Bosch CMA585MB0, tekst van de handleiding
Pagina's 133–144 van 160 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 120–132verder op pagina 145 →
Pagina 133
Magnetron nl
| Gebruiksduur | Interval |
|---|---|
| 3-15 minuten | 30 seconden |
| 15 minuten - 1 uur | 1 minuut |
| 1 uur - 1 uur 30 minuten | 5 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 133)
8.6 Magnetronvermogen wijzigen
- Druk op .
Door meerdere malen drukken gaat men van het hoogste weer door naar het laagste magnetronvermogen.
Wordt de magnetronfunctie pas na de start toegevoegd, dan pauzeert het apparaat. Start de werking met .
8.7 Bedrijf onderbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde stoppen.
- 1. Druk op of open de deur van het apparaat. De werking wordt onderbroken.
knippert.
- 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op .
De werking wordt voortgezet.
brandt.
8.8 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien. Het apparaat breekt de lopende functies af.
8.9 CombiSpeed
Om de bereidingsduur te verkorten, kunt u sommige verwarmingsmethoden in combinatie met de magnetron gebruiken.
De functie CombiSpeed is mogelijk met de volgende verwarmingsmethoden:
Hete lucht
Circulatiegrill
Grill
Pizzastand
Uitzonderingen:
Magnetronvermogen 900 W Hete lucht 40 °C
CombiSpeed instellen
Schakel bij een verwarmingsmethode ook de magnetron in.
- 1. Zet de functiekeuzeknop op een combineerbare verwarmingsmethode.
Er verschijnt een voorgestelde waarde voor de temperatuur.
- 2. Stel de temperatuur in met de draaiknop.
- 3. Druk op om het gewenste magnetronvermogen in te stellen.
Er verschijnt een voorgestelde waarde voor de tijdsduur.
- 4. Stel de tijdsduur in met de draaiknop.
- 5. In werking stellen met .
De tijdsduur loopt af en het CombiSpeed gebruik start.
Wanneer de tijdsduur is verstreken dan wordt het CombiSpeed bedrijf beëindigt en klinkt er een signaal.
Magnetronvermogen wijzigen
- Druk op .
Door meerdere malen drukken gaat men van het hoogste weer door naar het laagste magnetronvermogen.
Wordt de magnetronfunctie pas na de start toegevoegd, dan pauzeert het apparaat. Start de werking met .
Bedrijf onderbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde stoppen.
- 1. Druk op of open de deur van het apparaat. De werking wordt onderbroken.
knippert.
- 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op .
De werking wordt voortgezet.
brandt.
Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien. Het apparaat breekt de lopende functies af.
8.10 Binnenruimte verwarmen en drogen
Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht achterblijft.
- 1. Laat het apparaat afkoelen.
- 2. Verwijder direct grove verontreiniging uit de binnenruimte.
- 3. Het vocht van de bodem van de binnenruimte afnemen.
- 4. Stel met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode in.
- 5. Druk op .
- 6. Stel met de draaiknop de temperatuur op 150°C in.
- 7. Druk twee maal op .
is in het display gemarkeerd.
- 8. Stel met de draaiknop een tijdsduur van 15 minuten in.
- 9. In werking stellen met .
Het drogen start en eindigt na 15 minuten.
- 10. Open de apparaatdeur, zodat de waterdamp ontsnapt.
8.11 Droog de binnenruimte handmatig
Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht achterblijft.
- 1. Laat het apparaat afkoelen.
- 2. Verwijder grove verontreiniging uit de binnenruimte.
Pagina 134
nl Automatische programma's
- 3. Droog de binnenruimte met een spons.
- 4. Laat de deur van het apparaat één uur geopend, zodat de binnenruimte helemaal droog wordt.
9 Automatische programma's
De automatische programma's ondersteunen u bij het bereiden van verschillende gerechten en kiest automatisch de optimale instellingen.
9.1 Aanwijzingen bij de instellingen voor gerechten
Volg deze aanwijzingen op om een optimaal bereidingsresultaat te krijgen.
Gebruik alleen levensmiddelen van onberispelijke kwaliteit.
Gebruik alleen vlees dat op koelkasttemperatuur is. Gebruik alleen diepvriesgerechten die direct uit de diepvries komen.
Neem de levensmiddelen uit hun verpakking en weeg de levensmiddelen af. Wanneer u het exacte gewicht op het apparaat niet kunt instellen, dan rondt u het gewicht naar boven af.
Zet de levensmiddelen in de onverwarmde binnenruimte.
Gebruik uitsluitend vormen voor magnetrongeschikt krasbestendige vormen, bijv. van glas of keramiek.
9.2 Overzicht van de gerechten
Het apparaat vraagt u het gewicht op te geven. U kunt alleen gewichten binnen het betreffende gewichtsgebied instellen.
Tip: Plak de programmasticker op uw apparaat. Zo kunt u gemakkelijker en sneller terugvallen op de programma's.
Ontdooien
| Nr. | Gerechten | Accessoires | Gewichtsbereik in kg | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|
| Gehakt | Vlakke open vorm op het lage rooster | 0,2-1,0 | Gehakt dat al ontdooid is na het keren verwijderen. | |
| Vleesstukken | Vlakke open vorm op het lage rooster | 0,2-1,0 | Vloeistof tijdens het keren verwijderen, in geen geval verder gebruiken en niet met andere levensmiddelen in aanraking laten komen. | |
| Kip, stukken kip | Vlakke open vorm op het lage rooster | 0,4-1,8 | Vloeistof tijdens het keren verwijderen, in geen geval verder gebruiken en niet met andere levensmiddelen in aanraking laten komen. | |
| Brood | Vlakke open vorm op het lage rooster | 0,2-1,0 | Brood dient u alleen in de benodigde hoeveelheid te ontdooien. Het wordt snel oudbakken. Haal indien mogelijk de boterhammen van elkaar. | |
| Bereidingsprogramma's | ||||
| Nr. | Gerechten | Accessoires | Gewichtsbereik in kg | Aanwijzingen |
| Rijst | Vorm met deksel op het lage rooster | 0,05-0,2 | Geen rijst in kookbuiltjes gebruiken. Rijst schuimt sterk tijdens het koken. Stel het brutogewicht (zonder vloeistof) in. Twee tot tweeënhalf keer zoveel vloeistof bij de rijst doen. | |
Pagina 135
Automatische programma's nl
| Nr. | Gerechten | Accessoires | Gewichtsbereik in kg | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|
| Aardappelen | Vorm met deksel op het lage rooster | 0,15-1,0 | In stukken van gelijke grootte snijden. 1 eetlepel water per 100 g toevoegen. | |
| Groente | Vorm met deksel op het lage rooster | 0,15-1,0 | In stukken van gelijke grootte snijden. 1 eetlepel water per 100 g toevoegen. | |
| Combigaarprogramma's | ||||
| Nr. | Gerechten | Accessoires | Gewichtsbereik in kg | Aanwijzingen |
| Ovenschotel, diepvries | open vorm op het lage rooster | 0,4-1,2 | De ovenschotel mag niet hoger dan 3 cm zijn. | |
| Kip, heel | open vorm op het lage rooster | 0,5-2,0 | Kant van de borst naar beneden. | |
| Rosbief, medium | open vorm op het lage rooster | 0,5-1,5 | ||
| Gebraden varkenshals | Vorm met deksel op het lage rooster | 0,5-2,0 | ||
| Lamsvlees, medium | Vorm met deksel op het lage rooster | 0,8-2,0 | Lamsvlees van de schouder of lamsbout zonder been | |
| Gehaktbrood | open vorm op het lage rooster | 0,5-1,5 | Het gehakt mag niet hoger zijn dan 7 cm. | |
| Vis, heel | open vorm op het lage rooster | 0,3-1,0 | Snijd het vel van de vis van tevoren in. Leg de vis in de “zwemstand" in de vorm. | |
| Eenpansgerecht met verse ingrediënten | hoge vorm met deksel op het lage rooster | 0,05-0,2 | Doe bij elke hoeveelheid rijst de drievoudige hoeveelheid water en de viervoudige hoeveelheid groenten. Gebruik uitsluitend verse ingrediënten. Voer alleen het gewicht van de rijst in. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 135)
9.3 Gerecht instellen
- 1. De functiekeuzeknop op zetten.
Op het display verschijnt het eerste gerechtnummer en een gewichtssuggestie.
- 2. Stel met de draaiknop het gewenste gerecht in.
- 3. Druk op .
- 4. Stel met de draaiknop het gewicht in.
Vóór de start kan met en tussen het gerecht en het gewicht worden gewisseld.
Het apparaat stelt automatische de bijpassende tijdsduur in.
- 5. Druk op .
Na de start kunnen het gerecht en het gewicht niet meer worden gewijzigd. Het ingestelde gewicht kan met worden weergegeven.
Het programma wordt gestart.
brandt.
U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
Bij vele programma's klinkt een kort signaal, wanneer u het moet omroeren of moet keren.
- 6. Wanneer de tijdsduur is afgelopen:
- Er klinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
9.4 Bedrijf onderbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde stoppen.
- 1. Druk op of open de deur van het apparaat. De werking wordt onderbroken.
knippert.
- 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op .
De werking wordt voortgezet.
brandt.
9.5 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
Pagina 136
nl Tijdfuncties
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien.
Het apparaat breekt de lopende functies af.
10 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over tijdfuncties waarmee u de tijdsduur alsmede de timer kunt instellen.
10.1 Tijdfuncties opvragen
Vereiste: Wanneer er meerdere tijdfuncties zijn ingesteld, zijn de bijbehorende symbolen verlicht. Tijdens de werking zijn timer en tijdsduur beschikbaar. In de spaarstand zijn timer en tijd beschikbaar.
- Druk op , totdat , of is benadrukt.
Op het display wordt de betreffende waarde weergegeven.
10.2 Tijd wijzigen
Vereiste: Om de tijd te wijzigen, moet het apparaat zijn uitgeschakeld.
- 1. Druk twee maal op .
Op het display verschijnt en de tijd.
- 2. Met de draaiknop de tijd instellen.
- 3. indrukken.
De tijd is ingesteld.
Wanneer niet wordt ingedrukt, wordt na enkele seconden de ingestelde waarde overgenomen.
Opmerking: Om het spaarstand-verbruik van uw apparaat te verminderen kunt u de tijdsweergave uitschakelen.
10.3 Tijdsduur
U kunt een tijdsbestek vastleggen waarna de functie automatisch wordt beëindigd. De tijdsduur kan tot maximaal 23 uur en 59 minuten worden ingesteld.
Tijdsduur instellen
- 1. Verwarmingsmethode en temperatuur instellen.
- 2. Druk op , totdat is benadrukt.
- 3. Stel de gewenste tijdsduur in met de draaiknop.
- 4. Druk op .
Het programma wordt gestart.
brandt.
U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
Tijdsduur beëindigen
Vereiste: Er klinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display wordt : weergegeven.
- 1. Druk op .
Het signaal is uitgeschakeld.
- 2. De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Het apparaat is uitgeschakeld.
Tijdsduur wijzigen
- Met de draaiknop de tijdsduur veranderen.
Naar enkele seconden verschijnt de gewijzigde tijdsduur op het display.
U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
Tijdsduur wissen
- 1. Druk op wanneer de timerfunctie is ingesteld.
- 2. Zet met de draaiknop de tijdsduur op : . Na enkele seconden wordt de tijdsduur verwijderd. Het apparaat onderbreekt de werking niet.
10.4 Wekker
U kunt een timertijd vastleggen, waarbij er na afloop een signaal klinkt. U kunt een timertijd van maximaal 24 uur instellen.
De functie werkt onafhankelijk van de werking en andere tijdfuncties. Het timersignaal onderscheidt zich van andere signalen.
Timer instellen
- 1. Druk op , totdat is benadrukt.
- 2. Stel met de draaiknop de gewenste timertijd in. Na enkele seconden toont het apparaat de ingestelde timertijd.
De timer start.
Op het display brandt .
De timertijd loopt zichtbaar af.
Timer beëindigen
:
Vereiste: Er klinkt een signaal. Op het display wordt weergegeven.
- Druk op een willekeurig symbool.
De timer is uitgeschakeld.
Timer wijzigen
- Wijzig de timertijd met behulp van de draaiknop. Na enkele seconden toont het apparaat de ingestelde timertijd.
Timer wissen
- Zet met de draaiknop de timertijd op De timer is uitgeschakeld.
: .
11 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
136
11.1 Kinderslot activeren
Opmerking: Wanneer het kinderslot wordt geactiveerd, terwijl de tijd verborgen is, dan wordt de tijd automatisch weer weergegeven. De tijd en worden weergegeven.
Pagina 137
Basisinstellingen nl
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
- Druk ca. 4 seconden op .
Het bedieningspaneel is geblokkeerd.
Op het display verschijnt het symbool .
Wanneer een timertijd is ingesteld, dan loopt deze door. Zolang het kinderslot actief is, kan de timertijd niet worden gewijzigd. Geluidssignalen, bijv. na het
verstrijken van de timertijd, kunnen door op een willekeurige knop te drukken worden beëindigd
11.2 Kinderslot deactiveren
- Druk ca. 4 seconden op .
Het bedieningspaneel is ontgrendeld.
12 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
12.1 Overzicht over de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
Opmerking: Wanneer het kinderslot wordt geactiveerd, dan wordt de tijd automatisch weergegeven.
| Indicatie | Basisinstelling | Keuze | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| Signaalduur | = kort = 10 seconden = gemiddeld = 30 seconden ¹ = lang = 2 minuten | Signaalduur van het verstrijken van een tijdsduur of de timer instellen. | |
| Sensortoetstoon | = uit = aan ¹ | Toetssignalen in- of uitschakelen. | |
| Displayhelderheid | = laag = gemiddeld ¹ = hoog | Helderheid van display instellen. | |
| Tijdsweergave | = uit = aan ¹ | Tijd op het display weergeven. | |
| Verlichting van de binnenruimte | = uit = aan ¹ | Verlichting van de binnenruimte in- of uitschakelen. | |
| Fabrieksinstelling | = uit ¹ = aan | Gewijzigde instellingen terugzetten naar de fabrieksinstellingen. | |
| Signaalsterkte | = laag = gemiddeld ¹ = hoog | Geluidssterkte van het signaal instellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 137)
12.2 Basisinstellingen wijzigen
Vereiste: Het apparaat moet uitgeschakeld zijn.
- 1. Houd enkele seconden ingedrukt.
Het display geeft de eerste basisinstellingen weer.
- 2. Wijzig de basisinstelling met de draaiknop.
- 3. indrukken.
Het display geeft de volgende basisinstelling weer.
- 4. Met alle gewenste basisinstellingen selecteren en de waarden wijzigen.
- 5. Houd om de wijzigingen op te slaan, enkele seconden ingedrukt houden.
Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de gewijzigde basisinstellingen behouden.
12.3 Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken
- Draai de functiekeuzeknop.
Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
13 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
13.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen.
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
137
Pagina 138
nl Reiniging en onderhoud
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
- Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelen voor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer deze in de gebruiksaanwijzing voor het betreffende onderdeel worden aanbevolen.
Het zout dat in nieuwe absorberende vaatdoekjes zit kan oppervlakken beschadigen.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
In de verschillende reinigingshandleidingen kunt u lezen welke reinigingsmiddelen geschikt zijn voor de verschillende oppervlakken en onderdelen.
13.2 Apparaat reinigen
Maak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zodat de verschillende onderdelen en oppervlakken niet door een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigd raken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de apparaatdeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
- 2. De aanwijzingen voor de reiniging van de onderdelen en oppervlakken van het apparaat in acht nemen.
- 3. Indien niet anders vermeld:
- De verschillende onderdelen van het apparaat reinigen met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje.
- Droog na met een zachte doek.
13.3 Binnenruimte reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging kan de binnenruimte beschadigen.
- Gebruik geen ovenspray, geen schuurmiddelen of andere agressieve reinigingsproducten voor de oven.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
- 2. Met warm zeepsop of azijnwater reinigen.
- 3. Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. Ovenreiniger uitsluitend in een koude binnenruimte gebruiken.
Tip: Om onaangename geuren te verhelpen, een kopje water met een paar druppels citroensap gedurende 1 tot 2 minuten met maximaal magnetronvermogen verwarmen. Om kookvertraging te vermijden altijd een lepel er in plaatsen.
- 4. De binnenruimte met een zachte doek afnemen.
- 5. De binnenruimte met geopende deur laten drogen.
Verlaagde deel in de binnenruimte reinigen
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
- 2. LET OP ‒ Water kan door de aandrijving van het draaiplateau naar het binnenste van het apparaat lopen en het apparaat beschadigen.
- Reinig nooit het verlaagde gedeelte van de binnenruimte met een natte doek.
Reinig het verlaagde gedeelte van de binnenruimte met een vochtige doek.
Draaischijf reinigen
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
- 2. De draaischijf verwijderen.
- 3. De draaischijf met warm zeepsop en een zacht schoonmaakdoekje reinigen.
- 4. Met een zachte doek nadrogen.
- 5. De draaischijf weer plaatsen.
Erop letten dat de draaischijf juist vastklikt.
13.4 Voorzijde van het apparaat reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging kan de voorzijde van het apparaat beschadigen.
- Geen glasreiniger, metalen of glazen schraper gebruiken voor het schoonmaken.
- Om corrosie op RVS-fronten te vermijden, kalkvlekken, vetvlekken, zetmeelvlekken en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen.
- Bij RVS-oppervlakken speciale RVS-reinigingsmiddelen voor warme oppervlakken gebruiken.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
- 2. De voorkant van het apparaat met heet zeepsop en een vaatdoek reinigen.
Opmerking: Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
Pagina 139
Storingen verhelpen nl
- 3. Bij RVS-apparaatfronten het RVS-reinigingsmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek.
Het RVS-reinigingsmiddel is verkrijgbaar bij de klantenservice of in de vakhandel.
- 4. Met een zachte doek nadrogen.
13.5 Bedieningspaneel reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging kan het bedieningspaneel beschadigen.
- Het bedieningspaneel nooit nat afnemen.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
- 2. Het bedieningspaneel met een microvezeldoek of een zachte, vochtige doek reinigen.
- 3. Met een zachte doek nadrogen.
13.6 Accessoires reinigen
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
- 2. Ingebrande etensresten met een vochtige vaatdoek en heet zeepsop losweken.
- 3. De accessoires met heet zeepsop en een vaatdoek of een afwasborstel reinigen.
- 4. De roest met RVS-reiniger of in de vaatwasser reinigen.
Gebruik bij sterke verontreiniging een RVS-spiraalspons of ovenreiniger.
- 5. Met een zachte doek nadrogen.
13.7 Deurafdichting reinigen
LET OP
Ondeskundige reiniging kan de deurafdichting beschadigen.
- Gebruik geen metalen schraper of schraper voor vitrokeramische kookplaat voor het reinigen.
- Geen schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in acht nemen. Pagina 137
- 2. Reinig de deurafdichting met heet zeepsop en een zachte vaatdoek.
- 3. Met een zachte doek nadrogen.
13.8 De binnenruimte handmatig drogen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Laat het voor de reiniging afkoelen.
- 1. Verontreiniging in de binnenruimte verwijderen.
- 2. De binnenruimte drogen met een zachte doek.
- 3. De apparaatdeur open laten, tot de binnenruimte volledig gedroogd is.
13.9 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
Reinigingsondersteuning instellen
- 1. Doe een paar druppels afwasmiddel in een kopje met water.
- 2. Doe er ook een lepel in, om kookvertraging te voorkomen.
- 3. Zet het kopje in het midden van de binnenruimte.
- 4. Magnetronvermogen op 600 W instellen.
- 5. Tijdsduur op 5 minuten instellen.
- 6. Magnetron starten.
- 7. Na het verstrijken van de tijdsduur de deur nog 3 minuten gesloten laten.
- 8. De binnenruimte met een zachte doek afnemen.
- 9. De binnenruimte met geopende deur laten drogen.
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
"Servicedienst", Pagina 141
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
14.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. ▸ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 139)
139
Pagina 140
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▸ Controleer de zekering in de meterkast. |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▸ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. | |
| Storing 1. Zekering in zekeringkast uitschakelen. 2. Zekering na ca. 10 seconden weer inschakelen. Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. "Servicedienst", Pagina 141 | |
| Het apparaat warmt niet op, op het display knippert de dubbele punt. | Demomodus is geactiveerd. 1. Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast uit en opnieuw in te schakelen. 2. Deactiveer de demo-modus binnen 5 minuten door de basisinstelling in de waarde te wijzigen. |
| Magnetronfunctie breekt af. | Storing 1. Zekering in zekeringkast uitschakelen. 2. Zekering na ca. 10 seconden weer inschakelen. Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. "Servicedienst", Pagina 141 |
| De gerechten worden langzamer warm dan voorheen. | Magnetronvermogen is te laag ingesteld. ▸ Stel een hoger magnetronvermogen in. |
| Er is een grotere hoeveelheid dan gebruikelijk in het toestel gedaan. ▸ Stel een langere tijdsduur in. Voor de dubbele hoeveelheid hebt u twee keer zoveel tijd nodig. | |
| Gerechten zijn kouder dan gewoonlijk. ▸ Keer de gerechten of roer de gerechten tussendoor om. | |
| De magnetron werkt niet. | Deur is niet helemaal gesloten. ▸ Controleer of er resten van een gerecht of vreemde voorwerpen tussen de deur klem zitten. |
| werd niet ingedrukt. ▸ Druk op . | |
| Op het display knippert 12:00 en het symbool brandt. | Stroomvoorziening is uitgevallen. ▸ Stel de tijd opnieuw in. "Tijd instelen", Pagina 130 |
| Het toestel is niet in gebruik. Op het display wordt een tijdsduur weergegeven. | werd niet ingedrukt. ▸ Druk op . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 140)
14.2 Aanwijzingen op het display
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing | |
|---|---|---|
| Melding play. | verschijnt op het dis- | De thermische veiligheidsuitschakeling werd geactiveerd. ▸ Neem contact op met de . "Servicedienst", Pagina 141 |
| Melding play. | verschijnt in het dis- | De automatische veiligheidsuitschakeling werd geactiveerd. ▸ Druk op een willekeurige button. |
| Melding play. | verschijnt op het dis- | De thermische veiligheidsuitschakeling werd geactiveerd. ▸ Neem contact op met de . "Servicedienst", Pagina 141 |
| Melding play. | verschijnt in het dis- | Vocht in het bedieningspaneel. ▸ Bedieningspaneel laten drogen. |
| Melding play. | verschijnt op het dis- | Het snel voorverwarmen is mislukt ▸ Neem contact op met de . "Servicedienst", Pagina 141 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 140)
140
Pagina 141
Afvoeren nl
15 Afvoeren
15.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 15 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.
Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G. De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mo-
gen uitsluitend door een hiervoor opgeleide monteur worden vervangen.
De informatie conform verordening (EU) 2023/826 vindt u online op www.bosch-home.com op de productpagina en de servicepagina van uw apparaat bij de gebruiksaanwijzingen en aanvullende documenten.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
17 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
17.1 Zo kunt u het best te werk gaan
Tip: Voor een selectie van gerechten beschikt uw apparaat geprogrammeerde instellingen. Wanneer u zich door het apparaat wilt laten leiden, gebruik dan de automatische programma's.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen.
- Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekookte eieren in de eierschaal opwarmen.
- Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken.
- Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te prikken.
- Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de schil of vel.
- 1. Selecteer een passend gerecht uit de overzichten.
Tips
- Houd de volgende basisinformatie aan wanneer u het apparaat voor de eerste keer gebruikt:
- "Veiligheid", Pagina 120
- "Condenswater", Pagina 129
Wanneer u niet precies het gerecht of de toepassing vindt dat u wilt bereiden resp. uitvoeren, ga
Pagina 142
nl Zo lukt het
dan te werk aan de hand van een gelijksoortig gerecht.
- 2. Verwijder accessoires uit de binnenruimte.
- 3. Kies geschikte vormen en accessoires.
Gebruik de vormen en accessoires welke in het insteladvies zijn aangegeven.
- 4. Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept of de insteladviezen dit aangeven.
- 5. Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
- 6. WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
17.2 Ontdooien, verwarmen en garen met de magnetron
Instellingsadviezen voor het ontdooien, verwarmen en koken met de magnetron.
De tijdsduur is afhankelijk van het servies en van de temperatuur, aard en hoeveelheid van het product. Daarom zijn in de tabellen bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer een hogere waarde in. Als u andere hoeveelheden gebruikt dan aangegeven in de tabellen, houdt u zich dan aan de vuistregel: dubbele hoeveelheid - bijna dubbele tijdsduur, halve hoeveelheid - halve tijdsduur.
Tips voor het ontdooien, verwarmen en bereiden met de magnetron
Houd u deze tips aan voor goede resultaten bij het ontdooien, opwarmen en bereiden met de magnetron.
| Vraag | Tip |
|---|---|
| U wilt een andere hoeveelheid bereiden dan in de tabel is aangegeven. | De bereidingstijden overeenkomstig de vuistregel verlengen of verkorten: Dubbele hoeveelheid is = bijna de dubbele tijd Halve hoeveelheid = halve tijd |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 142)
Ontdooien met de magnetron
Insteladvies voor het ontdooien met de magnetron.
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
Gebruik open servies dat geschikt is voor de magnetron.
De gerechten tussendoor 2 tot 3 maal omroeren of keren. Bij het keren de ontdooivloeistof verwijderen. Laat de gerechten na het ontdooien 10-60 minuten rusten.
Kwetsbare delen, zoals kippenvleugels en -poten of vette randen van braadstukken, kunt u afdekken met kleine stukken aluminiumfolie. De folie mag de wanden van de binnenruimte niet raken. Halverwege het ontdooien kunt u de aluminiumfolie verwijderen.
Zet de diepvriesproducten in een open vorm op het rooster.
Plaats het kookgerei in het midden van het lage rooster, zodat de magnetrongolven het voedsel van alle kanten kunnen bereiken.
| Gerecht | Gewicht in g | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min |
|---|---|---|---|
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en zonder been | 800 | 1. 180 2. 90 | 1. 15 ¹ 2. 10 - 20 |
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en zonder been | 1000 | 1. 180 2. 90 | 1. 20 ¹ 2. 15 - 25 |
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken met en zonder been | 1500 | 1. 180 2. 90 | 1. 30 ¹ 2. 20 - 30 |
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken | 200 | 1. 180 2. 90 | 1. 3 ² 2. 10 - 15 |
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken | 500 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 ² 2. 15 - 20 |
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken | 800 | 1. 180 2. 90 | 1. 8 ² 2. 15 - 20 |
| Gehakt, gemengd ³,4 | 200 | 90 | 10 ¹ |
| Gehakt, gemengd ³,4 | 500 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 ¹ 2. 10 - 15 |
| Gehakt, gemengd ³,4 | 800 | 1. 180 2. 90 | 1. 8 ¹ 2. 15 - 20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 142)
1 Het voedsel herhaaldelijk keren.
2 Tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden.
3 Het voedsel vlak invriezen.
4 Het reeds ontdooide vlees verwijderen.
142
Pagina 143
Zo lukt het nl
| Gerecht | Gewicht in g | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min |
|---|---|---|---|
| Gevogelte of delen gevogelte ¹ | 600 | 1. 180 2. 90 | 1. 8 2. 10 - 15 |
| Gevogelte of delen gevogelte ¹ | 1200 | 1. 180 2. 90 | 1. 15 2. 25 - 30 |
| Eend | 2000 | 1. 180 2. 90 | 1. 20 ² 2. 30 - 40 |
| Visfilet, viskotelet of plakken vis ¹ | 400 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 2. 10 - 15 |
| Hele vis | 300 | 1. 180 2. 90 | 1. 3 2. 10 - 15 |
| Hele vis | 600 | 1. 180 2. 90 | 1. 8 2. 10 - 15 |
| Groente, bijv. erwten | 300 | 180 | 10 - 15 |
| Groente, bijv. erwten | 600 | 1. 180 2. 90 | 1. 10 2. 10 - 15 ³ |
| Fruit, bijv. frambozen ¹ | 300 | 180 | 7 - 10 ³ |
| Fruit, bijv. frambozen ¹ | 500 | 1. 180 2. 90 | 1. 8 ³ 2. 5 - 10 |
| Boter, ontdooien ⁴ | 125 | 1. 180 2. 90 | 1. 1 2. 2 - 4 |
| Boter, ontdooien ⁴ | 250 | 1. 180 2. 90 | 1. 1 2. 2 - 4 |
| Heel brood | 500 | 1. 180 2. 90 | 1. 6 2. 5 - 10 |
| Heel brood | 1000 | 1. 180 2. 90 | 1. 12 ⁵ 2. 15 - 25 |
| Gebak, droog, bijv. cake ⁶,7 | 500 | 90 | 15 - 20 |
| Gebak, droog, bijv. cake ⁶,7 | 750 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 2. 10 - 15 |
| Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart ⁶ | 500 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 2. 10 - 15 |
| Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart ⁶ | 750 | 1. 180 2. 90 | 1. 7 2. 10 - 15 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 143)
Opwarmen van diepgevroren voedsel met de magnetron
Neem de insteladviezen voor het opwarmen van diepgevroren gerechten met de magnetron in acht.
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of speciale magnetronfolie gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen.
De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. De gerechten tussendoor 2-3 keer omroeren of keren.
Laat het voedsel na het opwarmen 2-5 minuten rusten.
De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen. De eigen smaak van de gerechten blijft goed behouden. Gebruik zout en specerijen met mate.
Plaats het kookgerei in het midden van het lage rooster, zodat de magnetrongolven het voedsel van alle kanten kunnen bereiken.
1 De ontdooide delen van elkaar losmaken.
2 Het voedsel herhaaldelijk keren.
3 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren.
4 De verpakking volledig verwijderen.
5 Het voedsel tussendoor keren.
6 Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien.
7 De stukken gebak van elkaar scheiden.
143
Pagina 144
nl Zo lukt het
| Gerecht | Gewicht in g | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min |
|---|---|---|---|
| Menu, bordgerecht, kant-en-klaar-gerecht met 2-3 componenten | 300 - 400 | 600 | 10 - 15 |
| Soep | 400 - 500 | 600 | 8 - 10 |
| Eenpansgerecht | 500 | 600 | 10 - 15 |
| Eenpansgerecht | 1000 | 600 | 20 - 25 |
| Plakken of stukken vlees in saus, bijv. goulash | 500 | 600 | 15 - 20 |
| Plakken of stukken vlees in saus, bijv. goulash | 1000 | 600 | 25 - 30 |
| Vis, bijv. filetstukken | 400 | 600 | 10 - 15 |
| Vis, bijv. filetstukken | 800 | 600 | 18 - 20 |
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta ¹ | 250 | 600 | 2 - 5 |
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta ¹ | 500 | 600 | 8 - 10 |
| Groente, bijv. erwten, broccoli, wortels ² | 300 | 600 | 8 - 10 |
| Groente, bijv. erwten, broccoli, wortels ² | 600 | 600 | 15 - 20 |
| Spinazie a la crème ³ | 450 | 600 | 11 - 16 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 144)
Opwarmen met de magnetron
Neem de insteladviezen voor het opwarmen met de magnetron in acht.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine trilling van de vorm kan de hete vloeistof dan plotseling hevig overkoken en opspatten.
- Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen.
LET OP
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of speciale magnetronfolie gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen.
De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. De gerechten tussendoor 2-3 keer omroeren of keren.
Laat het voedsel na het opwarmen 2-5 minuten rusten.
De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen. Babyvoeding:
- Flesje zonder speen of deksel op het rooster plaatsen.
- Na het opwarmen goed schudden of omroeren.
- Absoluut de temperatuur van de flesvoeding controleren.
Plaats het kookgerei in het midden van het lage rooster, zodat de magnetrongolven het voedsel van alle kanten kunnen bereiken.
1 Een beetje vloeistof bij het voedsel doen.
2 Water toevoegen, zodat de bodem van de vorm wordt bedekt.
3 Het voedsel bereiden zonder toevoeging van water.
144