Bosch HRG4785B1, tekst van de handleiding
Pagina's 32–41 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 32
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaatdeur kan niet worden geopend, op het display brandt . | Kinderslot vergrendelt de apparaatdeur. ▶ Deactiveer het kinderslot met de toets . → "Kinderslot", Pagina 20 |
| Apparaatdeur kan niet worden geopend, op het display brandt . | Reinigingsfunctie vergrendelt de apparaatdeur. ▶ Het apparaat laten afkoelen tot op het display uitgaat. → "Pyrolyse ", Pagina 25 |
| Op het display knippert de tijd. | Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Stel de tijd opnieuw in. → "Tijd instellen", Pagina 16 |
| Tijd verschijnt niet op het display als het apparaat is uitgeschakeld. | Basisinstelling werd gewijzigd. ▶ Wijzig de basisinstelling voor de tijdindicatie. → "Basisinstellingen", Pagina 21 |
| Op het display brandt en het apparaat kan niet worden ingesteld. | Kinderslot is geactiveerd. ▶ Deactiveer het kinderslot met de toets . → "Kinderslot", Pagina 20 |
| Op het display knippert en het apparaat start niet. | Binnenruimte is te heet voor de gekozen modus. 1. Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen. 2. Start de werking opnieuw. |
| Op het display verschijnt . | Maximale gebruiksduur is bereikt. Om een ongewilde permanente werking te vermijden, stopt het apparaat na meerdere uren automatisch met op te warmen als de instellingen onveranderd zijn. ▶ Schakel het apparaat uit. U kunt zo nodig opnieuw instellen. Tip: Om te voorkomen dat het apparaat ongewenst uitschakelt, bijv. bij zeer lange bereidingstijden, kunt u een tijdsduur instellen. → "Tijdfuncties", Pagina 14 |
| Op het display verschijnt - . | Er zit teveel water in het stoomsysteem. Het water kan niet in de watertank worden teruggepompt. 1. Leeg de watertank en plaats de lege watertank. → "Watertank legen", Pagina 14 2. Stel de tijd opnieuw in. → "Tijd instellen", Pagina 16 3. Schakel het apparaat uit en weer aan. 4. Voer "Ontkalken onderbroken" volledig uit. → "Ontkalken onderbroken", Pagina 26 |
| Op het display verschijnt een melding met , bijv. - . | Elektronicastoring 1. Druk op de toets . ‒ Indien nodig stelt u de tijd opnieuw in. • Als de storing eenmalig was, verdwijnt de foutmelding. 2. Als de foutmelding opnieuw verschijnt, neemt u contact op met de servicedienst. Geef de exacte foutmelding en het E-nr. van uw apparaat op. → "Servicedienst", Pagina 34 |
| Op het display brandt continu. | Watertank is leeg. ▶ Vul de watertank. → "Watertank vullen", Pagina 13 |
| Watertank niet geheel ingeschoven. ▶ Schuif de watertank er volledig in. | |
| Watertank is lek. ▶ U dient een nieuwe watertank te bestellen. | |
| Sensor is defect. ▶ Neem contact op met de klantenservice. → "Servicedienst", Pagina 34 |
Pagina 33
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Op het display brandt . | Het apparaat is verkalkt. ▶ Voer het ontkalken volledig uit. → "Ontkalken", Pagina 26 |
| Op het display verschijnt . | Tijdens het ontkalken werd de stroomtoevoer onderbroken of het apparaat uitgeschakeld. ▶ Voer het onderbroken ontkalken volledig uit. → "Ontkalken onderbroken", Pagina 26 |
| Het apparaat bromt tijdens het gebruik en na het uitschakelen. | Functiecontrole van de pomp veroorzaakt geluid tijdens het gebruik. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Tijdens gebruik met stoomondersteuning ontsnapt stoom uit de ventilatiesleuven. | Er ontsnapt stoom vanwege fysieke redenen. ▶ Wacht tot het bereiden met stoomondersteuning eindigt. Na het einde van het bereiden met stoomondersteuning ontsnapt na korte tijd geen stoom meer. |
| Na het gebruik van de stoomondersteuning is het bereidingsresultaat te droog of te vochtig. | Stoomintensiteit verkeerd ingesteld. ▶ Stoomintensiteit hoger of lager instellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
21.2 Ovenlamp vervangen
Wanneer de verlichting in de oven is uitgevallen, vervang dan de ovenlamp.
Opmerking: Hittebestendige 230V-halogeenlampen, 40 watt, kunt u verkrijgen bij de servicedienst of in speciaalzaken. Gebruik uitsluitend originele lampen. Pak nieuwe halogeenlampen uitsluitend beet met een schone, droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder stroom.
- Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektrische schok te voorkomen.
- Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Vereisten
- Het apparaat moet zijn losgekoppeld van de voedingsspanning.
- De binnenruimte is afgekoeld.
- Een nieuwe halogeenlamp ter vervanging is beschikbaar.
- 1. Leg een theedoek in de binnenruimte om beschadiging te voorkomen.
- 2. Het glazen kapje er naar links uitdraaien .
- 3. Trek de halogeenlamp zonder te draaien er uit .
- 4. De nieuwe halogeenlamp plaatsen en stevig in de fitting drukken.
Let op de stand van de pinnen van de halogeenlamp.
- 5. Afhankelijk van het type apparaat is het glazen kapje voorzien van een afdichtring. De afdichtring plaatsen.
- 6. Het glazen kapje erin schroeven.
- 7. Verwijder de theedoek uit de binnenruimte.
- 8. Sluit het apparaat aan op het elektriciteitsnet.
Pagina 34
nl Afvoeren
22 Afvoeren
22.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
23 Servicedienst
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G.
23.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
24 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
24.1 Aanwijzingen voor de bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van gerechten.
- Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden.
- De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Schuif de accessoire pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
- Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
Opmerking: Bij een toepassing met stoom is het gewenst dat er veel waterdamp in de binnenruimte ontstaat.
Maak de binnenruimte na de bereiding droog wanneer deze is afgekoeld.
24.2 Aanwijzingen voor het bakken
Gebruik bij het bakken de aangegeven inschuifhoogtes.
| Bakken op één niveau | Hoogte |
|---|---|
| hoog gebak of vorm op het rooster | 2 |
| plat gebak resp. op bakplaat | 3 |
| Bakken op twee niveaus | Hoogte |
| Braadslede Bakplaat | 3 1 |
| Vormen op het rooster: eerste rooster tweede rooster | Hoogte 3 1 |
| Bakken op drie niveaus | Hoogte |
| Bakplaat Braadslede Bakplaat | 5 3 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
Opmerkingen
- Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus hete lucht. Gebak dat gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Pagina 35
Zo lukt het nl
- Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
- Bakken met stoom is alleen in één niveau mogelijk.
24.3 Aanwijzingen voor het braden en grillen
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braadklaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttemperatuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
- Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
- Gevogelte, vlees en vis na ca. 1/2 tot 2/3 van de opgegeven tijd keren.
- Voeg wat vloeistof toe aan het gevogelte in de vorm. De bodem van de vorm dient ca. 1-2 cm bedekt te zijn.
- Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt.
Braden en stoven met stoom
- Bij gerechten met stoomondersteuning en een lange duur kan de watertank leeg raken. Vul de watertank bij indien nodig.
- U moet het braadstuk of de vis niet omkeren.
Braden en grillen op het rooster
Het braden op het rooster is bijzonder geschikt voor groot gevogelte of meerdere stukken tegelijk
- Giet afhankelijk van de grootte en het soort product tot 1/2 liter water in de braadslede.
Van dit opgevangen braadvocht kunt u een saus bereiden. Er ontstaat dan ook minder rook en de binnenruimte wordt minder verontreinigd.
- Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten.
Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
- Leg het te grillen stuk op het rooster. Plaats bovendien de braadslede, met de schuine kant naar de apparaatdeur, ten minste één inschuifhoogte eronder. Zo wordt afdruipend vet opgevangen.
Braden in vormen
Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnenruimte schoner.
Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm aan. Vormen van glas zijn het meest geschikt.
Open vorm
- Gebruik een hoge braadvorm.
- De vorm op het rooster plaatsen.
- Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de braadslede gebruiken.
Gesloten vorm
- De vorm op het rooster plaatsen.
- Vlees, gevogelte en vis kunnen ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik daarvoor een braadslede met glazen deksel. Stel een hogere temperatuur in.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer hete vormen van glas op een koude of natte ondergrond worden geplaatst, kan het glas barsten.
- Plaats hete glazen vormen op een droge onderzetter.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van het lichaam kan ontsnappen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
24.4 Selectie van gerechten
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Stoomintensiteit | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Cake, fijn | Langwerpige bakvorm | 2 | 150-170 | - | 60-80 | |
| Cake, 2 niveaus | Langwerpige bakvorm | 3+1 | 140-150 | - | 70-85 | |
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 170-190 | - | 55-80 | |
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 2 | 150-160 | 40-45 | ||
| Cakerol | Bakplaat | 3 | 190-200¹ | 10-15 | ||
| Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 2 | 160-180 | - | 55-95 | |
| Gebak van gistdeeg met vochtige bedekking | Braadslede | 3 | 180-200 | - | 30-55 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
1 Het apparaat voorverwarmen.
2 Het gerecht na 1/2 - 2/3 van de totale tijd keren.
3 In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
4 Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
Pagina 36
nl Zo lukt het
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Stoomintensiteit | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Muffins | Muffinplaat op het rooster | 2 | 170-190 | - | 20-40 | |
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat | 3 | 160-170 | 20-30 | ||
| Koekjes | Bakplaat | 3 | 140-160 | - | 15-25 | |
| Koekjes, 2 of 3 niveaus | Braadslede Bakplaat | 3+1 5+3+1 | 140-160 | - | 15-25 | |
| Brood, 1000 g (in rechthoekige vorm, op de plaat) | Braadslede Langwerpige bakvorm | 2 | 1. 210-220 2. 180-190 | 1. 2. 0 | 1. 10-15 2. 40-50 | |
| Pizza, vers | Bakplaat | 3 | 190-210 | - | 20-30 | |
| Pizza, vers, dunne bodem | Ronde pizzaplaat | 2 | 250-270¹ | - | 8-13 | |
| Quiche | Taartvorm | 2 | 190-210 | - | 25-35 | |
| Ovenschotel, hartig, gegaarde ingrediënten. | Ovenschaal | 2 | 150-170 | 40-45 | ||
| Kip, 1,3 kg, ongevuld | Open vorm | 2 | 200-230 | 60-70 | ||
| Kleine kipdelen, à 250 g | Open vorm | 2 | 220-230 | 35-45 | ||
| Gans, niet gevuld, 3 kg | Open vorm | 2 | 1. 140-150 2. 140-150 | 1. 2. 0 | 1. 30-40 2. 70-80 | |
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 160-170 | 130-150 | ||
| Runderfilet, medium, 1 kg | Rooster Braadslede | 3 | 210-220 | - | 40-50² | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten servies | 2 | 200-220 | - | 130-150³ | |
| Rosbief, medium, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 180-200 | 50-60 | ||
| Burger, 3-4 cm hoog | Rooster | 4 | 3 | - | 25-30⁴ | |
| Lamsbout zonder been, medium, 1,0 kg | Open vorm | 2 | 170-180 | 65-75 | ||
| Vis, gebraden, heel 300 g, bijv. forel | Braadslede | 2 | 170-180 | 20-30 | ||
| Schotel, 1 portie | Open vorm | 2 | 120-130 | - | 15-25 | |
| Pizza, gebakken | Rooster | 2 | 170-180¹ | - | 5-15 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
1 Het apparaat voorverwarmen.
2 Het gerecht na 1/2 - 2/3 van de totale tijd keren.
3 In het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen
4 Het gerecht na 2/3 van de totale tijd keren.
24.5 Yoghurt
Met uw apparaat kunt u ook zelf yoghurt maken.
Yoghurt maken
- 1. De accessoires en de rekjes uit de binnenruimte nemen.
- 2. De eerder voorbereide yoghurtmassa in kleine vormen gieten, bijv. in kopjes of kleine glazen.
- 3. De vormen met folie afdekken, bijv. met vershoudfolie.
- 4. Plaats de vormen op de bodem van de binnenruimte.
- 5. Stel het apparaat in overeenkomstig de instellingsaanbevelingen.
- 6. De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten afkoelen.
Pagina 37
Zo lukt het nl
Insteladvies voor yoghurt
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Yoghurt | Portievormen | Bodem van de binnenruimte | 40-45 | 8-9 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
24.6 Langzaam garen
Langzaam garen betekent dat de bereiding op een zeer lage temperatuur plaatsvindt. Het wordt ook wel bereiden bij lage temperatuur genoemd.
Voedingswaar langzaam garen
Vereisten
- Gebruik uitsluitend vers en hygiënisch perfect vlees, zonder bot.
- Start de werking alleen wanneer de binnenruimte geheel is afgekoeld.
- 1. De binnenruimte en de vorm ca. 15 minuten voorverwarmen.
- 2. Het vlees op de kookplaat van alle kanten zeer heet aanbraden.
- 3. Het vlees direct op de voorverwarmde vorm in de binnenruimte van de oven doen.
- 4. Houd de deur van het apparaat gesloten om een gelijkmatig bereidingsklimaat te krijgen.
Insteladvies voor langzaam garen
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Aanbraadduur in min. | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eendenborst, à 300 g | Open vorm | 2 | 6-8 | 95¹ | 60-70 | |
| Varkenshaas, heel | Open vorm | 2 | 4-6 | 85¹ | 75-100 | |
| Runderdij, 6-7 cm dik, 1,5 kg, doorbakken | Open vorm | 2 | 6-8 | 100¹ | 160-220 | |
| Runderfilet, 4-6 cm dik, 1 kg | Open vorm | 2 | 6-8 | 85¹ | 90-150 | |
| Kalfsmedaillons, 4 cm dik | Open vorm | 2 | 4 | 80¹ | 50-70 | |
| Lamsrack, zonder been, à 200 g | Open vorm | 2 | 4 | 85¹ | 30-70 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
1 Het apparaat voorverwarmen.
24.7 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1 te vergemakkelijken.
Bakken
Houd deze informatie aan bij het bereiden van testgerechten.
Algemene opmerkingen
- De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
- Neem de aanwijzingen voor het voorverwarmen in de tabellen in acht. De instelwaarden gelden zonder snel voorverwarmen.
- Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven temperatuur.
Inschuifhoogtes
Inschuifhoogtes bij het bakken op twee niveaus: Opmerking: Gebak op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeft niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Braadslede, hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
- Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Inschuifhoogtes bij het bakken op drie niveaus:
- Bakplaat: hoogte 5
Braadslede, hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
Bakken met twee springvormen:
Pagina 38
nl Montagehandleiding
Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Insteladvies voor bakken
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Stoomintensiteit | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Spritsgebak | Bakplaat | 3 | 140-150¹ | 25-35 | ||
| Spritsgebak | Bakplaat | 3 | 140-150¹ | 20-30 | ||
| Sprits, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3 + 1 | 140-150¹ | 25-35 | ||
| Sprits, 3 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 5 + 3 + 1 | 130-140¹ | 35-55 | ||
| Kleine cakes | Bakplaat | 3 | 150¹ | 25-35 | ||
| Kleine cakes | Bakplaat | 3 | 150¹ | 20-30 | ||
| Kleine cakes, 2 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 3 + 1 | 140¹ | 25-35 | ||
| Small cakes, 3 niveaus | Braadslede + Bakplaat | 5 + 3 + 1 | 140¹ | 25-35 | ||
| Biscuit | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 160-170² | 25-35 | ||
| Biscuit | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 150-160 | 30-35 | ||
| Biscuitgebak, 2 niveaus | Springvorm Ø 26 cm | 3 + 1 | 150-160² | 35-50 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
| 1 Warm het apparaat 5 minuten voor. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken. 2 Het apparaat voorverwarmen. De functie snel voorverwarmen niet gebruiken. | |||
| Insteladvies bij grillen | |||
| Voedingswaar | Accessoires / vormen Inschuif- Verwarhoogte mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Tijdsduur in min. |
| Toast bruinen | Rooster 5 | 3 | 5-6 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
25 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.
Pagina 39
Montagehandleiding nl
25.1 Algemene montage-instructies
Neem deze aanwijzingen in acht voordat u met het inbouwen van het apparaat begint.
- Alleen als de inbouw op deskundige wijze en conform dit installatievoorschrift wordt uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik gegarandeerd. De monteur is aansprakelijk voor schade als gevolg van een verkeerde inbouw.
- Het apparaat na het uitpakken controleren. Niet aansluiten in geval van transportschade.
- Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de deur.
- Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de montagebladen.
- Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen een temperatuur tot maximaal 95°C, aangrenzende meubelfronten tot 70°C.
- Het apparaat niet inbouwen achter een decor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting.
- Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uit voordat het apparaat wordt geplaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werking van elektrische componenten.
- De contactdoos van het apparaat dient zich in het gebied van het gearceerde vlak of buiten de inbouwruimte te bevinden.
Niet-bevestigde meubels moeten met een gebruikelijke, in de handel verkrijgbare montagebeugel aan de wand worden bevestigd.
- Draag werkhandschoenen ter voorkoming van snijwonden. Onderdelen die tijdens het inbouwen toegankelijk zijn, kunnen scherpe randen hebben.
- Maataanduidingen van de afbeeldingen in mm.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Gebruik geen meervoudige stekkerdozen.
- Gebruik uitsluitend verlengkabels die zijn gecertificeerd, een minimale aderdiameter van 1,5 mm² hebben en die voldoen aan de geldende landelijke veiligheidsvereisten.
- Neem contact op met de service wanneer het netsnoer te kort is.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.
LET OP!
Door het apparaat aan de deurgreep te dragen kan deze afbreken. De deurgreep houdt het gewicht van het apparaat niet.
- Het apparaat niet aan de deurgreep vasthouden of dragen.
25.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
Pagina 40
nl Montagehandleiding
25.3 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw onder een werkblad in acht.
- Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dient het tussenschot te beschikken over een ventilatie-opening.
- In combinatie met inductiekookplaten mag de spleet tussen werkblad en apparaat niet door extra lijsten worden afgesloten.
- Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden bevestigd.
- Het eventueel voorhanden installatievoorschrift van de kookplaat in acht nemen.
25.4 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw in een hoge kast in acht.
- Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatie-opening.
- Wanneer de bovenkast naast de element-achterwanden nog een achterwand heeft, dient deze verwijderd te worden.
- Het apparaat niet te hoog inbouwen, zodat de toebehoren er zonder probleem uitgenomen kunnen worden.
25.5 Inbouw van twee apparaten boven elkaar
Uw apparaat kan ook boven of onder een ander apparaat worden ingebouwd. Neem de inbouwmaten en de inbouwvoorschriften bij de inbouw boven elkaar in acht.
- Met het oog op de luchttoevoer van de apparaten dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatieopening.
- Om een voldoende ventilatie van de apparaten te waarborgen, is een ventilatieopening van minimaal 200 cm² in de plint noodzakelijk. Hiervoor de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.
- Let erop dat de luchtcirculatie volgens de tekening is gewaarborgd.
- Apparaten niet te hoog inbouwen, zodat het toebehoren er zonder probleem uitgenomen kan worden.
25.6 Hoekinbouw
Houd de inbouwmaten en de inbouwinstructies bij hoekinbouw aan.
Pagina 41
Montagehandleiding nl
- Om ervoor te zorgen dat de deur van het apparaat kan worden geopend, dient u zich bij de hoekinbouw te houden aan de minimale afmetingen. De maat is afhankelijk van de dikte van het meubelfront en de greep.
25.7 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
- Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag alleen met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
- De zekering dient in overeenstemming te zijn met de vermogensopgave op het typeplaatje en de lokale voorschriften.
- Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden spanningsloos zijn.
- Het apparaat mag alleen met de meegeleverde aansluitkabel worden aangesloten.
- De aansluitkabel moet op de achterzijde worden ingestoken tot een klik hoorbaar is. Een 3 m lange aansluitkabel is bij de service verkrijgbaar.
- De aansluitkabel mag alleen worden vervangen door een originele kabel. Die is bij de service verkrijgbaar.
- De bescherming tegen aanraking dient door de inbouw te zijn gewaarborgd.
Apparaat met geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen op een geaarde contactdoos worden aangesloten die volgens de voorschriften is geïnstalleerd.
- Steek de stekker in het stopcontact met randaarde. Wanneer het apparaat is ingebouwd moet de stekker van de aansluiting op het net vrij toegankelijk zijn. Als de vrije toegang neer de netstekker niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking: Alleen een daartoe bevoegd vakman mag het apparaat aansluiten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie. In de vast geplaatste elektrische installatie moet een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
- 1. Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat worden beschadigd.
- 2. Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
- 3. De aders van de elektrische aansluitleiding dienen overeenkomstig de kleurcodering te worden aangesloten:
‒ groen-geel = aarddraad ‒ blauw = neutraal- ("nul-") leiding ‒ bruin = fase (buitendraad)
25.8 Apparaat inbouwen
- 1. Het apparaat volledig inschuiven en centrisch uitlijnen.
- 2. Het apparaat vastschroeven.
- 3. Bij greeploze keuken met verticale greeplijst: ‒ Breng een geschikt vulstuk aan om eventuele scherpe randen af te dekken en een veilige montage te waarborgen.
‒ Aluminiumprofielen voorboren, om een schroefverbinding te maken .
‒ Apparaat met adequate schroeven bevestigen .
Opmerking: De spleet tussen werkblad en apparaat mag niet door extra lijsten worden afgesloten. Aan de zijwanden van de ombouwkast mogen geen isolatieprofielen worden aangebracht.
25.9 Apparaat demonteren
- 1. Maak het apparaat spanningsloos.
- 2. De bevestigingsschroeven losdraaien.
- 3. Het apparaat iets optillen en helemaal naar buiten trekken.