naslaan.comZoekenAlle merken

Bosch CMG633BS1, tekst van de handleiding

Pagina's 2–14 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← begin van de handleidingverder op pagina 15 →

Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 2

nl Veiligheid

Inhoudsopgave

GEBRUIKERSHANDLEIDING

23.1 Algemene montage-instructies......................... 34

1 Veiligheid

Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.

1.1 Algemene aanwijzingen

1.2 Bestemming van het apparaat

Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Houd het speciale installatievoorschrift aan. Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.

Gebruik het apparaat uitsluitend:

om voedsel en dranken te bereiden.

tot een hoogte van 4000 m boven zeeniveau.

Dit apparaat voldoet aan de norm EN 55011 resp. CISPR 11. Het is een product van groep 2, klasse B. Groep 2 betekent dat er microgolven worden geproduceerd om levensmiddelen te verwarmen. Klasse B houdt in dat het apparaat geschikt is voor huishoudelijk gebruik.

1.3 Inperking van de gebruikers

Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.

Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.

Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.

Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.

Pagina 3

Veiligheid nl

1.4 Veiliger gebruik

Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven.

→ "Accessoires", Pagina 11

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten.

Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.

Accessoires of vormen worden zeer heet.

In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten. De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.

Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.

Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.

Het apparaat en de delen ervan die aangeraakt kunnen worden kunnen scherpe randen hebben.

Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.

Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.

In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten en kan de apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinteren.

→ "Materiële schade vermijden", Pagina 6

Pagina 4

nl Veiligheid

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.

Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

WAARSCHUWING ‒ Gevaar:

magnetisme!

In het bedieningspaneel of de bedieningselementen bevinden zich permanente magneten. Deze kunnen elektronische implantaten, zoals pacemakers, of insulinepompen beïnvloeden.

WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!

Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.

Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.

1.5 Magnetron

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIF-TEN ZORGVULDIG LEZEN EN VOOR HET VERDERE GEBRUIK BEWAREN WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Oneigenlijk gebruik van het apparaat is gevaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarmde pantoffels, granen- pittenkussens kunnen bijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten.

Levensmiddelen en de verpakkingen ervan kunnen ontbranden.

Pagina 5

Veiligheid nl

Spijsolie kan vlam vatten.

WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!

Vloeistof of andere voedingsmiddelen in dicht afgesloten vormen kunnen gemakkelijk exploderen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen.

Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.

De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen kan knappen.

Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.

De droogfunctie bij de hoogste standen bij de magnetronfunctie schakelt automatisch een verwarmingselement bij en verhit de binnenruimte.

Het onjuiste gebruik van het apparaat is gevaarlijk. Voorwerpen zoals oververhitte pantoffels, pitten- of graankussen, sponzen, vochtige schoonmaakdoekjes e.d. kunnen verbranding tot gevolg hebben.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormen van porselein en keramiek kunnen kleine gaatjes hebben in de handgrepen en deksels. Achter deze gaatjes bevindt zich een holle ruimte. Als er vocht in deze ruimte komt, kan dit barsten veroorzaken in de vormen.

Pagina 6

nl Materiële schade vermijden

Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnen vormen van metaal of vormen met metalen coating leiden tot het ontstaan van vonken. Het apparaat wordt dan beschadigd.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Het apparaat werkt met hoogspanning.

WAARSCHUWING ‒ Kans op ernstig gevaar voor de gezondheid!

Gebrekkige reiniging kan het oppervlak van het apparaat vernietigen, de gebruiksduur verkorten en tot gevaarlijke situaties leiden, zoals bijvoorbeeld naar buiten komende magnetronenergie.

→ "Reiniging en onderhoud", Pagina 20

Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte of deurdichting beschadigd is. Er kan energie van de microgolven naar buiten komen.

Bij apparaten waarvan de behuizing niet is afgedekt komt energie van microgolven vrij.

2 Materiële schade vermijden

2.1 Algemeen

LET OP!

Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ontvlammen en tot een permanente beschadiging van het apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan de apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinteren. Door de onderdruk die ontstaat kan de binnenruimte naar binnen sterk vervormen.

Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.

Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er warmteophoping door voorwerpen op de bodem van de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.

Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.

Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.

Pagina 7

Milieubescherming en besparing nl

Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den duur beschadigd.

Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd.

Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.

Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken.

Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur beschadigd raken.

Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoires krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaatdeur wanneer deze gesloten wordt.

2.2 Magnetron

Volg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetron gebruikt.

LET OP!

Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.

Accessoires die te dicht tegen elkaar worden geplaatst veroorzaken vonken.

Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken veroorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het apparaat beschadigd.

Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.

Wordt er bij het maken van popcorn in de magnetron een te hoog vermogen gebruikt, dan kan de deurruit barsten als gevolg van overbelasting.

3 Milieubescherming en besparing

3.1 Afvoeren van de verpakking

De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.

3.2 Energie besparen

Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.

Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept of de insteladviezen dit aangeven.

Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.

Pagina 8

nl Uw apparaat leren kennen

Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.

Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.

Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.

Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.

Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooien.

Opmerking:

Het apparaat verbruikt:

in gebruik met ingeschakeld display max. 1 W in gebruik met uitgeschakeld display max. 0,5 W

4 Uw apparaat leren kennen

4.1 Bedieningspaneel

Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.

4

De toetsen links en rechts van het bedieningspaneel hebben een drukpunt. De toetsen dienen te worden ingedrukt. Bij apparaten zonder roestvrijstalen front zijn de toetsen eveneens touchvelden.

Touchvelden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Om een functie te kiezen, slechts licht op het betreffende veld drukken.

U kunt de bedieningsring onbegrensd naar links of rechts draaien. Licht op de bedieningsring drukken en in de gewenste richting bewegen.

Op het display ziet u de actuele instelwaarden, keuzemogelijkheden of aanwijzingsteksten.

4.2 Knoppen

Met de toetsen links en rechts aan het bedieningspaneel schakelt u uw apparaat of de werking in en uit.

ToetsFunctieGebruik
on/offApparaat in- of uitschakelen.
start/stopKort indrukken: werking starten of onderbreken. Ca. 3 seconden ingedrukt houden: werking afbreken.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)

4.3 Touchvelden

Met de touchvelden selecteert u verschillende functies direct.

De touchvelden aan de buitenkant van het bedieningspaneel zijn voor algemene functies, de touchvelden aan de binnenkant van het bedieningspaneel voor de bereiding.

Het touchveld van de actueel gekozen functie brandt rood.

Pagina 9

Uw apparaat leren kennen nl

Touchveld buitenkantFunctieGebruik
TimerWekker selecteren.
KinderslotCa. 4 seconden ingedrukt houden: kinderslot activeren of deactiveren.
InformatieExtra informatie bij een functie of instelling laten weergeven.
Om de basisinstellingen op te roepen, bij een uitgeschakeld apparaat ca. 3 seconden ingedrukt houden.
Verlichting van de binnenruimteVerlichting in de binnenruimte inschakelen of uitschakelen.
Touchveld binnenkantFunctieGebruik
VerwarmingsmethodenFunctie verwarmingsmethoden kiezen.
TemperatuurTemperatuur voor de binnenruimte kiezen.
AutoPilotFunctie AutoPilot met bereidingsprogramma's kiezen.
GewichtGewicht bij de functie AutoPilot kiezen.
MagnetronFunctie magnetron kiezen.
CombiSpeedFunctie CombiSpeed kiezen.
TijdfunctiesTijdfuncties kiezen.
Snel voorverwarmenSnel opwarmen voor de ovenruimte starten of afbreken.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)

4.4 Bedieningsring

Met de bedieningsring wijzigt u de instelwaarden die op het display worden weergegeven.

Wanneer u bij instelwaarden, bijv. de temperatuur, de minimale of maximale waarde heeft bereikt, blijft deze waarde op het display staan. Draai indien nodig de waarde met de bedieningsring opnieuw terug. Bij lijsten, bijv. de verwarmingsfuncties, begint na de laatste waarde opnieuw de eerste.

4.5 Display

Het display toont u de actuele instelwaarden op verschillende niveaus.

Waarde op de voorgrondDe waarde op de voorgrond is in het wit geaccentueerd. U kunt de waarde met de bedieningsring direct wijzigen. Na het starten van een functie is de temperatuur of de stand op de voorgrond.
Bij de magnetron staat de tijdsduur op de voorgrond.
Waarde op de achtergrondWaarden op de achtergrond zijn in het grijs weergegeven. Om de waarde met de bedieningsring te wijzigen, kiest u voordien de gewenste functie.
VergrotingZolang u met de bedieningsring een waarde wijzigt, wordt alleen deze waarde vergroot weergegeven.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)

Ringlijn

Aan de buitenkant van het display bevindt zich de ringlijn.

Wanneer u een waarde wijzigt, toont de ringlijn u waar u zich in de keuzelijst bevindt. Afhankelijk van het instelgebied en de lengte van de keuzelijst is de ringlijn ononderbroken of verdeeld in segmenten.

Tijdens het gebruik toont de ringlijn de voortgang en wordt de ringlijn per seconde rood gevuld.

Bij een aflopende tijdsduur verdwijnt er elke seconde een segment van de ringlijn.

Temperatuurindicatie

De opwarmingslijn en de restwarmte-indicatie tonen u de temperatuur in de binnenruimte.

Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.

Na het starten van de functie wordt de witte lijn onder de temperatuur rood gevuld naarmate de binnenruimte opgewarmd raakt. Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor het inschuiven van de gerechten bereikt zodra de lijn geheel rood gevuld is.

Bij instelstanden, bijv. bij grillstanden, is de opwarmingslijn direct rood gevuld.

Bij de magnetronfunctie verschijnt de opwarmingslijn niet.

Wanneer het apparaat uitgeschakeld is, geeft de ringlijn de restwarmte in de binnenruimte weer. Hoe geringer de restwarmte wordt, des te donkerder kleurt de ringlijn, en op een geven moment verdwijnt hij helemaal.

Pagina 10

nl Functies

4.6 Binnenruimte

Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.

Rekjes

U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rekjes in de binnenruimte plaatsen.

→ "Accessoires", Pagina 11

Uw apparaat heeft 3 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld.

De accessoires kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijderen.

→ "Rekjes", Pagina 22

Verlichting

Een of meerdere ovenlampen verlichten de binnenruimte.

Wanneer u de deur van het apparaat opent, gaat de verlichting in de binnenruimte aan. Blijft de deur langer dan 15 minuten open, dan gaat de verlichting weer uit. Bij de meeste functies schakelt de verlichting in zodra het gebruik wordt gestart. Als het gebruik wordt beëindigd, schakelt de verlichting uit.

Koelventilator

De koelventilator schakelt afhankelijk van de temperatuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ontsnapt via de deur.

LET OP!

De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat niet afdekken. Het apparaat raakt oververhit.

De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het apparaat na gebruik sneller afkoelt.

Apparaatdeur

Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking stopgezet. Sluit u de apparaatdeur, dan wordt de werking niet automatisch voortgezet. Wanneer u bij het gebruik van de magnetronfunctie de apparaatdeur sluit, dient u de werking met voort te zetten.

5 Functies

Hier krijgt u een overzicht van de hoofd- en andere functies van uw apparaat.

FunctieGebruik
Verwar-mingsmethodenFijn afgestemde verwarmingsmethoden voor een optimale bereiding van uw gerechten kiezen.
→ "Verwarmingsmethoden", Pagina 10
AutoPilotGeprogrammeerde, aanbevolen instellingen voor verschillende gerechten gebruiken.
→ "AutoPilot", Pagina 18

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)

FunctieGebruik
MagnetronMet magnetron sneller bereiden, verhitten of ontdooien.
→ "Magnetron", Pagina 16
Combi-SpeedOm de bereidingstijd te verkorten, magnetron op een verwarmingsmethode instellen.
→ "CombiSpeed", Pagina 17
ReinigenReinigingsfunctie voor de binnenruimte kiezen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)

5.1 Verwarmingsmethoden

Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen.

Aan de hand van de afzonderlijke symbolen ziet u om welke verwarmingsmethoden het gaat.

Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het apparaat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt de waarde overnemen of wijzigen in het weergegeven gebied.

Bij temperatuurinstellingen boven 275 °C en grillstand 3 verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 40 minuten tot ca. 275 °C resp. grillstand 1.

SymboolVerwarmingsmethodeTemperatuurbereikGebruik en werkwijze Eventuele extra functies
4D hete lucht30 - 275 °COp één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)

Pagina 11

Accessoires nl

SymboolVerwarmingsmethodeTemperatuurbereikGebruik en werkwijze Eventuele extra functies
Hetelucht Eco30 - 275 °CGekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte.
Het meest doeltreffend is de verwarmingsmodus tussen 125 - 275 °C.
Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt.
Circulatiegrillen30 - 300 °CGevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Grill, grootGrillstanden: 1 = zwak
2 = gemiddeld 3 = sterk
Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren.
Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
Grill, kleinGrillstanden: 1 = zwak
2 = gemiddeld 3 = sterk
Kleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleine hoeveelheden gratineren.
Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet.
Servies voorverwarmen30 - 70 °CServies voorverwarmen.
Drogen150 °COm achterblijvende vochtigheid te vermijden, na het gebruik met magnetron de ovenruimte drogen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

5.2 Magnetronvermogen

Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en het gebruik ervan.

De magnetronvermogens zijn standen en komen niet altijd overeen met het precieze aantal watt dat door het apparaat wordt gebruikt.

Magnetronvermogen in wattMaximale duur in uurGebruik
90 W1:30Gevoelige gerechten ontdooien.
180 W1:30Gerechten ontdooien en verder bereiden.
360 W1:30Vlees en vis bereiden. Gevoelige gerechten opwarmen.
600 W1:30Gerechten verwarmen en bereiden.
max0:30Verwarmen van vloeistoffen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

Opmerking: Het magnetronvermogen max. is niet bestemd voor het verwarmen van gerechten. Ter bescherming van het apparaat wordt het maximale vermogen van de magnetron gedurende de eerste minuten traps-

gewijs tot 600 W gereduceerd. Nadat het apparaat enige tijd is afgekoeld is het volle vermogen weer beschikbaar.

6 Accessoires

Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.

Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.

De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.

Pagina 12

nl Accessoires

AccessoiresGebruik
Rooster• Bakvormen
• Ovenschalen
• Vormen
• Vlees, bijv. braad- of grillstukken
• Diepvriesgerechten
Braadslede• Vochtig gebak
• Gebak
• Brood
• Grote braadstukken
• Diepvriesgerechten
• Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

6.1 Aanwijzingen bij het toebehoren

Sommig toebehoren is alleen voor bepaalde functies geschikt.

Magnetrontoebehoren

Voor de zuivere magnetronfunctie is alleen het meegeleverde rooster geschikt.

Platen, bijv. de universele braadslede of de bakplaat, kunnen vonken vormen en zijn niet geschikt.

Neem de aanwijzingen m.b.t. de magnetron in acht. → "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 16

6.2 Vergrendelingsfunctie

De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.

U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken, tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert alleen wanneer u het accessoire op de juiste manier in de binnenruimte schuift.

Rooster

Schuif het rooster met de kromming naar onderen erin. De tekst "microwave" moet vooraan bij de ovendeur zijn.

Plaat De plaat met de afschuining gericht bijv. braad- naar de ovendeur in de oven slede of schuiven.

bakplaat

6.3 Accessoire in de binnenruimte schuiven

Het accessoire altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.

Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.

6.4 Meer accessoires

Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.

U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:

www.bosch-home.com

Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.

Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.

Pagina 13

Voor het eerste gebruik nl

7 Voor het eerste gebruik

Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.

7.1 Eerste keer in gebruik nemen

Na het aansluiten op het elektriciteitsnetwerk of na een langere stroomuitval dient u de instellingen voor de eerste ingebruikname van uw apparaat uit te voeren. Het kan enkele seconden duren tot op het display de instellingen verschijnen.

Mogelijke instellingen:

7.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt

Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.

Verwarmingsmethode4D hetelucht
Temperatuurmaximaal
Bereidingstijd1 uur

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)

→ "De Bediening in essentie", Pagina 13

‒ Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang het apparaat opwarmt.

8 De Bediening in essentie

8.1 Apparaat inschakelen

8.2 Apparaat uitschakelen

Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig heeft. Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient, gaat het automatisch uit.

8.3 In werking stellen

Elke functie moet u starten.

LET OP!

Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.

8.4 Werking onderbreken of afbreken

U kunt de werking kort onderbreken en weer voortzetten. Breekt u de werking volledig af, dan worden de instellingen gereset.

‒ Kort op drukken.

‒ Om de werking voort te zetten, op drukken.

8.5 Functie instellen

Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, stelt het een functie voor, bijv. verwamingsmethoden.

→ "Functies", Pagina 10

Pagina 14

nl Snel voorverwarmen

8.6 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen

Vereiste: De functie "Verwarmingsmethoden" is gekozen.

Tip: De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.

→ "Verwarmingsmethoden", Pagina 10

Opmerking: U kunt aan het apparaat de duur en het einde van de werking instellen.

→ "Tijdfuncties", Pagina 14

Verwarmingsmethode wijzigen

Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.

Temperatuur wijzigen

Na het starten van de werking kunt u de temperatuur direct wijzigen.

8.7 Informatie weergeven

In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist uitgevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen verschijnen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep of waarschuwing.

9 Snel voorverwarmen

Om tijd te besparen, kunt u bij ingestelde temperaturen vanaf 100 °C de opwarmingsduur verkorten.

Bij deze verwarmingsmethode kunt u de functie snel voorverwarmen gebruiken:

4D hetelucht

9.1 Snel voorverwarmen instellen

Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de gerechten pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen.

Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.

Snel voorverwarmen afbreken

10 Tijdfuncties

Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u de werking kunt sturen.

10.1 Overzicht van de tijdfuncties

Bij de werking kunt u duur en einde instellen. De wekker kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld.

TijdfunctieGebruik
TimerDe wekker kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

TijdfunctieGebruik
TijdsduurWanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen.
EindeVoor de duur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip klaar is.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

← begin van de handleidingverder op pagina 15 →Inhoud