naslaan.comZoekenAlle merken

Liebherr SCFvh 4032, tekst van de handleiding

Pagina's 19–37 van 60 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–18verder op pagina 38 →

Pagina 19

Opstellen en aansluiten

Fig. 66 Koelgedeelte

Fig. 67 Koelgedeelte

3.9 Apparaat opstellen

VOORZICHTIG

Letsel- en beschadigingsgevaar!

VOORZICHTIG

Letsel- en beschadigingsgevaar!

De deur kan tegen de wand slaan en hierdoor worden beschadigd. Bij glazen deuren kan het beschadigde glas tot letsel leiden!

Aanwijzing

Kabels kunnen beschadigd worden!

Fig. 68 Vriesgedeelte

Fig. 70

▷ Het apparaat is nu tegen kantelen beveiligd.

▷ Dit kan door terugklappen van de borghaken weer worden losgemaakt.

3.10 Apparaat uitlijnen

Fig. 69 Vriesgedeelte

▷ De deuren zijn uitgelijnd.

LET OP

Vervorming van het apparaat en deur sluit niet.

WAARSCHUWING

Niet-deskundige hoogteverstelling van de stelvoet! Zwaar tot dodelijk letsel. Door verkeerde hoogteverstelling kan het onderdeel van de stelvoet losraken en het apparaat kantelen.

* afhankelijk van model en uitvoering 19

Pagina 20

Opstellen en aansluiten

Fig. 71

Apparaat optillen:

Apparaat neerlaten:

3.11 Plaatsen van meerdere apparaten

LET OP

Beschadigingsgevaar door condenswater tussen de zijwanden!

Fig. 72 Side-by-side-opstelling

Aanwijzing

Een side-by-side-kit is als toebehoren via de Liebherr-klantenservice verkrijgbaar. (zie 10.4 Klantenservice)

3.12 Na het opstellen

LET OP

Materiële schade door puntige of scherpe voorwerpen! Als u puntige of scherpe voorwerpen gebruikt bij het verwijderen van verpakkingsmateriaal, kunt u het apparaat beschadigen.

3.13 Apparaat op de stroomvoorziening aansluiten

WAARSCHUWING

Gevaar voor elektrische schokken en letsel door beschadigd apparaat of beschadigd netsnoer!

Levensgevaar en snijwonden. Als het apparaat of netsnoer tijdens het transport beschadigd zijn geraakt, kunt u een dodelijke elektrische schok krijgen. Bovendien kunt u zich snijden aan beschadigde onderdelen van de behuizing van het apparaat.

U sluit uw apparaat met de apart meegeleverde voedingskabel aan op het lichtnet. De voedingskabel heeft aan één uiteinde een contrastekker voor de aansluiting op de koelkast en aan het andere uiteinde een stekker voor de netvoeding.

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

LET OP

Gevaar voor beschadiging door onjuist gebruik! Beschadiging van de elektrische componenten van het apparaat.

WAARSCHUWING

Brandgevaar door verkeerd aansluiten! Brandwonden.

Beschadigingen van het apparaat.

LET OP

Gevaar voor beschadiging door verkeerd aansluiten! Beschadigingen van het apparaat.

20 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 21

Werking van het Touch & Swipe-display

► Netsnoer van de netaansluiting op de stroomvoorziening aansluiten. Let op een goede bevestiging van de contactdoos.
▷ Standby-symbool verschijnt op het display.
▷ Indien binnen 60 seconden geen actie volgt: Stand-by symbool vervaagt of verdwijnt.
▷ Apparaat is aangesloten. Eerste inbedrijfstelling zie volgende hoofdstuk of gebruiksaanwijzing.
SymboolBeschrijving
Terugsymbool 3 seconden aanraken: Terugspringen naar de statusweergave.
3.14 Afvalverwerking van de verpakkingTerugsymbool linksboven kort aanraken:
Eén menuniveau terugspringen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

WAARSCHUWING

Gevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie!

De verpakking bestaat uit recyclebaar materiaal:

- Golfkarton/karton - Onderdelen uit geschuimd polystyreen - Folies en zakken uit polyetheen - Spanbanden uit polypropeen

Pijl met klok:
Het duurt meer dan 10 seconden voordat de volgende weergave op het display verschijnt.
Pijl met tijdweergave:
Het duurt de aangegeven tijd voordat de volgende weergave op het display verschijnt.
Symbool "Instellingenmenu" openen: Naar het instellingsmenu navigeren en het instellingsmenu openen.
Indien vereist: In het instellingsmenu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.1 Instellingenmenu openen)
Symbool "Uitgebreid menu" openen: Naar het uitgebreide menu navigeren en het uitgebreide menu openen. Indien vereist: In het uitgebreide menu naar de gewenste functie navigeren. (zie 4.2.2 Geavanceerd menu openen)
Geen actie gedurende 10 secondenAls u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave.
Deur openen en sluiten.Als u de deur opent en direct weer sluit, springt het display direct terug naar de statusweergave.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

- Vastgespijkerd houten raam afgewerkt met polyethyleen*

4 Werking van het Touch & Swipedisplay

U bedient uw apparaat met het Touch & Swipe-display. Met het Touch & Swipe-display (verder display genoemd) selecteert u de functies van het apparaat door te tikken of te vegen. Als u gedurende 10 seconden geen actie op het display uitvoert, gaat het display terug naar het bovenliggende menu of rechtstreeks naar de statusweergave.

4.1 Navigatie en verklaring van symbolen

In de afbeeldingen worden verschillende symbolen voor navigatie op het display gebruikt. Deze symbolen worden in de volgende tabel beschreven.

Opmerking: Afbeeldingen van het display worden met Engelse begrippen weergegeven.

4.2 Menu's

De functies van het apparaat zijn over verschillende menu's verdeeld:

SymboolBeschrijving
Display kort aanraken: Functie activeren/deactiveren. Keuze bevestigen.
Submenu openen.
Display een bepaalde tijd (bijv. 3 seconden) aanraken: Functie of waarde activeren/deacti-veren.
Naar rechts of links vegen: In het menu navigeren.
Terugsymbool kort aanraken: Eén menuniveau terugspringen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

MenuBeschrijving
HoofdmenuWanneer u het apparaat inschakelt, bevindt u zich automatisch in het hoofdmenu.
Vanaf hier navigeert u naar de belangrijkste functies van het apparaat, het instellingenmenu en het uitgebreide menu.
InstellingenmenuHet instellingenmenu bevat de overige apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

* afhankelijk van model en uitvoering 21

Pagina 22

In gebruik nemen

MenuBeschrijving
Uitgebreid menuHet uitgebreide menu bevat speciale apparaatfuncties voor het instellen van uw apparaat. De toegang tot het uitgebreide menu wordt beveiligd met de cijfercode 1 5 1.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

4.2.1 Instellingenmenu openen

Fig. 73 Voorbeeld

▷ Instellingenmenu is geopend.

4.2.2 Geavanceerd menu openen

Fig. 74 Toegang met cijfercode 151

▷ Geavanceerd menu is geopend.

5 In gebruik nemen

5.1 Apparaat inschakelen (eerste inbedrijfstelling)

Zorg ervoor dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: - Apparaat is opgesteld en aangesloten.

- Alle plakstroken, plak- en beschermfolies en de transportbeveiligingen in en aan het apparaat zijn verwijderd.

Fig. 75 Voorbeeld

▷ Display geeft het Standby-symbool weer.

Als het apparaat met fabrieksinstelling wordt geleverd, moet bij inbedrijfstelling eerst de beeldschermtaal en de datum/tijd ingesteld worden.

Fig. 76

4.3 Slaapstand

Als u het display 1 minuut niet aanraakt, schakelt het display over naar de slaapstand. In de slaapstand is de helderheid van het display gedimd.

4.3.1 Slaapstand beëindigen

Fig. 77

22 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 23

Opslag

❑Koelproduct steekt niet uit over het draagplateau. ❑Vloeistoffen in gesloten houders bewaren.

❑Koelgoed met tussenafstand bewaren zodat de lucht goed kan circuleren.

❑Gekoelde goederen mogen de stapelmarkering niet over‐

schrijden.

Dit is belangrijk voor een goede luchtcirculatie en een gelijkmatige temperatuurverdeling in de binnenruimte.

7 Bediening

Fig. 78

Fig. 79 Statusindicatie ▷ Het apparaat koelt tot de in de fabriek ingestelde doeltemperatuur.

Aanwijzing

Een ontbrekende sensorkalibratie leidt tot onjuiste meetwaarden en brengt een probleemloos gebruik van het apparaat in gevaar.

6 Opslag

6.1 Instructies voor opslag

1

Fig. 81

1

Fig. 80 Voorbeeld

Bij het bewaren in acht nemen:

❑Als draagplateaus Fig. 80 (1) verstelbaar zijn, kunnen deze in de hoogte worden aangepast.

❑Maximale belading in acht nemen. (zie 10.1 Technische gegevens) ❑Apparaat pas beladen, zodra de opslagtemperatuur werd bereikt (inachtneming van koelketen).

❑Ventilatiesleuf Fig. 81 (2) van de ventilator in de binnenruimte vrijhouden.

❑Gekoelde goederen mogen de achterwand niet raken.

7.1 Bedienings- en weergave-elementen

Het display geeft een snel overzicht van de huidige status van het apparaat, de temperatuurinstelling, de status van functies en instellingen, evenals alarm- en foutmeldingen.

De bediening gebeurt direct op het Touch & Swipe-display for vegen en aantikken.

Er kunnen functies worden geactiveerd of gedeactiveerd en instellingswaarden worden gewijzigd.

7.1.1 Statusindicatie

Fig. 82 Statusindicatie

De statusindicatie is de uitgangsindicatie.

Deze toont in het midden de temperatuur en in het onderste deel drie symbolen. De statusindicatie kan verder verschillende weergavesymbolen weergeven.

Vanuit de statusindicatie gebeurt de navigatie naar de functies en instellingen.

7.1.2 Weergavesymbolen

De weergavesymbolen geven informatie over de actuele toestand van het apparaat.

SymboolApparaattoestand
Stand-bysymbool
Apparaat is uitgeschakeld.
Stand-bysymbool (knippert)
Apparaat beweegt omhoog.
Temperatuur (knippert)
Doeltemperatuur nog niet bereikt. Apparaat koelt af tot de ingestelde temperatuur.
D op het display
Apparaat staat in demomodus.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

* afhankelijk van model en uitvoering 23

Pagina 24

Bediening

SymboolApparaattoestandSymboolApparaattoestand
Onderhoudsindicator (geel)
Het ingestelde tijdsinterval is verstreken.
Ontdooisymbool (wit)
Automatisch ontdooiproces is actief. Functie kan niet worden geannuleerd.
Deursymbool (grijs)
De deur is gesloten.
Vol datageheugen (geel)
Het datageheugen (999 uur) is vol. De oudste gegevens worden nu overschreven.
Deursymbool (wit)
De deur is geopend.
Vol alarmgeheugen (geel)
Deursymbool (rood, knippert)
Het alarmgeheugen is vol. Verwijder individuele alarmen of het hele geheugen.De deur is sinds langere tijd geopend, de bijbehorende waarschuwing werd bevestigd.
Het symbool knippert tot de deur wordt gesloten.
Foutsymbool (rood)

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

Het apparaat bevindt zich Extra symbolen van de statusindicatie in de foutstatus.

7.1.3 Akoestische signalen

In de volgende gevallen klinkt een signaal: - Als een functie of waarde wordt bevestigd. - Als een functie of een waarde ofwel niet geactiveerd ofwel niet gedeactiveerd kan worden.

- Zodra een fout optreedt.

- Bij een alarmmelding.

De alarmtonen kunnen in het klantmenu worden in- en uitgeschakeld.

7.2 Apparaatfuncties 7.2.1 Opmerkingen over de functies van het apparaat

De apparaatfuncties zijn af fabriek zo ingesteld dat uw apparaat volledig functioneel is.

Voordat u de functies van het apparaat wijzigt, activeert of deactiveert, controleert u of aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑U hebt de beschrijvingen over de werking van het display gelezen en begrepen. (zie 4 Werking van het

Achtergrond (blauw)
Actieve instelling of actieve functie
Balk (oplopend)
3 seconden ingedrukt houden om de instelling te activeren.
Balk (dalend)
3 seconden lang indrukken om de instelling te deactiveren.
Symbolen van destatusindicatie
De extra symbolen aan de onderste rand van de statusindicatie maken een snelle toegang tot alarminformatie en details over de apparaattoestand mogelijk.
SymboolApparaattoestand
Alarmsymbool (grijs)
Alarmarchief is leeg.
Alarmarchief opent door kort tikken.
Alarmsymbool (wit)
Er bevinden zich bevestigde alarmen in het alarmarchief.
Alarmarchief opent door kort tikken.
Alarmsymbool (rood)
Er bevinden zich nog niet bevestigde alarmen in het alarmarchief.
Alarmarchief opent door kort tikken.
Alarmsymbool (rood, knippert)
Er bevindt zich een actief alarm in het archief.
Alarmarchief opent door kort tikken.
Ontdooisymbool (grijs)
Geen ontdooiprocedure actief.
Ontdooisymbool (wit, knippert)
Ontdooiproces is actief.
Kort aanraken opent de apparaatfunctie Ontdooiing. (zie 7.2.21 Ontdooien )

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

Touch & Swipe-display) ❑U hebt kennisgemaakt met de bedienings- en weergave-elementen van uw apparaat. (zie 7.1 Bedienings- en weergave-elementen)

7.2.2 Apparaat in- en uitschakelen

Met deze functie kan het gehele apparaat worden in- en uitgeschakeld.

Apparaat inschakelen

Zonder geactiveerde demomodus: Fig. 83

Met geactiveerde demomodus:

24 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 25

Bediening

Fig. 84

Aanwijzing

Demomodus voor afloop van de countdown deactiveren.

Fig. 85 Statusindicatie ▷ De temperatuurweergave verschijnt op het display.

Apparaat uitschakelen

Fig. 86

Fig. 87

▷ Display schakelt na ongeveer 10 minuten uit.

7.2.3 Temperatuurzone uit- en inscha‐

kelen

U kunt afzonderlijke temperatuurzones van het apparaat gescheiden van elkaar uitschakelen.

Toepassing: - Reinigen - Ontdooien

Koelgedeelte uitschakelen

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: ❑Koelgedeelte is leeggemaakt.

Fig. 88

Fig. 89

Vriesgedeelte uitschakelen

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: ❑Vriesgedeelte is leeggemaakt.

Fig. 90

Fig. 91

Koelgedeelte inschakelen

Fig. 92

* afhankelijk van model en uitvoering 25

Pagina 26

Bediening

Fig. 93

▷ Koelgedeelte is ingeschakeld.

▷ Apparaat koelt af tot de laatst ingestelde temperatuur.

Vriesgedeelte inschakelen

Fig. 94

Fig. 95

▷ Vriesgedeelte is ingeschakeld.

▷ Apparaat koelt af tot de laatst ingestelde temperatuur.

7.2.4 Temperatuur

De temperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:

- hoe vaak de deur wordt geopend - hoe lang de deur geopend blijft - ruimtetemperatuur van de plaats van opstelling - type, temperatuur en hoeveelheid van het koel-/vries-goed

Aanwijzing

In sommige delen van de binnenruimte kan de luchttemperatuur van de weergegeven temperatuur afwijken.

Met de correcte temperatuur blijft koel- & vriesgoed langer houdbaar. Overbodig wegwerpen kan zo worden vermeden.

Temperatuur instellen

De volgende stappen beschrijven hoe u de temperatuur in het koelgedeelte van bijv. 12,1 °C tot 15,5 °C verhoogt en de temperatuur in het vriesgedeelte van bijv. -33,3 °C tot -31,8 °C verhoogt.

Fig. 96

Fig. 97

Fig. 98

7.2.5 Temperatuurregistratie

Het apparaat geeft met deze functie de minimum- en maximumtemperatuur in het apparaat aan. De registratie start automatisch na het inschakelen van het apparaat met een interval van één minuut. Na 999 uur (ca. 40 dagen) wordt erop gewezen dat het geheugen vol is. De temperatuurregistratie moet dan gereset worden.

Aanwijzing

Onafhankelijk van deze functie worden ook de volledige temperatuurgeschiedenis en de alarm- en servicemeldingen geregistreerd. Deze gegevens kunnen worden geëxporteerd en op een USB-opslagmedium worden opgeslagen. (zie 7.2.22 Downloaden van gegevens (gegevensback-up) )

Als er een extra productsensor op het apparaat aanwezig is, is het mogelijk deze te selecteren voor de weergave van de minimum- en maximumtemperatuur. (zie 7.2.23 Sensorkalibratie )

Aanwijzing

De temperatuurregistratie moet bij de inbedrijfstelling van het apparaat na het bereiken van de ingestelde temperatuur eenmaal gereset worden. (zie Temperatuurregistratie resetten) Hierdoor wordt de relevante maximumtemperatuur aangegeven.

26 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 27

Temperatuurregistratie tonen

De temperatuurregistratie toont de duur van de meting en de gedurende die tijd gemeten minimum- en maximumtemperatuur.

Fig. 99

Fig. 100 ▷ Statusscherm met de temperatuurregistraties wordt weergegeven.

Temperatuurregistratie resetten

De weergegeven minimum- en maximumtemperaturen kunnen op elk moment gereset worden. Hiermee worden de weergegeven waarden gewist en het meetinterval opnieuw gestart.

Fig. 101

Fig. 102

7.2.6 Verlichting

Het apparaat is van een binnenverlichting voorzien. U kunt de binnenverlichting continu inschakelen.

(zie Verlichting inschakelen*) *

Als u de deur van het apparaat opent, schakelt u de interne verlichting in.

U kunt deze functie ook deactiveren. (zie Verlichting bij deuropening uitschakelen*) *

Bediening

Verlichting inschakelen*

Fig. 103

Fig. 104

Verlichting uitschakelen*

Fig. 105

Fig. 106

Verlichting bij deuropening uitschakelen*

Fig. 107

Fig. 108

Verlichting bij deuropening inschakelen*

Fig. 109

Fig. 110

* afhankelijk van model en uitvoering 27

Pagina 28

Bediening

7.2.7 Toegangsbeveiliging instellingenmenu

Met deze functie kan de toegang tot het instellingenmenu beveiligd worden met een viercijferige pincode.

Toepassing:

- Onbedoeld wijzigen van instellingen en functies vermijden.

- Onbedoeld uitschakelen van het apparaat vermijden. - Onbedoelde temperatuurinstelling vermijden.

Aanwijzing

Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu activeren

Fig. 111

Fig. 114

▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is gedeactiveerd.

Beveiligd instellingenmenu openen

Bij een actieve toegangsbeveiliging van het menu Instellingen is de invoer van de PIN-code vereist, om het menu Instellingen te openen. Zodra u het menu Instellingen hebt verlaten, activeert u de toegangsbeveiliging automatisch.

Fig. 112

▷ Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd.

Pincode voor de toegangsbeveiliging van het instellingenmenu wijzigen

(zie 7.2.8 Toegangscodes)

Toegangsbeveiliging van het instellingenmenu deactiveren

Fig. 113

Fig. 115

7.2.8 Toegangscodes

Er zijn toegangscodes voor sommige functies. U kunt de volgende functies alleen gebruiken nadat u de bijbehorende toegangscode hebt ingevoerd:

- Menu instellingen

Toegangscode van het instellingenmenu

U kunt deze functie gebruiken om de toegangscode voor het instellingenmenu te wijzigen of te resetten.

De toegangscode voor het instellingenmenu wijzigen

U kunt de toegangscode in drie stappen wijzigen:

- Voer de oude toegangscode in. - Voer de nieuwe toegangscode in. - Bevestig de nieuwe toegangscode.

28 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 29

Bediening

Aanwijzing

In het volgende voorbeeld wijzigt u de in de fabriek ingestelde toegangscode 1 1 1 1 in de nieuwe toegangscode 2 3 4 5.

Fig. 116

De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu moet actief zijn. (zie 7.2.7 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

Fig. 117

Fig. 118

Fig. 119

▷ De nieuwe toegangscode is bevestigd.

▷ De toegangscode voor het instellingenmenu is gewijzigd.

De toegangscode voor het instellingenmenu resetten

Als u de toegangscode voor het instellingenmenu niet meer weet, kunt u deze resetten.

▷ Het apparaat wordt teruggezet naar de oorspronkelijke instellingen.

▷ De fabriekscode is: 1 1 1 1

7.2.9 Herinnering onderhoudsinterval

Instelling van de periode tot aan het onderhoud wordt herinnerd.

De volgende waarden kunnen worden ingesteld:

Herinnering onderhoudsinterval instellen

De volgende stappen beschrijven hoe de periode tot het volgende onderhoud ingesteld wordt.

Fig. 120

* afhankelijk van model en uitvoering 29

Pagina 30

Bediening

Fig. 121

▷ De periode tot aan het volgende onderhoud wordt herinnerd is ingesteld.

▷ De resterende tijd wordt weergegeven.

7.2.10 Taal

Met deze instelling wordt de taal van de weergave ingesteld.

Taal instellen

Fig. 122

Fig. 123

7.2.11 Datum en tijd

Met deze instelling kan de datum en tijd worden ingesteld.

Datum en tijd instellen

Fig. 124

Fig. 125

Fig. 126

Fig. 127

7.2.12 Temperatuureenheid

Met deze functie stelt u de temperatuureenheid in. U kunt als temperatuureenheid graden Celsius en graden Fahrenheit instellen.

Temperatuureenheid instellen

Fig. 128

30 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 31

Bediening

Fig. 130 Voorbeeldweergave: Tussen Celsius en graden Fahrenheit schakelen.

▷ Temperatuureenheid is ingesteld.

7.2.13 Display-helderheid

Met deze functie stelt u de helderheid van het display trapsgewijs in.

U kunt de volgende helderheidsniveaus instellen: - 40% - 60% - 80% - 100 % (voorinstelling)

Helderheid instellen

Fig. 131

Fig. 132 Voorbeeldweergave: Van 80 % naar 60 % schakelen.

▷ Helderheid is ingesteld.

7.2.14 Alarmtoon

Met deze functie kunnen alle alarmtonen, bijvoorbeeld deuralarm, worden in- en uitgeschakeld.

Alarmtoon activeren

Fig. 133

Fig. 134

Alarmtoon deactiveren

Fig. 135

Fig. 136

7.2.15 Toetstoon

Met deze functie kunnen alle toetstonen, bevestigingstonen en de opstarttoon in- en uitgeschakeld worden.

Toetstoon activeren

Fig. 137

Fig. 138

Toetstoon deactiveren

Fig. 139

Fig. 140

* afhankelijk van model en uitvoering 31

Pagina 32

Bediening

7.2.16 WLAN-verbinding

Aanwijzing

Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.

Aanwijzing

Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.

Deze instelling brengt een snoerloze verbinding tussen apparaat en internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.

Fig. 141

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑SmartModule Fig. 141 (1) is geplaatst.

Verbinding maken

De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.

Fig. 142

Op het koel- of vriesapparaat:

Fig. 143

Aanwijzing

De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.7 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

Fig. 144

Fig. 145

Fig. 146

▷ Verbinding wordt gemaakt: WiFi connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.

▷ Verbinding is gemaakt.

Verbinding verbreken

Fig. 147

Aanwijzing

De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.7 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

Fig. 148

Fig. 149

32 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 33

▷ Verbinding is verbroken.

Verbinding resetten

Fig. 150

Aanwijzing

De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.7 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

Fig. 151

Fig. 152

▷ De WiFi-instellingen zijn teruggezet op de toestand van levering.

7.2.17 LAN-verbinding

Aanwijzing

Liebherr SmartMonitoring Dashboard is niet in alle landen beschikbaar. Controleer de beschikbaarheid via de QR-code door uw model in te voeren.

Aanwijzing

Het gebruik van het Liebherr SmartMonitoring Dashboard onder https://smartmonitoring.liebherr.com vereist een geïnstalleerde SmartModule en een zakelijke MyLiebherraccount. U kunt zich tijdens de online-inbedrijfstelling direct met uw beschikbare aanmeldgegevens aanmelden of zich opnieuw registeren en een bedrijfsaccount aanmaken.

Deze instelling zorgt voor een kabelgebonden verbinding tussen het apparaat en het internet tot stand. De verbinding wordt via de SmartModule gestuurd. Het apparaat kan via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard in een browser worden geïntegreerd en met geavanceerde opties en individuele mogelijkheden voor besturing, beheer en bewaking worden gebruikt.

Bediening

Fig. 153

Ervoor zorgen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

❑SmartModule Fig. 153 (1) is geplaatst.

❑Een netwerkkabel is aangesloten.

(Voor de aansluiting is de koppeling met een netwerksnoer van maximaal 3 m lang voorzien).

❑Netwerk is met internet verbonden.

Verbinding maken

De inbedrijfstelling en inrichting van uw SmartModule doet u online via het Liebherr SmartMonitoring Dashboard op uw internetcompatibele eindapparaat.

Fig. 154

Op het koel- of vriesapparaat:

Fig. 155

Aanwijzing

De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.7 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

Fig. 156

▷ Verbinding wordt gemaakt: LAN connecting wordt weergegeven. Het symbool knippert.

▷ Verbinding is gemaakt.

* afhankelijk van model en uitvoering 33

Pagina 34

Bediening

Verbinding verbreken

Fig. 157

Aanwijzing

De toegangsbeveiliging van het instellingenmenu is geactiveerd. (zie 7.2.7 Toegangsbeveiliging instellingenmenu )

Fig. 158

7.2.18 Apparaatinformatie

Met deze functie geeft u de modelnaam, de index, het serienummer en het servicenummer van het apparaat weer. U heeft de apparaatinformatie nodig, als u contact opneemt met de klantenservice. (zie 10.4 Klantenservice)

Met deze functie opent u bovendien het menu Geavanceerd. (zie 4 Werking van het Touch & Swipe-display)

Apparaatinformatie weergeven

Fig. 159

Fig. 160

7.2.19 Bedrijfsuren

Deze weergave toont de bedrijfsuren van het apparaat.

Bedrijfsuren weergeven

Fig. 161

Fig. 162 ▷ De bedrijfsuren verschijnen.

7.2.20 Software

Met deze functie stelt u de softwareversie van uw apparaat in.

Softwareversie weergeven

Fig. 163

Fig. 164

7.2.21 Ontdooien

Het apparaat ontdooit tijdens normaal bedrijf automatisch.

Toepassing:

- Als de binnenruimte sterk bevroren raakt, kan de automatische ontdooifunctie handmatig worden gestart. - Alleen het koelgedeelte wordt ontdooid.

Automatisch ontdooien handmatig starten

Fig. 165

Fig. 166

▷ Automatisch ontdooien is gestart. Na een voltooide ontdooiing schakelt het apparaat automatisch weer in normaal bedrijf.

34 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 35

Bediening

Weergave van de aanwijzing „automatische ontdooiproces” in de statusweergave Hier ziet u de op uw apparaat
Aanwijzing
Als na meerdere keren starten van de automatische ontdooiing nog steeds ijs in de binnenruimte aanwezig zijn, moet het apparaat handmatig worden ontdooid. (zie 9.2 Apparaat ontdooien)
Handmatig gestarte ontdooiing annulerengeïnstalleerde softwareversie PW SW: (zie 7.2.20 Software )

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)

Fig. 167

Fig. 169

Fig. 168

▷ Handmatig gestarte ontdooiing is geannuleerd. Apparaat schakelt automatisch weer in normaal bedrijf.

Fig. 170

7.2.22 Downloaden van gegevens (gegevens‐

Ontdooi-info

Met deze instelling wordt de weergave tijdens een automatische ontdooiproces aangepast.

WeergaveBeschrijving
Def 1Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces.
Def 2Symbool „automatisch ontdooiproces” wordt in de statusweergave weergegeven. Het temperatuurdisplay wordt voortdurend bijgewerkt en geeft de werkelijke temperatuur weer.
Def 3Met softwareversie PW SW lager dan TOD 8-800:Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces.
Met softwareversie PW SW gelijk aan of hoger dan TOD 8-800:Het temperatuurdisplay wordt voortdurend bijgewerkt en geeft de werkelijke temperatuur weer.
Def 4Met softwareversie PW SW lager dan TOD 8-800:Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces.
Met softwareversie PW SW gelijk aan of hoger dan TOD 8-800:Aanwijzing „automatisch ontdooiproces” wordt in de statusweergave weergegeven. Het temperatuurdisplay wordt niet bijgewerkt. Deze toont de laatste temperatuur voor het starten van het automatische ontdooiproces.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)

back-up)

Met deze functie kunt u een gegevensback-up van uw apparaat naar een USB-stick. Het apparaat registreert automatisch het hele temperatuurproces van verschillende sensoren, evenals alarm- en onderhoudsmeldingen. De registratie begint automatisch nadat het apparaat is ingeschakeld. Het apparaat registreert elke minuut gegevens van de afgelopen 5 jaar.

Wanneer u de gegevensback-up inschakelt, kunt u kiezen welke gegevens u wilt opslaan op een USB-stick:

- Temperatuurverloopbestand (Temperature_Log_000) - Gebeurtenissenlogboek (Event_Log_000) - Service-informatie (Service_Info) - Alles

De gegevensback-up bestrijkt de gehele registratieduur. De opgeslagen tekstbestanden zijn niet gecodeerd en de bestandsextensie „.log“.

Meer informatie over de opge‐ (zie 10.3 Gegevensregi-slagen tekstbestanden: stratie)

Gegevensback-up op USB-stick activeren

Zorg ervoor dat aan de volgende vereisten is voldaan:

❑USB-stick is FAT32 geformatteerd.

❑USB-stick is aangesloten. Het apparaat herkent de USBharde schijf niet.

Fig. 171

* afhankelijk van model en uitvoering 35

Pagina 36

Bediening

Aanwijzing

Verwijder de USB-stick niet tijdens de gegevensback-up.

Fig. 172

▷ Gegevensback-up op USB-stick succesvol: U kunt meer gegevens selecteren en op een USB-stick opslaan.

7.2.23 Sensorkalibratie

U kunt met de sensor-kalibratie verschillen tussen de ingestelde en de feitelijke temperatuur vereffenen. Hiertoe bepaalt u de feitelijke temperatuur met een gekalibreerd meetapparaat.

Instelbereik C-sensor (controlesensor): +/- 3 Kelvin in stappen van 0,1 Kelvin.

Instelbereik P-sensor (productsensor): +/- 9,9 Kelvin in stappen van 0,1 Kelvin

Sensor kalibreren

Fig. 173

Fig. 174

Fig. 175

Fig. 176

▷ Sensorkalibratie is afgesloten.

Aanwijzing

De gekalibreerde temperatuur wordt binnen twee uur in het display weergegeven.

7.2.24 Temperatuuralarm

Met deze functie stelt u het temperatuuralarm in. Hierbij definieert u de bovenste en onderste temperatuurgrens in met een verschilwaarde op de actueel ingestelde binnentemperatuur. Het temperatuuralarm wordt geactiveerd zodra de binnentemperatuur het ingestelde temperatuurbereik verlaat en een eventuele ingestelde vertragingstijd is verstreken.

VoorbeeldIn te stellen verschilwaarde
Actuele binnentemperatuur5 °C
Onderste temperatuurgrens2 °C-3 °C
Bovenste temperatuurgrens8 °C+3 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)

U kunt de volgende waarden instellen:

36 * afhankelijk van model en uitvoering

Pagina 37

Temperatuuralarm koelgedeelte instellen

Fig. 177

Fig. 178

Fig. 179

Fig. 180 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van 5 °C.

▷ Onderste temperatuurgrens is ingesteld.

Fig. 181 Voorbeeld voor de instelling van de temperatuurondergrens, gebaseerd op een ingestelde apparaattemperatuur van 5 °C.

▷ Bovenste temperatuurgrens is ingesteld.

Bediening

Fig. 182

Fig. 183

▷ Temperatuuralarm koelgedeelte is ingesteld.

Temperatuuralarm vriesgedeelte instellen

Fig. 184

Fig. 185

Fig. 186

* afhankelijk van model en uitvoering 37

← pagina's 2–18verder op pagina 38 →Inhoud