de halogeenlamp zonder te draaien er uit .
- 4. De nieuwe halogeenlamp plaatsen en stevig in de fitting drukken.
Let op de stand van de pinnen van de halogeenlamp.
- 5. Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kapje voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaatsen.
- 6. Het glazen kapje erin schroeven.
- 7. Verwijder de theedoek uit de binnenruimte.
- 8. Sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.
Pagina 25
Afvoeren nl
20 Afvoeren
Wij leggen u hier uit hoe u afgedankte apparaten op de juiste manier afvoert.
20.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
21 Servicedienst
Als u vragen hebt over het gebruik, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.
21.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
22 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
22.1 Algemene aanwijzingen voor de bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van alle gerechten.
- Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden.
- De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Schuif de accessoire pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
- Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
22.2 Aanwijzingen voor het bakken
- Voor het bakken van taart, gebak of brood zijn donkere bakvormen van metaal het beste geschikt.
- Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerechten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge vorm hebben de gerechten meer tijd nodig en worden donkerder aan de bovenkant.
- Wanneer u de ovenschotel direct in de braadslede bereidt, schuif deze er dan op niveau 1 in.
- De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.
LET OP!
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.
- Giet nooit water in de hete binnenruimte.
- Zet nooit servies met water op de bodem van de binnenruimte.
Inschuifhoogtes
Bakt u op één niveau, gebruik dan inschuifhoogte 1.
| Bakken op 2 niveaus | Hoogte |
|---|---|
| Braadslede | 3 |
| Bakplaat | 1 |
| Twee roosters met vormen erop | 3 |
| 1 |
Pagina 26
nl Zo lukt het
Gebruik de verwarmingsmethode 4D hete lucht. Opmerking: Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
22.3 Aanwijzingen voor de bereiding bij braden, stoven en grillen
- Het insteladvies geldt voor braadproducten op koelkasttemperatuur alsmede voor ongevuld braadklaar gevogelte.
- Leg het gevogelte met de borstzijde of met de kant van het vel naar beneden op de vorm.
- Keer het braad- of grillproduct of hele vis na ca. ½ tot ⅔ van de aangegeven tijd.
Braden op het rooster
Op het rooster wordt vlees van alle kanten bijzonder knapperig. Braad bijvoorbeeld groot gevogelte of meerdere stukken tegelijkertijd.
- Braad de stukken van gelijk gewicht en gelijke dikte. De grillstukken bruinen gelijkmatig en blijven lekker mals.
- Leg de te braden stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
- Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de braadslede met opgelegd rooster een niveau onder de aangegeven inschuifhoogte in de binnenruimte.
- Giet afhankelijk van de grootte en het soort product tot ½ liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus bereiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de binnenruimte wordt minder verontreinigd.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnenruimte schoner.
Algemene richtlijnen voor braden in vormen
- Gebruik hittebestendige vormen die geschikt zijn voor de oven.
- Plaats de vorm op het rooster.
- Vormen van glas zijn het meest geschikt.
- Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm aan.
Braden in open vormen
- Gebruik een hoge braadvorm.
- Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de braadslede gebruiken.
Braden in gesloten vormen
- Gebruik een passend, goed sluiten deksel.
- Bij vlees moet er tussen het te braden product en het deksel minimaal 3 cm afstand zijn. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van het lichaam kan ontsnappen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Grillen
Grill gerechten die knapperig moeten worden.
- Grill grillstukken van vergelijkbaar gewicht en vergelijkbare dikte. De grillstukken bruinen gelijkmatig en blijven lekker mals.
- Leg de te grillen stukken rechtstreeks op het rooster.
- Schuif om afdruipende vloeistof op te vangen, de braadslede minstens één niveau onder het rooster in de binnenruimte.
Opmerkingen
- Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. De frequentie hangt af van de ingestelde grillstand.
- Bij het grillen kan rook ontstaan.
22.4 Bereiding van diepvriesproducten
- Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten.
- IJs verwijderen.
- Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.
22.5 Bereiding van kant-en-klare voedingsproducten
- Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen.
- Gebruik een hittebestendige vorm wanneer u het kant-en-klaar gerecht in een vorm bereidt.
22.6 Selectie van gerechten
Insteladvies voor talrijke levensmiddelen gesorteerd op categorie.
Insteladvies voor verschillende gerechten
Gerecht Accessoires / vor- Hoogte men
Verwar- Temperatuur in Tijdsduur in mingsme- °C min.
thode → Pagina 8
Cake, fijn Langwerpige bakvorm 1 Het apparaat voorverwarmen.
2 Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
Pagina 27
Zo lukt het nl
| Gerecht | Accessoires / vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode → Pagina 8 | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 170 - 180 | 60 - 80 | |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 150 - 170 ¹ | 30 - 50 | |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 150 - 160 | 50 - 60 | |
| Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 1 | 160 - 180 | 60 - 80 | |
| Gebak van gistdeeg met vochtige bedekking | Braadslede | 1 | 180 - 200 | 30 - 45 | |
| Muffins | Muffinplaat | 1 | 170 - 190 | 15 - 30 | |
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat | 1 | 160 - 170 | 30 - 40 | |
| Koekjes | Bakplaat | 2 | 140 - 160 | 15 - 30 | |
| Koekjes, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3+1 | 130 - 150 | 20 - 35 | |
| Brood, op de plaat 750 g | Braadslede of Langwerpige bakvorm | 1 | 1. 210 - 220 ¹ 2. 180 - 190 | 1. 10 - 15 2. 25 - 35 | |
| Brood, op de plaat 1500 g | Braadslede of Langwerpige bakvorm | 1 | 1. 210 - 220 ¹ 2. 180 - 190 | 1. 10 - 15 2. 40 - 50 | |
| Brood, op de plaat 1500 g | Langwerpige bakvorm | 1 | 200 - 210 | 35 - 45 | |
| Plat rond brood | Braadslede | 1 | 250 - 270 | 20 - 30 | |
| Broodjes, vers | Bakplaat | 1 | 180 - 200 | 25 - 35 | |
| Pizza, vers | Bakplaat | 1 | 200 - 220 | 20 - 30 | |
| Pizza, vers, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3+1 | 180 - 200 | 35 - 45 | |
| Pizza, vers, dunne bodem, in pizzavorm | Pizzaplaat | 1 | 210 - 230 | 20 - 30 | |
| Quiche | Taartvorm , Zwart blik | 1 | 190 - 210 | 30 - 45 | |
| Flammkuchen | Braadslede | 1 | 260 - 280 ¹ | 10 - 20 | |
| Ovenschotel, hartig, gegaarde ingrediënten. | Ovenschaal | 1 | 200 - 220 | 35 - 55 | |
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog | Ovenschaal | 1 | 170 - 180 | 50 - 65 | |
| Kip, 1 kg, ongevuld | Rooster | 1 | 200 - 220 | 60 - 70 | |
| Kleine kipdelen, à 250 g | Rooster | 2 | 220 - 230 | 30 - 35 | |
| Gans, niet gevuld, 3 kg | Rooster | 1 | 160 - 180 | 120 - 150 | |
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Rooster | 1 | 180 - 200 | 120 - 130 | |
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 180 - 190 | 120 - 140 | |
| Runderfilet, medium, 1 kg | Rooster | 1 | 210 - 220 | 40 - 50 | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 1 | 200 - 220 | 130 - 140 | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 1 | 200 - 220 | 140 - 160 | |
| Rosbief, medium, 1,5 kg 1 Het apparaat voorverwarmen. 2 Het gerecht na 2/3 van de totale | Rooster tijd keren. | 1 | 220 - 230 | 60 - 70 |
Pagina 28
nl Zo lukt het
| Gerecht | Accessoires / vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode → Pagina 8 | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Burger, 3-4 cm hoog | Rooster | 2 | 3 | 20 - 30 ² | |
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Rooster | 1 | 170 - 190 | 50 - 70 | |
| Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forel 1 Het apparaat voorverwarmen. 2 Het gerecht na 2/3 van de totale | Rooster tijd keren. | 1 | 170 - 190 | 20 - 30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
| Yoghurt Maak yoghurt met uw apparaat. Yoghurt maken 1. De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte nemen. 2. 1 liter melk (3,5 % vet) op 90°C verwarmen op de kookplaat en tot 40°C laten afkoelen. Bij houdbare melk is het verwarmen tot 40°C voldoende. Insteladvies voor desserts en compote | 3. 150 g yoghurt op koelkasttemperatuur door de melk roeren. 4. De massa in kleinere vormen gieten, bijv. in kopjes of kleine glazen. 5. De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfolie. 6. Plaats de vormen op de bodem van de binnenruimte. 7. Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies. 8. Laat de yoghurt na de bereiding minimaal 12 uur lang rusten in de koelkast. |
| Gerecht Accessoires / vormen | Hoogte Verwar- Temperatuur in Tijdsduur in mingsme- °C min. thode → Pagina 8 |
| Yoghurt Portievormen | Bodem 40 - 45 8-9 uur van de binnenruimte |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
22.7 Bijzondere bereidingswijzen en andere toepassingen
Informatie en insteladvies over bijzondere bereidingswijzen en andere toepassingen, bijv. langzaam garen of inkoken.
Langzaam garen
Bereid fijn vlees, bijv. zachte delen van rund, kalf, varken, lam, of gevogelte, langzaam bij lage temperatuur.
Gevogelte of vis langzaam garen
Opmerking: Een starttijdvoorkeuze met eindtijd is bij de verwarmingsmethode langzaam garen niet mogelijk.
Vereiste: De binnenruimte is koud.
- 1. Gebruik vers en hygiënisch perfect vlees, zonder bot.
- 2. De vorm op het rooster op niveau 1 in de binnenruimte plaatsen.
- 3. De binnenruimte en de vorm ca. 15 minuten voorverwarmen.
- 4. Het vlees op de kookplaat van alle kanten zeer heet aanbraden.
- 5. Het vlees direct op de voorverwarmde vorm in de binnenruimte van de oven doen.
Houd om ervoor te zorgen dat het klimaat in de binnenruimte gelijk blijft, de deur van de oven tijdens het langzaam garen gesloten.
- 6. Verwijder na het langzaam garen het vlees uit de binnenruimte.
Insteladvies voor langzaam garen
| Gerecht | Accessoires / vormen | Hoogte | Aanbraadduur in min. | Verwarmingsmethode → Pagina 8 | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eendenborst, rosé à 300 g | Open vorm | 1 | 6 - 8 | 95 ¹ | 45 - 60 | |
| Varkenshaas, heel | Open vorm | 1 | 4 - 6 | 85 ¹ | 45 - 70 | |
| Runderfilet, 1 kg | Open vorm | 1 | 4 - 6 | 85 ¹ | 90 - 120 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
1 Het apparaat voorverwarmen.
Pagina 29
Zo lukt het nl
| Gerecht | Accessoires / vormen | Hoogte | Aanbraadduur in min. | Verwarmingsmethode → Pagina 8 | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kalfsmedaillons, 4 cm dik | Open vorm | 1 | 4 | 80 ¹ | 40 - 60 | |
| Lamsrack, zonder been, à 200 g | Open vorm | 1 | 4 | 85 ¹ | 30 - 45 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
1 Het apparaat voorverwarmen.
Ontdooien
Ontdooi diepvriesproducten met uw apparaat.
Aanwijzingen voor het ontdooien
- Ontdooi diepvries fruit, groente of gebak met het apparaat.
- Gevogelte, vlees en vis kunt u beter in de koelkast ontdooien.
- Neem het diepvriesproduct uit de verpakking om te ontdooien.
- De insteladviezen gelden voor gerechten met diepvriestemperatuur (-18 °C).
- Gebruik de volgende inschuifhoogte voor het ontdooien:
- Bakplaat: hoogte 1
- Keer of roer het voedsel tussendoor 1-2 keer. Keer grote stukken meerdere malen. Deel het voedsel tussendoor in stukken.
Neem reeds ontdooide stukken uit de binnenruimte.
- Laat de ontdooide producten nog 10 tot 30 minuten in het uitgeschakelde apparaat rusten, zodat de temperatuur gelijkmatig verdeeld wordt.
Warmhouden
Aanwijzingen voor het warmhouden
- Voorkom condensvorming wanneer u de verwarmingsmethode "Warmhouden" gebruikt. U hoeft de binnenruimte niet af te nemen.
- U kunt het voedsel afdekken om het uitdrogen te vermijden.
- Houd voedsel niet langer dan 2 uur warm.
- Houd er rekening mee dat vele gerechten bij het warmhouden verder garen.
22.8 Testgerechten
De informatie in dit deel is bedoeld voor testinstituten, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 te vergemakkelijken.
Bakken
- De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
- Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in het insteladvies in acht. De instelwaarden gelden zonder snel voorverwarmen.
- Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven temperatuur.
- Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveaus:
- Braadslede, hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
- Biscuitgebak
- Wanneer u op 2 niveaus bakt, de springvormen diagonaal boven elkaar op het rooster plaatsen.
Insteladvies voor bakken
| Gerecht | Accessoires / vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode → Pagina 8 | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Spritskoekjes | Bakplaat | 1 | 150 - 160 ¹ | 25 - 40 | |
| Spritskoekjes | Bakplaat | 1 | 140 - 150 ¹ | 25 - 40 | |
| Sprits, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3+1 | 140 - 150 ¹ | 30 - 40 | |
| Kleine cakes | Bakplaat | 1 | 160 ¹ | 25 - 35 | |
| Kleine cakes | Bakplaat | 1 | 150 ¹ | 25 - 35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
1 Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
2 Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken.
Pagina 30
nl Montagehandleiding
| Gerecht | Accessoires / vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode → Pagina 8 | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Kleine cakes, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3+1 | 150 ¹ | 25 - 35 | |
| Biscuitgebak | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 160 - 170 ² | 25 - 35 | |
| Biscuitgebak | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 160 - 170 ² | 25 - 35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
| 1 Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken. 2 Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken. | |||
| Insteladvies bij grillen | |||
| Gerecht | Accessoires / vor- Hoogte Verwarmen mingsmethode → Pagina 8 | Temperatuur in °C / grillstand | Tijdsduur in min. |
| Toast bruinen | Rooster 3 | 3 | 3 - 6 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
23 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.
23.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u met het inbouwen van het apparaat begint.
- Alleen als de inbouw op deskundige wijze en conform dit installatievoorschrift wordt uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik gegarandeerd. De monteur is aansprakelijk voor schade als gevolg van een verkeerde inbouw.
- Het apparaat na het uitpakken controleren. Niet aansluiten in geval van transportschade.
- Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de deur.
- Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de montagebladen.
- Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen een temperatuur tot maximaal 95°C, aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
- Het apparaat niet inbouwen achter een decor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting.
- Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uit voordat het apparaat wordt geplaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werking van elektrische componenten.
- De contactdoos van het apparaat dient zich in het gebied van het gearceerde vlak of buiten de inbouwruimte te bevinden.
Niet-bevestigde meubels moeten met een gebruikelijke, in de handel verkrijgbare montagebeugel aan de wand worden bevestigd.
- Draag werkhandschoenen ter voorkoming van snijwonden. Onderdelen die tijdens het inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe randen hebben.
- Maataanduidingen van de afbeeldingen in mm.
Pagina 31
Montagehandleiding nl
WAARSCHUWING ‒ Gevaar:
magnetisme!
In het bedieningspaneel of de bedieningselementen bevinden zich permanente magneten. Deze kunnen elektronische implantaten, zoals bijvoorbeeld pacemakers, of insulinepompen beïnvloeden.
- Dragers van elektronische implantaten dienen een afstand van minstens 10 cm tot de bedieningselementen aan te houden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Gebruik geen meervoudige stekkerdozen.
- Gebruik uitsluitend verlengkabels die zijn gecertificeerd, een minimale aderdiameter van 1,5 mm² hebben en die voldoen aan de geldende landelijke veiligheidsvereisten.
- Neem contact op met de service wanneer het netsnoer te kort is.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.
LET OP!
Door het apparaat aan de deurgreep te dragen kan deze afbreken. De deurgreep houdt het gewicht van het apparaat niet.
- Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen.
23.4 Inbouw onder een kookplaat
Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd, dan moeten de minimale afmetingen in acht worden genomen, eventueel inclusief onderbouw.
23.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
23.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw onder een werkblad in acht.
- Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dient het tussenschot te beschikken over een ventilatie-opening.
- Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden bevestigd.
- Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van de kookplaat in acht nemen.
Op basis van de vereiste minimale afstand wordt de minimale dikte van het werkblad berekend .
Pagina 32
nl Montagehandleiding
| Type kookplaat | a opbouw in mm | a vlak in mm | b in mm |
|---|---|---|---|
| Inductiekookplaat | 42 | 43 | 5 |
| Inductiekookplaat met doorlopend kookoppervlak | 52 | 53 | 5 |
| Gaskookplaat | 32 | 43 | 5 |
| Elektrische kookplaat | 32 | 35 | 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
23.5 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw in een hoge kast in acht.
- Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatie-opening.
- Wanneer de bovenkast naast de element-achterwanden nog een achterwand heeft, dient deze verwijderd te worden.
- Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de toebehoren er zonder probleem uitgenomen kunnen worden.
- Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening is gewaarborgd.
- Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebehoren er zonder probleem uitgenomen kan worden.
23.7 Hoekinbouw
Houd de inbouwmaten en de inbouwinstructies bij hoekinbouw aan.
23.6 Inbouw van twee apparaten boven elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander apparaat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.
- Om ervoor te zorgen dat de deur van het apparaat kan worden geopend, dient u zich bij de hoekinbouw te houden aan de minimale afmetingen. De maat is afhankelijk van de dikte van het meubelfront en de greep.
23.8 Elektrische aansluiting
- Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatieopening.
- Om een voldoende ventilatie van de apparaten te waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal 200 cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
- Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag alleen met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
- De zekering dient in overeenstemming te zijn met de vermogensopgave op het typeplaatje en de lokale voorschriften.
- Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden spanningsloos zijn.
- Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aansluitkabel worden aangesloten.
Pagina 33
Montagehandleiding nl
- De aansluitkabel moet op de achterzijde worden ingestoken tot een klik hoorbaar is. Een 3 m lange aansluitkabel is bij de service verkrijgbaar.
- De aansluitkabel mag alleen worden vervangen door een originele kabel. Die is bij de service verkrijgbaar.
- De bescherming tegen aanraking dient door de inbouw te zijn gewaarborgd.
Apparaat met geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen op een geaarde contactdoos worden aangesloten die volgens de voorschriften is geïnstalleerd.
- Steek de stekker in het stopcontact met randaarde. Wanneer het apparaat is ingebouwd moet de stekker van de aansluiting op het net vrij toegankelijk zijn. Als de vrije toegang neer de netstekker niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking: Alleen een daartoe bevoegd vakman mag het apparaat aansluiten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie. In de vast geplaatste elektrische installatie moet een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
- 1. Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat worden beschadigd.
- 2. Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
- 3. De aders van de elektrische aansluitleiding dienen overeenkomstig de kleurcodering te worden aangesloten:
‒ groen-geel = aarddraad ‒ blauw = neutraal- ("nul-") leiding ‒ bruin = fase (buitendraad)
23.9 Apparaat inbouwen
- 1. Het apparaat volledig inschuiven en centrisch uitlijnen.
- 2. Het apparaat vastschroeven.
- 3. Bij greeploze keuken met verticale greeplijst: ‒ Breng een geschikt vulstuk aan om eventuele scherpe randen af te dekken en een veilige montage te waarborgen.
‒ Aluminiumprofielen voorboren, om een schroefverbinding te maken .
‒ Apparaat met adequate schroeven bevestigen .
Opmerking: De spleet tussen werkblad en apparaat mag niet door extra lijsten worden afgesloten. Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen isolatieprofielen worden aangebracht.
23.10 Apparaat demonteren
- 1. Maak het apparaat spanningsloos.
- 2. De bevestigingsschroeven losdraaien.
- 3. Het apparaat iets optillen en helemaal naar buiten trekken.
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
nl Veiligheid
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
- 1 Veiligheid.............................................................. 2
- 2 Materiële schade vermijden ................................ 4
- 3 Milieubescherming en besparing........................ 5
- 4 Uw apparaat leren kennen................................... 6
- 5 Functies................................................................ 8
- 6 Accessoires.......................................................... 9
- 7 Voor het eerste gebruik ..................................... 10
- 8 De Bediening in essentie................................... 11
- 9 Snel voorverwarmen.......................................... 12
- 10 Tijdfuncties......................................................... 12
- 11 AutoPilot............................................................. 14
- 12 Kinderslot ........................................................... 15
- 13 Sabbatinstelling ................................................. 15
- 14 Basisinstellingen ............................................... 15
- 15 Reiniging en onderhoud.................................... 16
- 16 Reinigingsondersteuning.................................. 19
- 17 Rekjes ................................................................. 19
- 18 Apparaatdeur...................................................... 20
- 19 Storingen verhelpen .......................................... 23
- 20 Afvoeren ............................................................. 25
- 21 Servicedienst...................................................... 25
- 22 Zo lukt het........................................................... 25
- 23 MONTAGEHANDLEIDING.................................. 30
23.1 Algemene montage-instructies......................... 30
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
- Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Houd het speciale installatievoorschrift aan. Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
om voedsel en dranken te bereiden.
voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. tot een hoogte van 4000 m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.
Pagina 3
Veiligheid nl
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven.
→ "Accessoires", Pagina 9
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten.
- Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de binnenruimte.
- Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging. Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten.
- Plaats nooit bakpapier bij het voorverwarmen en tijdens het bereiden los op het accessoire.
- Bakpapier altijd op maat maken en verzwaren met een vorm.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten.
- Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage.
- Open de apparaatdeur voorzichtig.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
Het apparaat en de delen ervan die aangeraakt kunnen worden kunnen scherpe randen hebben.
- Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
- Draag indien mogelijk veiligheidshandschoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warmtebronnen in contact brengen.
- Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen.
Verder lezen op pagina 4Inhoud