naslaan.comZoekenAlle merken

Bosch PVQ890F25E, tekst van de handleiding

Pagina's 11–24 van 28 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–10verder op pagina 25 →

Pagina 11

De Bediening in essentie nl

→ "Energie besparen", Pagina 5

Kookadviezen

De tabel geeft aan welke vermogensstand ( ) voor welk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd ( )kan variëren afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen.

Smelten
Chocolade, couverture1 - 1.-
Boter, honing, gelatine1 - 2-
Verwarmen en warm houden
Eenpansgerecht, bijv. linzenschotel1. - 2-
Melk¹1. - 2.-
Gekookte worstjes¹3 - 4-
Ontdooien en opwarmen
Spinazie, diepvries3 - 415 - 25
Goulash, diepvries3 - 435 - 55
Gaarstoven, zachtjes laten koken
Aardappelballetjes ¹4. - 5.20 - 30
Vis ¹4 - 510 - 15
Witte sauzen, bijv. bechamelsaus1 - 23 - 6
Geklopte sauzen, bijv. bearnaisesaus, hollandaisesaus3 - 48 - 12
Koken, stomen, stoven
Rijst met dubbele hoeveelheid water2. - 3.15 - 30
Rijstepap ²2 - 330 - 40
Aardappelen in schil4. - 5.25 - 35
Gekookte aardappelen4. - 5.15 - 30
Pasta ¹6 - 76 - 10
Eenpansgerecht 1 Zonder deksel3. - 4.120 - 180

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

2 Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.

Soepen3. - 4.15 - 60
Groente2. - 3.10 - 20
Groente, diepvries3. - 4.7 - 20
Eenpansgerecht met de snelkookpan4. - 5.-
Sudderen
Rollade4 - 550 - 65
Stoofvlees4 - 560 - 100
Goulash ²3 - 450 - 60
Sudderen / braden met weinig
vet ¹
Schnitzel, al dan niet gepaneerd6 - 76 - 10
Schnitzel, diepvries6 - 76 - 12
Koteletten, al dan niet gepaneerd6 - 78 - 12
Steak (3 cm dik)7 - 88 - 12
Borst van gevogelte (2 cm dik)5 - 610 - 20
Borst van gevogelte, diepvries5 - 610 - 30
Gehaktballen (3 cm dik)4. - 5.20 - 30
Hamburger (2 cm dik)6 - 710 - 20
Vis en visfilet, ongepaneerd5 - 68 - 20
Vis en visfilet, gepaneerd6 - 78 - 20
Vis, gepaneerd en diepvries, bijv. vissticks6 - 78 - 15
Garnalen en krab7 - 84 - 10
Sauteren van verse groente en paddestoelen7 - 810 - 20
Pangerechten, groente, vlees in reepjes op Aziatische wijze7 - 815 - 20
Diepvriesgerechten, bijv. koekenpangerechten6 - 76 - 10
Pannenkoeken, na elkaar bakken6. - 7.-
Omelet (na elkaar bakken)3. - 4.3 - 10
Spiegeleieren5 - 63 - 6
Frituren, 150-200 g per portie in 1-2 l olie, in porties frituren¹
Diepvriesproducten, bijv. frites, kip-nuggets8 - 9-
Kroketten, diepvries7 - 8-
Vlees, bijv. stukken kip6 - 7-
Vis, gepaneerd of in bierdeeg6 - 7-
Groente, paddestoelen, gepaneerd, in bierdeeg of in tempura6 - 7-
Klein gebak, bijv. beignets, Berliner bollen, fruit in bierdeeg 1 Zonder deksel4 - 5-

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

2 Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.

Pagina 12

nl Kapregeling

9 Kapregeling

Met de kapregeling kunt u het in het kookvlak geïntegreerde hoogefficiënte afvoerluchtsysteem regelen.

9.1 Handmatige ventilatieregeling

U kunt de ventilatiestand handmatig besturen. Opmerking: Bij hoge pannen kan geen optimale afzuigprestatie worden gegarandeerd. U kunt de afzuig-prestaties door een schuin geplaatste deksel verbeteren.

Handmatige ventilatieregeling activeren

De ventilatie start met de vooringestelde vermogensstand.

De ingestelde vermogensstand licht op.

Handmatige ventilatieregeling wijzigen of deactiveren

9.2 Intensief ventilatiestand

De ventilatie beschikt over twee intensief-standen. Wanneer u de intensiefstand activeert, werkt de ventilatie korte tijd met maximaal vermogen.

Intensief ventilatiestand activeren

‒ Intensiefstand I: de vermogensstand selecteren en vervolgens aanraken. De indicatie brandt. De stand is geactiveerd.

‒ Intensiefstand II: raak het symbool opnieuw aan. De indicatie brandt. De stand is geactiveerd.

Opmerking: Na ca. 8 minuten schakelt het apparaat zelfstandig terug naar de vermogensstand .

Intensief ventilatiestand wijzigen of deactiveren

9.3 Automatische start voor de ventilatie

Wanneer u voor een kookzone een kookstand kiest, dan schakelt de automatische start in.

De ventilatie schakelt bij een kookstand overeenkomstig de betreffende kookstand van de kookzones in. Hoe u deze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk → "Basisinstellingen", Pagina 16.

9.4 Naloopfunctie voor ventilatie

De naloop-functie laat het ventilatiesysteem na het uitschakelen van de kookplaat enkele minuten draaien. Zo verwijdert het de nog aanwezige kookdamp. Daarna schakelt het ventilatiesysteem automatisch uit.

Ventilatornaloop activeren

De nalooptijd wordt standaard met een maximale uitschakeltijd geactiveerd.

Hoe u deze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk → "Basisinstellingen", Pagina 16.

Opmerking: De naloop schakelt alleen in wanneer er minstens één kookzone minimaal één minuut werd ingeschakeld.

Ventilatornaloop deactiveren

Handmatig

Wanneer u aanraakt, deactiveert u de functie.

Automatisch

Het apparaat deactiveert de naloopfunctie wanneer:

10 CombiZone

Deze maakt de combinatie mogelijk van twee kookzones van dezelfde grootte, waarbij dezelfde vermogensstand wordt ingeschakeld. De functie is vooral bestemd voor het koken met langwerpig kookgerei.

De functie maakt het koken mogelijk met een kookgerei dat één kookzone beslaat en dat u voor meer comfort van de ene naar de andere kookzone kunt schuiven. In dit geval behouden de beide zones dezelfde kookstand en dezelfde instellingen.

10.1 Plaatsen van het kookgerei

Gebruik kookgerei dat passend is voor de kookzones.

Pagina 13

MoveMode nl

Opmerking:

Het kookgerei zodanig opstellen dat telkens slechts een van de combizones is bedekt. De kookzones worden anders niet correct geactiveerd en u realiseert geen goed bereidingsresultaat.

10.2 Schakel CombiZone in

brandt en de kookstand verschijnt op het display van de onderste kookzone.

10.3 Schakel CombiZone uit

11 MoveMode

Maakt het wijzigen van de vermogensstand van het kookgerei mogelijk door het van een kookzone naar een andere te verplaatsen. De functie is vooral bestemd voor het koken met kookgerei.

11.1 Plaatsen en verplaatsen van het kookgerei

Slechts een stuk kookgerei gebruiken. Een kookzone bezetten en overeenkomstig de gewenste vermogensstand van een zone naar de andere bewegen. Elke kookzone heeft een vooringestelde vermogensstand:

11.2 Schakel MoveMode in

en de vermogensstand van de kookzone waarop het kookgerei zich bevindt, branden sneller.

Opmerking: U kunt de vermogensstanden van de gebieden tijdens het koken wijzigen.

11.3 Schakel MoveMode uit

Opmerking: Als de vermogensstand van een van de twee kookzones op wordt gezet, wordt de functie binnen circa 10 seconden gedeactiveerd.

12 Tijdfuncties

Uw kookplaat beschikt over verschillende functies voor het instellen van de bereidingstijd:

12.1 Uitschakeltimer

Maakt de programmering van een bereidingstijd voor één of meerdere kookzones mogelijk. Na het verstrijken van de tijd wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld.

Uitschakeltimer inschakelen

‒ Om een bereidingstijd van minder dan 10 minuten in te stellen, dient u altijd 0 aan te raken voordat u de gewenste waarde kiest.

Uitschakeltimer wijzigen of uitschakelen

Pagina 14

nl PowerBoost

12.2 Timer

Maakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot 99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze schakelt de kookzones niet automatisch uit.

Timer inschakelen

Timer wijzigen of uitschakelen

13 PowerBoost

Met deze functie verhit u grote hoeveelheden water sneller dan met .

Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor zover de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is.

Anders knipperen in de indicatie van de gekozen kookzone en . Vervolgens wordt automatisch ingesteld zonder de functie te activeren.

13.1 PowerBoost inschakelen

Vereiste: Bij de combi-zone kunt u de PowerBoost functie alleen activeren wanneer u de twee kookzones onafhankelijk van elkaar gebruikt.

13.2 PowerBoost uitschakelen

Opmerking: Onder bepaalde omstandigheden kan deze functie automatisch uitschakelen, om de elektronische elementen binnenin de kookplaat te beschermen.

14 PerfectFry Sensor

Deze functie maakt het stressvrij koken met uitstekende resultaten mogelijk.

In de plaats van tijdens het koken telkens weer de vermogensstand aan te passen, kiest u bij het begin een keer de gewenste doeltemperatuur. Sensoren onder de keramische glasplaat meten dan de temperatuur van het kookgerei en houden deze tijdens het volledige kookproces constant.

Deze functie is op alle kookzones beschikbaar die met dit symbool zijn gemarkeerd.

14.1 Voordelen

14.2 Temperatuurstanden

Temperatuurstanden voor de bereiding van voedsel.

StandTemperatuurFuncties
min140 ºCIn olijfolie of boter aanbraden
low160 ºCBakken van vis en grove levensmiddelen
med180 ºCFrituren van gepaneerde, bevroren en gegrilde gerechten
max215 ºCHogetemperatuurgrill en grillplaat

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

14.3 Aanbevolen kookgerei

Voor deze functie werd speciaal kookgerei ontwikkeld, dat optimale resultaten levert.

KookgereiAanbevolen kookzone
Koekenpan Ø 21 cmKookzone met één ring

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

Het aanbevolen kookgerei kunt u verkrijgen via de servicedienst, de vakhandel of onze onlineshop www.bosch-home.com.

Pagina 15: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 16

nl Veegbeveiliging

15.2 Kinderslot uitschakelen

15.3 Automatisch kinderslot

U kunt het kinderslot ook automatisch elke keer na het uitschakelen van de kookplaat activeren.

In het hoofdstuk Basisinstellingen kunt u nalezen hoe u de functie in- en uitschakelt. → Pagina 16

16 Veegbeveiliging

Zorgt voor een blokkering van het bedieningspaneel, zodat bij het reinigen instellingen niet ongewild worden gewijzigd.

De reinigingsblokkering heeft geen invloed op de hoofdschakelaar.

16.2 Schakel Veegbeveiliging uit

Voor het voortijdig uitschakelen van de functie:

16.1 Schakel Veegbeveiliging in

17 Individuele veiligheidsuitschakeling

Is een kookzone lange tijd in gebruik en heeft u de instelling niet veranderd, dan wordt de automatische uitschakeling geactiveerd. De kookzone geeft weer en schakelt uit.

De tijd van 1 tot 10 uur hangt van de geselecteerde vermogensstand af.

Druk op een willekeurige button.

18 Basisinstellingen

U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.

18.1 Overzicht van de basisinstellingen

IndicatieInstellingWaarde
Kinderslot- Handmatig.¹ Automatisch.
– Uitgeschakeld
Akoestische signalen– Bevestigings- en foutsignaal zijn uitgeschakeld.
– Alleen het foutsignaal is ingeschakeld.
– Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld.
– Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld ¹.
Weergave energieverbruik
Toont het totale energieverbruik tussen het in- en uitschakelen van de kookplaat in kWh. De precisie van de indicatie is onder andere afhankelijk van de spanningskwaliteit van het elektriciteitsnet.
– Uitgeschakeld¹
– Ingeschakeld
Automatisch uitschakelen van de kookzones.- uitgeschakeld.¹ - - Tijd tot het automatisch uitschakelen.
Duur van het timer-einde-geluidssignaal– 10 seconden ¹
– 30 seconden - 1 minuut

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

1 Fabrieksinstelling

Pagina 17

Basisinstellingen nl

IndicatieInstellingWaarde
Vermogensbegrenzing
Maakt indien nodig de begrenzing mogelijk van het totale vermogen van de kookplaat, indien vereist, op basis van de omstandigheden van uw elektrische installatie. De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van het maximale vermogen van de kookplaat. Precieze gegevens vindt u op het typeplaatje. Wanneer de functie actief is en de kookplaat de ingestelde vermogensgrens bereikt, dan wordt weergegeven en u kunt geen hogere vermogensstand kiezen.
- Uitgeschakeld. Maximaal vermogen van de kookplaat
1.
- 1000 W. Laagste stand.
. - 1500 W.
...
- 3000 W. Aanbevolen voor 13 ampère.
. - 3500 W. Aanbevolen voor 16 ampère.
- 4000 W.
. - 4500 W. Aanbevolen voor 20 ampère.
...
- Maximaal vermogen van de kookplaat.
Keuzetijd van de kookzone- Onbegrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone instellen zonder deze opnieuw te selecteren.¹ - Begrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone binnen 10 seconden na de selectie instellen. Daarna moet u de kookzone vóór het instellen opnieuw selecteren.
Kookgerei-test
Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei controleren.
- Niet geschikt. - Niet optimaal. - Geschikt.
Luchtcirculatie of luchtafvoer instellen.- Luchtcirculatie configureren.¹ - Luchtafvoer configureren.
Automatische start instellen- Uitgeschakeld.
- Ingeschakeld: de ventilatie start bij een vermogens-standd overeenkomstig de betreffende vermogensstand van de kookzones.¹
Naloop instellen
Wanneer uw kookplaat werkt met afvoerluchtfunctie, dan schakelt de ventilatie gedurende ca. 6 minuten met de vermogensstand in.
Wanneer uw kookplaat met de circulatieluchtfunctie werkt, dan schakelt de ventilatie gedurende ca. 30 minuten met de vermogensstand in.
De naloopfunctie schakelt zich na het verstrijken van deze tijd automatisch uit.
- Uitgeschakeld. - Ingeschakeld ¹:
Terugzetten naar de fabrieksinstellingen- Individuele instellingen ¹. - Fabrieksinstellingen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

1 Fabrieksinstelling

18.2 Naar de basisinstellingen

Vereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.

ProductinformatieIndicatie
Lijst van de Technische Service (TS)
Fabricagenummer
Fabricagenummer 1.
Fabricagenummer 2.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

18.3 Wijzigen van de basisinstellingen annuleren

Pagina 18

nl Kookgerei-test

19 Kookgerei-test

De kwaliteit van de pan heeft een grote invloed op de snelheid en het resultaat van het kookproces.

Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei testen.

Ga vóór de test na of de diameter van de bodem van de pan met de grootte van de gebruikte kookzone overeenstemt.

De toegang vindt plaats via de basisinstellingen. → Pagina 16

19.1 Kookgerei-test uitvoeren

19.2 Resultaat controleren

In de volgende tabel kunt u zien wat het resultaat voor kwaliteit en snelheid van het kookproces betekent.

Resultaat

Het kookgerei is voor de kookzone niet geschikt en wordt daarom niet opgewarmd.

Het kookgerei warmt langzamer op dan verwacht en het kookproces verloopt niet optimaal.

Het kookgerei wordt goed warm en het kookproces is in orde.

Raak om deze functie te activeren het instelbereik aan.

20 Vermogensbegrenzing

Met deze functie kunt u het totale vermogen van de kookplaat instellen.

De kookplaat is af fabriek ingesteld. Het maximaal vermogen van de kookplaat vindt u op het typeplaatje. Met deze functie past u de configuratie aan de vereisten van elke elektrische installatie aan.

Om deze instelwaarde niet te overschrijden, verdeelt de kookplaat het beschikbare vermogen automatisch over de ingeschakelde kookzones,aangepast aan de behoefte.

Zolang deze functie is geactiveerd, kan het vermogen van elke kookzone tijdelijk onder de normale waarde vallen. Om deze instelwaarde niet te overschrijden, verdeelt de kookplaat het beschikbare vermogen automatisch aangepast aan de behoefte over de ingeschakelde kookzones . Het apparaat regelt en kiest de hoogst mogelijke vermogensstand automatisch.

In het hoofdstuk Basisinstellingen kunt u nalezen hoe u de waarden verandert. → Pagina 16

21 Reiniging en onderhoud

Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.

21.1 Glass-Protect-oppervlak

Het glas van de kookplaat is van een coating voorzien die de krasbestendigheid verhoogt.

Beschadigingen van het oppervlak vermijden

Reinig voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt het oppervlak met een zachte doek en een in de handel verkrijgbaar reinigingsmiddel voor glaskeramiek.

21.2 Reinigingsmiddelen

Geschikte reinigingsmiddelen en schraper voor vitrokeramische kookplaat zijn verkrijgbaar bij de klantenservice, in de webshop of in de vakhandel.

LET OP!

Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.

Ongeschikte reinigingsmiddelen

Pagina 19

Reiniging en onderhoud nl

21.3 Componenten die moeten worden gereinigd of vervangen

Het volgende overzicht toont de componenten van het toestel die u ofwel vervangt of reinigt.

3

4

1Vetfilter
2Geurfilter of akoestisch filter
3Glaskeramiek
4Overloopreservoir

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

21.4 Kookplaat reinigen

Om te vermijden dat er kookresten inbranden, de kookplaat na elk gebruik reinigen.

Vereiste: De kookplaat moet koud zijn. Laat alleen bij suikervlekken, rijstzetmeel, kunststof- of aluminiumfolie de kookplaat niet afkoelen.

‒ Met een speciale spons voor glaskeramiek kunt u goede reinigingsresultaten boeken.

Tips

zichtig en gelijkmatig aan op de kookzone. Daarna alle resten van het reinigingsmiddel voorzichtig met schoon water verwijderen en het oppervlak met een schone doek afdrogen.

21.5 Kookplaatrand reinigen

Wanneer er na het gebruik vuil of vlekken op de rand van de kookplaat bevinden, reinig deze dan.

Opmerking: Geen schraper gebruiken.

Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uitwassen.

21.6 Geurfilter of akoestisch filter vervangen

Vervang het geurfilter regelmatig. Vervang de akoestische filters als ze verontreinigd zijn.

Opmerking: De geurfilters of akoestische filters zijn verkrijgbaar in de speciaalzaak, bij de klantenservice of in de onlineshop.

Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende kookplaat beschadigen.

Verwijder het vetfilter.

‒ Vet kan zich op de bodem van het reservoir verzamelen. Het vetfilter niet schuin houden om te voorkomen dat er vet vanaf druipt.

Pagina 20

nl Reiniging en onderhoud

Verzadigingsindicatie resetten

Vereiste: Na het uitschakelen van het apparaat brandt .

21.7 Vetfilter reinigen

Vetfilters filteren het vet uit de keukendamp. Reinig het vetfilter regelmatig om een optimale werking te garanderen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.

Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende kookplaat beschadigen.

Verwijder het vetfilter.

‒ Vet kan zich op de bodem van het reservoir verzamelen. Het vetfilter niet schuin houden om te voorkomen dat er vet vanaf druipt.

‒ → "Vetfilter met de hand reinigen", Pagina 20 ‒ → "Vetfilter in de vaatwasmachine reinigen", Pagina 21

Vetfilter met de hand reinigen

Gebruik geen agressieve, zuur- of looghoudende reinigingsmiddelen.

Bij hardnekkig vuil een speciaal vetoplosmiddel gebruiken. De vetoplosser via de klantenservice, in onze onlineshop of in een speciaalzaak kopen.

Pagina 21

FAQ nl

Vetfilter in de vaatwasmachine reinigen

Reinig sterk verontreinigde vetfilters niet samen met serviesgoed.

Gebruik geen agressieve, zuur- of looghoudende reinigingsmiddelen.

Kies een temperatuurinstelling onder de 70°C.

21.8 Overloopreservoir schoonmaken

Het overloopreservoir verzamelt vloeistoffen of voorwerpen die van boven in het apparaat terechtkomen. Vereiste: Het apparaat is afgekoeld en de restwarmteaanduiding is verdwenen.

‒ Het overloopreservoir niet schuin houden om te voorkomen dat er vocht uitloopt.

Voorwerpen die in het apparaat terechtkomen na het afkoelen van het apparaat verwijderen. Hiervoor het vetfilter verwijderen. → Pagina 20

22 FAQ

22.1 Gebruik

VraagAntwoord
Waarom kan ik de kookplaat niet inschakelen en waarom brandt het symbool van het kinderslot?• Het kinderslot is actief. Meer informatie over deze functie vindt u onder → "Kinderslot", Pagina 15.
Waarom knipperen de indicaties en waarom is er een geluidssignaal te horen?• Verwijder vloeistoffen of etensresten van het bedieningspaneel. Alle zaken verwijderen die het bedieningspaneel kunnen afdekken.
Meer informatie betreffende het deactiveren van de signaaltoon kunt u vinden onder → "Basisinstellingen", Pagina 16.
Waarom kan ik de braadsensor niet activeren?• Het maximale opgenomen vermogen van het apparaat is bereikt of de functie PowerManager is geactiveerd. De kookstanden van de actieve kookzones uitschakelen of verlagen.
Meer informatie over deze functie vindt u onder → "Vermogensbegrenzing", Pagina 18.
De ventilatie schakelt niet in, terwijl de automatische start is geactiveerd.• Schakel de ventilatie handmatig in of controleer de configuratie van de automatische start. Meer informatie kunt u vinden in hoofdstuk → "Basisinstellingen", Pagina 16.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

Pagina 22

nl FAQ

VraagAntwoord
De ventilatie draait verder, hoewel de kookzones zijn uitgeschakeld.• Schakel de ventilatie handmatig uit.
Meer informatie over deze instelling kunt u lezen in hoofdstuk → "De Bediening in essentie", Pagina 10.
De luchtaanzuiging is te zwak.• Controleer of het vetfilter schoon is.
Hoe u het filter reinigt en vervangt, kunt u lezen in hoofdstuk → "Reiniging en onderhoud", Pagina 18.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

22.2 Geluiden

VraagAntwoord
Waarom zijn er tijdens het koken geluiden te horen?• Afhankelijk van de kwaliteit van de bodem van de pan kunnen bij gebruik van de kookplaat geluiden te horen zijn. Deze geluiden zijn normaal en horen bij de inductietechnologie. Ze duiden niet op een defect.
Mogelijke geluidenLaag gezoem zoals bij een transformator: ontstaat bij het koken met een hoge kookstand. Dit geluid verdwijnt of neemt af wanneer u een lagere kookstand kiest. Een zacht fluiten: klinkt wanneer de pan leeg is. Dit geluid verdwijnt wanneer u water of levensmiddelen in de pan doet.
Knetteren: ontstaat bij pannen gemaakt van verschillende over elkaar liggende materialen of, wanneer u pannen van verschillende maten en van verschillende materialen gebruikt. Het volume van het geluid kan variëren, afhankelijk van de hoeveelheid en de bereidingswijze van de gerechten.
Hoge fluittonen: kunnen ontstaan wanneer u twee kookzones tegelijkertijd op de hoogste stand gebruikt. Deze fluittonen verdwijnen of worden minder, wanneer de kookstand verlaagt.
Ventilatorgeluiden: de kookplaat is voorzien van een ventilator, welke bij hoge temperaturen inschakelt. De ventilator kan ook na uitschakeling van de kookplaat verder draaien, wanneer de gemeten temperatuur nog te hoog is.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

22.3 Pannen

VraagAntwoord
Welke pan is geschikt voor de inductiekookplaat?• Meer informatie over kookgerei dat geschikt is voor het koken op inductie kunt u vinden onder → "Geschikt kookgerei", Pagina 6.
Waarom wordt de kookzone niet warm en knippert de kookstand?• De kookzone waarop de pan staat, is niet ingeschakeld.
Zorg ervoor dat de kookzone waarop de pan staat ingeschakeld is.
• Het kookgerei is te klein voor de ingeschakelde kookzone of is niet geschikt voor inductie. Ga na of het kookgerei geschikt is voor inductie en of deze op de kookzone met de meest geschikte afmetingen staat.
Meer informatie vindt u onder → "CombiZone", Pagina 12 → "Geschikt kookgerei", Pagina 6.
Waarom duurt het zo lang tot de pan warm wordt of waarom wordt hij niet warm genoeg, hoewel er een hoge vermogensstand is ingesteld?• Het kookgerei is te klein voor de ingeschakelde kookzone of is niet geschikt voor inductie. Ga na of het kookgerei geschikt is voor inductie en of deze op de kookzone met de meest geschikte afmetingen staat.
Meer informatie vindt u onder → "CombiZone", Pagina 12 → "Geschikt kookgerei", Pagina 6.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

22.4 Reinigen

VraagAntwoord
Hoe kan ik de kookplaat reinigen?• Met speciale schoonmaakmiddelen voor glaskeramiek bereikt u optimale resultaten. Gebruik geen reinigingsmiddelen voor de vaatwasser, resp. concentraten of schurende doeken.
Meer informatie vindt u onder → "Reiniging en onderhoud", Pagina 18.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

Pagina 23

Storingen verhelpen nl

VraagAntwoord
In de kast onder de kookplaat bevindt zich water.• Controleer of het overloopreservoir vol is.
Meer informatie over het reinigen en het onderhouden van de kookplaat vindt u onder → "Reiniging en onderhoud", Pagina 18.
Met welke tijdsintervallen moet ik het overloopreservoir reinigen?• Reinig het overloopreservoir regelmatig.
Meer informatie over het reinigen en het onderhouden van het overloopreservoir vindt u onder → "Reiniging en onderhoud", Pagina 18.
Met welke tijdsintervallen moet ik het vetfilter reinigen?• Het vetfilter regelmatig reinigen.
Hoe u het filter reinigt en vervangt, kunt u lezen in hoofdstuk → "Reiniging en onderhoud", Pagina 18.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

23 Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

23.1 Waarschuwing

Opmerkingen

23.2 Aanwijzingen op het display

StoringOorzaak en probleemoplossing
Er brandt geen enkele indicatie.De stroomtoevoer is onderbroken.
▶ Controleer met behulp van andere elektrische apparaten of er sprake is van een stroomstoring.
Het apparaat is niet volgens het schakelschema aangesloten.
▶ Sluit het apparaat aan volgens het schakelschema.
Storing in de elektronica
▶ Als u de storing niet kunt verhelpen, schakel dan de technische servicedienst in.
De indicaties knipperen.Het bedieningspaneel is vochtig of wordt afgedekt door een voorwerp.
▶ Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp.
Het geurfilter is verzadigd of de verzadigingsindicatie brandt, hoewel u het filter heeft vervangen.
▶ Vervang het filter en reset de filterverzadigingsindicatie. Meer informatie kunt u vinden in hoofdstuk → "Reiniging en onderhoud", Pagina 18.
, , , ,De elektronica is oververhit en heeft één of alle kookzones uitgeschakeld.
▶ Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Vervolgens een willekeurige toets van het bedieningspaneel aanraken.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

Pagina 24

nl Afvoeren

StoringOorzaak en probleemoplossing
+ vermogensstand en geluidssignaalEr staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Daardoor kan de elektronica oververhit raken.
▶ Verwijder het kookgerei. Kort daarna verdwijnt de foutindicatie. U kunt het koken voortzetten.
en geluidssignaalEr staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de elektronica werd de kookplaat uitgeschakeld.
▶ Verwijder het kookgerei. Wacht enkele seconden. Raak een willekeurig bedieningsvlak aan. Wanneer de foutindicatie verdwijnt, kunt u verder gaan met koken.
/De kookzone is oververhit geraakt en werd ter bescherming van het werkblad uitgeschakeld.
▶ Wacht tot de elektronica voldoende is afgekoeld en schakel aansluitend de kookzone opnieuw in.
De kookzone was gedurende een langere tijd en zonder onderbreking in gebruik.
▶ Individuele veiligheidsuitschakeling is ingeschakeld. Voor het instellen van de kookzone een willekeurige toets aanraken en het display uitschakelen.
/De bedrijfsspanning is onjuist en ligt buiten het normale bedrijfsgebied.
▶ Neem contact op met uw elektriciteitsbedrijf.
/De kookplaat is niet op de juiste manier aangesloten.
▶ Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Sluit de kookplaat aan volgens het schakelschema.
De demo-modus is geactiveerd.
▶ Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. 30 seconden wachten en de kookplaat aansluiten. Raak binnen de volgende 3 minuten een willekeurige sensor aan. De demomodus is gedeactiveerd.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

23.3 Normaal geluid van uw apparaat

Soms kan een inductieapparaat geluiden of trillingen veroorzaken zoals zoemen, sissen, knetteren, ventilatorgeluiden of ritmische geluiden.

24 Afvoeren

24.1 Afvoeren van uw oude apparaat

Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

25 Servicedienst

Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.

Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.

Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.

De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.

25.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)

Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.

← pagina's 2–10verder op pagina 25 →Inhoud