Etna KIF160ZT, tekst van de handleiding
Kookplaat · Etna · 17 pagina's in het Nederlands · pdf: 76 pagina's, 3,1 MB
Storingen op pagina 17
Pagina 17
PROBLEMEN OPLOSSEN
Algemeen
Schakel de kookplaat onmiddellijk uit als u een barst in het glas ziet (hoe klein ook). Haal de stekker uit het stopcontact of zet de (automatische) zekering(en) in de meterkast uit. Bij een permanente aansluiting zet u de stroomtoevoer op nul. Neem contact op met de serviceafdeling.
Probleemoplossingstabel
Als het toestel niet naar behoren werkt, betekent dit niet altijd dat het defect is. Probeer het probleem eerst zelf op te lossen door de onderstaande punten na te lopen. U kunt voor meer informatie ook terecht op de website www.etna.nl.
| Symptoom | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het display gaat branden wanneer de kookplaat de eerste keer wordt ingeschakeld. | Dit is de normale opstartroutine. | Normale werking. |
| De ventilator blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld. | De kookplaat koelt af. | Normale werking. |
| In het begin is het mogelijk dat u een lichte geur ruikt. | Het nieuwe toestel wordt opgewarmd. | Dit is normaal en verdwijnt nadat het toestel een aantal keer is gebruikt. Ventileer de keuken. |
| De pannen maken geluid tijdens het koken. | Dit wordt veroorzaakt door de energie die van de kookplaat naar de pan stroomt. | Bij hoge instellingen is dit bij bepaalde pannen een heel normaal verschijnsel. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat. |
| U hebt een kookzone ingeschakeld maar het display toont ‘u’. | De gebruikte pan is niet geschikt voor inductiekoken of heeft een diameter van minder dan 12 cm. | Gebruik een geschikte pan. |
| Een kookzone stopt plotseling en u hoort een signaal. | De vooraf ingestelde tijd is verstreken. | Normale werking. |
| De kookplaat werkt niet en er verschijnt niets op het display. | Er is geen stroom vanwege een defecte kabel of defecte aansluiting. | Controleer de zekeringen en de elektriciteitsschakelaar (bij een vaste aansluiting). |
| Bij het inschakelen van de kookplaat slaat er een stop door. | Foutieve elektrische aansluiting. | Laat de elektrische aansluiting controleren. |
Pagina 18
PROBLEMEN OPLOSSEN
| Symptoom | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| In de displays wordt symbool Lo weergegeven. | De kinderslotfunctie is actief. | Deactiveer de kinderslotfunctie. |
| Foutcode E1/E2. | Voedingsspanning of -frequentie wijkt af van de nominale waarden. | Schakel de kookplaat uit en laat deze afkoelen (H verdwijnt van de displays). Schakel de kookplaat in. Als dezelfde fout opnieuw wordt weergegeven, neemt u contact op met een erkende servicemedewerker. |
| Foutcode E3/E4. | Interne temperatuur van de kookplaat is te hoog. | Schakel de kookplaat uit en laat deze afkoelen (H verdwijnt van de displays). Schakel de kookplaat in. Als dezelfde fout opnieuw wordt weergegeven, neemt u contact op met een erkende servicemedewerker. |
| Foutcode E5/E6. | Interne temperatuur van de kookplaat is te hoog. Fout bij ventilator links of rechts. Luchtuitlaat geblokkeerd, bijvoorbeeld door papier. | Controleer of de luchtuitlaat van de ventilator vrij is. Als de foutcode niet verdwijnt, neemt u contact op met een erkende servicemedewerker. |
| Foutcode F3 - F8. | Temperatuursensor van de zone defect. | Neem contact op met de servicedienst. |
| Foutcode F9 - FD | Temperatuursensor van de interne electronica defect. | Neem contact op met de servicedienst. |
Pagina 19: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 20
MILIEUASPECTEN
Verpakking en apparaat afdanken
Bij de productie van dit apparaat is gebruik gemaakt van duurzame materialen.
Dit apparaat moet aan het einde van zijn levenscyclus op verantwoorde wijze worden afgedankt. De overheid kan u hierover informatie verstrekken.
De verpakking van het apparaat is recyclebaar. Mogelijk zijn de volgende materialen gebruikt:
- karton;
- polyetheenfolie (PE);
- CFK-vrij polystyreen (PS-hardschuim).
Deze materialen moeten op verantwoorde wijze en conform de overheidsvoorschriften worden afgedankt.
Om te wijzen op de noodzaak van gescheiden inzameling van elektrische huishoudelijke apparatuur, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet met het gewone huisvuil mag worden meegegeven. Het apparaat moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze dienst aanbiedt.
Het apart inleveren van huishoudelijke apparaten voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid, en zorgt ervoor dat de materialen in deze apparaten kunnen worden teruggewonnen, waardoor in aanzienlijke mate kan worden bespaard op energie en grondstoffen.
Verklaring van conformiteit
Wij verklaren dat onze producten voldoen aan de toepasselijke Europese richtlijnen, normen en voorschriften, evenals aan alle vereisten in de normen waarnaar wordt verwezen.
Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 3
INHOUDSOPGAVE
Uw inductiekookplaat
Inleiding Beschrijving Bedieningspaneel
Veiligheid
Gebruik
Bediening
Temperatuurbeveiliging Kookduurbegrenzer Gezond koken
Inductiegeluiden
Pannen
Vermogen instellen Pandetectie
Meldingen op het display Kookinstellingen
Bereiding starten
Boostfunctie
Klaar met koken
Bridge-inductiekookzones koppelen Kinderslot
Koken pauzeren
De eierwekker gebruiken
De timer gebruiken
Vermogensbegrenzer
Vermogensbegrenzer
Onderhoud
Reiniging
Problemen oplossen
Algemeen
Probleemoplossingstabel
Technische specificaties
Informatie volgens verordening (EU) 66/2014
Milieuaspecten
Verpakking en apparaat afdanken
Pagina 4
UW INDUCTIEKOOKPLAAT
Inleiding
Deze kookplaat is ontworpen voor de echte kookliefhebber. Koken op een inductiekookplaat heeft een aantal voordelen. Het is makkelijk, omdat de kookplaat snel reageert en ook op een zeer laag vermogen is in te stellen. Bovendien kunt u dankzij het hoge vermogen gerechten zeer snel aan de kook brengen. Door de ruime afstanden tussen de kookzones kunt u comfortabel koken.
Koken op een inductiekookplaat is anders dan koken op een traditioneel apparaat. Bij inductiekoken wordt gebruikgemaakt van een magnetisch veld om warmte op te wekken. Dit betekent dat u niet zomaar een willekeurige pan kunt gebruiken. In het hoofdstuk ‘Pannen’ vindt u hierover meer informatie.
Voor optimale veiligheid is de inductiekookplaat uitgerust met meerdere temperatuurbeveiligingen en een restwarmte-indicator die laat zien welke kookzones nog heet zijn.
In deze gebruiksaanwijzing staat beschreven hoe u de inductiekookplaat optimaal kunt gebruiken. Naast informatie over de bediening vindt u hierin ook achtergrondinformatie die van pas kan komen bij het gebruik van het apparaat. Verder vindt u ook kooktabellen en onderhoudstips.
Lees de gebruiksaanwijzing door voordat u het apparaat in gebruik neemt en bewaar deze op een veilige plaats voor toekomstig gebruik.
Daarnaast dient de gebruiksaanwijzing ook als naslagwerk voor servicemonteurs. Plak daarom het identificatiekaartje van het apparaat in het daarvoor bestemde kader, achter in de gebruiksaanwijzing. Het identificatiekaartje van het apparaat bevat alle informatie die de servicemonteur nodig heeft om adequaat op uw vragen te reageren.
De installatie-instructies worden afzonderlijk meegeleverd.
Veel kookplezier!
Op onze website kunt u de meest recente versie van de gebruiksaanwijzing vinden.
Pagina 5
UW INDUCTIEKOOKPLAAT
Beschrijving
- 1 2
- 1. Bridge-inductiekookzone ø 18 cm / 1,5 kW - 2,0 kW (boost)
- 2. Kookzone ø 18 cm / 1,5 kW - 2,0 kW (boost)
- 3. Bedieningspaneel
Bedieningspaneel
3
6
- 1. Selectietoets kookzone linksachter met display
- 2. Selectietoets kookzone rechtsachter met display
- 3. Timerdisplay
- 4. Timertoets
- 5. Aan-/uittoets
- 6. Selectietoets bridge-inductiekookzones
- 7. Selectietoets kookzone linksvoor met display
- 8. Selectietoets kookzone rechtsvoor met display
- 9. Mintoets ‘-’
- 10. Plustoets ‘+’
- 11. Pauzetoets/Kinderslottoets
Pagina 6
VEILIGHEID
Lees eerst de afzonderlijke veiligheidsinstructies voordat u het apparaat in gebruik neemt!
Temperatuurbeveiliging
Een sensor controleert continu de temperatuur van bepaalde onderdelen van de kookplaat. Elke kookzone is voorzien van een sensor die continu de temperatuur van de bodem van de pan controleert om risico op oververhitting te voorkomen wanneer een pan droogkookt. Bij een te hoge temperatuur wordt het vermogen van de kookplaat automatisch verlaagd of wordt de kookplaat automatisch uitgeschakeld.
Kookduurbegrenzer
De kookduurbegrenzer is een veiligheidsfunctie van uw kookplaat. Deze wordt geactiveerd als u vergeet de kookplaat uit te schakelen. Afhankelijk van de gekozen instelling wordt de kookduur als volgt begrensd:
| Kookniveau | Maximale gebruikstijd |
|---|---|
| 1-2-3 | 8 uur |
| 4-5-6 | 4 uur |
| 7-8-9 | 2 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
Gezond koken
Rookpunt van diverse oliesoorten
Geadviseerd wordt om de oliesoort af te stemmen op de baktemperatuur om zo gezond mogelijk te bakken. Elke oliesoort heeft een ander rookpunt waarbij giftige gassen vrijkomen. In onderstaande tabel staat het rookpunt van diverse oliesoorten.
| Olie | Rookpunt °C |
|---|---|
| Extra vierge olijfolie | 160 °C |
| Boter/kokosolie | 177 °C |
| Koolzaadolie | 204 °C |
| Vierge olijfolie | 216 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
| Olie | Rookpunt °C |
|---|---|
| Zonnebloemolie | 227 °C |
| Maïsolie/arachideolie | 232 °C |
| Olijfolie | 242 °C |
| Rijstolie | 255 °C |
Pagina 7
GEBRUIK
Inductiegeluiden
Een tikkend geluid
- Dit wordt veroorzaakt door de vermogensbegrenzer op de linker- en rechterzones. Ook bij lagere instellingen kunt u een tikkend geluid horen.
Pannen maken geluid
- Pannen kunnen tijdens het koken geluid maken. Dit wordt veroorzaakt door de energie die van de kookplaat naar de pan stroomt. Bij hoge instellingen is dit bij bepaalde pannen een heel normaal verschijnsel. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat.
De ventilator maakt geluid
- De kookplaat is voorzien van een ventilator om de levensduur van de elektronica te verlengen. Als u het toestel intensief gebruikt, wordt de ventilator ingeschakeld om het toestel te koelen en hoort u een zoemend geluid. De ventilator blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld.
Pannen
Plaats een pan altijd in het midden van een kookzone. Gebruik bij de bridge-functie altijd een (vis)pan die minimaal één van de middenposities van de gekoppelde zones bedekt.
Pannen voor inductiekoken
Voor inductiekoken zijn pannen van een bepaalde kwaliteit vereist.
Gebruik op de inductiekookplaat geen pannen waarmee al eerder op een gaskookplaat is gekookt. Deze zijn ongeschikt.
- Gebruik alleen pannen die geschikt zijn voor inductiekoken. Deze moeten beschikken over:
▷ een dikke bodem (minimaal 2,25 mm);
▷ een vlakke bodem.
Met een magneet kunt u controleren of uw pannen geschikt zijn. De pan is geschikt als de magneet door de bodem van de pan wordt aangetrokken.
| Geschikt | Ongeschikt |
|---|---|
| Speciale roestvrijstalen pannen | Aardewerk |
| Class Induction | Roestvrij staal |
| Slijtvaste geëmailleerde pannen | Porselein |
| Geëmailleerde gietijzeren pannen | Koper/aluminium |
| Kunststof |
Pagina 8
GEBRUIK
Wees voorzichtig met geëmailleerde pannen van plaatstaal! Het emaille kan afsplinteren (het emaille komt los van het staal) als u de kookplaat op een hoge stand inschakelt terwijl de pan (te) droog is; de panbodem kan kromtrekken, bijvoorbeeld vanwege oververhitting of door gebruik van een te hoog vermogen.
- Gebruik nooit pannen met een vervormde basis. Een holle of bolle bodem kan de werking van de beveiliging tegen oververhitting belemmeren. Het toestel wordt dan te warm.
Hierdoor kan de glasplaat barsten en de panbodem smelten. Schade die het gevolg is van het gebruik van ongeschikte pannen of van droogkoken, valt buiten de garantie.
Minimale pandiameter
- De minimale diameter van de panbodem:
▷ 12 cm voor zone ø 18 cm
- U bereikt het beste resultaat met een pan van dezelfde diameter als de kookzone. De kookzone wordt niet ingeschakeld als een pan te klein is.
- Op bridge-inductiekookzones moet een vispan (ovale pan) minimaal 25 cm lang zijn.
Snelkookpannen
- Inductiekoken is bij uitstek geschikt voor het gebruik van snelkookpannen. De kookzone reageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op druk is. Het kookproces stopt onmiddellijk zodra u een kookzone uitschakelt.
Vermogen instellen
De kookzones hebben negen vermogensstanden. Daarnaast is er een booststand. Nadat u de kookplaat hebt ingeschakeld, kunt u binnen 10 seconden de gewenste kookzone kiezen. Stel de vermogensstand in door de plustoets (+) of mintoets (-) aan te raken (zie: Bediening).
Vermogensverdeling kookzones
- Afhankelijk van hoe de vermogensbegrenzing is ingesteld, is het maximaal in te stellen vermogen afhankelijk van de hoeveelheid zones die tegelijk gebruikt worden. Als de maximale stand is bereikt klinkt er een geluidssignaal. Als een derde of vierde zone wordt ingeschakeld, worden de actieve kookzones in vermogen verlaagd (het vermogen wordt automatisch verdeeld).
- Hoe minder zones er gebruikt worden, hoe hoger het in te stellen vermogen per kookzone is.
- Als de vermogensbegrenzer op maximaal 7000W is ingesteld, kunnen zowel een linker als een rechter kookzone tegelijk op boost worden ingesteld.
Pagina 9
GEBRUIK
| Vermogensbegrenzing (7 kW of 3.5 kW) | Maximale instelling | |||
|---|---|---|---|---|
| Links voor | Links achter | Rechts achter | Rechts voor | |
| 7 kW (P5) 4 zones in gebruik | 9 | b | 9 | b |
| b | 9 | b | 9 | |
| b | b | 9 | ||
| 3.5 kW (P2) 4 zones in gebruik | 5 | 7 | 5 | 7 |
| 5 | 5 | 7 | ||
| 3.5 kW (P2) 3 zones in gebruik | 8 | 6 | 8 | 0 |
| 0 | 6 | 8 | 6 | |
| 6 | 0 | 6 | ||
| 6 | 8 | 0 | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
Pandetectie
Als de kookplaat na het instellen van het vermogen geen (ijzerhoudende) pan detecteert, knipperen het symbool voor pandetectie en de geselecteerde vermogensinstelling beurtelings op het display en schakelt de kookplaat niet in. Indien u niet binnen 1 minuut een (ijzerhoudende) pan op de kookzone plaatst, wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld (zie ook het hoofdstuk ‘Pannen’).
Meldingen op het display
| Display | Status |
|---|---|
| De kookplaat is ingeschakeld en staat standby. Deze indicatie verschijnt naast elke kookzonetoets. | |
| De kookplaat is ingeschakeld en staat standby. Deze indicatie verschijnt naast de timertoets. | |
| Vermogen van een kookzone: 1 = lage instelling / 9 = hoge instelling | |
| Boost-functie actief. | |
| Indicatie timerkoppeling. Deze indicatie verschijnt als de timer is gekoppeld aan de kookzone. | |
| Geen (geschikte) pan op de kookzone (pandetectiesymbool). | |
| Kinderslot actief. |
Pagina 10
GEBRUIK
| Display | Status |
|---|---|
| Symbool voor zonekoppeling: de bridge-inductiekookzones zijn gekoppeld. | |
| Restwarmte-indicator: de kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicator waarmee wordt aangegeven welke kookzone nog warm is. Ondanks dat de kookplaat is uitgeschakeld, blijft de indicator H zichtbaar zolang de kookzone warm is! Raak de kookzones niet aan wanneer deze indicator brandt. Gevaar! Risico op brandwonden. | |
| Pauzefunctie geselecteerd. | |
| Foutcodes: zie de probleemoplossingstabel. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
Kookinstellingen
Aangezien de instellingen afhankelijk zijn van de hoeveelheid en samenstelling van het gerecht in de pan, geldt de onderstaande tabel alleen als richtlijn.
Gebruik de boost-instelling voor: snel aan de kook brengen van voedsel of vloeistof / slinken van groene groenten / verhitten van olie en vet / wokken.
Gebruik instelling 9 voor: aanbraden van vlees / bereiden van vis / bakken van omeletten / bakken van gekookte aardappelen / frituren van voedsel.
Gebruik instelling 7 en 8 voor: bakken van dikke pannenkoeken / bakken van dikke lappen gepaneerd vlees / bakken van bacon (vet) / koken van rauwe aardappelen / bakken van wentelteefjes / bakken van gepaneerde vis / doorkoken van pasta / bakken van dunne (gepaneerde) lappen vlees.
Gebruik instelling 4-6 voor: doorkoken van grote hoeveelheden / ontdooien van harde groenten / bakken van dikke lappen gepaneerd vlees.
Gebruik instelling 1-3 voor: trekken van bouillon / stoven van vlees / zacht koken van groenten / smelten van chocolade / pocheren / smelten van kaas.
Pagina 11
BEDIENING
Bereiding starten
Gebruik van de aanraaktoetsen
Plaats uw vingertop plat op een toets. U hoeft geen druk uit te voeren. De aanraaktoetsen reageren alleen op lichte druk van een vingertop. Bedien de toetsen niet met andere objecten. Na activering van een toets klinkt er een geluidssignaal.
- 1. Raak de aan-/uittoets aan en houd deze vast totdat u een geluidssignaal hoort. ▷ De kookplaat wordt ingeschakeld.
▷ ‘-’ of ‘--’ verschijnt in alle displays.
- 2. Raak binnen zestig seconden een selectietoets van een kookzone aan.
▷ Er klinkt een kort geluidssignaal en bijhorend display ernaast gaat knipperen.
- 3. Raak de mintoets (-) of plustoets (+) aan om een vermogensstand te selecteren. ▷ De kookzone start op de ingestelde vermogensstand, zichtbaar in de display. ▷ Raak de selectietoets aan en wijzig met de mintoets (-) of plustoets (+) een instelling van een kookzone.
Boostfunctie
U kunt de boostfunctie gebruiken om max. vijf minuten op de hoogste vermogensstand te koken. De boostfunctie kan alleen worden geactiveerd als deze voor de geselecteerde kookzone kan worden gebruikt.
- 1. Raak in stand ‘9’ nogmaals de plustoets (+) aan om de booststand te starten. ▷ Wanneer boost wordt geselecteerd, knipperen de boostindicator b en de vorige vermogensstand om en om op de display. Na vijf minuten in de booststand schakelt de kookzone terug naar de eerdere vermogensinstelling.
▷ Raak de mintoets (-) aan om de boostinstelling uit te schakelen.
Klaar met koken
- 1. Zet de vermogensstand op nul (0) om de kookzone uit te schakelen.
- 2. Schakel de kookplaat uit door de aan-/uittoets aan te raken.
▷ Na het uitschakelen verschijnt ‘H’ op de display van een kookzone die nog warm is.
Raak de plustoets (+) en mintoets (-) tegelijkertijd aan om de geselecteerde kookzone direct op nul (0) in te stellen.
Pagina 12
BEDIENING
Bridge-inductiekookzones koppelen
De bridge-inductiekookzones kunnen aan elkaar worden gekoppeld. Hierdoor ontstaat één grote zone die u kunt gebruiken voor een grote vispan of één grote kookpan.
- 1. Schakel de kookplaat in.
- 2. Raak de bridge-inductiekookzone selectietoets aan om de kookzones aan elkaar te koppelen.
▷ Het symbool voor zonekoppeling wordt op het achterste display weergegeven. ▷ Nul (0) wordt op het voorste display weergegeven.
- 3. Raak de plustoets (+) of mintoets (-) aan om een vermogensstand in te stellen (voor beide gekoppelde zones).
▷ De kookzone start op de ingestelde vermogensstand, zichtbaar in de display. ▷ Raak de bridge-inductiekookzone selectietoets nogmaals aan en wijzig met de mintoets (-) of plustoets (+) de instelling van de bridge-inductiekookzones.
Raak de selectietoets van de kookzone linksvoor of linksachter aan om de bridge-inductiekookzones los te koppelen.
Kinderslot
U kunt de toetsen vergrendelen om onbedoeld gebruik te voorkomen (bijvoorbeeld kinderen die de kookzones per ongeluk inschakelen). Alleen de aan-/uittoets is actief.
- 1. De kookplaat staat in de gebruiks- of stand-bymodus.
- 2. Raak de kinderslottoets aan en houd deze vast totdat u een geluidssignaal hoort. ▷ Het timerdisplay toont ‘Lo’.
▷ Het kinderslot is geactiveerd.
- 3. Raak nogmaals de kinderslottoets aan en houd deze vast totdat u een geluidssignaal hoort. ▷ Het kinderslot is gedeactiveerd.
Koken pauzeren
U kunt het koken pauzeren in plaats van de kookplaat uit te zetten. De kookplaat gaat uit als de pauzefunctie niet binnen 10 minuten wordt uitgeschakeld.
- 1. Raak tijdens gebruik van de kookplaat de pauzetoets aan. ▷ Alle displays geven het pauzesymbool weer.
▷ Het pauzeren van het koken is geactiveerd.
- 2. Raak nogmaals de pauzetoets aan.
▷ Het pauzeren van het koken is gedeactiveerd.
Pagina 13
BEDIENING
De eierwekker gebruiken
De eierwekker is niet aan een kookzone gekoppeld. De eierwekker schakelt de kookzone niet uit.
Let op!
De eierwekker kan alleen gebruikt worden als de kookplaat is ingeschakeld en er minimaal één kookzone in gebruik is. Als er geen kookzone wordt gebruikt, schakelen de kookplaat en de eierwekker na 60 seconden uit.
De kookplaat is ingeschakeld en voor minimaal één kookzone is het vermogen ingesteld.
- 1. Raak de timertoets aan om de eierwekker in te schakelen.
▷ Het timerdisplay geeft ‘10’ weer.
- 2. Stel de tijd in met de plustoets (+) en mintoets (-).
▷ De tijd begint meteen af te tellen.
▷ Nadat de ingestelde tijd is verstreken klinkt er gedurende 30 seconden een alarm.
- 3. Raak de timertoets aan om het alarm uit te schakelen.
Raak de plustoets (+) of mintoets (-) aan en houd deze vast om de tijd in te stellen met stappen van 10 minuten.
Raak de plustoets (+) en mintoets (-) tegelijkertijd aan om de eierwekker direct op nul
- (00) in te stellen.
De timer gebruiken
De timer is gekoppeld aan een kookzone. Nadat de ingestelde tijd is verstreken schakelt de kookzone automatisch uit.
De kookplaat is ingeschakeld en voor minimaal één kookzone is het vermogen ingesteld.
- 1. Selecteer de kookzone waaraan u een kookwekker wilt koppelen.
▷ De display van de kookzone gaat knipperen.
- 2. Raak de timertoets aan om de timer te starten.
▷ Het timerdisplay geeft ‘10’ weer.
▷ Het timerindicatielampje naast het vermogensniveau van de kookzone gaat knipperen.
- 3. Selecteer een kookduur met de plustoets (+) en mintoets (-).
▷ Nadat de ingestelde tijd is verstreken, schakelt de kookzone uit en klinkt er een kort geluidssignaal.
Pagina 14
BEDIENING
De ingestelde kookduur wijzigen
U kunt de kooktijd op elk gewenst moment wijzigen.
- 1. Raak een selectietoets van een kookzone aan om de actieve kookzone te selecteren waarvan u de timer wilt wijzigen.
▷ Een knipperende timerindicatie naast het vermogensniveau van de kookzone geeft aan welke kookzone actief is.
- 2. Raak de timertoets aan.
- 3. Raak de plustoets (+) of mintoets (-) binnen 5 seconden aan om de tijd te wijzigen. ▷ Als u de tijd niet binnen 5 seconden wijzigt door op de toetsen te drukken, blijft de oorspronkelijke kookduur ongewijzigd.
Resterende kookduur controleren
De timer geeft de resterende hoeveelheid tijd weer voor de kookzone waarvan de stip naast het vermogensniveau knippert. Wanneer meer dan één kooktimer is ingesteld, wordt de kortste tijd weergegeven op het display.
- 1. Raak een selectietoets van een kookzone aan om de actieve kookzone te selecteren waarvan u de resterende hoeveelheid tijd wilt controleren.
▷ Een knipperende timerindicatie naast het vermogensniveau van de kookzone geeft aan welke kookzone actief is.
▷ Op de timer wordt de resterende tijd van de geselecteerde kookzone weergegeven.
De timer uitschakelen
Voer de volgende stappen uit om de timer uit te schakelen voordat de ingestelde tijd is verstreken:
- 1. Raak een selectietoets van een kookzone aan om de actieve kookzone te selecteren waarvan u de timer wilt uitschakelen.
▷ Een knipperende timerindicatie naast het vermogensniveau van de kookzone geeft aan welke kookzone actief is.
- 2. Raak de timertoets aan.
- 3. Raak tegelijkertijd de mintoets (-) en plustoets (+) aan om de timer uit te schakelen. ▷ Het timerindicatielampje naast het vermogensniveau van de kookzone gaat uit.
Pagina 15
VERMOGENSBEGRENZER
Vermogensbegrenzer
Het instellen van de vermogensbegrenzer mag alleen worden uitgevoerd door een erkende en gekwalificeerde installateur. Lees de veiligheidsvoorschriften en de installatie-instructies zorgvuldig door.
De kookplaat is voorzien van een vermogensbegrenzer. Als het totale vermogen van de actieve kookzones het maximaal beschikbare vermogen overschrijdt, wordt het vermogen automatisch verlaagd. Het display van de kookzone die in vermogen wordt verlaagd knippert eerst; het niveau wordt dan automatisch verlaagd naar het hoogste beschikbare vermogen.
De begrenzer is af fabriek ingesteld op 7000 W, maar het is mogelijk om deze instelling te wijzigen (zie tabel).
| Timerdisplay | Instelling van de vermogensbegrenzing |
|---|---|
| P1 | 2500 W |
| P2 | 3500 W |
| P3 | 4500 W |
| P4 | 5500 W |
| P5 | 7000 W |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
- 1. Schakel de kookplaat in.
- 2. Raak gelijktijdig de plustoets (+) en de kinderslottoets aan.
▷ Het timerdisplay geeft ‘P5’ weer.
- 3. Selecteer een andere instelling met de plustoets (+) of mintoets (-).
- 4. Raak nogmaals gelijktijdig de plustoets (+) en de kinderslottoets aan om de instelling te bevestigen.
▷ De kookplaat schakelt uit.
Pagina 16
ONDERHOUD
Reiniging
Tip!
Activeer het kinderslot voordat u de kookplaat gaat reinigen.
Dagelijkse reiniging
- Hoewel overgekookt voedsel niet kan inbranden in het glas, verdient het aanbeveling de kookplaat direct na gebruik schoon te maken.
- Voor de dagelijkse reiniging kunt u het best een vochtige doek met een mild reinigingsmiddel gebruiken.
- Maak de glasplaat droog met een stuk keukenpapier of met een droge handdoek.
Hardnekkige vlekken
- Ook hardnekkige vlekken zijn te verwijderen met een mild reinigingsmiddel, bijvoorbeeld afwasmiddel.
- Verwijder watervlekken en kalkaanslag met azijn.
- Metaalsporen (ontstaan door schuiven van pannen) zijn vaak lastig te verwijderen. Hiervoor zijn speciale producten verkrijgbaar.
- Verwijder voedselresten met een glasschraper. Ook gesmolten kunststof en suiker kunt u het beste verwijderen met een glasschraper.
Nooit gebruiken!
- Gebruik nooit schuurmiddelen. Deze laten krassen achter waarin vuil en kalkaanslag zich kunnen ophopen.
- Gebruik nooit scherpe voorwerpen zoals staalwol of schuursponsjes.
Pagina 17: zie Storingen hierboven.
Pagina 18: zie hierboven.
Pagina 19: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 20: zie hierboven.