Bosch HBG73U550, tekst van de handleiding
Pagina's 13–23 van 32 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 3–12verder op pagina 24 →
Pagina 13
Zelfreiniging
Bij de zelfreiniging warmt de oven op tot ca. 500 °C. Op deze manier verbranden resten van het braden, grillen of bakken en hoeft u slechts nog de as uit de binnenruimte te verwijderen.
U kunt drie reinigingsstanden kiezen.
| Stand | Reinigingsgraad | Tijdsduur |
|---|---|---|
| 1 | licht | ca. 1 uur, 15 minuten |
| 2 | gemiddeld | ca. 1 uur, 30 minuten |
| 3 | intensief | ca. 2 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
Hoe sterker en ouder de verontreinigingen zijn, des te hoger moet de reinigingsstand zijn. Het is voldoende wanneer u de binnenruimte elke twee tot drie maanden reinigt. Zo nodig kunt u hem ook vaker reinigen Voor een reiniging is slechts ca. 2,5 - 4,7 kWh nodig.
Belangrijke aanwijzingen
Voor uw veiligheid vergrendelt de ovendeur automatisch. De ovendeur kan pas weer worden geopend wanneer de binnenruimte enigszins is afgekoeld en het slot-symbool van de vergrendeling verdwenen is.
Tijdens de zelfreiniging brandt de ovenlamp in de binnenruimte niet.
Risico van verbranding!
- De binnenruimte wordt tijdens de zelfreiniging zeer heet. Nooit de apparaatdeur openen of de vergrendelingshaak met de hand verschuiven. Het apparaat laten afkoelen. Zorg ervoor dat kinderen uit de buurt blijven.
- De buitenkant van het apparaat wordt tijdens de zelfreiniging zeer heet. De apparaatdeur nooit aanraken. Het apparaat laten afkoelen. Zorg ervoor dat kinderen uit de buurt blijven.
Risico van brand!
De buitenkant van het apparaat wordt tijdens de zelfreiniging zeer heet. Nooit brandbare voorwerpen, bijv. theedoeken aan de deurgreep hangen. Zorg ervoor dat de voorkant van het apparaat vrij blijft.
Voor de zelfreiniging
De binnenruimte moet leeg zijn. Neem de toebehoren, de vormen en rails uit de binnenruimte. In het hoofdstuk Onderhoud en reiniging kunt u lezen hoe de rails verwijderd worden. Wanneer de rails niet verwijderd zijn, klinkt er een signaal. De zelfreiniging start niet.
Maak de ovendeur en de randvlakken van de binnenruimte bij de deurdichting schoon. De dichting niet reinigen.
Risico van brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. Maak de binnenruimte en de toebehoren die u meereinigt met een vochtige doek schoon.
Toebehoren meereinigen
De rails zijn niet geschikt voor de zelfreiniging. Neem ze uit de binnenruimte. Wilt u toebehoren meereinigen, gebruik dan de accessoirehouders.
De accessoirehouders links en rechts inbrengen.
Hiermee kunt u geëmailleerde toebehoren, bijv. de braadslede, zonder antiaanbaklaag meereinigen. Altijd slechts één accessoire meereinigen.
Niet-geëmailleerde toebehoren, bijv. het rooster, zijn niet geschikt voor de zelfreiniging. Neem ze uit de binnenruimte.
Ernstig gezondheidsrisico!
Nooit platen en vormen met een antiaanbaklaag meereinigen. Door de grote hitte wordt de antiaanbaklaag vernietigd en ontstaan er giftige gassen.
Aanwijzing: Welke toebehoren geschikt zijn voor de zelfreiniging kunt u ook nakijken in de tabel voor extra toebehoren in het begin van de gebruiksaanwijzing.
Instellen
Wanneer u een reinigingsstand heeft gekozen, stelt u de oven in.
- 1. De functiekeuzeknop op Zelfreiniging zetten.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop de reinigingsgraad instellen.
Op het display verschijnt het tijdstip waarop de zelfreiniging klaar is en het symbool staat tussen haakjes. Na een paar seconden start de zelfreiniging. De tijdsuur loopt zichtbaar af en het symbool staat tussen haakjes. Het symbool verdwijnt.
Kort na de start vergrendelt de ovendeur. Op het display is het symbool verlicht. Pas wanneer het symbool verdwijnt, kan de ovendeur weer worden geopend.
De zelfreiniging is beëindigd
Op het display staat 00:00. De oven warmt niet meer op. De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. De oven is uitgeschakeld. De ovendeur kan pas weer worden geopend wanneer het symbool op het display verdwijnt.
Reinigingsstand veranderen
Na de start kan de reinigingsstand niet meer veranderd worden.
Zelfreiniging afbreken
De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. De oven is uitgeschakeld. De ovendeur kan pas weer worden geopend wanneer het symbool op het display verdwijnt.
Pagina 14
De eindtijd op een later tijdstip zetten
U kunt het tijdstip waarop de zelfreiniging eindigt verplaatsen. De zelfreiniging kan zo bijv. 's nachts plaatsvinden, zodat u de oven overdag kunt gebruiken.
Stel in volgens de beschrijving bij punt 1 en 2. Voor de zelfreiniging start met de toets of de eindtijd naar een later tijdstip verplaatsen.
De oven gaat over in de wachtstand. Op het display verschijnt het tijdstip waarop de zelfreiniging klaar is en het symbool
staat tussen haakjes. Wanneer de zelfreiniging start, loopt de tijdsduur zichtbaar af en het symbool staat tussen haakjes. Het symbool verdwijnt.
Na de zelfreiniging
Wanneer de binnenruimte afgekoeld is, verwijdert u de achtergebleven as met een vochtig doekje uit de binnenruimte.
Onderhoud en reiniging
Wanneer u de oven goed verzorgt en schoonmaakt, blijft hij lang mooi en intact. Hieronder wordt uitgelegd hoe u de oven op de juiste manier verzorgt en schoonmaakt.
Aanwijzingen
- Geringe kleurverschillen op de voorzijde van de oven zijn het gevolg van het gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
- Schaduwen op de ruit van de deur, die eruit zien als strepen, zijn lichtreflexen van de ovenlamp.
- Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
Schoonmaakmiddelen
Om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen beschadigd raken, dient u zich te houden aan de opgaven in de tabel. Gebruik
- geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen,
- geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen,
- geen harde schuur- of schoonmaaksponsjes,
- geen hogedrukreinigers of stoomstraalapparaten.
Was nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik goed uit.
| Bereik | Schoonmaakmiddelen |
|---|---|
| Voorkant van de oven | Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken. |
| Roestvrij staal | Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan gemakkelijk corrosie ontstaan. Bij de klantenservice of in de vakhandel zijn speciale schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal verkrijgbaar die geschikt zijn voor warme oppervlakken. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. |
| Ruiten van de deur | Glasreiniger: met een zachte doek schoonmaken. Geen schraper gebruiken. |
| Deurafscherming | Schoonmaakmiddel voor roestvrij staal (verkrijgbaar bij de klantenservice of in de vakhandel): Neem de gegevens van de fabrikant in acht. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
| Bereik | Schoonmaakmiddelen |
|---|---|
| Binnenruimte | Warm zeepsop of water met azijn: met een schoonmaakdoekje reinigen. Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken. Alleen gebruiken in de onverwarmde binnenruimte. U kunt het best de zelfreiniging gebruiken. Neem hierbij de aanwijzingen van het hoofdstuk Zelfreiniging in acht! |
| Glazen afscherming van de ovenlamp | Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje reinigen. |
| Inhangroosters | Warm zeepsop: laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel. |
| Telescooprails | Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. Verwijder het smeervet niet van de uitschuifrails. U kunt ze het beste reinigen wanneer ze ingeschoven zijn. Niet laten weken, in de vaatwasmachine schoonmaken of bij de zelfreiniging meereinigen. De rails zouden beschadigd raken en blokkeren. |
| Toebehoren | Warm zeepsop: laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
Inschuifrails verwijderen en bevestigen
U kunt de rails voor het reinigen verwijderen. De oven dient afgekoeld te zijn.
Inschuifrails verwijderen
- 1. Rail voor optillen 2.en uit de geleiders nemen (Afbeelding A).
- 3. Hierna de hele rail naar voren trekken 4.en verwijderen (Afbeelding B).
Maak de rails schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.
Pagina 15
Inhangroosters bevestigen
- 1. Inhangrooster eerst in de achterste bus plaatsen, iets naar achteren drukken (Afbeelding A)
- 2. en vervolgens in de voorste bus plaatsen (Afbeelding B).
De inhangroosters passen alleen links of rechts. Let erop dat evenals in afbeelding B hoogte 1 en 2 beneden is en hoogte 3, 4 en 5 boven. De uitschuifbare rail moet naar voren kunnen worden uitgetrokken.
Ovendeur verwijderen en inbrengen
Om de deurruiten schoon te maken en te demonteren, kunt u de ovendeur verwijderen.
De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhendels zijn dichtgeklapt (Afbeelding A), is de ovendeur beveiligd. Hij kan niet worden verwijderd. Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de ovendeur opengeklapt zijn (B), zijn de scharnieren beveiligd. Ze kunnen niet dichtklappen.
Deur inbrengen
De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.
- 1. Let er bij het inbrengen van de ovendeur op dat beide scharnieren recht in de opening worden geleid (Afbeelding A).
- 2. De keep op het scharnier dient aan beide kanten in te klikken (Afbeelding B).
- 3. Beide blokkeerhendels weer dichtklappen (Afbeelding C). Ovendeur sluiten.
Risico van letsel!
Wanneer de ovendeur er per ongeluk uitvalt of een scharnier dichtklapt, het scharnier niet met uw hand aanraken. Neem contact op met de klantenservice.
Deurafscherming afnemen
Risico van letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, klappen ze met grote kracht dicht. Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, en bij het verwijderen van de ovendeur helemaal opengeklapt.
Deur verwijderen
- 1. Ovendeur helemaal openen.
- 2. Beide blokkeerhendels links en rechts openklappen (Afbeelding A).
- 3. Ovendeur tot de aanslag sluiten. Met beide handen links en rechts vastpakken. Nog wat verder sluiten en uitnemen (Afbeelding B).
De afscherming op de ovendeur kan verkleurd raken. Om de ovendeur grondig schoon te maken kunt u de afscherming verwijderen.
- 1. Ovendeur helemaal openen.
- 2. Afscherming van de ovendeur eraf schroeven. Hiervoor de schroeven aan de linker- en rechterkant losdraaien (Afbeelding A).
- 3. Afscherming afnemen (Afbeelding B).
Let erop dat de ovendeur niet gesloten wordt zolang de afscherming afgenomen is. De binnenruit kan beschadigd worden.
De afscherming schoonmaken met een reinigingsproduct voor roestvrij staal.
- 4. Afscherming weer terugplaatsen en bevestigen.
- 5. Ovendeur sluiten.
Pagina 16
Deurruiten verwijderen en inbrengen
Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de ovendeur uitnemen.
Let er bij het verwijderen van de binnenruiten op in welke volgorde u de ruiten eruit neemt. U brengt de ruiten weer in de juiste volgorde in door te letten op het nummer dat erop staat.
Verwijderen
- 1. Ovendeur verwijderen en met de handgreep naar beneden op een doek leggen.
- 2. De afscherming bovenaan de ovendeur eraf schroeven. Hiervoor de schroeven aan de linker- en rechterkant losdraaien (Afbeelding A).
- 3. Bovenste ruit optillen en naar buiten trekken, en de beide kleine afdichtingen afnemen (Afbeelding B).
- 4. De grote klemmen rechts en links losschroeven. De ruit optillen en de klemmen van de ruit afnemen (Afbeelding C).
- 5. Afdichting onder aan de ruit afnemen (Afbeelding D). Hierbij aan de afdichting trekken en naar boven uitnemen. Ruit eruit trekken.
- 6. Onderste ruit er schuin naar boven uittrekken.
- 7. De schroeven links en rechts op het plaatdeel NIET afschroeven (Afbeelding E).
Reinig de ruiten met glasreiniger en een zachte doek.
Risico van letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
Inbrengen
Let er bij het inbrengen op dat bij beide ruiten “right above“ linksonder ondersteboven staat.
- 1. Onderste ruit schuin naar achteren inschuiven (Afbeelding A).
- 2. Middelste ruit inschuiven (Afbeelding B).
- 3. Borgveren rechts en links op de ruit plaatsen, zo uitlijnen dat de veren zich boven het schroefgat bevinden en vastschroeven (Afbeelding C).
- 4. Afdichting onder aan de ruit weer inhaken (Afbeelding D).
- 5. Bovenste ruit schuin naar achteren in de beide houders schuiven. Let erop dat u hierbij de afdichting niet naar achteren schuift (Afbeelding E).
- 6. De beide kleine afdichtingen links en rechts weer aan de ruit bevestigen (Afbeelding F).
- 7. De afscherming plaatsen en vastschroeven.
- 8. Ovendeur inbrengen.
Gebruik de oven pas weer wanneer de ruiten naar behoren zijn ingezet.
Pagina 17
Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Raadpleeg de volgende tabel voordat u contact opneemt met de servicedienst. Wellicht kunt u zelf de storing verhelpen.
Storingstabel
Wanneer een gerecht niet goed gelukt is, lees hier dan het hoofdstuk Voor u in onze kookstudio getest op na. Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing/aanwijzing |
|---|---|---|
| De oven functioneert niet. | De zekering is defect. | Kijk in de meterkast na of de zekering in orde is. |
| De stroom is uitgevallen. | Controleer of het keukenlicht of andere keukenapparaten functioneren. | |
| Op het display zijn 0 en vier nullen verlicht. | De stroom is uitgevallen. | Stel de tijd opnieuw in. |
| De oven warmt niet op. | Er zit stof op de contacten. | Draai de schakelaars meerdere keren heen en weer. |
| De ovendeur kan niet worden geopend. Op het display is het symbool verlicht. | De ovendeur is door de zelfreiniging vergrendeld. | Wacht totdat de oven is afgekoeld en het symbool verdwenen is. |
| De oven warmt niet op. De dubbele punt op het display knippert. | De oven bevindt zich in de demonstratiemodus. | De zekering in de meterkast uitschakelen en na 20 seconden weer inschakelen. Nu binnen ca. 2 minuten de toets ca. 4 seconden lang indrukken tot de dubbele punt constant verlicht is. |
| Op het display verschijnt F8. | De automatische uitschakeling is geactiveerd. | Draai de functiekeuzeknop op de nulstand. |
| Foutmeldingen | ||
| Wanneer op het display een foutmelding met verschijnt, drukt u op de toets 0. Stel vervolgens de tijd opnieuw in. Neem contact op met de klantenservice wanneer de foutmelding weer verschijnt. | ||
| Bij de volgende foutmeldingen kunt u het probleem zelf oplossen. | ||
| Foutmelding | Mogelijke oorzaak | Oplossing/aanwijzing |
| Er is een toets te lang ingedrukt of bedekt. | Druk alle toetsen afzonderlijk in. Controleer of er een toets klem zit of bedekt of vervuild is. | |
| De temperatuur in de oven is te hoog. | De ovendeur vergrendelt en het verwarmen van de oven wordt onderbroken. Wacht tot de oven is afgekoeld. Druk op de toets 0 en stel de tijd opnieuw in. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.
Ovenlamp aan het plafond vervangen
Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige reservelampen, 40 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Gebruik uitsluitend originele lampen.
Kans op een elektrische schok!
Zekering in de meterkast uitschakelen.
- 1. Theedoek in de onverwarmde oven leggen, om schade te voorkomen.
- 2. Glazen afscherming verwijderen. Hiervoor met de duimen de metalen strippen naar achteren drukken (Afbeelding A).
- 3. De lamp eruit draaien en vervangen door een lamp van hetzelfde type (Afbeelding B).
- 4. Glazen afscherming weer terugplaatsen. Hierbij met één kant inbrengen en de andere kant vast aandrukken. Het glas zit nu vast.
- 5. Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
Glazen afscherming
Als de glazen afscherming beschadigd is, dient hij te worden vervangen. Passende glazen afschermingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het productnummer (Enr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat.
Pagina 18
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.
Enummer en FDnummer
Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u rechts, aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
Enr. FD-nr.
Servicedienst
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4010
Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.
Energie en milieu
Uw nieuwe apparaat is bijzonder energie-efficiënt. Hier krijgt u informatie over de energiegeoptimaliseerde verwarmingsmethode Hetelucht eco. Daarnaast vindt u tips over de mogelijkheid om bij het gebruik van uw apparaat nog meer energie te besparen en over de wijze om het milieuvriendelijk af te voeren.
Verwarmingsmethode Hetelucht eco
Met de energie-efficiënte verwarmingsmethode Hetelucht eco kunt u talrijke gerechten klaarmaken op één niveau. De ventilator verdeelt de energiegeoptimaliseerde warmte van het ronde verwarmingselement in de achterwand gelijkmatig in de binnenruimte. Bakken, braden en garen lukt zonder voorverwarmen.
Aanwijzingen
- Plaats de gerechten in de onverwarmde, lege binnenruimte. Alleen dan werkt de energieoptimalisatie.
- Open de ovendeur tijdens de bereiding alleen wanneer dit noodzakelijk is.
Toebehoren
Gerechten met hetelucht eco /
Tabel
In de tabel vindt u een keur aan gerechten die het best geschikt zijn voor Hetelucht eco. U krijgt informatie over geschikte temperaturen en baktijden. U kunt zien welke toebehoren en welk inschuifniveau geschikt zijn.
Temperatuur en baktijd zijn afhankelijk van de hoeveelheid, de vorm en de kwaliteit van de levensmiddelen. Daarom zijn in de tabellen bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Zet de vorm altijd midden op het rooster. Plaatst u levensmiddelen direct op het rooster, schuif dan ook de braadslede in op hoogte 1. Vet en vocht worden opgevangen en de oven blijft schoner.
Hoogte
Temperatuur Tijdsduur in °C in minuten
| Taart, cake en gebak | ||||
|---|---|---|---|---|
| Roerdeeg op de plaat met droge bedekking | Bakplaat | 3 | 170-190 | 25-35 |
| Roerdeeg in vormen | Rechthoekige bakvorm | 2 | 160-180 | 50-60 |
| Taartbodem, roerdeeg | Vorm vruchtentaartbodem | 2 | 160-180 | 20-30 |
| Vruchtentaart fijn, roerdeeg | Springvorm/tulbandvorm | 2 | 160-180 | 50-60 |
| Gistdeeg op de plaat met droge bedekking | Bakplaat | 3 | 170-190 | 25-35 |
| Zandtaartdeeg op de plaat met droge bedekking | Bakplaat | 3 | 180-200 | 20-30 |
| Biscuitrol | Bakplaat | 3 | 170-190 | 15-25 |
| Biscuitbodem, 2 eieren | Vorm vruchtentaartbodem | 2 | 150-170 | 20-30 |
| Biscuittaart (6 eieren) | Springvorm | 2 | 150-170 | 40-50 |
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 3 | 180-200 | 20-30 |
| Koekjes | Bakplaat | 3 | 130-150 | 15-25 |
| Sprits | Bakplaat | 3 | 140-150 | 30-45 |
| Branddeeggebak, bijv. soesjes | Bakplaat | 3 | 210-230 | 35-45 |
| Broodjes, roggemeel | Bakplaat | 3 | 200-220 | 20-30 |
Pagina 19
Toebehoren Hoogte
Gerechten met hetelucht eco / Temperatuur Tijdsduur in °C in minuten
| Ovenschotels | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gegratineerde aardappels | Ovenschaal | 2 | 160-180 | 60-80 | |
| Lasagne | Ovenschaal | 2 | 180-200 | 40-50 | |
| Diepvriesproducten | |||||
| Pizza, dunne bodem | Braadslede | 3 | 190-210 | 15-25 | |
| Pizza, dikke bodem | Braadslede | 2 | 180-200 | 20-30 | |
| Frites | Braadslede | 3 | 200-220 | 20-30 | |
| Chicken wings | Braadslede | 3 | 220-240 | 20-30 | |
| Vissticks | Braadslede | 3 | 220-240 | 10-20 | |
| Voorgebakken broodjes | Braadslede | 3 | 180-200 | 10-15 | |
| Vlees | |||||
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 2 | 190-210 | 130-150 | |
| Gebraden varkensvlees, nek, 1 kg | Open vorm | 2 | 190-210 | 110-130 | |
| Gebraden kalfsvlees, bovenbout, 1,5 | kg | Open vorm | 2 | 190-210 | 110-130 |
| Vis | |||||
| Dorade, 2 stuks à 750 g | Braadslede | 2 | 170-190 | 50-60 | |
| Dorade in zoutkorst, 900 g | Braadslede | 2 | 170-190 | 60-70 | |
| Snoek, 1000 g | Braadslede | 2 | 170-190 | 60-70 | |
| Forel, 2 stuks à 500 g | Braadslede | 2 | 170-190 | 45-55 | |
| Visfilet, per stuk 100 g | Gesloten vorm | 2+1 | 190-210 | 30-40 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
Energie besparen
- De oven alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabellen van de gebruiksaanwijzing is opgegeven.
- Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op.
- Open de ovendeur tijdens het garen, bakken of braden zo weinig mogelijk.
- Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De oven is dan nog warm. Daardoor is de baktijd voor het tweede gerecht korter. U kunt ook 2 rechthoekige bakvormen naast elkaar in de oven plaatsen.
- Bij langere bereidingstijden kunt u de oven 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.
Aanwijzingen
- De tabel geldt altijd voor producten die in de onverwarmde en lege binnenruimte worden geplaatst.
Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.
- De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
- Maak gebruik van de meegeleverde toebehoren. Bij de klantenservice of in de vakhandel kunt u toebehoren of extra toebehoren kopen.
Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.
- Gebruik altijd een pannenlap wanneer u hete toebehoren of vormen uit de oven neemt.
Gebak
Bakken op één niveau
Met boven en onderwarmte lukt het gebak het beste.
Wanneer u met 3D-hetelucht bakt, dient u de volgende inschuifhoogtes voor de toebehoren te gebruiken:
- Gebak in vormen: hoogte
- Gebak op de plaat: hoogte
Pagina 20
| Bakken op meerdere niveaus | Bakvormen |
|---|---|
| Gebruik 3Dhetelucht . | Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen. |
| Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveaus | Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin. |
| ■ Braadslede: hoogte | |
| Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de | |
| ■ Bakplaat: hoogte | informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van |
| Inschuifhoogtes bij het bakken op 3 niveaus | silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken. |
| ■ Bakplaat: hoogte 5 | |
| ■ Braadslede: hoogte | Tabellen |
| ■ Bakplaat: hoogte | In de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn |
| Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. | afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de |
| In de tabellen vindt u talrijke voorstellen voor uw gerechten. | laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de |
| Wanneer u met 3 rechthoekige bakvormen tegelijk bakt, zet deze dan zoals op de afbeelding aangegeven op het rooster. | volgende keer hoger in. |
| De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt. | |
| Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
| Gebak in vormen | Vorm | Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Cake, eenvoudig | Krans/rechthoekige vorm | 2 | 160-180 | 50-60 | |
| 3 cakevormen | 3+1 | 140-160 | 60-80 | ||
| Cake, fijn | Krans/rechthoekige vorm | 2 | 150-170 | 60-70 | |
| Taartbodem, roerdeeg | Vorm vruchtentaartbodem | 3 | 160-180 | 20-30 | |
| Vruchtentaart fijn, roerdeeg | Springvorm/tulbandvorm | 2 | 160-180 | 50-60 | |
| Biscuitbodem, 2 eieren (voorverwarmen) | Vorm vruchtentaartbodem | 2 | 150-170 | 20-30 | |
| Biscuittaart, 6 eieren (voorverwarmen) | Springvorm | 2 | 150-170 | 40-50 | |
| Bodem zandtaartdeeg met rand | Springvorm | 1 | 180-200 | 25-35 | |
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg* | Springvorm | 1 | 160-180 | 70-90 | |
| Zwitserse vruchtentaart | Pizzaplaat | 1 | 220-240 | 35-45 | |
| Tulband | Tulbandvorm | 2 | 150-170 | 60-70 | |
| Pizza, dunne bodem met weinig bedekking (voorverwarmen) | Pizzaplaat | 1 | 280-300 | 10-15 | |
| Hartig gebak* Springvorm 1 * Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen. | 170-190 | 45-55 | |||
| Gebak op de plaat | Toebehoren | Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Roerdeeg met droge bedekking | Bakplaat | 2 | 170-190 | 20-30 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 35-45 | ||
| Roerdeeg met vochtige bedekking, vruchten | Braadslede | 2 | 170-190 | 25-35 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-160 | 40-50 | ||
| Gistdeeg met droge bedekking | Bakplaat | 3 | 170-180 | 25-35 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 35-45 | ||
| Gistdeeg met vochtige bedekking, | Braadslede | 3 | 160-180 | 40-50 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
vruchten
Braadslede + bakplaat 3+1 150-160 50-60
Pagina 21
| Gebak op de plaat | Toebehoren | Hoogte Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | |
|---|---|---|---|---|---|
| Zandtaartdeeg met droge bedekking Bakplaat | 1 | 180-200 | 20-30 | ||
| Zandtaartdeeg met vochtige bedek- Braadslede king, vruchten | 2 | 160-180 | 60-70 | ||
| Zwitserse vruchtentaart | Braadslede | 1 | 210-230 | 40-50 | |
| Biscuitrol (voorverwarmen) | Bakplaat | 2 | 170-190 | 15-20 | |
| Broodvlecht van 500 g bloem | Bakplaat | 2 | 170-190 | 25-35 | |
| Kerststol van 500 g bloem | Bakplaat | 3 | 160-180 | 60-70 | |
| Kerststol van 1 kg bloem | Bakplaat | 3 | 150-170 | 90-100 | |
| Strudel, zoet | Braadslede | 2 | 190-210 | 55-65 | |
| Pizza | Bakplaat | 2 | 200-220 | 25-35 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 180-200 | 40-50 | ||
| Flammkuchen (voorverwarmen) Braadslede | 2 | 280-300 | 10-12 | ||
| Börek | Braadslede | 2 | 180-200 | 40-50 | |
| Klein gebak | Toebehoren | Hoogte Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | |
| Koekjes | Bakplaat | 3 | 140-160 | 15-25 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 130-150 | 25-35 | ||
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-150 | 30-40 | ||
| Sprits (voorverwarmen) | Bakplaat | 3 | 140-150 | 30-40 | |
| Bakplaat | 3 | 140-150 | 25-35 | ||
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-150 | 30-45 | ||
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-140 | 35-50 | ||
| Bitterkoekjes | Bakplaat | 2 | 110-130 | 30-40 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 100-120 | 35-45 | ||
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 100-120 | 40-50 | ||
| Schuimgebak | Bakplaat | 3 | 80-100 | 100-150 | |
| Muffins | Rooster met muffinplaat | 3 | 180-200 | 20-25 | |
| 2 roosters met muffinplaten | 3+1 | 160-180 | 25-30 | ||
| Deeg van bijv. soesjes | Bakplaat | 2 | 210-230 | 30-40 | |
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 3 | 180-200 | 20-30 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 180-200 | 25-35 | ||
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 170-190 | 35-45 | ||
| Gistdeeggebak | Bakplaat | 2 | 190-210 | 20-30 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 160-180 | 25-35 | ||
| Brood en broodjes Bij het bakken van brood de oven voorverwarmen, wanneer er niet iets anders aangegeven is. | Giet nooit water in de hete oven. | ||||
| Brood en broodjes | Toebehoren | Hoogte Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | |
| Gistbrood van 1,2 kg bloem | Braadslede | 2 | 300 200 | 5 30-40 | |
| Zuurdeegbrood van kg bloem | Braadslede | 2 | 300 200 | 8 35-45 | |
| Plat rond brood | Braadslede | 2 | 300 | 10-15 | |
| Broodjes (niet voorverwarmen) | Bakplaat | 3 | 200 | 20-30 | |
| Broodjes van gistdeeg, zoet | Bakplaat | 3 | 180-200 | 15-20 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 20-30 | ||
Pagina 22
Tips voor het bakken
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. | Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak. |
| Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is. | Prik ca. 10 voor het einde van de in het recept vermelde baktijd met een stokje in het hoogste punt van het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar. |
| Het gebak zakt in. | Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in.Houd rekening met de omroertijden in het recept. |
| Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. | De rand van de springvorm niet invetten. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. |
| Het gebak wordt te donker aan de bovenkant. | Plaats het verder naar binnen, kies een lagere temperatuur en bak het iets langer. |
| Het gebak is te droog. | Als het gebak klaar is, prikt u er met een prikker kleine gaatjes in. Vervolgens bedruppelt u het met vruchtensap of alcohol. Stel de temperatuur de volgende keer 10 graden hoger in en houd een kortere baktijd aan. |
| Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen). | Gebruik de volgende keer wat minder vloeistof en bak iets langer bij een wat lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. Houd u aan de recepten en baktijden. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een wat lagere temperatuur, dan wordt het gebak gelijkmatiger bruin. Gebruik bij kwetsbaar gebak boven- en onderwarmte op één niveau. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed op de plaat past. |
| Het vruchtengebak is te licht aan de onderkant. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. |
| Het sap van de vruchten stroomt over. | Gebruik, indien beschikbaar, de volgende keer de diepere braadslede. |
| Klein gebak van gistdeeg plakt bij het bakken aan elkaar. | Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats en kan het gebak goed rijzen en helemaal bruin worden. |
| U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste. | Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus altijd 3Dhetelucht . Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. |
| Bij het bakken van vochtig gebak ontstaat er condenswater. | Bij het bakken kan waterdamp ontstaan. Deze komt vrij via de deur. De waterdamp kan neerslaan op het bedieningspaneel of op het meubilair en als condens neerdruppelen. Dit is normaal. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Vlees, gevogelte, vis
Vormen
U kunt alle vormen gebruiken die hittebestendig zijn. Voor grote stukken vlees is ook de braadslede geschikt.
Het meest geschikt zijn vormen van glas. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit
Gebruikt u geëmailleerde braadpannen, voeg dan wat meer vloeistof toe.
Bij braadgerei van roestvrij staal wordt het gerecht niet zo erg bruin en kan het vlees wat minder gaar zijn. Houd langere bereidingstijden aan.
Opgaven in de tabellen:
Vorm zonder deksel = open
Vorm met deksel = gesloten
Zet de vorm altijd midden op het rooster.
Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Braden
Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca. ½ cm bedekt te zijn.
Voeg aan stoofvlees royaal vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca 1 - 2 cm bedekt te zijn.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen. Wanneer u vlees in geëmailleerde braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of een langere bereidingstijd aan.
Grillen
Verwarm bij het grillen ca. 3 minuten voor alvorens het gerecht in de binnenruimte te plaatsen.
Gril altijd in een gesloten oven.
Gebruik zoveel mogelijk gelijke stukken om te grillen. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Keer de grillstukken na van de bereidingstijd.
Zout de steaks pas na het grillen.
Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster. Als u één stuk vlees wilt grillen, lukt dit het best wanneer u het midden op het rooster legt.
Plaats ook de braadslede op hoogte 1.Het vleessap wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
De bakplaat of braadslede bij het grillen niet op hoogte 4 of 5 plaatsen. Door de sterke hitte vervormen ze en bij verwijdering kunnen ze de binnenruimte beschadigen.
Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
Vlees
Draai stukken vlees na de helft van de tijd om.
Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen.
Wikkel rosbief na de bereiding in aluminiumfolie en laat het 10 minuten in de oven nagaren.
Snijd bij varkensvlees met zwoerd, het zwoerd kruisgewijs in en leg het vlees eerst met het zwoerd naar beneden in de vorm.
Pagina 23
Vlees Gewicht Toebehoren en Hoogte vormen
Verwar- Temperatuur in Tijdsduur in mings- °C, grillstand minuten methode
| Rundvlees | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gestoofd rundvlees | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | gesloten | 2 | 200-220 | 100 | |
| 2 | 190-210 | 120 | ||||
| 2 | 180-200 | 140 | ||||
| Runderfilet, medium | 1,0 kg 1,5 kg | open | 2 | 210-230 | 60 | |
| 2 | 200-220 | 80 | ||||
| Rosbief, medium | 1,0 kg | open | 1 | 4 | 220-240 | 60 |
| Steaks, 3 cm dik, medium | Rooster + braadslede | 5+1 | 3 | 15 | ||
| Kalfsvlees | ||||||
| Gebraden kalfsvlees | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | open | 2 | 190-210 | 110 | |
| 2 | 180-200 | 130 | ||||
| 2 | 170-190 | 150 | ||||
| Kalfsschenkel | 1,5 kg | open | 2 | 210-230 | 140 | |
| Varkensvlees | ||||||
| Braadstuk zonder zwoerd (bijv. halsstuk). | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | open | 1 | 4 | 190-210 | 120 |
| 1 | 4 | 180-200 | 150 | |||
| 1 | 4 | 170-190 | 170 | |||
| Braadstuk, met zwoerd (bijv. schouder) | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | open | 1 | 4 | 190-210 | 130 |
| 1 | 4 | 180-200 | 160 | |||
| 1 | 4 | 170-190 | 190 | |||
| Varkensfricandeau | 500 g | Rooster + braadslede | 3+1 | 4 | 230-240 | 30 |
| Varkensvlees, mager | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | open | 2 | 190-210 | 120 | |
| 2 | 180-200 | 140 | ||||
| 2 | 170-190 | 160 | ||||
| Casselerrib met been | 1,0 kg | gesloten | 2 | 210-230 | 70 | |
| Steaks, 2 cm dik | Rooster + braadslede | 5+1 | 3 | 15 | ||
| Varkensmedaillons, 3 cm dik | Rooster + braadslede | 5+1 | 3 | 10 | ||
| Lamsvlees | ||||||
| Lamszadel met been | 1,5 kg | open | 2 | 4 | 190-210 | 60 |
| Lamsbout zonder been, medium | 1,5 kg | open | 1 | 4 | 160-180 | 120 |
| Wildbraad | ||||||
| Reerug met been | 1,5 kg | open | 2 | 200-220 | 50 | |
| Reebout zonder been | 1,5 kg | gesloten | 2 | 210-230 | 100 | |
| Wild zwijn | 1,5 kg | gesloten | 2 | 180-200 | 140 | |
| Hertenvlees | 1,5 kg | gesloten | 2 | 180-200 | 130 | |
| Konijn | 2,0 kg | gesloten | 2 | 220-240 | 60 | |
| Gehakt | ||||||
| Gebraden gehakt | van 500 g vlees | open | 1 | 4 | 180-200 | 80 |
| Worstjes | ||||||
| Worstjes | Rooster + braadslede | 4+1 | 3 | 15 |