naslaan.comZoekenAlle merken

Bosch HBG73U550, tekst van de handleiding

Pagina's 13–23 van 32 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 3–12verder op pagina 24 →

Pagina 13

Zelfreiniging

Bij de zelfreiniging warmt de oven op tot ca. 500 °C. Op deze manier verbranden resten van het braden, grillen of bakken en hoeft u slechts nog de as uit de binnenruimte te verwijderen.

U kunt drie reinigingsstanden kiezen.

StandReinigingsgraadTijdsduur
1lichtca. 1 uur, 15 minuten
2gemiddeldca. 1 uur, 30 minuten
3intensiefca. 2 uur

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)

Hoe sterker en ouder de verontreinigingen zijn, des te hoger moet de reinigingsstand zijn. Het is voldoende wanneer u de binnenruimte elke twee tot drie maanden reinigt. Zo nodig kunt u hem ook vaker reinigen Voor een reiniging is slechts ca. 2,5 - 4,7 kWh nodig.

Belangrijke aanwijzingen

Voor uw veiligheid vergrendelt de ovendeur automatisch. De ovendeur kan pas weer worden geopend wanneer de binnenruimte enigszins is afgekoeld en het slot-symbool van de vergrendeling verdwenen is.

Tijdens de zelfreiniging brandt de ovenlamp in de binnenruimte niet.

Risico van verbranding!

Risico van brand!

De buitenkant van het apparaat wordt tijdens de zelfreiniging zeer heet. Nooit brandbare voorwerpen, bijv. theedoeken aan de deurgreep hangen. Zorg ervoor dat de voorkant van het apparaat vrij blijft.

Voor de zelfreiniging

De binnenruimte moet leeg zijn. Neem de toebehoren, de vormen en rails uit de binnenruimte. In het hoofdstuk Onderhoud en reiniging kunt u lezen hoe de rails verwijderd worden. Wanneer de rails niet verwijderd zijn, klinkt er een signaal. De zelfreiniging start niet.

Maak de ovendeur en de randvlakken van de binnenruimte bij de deurdichting schoon. De dichting niet reinigen.

Risico van brand!

Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. Maak de binnenruimte en de toebehoren die u meereinigt met een vochtige doek schoon.

Toebehoren meereinigen

De rails zijn niet geschikt voor de zelfreiniging. Neem ze uit de binnenruimte. Wilt u toebehoren meereinigen, gebruik dan de accessoirehouders.

De accessoirehouders links en rechts inbrengen.

Hiermee kunt u geëmailleerde toebehoren, bijv. de braadslede, zonder antiaanbaklaag meereinigen. Altijd slechts één accessoire meereinigen.

Niet-geëmailleerde toebehoren, bijv. het rooster, zijn niet geschikt voor de zelfreiniging. Neem ze uit de binnenruimte.

Ernstig gezondheidsrisico!

Nooit platen en vormen met een antiaanbaklaag meereinigen. Door de grote hitte wordt de antiaanbaklaag vernietigd en ontstaan er giftige gassen.

Aanwijzing: Welke toebehoren geschikt zijn voor de zelfreiniging kunt u ook nakijken in de tabel voor extra toebehoren in het begin van de gebruiksaanwijzing.

Instellen

Wanneer u een reinigingsstand heeft gekozen, stelt u de oven in.

Op het display verschijnt het tijdstip waarop de zelfreiniging klaar is en het symbool staat tussen haakjes. Na een paar seconden start de zelfreiniging. De tijdsuur loopt zichtbaar af en het symbool staat tussen haakjes. Het symbool verdwijnt.

Kort na de start vergrendelt de ovendeur. Op het display is het symbool verlicht. Pas wanneer het symbool verdwijnt, kan de ovendeur weer worden geopend.

De zelfreiniging is beëindigd

Op het display staat 00:00. De oven warmt niet meer op. De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. De oven is uitgeschakeld. De ovendeur kan pas weer worden geopend wanneer het symbool op het display verdwijnt.

Reinigingsstand veranderen

Na de start kan de reinigingsstand niet meer veranderd worden.

Zelfreiniging afbreken

De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. De oven is uitgeschakeld. De ovendeur kan pas weer worden geopend wanneer het symbool op het display verdwijnt.

Pagina 14

De eindtijd op een later tijdstip zetten

U kunt het tijdstip waarop de zelfreiniging eindigt verplaatsen. De zelfreiniging kan zo bijv. 's nachts plaatsvinden, zodat u de oven overdag kunt gebruiken.

Stel in volgens de beschrijving bij punt 1 en 2. Voor de zelfreiniging start met de toets of de eindtijd naar een later tijdstip verplaatsen.

De oven gaat over in de wachtstand. Op het display verschijnt het tijdstip waarop de zelfreiniging klaar is en het symbool

staat tussen haakjes. Wanneer de zelfreiniging start, loopt de tijdsduur zichtbaar af en het symbool staat tussen haakjes. Het symbool verdwijnt.

Na de zelfreiniging

Wanneer de binnenruimte afgekoeld is, verwijdert u de achtergebleven as met een vochtig doekje uit de binnenruimte.

Onderhoud en reiniging

Wanneer u de oven goed verzorgt en schoonmaakt, blijft hij lang mooi en intact. Hieronder wordt uitgelegd hoe u de oven op de juiste manier verzorgt en schoonmaakt.

Aanwijzingen

Schoonmaakmiddelen

Om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen beschadigd raken, dient u zich te houden aan de opgaven in de tabel. Gebruik

Was nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik goed uit.

BereikSchoonmaakmiddelen
Voorkant van de ovenWarm zeepsop:
met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken.
Roestvrij staalWarm zeepsop:
met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan gemakkelijk corrosie ontstaan.
Bij de klantenservice of in de vakhandel zijn speciale schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal verkrijgbaar die geschikt zijn voor warme oppervlakken. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek.
Ruiten van de deurGlasreiniger:
met een zachte doek schoonmaken. Geen schraper gebruiken.
DeurafschermingSchoonmaakmiddel voor roestvrij staal (verkrijgbaar bij de klantenservice of in de vakhandel):
Neem de gegevens van de fabrikant in acht.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

BereikSchoonmaakmiddelen
BinnenruimteWarm zeepsop of water met azijn:
met een schoonmaakdoekje reinigen. Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken. Alleen gebruiken in de onverwarmde binnenruimte.
U kunt het best de zelfreiniging gebruiken. Neem hierbij de aanwijzingen van het hoofdstuk Zelfreiniging in acht!
Glazen afscherming van de ovenlampWarm zeepsop:
met een schoonmaakdoekje reinigen.
InhangroostersWarm zeepsop:
laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel.
TelescooprailsWarm zeepsop:
met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken.
Verwijder het smeervet niet van de uitschuifrails. U kunt ze het beste reinigen wanneer ze ingeschoven zijn. Niet laten weken, in de vaatwasmachine schoonmaken of bij de zelfreiniging meereinigen. De rails zouden beschadigd raken en blokkeren.
ToebehorenWarm zeepsop:
laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

Inschuifrails verwijderen en bevestigen

U kunt de rails voor het reinigen verwijderen. De oven dient afgekoeld te zijn.

Inschuifrails verwijderen

Maak de rails schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.

Pagina 15

Inhangroosters bevestigen

De inhangroosters passen alleen links of rechts. Let erop dat evenals in afbeelding B hoogte 1 en 2 beneden is en hoogte 3, 4 en 5 boven. De uitschuifbare rail moet naar voren kunnen worden uitgetrokken.

Ovendeur verwijderen en inbrengen

Om de deurruiten schoon te maken en te demonteren, kunt u de ovendeur verwijderen.

De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhendels zijn dichtgeklapt (Afbeelding A), is de ovendeur beveiligd. Hij kan niet worden verwijderd. Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de ovendeur opengeklapt zijn (B), zijn de scharnieren beveiligd. Ze kunnen niet dichtklappen.

Deur inbrengen

De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.

Risico van letsel!

Wanneer de ovendeur er per ongeluk uitvalt of een scharnier dichtklapt, het scharnier niet met uw hand aanraken. Neem contact op met de klantenservice.

Deurafscherming afnemen

Risico van letsel!

Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, klappen ze met grote kracht dicht. Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, en bij het verwijderen van de ovendeur helemaal opengeklapt.

Deur verwijderen

De afscherming op de ovendeur kan verkleurd raken. Om de ovendeur grondig schoon te maken kunt u de afscherming verwijderen.

Let erop dat de ovendeur niet gesloten wordt zolang de afscherming afgenomen is. De binnenruit kan beschadigd worden.

De afscherming schoonmaken met een reinigingsproduct voor roestvrij staal.

Pagina 16

Deurruiten verwijderen en inbrengen

Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de ovendeur uitnemen.

Let er bij het verwijderen van de binnenruiten op in welke volgorde u de ruiten eruit neemt. U brengt de ruiten weer in de juiste volgorde in door te letten op het nummer dat erop staat.

Verwijderen

Reinig de ruiten met glasreiniger en een zachte doek.

Risico van letsel!

Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.

Inbrengen

Let er bij het inbrengen op dat bij beide ruiten “right above“ linksonder ondersteboven staat.

Gebruik de oven pas weer wanneer de ruiten naar behoren zijn ingezet.

Pagina 17

Wat te doen bij storingen?

Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Raadpleeg de volgende tabel voordat u contact opneemt met de servicedienst. Wellicht kunt u zelf de storing verhelpen.

Storingstabel

Wanneer een gerecht niet goed gelukt is, lees hier dan het hoofdstuk Voor u in onze kookstudio getest op na. Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.

StoringMogelijke oorzaakOplossing/aanwijzing
De oven functioneert niet.De zekering is defect.Kijk in de meterkast na of de zekering in orde is.
De stroom is uitgevallen.Controleer of het keukenlicht of andere keukenapparaten functioneren.
Op het display zijn 0 en vier nullen verlicht.De stroom is uitgevallen.Stel de tijd opnieuw in.
De oven warmt niet op.Er zit stof op de contacten.Draai de schakelaars meerdere keren heen en weer.
De ovendeur kan niet worden geopend. Op het display is het symbool verlicht.De ovendeur is door de zelfreiniging vergrendeld.Wacht totdat de oven is afgekoeld en het symbool verdwenen is.
De oven warmt niet op. De dubbele punt op het display knippert.De oven bevindt zich in de demonstratiemodus.De zekering in de meterkast uitschakelen en na
20 seconden weer inschakelen. Nu binnen ca.
2 minuten de toets ca. 4 seconden lang indrukken tot de dubbele punt constant verlicht is.
Op het display verschijnt F8.De automatische uitschakeling is geactiveerd.Draai de functiekeuzeknop op de nulstand.
Foutmeldingen
Wanneer op het display een foutmelding met verschijnt, drukt u op de toets 0. Stel vervolgens de tijd opnieuw in. Neem contact op met de klantenservice wanneer de foutmelding weer verschijnt.
Bij de volgende foutmeldingen kunt u het probleem zelf oplossen.
FoutmeldingMogelijke oorzaakOplossing/aanwijzing
Er is een toets te lang ingedrukt of bedekt.Druk alle toetsen afzonderlijk in. Controleer of er een toets klem zit of bedekt of vervuild is.
De temperatuur in de oven is te hoog.De ovendeur vergrendelt en het verwarmen van de oven wordt onderbroken. Wacht tot de oven is afgekoeld. Druk op de toets 0 en stel de tijd opnieuw in.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

Kans op een elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.

Ovenlamp aan het plafond vervangen

Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige reservelampen, 40 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Gebruik uitsluitend originele lampen.

Kans op een elektrische schok!

Zekering in de meterkast uitschakelen.

Glazen afscherming

Als de glazen afscherming beschadigd is, dient hij te worden vervangen. Passende glazen afschermingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het productnummer (E­nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat.

Pagina 18

Servicedienst

Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.

E­nummer en FD­nummer

Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u rechts, aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.

E­nr. FD-nr.

Servicedienst

Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4010

Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.

Energie en milieu

Uw nieuwe apparaat is bijzonder energie-efficiënt. Hier krijgt u informatie over de energiegeoptimaliseerde verwarmingsmethode Hetelucht eco. Daarnaast vindt u tips over de mogelijkheid om bij het gebruik van uw apparaat nog meer energie te besparen en over de wijze om het milieuvriendelijk af te voeren.

Verwarmingsmethode Hetelucht eco

Met de energie-efficiënte verwarmingsmethode Hetelucht eco kunt u talrijke gerechten klaarmaken op één niveau. De ventilator verdeelt de energiegeoptimaliseerde warmte van het ronde verwarmingselement in de achterwand gelijkmatig in de binnenruimte. Bakken, braden en garen lukt zonder voorverwarmen.

Aanwijzingen

Toebehoren

Gerechten met hetelucht eco /

Tabel

In de tabel vindt u een keur aan gerechten die het best geschikt zijn voor Hetelucht eco. U krijgt informatie over geschikte temperaturen en baktijden. U kunt zien welke toebehoren en welk inschuifniveau geschikt zijn.

Temperatuur en baktijd zijn afhankelijk van de hoeveelheid, de vorm en de kwaliteit van de levensmiddelen. Daarom zijn in de tabellen bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.

Zet de vorm altijd midden op het rooster. Plaatst u levensmiddelen direct op het rooster, schuif dan ook de braadslede in op hoogte 1. Vet en vocht worden opgevangen en de oven blijft schoner.

Hoogte

Temperatuur Tijdsduur in °C in minuten

Taart, cake en gebak
Roerdeeg op de plaat met droge bedekkingBakplaat3170-19025-35
Roerdeeg in vormenRechthoekige bakvorm2160-18050-60
Taartbodem, roerdeegVorm vruchtentaartbodem2160-18020-30
Vruchtentaart fijn, roerdeegSpringvorm/tulbandvorm2160-18050-60
Gistdeeg op de plaat met droge bedekkingBakplaat3170-19025-35
Zandtaartdeeg op de plaat met droge bedekkingBakplaat3180-20020-30
BiscuitrolBakplaat3170-19015-25
Biscuitbodem, 2 eierenVorm vruchtentaartbodem2150-17020-30
Biscuittaart (6 eieren)Springvorm2150-17040-50
BladerdeeggebakBakplaat3180-20020-30
KoekjesBakplaat3130-15015-25
SpritsBakplaat3140-15030-45
Branddeeggebak, bijv. soesjesBakplaat3210-23035-45
Broodjes, roggemeelBakplaat3200-22020-30

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

Pagina 19

Toebehoren Hoogte

Gerechten met hetelucht eco / Temperatuur Tijdsduur in °C in minuten

Ovenschotels
Gegratineerde aardappelsOvenschaal2160-18060-80
LasagneOvenschaal2180-20040-50
Diepvriesproducten
Pizza, dunne bodemBraadslede3190-21015-25
Pizza, dikke bodemBraadslede2180-20020-30
FritesBraadslede3200-22020-30
Chicken wingsBraadslede3220-24020-30
VissticksBraadslede3220-24010-20
Voorgebakken broodjesBraadslede3180-20010-15
Vlees
Gestoofd rundvlees, 1,5 kgGesloten vorm2190-210130-150
Gebraden varkensvlees, nek, 1 kgOpen vorm2190-210110-130
Gebraden kalfsvlees, bovenbout, 1,5kgOpen vorm2190-210110-130
Vis
Dorade, 2 stuks à 750 gBraadslede2170-19050-60
Dorade in zoutkorst, 900 gBraadslede2170-19060-70
Snoek, 1000 gBraadslede2170-19060-70
Forel, 2 stuks à 500 gBraadslede2170-19045-55
Visfilet, per stuk 100 gGesloten vorm2+1190-21030-40

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Energie besparen

Milieuvriendelijk afvoeren

Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Voor u in onze kookstudio uitgetest.

Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.

Aanwijzingen

Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.

Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.

Gebak

Bakken op één niveau

Met boven­ en onderwarmte lukt het gebak het beste.

Wanneer u met 3D-hetelucht bakt, dient u de volgende inschuifhoogtes voor de toebehoren te gebruiken:

Pagina 20

Bakken op meerdere niveausBakvormen
Gebruik 3D­hetelucht .Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveausBij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin.
■ Braadslede: hoogte
Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de
■ Bakplaat: hoogteinformatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van
Inschuifhoogtes bij het bakken op 3 niveaussilicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.
■ Bakplaat: hoogte 5
■ Braadslede: hoogteTabellen
■ Bakplaat: hoogteIn de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn
Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de
In de tabellen vindt u talrijke voorstellen voor uw gerechten.laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de
Wanneer u met 3 rechthoekige bakvormen tegelijk bakt, zet deze dan zoals op de afbeelding aangegeven op het rooster.volgende keer hoger in.
De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

Gebak in vormenVormHoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Cake, eenvoudigKrans­/rechthoekige vorm2160-18050-60
3 cakevormen3+1140-16060-80
Cake, fijnKrans­/rechthoekige vorm2150-17060-70
Taartbodem, roerdeegVorm vruchtentaartbodem3160-18020-30
Vruchtentaart fijn, roerdeegSpringvorm/tulbandvorm2160-18050-60
Biscuitbodem, 2 eieren (voorverwarmen)Vorm vruchtentaartbodem2150-17020-30
Biscuittaart, 6 eieren (voorverwarmen)Springvorm2150-17040-50
Bodem zandtaartdeeg met randSpringvorm1180-20025-35
Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg*Springvorm1160-18070-90
Zwitserse vruchtentaartPizzaplaat1220-24035-45
TulbandTulbandvorm2150-17060-70
Pizza, dunne bodem met weinig bedekking (voorverwarmen)Pizzaplaat1280-30010-15
Hartig gebak* Springvorm 1
* Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen.
170-19045-55
Gebak op de plaatToebehorenHoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Roerdeeg met droge bedekkingBakplaat2170-19020-30
Braadslede + bakplaat3+1150-17035-45
Roerdeeg met vochtige bedekking, vruchtenBraadslede2170-19025-35
Braadslede + bakplaat3+1140-16040-50
Gistdeeg met droge bedekkingBakplaat3170-18025-35
Braadslede + bakplaat3+1150-17035-45
Gistdeeg met vochtige bedekking,Braadslede3160-18040-50

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

vruchten

Braadslede + bakplaat 3+1 150-160 50-60

Pagina 21

Gebak op de plaatToebehorenHoogte VerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Zandtaartdeeg met droge bedekking Bakplaat1180-20020-30
Zandtaartdeeg met vochtige bedek- Braadslede king, vruchten2160-18060-70
Zwitserse vruchtentaartBraadslede1210-23040-50
Biscuitrol (voorverwarmen)Bakplaat2170-19015-20
Broodvlecht van 500 g bloemBakplaat2170-19025-35
Kerststol van 500 g bloemBakplaat3160-18060-70
Kerststol van 1 kg bloemBakplaat3150-17090-100
Strudel, zoetBraadslede2190-21055-65
PizzaBakplaat2200-22025-35
Braadslede + bakplaat3+1180-20040-50
Flammkuchen (voorverwarmen) Braadslede2280-30010-12
BörekBraadslede2180-20040-50
Klein gebakToebehorenHoogte VerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
KoekjesBakplaat3140-16015-25
Braadslede + bakplaat3+1130-15025-35
2 bakplaten + braadslede5+3+1130-15030-40
Sprits (voorverwarmen)Bakplaat3140-15030-40
Bakplaat3140-15025-35
Braadslede + bakplaat3+1140-15030-45
2 bakplaten + braadslede5+3+1130-14035-50
BitterkoekjesBakplaat2110-13030-40
Braadslede + bakplaat3+1100-12035-45
2 bakplaten + braadslede5+3+1100-12040-50
SchuimgebakBakplaat380-100100-150
MuffinsRooster met muffinplaat3180-20020-25
2 roosters met muffinplaten3+1160-18025-30
Deeg van bijv. soesjesBakplaat2210-23030-40
BladerdeeggebakBakplaat3180-20020-30
Braadslede + bakplaat3+1180-20025-35
2 bakplaten + braadslede5+3+1170-19035-45
GistdeeggebakBakplaat2190-21020-30
Braadslede + bakplaat3+1160-18025-35
Brood en broodjes
Bij het bakken van brood de oven voorverwarmen, wanneer er niet iets anders aangegeven is.
Giet nooit water in de hete oven.
Brood en broodjesToebehorenHoogte VerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in minuten
Gistbrood van 1,2 kg bloemBraadslede2300 2005 30-40
Zuurdeegbrood van kg bloemBraadslede2300 2008 35-45
Plat rond broodBraadslede230010-15
Broodjes (niet voorverwarmen)Bakplaat320020-30
Broodjes van gistdeeg, zoetBakplaat3180-20015-20
Braadslede + bakplaat3+1150-17020-30

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

Pagina 22

Tips voor het bakken

U wilt bakken volgens uw eigen recept.Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak.
Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is.Prik ca. 10 voor het einde van de in het recept vermelde baktijd met een stokje in het hoogste punt van het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar.
Het gebak zakt in.Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in.Houd rekening met de omroertijden in het recept.
Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen.De rand van de springvorm niet invetten. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes.
Het gebak wordt te donker aan de bovenkant.Plaats het verder naar binnen, kies een lagere temperatuur en bak het iets langer.
Het gebak is te droog.Als het gebak klaar is, prikt u er met een prikker kleine gaatjes in. Vervolgens bedruppelt u het met vruchtensap of alcohol. Stel de temperatuur de volgende keer 10 graden hoger in en houd een kortere baktijd aan.
Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen).Gebruik de volgende keer wat minder vloeistof en bak iets langer bij een wat lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. Houd u aan de recepten en baktijden.
Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden.Kies een wat lagere temperatuur, dan wordt het gebak gelijkmatiger bruin. Gebruik bij kwetsbaar gebak boven- en onderwarmte op één niveau. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed op de plaat past.
Het vruchtengebak is te licht aan de onderkant.Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager.
Het sap van de vruchten stroomt over.Gebruik, indien beschikbaar, de volgende keer de diepere braadslede.
Klein gebak van gistdeeg plakt bij het bakken aan elkaar.Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats en kan het gebak goed rijzen en helemaal bruin worden.
U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste.Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus altijd 3D­hetelucht . Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Bij het bakken van vochtig gebak ontstaat er condenswater.Bij het bakken kan waterdamp ontstaan. Deze komt vrij via de deur. De waterdamp kan neerslaan op het bedieningspaneel of op het meubilair en als condens neerdruppelen. Dit is normaal.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

Vlees, gevogelte, vis

Vormen

U kunt alle vormen gebruiken die hittebestendig zijn. Voor grote stukken vlees is ook de braadslede geschikt.

Het meest geschikt zijn vormen van glas. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit

Gebruikt u geëmailleerde braadpannen, voeg dan wat meer vloeistof toe.

Bij braadgerei van roestvrij staal wordt het gerecht niet zo erg bruin en kan het vlees wat minder gaar zijn. Houd langere bereidingstijden aan.

Opgaven in de tabellen:

Vorm zonder deksel = open

Vorm met deksel = gesloten

Zet de vorm altijd midden op het rooster.

Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.

Braden

Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca. ½ cm bedekt te zijn.

Voeg aan stoofvlees royaal vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca 1 - 2 cm bedekt te zijn.

De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen. Wanneer u vlees in geëmailleerde braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.

Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of een langere bereidingstijd aan.

Grillen

Verwarm bij het grillen ca. 3 minuten voor alvorens het gerecht in de binnenruimte te plaatsen.

Gril altijd in een gesloten oven.

Gebruik zoveel mogelijk gelijke stukken om te grillen. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Keer de grillstukken na van de bereidingstijd.

Zout de steaks pas na het grillen.

Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster. Als u één stuk vlees wilt grillen, lukt dit het best wanneer u het midden op het rooster legt.

Plaats ook de braadslede op hoogte 1.Het vleessap wordt opgevangen en de oven blijft schoner.

De bakplaat of braadslede bij het grillen niet op hoogte 4 of 5 plaatsen. Door de sterke hitte vervormen ze en bij verwijdering kunnen ze de binnenruimte beschadigen.

Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.

Vlees

Draai stukken vlees na de helft van de tijd om.

Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen.

Wikkel rosbief na de bereiding in aluminiumfolie en laat het 10 minuten in de oven nagaren.

Snijd bij varkensvlees met zwoerd, het zwoerd kruisgewijs in en leg het vlees eerst met het zwoerd naar beneden in de vorm.

Pagina 23

Vlees Gewicht Toebehoren en Hoogte vormen

Verwar- Temperatuur in Tijdsduur in mings- °C, grillstand minuten methode

Rundvlees
Gestoofd rundvlees1,0 kg 1,5 kg 2,0 kggesloten2200-220100
2190-210120
2180-200140
Runderfilet, medium1,0 kg 1,5 kgopen2210-23060
2200-22080
Rosbief, medium1,0 kgopen14220-24060
Steaks, 3 cm dik, mediumRooster + braadslede5+1315
Kalfsvlees
Gebraden kalfsvlees1,0 kg 1,5 kg 2,0 kgopen2190-210110
2180-200130
2170-190150
Kalfsschenkel1,5 kgopen2210-230140
Varkensvlees
Braadstuk zonder zwoerd (bijv. halsstuk).1,0 kg 1,5 kg 2,0 kgopen14190-210120
14180-200150
14170-190170
Braadstuk, met zwoerd (bijv. schouder)1,0 kg 1,5 kg 2,0 kgopen14190-210130
14180-200160
14170-190190
Varkensfricandeau500 gRooster + braadslede3+14230-24030
Varkensvlees, mager1,0 kg 1,5 kg 2,0 kgopen2190-210120
2180-200140
2170-190160
Casselerrib met been1,0 kggesloten2210-23070
Steaks, 2 cm dikRooster + braadslede5+1315
Varkensmedaillons, 3 cm dikRooster + braadslede5+1310
Lamsvlees
Lamszadel met been1,5 kgopen24190-21060
Lamsbout zonder been, medium1,5 kgopen14160-180120
Wildbraad
Reerug met been1,5 kgopen2200-22050
Reebout zonder been1,5 kggesloten2210-230100
Wild zwijn1,5 kggesloten2180-200140
Hertenvlees1,5 kggesloten2180-200130
Konijn2,0 kggesloten2220-24060
Gehakt
Gebraden gehaktvan 500 g vleesopen14180-20080
Worstjes
WorstjesRooster + braadslede4+1315

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

← pagina's 3–12verder op pagina 24 →Inhoud