naslaan.comZoekenAlle merken

Bosch HRG4785B1, tekst van de handleiding

Pagina's 17–31 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 4–16verder op pagina 32 →

Pagina 17

Programma's nl

De binnenruimte, accessoires en braadthermometer worden zeer heet.

Als de kerntemperatuur is bereikt:

‒ Het apparaat uitschakelen.

‒ Neem de braadthermometer uit de aansluiting in de binnenruimte.

‒ Neem de braadthermometer uit het product en uit de binnenruimte.

11 Programma's

Met de programma's helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.

11.1 Vormen voor programma's

Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C.

Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.

Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt: licht gekleurd, glanzend aluminium

11.2 Stoom

Het apparaat biedt u voor de stoomfunctie-programma's waarmee u de gerechten eenvoudig en professioneel kunt klaarmaken.

Aanwijzingen over de functies met stoomondersteuning vindt u bij Stoom.

→ "Stoom", Pagina 12

11.3 Programmatabel

De programmanummers zijn aan bepaalde gerechten toegewezen.

Nr.GerechtVormenGewichtsbereik InstelgewichtVloeistof toevoegenInschuif-hoogteAanwijzingen
01Broodvlecht, broodkrans¹Bakplaat met bakpapier0,6 - 1,5 kg Gewicht van het deegnee3De binnenruimte moet bij aanvang koud zijn.
02Gistdeeg laten rijzen¹Schotel op rooster0,5 - 1,5 kg Gewicht van het deegnee2De binnenruimte moet bij aanvang koud zijn.
03Tarwebrood, gemengd tarwebrood op bakplaat¹Bakplaat met bakpapier0,5 - 2,0 kg Gewicht van het deegnee2De binnenruimte moet bij aanvang koud zijn.
04Tarwebrood, gemengd tarwebrood langwerpig¹Langwerpig, ingevet en met bloem bestoven0,8 - 2,0 kg Gewicht van het deegnee2De binnenruimte moet bij aanvang koud zijn.
05Wit brood op bakplaat¹Bakplaat met bakpapier0,5 - 2,0 kg Gewicht van het deegnee2Wanneer u 2 broden tegelijkertijd bakt, dan het gewicht van het zwaarste brood aangeven.
06Gemengd roggebrood¹Langwerpig, ingevet en met bloem bestoven0,8 - 2,0 kg Gewicht van het deegnee2De binnenruimte moet bij aanvang koud zijn.
07Plat rond brood¹Bakplaat met bakpapier0,4 - 1,0 kg Gewicht van het deegnee2De binnenruimte moet bij aanvang koud zijn.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

1 Stoomprogramma (Gebruik uitsluitend met gevuld waterreservoir)

Pagina 18

nl Programma's

Nr.GerechtVormenGewichtsbereik InstelgewichtVloeistof toevoegenInschuif-hoogteAanwijzingen
08Aardappels uit de oven, heel
Ongeschilde, kruimige aardappels
Braadslede0,3-1,5 kg Totaalgewichtnee3-
09Eenpansgerecht, met groente vegetarischhoge braadpan met deksel0,5-2,5 kg Totaalgewichtvolgens recept2Groente met een lange bereidingstijd (bijv. wortelen) in kleinere stukken snijden dan groente met een korte bereidingstijd (bijv. tomaten)
10Goulash
Rund- of varkensvlees in blokjes, met groente
hoge braadpan met deksel0,5-2,5 kg Totaalgewichtvolgens recept2Eerst het vlees erin doen en daarop de groente leggen Het vlees niet eerst aanbraden
11Vis, heel¹ panklaar, gekruidBraadsledes zonder deksel of bakplaat0,8-1,5 kg
Gewicht van de vis
nee2In drijfstand in de vorm doen
12Kip, ongevuld¹ panklaar, gekruidBraadsledes zonder deksel of bakplaat0,9-1,5 kg Gewicht kipnee2met de borst naar boven in de vorm leggen
13Stukken kip¹ panklaar, gekruidBraadsledes zonder deksel of bakplaat0,1-0,8 kg
Gewicht van het zwaarste deel
nee3-
14Kalkoenfilet van het stuk, gekruidBraadpan met glazen deksel0,5-2,5 kg
Gewicht kalkoenfilet
Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2-
15Eend, ongevuld¹ panklaar, gekruidBraadsledes zonder deksel of bakplaat1,3-2,5 kg Gewicht eendnee2met de borst naar boven in de vorm leggen
16Gans, niet gevuld¹ panklaar, gekruidBraadsledes zonder deksel of bakplaat2,3-4,5 kg Gewicht gansnee2met de borst naar boven in de vorm leggen
17Ganzenbouten panklaar, gekruidGlazen ovenschotel zonder deksel op rooster0,3-0,8 kg
Gewicht van het zwaarste deel
Bodem van de braadpan bedekken2-
18Gestoofd rundvlees bijv. klapstuk, schouderstuk, fricandeau of gemarineerd vleesBraadpan met deksel0,5-2,5 kg
Gewicht van het vlees
Vlees met vloeistof bedekken2Het vlees niet eerst aanbraden
19Runderfilet, medium¹ panklaar, gekruidBraadsledes zonder deksel of bakplaat0,8-2,0 kg
Gewicht van het vlees
nee2Het vlees niet eerst aanbraden
20Rosbief, medium panklaar, gekruidBraadpan zonder deksel0,5-2,5 kg
Gewicht van het vlees
nee2met de vetzijde naar boven in de vorm leggen
Het vlees niet eerst aanbraden

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

1 Stoomprogramma (Gebruik uitsluitend met gevuld waterreservoir)

Pagina 19

Programma's nl

Nr.GerechtVormenGewichtsbereik InstelgewichtVloeistof toevoegenInschuif-hoogteAanwijzingen
21Runderrollade gevuld met groente of vleesBraadpan met deksel0,5-2,5 kg
Gewicht van alle gevulde rollades
Vleesrolletjes bedekken bijv. met bouillon of water2Het vlees niet eerst aanbraden
22Gebraden gehakt, vers
Gehakt van rund-, varkens- of lamsvlees
Braadpan met deksel0,5-2,5 kg
Gewicht gehakt
nee2Het vlees niet eerst aanbraden
23Lamsbout, medium zonder been, gekruidBraadpan met deksel0,5-2,5 kg
Gewicht van het vlees
Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Het vlees niet eerst aanbraden
24Lamsbout, doorbakken zonder been, gekruidBraadpan met deksel0,5-2,5 kg
Gewicht van het vlees
Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Het vlees niet eerst aanbraden
25Gebraden kalfsvlees, doorregen bijv. rug of heupBraadpan met deksel0,5-3,0 kg
Gewicht van het vlees
Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Het vlees niet eerst aanbraden
26Gebraden kalfsvlees, mager bijv. lendestuk of fricandeauBraadpan met deksel0,5-2,5 kg
Gewicht van het vlees
Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Het vlees niet eerst aanbraden
27Reebout zonder been, gezoutenBraadpan met deksel0,5-2,0 kg
Gewicht van het vlees
Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2-
28Gebraden varkenshals¹ zonder been, gekruidBraadsledes zonder deksel of bakplaat0,8-2,5 kg
Gewicht van het vlees
nee2Het vlees niet eerst aanbraden
29Gebraden varkensvlees met korstje¹ bijv. schouder, gekruid en zwoerd ingesnedenBraadsledes zonder deksel of bakplaat1,0-2,0 kg
Gewicht van het vlees
nee2met de kant van het vet naar boven in de vorm leggen, het zwoerd goed zouten
30Gebraden varkenshaas gekruidBraadpan met glazen deksel0,5-2,5 kg
Gewicht van het vlees
Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Het vlees niet eerst aanbraden

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

1 Stoomprogramma (Gebruik uitsluitend met gevuld waterreservoir)

Pagina 20

nl Kinderslot

11.4 Gerecht voor programma voorbereiden

Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebruiken.

Het gewicht van het gerecht is nodig om het programma juist in te stellen.

Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnenruimte.

11.5 Programma instellen

Het apparaat kiest het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de duur. U hoeft alleen het gewicht in te stellen.

Opmerkingen

‒ Om de tijdsduur van het programma op te vragen, op de toets drukken. De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.

‒ Bij sommige programma's kan het einde met de toets worden verschoven.

→ "Einde instellen", Pagina 15

‒ Om het signaal vroegtijdig te beëindigen, op een willekeurige toets drukken.

‒ Om een duur voor het nagaren in te stellen, op de toets drukken. Het apparaat warmt verder op met de instelling van het programma. ‒ Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.

12 Kinderslot

Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen. Opmerking: Of het kinderslot kan worden ingesteld, kunt u in de basisinstellingen → Pagina 21 instellen.

12.1 Kinderslot activeren en deactiveren

Vereiste: De functiekeuzeknop staat op de nulstand .

‒ Om het kinderslot te deactiveren, de toets ingedrukt houden tot op het display dooft.

13 Snel voorverwarmen

Om tijd te besparen, kan de snel voorverwarmen functie bij ingestelde temperaturen boven 100°C de opwarmingsduur verkorten.

Bij deze verwarmingsmethoden kunt u de functie snel voorverwarmen gebruiken:

3D hetelucht

Boven- en onderwarmte

13.1 Snel voorverwarmen instellen

Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de gerechten pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen.

Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.

Vanaf een ingestelde temperatuur van 200 °C wordt het snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld.

Snel voorverwarmen afbreken

Pagina 21

Sabbatinstelling nl

14 Sabbatinstelling

Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur van meer dan 70 uur instellen. Voedingsmiddelen kunnen tussen 85 °C en 140 °C met Boven- en onderwarmte worden warmgehouden, zonder dat u het apparaat met in- of uitschakelen.

14.1 Sabbatinstelling starten

Opmerkingen

Vereiste: De sabbatinstelling is in de basisinstellingen geactiveerd.

→ "Basisinstellingen", Pagina 21

Na ca. 10 tot 20 minuten schakelt het apparaat automatisch uit.

15 Basisinstellingen

U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.

15.1 Overzicht van de basisinstellingen

Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.

IndicatieBasisinstellingKeuze
Signaalduur na het verstrijken van een tijdsduur of wekkertijd= 10 seconden = 30 seconden¹ = 2 minuten
Wachttijd totdat een instelling is overgenomen= 3 seconden¹ = 6 seconden = 10 seconden
Toetssignaal bij het indrukken van een toets= uit = aan¹
Helderheid van de displayverlichting= donker = gemiddeld¹ = helder
Indicatie van de tijd= tijdsweergave uit = tijd weergeven¹
Kinderslot instelbaar → "Kinderslot", Pagina 20= nee = ja¹ = ja, met deurvergrendeling
Verlichting van de binnenruimte bij gebruik= nee = ja¹
Nalooptijd van de koelventilator= kort = gemiddeld¹ = lang = extra lang
Telescooprails achteraf aangebracht²= nee¹ (bij rekjes en enkelvoudig uittreksysteem) = ja (bij 2- en 3-voudig uittreksysteem)
Sabbatinstelling beschikbaar → "Sabbatinstelling", Pagina 21= nee¹ = ja

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)

2 Afhankelijk van de apparaatuitvoering

Pagina 22

nl Basisinstellingen

IndicatieBasisinstellingKeuze
Waterhardheid → "Waterhardheid instellen", Pagina 22= onthard = zacht (tot 1,5 mmol/l) = gemiddeld (1,5 - 2,5 mmol/l) = hard (2,5 - 3,8 mmol/l)¹ = zeer hard (> 3,8 mmol/l)
Automatisch snel voorverwarmen vanaf 200°C²= nee = ja¹
Alle waarden naar de fabrieksinstelling terugzetten= nee¹ = ja

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)

2 Afhankelijk van de apparaatuitvoering

15.2 Basisinstelling wijzigen

Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.

Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de ingevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behouden.

15.3 Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken

15.4 Waterhardheid instellen

LET OP!

Wanneer een verkeerde waterhardheid is ingesteld, dan kan het apparaat u niet tijdig aan het ontkalken herinneren.

Schade aan het apparaat door gebruik van ongeschikte vloeistoffen.

Vereisten

Tip: Wanneer uw leidingwater sterk kalkhoudend is, adviseren wij u onthard water te gebruiken. Gebruikt u uitsluitend onthard water, stel dan het waterhardheidbereik in op "onthard".

Tip: Gebruikt u mineraalwater, stel dan waterhardheid op “zeer hard“ in. Gebruikt u mineraalwater, gebruik dan uitsluitend mineraalwater zonder koolzuur.

Basisinstelling waterhardheidWaterhardheid in mmol/lDuitse hardheid °dHFranse hardheid °fH
= onthard¹---
= zachttot 1,5tot 8,4tot 15
= gemiddeld1,5-2,58,4-1415-25
= hard2,5-3,814-21,325-38
= zeer hard²hoger dan 3,8hoger dan 21,3hoger dan 38

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

1 Alleen instellen wanneer er uitsluitend onthard water wordt gebruikt.

2 Ook voor mineraalwater instellen. Uitsluitend mineraalwater zonder koolzuur gebruiken.

Pagina 23

Reiniging en onderhoud nl

16 Reiniging en onderhoud

Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.

16.1 Reinigingsmiddelen

Gebruik om de verschillende oppervlakken van het apparaat niet te beschadigen geen ongeschikte reinigingsmiddelen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

Geschikte schoonmaakmiddelen

Gebruik alleen geschikte schoonmaakmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat.

LET OP!

Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.

Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.

Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.

Houd de handleiding aan bij het reinigen van het apparaat.

→ "Apparaat schoonmaken", Pagina 24

Voorzijde van het apparaat

OppervlakGeschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
RVS• Warm zeepsop
• Speciale RVS-verzorgingsmiddelen voor warme oppervlakken
Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvrijstalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Kunststof of gelakte oppervlakken bijv. bedieningspaneel• Warm zeepsopGebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Apparaatdeur
GebiedGeschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
Ruiten van de deur• Warm zeepsopGebruik geen schraper of rvs-schuursponsje gebruiken. Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. → "Apparaatdeur", Pagina 28
Deurafscherming• Van roestvaststaal: RVS-reiniger
• Van kunststof:
Warm zeepsop
Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Tip: Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen. → "Apparaatdeur", Pagina 28
Deurgreep• Warm zeepsopOm vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen.
Deurafdichting• Warm zeepsopNiet afnemen en niet schuren.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

Pagina 24

nl Reiniging en onderhoud

Binnenruimte

GebiedGeschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
Emaillen oppervlakken• Warm zeepsop
• Azijnwater
• Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons.
Om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het apparaat open laten.
Tip: Gebruik bij voorkeur de reinigingsfunctie.
→ "Pyrolyse ", Pagina 25
Opmerkingen
• Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed.De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed.
• De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
• Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaillen oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed.De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen.
Glazen kapje van de ovenlamp• Warm zeepsopGebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger.
Rekjes• Warm zeepsopGebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons. Tip: Voor het reinigen de rekjes verwijderen.
→ "Rekjes", Pagina 27
Telescoopsysteem• Warm zeepsopGebruik bij sterke verontreiniging een borstel.
Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het beste in ingeschoven toestand reinigen.
Niet in de vaatwasser reinigen.
Tip: Voor het reinigen het telescoopsysteem verwijderen. → "Rekjes", Pagina 27
Accessoires• Warm zeepsop
• Ovenreiniger
Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan.
Watertank• Warm zeepsopOm na de reiniging resten schoonmaakmiddel te verwijderen met schoon water grondig naspoelen.
Om de watertank na de reiniging te drogen, de watertank met geopend deksel laten drogen. Afdichting op het deksel goed drogen. Niet in de vaatwasser reinigen.
Braadthermometer• Warm zeepsopGebruik bij sterke verontreiniging een borstel. Niet in de vaatwasser reinigen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

16.2 Apparaat schoonmaken

Reinig om beschadiging van het apparaat te voorkomen het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.

Vereiste: De instructies voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aanhouden.

→ "Reinigingsmiddelen", Pagina 23

‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.

→ "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 23

Pagina 25

Pyrolyse nl

17 Pyrolyse

Met de reinigingsfunctie Pyrolyse reinigt de binnenruimte zichzelf vrijwel automatisch.

Reinig de binnenruimte om de 2 tot 3 maanden met de reinigingsfunctie. U kunt de reinigingsfunctie desgewenst vaker gebruiken. De reinigingsfunctie heeft ca. 2,5 - 4,8 kilowattuur nodig.

17.1 Apparaat voor de reinigingsfunctie voorbereiden

Om een goed reinigingsresultaat te verkrijgen, dient u het apparaat zorgvuldig voor te bereiden.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten.

Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens de reiniging vlam vatten.

De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.

De deurafdichting niet afnemen en niet schuren. Verwijder sterke verontreinigingen op de binnenruit met ovenreiniger.

17.2 Reinigingsfunctie instellen

Ventileer de keuken zolang de reinigingsfunctie loopt.

WAARSCHUWING ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!

De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een heel hoge temperatuur op zodat resten van braden, grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen.

Opmerking: De ovenlamp brandt tijdens de reinigingsfunctie niet.

Vereiste: Het apparaat voor de reinigingsfunctie voorbereiden. → Pagina 25

ReinigingsstandMate van reinigingDuur in uren
1LichtCa. 1:15
2GemiddeldCa. 1:30
3HoogCa. 2:00

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)

Bij sterkere of oudere verontreiniging een hogere reinigingsstand kiezen.

De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.

Als het apparaat voldoende is afgekoeld, ontgrendelt de apparaatdeur en gaat uit.

Pagina 26

nl Ontkalken

17.3 Apparaat na de reinigingsfunctie gebruiksklaar maken

Opmerking: Witte aanslag op de emailvlakken kan door te grove verontreinigingen ontstaan. Deze levensmiddelresten zijn ongevaarlijk. De aanslag heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat.

→ "Rekjes", Pagina 27

18 Ontkalken

Voor een goede werking dient u het apparaat regelmatig te ontkalken.

Hoe vaak het apparaat moet worden ontkalkt hangt af van de hardheid van het gebruikte water. Het symbool herinnert u er aan het ontkalken uit te voeren. Het ontkalken bestaat uit 4 stappen. Om hygiënische redenen is het apparaat pas weer gebruiksklaar nadat het ontkalken helemaal voltooid is. In totaal duurt het ontkalken ca. 90 - 110 minuten:

IndicatieStap
1e stap: ontkalken ca. 65 min.
2e stap: spoelcyclus ca. 9 min.
3e stap: spoelcyclus ca. 9 min.
4e stap: spoelcyclus ca. 9 min.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)

18.1 Eerste stap ( )

LET OP!

De inwerkingstijden tijdens het ontkalken zijn afgestemd op het door ons aanbevolen vloeibare ontkalkingsmiddel. Andere ontkalkingsmiddelen kunnen schade aan het apparaat veroorzaken.

Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel of andere gevoelige oppervlakken terechtkomt raken deze beschadigd.

Opmerking: Vul tijdens het hele ontkalkingsproces niet meer dan 150 ml vloeistof in de watertank.

18.2 Tweede stap ( )

18.3 Derde stap ( )

18.4 Vierde stap ( )

18.5 Ontkalken onderbroken

Wordt het ontkalken onderbroken, bijv. door een stroomonderbreking of uitschakeling van het apparaat, dan verschijnt nadat het apparaat opnieuw ingeschakeld is het symbool op het display. U wordt gevraagd drie keer te spoelen. Tot aan het einde van de derde spoelcyclus blijft het apparaat geblokkeerd voor ander gebruik.

Opmerking: Wanneer u een ander gebruik instelt, verschijnt op het display (Cleaning). Herhaal na het spoelen het onderbroken ontkalken.

→ "Tweede stap ( )", Pagina 26

Pagina 27

Rekjes nl

19 Rekjes

Om de rekjes en de binnenruimte te reinigen of om de rekjes te wisselen, kunnen deze worden verwijderd.

19.1 Rekjes verwijderen

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

De rekjes worden heel heet

19.2 Rekjes inhangen

Opmerkingen

3

4

19.3 Telescooprail verwijderen

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

De rekjes worden heel heet

Opmerkingen

→ "Basisinstellingen", Pagina 21

Pagina 28

nl Apparaatdeur

→ "Reinigingsmiddelen", Pagina 23

19.4 Telescooprail aanbrengen

Opmerking: De telescooprails passen alleen rechts of links. Let er bij het inbrengen op dat ze er naar voren kunnen worden uitgetrokken.

‒ PUSH loslaten.

20 Apparaatdeur

Om ervoor te zorgen dat uw apparaat lang mooi blijft en goed blijft werken, kunt u de deur van het apparaat er uit halen en reinigen.

20.1 Apparaatdeur verwijderen

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.

Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.

Pagina 29

Apparaatdeur nl

Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.

apparaatdeur helemaal De blokkeerhendel op het nier opklappen.opengeklapt.
linker en rechter schar-
Blokkeerhendel opgeklaptHet scharnier is beveiligd en kan niet dichtklappen.
Blokkeerhendel dichtgeklaptDe apparaatdeur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)

20.2 Apparaatdeur inhangen

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.

De apparaatdeur recht op de beide scharnieren schuiven. De deur van het apparaat tot aan de aanslag schuiven.

20.3 Ruit van de deur verwijderen

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.

Pagina 30

nl Apparaatdeur

Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.

→ "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 23

Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.

De gedemonteerde ruiten van beide zijden met glasreiniger en een zachte doek reinigen.

→ "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 23

→ "Deurruiten aanbrengen", Pagina 30

20.4 Deurruiten aanbrengen

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.

Pagina 31

Storingen verhelpen nl

Opmerking: De binnenruimte pas gebruiken wanneer de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.

21 Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

21.1 Functiestoringen

StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat werkt niet.De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden.
▶ Controleer de zekering in de meterkast.
Stroomvoorziening is uitgevallen.
▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren.
Apparaat warmt niet op, op het display knippert de dubbele punt en er verschijnt een .Demomodus is geactiveerd.
1. Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast uit en opnieuw in te schakelen.
2. Deactiveer de demomodus binnen 5 minuten door de laatste basisinstelling (afhankelijk van het apparaattype of ) in de waarde te wijzigen.
→ "Basisinstellingen", Pagina 21
Werking met stoomondersteuning start niet.Watertank is leeg.
▶ Vul de watertank.
→ "Watertank vullen", Pagina 13
Ontkalken blokkeert het gebruik met stoomondersteuning.
▶ Voer het ontkalken volledig uit.
→ "Ontkalken", Pagina 26
Stoomsysteem is defect.
▶ Neem contact op met de klantenservice. → "Servicedienst", Pagina 34

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

← pagina's 4–16verder op pagina 32 →Inhoud