Bosch HRG4785B1, tekst van de handleiding
Pagina's 17–31 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 4–16verder op pagina 32 →
Pagina 17
Programma's nl
- 4. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte, accessoires en braadthermometer worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en de braadthermometer altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
Als de kerntemperatuur is bereikt:
‒ Het apparaat uitschakelen.
‒ Neem de braadthermometer uit de aansluiting in de binnenruimte.
‒ Neem de braadthermometer uit het product en uit de binnenruimte.
11 Programma's
Met de programma's helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
11.1 Vormen voor programma's
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C.
Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt: licht gekleurd, glanzend aluminium
- Niet geglazuurde klei
- Kunststof of kunststof grepen
11.2 Stoom
Het apparaat biedt u voor de stoomfunctie-programma's waarmee u de gerechten eenvoudig en professioneel kunt klaarmaken.
Aanwijzingen over de functies met stoomondersteuning vindt u bij Stoom.
→ "Stoom", Pagina 12
11.3 Programmatabel
De programmanummers zijn aan bepaalde gerechten toegewezen.
| Nr. | Gerecht | Vormen | Gewichtsbereik Instelgewicht | Vloeistof toevoegen | Inschuif-hoogte | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 01 | Broodvlecht, broodkrans¹ | Bakplaat met bakpapier | 0,6 - 1,5 kg Gewicht van het deeg | nee | 3 | De binnenruimte moet bij aanvang koud zijn. |
| 02 | Gistdeeg laten rijzen¹ | Schotel op rooster | 0,5 - 1,5 kg Gewicht van het deeg | nee | 2 | De binnenruimte moet bij aanvang koud zijn. |
| 03 | Tarwebrood, gemengd tarwebrood op bakplaat¹ | Bakplaat met bakpapier | 0,5 - 2,0 kg Gewicht van het deeg | nee | 2 | De binnenruimte moet bij aanvang koud zijn. |
| 04 | Tarwebrood, gemengd tarwebrood langwerpig¹ | Langwerpig, ingevet en met bloem bestoven | 0,8 - 2,0 kg Gewicht van het deeg | nee | 2 | De binnenruimte moet bij aanvang koud zijn. |
| 05 | Wit brood op bakplaat¹ | Bakplaat met bakpapier | 0,5 - 2,0 kg Gewicht van het deeg | nee | 2 | Wanneer u 2 broden tegelijkertijd bakt, dan het gewicht van het zwaarste brood aangeven. |
| 06 | Gemengd roggebrood¹ | Langwerpig, ingevet en met bloem bestoven | 0,8 - 2,0 kg Gewicht van het deeg | nee | 2 | De binnenruimte moet bij aanvang koud zijn. |
| 07 | Plat rond brood¹ | Bakplaat met bakpapier | 0,4 - 1,0 kg Gewicht van het deeg | nee | 2 | De binnenruimte moet bij aanvang koud zijn. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
1 Stoomprogramma (Gebruik uitsluitend met gevuld waterreservoir)
Pagina 18
nl Programma's
| Nr. | Gerecht | Vormen | Gewichtsbereik Instelgewicht | Vloeistof toevoegen | Inschuif-hoogte | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 08 | Aardappels uit de oven, heel Ongeschilde, kruimige aardappels | Braadslede | 0,3-1,5 kg Totaalgewicht | nee | 3 | - |
| 09 | Eenpansgerecht, met groente vegetarisch | hoge braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Totaalgewicht | volgens recept | 2 | Groente met een lange bereidingstijd (bijv. wortelen) in kleinere stukken snijden dan groente met een korte bereidingstijd (bijv. tomaten) |
| 10 | Goulash Rund- of varkensvlees in blokjes, met groente | hoge braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Totaalgewicht | volgens recept | 2 | Eerst het vlees erin doen en daarop de groente leggen Het vlees niet eerst aanbraden |
| 11 | Vis, heel¹ panklaar, gekruid | Braadsledes zonder deksel of bakplaat | 0,8-1,5 kg Gewicht van de vis | nee | 2 | In drijfstand in de vorm doen |
| 12 | Kip, ongevuld¹ panklaar, gekruid | Braadsledes zonder deksel of bakplaat | 0,9-1,5 kg Gewicht kip | nee | 2 | met de borst naar boven in de vorm leggen |
| 13 | Stukken kip¹ panklaar, gekruid | Braadsledes zonder deksel of bakplaat | 0,1-0,8 kg Gewicht van het zwaarste deel | nee | 3 | - |
| 14 | Kalkoenfilet van het stuk, gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht kalkoenfilet | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | - |
| 15 | Eend, ongevuld¹ panklaar, gekruid | Braadsledes zonder deksel of bakplaat | 1,3-2,5 kg Gewicht eend | nee | 2 | met de borst naar boven in de vorm leggen |
| 16 | Gans, niet gevuld¹ panklaar, gekruid | Braadsledes zonder deksel of bakplaat | 2,3-4,5 kg Gewicht gans | nee | 2 | met de borst naar boven in de vorm leggen |
| 17 | Ganzenbouten panklaar, gekruid | Glazen ovenschotel zonder deksel op rooster | 0,3-0,8 kg Gewicht van het zwaarste deel | Bodem van de braadpan bedekken | 2 | - |
| 18 | Gestoofd rundvlees bijv. klapstuk, schouderstuk, fricandeau of gemarineerd vlees | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Vlees met vloeistof bedekken | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 19 | Runderfilet, medium¹ panklaar, gekruid | Braadsledes zonder deksel of bakplaat | 0,8-2,0 kg Gewicht van het vlees | nee | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 20 | Rosbief, medium panklaar, gekruid | Braadpan zonder deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | nee | 2 | met de vetzijde naar boven in de vorm leggen Het vlees niet eerst aanbraden |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
1 Stoomprogramma (Gebruik uitsluitend met gevuld waterreservoir)
Pagina 19
Programma's nl
| Nr. | Gerecht | Vormen | Gewichtsbereik Instelgewicht | Vloeistof toevoegen | Inschuif-hoogte | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 21 | Runderrollade gevuld met groente of vlees | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van alle gevulde rollades | Vleesrolletjes bedekken bijv. met bouillon of water | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 22 | Gebraden gehakt, vers Gehakt van rund-, varkens- of lamsvlees | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht gehakt | nee | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 23 | Lamsbout, medium zonder been, gekruid | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 24 | Lamsbout, doorbakken zonder been, gekruid | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 25 | Gebraden kalfsvlees, doorregen bijv. rug of heup | Braadpan met deksel | 0,5-3,0 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 26 | Gebraden kalfsvlees, mager bijv. lendestuk of fricandeau | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 27 | Reebout zonder been, gezouten | Braadpan met deksel | 0,5-2,0 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | - |
| 28 | Gebraden varkenshals¹ zonder been, gekruid | Braadsledes zonder deksel of bakplaat | 0,8-2,5 kg Gewicht van het vlees | nee | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 29 | Gebraden varkensvlees met korstje¹ bijv. schouder, gekruid en zwoerd ingesneden | Braadsledes zonder deksel of bakplaat | 1,0-2,0 kg Gewicht van het vlees | nee | 2 | met de kant van het vet naar boven in de vorm leggen, het zwoerd goed zouten |
| 30 | Gebraden varkenshaas gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
1 Stoomprogramma (Gebruik uitsluitend met gevuld waterreservoir)
Pagina 20
nl Kinderslot
11.4 Gerecht voor programma voorbereiden
Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebruiken.
- 1. Het gerecht wegen.
Het gewicht van het gerecht is nodig om het programma juist in te stellen.
- 2. Het gerecht in de vorm doen.
- 3. De vorm op het rooster plaatsen.
Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnenruimte.
11.5 Programma instellen
Het apparaat kiest het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de duur. U hoeft alleen het gewicht in te stellen.
Opmerkingen
- Het gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde bereik instellen.
- Na de programmastart kunt u het programma en het gewicht niet meer veranderen.
- 1. Programma's met de functiekeuzeknop instellen.
- 2. Het gewenste programma met de toets of instellen.
- 3. Het gewicht van uw gerecht met de temperatuurknop instellen. Altijd op het volgende hogere gewicht instellen.
‒ Om de tijdsduur van het programma op te vragen, op de toets drukken. De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
‒ Bij sommige programma's kan het einde met de toets worden verschoven.
→ "Einde instellen", Pagina 15
- Na enkele seconden start het programma en de tijdsduur loopt af.
- Als het programma is beëindigd, weerklinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 4. Als het programma is beëindigd:
‒ Om het signaal vroegtijdig te beëindigen, op een willekeurige toets drukken.
‒ Om een duur voor het nagaren in te stellen, op de toets drukken. Het apparaat warmt verder op met de instelling van het programma. ‒ Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
12 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen. Opmerking: Of het kinderslot kan worden ingesteld, kunt u in de basisinstellingen → Pagina 21 instellen.
12.1 Kinderslot activeren en deactiveren
Vereiste: De functiekeuzeknop staat op de nulstand .
- Om het kinderslot te activeren, de knop ingedrukt houden, tot in het display verschijnt.
‒ Om het kinderslot te deactiveren, de toets ingedrukt houden tot op het display dooft.
13 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kan de snel voorverwarmen functie bij ingestelde temperaturen boven 100°C de opwarmingsduur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u de functie snel voorverwarmen gebruiken:
3D hetelucht
Boven- en onderwarmte
13.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de gerechten pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen.
Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
- 1. Een geschikte verwarmingsmethode en een temperatuur vanaf 100 °C instellen.
Vanaf een ingestelde temperatuur van 200 °C wordt het snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld.
- 2. Wanneer het snel voorverwarming niet automatisch inschakelt, druk dan op de knop .
- Op het display verschijnt .
- Na enkele seconden start het snel voorverwarmen.
- Als het snel voorverwarmen is beëindigd, klinkt een signaal en op het display dooft het symbool .
- 3. Plaats het gerecht in de binnenruimte.
Snel voorverwarmen afbreken
- Druk op knop .
- Het symbool op het display dooft.
Pagina 21
Sabbatinstelling nl
14 Sabbatinstelling
Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur van meer dan 70 uur instellen. Voedingsmiddelen kunnen tussen 85 °C en 140 °C met Boven- en onderwarmte worden warmgehouden, zonder dat u het apparaat met in- of uitschakelen.
14.1 Sabbatinstelling starten
Opmerkingen
- Als u de apparaatdeur opent tijdens de werking, dan onderbreekt het apparaat de werking niet.
- Na de start kunt u de sabbatinstelling niet meer wijzigen of onderbreken.
- U kunt het einde voor de sabbatinstelling niet verplaatsen.
Vereiste: De sabbatinstelling is in de basisinstellingen geactiveerd.
→ "Basisinstellingen", Pagina 21
- 1. De programma's met de functiekeuzeknop instellen.
- Op het display verschijnt .
- 2. Stel de temperatuur in met de temperatuurknop.
- 3. Net zo vaak op de knop drukken totdat op het display is gemarkeerd.
- 4. Stel de tijdsduur in met de knop of .
- Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.
- 5. Wanneer de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul. Het apparaat houdt op met verwarmen en reageert weer zoals buiten de sabbatinstelling gebruikelijk is. ‒ Het apparaat uitschakelen.
Na ca. 10 tot 20 minuten schakelt het apparaat automatisch uit.
15 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
15.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
| Indicatie | Basisinstelling | Keuze |
|---|---|---|
| Signaalduur na het verstrijken van een tijdsduur of wekkertijd | = 10 seconden = 30 seconden¹ = 2 minuten | |
| Wachttijd totdat een instelling is overgenomen | = 3 seconden¹ = 6 seconden = 10 seconden | |
| Toetssignaal bij het indrukken van een toets | = uit = aan¹ | |
| Helderheid van de displayverlichting | = donker = gemiddeld¹ = helder | |
| Indicatie van de tijd | = tijdsweergave uit = tijd weergeven¹ | |
| Kinderslot instelbaar → "Kinderslot", Pagina 20 | = nee = ja¹ = ja, met deurvergrendeling | |
| Verlichting van de binnenruimte bij gebruik | = nee = ja¹ | |
| Nalooptijd van de koelventilator | = kort = gemiddeld¹ = lang = extra lang | |
| Telescooprails achteraf aangebracht² | = nee¹ (bij rekjes en enkelvoudig uittreksysteem) = ja (bij 2- en 3-voudig uittreksysteem) | |
| Sabbatinstelling beschikbaar → "Sabbatinstelling", Pagina 21 | = nee¹ = ja |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
2 Afhankelijk van de apparaatuitvoering
Pagina 22
nl Basisinstellingen
| Indicatie | Basisinstelling | Keuze |
|---|---|---|
| Waterhardheid → "Waterhardheid instellen", Pagina 22 | = onthard = zacht (tot 1,5 mmol/l) = gemiddeld (1,5 - 2,5 mmol/l) = hard (2,5 - 3,8 mmol/l)¹ = zeer hard (> 3,8 mmol/l) | |
| Automatisch snel voorverwarmen vanaf 200°C² | = nee = ja¹ | |
| Alle waarden naar de fabrieksinstelling terugzetten | = nee¹ = ja |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
2 Afhankelijk van de apparaatuitvoering
15.2 Basisinstelling wijzigen
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
- 1. De toets ca. 4 seconden lang ingedrukt houden.
- Op het display verschijnt de eerste basisinstelling, bijv. .
- 2. De instelling met de temperatuurknop wijzigen.
- 3. Met de toets of naar de volgende basisinstelling gaan.
- 4. Om wijzigingen op te slaan, de toets ca. 4 seconden lang ingedrukt houden.
Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de ingevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behouden.
15.3 Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken
- De functiekeuzeknop draaien.
- Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
15.4 Waterhardheid instellen
LET OP!
Wanneer een verkeerde waterhardheid is ingesteld, dan kan het apparaat u niet tijdig aan het ontkalken herinneren.
- Waterhardheid correct instellen.
Schade aan het apparaat door gebruik van ongeschikte vloeistoffen.
- Gebruik geen gedistilleerd water, geen sterk chloridehoudend leidingwater (> 40 mg/l) of andere vloeistoffen.
- Gebruik uitsluitend vers, koud leidingwater, onthard water of mineraalwater zonder koolzuur.
Vereisten
- Informeer voordat u de waterhardheid instelt bij uw waterbedrijf wat de waterhardheid is van uw leidingwater.
- Het apparaat moet uitgeschakeld zijn.
- 1. De toets ca. 4 seconden lang ingedrukt houden.
- Op het display verschijnt de eerste basisinstelling, bijv. .
- 2. Met de knop of naar de basisinstelling gaan.
- 3. De waterhardheid met de temperatuurknop instellen.
Tip: Wanneer uw leidingwater sterk kalkhoudend is, adviseren wij u onthard water te gebruiken. Gebruikt u uitsluitend onthard water, stel dan het waterhardheidbereik in op "onthard".
Tip: Gebruikt u mineraalwater, stel dan waterhardheid op “zeer hard“ in. Gebruikt u mineraalwater, gebruik dan uitsluitend mineraalwater zonder koolzuur.
| Basisinstelling waterhardheid | Waterhardheid in mmol/l | Duitse hardheid °dH | Franse hardheid °fH |
|---|---|---|---|
| = onthard¹ | - | - | - |
| = zacht | tot 1,5 | tot 8,4 | tot 15 |
| = gemiddeld | 1,5-2,5 | 8,4-14 | 15-25 |
| = hard | 2,5-3,8 | 14-21,3 | 25-38 |
| = zeer hard² | hoger dan 3,8 | hoger dan 21,3 | hoger dan 38 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
1 Alleen instellen wanneer er uitsluitend onthard water wordt gebruikt.
2 Ook voor mineraalwater instellen. Uitsluitend mineraalwater zonder koolzuur gebruiken.
- 4. Om wijzigingen op te slaan, de toets ca. 4 seconden lang ingedrukt houden.
Pagina 23
Reiniging en onderhoud nl
16 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
16.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het apparaat niet te beschadigen geen ongeschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte schoonmaakmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen harde schuursponsjes of afwassponsjes gebruiken.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
Houd de handleiding aan bij het reinigen van het apparaat.
→ "Apparaat schoonmaken", Pagina 24
Voorzijde van het apparaat
| Oppervlak | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| RVS | • Warm zeepsop • Speciale RVS-verzorgingsmiddelen voor warme oppervlakken | Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvrijstalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen. Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen. |
| Kunststof of gelakte oppervlakken bijv. bedieningspaneel | • Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
| Apparaatdeur | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Ruiten van de deur | • Warm zeepsop | Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje gebruiken. Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. → "Apparaatdeur", Pagina 28 |
| Deurafscherming | • Van roestvaststaal: RVS-reiniger • Van kunststof: Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. Tip: Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen. → "Apparaatdeur", Pagina 28 |
| Deurgreep | • Warm zeepsop | Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen. |
| Deurafdichting | • Warm zeepsop | Niet afnemen en niet schuren. |
Pagina 24
nl Reiniging en onderhoud
Binnenruimte
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Emaillen oppervlakken | • Warm zeepsop • Azijnwater • Ovenreiniger | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons. Om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het apparaat open laten. Tip: Gebruik bij voorkeur de reinigingsfunctie. → "Pyrolyse ", Pagina 25 Opmerkingen • Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed.De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. • De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact. • Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaillen oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed.De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen. |
| Glazen kapje van de ovenlamp | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. |
| Rekjes | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons. Tip: Voor het reinigen de rekjes verwijderen. → "Rekjes", Pagina 27 |
| Telescoopsysteem | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel. Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het beste in ingeschoven toestand reinigen. Niet in de vaatwasser reinigen. Tip: Voor het reinigen het telescoopsysteem verwijderen. → "Rekjes", Pagina 27 |
| Accessoires | • Warm zeepsop • Ovenreiniger | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons. Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan. |
| Watertank | • Warm zeepsop | Om na de reiniging resten schoonmaakmiddel te verwijderen met schoon water grondig naspoelen. Om de watertank na de reiniging te drogen, de watertank met geopend deksel laten drogen. Afdichting op het deksel goed drogen. Niet in de vaatwasser reinigen. |
| Braadthermometer | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel. Niet in de vaatwasser reinigen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
16.2 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorkomen het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Vereiste: De instructies voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aanhouden.
→ "Reinigingsmiddelen", Pagina 23
- 1. Het apparaat met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.
→ "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 23
- 2. Drogen met een zachte doek.
Pagina 25
Pyrolyse nl
17 Pyrolyse
Met de reinigingsfunctie Pyrolyse reinigt de binnenruimte zichzelf vrijwel automatisch.
Reinig de binnenruimte om de 2 tot 3 maanden met de reinigingsfunctie. U kunt de reinigingsfunctie desgewenst vaker gebruiken. De reinigingsfunctie heeft ca. 2,5 - 4,8 kilowattuur nodig.
17.1 Apparaat voor de reinigingsfunctie voorbereiden
Om een goed reinigingsresultaat te verkrijgen, dient u het apparaat zorgvuldig voor te bereiden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten.
- Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de binnenruimte.
- Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens de reiniging vlam vatten.
- Verwijder altijd de grove verontreiniging uit de binnenruimte voordat de reiniging start.
- Toebehoren nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoeken, aan de deurgreep hangen.
- Voorkant van het apparaat vrijhouden.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in het bereik van de deur.
- De dichting niet schuren en niet afnemen.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
- 1. Haal de toebehoren en vormen uit de binnenruimte.
- 2. De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen. → "Rekjes", Pagina 27
- 3. Verwijder grove verontreiniging uit de binnenruimte.
- 4. De binnenkant van de apparaatdeur en de randoppervlakken bij de deurafdichting met zeepsop en een zachte doek reinigen.
De deurafdichting niet afnemen en niet schuren. Verwijder sterke verontreinigingen op de binnenruit met ovenreiniger.
- 5. Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnenruimte moet leeg zijn.
17.2 Reinigingsfunctie instellen
Ventileer de keuken zolang de reinigingsfunctie loopt.
WAARSCHUWING ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een heel hoge temperatuur op zodat resten van braden, grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden.
- Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig ventileren.
- Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven.
- Kinderen en huisdieren uit de buurt houden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur openen.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur aanraken.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerking: De ovenlamp brandt tijdens de reinigingsfunctie niet.
Vereiste: Het apparaat voor de reinigingsfunctie voorbereiden. → Pagina 25
- 1. De reinigingsfuncties met de functiekeuzeknop instellen.
- Op het display verschijnen het symbool en de reinigingsfuncties. De eerste reinigingsfunctie is gemarkeerd.
- 2. Net zo vaak op de knop of drukken totdat het symbool is gemarkeerd.
- 3. De reinigingsstand met de temperatuurkeuzeknop instellen.
| Reinigingsstand | Mate van reiniging | Duur in uren |
|---|---|---|
| 1 | Licht | Ca. 1:15 |
| 2 | Gemiddeld | Ca. 1:30 |
| 3 | Hoog | Ca. 2:00 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
Bij sterkere of oudere verontreiniging een hogere reinigingsstand kiezen.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
- Na enkele seconden start de reinigingsfunctie en de tijdsduur verstrijkt.
- Voor uw veiligheid vergrendelt de apparaatdeur vanaf een bepaalde temperatuur in de binnenruimte. Op het display verschijnt .
- Als de reinigingsfunctie is beëindigd, weerklinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 4. Het apparaat uitschakelen.
Als het apparaat voldoende is afgekoeld, ontgrendelt de apparaatdeur en gaat uit.
- 5. Het apparaat gebruiksklaar maken. → Pagina 26
Pagina 26
nl Ontkalken
17.3 Apparaat na de reinigingsfunctie gebruiksklaar maken
- 1. Laat het apparaat afkoelen.
- 2. Achtergebleven as in de binnenruimte en bij de apparaatdeur afnemen met een vochtig doekje.
- 3. Witte aanslag met citroenzuur verwijderen.
Opmerking: Witte aanslag op de emailvlakken kan door te grove verontreinigingen ontstaan. Deze levensmiddelresten zijn ongevaarlijk. De aanslag heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat.
- 4. De rekjes inhangen.
→ "Rekjes", Pagina 27
18 Ontkalken
Voor een goede werking dient u het apparaat regelmatig te ontkalken.
Hoe vaak het apparaat moet worden ontkalkt hangt af van de hardheid van het gebruikte water. Het symbool herinnert u er aan het ontkalken uit te voeren. Het ontkalken bestaat uit 4 stappen. Om hygiënische redenen is het apparaat pas weer gebruiksklaar nadat het ontkalken helemaal voltooid is. In totaal duurt het ontkalken ca. 90 - 110 minuten:
| Indicatie | Stap |
|---|---|
| 1e stap: ontkalken ca. 65 min. | |
| 2e stap: spoelcyclus ca. 9 min. | |
| 3e stap: spoelcyclus ca. 9 min. | |
| 4e stap: spoelcyclus ca. 9 min. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
18.1 Eerste stap ( )
LET OP!
De inwerkingstijden tijdens het ontkalken zijn afgestemd op het door ons aanbevolen vloeibare ontkalkingsmiddel. Andere ontkalkingsmiddelen kunnen schade aan het apparaat veroorzaken.
- Gebruik voor het ontkalken uitsluitend het door ons aanbevolen vloeibare ontkalkingsmiddel.
Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel of andere gevoelige oppervlakken terechtkomt raken deze beschadigd.
- Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijderen.
Opmerking: Vul tijdens het hele ontkalkingsproces niet meer dan 150 ml vloeistof in de watertank.
- 1. Een ontkalkingsoplossing mengen:
- 50 ml vloeibaar ontkalkingsmiddel
- 100 ml water
- 2. Watertank vullen met de ontkalkingsoplossing en plaatsen.
- 3. De reinigingsfuncties met de functiekeuzeknop instellen.
- Op het display verschijnen het symbool en de reinigingsfuncties. De eerste reinigingsfunctie is gemarkeerd.
- 4. Net zo vaak op de knop of drukken tot het symbool is gemarkeerd.
- 5. Aan de temperatuurknop draaien.
- Op het display verschijnt . Na enkele seconden start het ontkalken.
- Na afloop van het ontkalken verschijnt in het display .
- 6. De watertank verwijderen en grondig met water reinigen.
18.2 Tweede stap ( )
- 1. De watertank met 150 ml water vullen en plaatsen.
- Na afloop van het spoelen verschijnt op het display .
- 2. De watertank verwijderen en grondig met water reinigen.
18.3 Derde stap ( )
- 1. De watertank met 150 ml water vullen en plaatsen.
- Na afloop van het spoelen verschijnt op het display .
- 2. De watertank verwijderen en grondig met water reinigen.
18.4 Vierde stap ( )
- 1. De watertank met 150 ml water vullen en plaatsen.
- Na afloop van de spoelcyclus verschijnt op het display : .
- 2. De watertank verwijderen en grondig met water reinigen.
- 3. De watertank drogen en weer terugplaatsen.
- Het ontkalken is afgerond en het apparaat is weer klaar voor gebruik.
18.5 Ontkalken onderbroken
Wordt het ontkalken onderbroken, bijv. door een stroomonderbreking of uitschakeling van het apparaat, dan verschijnt nadat het apparaat opnieuw ingeschakeld is het symbool op het display. U wordt gevraagd drie keer te spoelen. Tot aan het einde van de derde spoelcyclus blijft het apparaat geblokkeerd voor ander gebruik.
Opmerking: Wanneer u een ander gebruik instelt, verschijnt op het display (Cleaning). Herhaal na het spoelen het onderbroken ontkalken.
- 1. De watertank legen en grondig met water reinigen.
- 2. De lege watertank plaatsen.
- 3. Met de functiekeuzeknop het ontkalken instellen.
- 4. Aan de temperatuurknop draaien.
- Op het display verschijnt .
- Na enkele seconden pompt het apparaat de resterende vloeistof in de watertank.
- 5. De watertank legen en grondig met water reinigen.
- 6. Voor het spoelen van het stoomsysteem de 3 spoelcycli van het ontkalken uitvoeren.
→ "Tweede stap ( )", Pagina 26
- 7. Het ontkalken start opnieuw.
Pagina 27
Rekjes nl
19 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte te reinigen of om de rekjes te wisselen, kunnen deze worden verwijderd.
19.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
- Nooit de hete rekjes aanraken.
- Het apparaat altijd laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. Het rekje aan de voorkant licht optillen en losmaken .
- 2. Het rekje naar voren trekken en verwijderen.
19.2 Rekjes inhangen
Opmerkingen
- De rekjes passen alleen links of rechts.
- Let er bij beide telescooprails op dat deze naar voren uitgeschoven kunnen worden.
- 1. Het rekje in het midden van de achterste bus steken , tot het rekje aansluit op de wand van de binnenruimte en naar achteren drukken .
- 2. Het rekje in de voorste bus steken , tot het rekje aansluit op de wand van de binnenruimte en vervolgens naar beneden duwen .
3
4
19.3 Telescooprail verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
- Nooit de hete rekjes aanraken.
- Het apparaat altijd laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerkingen
- Al naar gelang het apparaattype moet u bij apparaten met rekjes en telescooprails de basisinstellingen voor de telescooprails aanpassen.
→ "Basisinstellingen", Pagina 21
- Indien nodig kunt u alle niveaus met een telescooprail uitrusten.
- 1. Achter de rail op PUSH drukken en de rail naar achteren schuiven.
- 2. PUSH ingedrukt houden en de rail naar buiten draaien .
- 3. De rail naar voren trekken tot de houder aan de achterkant losgekomen is.
Pagina 28
nl Apparaatdeur
- 4. De telescooprail verwijderen.
- 5. De telescooprail reinigen.
→ "Reinigingsmiddelen", Pagina 23
19.4 Telescooprail aanbrengen
Opmerking: De telescooprails passen alleen rechts of links. Let er bij het inbrengen op dat ze er naar voren kunnen worden uitgetrokken.
- 1. De telescooprails tussen de beide stangen plaatsen.
- 2. De houder achter tussen de onderste en bovenste stang invoeren.
- 3. PUSH ingedrukt houden en de telescooprail naar binnen zwenken, totdat de houder voor zich tussen de beide stangen bevindt .
‒ PUSH loslaten.
- De houder klikt in.
- 4. De telescooprails tot de aanslag er uit trekken, en weer inschuiven.
20 Apparaatdeur
Om ervoor te zorgen dat uw apparaat lang mooi blijft en goed blijft werken, kunt u de deur van het apparaat er uit halen en reinigen.
20.1 Apparaatdeur verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
- 1. De apparaatdeur helemaal openen en in de richting van het apparaat drukken.
Pagina 29
Apparaatdeur nl
- 2. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.
- Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de
| apparaatdeur helemaal De blokkeerhendel op het nier opklappen. | opengeklapt. linker en rechter schar- |
| Blokkeerhendel opgeklapt | Het scharnier is beveiligd en kan niet dichtklappen. |
| Blokkeerhendel dichtgeklapt | De apparaatdeur is beveiligd en kan niet worden verwijderd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
- De blokkeerhendels zijn opgeklapt. De scharnieren zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
- 3. De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten . De apparaatdeur met beide handen links en rechts vastpakken en er naar boven uit trekken .
- 4. De apparaatdeur voorzichtig op en vlakke ondergrond leggen.
20.2 Apparaatdeur inhangen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren. Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.
- Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de apparaatdeur helemaal opengeklapt.
- 1. Opmerking: Let erop dat u de apparaatdeur zonder weerstand op de scharnieren schuift. Wanneer u een weerstand merkt, controleer dan of u bij de juiste opening inschuift.
De apparaatdeur recht op de beide scharnieren schuiven. De deur van het apparaat tot aan de aanslag schuiven.
- 2. Met beide handen boven links en rechts op de deurafdekking drukken, om te controleren of de apparaatdeur tot de aanslag is ingeschoven.
- 3. De apparaatdeur helemaal openen.
- 4. De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier dichtklappen.
- De blokkeerhendels zijn dichtgeklapt. De apparaatdeur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
- 5. De apparaatdeur sluiten.
20.3 Ruit van de deur verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Pagina 30
nl Apparaatdeur
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
- 1. De apparaatdeur een beetje openen.
- 2. De deurafdekking links en rechts van buiten drukken , tot deze losklikt.
- 3. De deurafdekking verwijderen .
- 4. De deurafdekking reinigen.
→ "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 23
- 5. De linker en rechter schroef op de apparaatdeur losdraaien en verwijderen
- 6. Een vaatdoek die meerdere keren is samengevouwen tussen de apparaatdeur klemmen. De voorruit er naar boven uittrekken .
- 7. De voorruit met de greep naar onderen op een vlakke ondergrond leggen.
- 8. De tussenruit met één hand tegen het apparaat drukken en tegelijkertijd de linker en rechter houders naar boven drukken. De houders niet verwijderen.
- 9. De tussenruit uitnemen.
- 10. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
De gedemonteerde ruiten van beide zijden met glasreiniger en een zachte doek reinigen.
- 11. De apparaatdeur reinigen.
→ "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 23
- 12. De deurruiten drogen en weer inbouwen.
→ "Deurruiten aanbrengen", Pagina 30
20.4 Deurruiten aanbrengen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren. Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
- 1. De tussenruit draaien, totdat de pijl rechts boven is.
- 2. De tussenruit onder in de houder inbrengen en aan de bovenkant aandrukken en vasthouden.
- 3. De linker en rechter houder naar beneden drukken totdat de binnenruit is ingeklemd .
- 4. De voorste ruit onder in de linker en rechter houder inhangen .
Pagina 31
Storingen verhelpen nl
- 5. De voorste ruit tegen het apparaat drukken, tot de linker en rechter haken tegenover de opname liggen .
- 6. De voorste ruit onder aandrukken , totdat deze hoorbaar vastklikt.
- 7. De apparaatdeur een beetje openen en de vaatdoek verwijderen.
- 8. De beide schroeven links en rechts op de apparaatdeur vastdraaien.
- 9. De deurafdekking aanbrengen en aandrukken , tot deze hoorbaar inklikt.
- 10. De apparaatdeur sluiten.
Opmerking: De binnenruimte pas gebruiken wanneer de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
21 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
21.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▶ Controleer de zekering in de meterkast. |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. | |
| Apparaat warmt niet op, op het display knippert de dubbele punt en er verschijnt een . | Demomodus is geactiveerd. 1. Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast uit en opnieuw in te schakelen. 2. Deactiveer de demomodus binnen 5 minuten door de laatste basisinstelling (afhankelijk van het apparaattype of ) in de waarde te wijzigen. → "Basisinstellingen", Pagina 21 |
| Werking met stoomondersteuning start niet. | Watertank is leeg. ▶ Vul de watertank. → "Watertank vullen", Pagina 13 |
| Ontkalken blokkeert het gebruik met stoomondersteuning. ▶ Voer het ontkalken volledig uit. → "Ontkalken", Pagina 26 | |
| Stoomsysteem is defect. ▶ Neem contact op met de klantenservice. → "Servicedienst", Pagina 34 |