Liebherr SCFvh 4032, tekst van de handleiding
Pagina's 54–58 van 60 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 54
Klantenhulp
| Event Id | Additional Data |
|---|---|
| S = Instelling wijzigingen | 4 = Grenswaarde 0 tot 3 = De 0 = eDataloggerSettingTemperatureA‐ -255 bis temperatuuralarm zone waarin larmMinAbsolute: Als de temperatuur 255 = De nieuwe de gebeur‐ boven deze waarde ligt, wordt de grenswaarden tenis plaats‐ displaytemperatuur afgerond naar de temperatuurvond. insteltemperatuur. alarm. 1 = eDataloggerSettingTemperatureA-larmMinRelativ: Als de temperatuur boven de insteltemperatuur minus deze waarde is, wordt de displaytemperatuur ingesteld op de insteltemperatuur. 2 = eDataloggerSettingTemperatureA-larmMaxAbsolute: Als de temperatuur onder deze waarde ligt, wordt de displaytemperatuur afgerond naar de insteltemperatuur. 3 = eDataloggerSettingTemperatureA-larmMaxRelativ: Als de temperatuur onder de insteltemperatuur plus deze waarde ligt, wordt de displaytemperatuur ingesteld op de insteltemperatuur. 4 = eDataloggerSettingTemperatureA-larmDelayUpperTemperature: Na deze tijd wordt het temperatuuralarm geactiveerd als de displaytemperatuur warmer is dan de afrondingswaarde. 5 = eDataloggerSettingTemperatureA-larmDelayLowerTemperature: Na deze tijd wordt het temperatuuralarm geactiveerd als de displaytemperatuur kouder is dan de afrondingswaarde. 6 = eDataloggerSettingTemperatureA-larmRepeat: Na deze tijd wordt het temperatuuralarm weer actief nadat het geannuleerd is. Als de waarde op 0 wordt ingesteld, wordt de functie uitgeschakeld. |
| S = Instelling wijzigingen | 5 = Sensoren voor kalibratie- 0 = Omgevingstemperatuursensor -255 tot offset 1 = Veiligheidsthermostaatsensor 255 = Sensoren voor kalibratie-2 = C-sensor (controlesensor) zone 0 offset in Celsius |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 54)
| 3 = Verdampertemperatuurzone 0 4 = C-sensor (controlesensor) zone 1 5 = Verdampertemperatuurzone 1 6 = P-sensor (productsensor) | |||
| S = Instelling wijzigingen | 6 = Doeltemperatuur | 0 tot 3 = De zone waarin de gebeurtenis plaatsvond. | Ingestelde temperatuur in graden Celsius, bijv. 5.00 |
| S = Instelling wijzigingen | 7 = Parameter Ontdooien | 0 tot 3 = De zone waarin de gebeurtenis plaatsvond. | 0 tot 65535 = Interval in minuten |
| S = Instelling wijzigingen | 8 = Alarm doorsturen | 00000001 = Deuralarm wordt toegewezen als een extern alarm. 00000010 = Temperatuuralarm wordt toegewezen als een extern alarm. 00000011 = Deuralarm en temperatuuralarm worden toegewezen als een extern alarm. 00000111 = Elk alarm wordt toegewezen als een extern alarm. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 54)
| 10.3.1 U | ||
|---|---|---|
| Event Id | Additional Data | |
| U = Gegegevensregi-stratie | 0 = Status datalogger | 0 = Uit 1 = Aan |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 54)
54 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 55
Klantenhulp
| Event Id | Additional Data | |
|---|---|---|
| U = Gegegevensregi-stratie | 1 = USB-opdracht | -1 = Functietest 0 = USB-stick formatteren 3 = Temperatuurverloop wordt aangemaakt 5 = Gebeurtenislogbestand wordt aangemaakt 9 = Service_Info.log wordt aangemaakt 15 = Alle logbestanden zijn aangemaakt |
| U = Gegegevensregi-stratie | 2 = USB status | -8 = Stroomtoevoer onderbroken tijdens het schrijfproces -7 = USB-stick niet compatibel -6 = Stroomtoevoer onderbroken -5 = Formatteerfout -4 = USB-stick verwijderd tijdens schrijfproces -3 = USB-stick vol of tegen schrijven beveiligd -2 = USB-stick niet FAT32 geformatteerd -1 = Geen USB-stick aangesloten 0 = Gedeactiveerd 1 = Gereed 2 tot 100 = Procentuele voortgang van de uitgevoerde opdracht |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 55)
10.3.2 Temperatuurverloopbestand → Tempe-rature_Log_*.log
De volledige temperatuurcurve van de verschillende sensoren wordt geregistreerd. De registratie vindt altijd plaats in graden Celsius.
| Control Sensor (controlesensor) zone 0 | Productsensor zone 0 | Safety-Device Sensor (veiligheidsapparaat sensor) zone 0 | Evaporator (verdamper) zone 0 | Control Sensor (controlesensor) zone 1 | Evaporator (verdamper) zone 1 | Ambient (omgeving) |
|---|---|---|---|---|---|---|
| C-sensor (controlesensor) Zone 0 | P-sensor (productsensor) Zone 0 | Veiligheidsthermostaatsensor Zone 0 | Verdampersensor Zone 0 | C-sensor (controlesensor) Zone 1 | Verdampersensor Zone 1 | Omgevingstemperatuursensor |
| 3,89 | 4,10 | 3,69 | 4,00 | 18,81 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 55)
| Voorbeeld voor een apparaat met één zone | ||||
| Control Sensor Product‐ Safety-Device (controle‐ sensor zone 0 Sensor (veiligsensor) zone 0 heidsapparaat sensor) zone 0 | Evaporator (verdamper) zone 0 | Control Sensor (controlesensor) zone 1 | Evaporator (verdamper) zone 1 | Ambient (omgeving) |
| C-sensor P-sensor Veiligheidsthermo-(controle‐ (product‐ staatsensor sensor) sensor) Zone 0 Zone 0 Zone 0 | Verdampersensor Zone 0 | C-sensor (controlesensor) Zone 1 | Verdampersensor Zone 1 | Omgevingstemperatuursensor |
| 3,89 4,10 3,69 | 4,00 | -18,05 | -18,21 | 18,81 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 55)
Voorbeeld van een apparaat met meerdere zones
10.4 Klantenservice
Controleer eerst of u de fout zelf kunt oplossen . Als dit niet het geval is, contact met de klantenservice opnemen.
U vindt het adres in de bijgevoegde brochure „Liebherr Service” of op home.liebherr.com/service.
WAARSCHUWING
Ondeskundige reparatie!
Verwondingen.
- Reparaties en ingrepen aan het apparaat en de stroomaansluiting die niet uitdrukkelijk genoemd worden (zie 9 Onderhoud) , uitsluitend door de Technische Dienst laten uitvoeren.
- Beschadigde netaansluiting alleen door de fabrikant, de klantenservice of een dergelijk gekwalificeerde persoon laten vervangen.
- Bij apparaten met stekker voor koelapparaten mag ook de klant zelf de vervanging uitvoeren.
* afhankelijk van model en uitvoering 55
Pagina 56
Buiten bedrijf stellen
10.4.1 Contact met de klantenservice opnemen
Zorg ervoor dat u de volgende apparaatinformatie beschikbaar hebt:
❑Apparaataanduiding (model en index) ❑Servicenr. (Service) ❑Serienr. (S-Nr.)
- Apparaatinformatie via het display oproepen (zie 7.2.18 Apparaatinformatie ) .
-of-
- Apparaatinformatie van het typeplaatje aflezen. (zie 10.5 Typeplaatje)
- Apparaatinformatie noteren.
- Klantenservice informeren: Fout en apparaatinformatie mededelen.
▷ Zo is een snelle en doelgerichte service mogelijk.
- Verdere instructies van de klantenservice opvolgen.
10.5 Typeplaatje
Het typeplaatje bevindt zich aan de binnenkant van het apparaat. Zie apparaatoverzicht.
Fig. 239
- (1) Apparaataanduiding
- (2) Service-nr.
- (3) Serie-nr.
11 Buiten bedrijf stellen
- Apparaat leegmaken.
- Apparaat uitschakelen.
- Trek de netstekker uit het stopcontact.
- Verwijder indien nodig de koelapparaatbus: Trek de koelapparaatbus uit de apparaatstekker en beweeg tegelijkertijd naar links en rechts.
- Apparaat reinigen. (zie 9.3 Apparaat reinigen)
- Indien beschikbaar: Verwijder afdekkingen en isolatie van de sensordoorvoer om schimmelvorming te voorkomen.
- Deur open laten, zodat geen slechte geur kan ontstaan.
Aanwijzing
Beschadiging van het apparaat en storingen!
- Na de buitenbedrijfstelling mag het apparaat alleen worden gebruikt bij een toelaatbare kamertemperatuur tussen -10 °C en +50 °C opslaan.
12 Afvalverwijdering
12.1 Apparaat op afvoer voorbereiden
Liebherr maakt bij sommige apparaten gebruik van batterijen. In de EU is het nu voor de consument wettelijk verplicht deze batterijen voor de afvoer van apparaten te verwijderen. Als uw apparaat batterijen bevat, wordt dit op het apparaat aangegeven.
Lampen
Als u lampen zelfstandig en zonder kapot te maken kunt verwijderen, verwijder deze dan eveneens voor het voeren.
- Apparaat buiten bedrijf stellen.
- Apparaat met batterijen: verwijder batterijen. Beschrijving zie hoofdstuk Onderhoud.
- Indien mogelijk: verwijder lampen zonder deze kapot te maken.
12.2 Apparaat volgens milieuvoorschriften afvoeren
Het apparaat bevat waardevolle materialen en moet gescheiden van het ongesorteerde, huishoudelijke afval worden afgevoerd.
Voer batterijen gescheiden van het apparaat af. Batterijen kunnen gratis worden ingeleverd bij de winkel en bij andere inleverpunten zoals het gemeentelijk depot en de chemokar.
Lampen
Voor Duitsland:
Lever gedemonteerde lampen in bij een daarvoor bestemd inleverpunt.
U kunt het apparaat gratis inleveren bij de milieustraat. Bij de aankoop van een nieuwe koelkast of vriezer en een verkoopoppervlak > 400 m² neemt de dealer het oude apparaat ook gratis terug.
WAARSCHUWING
Brandgevaar door lekkend koelmiddel en olie!
Het koelmiddel is milieuvriendelijk maar brandbaar. De olie is ook brandbaar. Uittredend koelmiddel en olie kunnen in hoge concentraties en bij contact met een externe warmtebron ontbranden.
- Leidingen van het koelmiddelcircuit en de compressor niet beschadigen.
- Aanwijzingen voor het transport van het apparaat in acht nemen.
- Voer het apparaten af zonder het te beschadigen.
- Voer batterijen, lampen en het apparaat af zoals hierboven beschreven.
13 Aanvullende informatie
Meer informatie over garantiebepalingen vindt u in de meegeleverde servicebrochure of op internet op https:// home.liebherr.com.
56 * afhankelijk van model en uitvoering
Pagina 57
Beknopte handleiding voor dagelijks gebruik
Bij apparaatstoring informeren:
Beknopte handleiding voor dagelijks gebruik
Informatie over het gebruik van deze beknopte handleiding:
- Deze beknopte handleiding vervangt niet de volledige gebruiksaanwijzing en is geen vervanging voor de instructie bij het apparaat.
- Deze beknopte handleiding is bedoeld om u te helpen bij het dagelijkse gebruik van het apparaat.
- Lees de volledige gebruiksaanwijzing en de daarin opgenomen veiligheidsvoorschriften.
Deze beknopte handleiding geldt voor: SCFvh 40..
U kunt de volledige gebruiksaanwijzing openen via de QR-code:
Beoogd gebruik
Deze laboratoriumkoel-/vrieskast is geschikt voor de professionele opslag van producten bij temperaturen tussen 3 °C en 16 °C in het koelgedeelte en tussen -9 °C en -30 °C in het vriesgedeelte.
Voorzienbaar verkeerd gebruik
Gebruik het apparaat niet voor de volgende toepassingen:
- Opslag en koeling van:
- Chemisch onstabiele, ontvlambare of bijtende stoffen • Bloed, plasma of andere lichaamsvloeistoffen bestemd voor infusie, toediening of inbrenging in het menselijk lichaam
- Gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen
- Gebruik buiten of in vochtige bereiken en spatwaterbereiken
Bij het opslaan in acht nemen:
❑Legroosters afhankelijk van de benodigde hoogte aanbrengen.
❑Maximale belading in acht nemen.
❑Als de opslagtemperatuur bereikt is, het apparaat inladen (koelketen in stand houden).
❑Ventilatieopeningen van de recirculatieventilator in de binnenruimte vrijhouden.
❑Koelgoed mag de compressor aan de achterwand niet raken.
❑Vloeistoffen in gesloten houders bewaren.
❑Koelgoed met tussenafstand bewaren zodat de lucht goed kan circuleren.
Modelaanduiding /
Voorraadnummer:
Temperatuurregistratie tonen
De temperatuurregistratie toont de duur van de registratie en de gedurende die tijd gemeten minimum- en maximumtemperatuur.
Fig. 241
Temperatuurregistratie resetten
Fig. 242
Apparaat opensluiten
Fig. 243
- Sleutel erin duwen. Fig. 243 (1)
- Sleutel 90° rechtsom draaien. Fig. 243 (2) ▷ Het apparaat is opengesloten.
Alarmlogboek weergeven
Statusweergave
| Fig. 240 | |
| (1) Werkelijke temperaturen | (3) Status ontdooiproces |
| (2) Alarmstatus | (4) Status deuropening |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 57)
Fig. 244 Het voorbeeld toont een actief alarm, een niet bevestigd alarm en een bevestigd alarm.
▷ Alarmlogboek toont actieve, bevestigde of niet bevestigde alarmen (maximaal 10 alarmen).
▷ Alarmlogboek wissen: Zie gebruiksaanwijzing.
* afhankelijk van model en uitvoering 57
Pagina 58
Beknopte handleiding voor dagelijks gebruik
Apparaat reinigen
- Apparaat leegmaken.
- Netstekker eruit halen.
- Instructies in de gebruiksaanwijzing volgen.
- Na de reiniging apparaat en uitrusting volledig drogen.
- Apparaat aansluiten.
- Apparaat inschakelen.
- Als de opslagtemperatuur bereikt is, apparaat inladen.
Wat te doen bij storing?
Bij een storing verschijnt op het display van het apparaat een melding. Meldingen hebben verschillende betekenissen:
| Symboolkleur op display | Betekenis | Oplossing |
|---|---|---|
| GEEL | Herinnering Herinnert aan algemene procedures. U kunt deze procedures uitvoeren en zo de melding opheffen. | In de gebruiksaanwijzing nalezen en oplossingsstappen uitvoeren. |
| ROOD | Waarschuwing Verschijnt bij functiestoringen. Eenvoudige storingen kunt u zelf verhelpen. | In de gebruiksaanwijzing nalezen en oplossingsstappen uitvoeren. |
| Als u de storing niet zelf kunt verhelpen, wendt u zich tot de verantwoordelijke medewerker of neemt u contact op met de klantenservice bij u in de buurt. | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 58)
58 * afhankelijk van model en uitvoering