Bosch HCE748223, tekst van de handleiding
Pagina's 14–25 van 32 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 3–13verder op pagina 26 →
Pagina 14
- groep 2 = kookplaat rechts
Powerboost kan in elke groep slechts voor één kookzone worden gekozen. De tweede kookplaat mag niet in gebruik zijn. Is de tweede kookzone in gebruik, dan knipperen op het display afwisselend en . Powerboost wordt niet geactiveerd. De kookzone warmt op met kookstand 9.
Powerboost activeren
- 1. Kookstand 9 instellen
- 2. aanraken.
Op het display verschijnt . Powerboost is geactiveerd.
Powerboost deactiveren
Het symbool aanraken.
verdwijnt van het display. Powerboost is gedeactiveerd.
Aanwijzing: Powerboost schakelt automatisch uit wanneer het risico bestaat dat de kookplaat oververhit raakt.
Timer
U kunt de timer op twee verschillende manieren gebruiken:
- Een kookzone moet automatisch uitschakelen.
- Als kookwekker.
Een kookzone moet automatisch worden uitgeschakeld
Voer een tijdsduur voor de gewenste kookzone in. Na afloop van de tijdsduur schakelt de kookzone automatisch uit. U kunt een tijdsduur tot 99 minuten instellen.
- 1. De kookzone kiezen en de kookstand instellen.
- 2. Het symbool 0 aanraken.
In de timer-indicatie verschijnt min. Boven de kookstandindicatie is verlicht voor de tijdsduur.
Om een andere kookzone te kiezen het symbool 0 zo vaak aanraken tot boven de gewenste kookstand-indicatie verlicht is.
- 3. Het symbool of bij de timer aanraken. De voorgestelde waarde wordt weergegeven. Het symbool = 30 m
Het symbool = 10 minuten
!" #"
Basisinstellingen voor de kookplaat
Uw apparaat heeft verschillende basisinstellingen, die u altijd aan uw wensen kunt aanpassen.
- 4. Het symbool of weer aanraken tot de gewenste tijdsduur in de timer-indicatie verschijnt.
Na enkele seconden loopt de tijdsduur af.
Na afloop van de tijdsduur schakelt de kookzone uit. Er klinkt een signaal. In de timer-indicatie is min tien seconden verlicht. is helder verlicht. Raak het symbool 0 aan. De indicaties en het geluidssignaal verdwijnen.
Tijdsduur corrigeren of wissen: het symbool 0 zo vaak aanraken tot boven de betreffende kookstandindicatie helder verlicht is. Met het symbool of de tijdsduur veranderen of op min. zetten.
Tijdsduur voor een andere kookzone instellen:
Het symbool 0 zo vaak aanraken tot boven de betreffende kookstand-indicatie helder verlicht is. De tijdsduur instellen.
Tijdsduur voor meerdere kookzones laten weergeven: het symbool0 zo vaak aanraken tot boven de gewenste kookstandindicatie helder verlicht is. De resterende tijd voor deze kookzone wordt weergegeven.
Automatische timer
Met deze functie kunt u vooraf een tijdsduur voor alle kookzones instellen. Na het inschakelen van een kookzone loopt de vooraf ingestelde kookzone af. Na afloop van de tijdsduur schakelt de kookzone automatisch uit.
In het hoofdstuk Basisinstellingen kunt u nalezen hoe u de timer activeert.
U kunt de automatische timer voor een kookzone uitschakelen of de tijdsduur veranderen. Hiervoor het symbool 0 zo vaak aanraken tot boven de betreffende kookstandindicatie helder verlicht is. Met het symbool of de tijdsduur veranderen of naar min terugzetten.
Kookwekker
De wekker is onafhankelijk van alle andere instellingen op de kookplaat. Hij functioneert als een normale kookwekker. Als de ingestelde tijd verstreken is, klinkt er een signaal. U kunt een tijdsduur instellen tot 99 minuten.
- 1. Het symbool 0 zo vaak aanraken tot voor de wekker verlicht is.
In de timerindicatie verschijnt min.
- 2. Het symbool of aanraken.
De voorgestelde waarde wordt weergegeven. Het symbool : 10 minuten.
Het symbool : 05 minuten.
- 3. Met het symbool of de looptijd instellen.
Na afloop van de ingestelde tijd hoort u een signaal. In de timer-indicatie verschijnt min. is helder verlicht. Na 10 seconden verdwijnt de indicatie.
Looptijd corrigeren of wissen:
het symbool 0 zo vaak aanraken tot verlicht is.
Met het symbool of de tijd veranderen of op zetten.
Automatische uitschakeling
Is een kookzone lange tijd in gebruik en heeft u de instelling niet veranderd, dan wordt de automatische uitschakeling geactiveerd.
Het verwarmen van de kookzone wordt onderbroken. In de kookstandindicatie knipperen afwisselend en .
Het verwarmen blijft onderbroken tot u een willekeurig symbool aanraakt. De indicatie verdwijnt. U kunt opnieuw instellen.
Het tijdstip waarop de uitschakeling actief wordt, is afhankelijk van de ingestelde kookstand (1 tot 10 uur).
Pagina 15
| Indicatie Functie | Mogelijkheden |
|---|---|
| Automatisch kinderslot Na het uitschakelen wordt de kookplaat altijd geblokkeerd. | = nee* = ja |
| Geluidssignaal Korte toon die bevestigt dat er een symbool is aangeraakt of een lange toon die aangeeft dat de kookplaat verkeerd is bediend. | = alle geluidssignalen uitgeschakeld = bevestigingssignaal uitgeschakeld, signaal verkeerde bediening ingeschakeld = alle geluidssignalen ingeschakeld* |
| Automatische timer Alle kookzones schakelen na een vooraf ingestelde tijdsduur uit. | = uitgeschakeld* - = tijdsduur waarna de kookzones worden uitgeschakeld |
| Tijdsduur van het timer-einde signaal Het signaal geeft aan dat de tijd verstreken is of een kookzone automatisch is uitgeschakeld. | = 10 seconden* = 30 seconden = 1 minuut |
| Power-Management-functie Begrenst het totale vermogen van de kookplaat. Er zijn 18 standen. Bij elke stand naar beneden neemt het vermogen van de kookplaat met 500 W af. | = 1000 W laagste stand .- = 1500-9000 W = 9500 W hoogste stand* |
| Terugzetten naar de basisinstellingen Zet alle wijzigingen direct terug naar de basisinstellingen | = nee* = ja |
| * Basisinstelling Basisinstellingen wijzigen 3. Het symbool zo vaak aanraken tot de indicatie voor de De kookplaat dient uitgeschakeld te zijn. gewenste functie verschijnt, bijv. en . In de timer-indicatie wordt hiervoor de basisinstelling In de tabel kunt u nalezen bij welke functies u de basisinstelling weergegeven. kunt veranderen. 4. Met het symbool of rechts naast het symbool de 1. De kookplaat met de hoofdschakelaar inschakelen. basisinstelling veranderen. 2. In de volgende 10 seconden het symbool ca. De instelling verschijnt in de timer-indicatie. 4 seconden lang aanraken. In de kookstandindicatie rechts 5. Het symbool 4 seconden lang aanraken, tot de indicatie van het symbool knipperen en afwisselend. In de verdwijnt. timer-indicatie is de verlicht. Dit is de basisinstelling. De verandering wordt opgeslagen. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
Oven instellen
U heeft verschillende mogelijkheden om de oven in te stellen. Hier geven wij u uitleg over de manier waarop u de gewenste verwarmingsmethode en temperatuur of grillstand instelt. U kunt voor uw gerecht de tijdsduur en eindtijd instellen.
Wijzen van verwarmen en temperatuur
Voorbeeld op de afbeelding: 190 °C, boven-/onderwarmte .
- 1. Met de functiekiezer de gewenste wijze van verwarmen instellen.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop kunt u de temperatuur of de grillstand instellen.
De oven wordt opgewarmd.
Oven uitschakelen.
Functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
Instellingen veranderen
U kunt de verwarmingsmethode en temperatuur of grillstand op elk moment met de daarvoor bestemde keuzeknop veranderen.
De oven moet automatisch uitschakelen
Voer nu nog een bereidingstijd (tijdsduur) voor uw gerecht in. Voorbeeld in de afbeelding: instelling voor boven- en onderwarmte , 190 °C, tijdsduur 45 minuten.
- 1. Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode instellen.
Pagina 16
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop de temperatuur of de grillstand instellen.
- 3. De toets Klok 0 indrukken.
Het symbool Tijdsduur knippert.
- 4. Met de toets of de toets de tijdsduur instellen. De toets voorgestelde waarde = 30 minuten De toets voorgestelde waarde = 10 minuten
De bereidingstijd is afgelopen
Er klinkt een signaal. De oven schakelt zichzelf uit. De toets 0 tweemaal indrukken en de functiekeuzeknop uitzetten.
Instelling wijzigen
De toets Klok 0 indrukken. Met de toets + of de toets - de tijdsduur veranderen.
Het instellen afbreken
De toets Klok 0 indrukken. De toets - indrukken tot de indicatie op nul staat. De functiekeuzeknop uitzetten.
Tijdsduur instellen wanneer de tijd niet meer weergegeven wordt
De toets Klok 0 twee keer indrukken en instellen, zoals beschreven bij punt 4.
De oven schakelt automatisch in en uit
Let er op dat levensmiddelen die snel bederven niet te lang in de oven mogen staan.
Het voorbeeld in de afbeelding: instelling voor boven- en onderwarmte , 190 °C. Het is 10:45 uur. De bereidingstijd van het gerecht bedraagt 45 minuten en het moet om 12:45 uur klaar zijn.
- 1. Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode instellen.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop de temperatuur of de grillstand instellen.
Tijd instellen
Na de eerste aansluiting of na een stroomonderbreking knipperen op het display het symbool 0 en drie nullen. Stel de tijd in. De functiekeuzeknop dient uitgeschakeld te zijn.
- 3. De toets Klok 0 indrukken.
- 4. Met de toets of de toets de tijdsduur instellen.
- 5. De toets Klok 0 zo vaak indrukken tot het symbool Einde knippert.
Op het display ziet u wanneer het gerecht klaar is.
- 6. Met de toets de eindtijd op een later tijdstip zetten. Na enkele seconden wordt de instelling overgenomen. Op het display staat de eindtijd, totdat de oven start.
De bereidingstijd is afgelopen
Er klinkt een signaal. De oven schakelt zichzelf uit. De toets 0 tweemaal indrukken en de functiekeuzeknop uitzetten.
Aanwijzing: Zolang er een symbool knippert kunt u wijzigen. Wanneer het symbool verlicht is, is de instelling overgenomen.
Snelvoorverwarming
Met de snelvoorverwarming bereikt de oven de ingestelde temperatuur bijzonder snel.
Gebruik de snelvoorverwarming bij een ingestelde temperatuur boven 100 °C.
Om een gelijkmatig resultaat te krijgen, doet u het gerecht pas in de binnenruimte wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
- 1. De functiekeuzeknop op zetten.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop de gewenste temperatuur instellen.
Op het display is het symbool verlicht. De oven begint op te warmen.
Het snel voorverwarmen is beëindigd
Het symbool verdwijnt van het display. Plaats uw gerecht in de oven en stel de gewenste verwarmingsmethode in.
Pagina 17
Zo stelt u in
- 1. De toets Klok 0 indrukken.
Op het display verschijnt 12.00 uur en het symbool 0 knippert.
- 2. Met de toets + of de toets - de tijd instellen.
Na enkele seconden wordt de tijd overgenomen. Het symbool 0 verdwijnt.
Wijzigen van bijv. zomer- in wintertijd
De toets Klok 0 twee keer indrukken en wijzigen met de toets + of de toets -.
Kookwekker instellen
U kunt de wekker gebruiken als een kookwekker. Hij loopt onafhankelijk van de oven. De wekker heeft een speciaal signaal. Zo hoort u of de wekker of een tijdsduur van de oven afgelopen is. U kunt de wekker ook instellen wanneer het kinderslot actief is.
Zo stelt u in
- 1. De toets Kookwekker indrukken. Het symbool knippert.
- 2. Met de toets + of de toets - de wekkertijd instellen. Toets + voorgestelde waarde = 10 minuten. Toets + voorgestelde waarde = 5 minuten.
Na enige seconden start de wekker. Op het display is het symbool verlicht. De tijd loopt zichtbaar af.
Aan het einde van de ingestelde tijd
Er klinkt een signaal. De toets Kookwekker indrukken. De indicatie van de wekker gaat uit.
Wekkertijd veranderen
De toets Kookwekker indrukken. Met de toets + of de toets - de tijd veranderen.
Instelling wissen
De toets Kookwekker indrukken. De toets - indrukken tot de indicatie op nul staat.
De wekker en tijdsduur lopen gelijktijdig af
De symbolen zijn verlicht. De wekkertijd loopt zichtbaar op het display af.
Resterende tijd , Eindtijd of Tijd 0 opvragen:
de toets Tijd 0 zo vaak indrukken tot het betreffende symbool verschijnt.
De opgevraagde waarde verschijnt enkele seconden op het display.
Kinderslot
Oven
Om te voorkomen dat kinderen per ongeluk de oven inschakelen, is deze voorzien van een kinderslot.
Kinderslot in- en uitschakelen
De functiekeuzeknop dient uitgeschakeld te zijn.
Inschakelen: de toets Sleutel indrukken tot op het display het symbool verschijnt. Dit duurt ca. 4 seconden.
Uitschakelen: de toets Sleutel indrukken tot het symbool verdwijnt.
Aanwijzingen
- De wekker en de tijd kunt u altijd instellen.
- Na een stroomonderbreking is het ingestelde kinderslot opgeheven.
Onderhoud en reiniging
Wanneer u de kookplaat en de oven goed verzorgt en schoonmaakt, blijven ze lang mooi en intact. Hieronder leggen wij u uit hoe u beide op de juiste manier verzorgt en schoonmaakt.
Aanwijzingen
- Geringe kleurverschillen op de voorzijde van de oven zijn het gevolg van het gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
- Schaduwen op de ruit van de deur, die eruit zien als strepen, zijn lichtreflexen van de ovenlamp.
- Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
Schoonmaakmiddelen
Om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen beschadigd worden, dient u
zich te houden aan de volgende aanwijzingen. Gebruik
voor de kookplaat
- geen onverdunde middelen voor de vaatwas of reinigingsmiddelen voor de vaatwasmachine.
- geen schuurmiddelen, geen krassende sponzen.
- geen agressieve reinigingsmiddelen, zoals ovensprays of middelen om vlekken te verwijderen
- geen hogedrukreinigers of stoomstraalapparaten.
Gebruik
voor de oven
- geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen
- geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen
- geen harde schuur- of schoonmaaksponsjes
- geen hogedrukreinigers of stoomstraalapparaten.
Was nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik goed uit.
17
Pagina 18
| Bereik | Schoonmaakmiddelen |
|---|---|
| Buitenzijde apparaat | Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken. |
| Roestvrij staal | Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan gemakkelijk corrosie ontstaan. Bij de klantenservice of in de vakhandel zijn speciale schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal verkrijgbaar die geschikt zijn voor warme oppervlakken. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. |
| Kookplaat | Verzorging: beschermings- en onderhoudsmiddelen voor het glaskeramiek. Reiniging: schoonmaakmiddelen die geschikt zijn voor glaskeramiek. De aanwijzingen voor het schoonmaken op de verpakking in acht nemen. |
| • Schraper tegen sterke vervuiling: Ontgrendelen en alleen met het schrapermesje reinigen. Let op, het mes is heel scherp! Risico van letsel.. Na het reinigen weer sluiten. Beschadigde messen direct vervangen. | |
| Omlijsting van de kookplaat | Warm zeepsop: nooit schoonmaken met schraper, citroen of azijn. |
| Ruiten van de deur | Glasreiniger: met een zachte doek schoonmaken. Geen schraper gebruiken. |
| Binnenruimte | Warm zeepsop of water met azijn: met een schoonmaakdoekje reinigen. |
| Inschuifrails | Warm zeepsop: laten weken en met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. |
| Braadthermometer (afhankelijk van het type toestel) | Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. Niet afwassen in de vaatwasmachine. |
| Glazen afscherming van de ovenlamp | Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje reinigen. |
| Dichting Niet afnemen! | Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje reinigen. Niet schuren. |
| Toebehoren | Warm zeepsop: laten weken en met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. |
| Ovenlade | Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje reinigen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken
De achterwand in de oven is voorzien van een laagje zeer poreus keramiek. Spetters van het bakken en braden worden hiervan opgezogen en afgebroken terwijl de oven in gebruik is. Hoe hoger de temperatuur en hoe langer de oven wordt gebruikt, des te beter het resultaat.
Wanneer er ook na herhaald gebruik nog vuil zichtbaar is, gaat u als volgt te werk:
- 1. Bodem, plafond en zijwanden van de binnenruimte zorgvuldig schoonmaken.
2.3D-hetelucht instellen.
- 3. De lege, gesloten oven gedurende ongeveer 2 uur op maximale temperatuur houden.
De keramiekbedekking wordt geregenereerd. Bruinachtige of witachtige resten kunt u, wanneer de binnenruimte afgekoeld is, met water of een zachte doek verwijderen.
Een lichte verkleuring van het keramiek heeft geen invloed op de zelfreiniging.
Attentie!
- Gebruik nooit schurende schoonmaakmiddelen. Deze veroorzaken krassen op de hoogporeuze laag of vernietigen hem.
- Behandel de keramiekbedekking nooit met ovenreiniger. Komt hier per ongeluk ovenreiniger op, verwijder deze dan direct met een spons en voldoende water.
Bodem, plafond en zijwanden van de binnenruimte schoonmaken
Gebruik hiervoor een schoonmaakdoekje en heet zeepsop of water met azijn.
Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken. Alleen gebruiken in de onverwarmde oven. De zelfreinigende oppervlakken nooit behandelen met een schuursponsje of ovenreiniger.
Inschuifrails verwijderen en bevestigen
U kunt de rails voor het reinigen verwijderen. De oven dient afgekoeld te zijn.
Inschuifrails verwijderen
- 1. Rail voor optillen
2.en uit de geleiders nemen (Afbeelding A).
- 3. Hierna de hele rail naar voren trekken
4.en verwijderen (Afbeelding B).
$
Maak de rails schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.
Inhangroosters bevestigen
- 1. Inhangrooster eerst in de achterste bus plaatsen, iets naar achteren drukken (Afbeelding A)
2.en vervolgens in de voorste bus plaatsen (Afbeelding B).
De inschuifrails passen links en rechts. Let erop dat evenals in afbeelding B hoogte 1 en 2 beneden is en hoogte 3, 4 en 5 boven.
Pagina 19
Ovendeur verwijderen en inbrengen
Om de deurruiten schoon te maken en te demonteren, kunt u de ovendeur verwijderen.
De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhendels zijn dichtgeklapt (Afbeelding A), is de ovendeur beveiligd. Hij kan niet worden verwijderd. Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de ovendeur opengeklapt zijn (B), zijn de scharnieren beveiligd. Ze kunnen niet dichtklappen.
- 3. Beide blokkeerhendels weer dichtklappen (Afbeelding C). Ovendeur sluiten.
Risico van letsel!
Wanneer de ovendeur er per ongeluk uitvalt of een scharnier dichtklapt, het scharnier niet met uw hand aanraken. Neem contact op met de klantenservice.
Deurruiten verwijderen en inbrengen
Risico van letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, klappen ze met grote kracht dicht. Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, en bij het verwijderen van de ovendeur helemaal opengeklapt.
Deur verwijderen
- 1. Ovendeur helemaal openen.
- 2. Beide blokkeerhendels links en rechts openklappen (Afbeelding A).
- 3. Ovendeur tot de aanslag sluiten. Met beide handen links en rechts vastpakken. Nog wat verder sluiten en uitnemen (Afbeelding B).
Deur inbrengen
De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.
- 1. Let er bij het inbrengen van de ovendeur op dat beide scharnieren recht in de opening worden geleid (Afbeelding A).
- 2. De keep op het scharnier dient aan beide kanten in te klikken (Afbeelding B).
Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de ovendeur uitnemen.
Verwijderen
- 1. Ovendeur verwijderen en met de handgreep naar beneden op een doek leggen.
- 2. De afscherming bovenaan de ovendeur afnemen. Hiervoor links en rechts het lipje met de vingers indrukken (Afbeelding A).
- 3. Bovenste ruit optillen en naar buiten trekken (Afbeelding B).
$
- 4. Ruit optillen en naar buiten trekken (Afbeelding C).
%
Reinig de ruiten met glasreiniger en een zachte doek.
Risico van letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
Inbrengen
Let er bij het inbrengen op dat “right above“ linksonder ondersteboven staat.
- 1. De ruit schuin naar achteren inschuiven (Afbeelding A).
Pagina 20
- 2. Bovenste ruit schuin naar achteren in de beide houders schuiven. Het grote vlak moet zich aan de buitenkant bevinden. (Afbeelding B).
$
- 3. De afscherming plaatsen en aandrukken.
- 4. Ovendeur inbrengen.
Gebruik de oven pas weer wanneer de ruiten naar behoren zijn ingezet.
Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Raadpleeg de volgende tabel voordat u contact opneemt met de servicedienst. Wellicht kunt u zelf de storing verhelpen.
Storingstabel
Wanneer een gerecht niet goed gelukt is, lees hier dan het hoofdstuk Voor u in onze kookstudio getest op na. Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.
Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing/aanwijzing |
|---|---|---|
| De oven functioneert niet. | De zekering is defect. | Kijk in de meterkast na of de zekering in orde is. |
| De stroom is uitgevallen. | Controleer of het keukenlicht of andere keukenapparaten functioneren. | |
| De tijdsindicatie knippert. | De stroom is uitgevallen. | Stel de tijd opnieuw in. |
| De oven warmt niet op. | Er zit stof op de contacten. | Draai de schakelaars meerdere keren heen en weer. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Ovenlamp aan het plafond vervangen
Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige reservelampen, 40 watt, kunt u krijgen
bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Gebruik uitsluitend originele lampen.
Kans op een elektrische schok!
Zekering in de meterkast uitschakelen.
- 1. Theedoek in de onverwarmde oven leggen, om schade te voorkomen.
- 2. Glazen afscherming eruit halen door de schroeven naar links te draaien.
- 3. Lamp vervangen door een van hetzelfde type.
- 4. Glazen afscherming er weer inschroeven.
- 5. Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
Glazen afscherming
Als de glazen afscherming beschadigd is, dient hij te worden vervangen. Passende glazen afschermingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het productnummer (Enr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat.
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.
Enummer en FDnummer
Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u rechts, aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
Enr. FD-nr.
Servicedienst
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Pagina 21
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4010
Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.
Dit apparaat voldoet aan de norm EN 55011 resp. CISPR 11. Het is een product van groep 2, klasse B.
Groep 2 betekent dat er een hoge frequentie wordt geproduceerd om kookgerei te verwarmen. Klasse B houdt in dat het apparaat geschikt is voor huishoudelijk gebruik.
Energie en milieutips
Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden in de oven en bij het koken op de kookplaat energie bespaart en het apparaat op de juiste manier afvoert.
Energie besparen met de oven
- De oven alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabellen van de gebruiksaanwijzing is opgegeven.
- Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op.
- Open de ovendeur tijdens het garen, bakken of braden zo weinig mogelijk.
- Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De oven is dan nog warm. Daardoor is de baktijd voor het tweede gerecht korter. U kunt ook 2 rechthoekige bakvormen naast elkaar in de oven plaatsen.
- Bij langere bereidingstijden kunt u de oven 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.
Energie besparen met de kookplaat
- Gebruik pannen met dikke, egale bodems. Niet-egale bodems verhogen het energieverbruik.
- De diameter van de bodem van de pan dient overeen te komen met de grootte van de kookzone. Vooral te kleine pannen op de kookzone zorgen voor energieverlies. Let op: de fabrikanten geven vaak de diameter van de bovenkant van de pan aan. Deze is meestal groter dan de diameter van de pannenbodem.
- Gebruik voor kleine hoeveelheden een kleine pan. Een grote, slechts weinig gevulde pan heeft veel energie nodig.
- Sluit de pannen altijd af met een passend deksel. Wanneer u kookt zonder deksel heeft u vier maal meer energie nodig.
- Kook met weinig water. Dit bespaart energie. Bij groente blijven vitamines en mineralen behouden.
- Schakel tijdig terug naar een lagere kookstand.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.
Aanwijzingen
- De tabel geldt altijd voor producten die in de onverwarmde en lege binnenruimte worden geplaatst.
Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.
- De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
- Maak gebruik van de meegeleverde toebehoren. Bij de klantenservice of in de vakhandel kunt u toebehoren of extra toebehoren kopen.
Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.
- Gebruik altijd een pannenlap wanneer u hete toebehoren of vormen uit de oven neemt.
Gebak
Bakken op één niveau
Met boven en onderwarmte lukt het gebak het beste.
Wanneer u met 3D-hetelucht bakt, dient u de volgende inschuifhoogtes voor de toebehoren te gebruiken:
- Gebak in vormen: hoogte
- Gebak op de plaat: hoogte
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik 3Dhetelucht .
Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveaus
- Braadslede: hoogte
- Bakplaat: hoogte
Inschuifhoogtes bij het bakken op 3 niveaus
- Bakplaat: hoogte 5
- Braadslede: hoogte
- Bakplaat: hoogte
Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
In de tabellen vindt u talrijke voorstellen voor uw gerechten.
Pagina 22
Wanneer u met 3 rechthoekige bakvormen tegelijk bakt, zet deze dan zoals op de afbeelding aangegeven op het rooster.
Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.
Tabellen
In de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin.
De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.
| Gebak in vormen | Vorm | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Cake, eenvoudig | Krans/rechthoekige vorm | 2 | 160-180 | 40-50 | |
| 3 cakevormen | 3+1 | 140-160 | 60-80 | ||
| Cake, fijn | Krans/rechthoekige vorm | 2 | 150-170 | 60-70 | |
| Taartbodem, roerdeeg | Vorm vruchtentaartbodem | 2 | 150-170 | 20-30 | |
| Vruchtentaart fijn, roerdeeg | Springvorm/tulbandvorm | 2 | 160-180 | 50-60 | |
| Biscuittaart | Springvorm | 2 | 160-180 | 30-40 | |
| Bodem zandtaartdeeg met rand | Springvorm | 1 | 170-190 | 25-35 | |
| Vruchten- of kwarktaart, bodem van zandtaartdeeg* | Springvorm | 1 | 170-190 | 70-90 | |
| Zwitserse vruchtentaart | Pizzaplaat | 1 | 220-240 | 35-45 | |
| Hartig gebak (bijv. quiche/uientaart)* | Springvorm | 1 | 180-200 | 50-60 | |
| Pizza, dunne bodem met weinig bedek- Pizzaplaat 1 king (voorverwarmen) * Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen. | 250-270 | 10-15 | |||
| Gebak op de plaat | Toebehoren | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Roer of gistdeeg met droge bedekking | Bakplaat | 2 | 170-190 | 20-30 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 35-45 | ||
| Roer- of gistdeeg met vochtige bedekking, vruchten | Braadslede | 3 | 160-180 | 40-50 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 50-60 | ||
| Zwitserse vruchtentaart | Braadslede | 2 | 210-230 | 40-50 | |
| Biscuitrol (voorverwarmen) | Bakplaat | 2 | 190-210 | 15-20 | |
| Broodvlecht van 500 g bloem | Bakplaat | 2 | 160-180 | 30-40 | |
| Kerststol van 500 g bloem | Bakplaat | 3 | 160-180 | 60-70 | |
| Kerststol van 1 kg bloem | Bakplaat | 3 | 150-170 | 90-100 | |
| Strudel, zoet | Braadslede | 2 | 180-200 | 55-65 | |
| Börek | Braadslede | 2 | 180-200 | 40-50 | |
| Pizza | Bakplaat | 2 | 220-240 | 15-25 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 180-200 | 35-45 | ||
Pagina 23
| Klein gebak | Toebehoren | Hoogte Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | |
|---|---|---|---|---|---|
| Koekjes | Bakplaat | 3 | 140-160 | 15-25 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 130-150 | 25-35 | ||
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-150 | 30-40 | ||
| Sprits (voorverwarmen) | Bakplaat | 3 | 140-150 | 30-40 | |
| Bakplaat | 3 | 140-150 | 30-40 | ||
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-150 | 30-45 | ||
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-140 | 40-55 | ||
| Bitterkoekjes | Bakplaat | 2 | 110-130 | 30-40 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 100-120 | 35-45 | ||
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 100-120 | 40-50 | ||
| Schuimgebak | Bakplaat | 3 | 80-100 | 100-150 | |
| Deeg van bijv. soesjes | Bakplaat | 2 | 200-220 | 30-40 | |
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 3 | 180-200 | 20-30 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 180-200 | 25-35 | ||
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 160-180 | 35-45 | ||
| Gistdeeggebak | Bakplaat | 3 | 180-200 | 20-30 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 170-190 | 25-35 | ||
| Brood en broodjes Bij het bakken van brood de oven voorverwarmen als er niets anders is aangegeven. | Giet nooit water in de hete oven. Bij het bakken op 2 niveaus de braadslede altijd boven de bakplaat inschuiven. | ||||
| Brood en broodjes | Toebehoren | Hoogte Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten | |
| Gistbrood van 1,2 kg bloem | Braadslede | 2 | 300 200 | 8 35-45 | |
| Zuurdeegbrood van 1,2 kg bloem | Braadslede | 2 | 300 200 | 8 40-50 | |
| Broodjes (niet voorverwarmen) | Bakplaat | 3 | 210-230 | 20-30 | |
| Broodjes van gistdeeg, zoet | Bakplaat | 3 | 170-190 | 15-20 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 160-180 | 20-30 | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
Tips voor het bakken
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. | Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak. |
| Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is. | Prik ca. 10 voor het einde van de in het recept vermelde baktijd met een stokje in het hoogste punt van het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar. |
| Het gebak zakt in. | Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in.Houd rekening met de omroertijden in het recept. |
| Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. | De rand van de springvorm niet invetten. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. |
| Het gebak wordt te donker aan de bovenkant. | Plaats het verder naar binnen, kies een lagere temperatuur en bak het iets langer. |
| Het gebak is te droog. | Als het gebak klaar is, prikt u er met een prikker kleine gaatjes in. Vervolgens bedruppelt u het met vruchtensap of alcohol. Stel de temperatuur de volgende keer 10 graden hoger in en houd een kortere baktijd aan. |
| Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen). | Gebruik de volgende keer wat minder vloeistof en bak iets langer bij een wat lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. Houd u aan de recepten en baktijden. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een wat lagere temperatuur, dan wordt het gebak gelijkmatiger bruin. Gebruik bij kwetsbaar gebak boven- en onderwarmte op één niveau. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed op de plaat past. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
23
Pagina 24
| Het vruchtengebak is te licht aan de onderkant. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. |
| Het sap van de vruchten stroomt over. | Gebruik, indien beschikbaar, de volgende keer de diepere braadslede. |
| Klein gebak van gistdeeg plakt bij het bakken aan elkaar. | Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats en kan het gebak goed rijzen en helemaal bruin worden. |
| U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste. | Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus altijd 3Dhetelucht . Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. |
| Bij het bakken van vochtig gebak ontstaat er condenswater. | Bij het bakken kan waterdamp ontstaan. Deze komt vrij via de deur. De waterdamp kan neerslaan op het bedieningspaneel of op het meubilair en als condens neerdruppelen. Dit is normaal. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
Vlees, gevogelte, vis
Vormen
U kunt alle vormen gebruiken die hittebestendig zijn. Voor grote stukken vlees is ook de braadslede geschikt.
Het meest geschikt zijn vormen van glas. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit
Gebruikt u geëmailleerde braadpannen, voeg dan wat meer vloeistof toe.
Bij braadgerei van roestvrij staal wordt het gerecht niet zo erg bruin en kan het vlees wat minder gaar zijn. Houd langere bereidingstijden aan.
Opgaven in de tabellen:
Vorm zonder deksel = open
Vorm met deksel = gesloten
Zet de vorm altijd midden op het rooster.
Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Braden
Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca. ½ cm bedekt te zijn.
Voeg aan stoofvlees royaal vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca 1 - 2 cm bedekt te zijn.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen. Wanneer u vlees in geëmailleerde braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of een langere bereidingstijd aan.
Grillen
Verwarm bij het grillen ca. 3 minuten voor alvorens het gerecht in de binnenruimte te plaatsen.
Gril altijd in een gesloten oven.
Gebruik zoveel mogelijk gelijke stukken om te grillen. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Keer de grillstukken na van de bereidingstijd.
Zout de steaks pas na het grillen.
Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster. Als u één stuk vlees wilt grillen, lukt dit het best wanneer u het midden op het rooster legt.
Plaats ook de braadslede op hoogte 1.Het vleessap wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
De bakplaat of braadslede bij het grillen niet op hoogte 4 of 5 plaatsen. Door de sterke hitte vervormen ze en bij verwijdering kunnen ze de binnenruimte beschadigen.
Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
Vlees
Draai stukken vlees na de helft van de tijd om.
Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen.
Wikkel rosbief na de bereiding in aluminiumfolie en laat het 10 minuten in de oven nagaren.
Snijd bij varkensvlees met zwoerd, het zwoerd kruisgewijs in en leg het vlees eerst met het zwoerd naar beneden in de vorm.
Vlees Gewicht Toebehoren en Hoogte Verwar- Temperatuur Tijdsduur vormen mingsme- in °C, grill- in minuten thode stand
| Rundvlees | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gestoofd rundvlees | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | gesloten | 2 | 200-220 | 120 | |
| 2 | 190-210 | 140 | ||||
| 2 | 180-200 | 160 | ||||
| Runderfilet, medium | 1,0 kg 1,5 kg | open | 2 | 210-230 | 70 | |
| 2 | 200-220 | 80 | ||||
| Rosbief, medium | 1,0 kg | open | 1 | 4 | 210-230 | 50 |
| Steaks, medium, 3 cm dik | Rooster | 5 | 3 | 15 | ||
| Kalfsvlees | ||||||
| Gebraden kalfsvlees | 1,0 kg 2,0 kg | open | 2 | 190-210 | 100 | |
| 2 | 170-190 | 120 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
Varkensvlees
Pagina 25
| Vlees Gewicht | Toebehoren en vormen | Hoogte Verwar- Temperatuur mingsme- in °C, grill-thode stand | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|
| Braadstuk zonder zwoerd (bijv. 1,0 kg halsstuk) 1,5 kg 2,0 kg | open | 1 4 200-220 | 100 |
| 1 4 190-210 | 140 | ||
| 1 4 180-200 | 160 | ||
| Braadstuk, zonder zwoerd 1,0 kg (bijv. schouder) 1,5 kg 2,0 kg | open | 1 4 200-220 | 120 |
| 1 4 190-210 | 150 | ||
| 1 4 180-200 | 180 | ||
| Casselerrib met been 1,0 kg | gesloten | 2 210-230 | 70 |
| Lamsvlees | |||
| Lamsbout zonder been, medium 1,5 kg | open | 1 4 150-170 | 120 |
| Gehakt | |||
| Gehakt van 500 g vlees | open | 1 4 170-190 | 70 |
| Worstjes | |||
| Worstjes | Rooster | 4 3 | 15 |
| Gevogelte De gewichtsgegevens in de tabel hebben betrekking op ongevuld, panklaar gevogelte. Leg het hele gevogelte eerst met de borstzijde naar beneden op het rooster. Na van de opgegeven tijd keren. | Braadstukken, zoals kalkoenrollade of kalkoenfilet, halverwege de opgegeven tijd keren. Stukken gevogelte na van de tijd keren. Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in.Zo kan het vet weglopen. | ||
| Gevogelte wordt bijzonder knapperig bruin als einde van de bereidingstijd bestrijkt met boter, sinaasappelsap. | u het tegen het zout water of | ||
| Gevogelte Gewicht | Toebehoren en vormen | Hoogte Verwar- Temperatuur mingsme- in °C thode | Tijdsduur in minuten |
| Kip, heel 1,2 kg | Rooster | 2 4 200-220 | 60-70 |
| Poularde, heel 1,6 kg | Rooster | 2 4 190-210 | 80-90 |
| Kip, gehalveerd elk 500 g | Rooster | 2 4 200-220 | 40-50 |
| Stukken kip elk 300 g | Rooster | 3 4 200-220 | 30-40 |
| Eend, heel 2,0 kg | Rooster | 2 4 170-190 | 90-100 |
| Gans, heel 3,54,0 kg | Rooster | 2 4 150-170 | 110-130 |
| Kalkoen, heel 3,0 kg | Rooster | 2 4 170-190 | 80-100 |
| Kalkoenbout 1,0 kg | Rooster | 2 4 180-200 | 90-100 |
| Vis Keer visstukken na van de tijd. Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand, met de rugvin naar boven, in de oven. Een | ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis maakt hem stabieler. Grilt u direct op het rooster, plaats dan ook de braadslede op hoogte 1. De vloeistof wordt opgevangen en de oven blijft schoner. | ||
| Vis Gewicht | Toebehoren en vormen | Hoogte Verwar- Temperatuur mingsme- in °C, grill-thode stand | Tijdsduur in minuten |
| Vis, heel elk ca. 300 g 1,0 kg 1,5 kg | Rooster | 2 3 | 20-25 |
| Rooster | 2 4 180-200 | 45-50 | |
| Rooster | 2 4 170-190 | 50-60 | |
| Viskotelet, 3 cm dik | Rooster | 3 2 | 20-25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
Tips voor het braden en grillen
Voor het gewicht van het vlees staan Maak uw keuze in overeenstemming met het eerstvolgende, lagere gewicht en houd een geen gegevens in de tabel. langere tijd aan.