Bosch CMA585MB0, tekst van de handleiding
Pagina's 145–156 van 160 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 133–144verder op pagina 157 →
Pagina 145
Zo lukt het nl
| Gerecht | Gewicht in g | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min |
|---|---|---|---|
| Menu, bordgerecht, kant-en-klaar-gerecht met 2-3 componenten | 350 - 500 | 600 | 5 - 10 |
| Dranken ¹ | 150 | 900 | 1 - 2 ²,3 |
| Dranken ¹ | 300 | 900 | 2 - 3 ²,3 |
| Dranken ¹ | 500 | 900 | 3 - 4 ²,3 |
| Babyvoeding, bijv. flesjes melk ⁴ | 50 | 360 | ca. 1 ⁵,6 |
| Babyvoeding, bijv. flesjes melk ⁴ | 100 | 360 | 1 - 2 ⁵,6 |
| Babyvoeding, bijv. flesjes melk ⁴ | 200 | 360 | 2 - 3 ⁵,6 |
| Soep 1 kop | 175 | 900 | 2 - 3 |
| Soep 2 koppen | 2 x 175 | 900 | 4 - 5 |
| Soep 4 koppen | 4 x 175 | 900 | 5 - 6 |
| Vlees in saus ⁷ | 500 | 600 | 10 - 15 |
| Eenpansgerecht | 400 | 600 | 5 - 10 |
| Eenpansgerecht | 800 | 600 | 10 - 15 |
| Groente, 1 portie ⁸ | 150 g | 600 | 2 - 3 |
| Groente, 2 porties ⁸ | 300 g | 600 | 3 - 5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 145)
Bereiden met magnetron
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of een magnetron-afdekkap gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen.
De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. Laat het voedsel na het opwarmen 2 tot 5 minuten rusten.
De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen. De eigen smaak van de gerechten blijft goed behouden. Gebruik zout en specerijen met mate.
Plaats het kookgerei in het midden van het lage rooster, zodat de magnetrongolven het voedsel van alle kanten kunnen bereiken.
Snij de groenten en aardappelen in stukken van gelijke grootte. Voor elke 100 g 1-2 el water toevoegen. Tussentijds doorroeren.
Bij de rijst de dubbele hoeveelheid vloeistof toevoegen.
| Gerecht | Gewicht in g | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min |
|---|---|---|---|
| Hele kip, vers, zonder ingewanden | 1500 | 600 | 30 – 35 ⁹ |
| Visfilet, vers | 400 | 600 | 5 – 10 |
| Groente, vers ¹⁰ | 250 | 600 | 5 – 10 ¹¹ |
| Groente, vers ¹⁰ | 500 | 600 | 10 – 15 ¹¹ |
| Aardappelen ¹⁰ | 250 | 600 | 8 – 10 ¹¹ |
| Aardappelen ¹⁰ | 500 | 600 | 11 – 14 ¹¹ |
| Aardappelen ¹⁰ | 750 | 600 | 15 – 22 ¹¹ |
| Rijst | 125 ¹² | 1.600 2.180 | 1.7 – 9 2.15 – 20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 145)
1 Doe een lepel in het glas.
2 Alcoholische dranken niet verwarmen.
3 Het voedsel tussendoor controleren.
4 Babyvoedsel zonder speen of deksel verwarmen.
5 Na het verwarmen het voedsel altijd goed schudden.
6 Beslist de temperatuur controleren.
7 De lapjes vlees van elkaar scheiden.
8 Een beetje vloeistof bij het voedsel doen.
9 Het voedsel tussendoor keren.
10 In stukken van gelijke grootte snijden.
11 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren.
12 De dubbele hoeveelheid vloeistof toevoegen.
145
Pagina 146
nl Zo lukt het
| Gerecht | Gewicht in g | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min |
|---|---|---|---|
| Rijst | 250 ¹ | 1.600 2.180 | 1.10 – 12 2.20 – 25 |
| Zoete gerechten, bijv. pudding (instant) ² | 500 | 600 | 5 – 9 |
| Fruit, compote | 500 | 600 | 9 – 12 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 146)
Pudding van puddingpoeder
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
- 1. Een pakje puddingpoeder volgens de aanwijzingen op de verpakking met suiker en een beetje melk in een voor de magnetron geschikte hoge schaal door elkaar roeren, zodat er geen klontjes aanwezig zijn.
- 2. De rest van de melk toevoegen en nogmaals doorroeren.
- 3. De schaal in de binnenruimte plaatsen en de apparaatdeur sluiten.
- 4. Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
- 5. Na 3 minuten voor de eerste keer omroeren. Dan steeds na één minuut omroeren, tot de gewenste consistentie is bereikt.
De tijdsduur is afhankelijk van de temperatuur van de melk en de gebruikte kom.
Popcorn voor de magnetron
Instellingsaanbevelingen voor het bereiden met de magnetron.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Popcornzak voorzichtig openen, er kan hete damp vrijkomen.
- Open de popcornzak voorzichtig.
- Stel nooit het maximale magnetronvermogen in.
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
Gebruik een platte, hittebestendige vorm. Gebruik geen porseleinen of sterk gewelfd bord.
Plaats de glazen vorm altijd op het rooster.
Al naar gelang de hoeveelheid de tijdsduur aanpassen.
Om te voorkomen dat de popcorn aanbrandt, de popcornzak na 1 minuut en 30 seconden even uit de oven nemen en schudden. Let op: heet!
| Gerecht | Gewicht in g | Accessoires | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min |
|---|---|---|---|---|
| Popcorn voor de magnetron | 100 | Vormen Rooster | 600 | 3 - 5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 146)
Tips voor het de volgende keer ontdooien, verwarmen en bereiden met de magnetron
Houd u deze tips aan voor goede resultaten bij het ontdooien, opwarmen en bereiden met de magnetron.
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw gerecht is te droog. | Verkort de tijdsduur of kies een lager magnetronvermogen. Het gerecht afdekken en meer vloeistof toevoegen. |
| Uw gerecht is na het verstrijken van de tijd nog niet ontdooid, opgewarmd of gaar. | Verleng de tijdsduur. Bij grotere hoeveelheden en hogere gerechten is meer tijd nodig. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 146)
1 De dubbele hoeveelheid vloeistof toevoegen.
2 Tussendoor met de gard 2-3 keer roeren.
146
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw gerecht is na het verstrijken van de tijd van binnen nog niet klaar, maar van de buitenkant reeds oververhit. | Tussentijds doorroeren. Verlaag het magnetronvermogen en verleng de tijdsduur. |
| Uw vlees of gevogelte is na het ontdooien van binnen nog steeds niet ontdooid, maar van buiten al gegaard. | Verlaag het magnetronvermogen. Grote te ontdooien producten meerdere malen keren. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 146)
17.3 Taart en gebak
Instelaanbevelingen voor taart en gebak.
Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de kwaliteit en de hoeveelheid van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer een hogere waarde in.
Pagina 147
Zo lukt het nl
Een lagere temperatuur resulteert in een gelijkmatigere bruining.
Tips voor het bakken
Voor een goed bakresultaat hebben wij hier tips voor u verzameld.
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw gebak moet gelijkmatig rijzen. | Vet alleen de bodem van de springvorm in. Maak het gebak na het bakken voorzichtig met een mes los uit de bakvorm. |
| Klein gebak mag tijdens de bereiding niet aan elkaar plakken. | Houd rondom elk stuk een minimale afstand van 2 cm aan. Zo is er voldoende plaats om het gebak goed te laten rijzen en helemaal bruin te laten worden. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 147)
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Vaststellen of het gebak afgebakken is. | Steek met een houten prikker op het hoogste punt plaats in het gebak. Wanneer er geen deeg aan het hout blijft kleven, dan is het gebak klaar. |
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. | Stem het bakken dan af op soortgelijk gebak in de baktabellen. |
| Gebruik bakvormen van siliconen, glas of kunststof. | De vorm moet tot 250°C hittebestendig zijn. In deze vormen wordt het gebak minder bruin. Wanneer u de magnetron bijschakelt, wordt de tijdsduur eventueel korter dan wat in de tabel staat aangegeven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 147)
Gebak in vormen
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Zet de vorm altijd in het midden van het rooster.
Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron.
Bakvormen van metaal zijn uitsluitend geschikt voor het bakken zonder magnetron.
Donkere bakvormen van metaal zijn het meest geschikt.
De opgegeven tijden gelden voor producten die in de onverwarmde oven worden geplaatst.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Cake, eenvoudig | Krans- of rechthoekige vorm | 170-180 | 90 | 40-50 | |
| Cake, fijn bijv. zandgebak ¹ | Krans- of rechthoekige vorm | 150-170 | - | 70-90 | |
| Taartbodem van beslag | Vorm vruchtentaartbodem | 160-180 | - | 30-40 | |
| Vruchtentaart fijn, beslag | Springvorm/tulbandvorm | 170-180 | 90 | 35-45 | |
| Taartbodem, 2 eieren | donkere springvorm | 160-170 | - | 20-25 | |
| Taartbodem, 6 eieren | donkere springvorm | 170-180 | - | 35-45 | |
| Zanddeegbodem met rand | donkere springvorm | 170-190 | - | 30-40 | |
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg ¹ | donkere springvorm | 170-190 | 180 | 35-45 | |
| Zwitserse vruchtentaart ² | donkere springvorm | 190-200 | - | 45-55 | |
| Tulbandcake | Tulbandvorm | 170-180 | - | 40-50 | |
| Pizza, dunne bodem, weinig bedekking ² | Ronde pizzaplaat | 220-230 | - | 15-25 | |
| Hartig gebak ² | donkere springvorm | 200-220 | - | 50-60 | |
| Notentaart | donkere springvorm | 170-180 | 90 | 35-45 | |
| Gistdeeg met droge bedekking | Ronde pizzaplaat | 160-180 | - | 50-60 | |
| Gistdeeg met vochtige bedekking | Ronde pizzaplaat | 170-190 | - | 55-65 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 147)
1 Het gebak ca. 20 minuten in de oven laten afkoelen.
2 Plaats de vorm direct op het draaiplateau.
147
Pagina 148
nl Zo lukt het
| Gerecht | Accessoires / vormen | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Broodvlecht van 500 g bloem | Ronde pizzaplaat | 170-190 | - | 35-45 | |
| Stol van 500 g bloem | Ronde pizzaplaat | 160-180 | - | 60-70 | |
| Strudel, zoet | Ronde pizzaplaat | 190-210 | 180 | 35-45 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 148)
Klein gebak
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Zet de vorm altijd in het midden van het rooster.
Donkere bakvormen van metaal zijn het meest geschikt.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|
| Koekjes | Ronde pizzaplaat | 150-170 | 25-35 | |
| Macarons | Ronde pizzaplaat | 110-130 | 35-45 | |
| Gebak van soezendeeg | Ronde pizzaplaat | 200-220 | 35-45 | |
| Bladerdeeggebak | Ronde pizzaplaat | 190-200 | 35-45 | |
| Gistdeeggebak | Ronde pizzaplaat | 200-220 | 25-35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 148)
Brood en broodjes
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Zet de vorm altijd in het midden van het rooster.
Donkere bakvormen van metaal zijn het meest geschikt.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|
| Zuurdesembrood van 1,2 kg bloem | Ronde pizzaplaat | 210-230 | 50-60 | |
| Plat rond brood ¹ | Ronde pizzaplaat | 220-230 | 25-35 | |
| Broodjes | Ronde pizzaplaat | 210-230 | 25-35 | |
| Broodjes van gistdeeg, zoet | Ronde pizzaplaat | 200-220 | 15-25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 148)
Tips voor de volgende keer dat er gebakken wordt
Wanneer er bij het bakken iets niet lukt, dan vindt u hier tips.
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw gebak zakt in. | Houd de opgegeven ingrediënten en bereidingsaanwijzingen in het recept aan. Gebruik minder vloeistof. Of: Verlaag de baktemperatuur met 10 °C en verleng de baktijd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 148)
1 Plaats de vorm direct op het draaiplateau.
148
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw gebak is te droog. | Verhoog de baktemperatuur met 10 °C en verkort de baktijd. |
| Uw gebak is over het geheel te licht. | Controleer de inschuifhoogte en de accessoires. Verhoog de baktemperatuur met 10°C. Of: Verleng de baktijd. |
| Uw gebak is aan de bovenkant te licht, maar aan de onderkant te donker. | Plaats het gebak één niveau hoger. |
Pagina 149
Zo lukt het nl
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw gebak is aan de bovenkant te donker, maar aan de onderkant te licht. | Plaats het gebak één niveau lager. Verlaag de baktemperatuur en verleng de baktijd |
| Uw gebak is onregelmatig gebruind. | Verlaag de baktemperatuur. Knip het bakpapier in de juiste afmetingen. Plaats de bakvorm in het midden. Kleine stukken gebak qua grootte en dikte zoveel mogelijk eenvormig maken. |
| Uw gebak is van buiten gaar, maar van binnen nog niet goed doorbakken. | Verlaag de baktemperatuur en verleng de baktijd. Minder vloeistof toevoegen. Bij gebak met vochtige bedekking: De bodem voorbakken. Bestrooi de gebakken bodem met amandelen of paneermeel. Leg de bedekking op de bodem. |
| Het gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten. | Laat het gebak na het bakken 5 - 10 minuten afkoelen. Maak de rand van het gebak voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer in en bestrooi deze met paneermeel. |
| Tussen vorm en rooster ontstaan vonken. | Controleer of de vorm van buiten schoon is. Wijzig de positie van de vorm in de binnenruimte. Bak zonder magnetronfunctie verder en verleng de bakduur. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 149)
17.4 Braden en grillen
Instellingsaanbevelingen voor bakken en grillen Temperatuur en braadtijd zijn afhankelijk van de kwantiteit en de kwaliteit van de gerechten. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer een hogere waarde in.
Braden in vormen
Maakt u gerechten in servies klaar, dan kunt u ze eenvoudiger uit de binnenruimte nemen en direct in het servies opdienen. Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnenruimte schoner.
Algemene richtlijnen voor braden in vormen
Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron.
Braad- en bakvormen van metaal zijn alleen geschikt voor gebruik zonder de magnetronfunctie.
Plaats de vorm op het rooster.
Controleer van tevoren of de vorm in de binnenruimte past.
Vormen van glas zijn het meest geschikt.
Plaats hete glazen vormen op een droge onderzetter. Wanneer de ondergrond nat of koud is, dan kan het glas knappen.
De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen wanneer u hem uit de oven haalt.
Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm aan.
Open vorm
Gebruik een hoge braadvorm.
Gesloten servies
Gebruik een passend, goed sluiten deksel.
Bij vlees moet er tussen het te braden product en het deksel minimaal 3 cm afstand zijn. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
Vlees, gevogelte en vis kunnen ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik daarvoor een braadslede met glazen deksel. Stel een hogere temperatuur in.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van het lichaam kan ontsnappen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerkingen
Mager vlees of stoofvlees
- Ca. 1/2 cm hoog vloeistof in de vorm doen, bijv. water, wijn, azijn of iets soortgelijks.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees, van het materiaal van de vorm en van het feit of u een deksel gebruikt.
In geëmailleerde of donkere metalen ovenschotels is meer vloeistof nodig dan in glazen servies. Voor stoofvlees iets meer vloeistof toevoegen.
- Tijdens het braden verdampt de vloeistof. Indien nodig nog wat vloeistof erbij schenken.
- Keer stukken vlees na de helft van de bereidingstijd.
Vis
- Doe voor het stomen van vis 1-3 eetlepels vloeistof in de vorm, bijv. citroensap of azijn.
Grillen
Grill gerechten die knapperig moeten worden.
Grill altijd met een gesloten apparaatdeur.
Niet voorverwarmen.
Grillstukken van gelijk gewicht en gelijke dikte gebruiken.
Dan worden ze gelijkmatig bruin en blijven lekker mals.
Leg de te grillen stukken rechtstreeks op het rooster. De grillstukken keren met een grilltang.
Pagina 150
nl Zo lukt het
Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
Zout het vlees pas na het grillen.
Zout onttrekt water aan het vlees.
Opmerking: Donker vlees, bijv.rundvlees, wordt sneller bruin dan licht kalfs- of varkensvlees. Grillstukken van licht vlees of vis zijn vaak alleen aan de oppervlakte lichtbruin, maar van binnen gaar en sappig.
Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. De frequentie hangt af van de ingestelde grillstand.
Bij het grillen kan rook ontstaan.
Tips voor het braden en stoven
Houd deze tips aan voor goede resultaten bij braden en stoven.
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Mager vlees moet niet uitdrogen. | Bestrijk mager vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 150)
| Vraag | Tip |
|---|---|
| U wilt een braadstuk met zwoerd bereiden. | Snij de zwoerd kruislings in. Braad het braadstuk eerst met de zwoerd naar onder. |
| De binnenruimte moet zo schoon mogelijk blijven. | Bereid het product in een gesloten braadslede bij een hoge temperatuur. |
| Vlees moet heet en sappig blijven, bijv. rosbief. | Wanneer het braadstuk klaar is, deze 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte laten rusten. Zo kan het vleessap zich beter verdelen. Bij de opgegeven bereidingstijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen. Wikkel het product na de bereiding in aluminiumfolie. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 150)
Rundvlees
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Keer het stoofrundvlees na 1/3 en 2/3 van de bereidingstijd. Laat de gerechten tot slot nog ca. 10 minuten staan. Keer de rosbief en de rundersteaks na de helft van de bereidingstijd. Laat de gerechten tot slot nog ca. 10 minuten staan.
Keer de steaks na 2/3 van de bereidingstijd.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Gestoofd rundvlees, ca. 1 kg | Gesloten servies | 180-200 | - | 120-143 | |
| Runderfilet, medium, ca. 1 kg | Open vorm | 180-200 | 90 | 30-40 | |
| Rosbief, medium, ca. 1 kg | Open vorm | 210-230 | 180 | 30-40 | |
| Steak, medium, 3 cm dik | Hoog rooster | 3 | - | 10-25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 150)
Kalfsvlees
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Kalfsvlees en -schenkel halverwege de bereidingstijd keren. Laat de gerechten tot slot nog ca. 10 minuten staan.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Gebraden kalfsvlees, ca. 1 kg | Gesloten servies | 180-200 | - | 110-130 | |
| Kalfsschenkel, ca.1,5 kg | Gesloten servies | 200-220 | - | 120-130 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 150)
Varkensvlees
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Keer het braadstuk zonder zwoerd na de helft van de bereidingstijd. Laat het braadstuk tot slot nog ca.10 minuten staan.
Pagina 151
Zo lukt het nl
Leg het vlees met het zwoerd naar boven in de vorm. Snij de zwoerd in. Keer het braadstuk niet. Laat het braadstuk tot slot nog ca.10 minuten staan.
Keer varkensfilet en casselerrib niet. Laat het gerecht tot slot nog ca. 5 minuten staan.
Keer de halsstukken na 2/3 van de bereidingstijd.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / Grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Vlees zonder zwoer, bijv. halsstuk, ca. 750 g | Gesloten servies | 220-230 | 180 | 40-50 | |
| Vlees met zwoerd, bijv.schouder, ca. 1,5 kg "Bakken", Pagina 153 | Open vorm | 190-210 | - | 130-150 | |
| Varkensfilet, ca. 500 g "Bakken", Pagina 153 | Gesloten servies | 220-230 | 90 | 25-30 | |
| Varkensvlees mager, ca. 1 kg "Bakken", Pagina 153 | Gesloten servies | 210-230 | 90 | 60-80 | |
| Casselerrib met been, ca. 1 kg "Bakken", Pagina 153 | Open vorm | - | - | 360 | 45 |
| Halsstuk, 2 cm dik "Grilen", Pagina 150 | 3 | - | 15-20 10-15 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 151)
Lamsvlees
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Keer de lamsbout na de helft van de tijd.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / Grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Lamszadel met been, ca. 1 kg | Open vorm | 210-230 | - | 40-50 | |
| Lamsbout zonder been, medium, ca. 1,5 kg | Gesloten servies | 190-210 | - | 90-95 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 151)
Overige vleesgerechten
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Laat het gehakt tot slot nog ca. 10 minuten staan.
Keer de worstjes na 2/3 van de bereidingstijd.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / Grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Gehakt, ca. 1 kg "Bakken", Pagina 153 | Open vorm | 180-200 | 600+180 | - | |
| Worstjes om te grillen, 4 tot 6 stuks, elk ca. 150 g "Grilen", Pagina 152 | - | 3 | - | 10-15 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 151)
Gevogelte
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Leg hele kippen met de borstzijde naar beneden. Keren na 2/3 van de tijd.
Leg de poularde met de borstzijde naar beneden. Keren na 30 minuten en het magnetronvermogen op 180 Watt zetten.
Pagina 152
nl Zo lukt het
Leg halve kippen, stukken kip, eendenborst en ganzenborst met de kant van het vel naar boven. Keer de gerechten niet.
Keer ganzenbouten halverwege de bereidingstijd. Prik in de huid.
Leg kalkoenfilet en kalkoenbouten met de kant van het vel naar beneden. Keren na 2/3 van de tijd.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / Grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Kip, heel, ca. 1,2 kg | Gesloten servies | 220-230 | 360 | 35-45 | |
| Poularde, heel, ca. 1,6 kg | Gesloten servies | 220-230 | 360 180 | 30 20-30 | |
| Kip, gehalveerd, elk 500 g | Open vorm | 180-200 | 360 | 30-35 | |
| Kipdelen, ca. 800 g | Open vorm | 210-230 | 360 | 20-30 | |
| Kipfilet met vel en been, 2 stuks, ca. 350‑450 g | Open vorm | 190-210 | 180 | 30-40 | |
| Eendenborst met vel, 2 stuks à 300‑400 g | Open vorm | 3 | 90 | 20-30 | |
| Ganzenborst, 2 stuks à 500 g | Open vorm | 210-230 | 90 | 25-30 | |
| Ganzenbouten, 4 stuks ca. 1,5 kg | Open vorm | 210-230 | 180 | 30-40 | |
| Kalkoenfilet, ca. 1 kg | Gesloten servies | 200-220 | - | 90-100 | |
| Kalkoenbout, ca. 1,3 kg | Gesloten servies | 200-220 | 180 | 50-60 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 152)
Vis
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Leg voor het grillen de hele vis, bijv. zalm of forel, in het midden van het rooster.
Vet het rooster van te voren in met olie.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|
| Viskotelet, bijv. zalm, 3 cm dik, gegrild | Hoog rooster | 3 | 20-25 | |
| Vis, heel, 2‑3 stuks à 300 g, gegrild | Hoog rooster | 3 | 20-30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 152)
Tips voor de volgende keer braden
Wanneer er bij het braden een keer iets niet direct lukt, dan vindt u hier tips.
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw braadstuk is te donker en de korst op sommige plekken verbrand. | Kies een lagere temperatuur. Verkort de braadduur. |
| Uw braadstuk is te droog. | Kies een lagere temperatuur. Verkort de braadduur. |
| De korst van uw braadstuk is te dun. | Verhoog de temperatuur. Of: Schakel na het einde van de braadduur kort de grill in. |
| Uw braadsaus is aangebrand. | Kies een kleinere vorm. Voeg bij het braden meer vloeistof toe. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 152)
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw braadsaus is te licht en te waterig. | Kies een grotere vorm om ervoor te zorgen dat er meer vloeistof verdampt. Voeg bij het braden minder vloeistof toe. |
| Wanneer u vlees stooft, brandt het vlees aan. | Controleer of de braadvorm en het deksel bij elkaar passen en goed sluiten. Verlaag de temperatuur. Voeg bij het stoven vloeistof toe. |
Pagina 153
Zo lukt het nl
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw braadstukken zijn niet gaar. | Snij het braadvlees in stukken. Maak de saus in de braadvorm klaar. Leg de braadstukken in de saus. Met de magnetron de braadstukken gaar maken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 153)
17.5 Ovenschotels
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
Gebruik voor ovenschotels en aardappelgratins een 4 tot 5 cm hoge magnetron- en hittebestendige ovenschotel. Laat ovenschotels en gratins nog 5 minuten in de uitgeschakelde oven nagaren.
Toast de sneetjes toast voor.
Plaats vormen op het lage rooster.
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Ovenschotel, zoet, ca. 1,5 kg | Open vorm | 140-160 | 360 | 25-35 | |
| Ovenschotel, hartig, van bereide ingrediënten, ca. 1 kg | Open vorm | 150-170 | 600 | 20-25 | |
| Lasagne, vers | Open vorm | 200-220 | 360 | 25-35 | |
| Aardappelgratin van rauwe ingrediënten, ca. 1,1 kg | Open vorm | 180-200 | 600 | 25-30 | |
| Toast grillen, 4 stuks | Hoog rooster | 3 | - | 8-10 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 153)
17.6 Diepvries kant-en-klaar-producten
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
Houd de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking aan.
Patat, aardappelkroketten en rösti niet over elkaar leggen en na de helft van de bereidingstijd keren. Leg de levensmiddelen direct op de draaischijf.
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat
| Gerecht | Accessoires / vormen | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / Grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Pizza met dunne bodem | Draaiplateau | 220-230 | - | 10-15 | |
| Pizza met dikke bodem | Draaiplateau | - 220-230 | 600 - | 3 13-18 | |
| Minipizza | Draaiplateau | 220-230 | - | 10-15 | |
| Pizza-baguette | Draaiplateau | - 220-230 | 600 - | 2 13-18 | |
| Patat | Draaiplateau | 220-230 | - | 8-13 | |
| Aardappelkroketten | Draaiplateau | 210-220 | - | 13-18 | |
| Rösti, gevulde aardappelvormpjes | Draaiplateau | 200-220 | - | 25-30 | |
| Afbakbroodjes of -stokbrood | Laag rooster | 170-180 | - | 13-18 | |
| Vissticks | Draaiplateau | 210-230 | - | 10-20 | |
| Kipsticks, nuggets | Draaiplateau | 200-220 | - | 15-20 | |
| Strudel | Draaiplateau | 210-220 | 180 | 20-30 |
Pagina 154
nl Zo lukt het
| Gerecht | Accessoires / vormen | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / Grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Lasagne, ca. 400 g | Laag rooster | 220-230 | 600 | 12-17 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 154)
17.7 Testgerechten 60350-1:2013 resp. IEC 60350-1:2011 en volgens de norm EN 60705:2012, IEC 60705:2010 te vergemakke-Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, lijken.
om het testen van het apparaat conform EN
Ontdooien met de magnetron
Insteladvies voor het ontdooien met de magnetron.
| Gerecht | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min | Aanwijzing |
|---|---|---|---|
| Vlees | 1.180 2.90 | 1.5 2.10 - 15 | Pyrexvorm Ø 22 cm op het draaiplateau plaatsen. Verwijder het ontdooide vlees na ca. 13 minuten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 154)
Bereiden met magnetron
Instellingsaanbevelingen voor het bereiden met de magnetron.
| Gerecht | Magnetronvermogen in W | Tijdsduur in min | Aanwijzing |
|---|---|---|---|
| Kandeel | 1.600 2.180 | 1.10 - 13 2.25 - 30 | Pyrexvorm 24 x 19 cm op het lage rooster plaatsen. |
| Biscuitgebak | 600 | 9 - 10 | Pyrexvorm Ø 22 cm op het lage rooster plaatsen. |
| Gehaktbrood | 600 | 18 - 23 | Pyrexvorm 28 cm op het lage rooster plaatsen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 154)
Bereiden in combinatie met magnetron
Instellingsaanbevelingen voor het bereiden met de magnetron.
| Gerecht | Magnetronvermogen in W | Verwarmingsmethode | Tijdsduur in min | Temperatuur in °C | Aanwijzing |
|---|---|---|---|---|---|
| Aardappelgratin | 600 | 25 - 30 | 210-220 | Pyrexvorm Ø 22 cm op het lage rooster plaatsen. | |
| Gebak | 180 | 15 - 20 | 180-200 | Pyrexvorm Ø 22 cm op het lage rooster plaatsen. | |
| Gebak | 360 | 35 - 40 | 200-220 | Keren na 2/3 van de tijd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 154)
Bakken
Insteladviezen voor het bakken van testgerechten.
Opmerking: De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|
| Biscuitgebak | Springvorm Ø 26 cm Laag rooster | 160-180 | 30-40 | |
| Bedekte appeltaart | Springvorm Ø 20 cm Laag rooster | 190-210 | 50-60 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 154)
Grillen
Insteladviezen voor het grillen van testgerechten.
Pagina 155
Montagehandleiding nl
| Gerecht | Accessoires / vormen | Verwarmingsmethode | Grillstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|
| Toast bruinen | Hoog rooster | 3 | 4-5 | |
| Beefburgers, 9 stuks | Hoog rooster | 3 | 30-35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 155)
18 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.
18.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
18.2 Veilige montage
Neem bij het monteren van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht.
- De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling.
- De deurgreep niet voor het transport of de inbouw gebruiken.
- Het apparaat na het uitpakken controleren. Niet aansluiten in geval van transportschade.
- Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de deur.
- Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de montagebladen.
- Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen een temperatuur tot maximaal 95°C, aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
- Het apparaat niet inbouwen achter een decor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting.
- Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uit voordat het apparaat wordt geplaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werking van elektrische componenten.
- Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Onderdelen die tijdens de montage toegankelijk zijn, kunnen scherp zijn en tot snijletsels leiden.
- Veiligheidshandschoenen dragen.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niettoegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters en netsnoeren gebruiken.
- Wanneer het netsnoer te kort is en er geen langer netsnoer beschikbaar is, neem dan contact op met een elektrospeciaalzaak om de huisinstallatie aan te passen.
LET OP
Door het apparaat aan de deurgreep te dragen kan deze afbreken. De deurgreep houdt het gewicht van het apparaat niet.
- Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen.
18.3 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag alleen met een geaarde aansluiting worden gebruikt. De zekering dient in overeenstemming te zijn met de vermogensopgave op het typeplaatje en de lokale voorschriften.
Pagina 156
nl Montagehandleiding
Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden spanningsloos zijn.
Apparaat met geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen op een geaarde contactdoos worden aangesloten die volgens de voorschriften is geïnstalleerd.
- De stekker van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
Als het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn. Als de vrije toegang tot de netstekker niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een scheidingsinrichting voor alle polen volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn ingebouwd.
- 1. Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat worden beschadigd.
- 2. Zie voor de spanning het typeplaatje.
- 3. De aders van de elektrische aansluitleiding overeenkomstig de kleurcodering aansluiten:
- groen-geel = aarddraad
- blauw = neutraal- ("nul-") leiding
- bruin = fase (buitendraad)
18.4 Inbouwmeubel
Dit apparaat is uitsluitend voor inbouw bedoeld. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik op tafel of in een kast.
De inbouwkast mag achter het apparaat geen achterwand hebben. Houd tussen de wand en de bodem van de kast of de achterwand van de kast erboven een afstand van minstens 35 mm aan.
De inbouwkast moet aan de voorkant een ventilatieopening van 50 cm² hebben. Hiervoor de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen. Ventilatiesleuven en aanzuigopeningen niet afdekken.
De installatie van het apparaat is voor een hoogte van minder dan 850 mm van de vloer toegestaan.
18.5 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden in de hoge kast in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatieopening.
Wanneer de bovenkast naast de element-achterwanden nog een achterwand heeft, dient deze verwijderd te worden.
Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de accessoires er zonder probleem uitgenomen kunnen worden.
18.6 Inbouw van twee apparaten boven elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander apparaat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatieopening.
Om voldoende ventilatie van de apparaten te waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal 200 cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.
Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening is gewaarborgd.