Bosch HRG4785B1, tekst van de handleiding
Pagina's 4–16 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–3verder op pagina 17 →
Pagina 4
nl Veiligheid
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warmtebronnen in contact brengen.
- Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen.
- Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 34
WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
1.5 Halogeenlamp
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De lampen in de binnenruimte worden heel heet. Ook enige tijd na het uitschakelen bestaat er nog een risico van verbranding.
- Glazen kapje niet aanraken.
- Tijdens het schoonmaken contact met de huid vermijden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder stroom.
- Zorg er vóór het vervangen van de lamp voor dat het apparaat is uitgeschakeld, om een mogelijke elektrische schok te voorkomen.
- Tevens de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
1.6 Stoom
Houd deze instructie aan wanneer een een stoomfunctie gebruikt.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Wanneer het apparaat de volgende keer wordt gebruikt kan het water in de tank sterk worden verhit.
- Na gebruik van de stoomfunctie moet de tank altijd worden leeggemaakt.
Er ontstaat hete damp in de binnenruimte.
- Tijdens het gebruik van de stoomfunctie mag u niet met uw handen in de binnenruimte komen.
Tijdens het uitnemen van de accessoires kan hete vloeistof over de rand stromen.
- Hete accessoires voorzichtig verwijderen, met de ovenwant.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank.
- Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
1.7 Braadthermometer
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan de isolatie beschadigd raken.
- Gebruik alleen de braadthermometer die voor dit apparaat bestemd is.
Pagina 5
Materiële schade vermijden nl
1.8 Reinigingsfunctie
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens de reiniging vlam vatten.
- Verwijder altijd de grove verontreiniging uit de binnenruimte voordat de reiniging start.
- Toebehoren nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoeken, aan de deurgreep hangen.
- Voorkant van het apparaat vrijhouden.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in het bereik van de deur.
- De dichting niet schuren en niet afnemen.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op ernstig gevaar voor de gezondheid!
Het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen. De antiaanbaklaag van bakplaten en vormen wordt aangetast en er ontstaan giftige gassen.
- Bij gebruik van de reinigingsfunctie nooit platen en vormen met een antiaanbaklaag meereinigen.
- Accessoires nooit meereinigen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een heel hoge temperatuur op zodat resten van braden, grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden.
- Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig ventileren.
- Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven.
- Kinderen en huisdieren uit de buurt houden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur openen.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur aanraken.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er warmteophoping door voorwerpen op de bodem van de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.
- Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke soort dan ook op de bodem van de binnenruimte leggen.
- Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van minder dan 50°C ingesteld is.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.
- Giet nooit water in de hete binnenruimte.
- Zet nooit servies met water op de bodem van de binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
- Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
- Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den duur beschadigd.
- Na een bereiding met hoge temperaturen de binnenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur beklemd raakt.
- Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte met open deur laten drogen.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
- De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken.
- Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Pagina 6
nl Milieubescherming en besparing
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken.
- Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur beschadigd raken.
- Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of laten steunen.
- Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoires krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaatdeur wanneer deze gesloten wordt.
- Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte leggen.
2.2 Stoom
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de stoomfunctie gebruikt.
LET OP!
Bakvormen van silicone zijn niet geschikt voor gecombineerd gebruik met stoom.
- De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn. Vormen met roestplekken kunnen corrosie veroorzaken in de binnenruimte. De kleinste plekken kunnen al corrosie in de binnenruimte veroorzaken.
- Gebruik geen vormen die roestplekken vertonen. Heet water in de watertank kan het stoomsysteem beschadigen.
- Vul de watertank uitsluitend met koud water. Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel of andere gevoelige oppervlakken terechtkomt raken deze beschadigd.
- Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijderen. Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gereinigd veroorzaakt dit schade.
- De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
- Reinig de watertank met een zachte doek en een in de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept of de insteladviezen dit aangeven.
- Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan bespaart u tot 20 % energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.
- Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.
- De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.
- De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewarmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
- De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
- Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooien.
- Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
in gebruik met ingeschakeld display max. 1 W in gebruik met uitgeschakeld display max. 0,5 W
Pagina 7
Uw apparaat leren kennen nl
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningselementen
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand. Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
| 1 | Toetsen en display De toetsen zijn aanrakingsgevoelige vlakken. Om een functie te kiezen, slechts licht op het betreffende veld drukken. Op het display zijn symbolen van actieve functies en de tijdfuncties te zien. → "Toetsen en display", Pagina 7 |
| 2 | Functiekeuzeknop Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethoden en meer functies in. De functiekeuzeknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts en links draaien. Afhankelijk van het apparaattype is de functiekeuzeknop verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de functiekeuzeknop drukken. → "Verwarmingsmethoden en functies", Pagina 8 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
| 3 | Temperatuurkiezer Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur voor de verwarmingsmethode in en kiest u instellingen voor andere functies. De temperatuurknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts en links draaien, hij heeft geen nulstand. Afhankelijk van het apparaattype is de temperatuurknop verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen op de temperatuurknop drukken. → "Temperatuur en instelstanden", Pagina 9 |
| 4 | Watertank Watertank vullen en legen. → "Watertank vullen", Pagina 13 → "Na elk gebruik met stoom", Pagina 14 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
4.2 Toetsen en display
Met de knoppen kunt u verschillende functies van uw apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen.
Als een functie actief is, brandt het desbetreffende symbool op de display. Het kloksymbool licht alleen op als u de tijd verandert.
Pagina 8
nl Uw apparaat leren kennen
| Symbool | Functie | Gebruik |
|---|---|---|
| Tijdfuncties | Tijd , timer , tijdsduur en einde selecteren. Om de verschillende tijdfuncties te kiezen, meerdere keren op de toets drukken. Bij welke functie de instelling op het display wordt weergegeven, is te zien aan de rode balk boven of onder het desbetreffende symbool. | |
| Min Plus | Instelwaarden verlagen. Instelwaarden verhogen. | |
| Ovenlamp | Verlichting in de binnenruimte inschakelen en uitschakelen. | |
| Snel voorverwarmen | Binnenruimte zonder accessoires snel voorverwarmen. | |
| Bereiding met stoom | Bereiding met stoom starten of afbreken → "Stoom", Pagina 12 | |
| Kinderslot | Kinderslot activeren of deactiveren. | |
| Watertank legen | Aanwijzing watertank legen → "Na elk gebruik met stoom", Pagina 14 | |
| Watertank vullen | Aanwijzing watertank vullen → "Stoom", Pagina 12 | |
| Ontkalken | Aanwijzing apparaat ontkalken → "Ontkalken", Pagina 26 | |
| Ontkalken | Ontkalken onderbroken → "Ontkalken onderbroken", Pagina 26 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
4.3 Verwarmingsmethoden en functies
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen.
Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het apparaat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt de waarde overnemen of wijzigen in het weergegeven gebied.
| Symbool | Verwarmingsmethode en temperatuurbereik | Gebruik en werkwijze |
|---|---|---|
| 3D hetelucht¹ 30 - 275 °C | Op één of meer niveaus bakken of braden. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. | |
| Eco hetelucht 125 - 275 °C | Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fases bereid met behulp van restwarmte. Houd de deur van het apparaat tijdens het garen gesloten. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt. | |
| Regenereren² 80 - 180 °C | Voor het voorzichtig opwarmen van gerechten of het opbakken van gebakken etenswaar. | |
| Pizzastand 30 - 275 °C | Pizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld. | |
| Onderwarmte 30 - 250 °C | Gerechten nabakken of au bain-marie koken. De warmte komt van onderen. | |
| Ontdooien 30 - 60 °C | Bevroren etenswaar voorzichtig ontdooien. | |
| Langzaam garen 70 - 120 °C | Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en langzaam garen. De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven en van onderen. | |
| 1 Bereiden | met stoom vanaf 80 °C | mogelijk (werking alleen met gevulde watertank) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
2 Verwarmingsmethode met stoom (gebruik alleen met gevulde watertank)
Pagina 9
Uw apparaat leren kennen nl
| Symbool | Verwarmingsmethode en temperatuurbereik | Gebruik en werkwijze |
|---|---|---|
| Grill, groot Grillstanden: 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk | Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. | |
| Circulatiegrillen¹ 30 - 275 °C | Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht. | |
| Boven- en onderwarmte¹ 30 - 275 °C | Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsmethode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking. De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen. Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus. | |
| 1 Bereiden | met stoom vanaf 80 °C | mogelijk (werking alleen met gevulde watertank) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
| 2 Verwarmingsmethode met stoom | (gebruik alleen met gevulde watertank) |
| Meer functies | |
| Hier vindt u een overzicht van bijkomende functies van uw apparaat. | |
| Symbool Functie | Gebruik |
| Programma's | Geprogrammeerde instelwaarden voor verschillende gerechten gebruiken. → "Programma's", Pagina 17 |
| Reinigingsfuncties | • Pyrolyse reinigt de binnenruimte vrijwel zelfstandig. → "Pyrolyse ", Pagina 25 • Ontkalken zorgt ervoor dat uw apparaat goed blijft werken. → "Ontkalken", Pagina 26 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
4.4 Temperatuur en instelstanden
Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschillende instellingen.
De instellingen verschijnen op het display.
Tot 100 °C kan de temperatuur in stappen van 1 graad worden ingesteld, daarboven in stappen van 5 graden. Opmerking: Bij de instelling grillstand 3 verlaagt het apparaat na ca. 20 minuten op grillstand 1.
Opwarmindicatie
Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt.
De lijn onder in het display wordt, hoe meer de binnenruimte opgewarmd raakt, van links naar rechts rood gevuld.
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor het inschuiven van het gerecht bereikt zodra de lijn geheel rood gevuld is.
Restwarmte-indicatie
Als u het apparaat uitschakelt, geeft de lijn op het display de restwarmte in de binnenruimte weer. Hoe verder de temperatuur in de binnenruimte daalt, hoe minder de lijn gevuld is.
Opmerkingen
- De opwarmingsindicatie wordt alleen gevuld bij verwarmingsmethoden waarbij een temperatuur wordt ingesteld. Bij grillstanden bijv. is de opwarmingsindicatie onmiddellijk gevuld.
- Wanneer bij de start van de werking de temperatuur in de binnenruimte te hoog is, verschijnt bij enkele verwarmingsmethoden een op het display. Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen. Daarna de werking opnieuw starten.
- Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.
4.5 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rekjes in de binnenruimte plaatsen.
→ "Accessoires", Pagina 10
Uw apparaat heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld.
Afhankelijk van het type apparaat zijn de accessoires met uitschuif- of clip-telescooprails voorzien. De telescooprails zijn vast gemonteerd en kunnen niet worden verwijderd. De clip-telescooprails kunt u volgens uw wensen op alle vrije inschuifhoogtes aanbrengen.
Pagina 10
nl Accessoires
De accessoires kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijderen.
→ "Rekjes", Pagina 27
Verlichting
De ovenlamp verlicht de binnenruimte.
Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is de verlichting aan als het programma loopt. Bij het beëindigen van de werking schakelt de verlichting uit. Met de toets Ovenlamp kunt u de verlichting zonder verwarming inschakelen.
Koelventilator
De koelventilator schakelt tijdens gebruik automatisch in. De lucht ontsnapt via de deur.
LET OP!
Dek de ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat niet af. Het apparaat raakt oververhit.
- Houd de ventilatiesleuven vrij.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking voortgezet.
5 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.
| Accessoires | Gebruik |
|---|---|
| Rooster | • Bakvormen • Ovenschalen • Vormen • Vlees, bijv. braad- of grillstukken • Diepvriesgerechten |
| Braadslede | • Vochtig gebak • Gebak • Brood • Grote braadstukken • Diepvriesgerechten • Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster. |
| Braadthermometer | Nauwkeurig braden of garen. → "Braadthermometer", Pagina 16 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
5.1 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken, tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert alleen wanneer u het accessoire op de juiste manier in de binnenruimte schuift.
5.2 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het accessoire altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
- 1. Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst.
- 2. Het accessoire altijd tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte plaatsen.
Pagina 11
Voor het eerste gebruik nl
| Rooster | Het rooster met de open kant naar de apparaatdeur en de welving naar beneden in de oven schuiven. |
| Plaat bijv. braadslede of bakplaat | De plaat met de afschuining gericht naar de ovendeur in de oven schuiven. |
| Om de accessoire bij inschuifhoogten met telescooprails te plaatsen, de telescooprails uittrekken. | |
| Rooster of plaat | Het accessoire zo plaatsen dat de rand van het accessoire achter het lipje op de telescooprail zit. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
3.
Opmerking: Volledig uitgetrokken klikken de telescooprails in. De telescooprails met een lichte druk terugschuiven in de binnenruimte.
- 4. Het accessoire volledig inschuiven, zodat deze de apparaatdeur niet raakt.
Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.
Accessoires combineren
Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het rooster in combinatie met de braadslede gebruiken.
- 1. Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beide afstandshouders achter op de rand van de braadslede liggen.
- 2. De braadslede tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte schuiven. Het rooster ligt daarbij boven de bovenste geleidingsstang.
Rooster op braadslede
5.3 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.
6 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
6.1 Eerste gebruik
U moet instellingen voor de eerste ingebruikneming uitvoeren voordat u uw apparaat kunt gebruiken.
Tijd instellen
Na de aansluiting van het apparaat of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. De tijd start bij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in.
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- 1. De tijd met de toets of instellen.
- 2. Op de toets drukken.
- Het display toont de ingestelde tijd.
Tip: Of de tijd op het display wordt weergegeven, kunt u in de basisinstellingen → Pagina 21 vastleggen.
Referentie naar waterhardheid instellen
- De waterhardheid instellen.
→ "Waterhardheid instellen", Pagina 22
6.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. De accessoires en de verpakkingsresten zoals piepschuimbolletjes uit de binnenruimte verwijderen.
- 2. Vóór het voorverwarmen de gladde oppervlakken in de binnenruimte af met een zachte, vochtige doek afvegen.
- 3. De watertank vullen.
→ "Watertank vullen", Pagina 13
- 4. Zolang het apparaat opwarmt, de ruimte ventileren.
Pagina 12
nl De Bediening in essentie
- 5. De verwarmingsmethode met stoom en de temperatuur instellen.
→ "Bereiden met stoom", Pagina 12 → "De Bediening in essentie", Pagina 12
| Verwarmingsmethode | 3D hetelucht met bereiding met stoom |
| Temperatuur | 200°C |
| Bereidingstijd | 30 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
- 6. Het apparaat na de aangegeven duur uitschakelen.
- 7. Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld.
- 8. De watertank legen en de binnenruimte drogen. → "Na elk gebruik met stoom", Pagina 14
- 9. De verwarmingsmethode zonder bereiding met stoom en de temperatuur instellen.
| Verwarmingsmethode | Boven- en onderwarmte |
|---|---|
| Temperatuur | 240°C |
| Bereidingstijd | 30 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
- 10. Het apparaat na de opgegeven duur uitschakelen.
- 11. Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld.
- 12. De gladde oppervlakken met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- 13. De accessoires met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel reinigen.
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
- De functiekeuzeknop op een stand buiten de nulstand draaien.
- Het apparaat is ingeschakeld.
7.2 Machine uitschakelen
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
- Het apparaat is uitgeschakeld.
7.3 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
- 1. De verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop instellen.
- 2. De temperatuur of grillstand met de temperatuurknop instellen.
- Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen.
- Al naar gelang het apparaattype schakelt bij enkele verwarmingsmethoden en ingestelde temperaturen vanaf 200°C het snel voorverwarmen automatisch in.
→ "Snel voorverwarmen", Pagina 20
- 3. Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
Tips
- De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.
→ "Verwarmingsmethoden en functies", Pagina 8
- U kunt aan het apparaat de duur en het einde van de werking instellen.
→ "Tijdfuncties", Pagina 14
Verwarmingsmethode wijzigen
U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.
- De gewenste verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop instellen.
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
- De gewenste temperatuur met de temperatuurknop instellen.
8 Stoom
U kunt bij enkele verwarmingssoorten de stoomfunctie er bij inschakelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
8.1 Bereiden met stoom
Bij het bereiden met stoom brengt het apparaat met verschillende tussenpozen stoom in de binnenruimte. Hierdoor krijgt het gerecht een knapperige korst en een glanzend oppervlak. Vlees wordt van binnen zacht, mals en verliest slechts weinig volume.
Bereiding met stoom starten
Tip: Gebruik de programma's of de waarden in de tabellen.
- 1. De watertank vullen.
→ "Watertank vullen", Pagina 13
- 2. Een geschikte verwarmingsmethode instellen:
- 3D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Circulatiegrillen
- 3. Een temperatuur instellen tussen de 80 en 240°C.
Pagina 13
Stoom nl
- 4. De stoomintensiteit met de knop instellen.
| Intensiteit | Stand |
|---|---|
| gering | |
| sterk |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
- Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en wordt de stoom ook ingeschakeld.
Stoomfunctie annuleren
- De knop net zo vaak indrukken tot de stoomintensiteit op het display verschijnt.
- De werking wordt zonder stoomtoevoer voortgezet. → "Na elk gebruik met stoom", Pagina 14
Bereiding met stoom beëindigen
- 1. Het apparaat uitschakelen.
- 2. De watertank legen en de binnenruimte drogen. → "Na elk gebruik met stoom", Pagina 14
8.2 Regenereren
Met de verwarmingsmethode Regenereren kunt u al bereide gerechten op een gezonde manier opnieuw opwarmen of bakkerijproducten van de vorige dag opbakken. Het apparaat schakelt automatisch stoom erbij.
Regenereren starten
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. De watertank vullen.
→ "Watertank vullen", Pagina 13
- 2. De verwarmingsmethode instellen.
- 3. De temperatuur instellen.
- Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en wordt de stoom ook ingeschakeld.
Regenereren beëindigen
- 1. Het apparaat uitschakelen.
- 2. De watertank legen en de binnenruimte drogen. → "Na elk gebruik met stoom", Pagina 14
8.3 Watertank vullen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank.
- Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
Vereiste: De waterhardheid is correct ingesteld. → "Waterhardheid instellen", Pagina 22
- 1. Op de watertank drukken en de watertank er uit trekken .
- 2. Op het deksel van de watertank drukken en open draaien .
- 3. Water vullen in de watertank tot aan de markering .
- 4. Op het deksel van de watertank drukken en dichtdraaien .
- 5. De watertank in de uitsparing plaatsen en aandrukken, tot deze vastklikt .
Watertank bijvullen
Wanneer een signaal klinkt en watertank vullen op het display verschijnt, vult u de watertank bij.
Opmerking: Wanneer u de watertank niet bijvult werkt het apparaat verder zonder stoom.
- 1. De watertank verwijderen en bijvullen.
- 2. De gevulde watertank plaatsen.
Pagina 14
nl Tijdfuncties
8.4 Na elk gebruik met stoom
Na elke bereiding met stoom pompt het apparaat het restwater terug in de watertank. Leeg en droog aansluitend de watertank en de bereidingsruimte.
Watertank legen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
LET OP!
Het drogen van de watertank in de hete binnenruimte leidt tot beschadiging van de watertank.
- De watertank niet drogen in de hete binnenruimte. Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gereinigd veroorzaakt dit schade.
- De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
- Reinig de watertank met een zachte doek en een in de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
- 1. Op de watertank drukken.
- 2. De watertank er uit trekken.
- 3. Het deksel van de watertank opendraaien.
- 4. De watertank legen, met een afwasmiddel reinigen en met schoon water grondig uitspoelen.
- 5. Alle onderdelen drogen met een zachte doek.
- 6. De afdichting van het deksel droog wrijven.
- 7. Laat de watertank drogen met geopend deksel.
- 8. Het deksel op de watertank plaatsen en dichtdraai- en.
- 9. De watertank plaatsen.
Lekgoot droogmaken
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. De apparaatdeur openen.
- 2. Opmerking:
De lekgoot bevindt zich onder de binnenruimte.
Het water in de lekgoot met een sponsdoekje opzuigen en voorzichtig opnemen.
Binnenruimte drogen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. Verontreiniging in de binnenruimte verwijderen.
- 2. Droog de binnenruimte met een spons.
- 3. De kalkvlekken verwijderen met een in azijn gedrenkte doek, afnemen met schoon water en drogen met een zachte doek.
- 4. Laat de deur van het apparaat 1 uur geopend, zodat de binnenruimte helemaal droog wordt.
9 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u de werking kunt sturen.
9.1 Overzicht van de tijdfuncties
Met de toets kiest u de verschillende tijdfuncties.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Wekker | De wekker kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet. |
| Tijdsduur | Wanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Einde | Voor de duur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op de gewenste tijd klaar is. |
| Tijd | U kunt de tijd instellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
9.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot 23 uur en 59 minuten instellen. De timer heeft een eigen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur eindigt.
- 1. Druk net zo vaak op de knop totdat op het display is gemarkeerd.
- 2. De timertijd met de knop of instellen.
Pagina 15
Tijdfuncties nl
| Toets | Voorgestelde waarde |
|---|---|
| 5 minuten | |
| 10 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
Tot 10 minuten kan de timertijd in stappen van 30 seconden worden ingesteld. Daarna worden de tijdstappen groter, naarmate de waarde hoger is.
- Na enkele seconden start de timer en loopt de timertijd af.
- Als de timer verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de timertijd op nul.
- 3. Wanneer de timertijd is verstreken:
‒ Druk op een willekeurige toets om de timer uit te schakelen.
Wekker wijzigen
U kunt de wekkertijd altijd wijzigen.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De wekkertijd met de toets of wijzigen.
- Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Wekker afbreken
U kunt de wekkertijd altijd afbreken.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De wekkertijd met de toets weer op nul zetten.
- Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen en gaat uit.
9.3 Tijdsduur instellen
De duur voor de werking kunt u tot 23 uur en 59 minuten instellen.
Vereiste: Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- 1. Druk net zo vaak op de knop totdat op het display is gemarkeerd.
- 2. De duur met de toets of instellen.
| Toets | Voorgestelde waarde |
|---|---|
| 10 minuten | |
| 30 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in stappen van een minuut, daarna in stappen van 5 minuten.
- Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.
- Als de duur verstreken is, weerklinkt een signaal en op het display staat de duur op nul.
- 3. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal vroegtijdig te beëindigen, op een willekeurige toets drukken.
‒ Om opnieuw een duur in te stellen, op de toets drukken.
‒ Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de duur altijd wijzigen.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De duur met de toets of wijzigen.
- Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Tijdsduur afbreken
U kunt de duur altijd afbreken.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De duur met de toets weer op nul zetten.
- Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging over en wordt zonder duur verder opgewarmd.
9.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kunt u tot 23 uur en 59 minuten verschuiven.
Opmerkingen
- Bij verwarmingssoorten met grillfunctie kan het einde niet worden ingesteld.
- Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt u het einde niet meer als de werking eenmaal is gestart.
- Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.
Vereisten
- Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. Druk net zo vaak op de knop totdat op het display is gemarkeerd.
- 2. Druk op de knop of .
- Het display toont het berekende einde.
- 3. Het einde met de knop of verplaatsen.
- Na enkele seconden neemt het apparaat de instelling over en het display toont het ingestelde einde.
- Als de berekende starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt.
- Als de tijdsduur verstreken is, weerklinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 4. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal vroegtijdig te beëindigen, op een willekeurige knop drukken.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de knop drukken.
‒ Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
Einde wijzigen
Om een goed kookresultaat te verkrijgen, kunt u het ingestelde einde alleen wijzigen als de werking start en de duur verstrijkt.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- Het einde met de toets of verplaatsen.
- Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Einde afbreken
U kunt het ingestelde einde altijd wissen.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- Het einde met de toets naar de actuele tijd plus ingestelde duur terugzetten.
- Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging over en begint het apparaat op te warmen. De tijdsduur loopt af.
Pagina 16
nl Braadthermometer
9.5 Tijd instellen
Na de aansluiting van het apparaat of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. De tijd start bij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in.
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- 1. De tijd met de toets of instellen.
- 2. Op de toets drukken.
- Het display toont de ingestelde tijd.
Tip: Of de tijd op het display wordt weergegeven, kunt u in de basisinstellingen → Pagina 21 vastleggen.
Tijd wijzigen
U kunt de tijd altijd wijzigen.
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- 1. Druk net zo vaak op de knop totdat op het display is gemarkeerd.
- 2. De tijd met de toets of wijzigen.
- Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
10 Braadthermometer
U kunt uw gerechten heel nauwkeurig garen door er een braadthermometer in te steken en een kerntemperatuur in te stellen. Zodra de ingestelde kerntemperatuur in het product is bereikt, houdt het apparaat automatisch op te werken.
10.1 Geschikte verwarmingsmethoden met braadthermometer
Alleen bepaalde verwarmingsmethoden zijn geschikt voor het gebruik met de braadthermometer.
Geschikte verwarmingsmethoden zijn:
3D hetelucht
Eco hetelucht
Pizzastand
Circulatiegrillen
Boven- en onderwarmte
Opmerking: Kiest u een ongeschikte verwarmingsmethode terwijl de braadthermometer ingestoken is, dan klinkt er een signaal.
10.2 Braadthermometer in het vlees steken
Gebruik de meegeleverde braadthermometer of bestel een geschikte braadthermometer via onze servicedienst.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan de isolatie beschadigd raken.
- Gebruik alleen de braadthermometer die voor dit apparaat bestemd is.
LET OP!
Anders kan de braadthermometer beschadigd raken.
- Het snoer van de braadthermometer niet inklemmen.
- Om te voorkomen dat de braadthermometer beschadigd raakt door een te intensieve hitte, moet de afstand tussen grillelement en braadthermometer enkele centimeters bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
- 1. De braadthermometer in de dikste plaats schuin in het vlees steken.
Zorg ervoor dat de punt van de braadthermometer juist in het vlees is gepositioneerd:
- De punt moet ongeveer in het midden van het product zijn.
- De punt mag niet in het vet steken.
- De punt mag geen vorm of been raken.
- 2. Het product samen met de braadthermometer in de binnenruimte plaatsen.
Het product, het beste in een vorm, in het midden van het rooster plaatsen.
- 3. De aansluiting van de braadthermometer in de linkerbus in de binnenruimte steken.
Opmerkingen
- Verwijdert u de braadthermometer tijdens het gebruik, dan worden alle instellingen gereset.
- Wilt u het product keren, verwijder de braadthermometer dan niet. Controleer na het keren van het product of de braadthermometer nog goed in het gerecht zit.
10.3 Braadthermometer instellen
De braadthermometer meet de temperatuur in het binnenste van het product tussen 30°C en 99°C.
Vereisten
- Het product met de braadthermometer staat in de binnenruimte.
- De braadthermometer is in de binnenruimte gestoken.
- 1. Een geschikte verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop instellen.
- Op het display brandt en de kerntemperatuurindicatie verschijnt naast de temperatuur van de binnenruimte.
- 2. De kerntemperatuur met toets of instellen.
- 3. De temperatuur van de binnenruimte met de temperatuurknop instellen.
De temperatuur van de binnenruimte minstens 10°C hoger instellen dan de kerntemperatuur.
De temperatuur van de binnenruimte niet hoger instellen dan 250°C.
- Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen.
- Links verschijnt de actuele kerntemperatuur in het product, rechts staat de ingestelde, bijv. 15°C| 75°C. De actuele kerntemperatuur verschijnt pas vanaf 10°C.
- Als de kerntemperatuur in het product is bereikt, weerklinkt een signaal en op het display is de actuele kerntemperatuur gelijk aan de ingestelde kerntemperatuur, bijv. 75°C|75°C.