Bosch PVQ890F25E, tekst van de handleiding
Pagina's 11–24 van 28 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–10verder op pagina 25 →
Pagina 11
De Bediening in essentie nl
- Doe na het bereiden een deksel op het kookgerei, totdat u het gerecht serveert.
- Houd voor het bereiden met de snelkookpan de aanwijzingen van de fabrikant aan.
- Levensmiddelen niet te lang bereiden, voor het behoud van de voedingswaarde. Met de kookwekker kunt u de optimale bereidingstijd instellen.
- Zorg ervoor dat de olie niet rookt.
- Om de levensmiddelen te bruinen, deze na elkaar en in kleine porties aanbraden.
- Sommige pannen kunnen bij het bereiden hoge temperaturen bereiken. Gebruik daarom pannenlappen.
- Advies voor energiezuinig koken kunt u vinden onder
→ "Energie besparen", Pagina 5
Kookadviezen
De tabel geeft aan welke vermogensstand ( ) voor welk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd ( )kan variëren afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen.
| Smelten | ||
|---|---|---|
| Chocolade, couverture | 1 - 1. | - |
| Boter, honing, gelatine | 1 - 2 | - |
| Verwarmen en warm houden | ||
| Eenpansgerecht, bijv. linzenschotel | 1. - 2 | - |
| Melk¹ | 1. - 2. | - |
| Gekookte worstjes¹ | 3 - 4 | - |
| Ontdooien en opwarmen | ||
| Spinazie, diepvries | 3 - 4 | 15 - 25 |
| Goulash, diepvries | 3 - 4 | 35 - 55 |
| Gaarstoven, zachtjes laten koken | ||
| Aardappelballetjes ¹ | 4. - 5. | 20 - 30 |
| Vis ¹ | 4 - 5 | 10 - 15 |
| Witte sauzen, bijv. bechamelsaus | 1 - 2 | 3 - 6 |
| Geklopte sauzen, bijv. bearnaisesaus, hollandaisesaus | 3 - 4 | 8 - 12 |
| Koken, stomen, stoven | ||
| Rijst met dubbele hoeveelheid water | 2. - 3. | 15 - 30 |
| Rijstepap ² | 2 - 3 | 30 - 40 |
| Aardappelen in schil | 4. - 5. | 25 - 35 |
| Gekookte aardappelen | 4. - 5. | 15 - 30 |
| Pasta ¹ | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Eenpansgerecht 1 Zonder deksel | 3. - 4. | 120 - 180 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
2 Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.
| Soepen | 3. - 4. | 15 - 60 |
|---|---|---|
| Groente | 2. - 3. | 10 - 20 |
| Groente, diepvries | 3. - 4. | 7 - 20 |
| Eenpansgerecht met de snelkookpan | 4. - 5. | - |
| Sudderen | ||
| Rollade | 4 - 5 | 50 - 65 |
| Stoofvlees | 4 - 5 | 60 - 100 |
| Goulash ² | 3 - 4 | 50 - 60 |
| Sudderen / braden met weinig vet ¹ | ||
| Schnitzel, al dan niet gepaneerd | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Schnitzel, diepvries | 6 - 7 | 6 - 12 |
| Koteletten, al dan niet gepaneerd | 6 - 7 | 8 - 12 |
| Steak (3 cm dik) | 7 - 8 | 8 - 12 |
| Borst van gevogelte (2 cm dik) | 5 - 6 | 10 - 20 |
| Borst van gevogelte, diepvries | 5 - 6 | 10 - 30 |
| Gehaktballen (3 cm dik) | 4. - 5. | 20 - 30 |
| Hamburger (2 cm dik) | 6 - 7 | 10 - 20 |
| Vis en visfilet, ongepaneerd | 5 - 6 | 8 - 20 |
| Vis en visfilet, gepaneerd | 6 - 7 | 8 - 20 |
| Vis, gepaneerd en diepvries, bijv. vissticks | 6 - 7 | 8 - 15 |
| Garnalen en krab | 7 - 8 | 4 - 10 |
| Sauteren van verse groente en paddestoelen | 7 - 8 | 10 - 20 |
| Pangerechten, groente, vlees in reepjes op Aziatische wijze | 7 - 8 | 15 - 20 |
| Diepvriesgerechten, bijv. koekenpangerechten | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Pannenkoeken, na elkaar bakken | 6. - 7. | - |
| Omelet (na elkaar bakken) | 3. - 4. | 3 - 10 |
| Spiegeleieren | 5 - 6 | 3 - 6 |
| Frituren, 150-200 g per portie in 1-2 l olie, in porties frituren¹ | ||
| Diepvriesproducten, bijv. frites, kip-nuggets | 8 - 9 | - |
| Kroketten, diepvries | 7 - 8 | - |
| Vlees, bijv. stukken kip | 6 - 7 | - |
| Vis, gepaneerd of in bierdeeg | 6 - 7 | - |
| Groente, paddestoelen, gepaneerd, in bierdeeg of in tempura | 6 - 7 | - |
| Klein gebak, bijv. beignets, Berliner bollen, fruit in bierdeeg 1 Zonder deksel | 4 - 5 | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
2 Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.
Pagina 12
nl Kapregeling
9 Kapregeling
Met de kapregeling kunt u het in het kookvlak geïntegreerde hoogefficiënte afvoerluchtsysteem regelen.
9.1 Handmatige ventilatieregeling
U kunt de ventilatiestand handmatig besturen. Opmerking: Bij hoge pannen kan geen optimale afzuigprestatie worden gegarandeerd. U kunt de afzuig-prestaties door een schuin geplaatste deksel verbeteren.
Handmatige ventilatieregeling activeren
- 1. aanraken.
De ventilatie start met de vooringestelde vermogensstand.
- 2. Kies in de volgende 10 seconden in het instelgebied de gewenste vermogensstand.
De ingestelde vermogensstand licht op.
- 3. Raak aan om de instelling te bevestigen.
- De ventilatie is geactiveerd.
Handmatige ventilatieregeling wijzigen of deactiveren
- 1. aanraken.
- 2. In het instelbereik de gewenste vermogensstand selecteren of op instellen.
9.2 Intensief ventilatiestand
De ventilatie beschikt over twee intensief-standen. Wanneer u de intensiefstand activeert, werkt de ventilatie korte tijd met maximaal vermogen.
Intensief ventilatiestand activeren
- 1. aanraken.
- 2. De gewenste intensief-stand kiezen:
‒ Intensiefstand I: de vermogensstand selecteren en vervolgens aanraken. De indicatie brandt. De stand is geactiveerd.
‒ Intensiefstand II: raak het symbool opnieuw aan. De indicatie brandt. De stand is geactiveerd.
Opmerking: Na ca. 8 minuten schakelt het apparaat zelfstandig terug naar de vermogensstand .
Intensief ventilatiestand wijzigen of deactiveren
- 1. aanraken.
- 2. In het instelbereik de gewenste vermogensstand selecteren of op instellen.
9.3 Automatische start voor de ventilatie
Wanneer u voor een kookzone een kookstand kiest, dan schakelt de automatische start in.
De ventilatie schakelt bij een kookstand overeenkomstig de betreffende kookstand van de kookzones in. Hoe u deze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk → "Basisinstellingen", Pagina 16.
9.4 Naloopfunctie voor ventilatie
De naloop-functie laat het ventilatiesysteem na het uitschakelen van de kookplaat enkele minuten draaien. Zo verwijdert het de nog aanwezige kookdamp. Daarna schakelt het ventilatiesysteem automatisch uit.
Ventilatornaloop activeren
De nalooptijd wordt standaard met een maximale uitschakeltijd geactiveerd.
Hoe u deze instelling wijzigt kunt u lezen in hoofdstuk → "Basisinstellingen", Pagina 16.
Opmerking: De naloop schakelt alleen in wanneer er minstens één kookzone minimaal één minuut werd ingeschakeld.
Ventilatornaloop deactiveren
Handmatig
Wanneer u aanraakt, deactiveert u de functie.
Automatisch
Het apparaat deactiveert de naloopfunctie wanneer:
- De nalooptijd is afgelopen.
- U het apparaat weer inschakelt.
10 CombiZone
Deze maakt de combinatie mogelijk van twee kookzones van dezelfde grootte, waarbij dezelfde vermogensstand wordt ingeschakeld. De functie is vooral bestemd voor het koken met langwerpig kookgerei.
De functie maakt het koken mogelijk met een kookgerei dat één kookzone beslaat en dat u voor meer comfort van de ene naar de andere kookzone kunt schuiven. In dit geval behouden de beide zones dezelfde kookstand en dezelfde instellingen.
10.1 Plaatsen van het kookgerei
Gebruik kookgerei dat passend is voor de kookzones.
Pagina 13
MoveMode nl
Opmerking:
Het kookgerei zodanig opstellen dat telkens slechts een van de combizones is bedekt. De kookzones worden anders niet correct geactiveerd en u realiseert geen goed bereidingsresultaat.
10.2 Schakel CombiZone in
- 1. Kies één van de twee kookzones en stel de kookstand in.
- 2. Druk op .
brandt en de kookstand verschijnt op het display van de onderste kookzone.
- De functie is ingeschakeld.
10.3 Schakel CombiZone uit
- Raak aan.
- De functie is gedeactiveerd.
- De beide kookzones functioneren nu als twee onafhankelijke kookzones.
11 MoveMode
Maakt het wijzigen van de vermogensstand van het kookgerei mogelijk door het van een kookzone naar een andere te verplaatsen. De functie is vooral bestemd voor het koken met kookgerei.
11.1 Plaatsen en verplaatsen van het kookgerei
Slechts een stuk kookgerei gebruiken. Een kookzone bezetten en overeenkomstig de gewenste vermogensstand van een zone naar de andere bewegen. Elke kookzone heeft een vooringestelde vermogensstand:
- Voorste gebied: vermogensstand .
- Achterste gebied: vermogensstand .
11.2 Schakel MoveMode in
- 1. Kies één van de beide kookzones.
- 2. Raak aan.
en de vermogensstand van de kookzone waarop het kookgerei zich bevindt, branden sneller.
- De functie is ingeschakeld.
Opmerking: U kunt de vermogensstanden van de gebieden tijdens het koken wijzigen.
11.3 Schakel MoveMode uit
- Raak aan.
- De functie is gedeactiveerd.
Opmerking: Als de vermogensstand van een van de twee kookzones op wordt gezet, wordt de functie binnen circa 10 seconden gedeactiveerd.
12 Tijdfuncties
Uw kookplaat beschikt over verschillende functies voor het instellen van de bereidingstijd:
- Uitschakeltimer
- Timer
12.1 Uitschakeltimer
Maakt de programmering van een bereidingstijd voor één of meerdere kookzones mogelijk. Na het verstrijken van de tijd wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld.
Uitschakeltimer inschakelen
- 1. Kookzone en vermogensstand kiezen.
- 2. Druk op .
- In de kookzone gaat branden.
- 3. In het instelgedeelte de tijd instellen.
‒ Om een bereidingstijd van minder dan 10 minuten in te stellen, dient u altijd 0 aan te raken voordat u de gewenste waarde kiest.
- De bereidingstijd begint af te lopen.
- Na het einde van de tijdsduur klinkt een signaal.
- 4. Druk op .
- De indicaties gaan uit en het geluidssignaal stopt. Opmerking: Wanneer in een kookzone, waarin Perfect-Fry Sensor is geactiveerd, een bereidingstijd is geprogrammeerd, begint de geprogrammeerde bereidingstijd af te tellen, zodra het gekozen temperatuurniveau is bereikt.
Uitschakeltimer wijzigen of uitschakelen
- 1. Kies de kookzone en raak vervolgens het symbool aan.
Pagina 14
nl PowerBoost
- 2. Om de tijd te wissen, in het instelbereik de bereidingstijd wijzigen of instellen.
12.2 Timer
Maakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot 99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze schakelt de kookzones niet automatisch uit.
Timer inschakelen
- 1. Druk net zo vaak op tot brandt.
- 2. Stel in het instelbereik de gewenste tijd in.
- De tijd begint af te lopen.
- Na het einde van de tijdsduur klinkt een signaal.
- 3. Druk op .
- De indicaties gaan uit en het geluidssignaal stopt.
Timer wijzigen of uitschakelen
- 1. zo vaak indrukken tot brandt.
- 2. Om de tijd te wissen, in het instelbereik de tijd wijzigen of op instellen.
13 PowerBoost
Met deze functie verhit u grote hoeveelheden water sneller dan met .
Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voor zover de andere kookzone van dezelfde groep niet in gebruik is.
Anders knipperen in de indicatie van de gekozen kookzone en . Vervolgens wordt automatisch ingesteld zonder de functie te activeren.
13.1 PowerBoost inschakelen
Vereiste: Bij de combi-zone kunt u de PowerBoost functie alleen activeren wanneer u de twee kookzones onafhankelijk van elkaar gebruikt.
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Op tippen. De indicatie brandt.
- De functie is ingeschakeld.
13.2 PowerBoost uitschakelen
- 1. Kies de kookzone.
- 2. Op tippen. De indicatie verdwijnt en de kookzone schakelt terug naar de kookstand .
- De functie is gedeactiveerd.
Opmerking: Onder bepaalde omstandigheden kan deze functie automatisch uitschakelen, om de elektronische elementen binnenin de kookplaat te beschermen.
14 PerfectFry Sensor
Deze functie maakt het stressvrij koken met uitstekende resultaten mogelijk.
In de plaats van tijdens het koken telkens weer de vermogensstand aan te passen, kiest u bij het begin een keer de gewenste doeltemperatuur. Sensoren onder de keramische glasplaat meten dan de temperatuur van het kookgerei en houden deze tijdens het volledige kookproces constant.
Deze functie is op alle kookzones beschikbaar die met dit symbool zijn gemarkeerd.
14.1 Voordelen
- De temperatuur wordt constant gehouden zonder dat u de vermogensstand hoeft te veranderen.
- Olie wordt niet oververhit. Het aanbranden van de levensmiddelen wordt verhinderd.
- De kookzone warmt alleen op wanneer dit nodig is voor het behouden van de temperatuur, waardoor er energie wordt gespaard.
14.2 Temperatuurstanden
Temperatuurstanden voor de bereiding van voedsel.
| Stand | Temperatuur | Functies |
|---|---|---|
| min | 140 ºC | In olijfolie of boter aanbraden |
| low | 160 ºC | Bakken van vis en grove levensmiddelen |
| med | 180 ºC | Frituren van gepaneerde, bevroren en gegrilde gerechten |
| max | 215 ºC | Hogetemperatuurgrill en grillplaat |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
14.3 Aanbevolen kookgerei
Voor deze functie werd speciaal kookgerei ontwikkeld, dat optimale resultaten levert.
| Kookgerei | Aanbevolen kookzone |
|---|---|
| Koekenpan Ø 21 cm | Kookzone met één ring |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
Het aanbevolen kookgerei kunt u verkrijgen via de servicedienst, de vakhandel of onze onlineshop www.bosch-home.com.
Pagina 15: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 16
nl Veegbeveiliging
- De indicatie naast brandt gedurende 10 seconden.
- De kookplaat is geblokkeerd.
15.2 Kinderslot uitschakelen
- Raak gedurende 4 seconden aan.
- De blokkering is opgeheven.
15.3 Automatisch kinderslot
U kunt het kinderslot ook automatisch elke keer na het uitschakelen van de kookplaat activeren.
In het hoofdstuk Basisinstellingen kunt u nalezen hoe u de functie in- en uitschakelt. → Pagina 16
16 Veegbeveiliging
Zorgt voor een blokkering van het bedieningspaneel, zodat bij het reinigen instellingen niet ongewild worden gewijzigd.
De reinigingsblokkering heeft geen invloed op de hoofdschakelaar.
16.2 Schakel Veegbeveiliging uit
Voor het voortijdig uitschakelen van de functie:
- symbool aan.
- Het bedieningspaneel is ontgrendeld.
16.1 Schakel Veegbeveiliging in
- symbool aan. Er klinkt een signaal.
- Het bedieningspaneel is gedurende 35 seconden geblokkeerd. 5 seconden voor het uitschakelen klinkt een signaal.
17 Individuele veiligheidsuitschakeling
Is een kookzone lange tijd in gebruik en heeft u de instelling niet veranderd, dan wordt de automatische uitschakeling geactiveerd. De kookzone geeft weer en schakelt uit.
De tijd van 1 tot 10 uur hangt van de geselecteerde vermogensstand af.
Druk op een willekeurige button.
18 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
18.1 Overzicht van de basisinstellingen
| Indicatie | Instelling | Waarde |
|---|---|---|
| Kinderslot | - Handmatig.¹ Automatisch. – Uitgeschakeld | |
| Akoestische signalen | – Bevestigings- en foutsignaal zijn uitgeschakeld. – Alleen het foutsignaal is ingeschakeld. – Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld. – Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld ¹. | |
| Weergave energieverbruik Toont het totale energieverbruik tussen het in- en uitschakelen van de kookplaat in kWh. De precisie van de indicatie is onder andere afhankelijk van de spanningskwaliteit van het elektriciteitsnet. | – Uitgeschakeld¹ – Ingeschakeld | |
| Automatisch uitschakelen van de kookzones. | - uitgeschakeld.¹ - - Tijd tot het automatisch uitschakelen. | |
| Duur van het timer-einde-geluidssignaal | – 10 seconden ¹ – 30 seconden - 1 minuut |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
1 Fabrieksinstelling
Pagina 17
Basisinstellingen nl
| Indicatie | Instelling | Waarde |
|---|---|---|
| Vermogensbegrenzing Maakt indien nodig de begrenzing mogelijk van het totale vermogen van de kookplaat, indien vereist, op basis van de omstandigheden van uw elektrische installatie. De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van het maximale vermogen van de kookplaat. Precieze gegevens vindt u op het typeplaatje. Wanneer de functie actief is en de kookplaat de ingestelde vermogensgrens bereikt, dan wordt weergegeven en u kunt geen hogere vermogensstand kiezen. | - Uitgeschakeld. Maximaal vermogen van de kookplaat 1. - 1000 W. Laagste stand. . - 1500 W. ... - 3000 W. Aanbevolen voor 13 ampère. . - 3500 W. Aanbevolen voor 16 ampère. - 4000 W. . - 4500 W. Aanbevolen voor 20 ampère. ... - Maximaal vermogen van de kookplaat. | |
| Keuzetijd van de kookzone | - Onbegrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone instellen zonder deze opnieuw te selecteren.¹ - Begrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone binnen 10 seconden na de selectie instellen. Daarna moet u de kookzone vóór het instellen opnieuw selecteren. | |
| Kookgerei-test Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei controleren. | - Niet geschikt. - Niet optimaal. - Geschikt. | |
| Luchtcirculatie of luchtafvoer instellen. | - Luchtcirculatie configureren.¹ - Luchtafvoer configureren. | |
| Automatische start instellen | - Uitgeschakeld. - Ingeschakeld: de ventilatie start bij een vermogens-standd overeenkomstig de betreffende vermogensstand van de kookzones.¹ | |
| Naloop instellen Wanneer uw kookplaat werkt met afvoerluchtfunctie, dan schakelt de ventilatie gedurende ca. 6 minuten met de vermogensstand in. Wanneer uw kookplaat met de circulatieluchtfunctie werkt, dan schakelt de ventilatie gedurende ca. 30 minuten met de vermogensstand in. De naloopfunctie schakelt zich na het verstrijken van deze tijd automatisch uit. | - Uitgeschakeld. - Ingeschakeld ¹: | |
| Terugzetten naar de fabrieksinstellingen | - Individuele instellingen ¹. - Fabrieksinstellingen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
1 Fabrieksinstelling
18.2 Naar de basisinstellingen
Vereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
- 1. Raak aan om de kookplaat in te schakelen.
- 2. Raak binnen de volgende 10 seconden 4 seconden lang aan.
| Productinformatie | Indicatie |
|---|---|
| Lijst van de Technische Service (TS) | |
| Fabricagenummer | |
| Fabricagenummer 1 | . |
| Fabricagenummer 2 | . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
- De eerste vier indicaties geven de productinformatie weer. Raak het instelgebied aan, om de afzonderlijke indicaties te kunnen zien.
- 3. Raak aan om naar de basisinstellingen te gaan. en lichten op als voorinstelling.
- 4. Raak net zo lang aan totdat de gewenste instelling verschijnt.
- 5. De gewenste instelling in het instelbereik kiezen.
- 6. Raak gedurende 4 seconden aan.
- De instellingen zijn opgeslagen.
18.3 Wijzigen van de basisinstellingen annuleren
- Raak aan.
- Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
Pagina 18
nl Kookgerei-test
19 Kookgerei-test
De kwaliteit van de pan heeft een grote invloed op de snelheid en het resultaat van het kookproces.
Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei testen.
Ga vóór de test na of de diameter van de bodem van de pan met de grootte van de gebruikte kookzone overeenstemt.
De toegang vindt plaats via de basisinstellingen. → Pagina 16
19.1 Kookgerei-test uitvoeren
- 1. Plaats het kookgerei bij kamertemperatuur met ca. 200 ml water midden op die kookzone, waarvan de diameter het best overeenkomt met de diameter van de bodem van het kookgerei.
- 2. Roep de basisinstellingen op en kies .
- 3. Het instelgebied aanraken. Op de kookzone knippert de indicatie .
- De test is bezig.
- Na 10 seconden verschijnt het resultaat op het kookzonedisplay.
19.2 Resultaat controleren
In de volgende tabel kunt u zien wat het resultaat voor kwaliteit en snelheid van het kookproces betekent.
Resultaat
Het kookgerei is voor de kookzone niet geschikt en wordt daarom niet opgewarmd.
Het kookgerei warmt langzamer op dan verwacht en het kookproces verloopt niet optimaal.
Het kookgerei wordt goed warm en het kookproces is in orde.
Raak om deze functie te activeren het instelbereik aan.
20 Vermogensbegrenzing
Met deze functie kunt u het totale vermogen van de kookplaat instellen.
De kookplaat is af fabriek ingesteld. Het maximaal vermogen van de kookplaat vindt u op het typeplaatje. Met deze functie past u de configuratie aan de vereisten van elke elektrische installatie aan.
Om deze instelwaarde niet te overschrijden, verdeelt de kookplaat het beschikbare vermogen automatisch over de ingeschakelde kookzones,aangepast aan de behoefte.
Zolang deze functie is geactiveerd, kan het vermogen van elke kookzone tijdelijk onder de normale waarde vallen. Om deze instelwaarde niet te overschrijden, verdeelt de kookplaat het beschikbare vermogen automatisch aangepast aan de behoefte over de ingeschakelde kookzones . Het apparaat regelt en kiest de hoogst mogelijke vermogensstand automatisch.
In het hoofdstuk Basisinstellingen kunt u nalezen hoe u de waarden verandert. → Pagina 16
21 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
21.1 Glass-Protect-oppervlak
Het glas van de kookplaat is van een coating voorzien die de krasbestendigheid verhoogt.
Beschadigingen van het oppervlak vermijden
Reinig voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt het oppervlak met een zachte doek en een in de handel verkrijgbaar reinigingsmiddel voor glaskeramiek.
- Gebruik de kookplaat niet als werkblad of plateau om iets neer te zetten.
- Vermijd direct contact van levensmiddelen met de kookplaat, omdat dit tot permanente verkleuringen van het oppervlak kan leiden.
- Levensmiddelresten, suiker, plastic, aluminiumfolie en gemorste levensmiddelen onmiddellijk met een schraper voor vitrokeramische kookplaten verwijderen.
- Grove verontreinigingen, zout en suiker op het kookvlak direct verwijderen.
- Vetresten zoals olie met water en zeep verwijderen.
- Geen kookgerei met ruwe bodem gebruiken.
- Kookgerei bij het verplaatsen optillen.
- Gebruik geen schraper die zich in een slechte toestand bevindt.
21.2 Reinigingsmiddelen
Geschikte reinigingsmiddelen en schraper voor vitrokeramische kookplaat zijn verkrijgbaar bij de klantenservice, in de webshop of in de vakhandel.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Nooit ongeschikte reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen schoonmaakmiddelen gebruiken zolang de kookplaat nog heet is. Dat kan tot verkleuring van het oppervlak leiden.
Ongeschikte reinigingsmiddelen
- Onverdund afwasmiddel
Pagina 19
Reiniging en onderhoud nl
- Reinigingsmiddelen voor de vaatwasmachine
- Schuurmiddelen
- Agressieve reinigingsmiddelen, bijv. ovensprays of vlekverwijderaars
- Krassende sponzen
- Hogedrukreinigers of stoomapparaten
- Basisproducten zoals ontvettingsproducten
21.3 Componenten die moeten worden gereinigd of vervangen
Het volgende overzicht toont de componenten van het toestel die u ofwel vervangt of reinigt.
3
4
| 1 | Vetfilter |
|---|---|
| 2 | Geurfilter of akoestisch filter |
| 3 | Glaskeramiek |
| 4 | Overloopreservoir |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
21.4 Kookplaat reinigen
Om te vermijden dat er kookresten inbranden, de kookplaat na elk gebruik reinigen.
Vereiste: De kookplaat moet koud zijn. Laat alleen bij suikervlekken, rijstzetmeel, kunststof- of aluminiumfolie de kookplaat niet afkoelen.
- 1. Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vitrokeramische kookplaat.
- 2. Het gehele oppervlak met een gangbare glasreiniger besproeien en met een schone doek afnemen. ‒ Houd de reinigingsinstructies op de verpakking van het reinigingsmiddel aan.
‒ Met een speciale spons voor glaskeramiek kunt u goede reinigingsresultaten boeken.
- 3. Met een vochtige doek afnemen en met een schoonmaakdoekje afdrogen.
Tips
- Wanneer u de bodem van het kookgerei schoon houdt, dan blijft het oppervlak van de kookplaat in een goede conditie.
- Het gebruik van LED- of halogeenlampen verbetert de lichtomstandigheden en vermijdt reflecties of kleurverschillen op de kookplaat.
- Gebruik speciale reinigingsmiddelen voor de glaskeramische kookplaat uitsluitend bij hardnekkige verontreinigingen. Breng het reinigingsmiddel voor-
zichtig en gelijkmatig aan op de kookzone. Daarna alle resten van het reinigingsmiddel voorzichtig met schoon water verwijderen en het oppervlak met een schone doek afdrogen.
21.5 Kookplaatrand reinigen
Wanneer er na het gebruik vuil of vlekken op de rand van de kookplaat bevinden, reinig deze dan.
Opmerking: Geen schraper gebruiken.
- 1. De kookplaatrand reinigen met warm zeepsop en een zachte doek.
Nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uitwassen.
- 2. Droog na met een zachte doek.
21.6 Geurfilter of akoestisch filter vervangen
Vervang het geurfilter regelmatig. Vervang de akoestische filters als ze verontreinigd zijn.
Opmerking: De geurfilters of akoestische filters zijn verkrijgbaar in de speciaalzaak, bij de klantenservice of in de onlineshop.
- 1. Alleen originele filters, om een optimale werking te garanderen.
- 2. LET OP!
Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende kookplaat beschadigen.
- Met een hand onder de vetfilter grijpen.
Verwijder het vetfilter.
‒ Vet kan zich op de bodem van het reservoir verzamelen. Het vetfilter niet schuin houden om te voorkomen dat er vet vanaf druipt.
- 3. De 4 geurfilters of akoestische filters eruit halen en correct afvoeren.
Pagina 20
nl Reiniging en onderhoud
- 4. De 2 geurfilters of akoestische filters links en rechts in het apparaat plaatsen en naar voren schuiven.
- 5. De andere geurfilters of akoestische filters links en rechts in het apparaat plaatsen.
- 6. Het vetfilter plaatsen.
Verzadigingsindicatie resetten
Vereiste: Na het uitschakelen van het apparaat brandt .
- 1. De geurfilters vervangen. → Pagina 19
- 2. ingedrukt houden tot een geluidssignaal te horen is.
- De indicatie licht niet meer op. De verzadigingsindicatie voor de geurfilters is teruggezet.
21.7 Vetfilter reinigen
Vetfilters filteren het vet uit de keukendamp. Reinig het vetfilter regelmatig om een optimale werking te garanderen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ontbranden.
- Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken.
- De vetfilters regelmatig reinigen.
- Nooit in de omgeving van het apparaat met open vuur werken (bijv. flamberen).
- 1. LET OP!
Eraf vallende vetfilters kunnen de eronder liggende kookplaat beschadigen.
- Met een hand onder de vetfilter grijpen.
Verwijder het vetfilter.
‒ Vet kan zich op de bodem van het reservoir verzamelen. Het vetfilter niet schuin houden om te voorkomen dat er vet vanaf druipt.
- 2. Het vetfilter reinigen.
‒ → "Vetfilter met de hand reinigen", Pagina 20 ‒ → "Vetfilter in de vaatwasmachine reinigen", Pagina 21
- 3. Indien nodig de geurfilters of de akoestische filters verwijderen en het apparaat van binnen reinigen. → "Geurfilter of akoestisch filter vervangen", Pagina 19
- 4. Mochten er voorwerpen in het apparaat zijn beland, dan deze voorwerpen verwijderen en ervoor zorgen dat de toevoer naar het overloopreservoir niet geblokkeerd is.
- 5. Maak het inwendige van het apparaat met zeepsop en een vaatdoek schoon.
- 6. Plaats na het reinigen het gedroogde vetfilter.
Vetfilter met de hand reinigen
- 1. Het vetfilter uit elkaar halen.
- 2. Het vetfilter in een warm zeepsop weken.
- 3. Het vetfilter met een borstel reinigen.
Gebruik geen agressieve, zuur- of looghoudende reinigingsmiddelen.
Bij hardnekkig vuil een speciaal vetoplosmiddel gebruiken. De vetoplosser via de klantenservice, in onze onlineshop of in een speciaalzaak kopen.
- 4. Het vetfilter goed uitspoelen.
- 5. Het vetfilter laten afdruppelen.
Pagina 21
FAQ nl
Vetfilter in de vaatwasmachine reinigen
- 1. Haal voor een optimaal reinigingsresultaat het vetfilter uit elkaar.
- 2. Plaats de afzonderlijke onderdelen van het vetfilter losjes in de vaatwasser en klem deze niet vast.
Reinig sterk verontreinigde vetfilters niet samen met serviesgoed.
Gebruik geen agressieve, zuur- of looghoudende reinigingsmiddelen.
- 3. De vaatwasmachine starten.
Kies een temperatuurinstelling onder de 70°C.
- 4. Laat het vetfilter afdruppelen.
21.8 Overloopreservoir schoonmaken
Het overloopreservoir verzamelt vloeistoffen of voorwerpen die van boven in het apparaat terechtkomen. Vereiste: Het apparaat is afgekoeld en de restwarmteaanduiding is verdwenen.
- 1. Het overloopreservoir met een hand vasthouden en met de andere hand eraf schroeven.
‒ Het overloopreservoir niet schuin houden om te voorkomen dat er vocht uitloopt.
- 2. Het overloopreservoir leegmaken en uitspoelen.
- 3. Indien nodig de schroef afschroeven en het overloopreservoir zonder schroef in de vaatwasmachine reinigen.
- 4. Het overloopreservoir na het schoonmaken weer vastschroeven.
- 5. Zorg ervoor dat de toevoer naar het overloopreservoir niet geblokkeerd is.
Voorwerpen die in het apparaat terechtkomen na het afkoelen van het apparaat verwijderen. Hiervoor het vetfilter verwijderen. → Pagina 20
22 FAQ
22.1 Gebruik
| Vraag | Antwoord |
|---|---|
| Waarom kan ik de kookplaat niet inschakelen en waarom brandt het symbool van het kinderslot? | • Het kinderslot is actief. Meer informatie over deze functie vindt u onder → "Kinderslot", Pagina 15. |
| Waarom knipperen de indicaties en waarom is er een geluidssignaal te horen? | • Verwijder vloeistoffen of etensresten van het bedieningspaneel. Alle zaken verwijderen die het bedieningspaneel kunnen afdekken. Meer informatie betreffende het deactiveren van de signaaltoon kunt u vinden onder → "Basisinstellingen", Pagina 16. |
| Waarom kan ik de braadsensor niet activeren? | • Het maximale opgenomen vermogen van het apparaat is bereikt of de functie PowerManager is geactiveerd. De kookstanden van de actieve kookzones uitschakelen of verlagen. Meer informatie over deze functie vindt u onder → "Vermogensbegrenzing", Pagina 18. |
| De ventilatie schakelt niet in, terwijl de automatische start is geactiveerd. | • Schakel de ventilatie handmatig in of controleer de configuratie van de automatische start. Meer informatie kunt u vinden in hoofdstuk → "Basisinstellingen", Pagina 16. |
Pagina 22
nl FAQ
| Vraag | Antwoord |
|---|---|
| De ventilatie draait verder, hoewel de kookzones zijn uitgeschakeld. | • Schakel de ventilatie handmatig uit. Meer informatie over deze instelling kunt u lezen in hoofdstuk → "De Bediening in essentie", Pagina 10. |
| De luchtaanzuiging is te zwak. | • Controleer of het vetfilter schoon is. Hoe u het filter reinigt en vervangt, kunt u lezen in hoofdstuk → "Reiniging en onderhoud", Pagina 18. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
22.2 Geluiden
| Vraag | Antwoord |
|---|---|
| Waarom zijn er tijdens het koken geluiden te horen? | • Afhankelijk van de kwaliteit van de bodem van de pan kunnen bij gebruik van de kookplaat geluiden te horen zijn. Deze geluiden zijn normaal en horen bij de inductietechnologie. Ze duiden niet op een defect. |
| Mogelijke geluiden | Laag gezoem zoals bij een transformator: ontstaat bij het koken met een hoge kookstand. Dit geluid verdwijnt of neemt af wanneer u een lagere kookstand kiest. Een zacht fluiten: klinkt wanneer de pan leeg is. Dit geluid verdwijnt wanneer u water of levensmiddelen in de pan doet. Knetteren: ontstaat bij pannen gemaakt van verschillende over elkaar liggende materialen of, wanneer u pannen van verschillende maten en van verschillende materialen gebruikt. Het volume van het geluid kan variëren, afhankelijk van de hoeveelheid en de bereidingswijze van de gerechten. Hoge fluittonen: kunnen ontstaan wanneer u twee kookzones tegelijkertijd op de hoogste stand gebruikt. Deze fluittonen verdwijnen of worden minder, wanneer de kookstand verlaagt. Ventilatorgeluiden: de kookplaat is voorzien van een ventilator, welke bij hoge temperaturen inschakelt. De ventilator kan ook na uitschakeling van de kookplaat verder draaien, wanneer de gemeten temperatuur nog te hoog is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
22.3 Pannen
| Vraag | Antwoord |
|---|---|
| Welke pan is geschikt voor de inductiekookplaat? | • Meer informatie over kookgerei dat geschikt is voor het koken op inductie kunt u vinden onder → "Geschikt kookgerei", Pagina 6. |
| Waarom wordt de kookzone niet warm en knippert de kookstand? | • De kookzone waarop de pan staat, is niet ingeschakeld. Zorg ervoor dat de kookzone waarop de pan staat ingeschakeld is. • Het kookgerei is te klein voor de ingeschakelde kookzone of is niet geschikt voor inductie. Ga na of het kookgerei geschikt is voor inductie en of deze op de kookzone met de meest geschikte afmetingen staat. Meer informatie vindt u onder → "CombiZone", Pagina 12 → "Geschikt kookgerei", Pagina 6. |
| Waarom duurt het zo lang tot de pan warm wordt of waarom wordt hij niet warm genoeg, hoewel er een hoge vermogensstand is ingesteld? | • Het kookgerei is te klein voor de ingeschakelde kookzone of is niet geschikt voor inductie. Ga na of het kookgerei geschikt is voor inductie en of deze op de kookzone met de meest geschikte afmetingen staat. Meer informatie vindt u onder → "CombiZone", Pagina 12 → "Geschikt kookgerei", Pagina 6. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
22.4 Reinigen
| Vraag | Antwoord |
|---|---|
| Hoe kan ik de kookplaat reinigen? | • Met speciale schoonmaakmiddelen voor glaskeramiek bereikt u optimale resultaten. Gebruik geen reinigingsmiddelen voor de vaatwasser, resp. concentraten of schurende doeken. Meer informatie vindt u onder → "Reiniging en onderhoud", Pagina 18. |
Pagina 23
Storingen verhelpen nl
| Vraag | Antwoord |
|---|---|
| In de kast onder de kookplaat bevindt zich water. | • Controleer of het overloopreservoir vol is. Meer informatie over het reinigen en het onderhouden van de kookplaat vindt u onder → "Reiniging en onderhoud", Pagina 18. |
| Met welke tijdsintervallen moet ik het overloopreservoir reinigen? | • Reinig het overloopreservoir regelmatig. Meer informatie over het reinigen en het onderhouden van het overloopreservoir vindt u onder → "Reiniging en onderhoud", Pagina 18. |
| Met welke tijdsintervallen moet ik het vetfilter reinigen? | • Het vetfilter regelmatig reinigen. Hoe u het filter reinigt en vervangt, kunt u lezen in hoofdstuk → "Reiniging en onderhoud", Pagina 18. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
23 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is. → "Servicedienst", Pagina 24
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
23.1 Waarschuwing
Opmerkingen
- Wanneer op het display verschijnt, de sensor van de betreffende kookzone ingedrukt houden en de storingscode aflezen.
- Wanneer de storingscode niet in de tabel staat, de kookplaat loskoppelen van het elektriciteitsnet, 30 seconden wachten en de kookplaat verbinden. Verschijnt de indicatie opnieuw, neem dan contact op met de technische servicedienst en geef de exacte storingscode op.
- Treedt er een fout op, dan gaat het apparaat niet meer over naar de standby-modus.
- Om de elektrische onderdelen van het apparaat te beschermen tegen oververhitting of stroomstoten, kan het vermogensniveau van de kookplaat voor korte tijd worden teruggebracht.
23.2 Aanwijzingen op het display
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Er brandt geen enkele indicatie. | De stroomtoevoer is onderbroken. ▶ Controleer met behulp van andere elektrische apparaten of er sprake is van een stroomstoring. |
| Het apparaat is niet volgens het schakelschema aangesloten. ▶ Sluit het apparaat aan volgens het schakelschema. | |
| Storing in de elektronica ▶ Als u de storing niet kunt verhelpen, schakel dan de technische servicedienst in. | |
| De indicaties knipperen. | Het bedieningspaneel is vochtig of wordt afgedekt door een voorwerp. ▶ Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp. |
| Het geurfilter is verzadigd of de verzadigingsindicatie brandt, hoewel u het filter heeft vervangen. ▶ Vervang het filter en reset de filterverzadigingsindicatie. Meer informatie kunt u vinden in hoofdstuk → "Reiniging en onderhoud", Pagina 18. | |
| , , , , | De elektronica is oververhit en heeft één of alle kookzones uitgeschakeld. ▶ Wacht tot de elektronica voldoende afgekoeld is. Vervolgens een willekeurige toets van het bedieningspaneel aanraken. |
Pagina 24
nl Afvoeren
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| + vermogensstand en geluidssignaal | Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Daardoor kan de elektronica oververhit raken. ▶ Verwijder het kookgerei. Kort daarna verdwijnt de foutindicatie. U kunt het koken voortzetten. |
| en geluidssignaal | Er staat een hete pan in het gebied van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de elektronica werd de kookplaat uitgeschakeld. ▶ Verwijder het kookgerei. Wacht enkele seconden. Raak een willekeurig bedieningsvlak aan. Wanneer de foutindicatie verdwijnt, kunt u verder gaan met koken. |
| / | De kookzone is oververhit geraakt en werd ter bescherming van het werkblad uitgeschakeld. ▶ Wacht tot de elektronica voldoende is afgekoeld en schakel aansluitend de kookzone opnieuw in. |
| De kookzone was gedurende een langere tijd en zonder onderbreking in gebruik. ▶ Individuele veiligheidsuitschakeling is ingeschakeld. Voor het instellen van de kookzone een willekeurige toets aanraken en het display uitschakelen. | |
| / | De bedrijfsspanning is onjuist en ligt buiten het normale bedrijfsgebied. ▶ Neem contact op met uw elektriciteitsbedrijf. |
| / | De kookplaat is niet op de juiste manier aangesloten. ▶ Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. Sluit de kookplaat aan volgens het schakelschema. |
| De demo-modus is geactiveerd. ▶ Haal de stekker van de kookplaat uit het stopcontact. 30 seconden wachten en de kookplaat aansluiten. Raak binnen de volgende 3 minuten een willekeurige sensor aan. De demomodus is gedeactiveerd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
23.3 Normaal geluid van uw apparaat
Soms kan een inductieapparaat geluiden of trillingen veroorzaken zoals zoemen, sissen, knetteren, ventilatorgeluiden of ritmische geluiden.
24 Afvoeren
24.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
25 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
25.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.