Neff C1AMG84G1, tekst van de handleiding
Magnetron · Neff · 36 pagina's in het Nederlands · pdf: 116 pagina's, 9,1 MB
Storingen op pagina 94
Pagina 94
Vanaf de titel; het begin van pagina 94 staat in de pdf.
13 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
"Servicedienst", Pagina 96
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
13.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. ▸ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. |
| De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▸ Controleer de zekering in de meterkast. | |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▸ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. | |
| Storing 1. Zekering in zekeringkast uitschakelen. |
Pagina 95
Afvoeren nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | 2. Zekering na ca. 10 seconden weer inschakelen. Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. "Servicedienst", Pagina 96 |
| Het apparaat warmt niet op, op het display knippert de dubbele punt. | Demomodus is geactiveerd. 1. Haal de stroom kortstondig van het apparaat door de zekering in de meterkast uit en opnieuw in te schakelen. 2. Deactiveer de demo-modus binnen 5 minuten door de basisinstelling in de waarde te wijzigen. |
| De magnetronfunctie wordt afgebroken. | Storing 1. Zekering in zekeringkast uitschakelen. 2. Zekering na ca. 10 seconden weer inschakelen. Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. "Servicedienst", Pagina 96 |
| De gerechten worden langzamer warm dan voorheen. | Er is een te klein magnetronvermogen ingesteld. ▸ Kies een hoger magnetronvermogen. |
| Er is een grotere hoeveelheid dan gebruikelijk in het toestel gedaan. ▸ Stel een langere tijdsduur in. Voor een dubbele hoeveelheid is de dubbele tijd nodig. | |
| De gerechten zijn kouder dan gewoonlijk. ▸ Gerechten tussentijds omroeren of keren. | |
| De magnetron werkt niet. | De deur is niet helemaal gesloten. ▸ Ga na of er etensresten of een vreemd voorwerp tussen de deur geklemd zitten. |
| werd niet ingedrukt. ▸ Druk op . | |
| Op het display knippert 12:00 en het symbool brandt. | Stroomvoorziening is uitgevallen. ▸ Stel de tijd opnieuw in. "Tijd instelen", Pagina 85 |
| Het toestel is niet in gebruik. Op het display wordt een tijdsduur weergegeven. | werd niet ingedrukt. ▸ Druk op . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 95)
13.2 Aanwijzingen op het display
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing | |
|---|---|---|
| Melding play. | verschijnt in het dis- | De automatische veiligheidsuitschakeling werd geactiveerd. ▸ Druk op een willekeurige button. |
| Melding play. | verschijnt in het dis- | Vocht in het bedieningspaneel. ▸ Bedieningspaneel laten drogen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 95)
14 Afvoeren
14.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Pagina 96
nl Servicedienst
15 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 15 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.
Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van energieklasse G. De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mo-
gen uitsluitend door een hiervoor opgeleide monteur worden vervangen.
De informatie conform verordening (EU) 2023/826 vindt u online op www.nef-home.com op de productpagina en de servicepagina van uw apparaat bij de gebruiksaanwijzingen en aanvullende documenten.
15.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
16 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
16.1 Zo kunt u het best te werk gaan
Tip: Voor een selectie van gerechten beschikt uw apparaat geprogrammeerde instellingen. Wanneer u zich door het apparaat wilt laten leiden, gebruik dan de automatische programma's.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen.
- Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekookte eieren in de eierschaal opwarmen.
- Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken.
- Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te prikken.
- Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de schil of vel.
LET OP
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster beschadigen
- Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of met zuurhoudende marinade gekruide grillproducten niet direct op het rooster.
Opmerking: Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel worden overgedragen aan levensmiddelen.
- 1. Selecteer een passend gerecht uit de overzichten.
Tips
- Houd de volgende basisinformatie aan wanneer u het apparaat voor de eerste keer gebruikt:
- "Veiligheid", Pagina 76
- "Condenswater", Pagina 84
Wanneer u niet precies het gerecht of de toepassing vindt dat u wilt bereiden resp. uitvoeren, ga dan te werk aan de hand van een gelijksoortig gerecht.
- 2. Verwijder accessoires uit de binnenruimte.
- 3. Kies geschikte vormen en accessoires.
Gebruik de vormen en accessoires welke in het insteladvies zijn aangegeven.
- 4. Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept of de insteladviezen dit aangeven.
- 5. Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
- 6. WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
16.2 Ontdooien, verwarmen en garen met de magnetron
Instellingsadviezen voor het ontdooien, verwarmen en koken met de magnetron.
De tijdsduur is afhankelijk van het servies en van de temperatuur, aard en hoeveelheid van het product. Daarom zijn in de tabellen bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende
Pagina 97
Zo lukt het nl
keer een hogere waarde in. Als u andere hoeveelheden gebruikt dan aangegeven in de tabellen, houdt u zich dan aan de vuistregel: dubbele hoeveelheid - bijna dubbele tijdsduur, halve hoeveelheid - halve tijdsduur.
Tips voor het ontdooien, verwarmen en bereiden met de magnetron
Houd u deze tips aan voor goede resultaten bij het ontdooien, opwarmen en bereiden met de magnetron.
| Vraag | Tip |
|---|---|
| U wilt een andere hoeveelheid bereiden dan in de tabel is aangegeven. | De bereidingstijden overeenkomstig de vuistregel verlengen of verkorten: Dubbele hoeveelheid is = bijna de dubbele tijd Halve hoeveelheid = halve tijd |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 97)
Ontdooien met de magnetron
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
Gebruik open servies dat geschikt is voor de magnetron.
De gerechten tussendoor 2 tot 3 maal omroeren of keren. Bij het keren de ontdooivloeistof verwijderen. Kwetsbare delen, zoals kippenvleugels en -poten of vette randen van braadstukken, kunt u afdekken met kleine stukken aluminiumfolie. De folie mag de wanden van de binnenruimte niet raken. Halverwege het ontdooien kunt u de aluminiumfolie verwijderen.
| Gerecht | Toebehoren / vormen | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken (met en zonder been), 800 g | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 15 2. 10-20 |
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken (met en zonder been), 1,0 kg | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 20 2. 15-25 |
| Vlees, heel, van rund, kalf of varken (met en zonder been), 1,5 kg | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 30 2. 20-30 |
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken, 200 g ¹ | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 3 2. 10-15 |
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken, 500 g ¹ | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 5 2. 15-20 |
| Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken, 800 g ¹ | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 8 2. 15-20 |
| Gehakt, gemengd, 200 g ² | Open vorm | 90 | 10-15 |
| Gehakt, gemengd, 500 g ² | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 5 2. 10-15 |
| Gehakt, gemengd, 800 g | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 10 2. 5-10 |
| Gevogelte of stukken gevogelte, 600 g | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 8 2. 10-15 |
| Gevogelte of stukken gevogelte, 1,2 kg | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 15 2. 25-35 |
| Eend, 2,0 kg | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 20 2. 30-40 |
| Visfilet, viskotelet of plakken, 400 g ¹ | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 5 2. 10-15 |
| Hele vis, 300 g | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 3 2. 10-15 |
| Hele vis, 600 g | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 8 2. 10-15 |
| Groente, bijv. erwten, 300 g | Open vorm | 180 | 10-15 |
| Groente, bijv. erwten, 600 g | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 8 2. 5-10 |
| Fruit, bijv. frambozen, 300 g ¹ | Open vorm | 180 | 7-10 |
| Fruit, bijv. frambozen, 500 g ¹ | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 8 2. 5-10 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 97)
1 De ontdooide delen van elkaar losmaken.
2 Het reeds ontdooide vlees verwijderen.
97
Pagina 98
nl Zo lukt het
| Gerecht | Toebehoren / vormen | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|
| Boter ontdooien, 125 g | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 1 2. 2-4 |
| Boter ontdooien, 250 g | Open vorm | 1. 360 2. 90 | 1. 1 2. 2-4 |
| Heel brood, 500 g | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 6 2. 5-10 |
| Heel brood, 1,0 kg | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 12 2. 15-25 |
| Gebak, droog, bijv. cake, 500 g ¹ | Open vorm | 90 | 15-25 |
| Gebak, droog, bijv. cake, 750 g ¹ | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 5 2. 10-15 |
| Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart, 500 g ¹ | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 5 2. 10-15 |
| Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart, 750 g ¹ | Open vorm | 1. 180 2. 90 | 1. 7 2. 10-15 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 98)
Ontdooien en opwarmen diepgevroren gerechten
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of een magnetron-afdekkap gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen.
De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. De gerechten tussendoor 2 tot 3 maal omroeren of keren.
De gerechten na het opwarmen 1-2 minuten laten rusten.
De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen.
| Gerecht | Toebehoren / vormen | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|
| Menu, bordgerecht, kant-en-klaargerecht, 300-400 g | Gesloten servies | 600 | 10-15 |
| Soep, 400 g | Gesloten servies | 600 | 8-15 |
| Eenpansgerecht, 500 g | Gesloten servies | 600 | 10-15 |
| Eenpansgerecht, 1 kg | Gesloten servies | 600 | 20-25 |
| Plakken of stukken vlees in saus, bijv. goulash, 500 g | Gesloten servies | 600 | 25-30 |
| Plakken of stukken vlees in saus, bijv. goulash, 1 kg | Gesloten servies | 600 | 25-30 |
| Vis, bijv. filetstukken, 400 g | Gesloten servies | 600 | 10-15 |
| Vis, bijv. filetstukken, 800 g | Gesloten servies | 600 | 18-20 |
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta, gekookt, 250 g ² | Gesloten servies | 600 | 2-5 |
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta, gekookt, 500 g ² | Gesloten servies | 600 | 8-10 |
| Groenten, bijv. erwten, broccoli, wortels, voorgegaard, 300 g ² | Gesloten servies | 600 | 5-8 |
| Groenten, bijv. erwten, broccoli, wortels, voorgegaard, 600 g ² | Gesloten servies | 600 | 14-17 |
| Spinazie a la crème, 500 g | Gesloten servies | 600 | 11-16 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 98)
1 Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien.
2 Een beetje water bij het voedsel doen.
98
Pagina 99
Zo lukt het nl
Opwarmen met de magnetron
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten.
- Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen.
LET OP
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of een magnetron-afdekkap gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen.
De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. De gerechten tussendoor 2 tot 3 maal omroeren of keren.
De gerechten na het opwarmen 1-2 minuten laten rusten.
De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen. Babyvoeding:
- Flesje zonder speen of deksel op het rooster plaatsen.
- Na het opwarmen goed schudden of omroeren.
- Absoluut de temperatuur van de flesvoeding controleren.
| Gerecht | Toebehoren / vormen | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|
| Menu, bordgerecht, kant-en-klaargerecht, ca. 400 g | Open vorm | 600 | 5-10 |
| Dranken, 200 ml | Glas Doe een lepel in het glas | 900 | 1-2 |
| Dranken, 500 ml | Glas Doe een lepel in het glas | 900 | 2-4 |
| Babyvoeding, bijv. flesjes melk, 150 ml ¹ | Flesjes zonder speen of deksel op de bodem van de binnenruimte plaatsen | 360 | 1-2 |
| Soep, 2 koppen elk. 175 g | Open vorm | 900 | 4-5 |
| Soep, 4 koppen elk. 175 g | Open vorm | 900 | 5-6 |
| Plakken of stukken vlees in saus, bijv. goulash, 500 g | Gesloten servies | 600 | 10-15 |
| Eenpansgerecht, 400 g | Gesloten servies | 600 | 5-10 |
| Eenpansgerecht, 800 g | Gesloten servies | 600 | 10-15 |
| Groenten, 150 g ² | Open vorm | 600 | 2-3 |
| Groenten, 300 g ² | Open vorm | 600 | 3-5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 99)
1 Na het verwarmen goed schudden of omroeren. Controleer de temperatuur.
2 Een beetje water bij het voedsel doen.
99
Pagina 100
nl Zo lukt het
Bereiden met magnetron
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
Gebruik gesloten servies dat geschikt is voor de magnetron. U kunt voor het afdekken ook een bord of een magnetron-afdekkap gebruiken. Kant-en-klare voedingsproducten uit de verpakking nemen.
De gerechten vlak op het servies verdelen. Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. De gerechten na het opwarmen 1-2 minuten laten rusten.
De producten geven warmte af aan het servies. De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen. De eigen smaak van de gerechten blijft goed behouden. Gebruik zout en specerijen met mate.
Snij de groenten en aardappelen in stukken van gelijke grootte. Voor elke 100 g 1-2 el water toevoegen. Tussentijds doorroeren.
Bij de rijst de dubbele hoeveelheid vloeistof toevoegen.
| Gerecht | Toebehoren / vormen | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|
| Hele kop, vers, zonder ingewanden, 1,3 kg | Gesloten servies | 600 | 30-35 |
| Visfilet, vers 400 g | Gesloten servies | 600 | 10-15 |
| Groente, vers, 250 g | Gesloten servies | 600 | 5-10 |
| Groente, vers, 500 g | Gesloten servies | 600 | 10-15 |
| Aardappels, 250 g | Gesloten servies | 600 | 8-10 |
| Aardappels, 500 g | Gesloten servies | 600 | 10-15 |
| Rijst, 125 g + 250 ml water | Gesloten servies | 1. 600 2. 180 | 1. 7-9 2. 15-20 |
| Rijst, 250 g + 500 ml water | Gesloten servies | 1. 600 2. 180 | 1. 8-10 2. 20-25 |
| Zoete gerechten, bijv. pudding (instant) 500 ml ¹ | Gesloten servies | 600 | 5-8 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 100)
Pudding van puddingpoeder
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
- 1. Een pakje puddingpoeder volgens de aanwijzingen op de verpakking met suiker en een beetje melk in een voor de magnetron geschikte hoge schaal door elkaar roeren, zodat er geen klontjes aanwezig zijn.
- 2. De rest van de melk toevoegen en nogmaals doorroeren.
- 3. De schaal in de binnenruimte plaatsen en de apparaatdeur sluiten.
- 4. Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
- 5. Na 3 minuten voor de eerste keer omroeren. Dan steeds na één minuut omroeren, tot de gewenste consistentie is bereikt.
De tijdsduur is afhankelijk van de temperatuur van de melk en de gebruikte kom.
Popcorn voor de magnetron
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
Gebruik een platte, hittebestendige vorm. Gebruik geen porselein of sterk gewelfde borden.
De duur afhankelijk van de hoeveelheid aanpassen.
Om te voorkomen dat de popcorn aanbrandt, de popcornzak na 1 minuut en 30 seconden even uit de oven nemen en schudden. Let op: heet!
| Gerecht | Toebehoren / vormen | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|
| Popcorn voor de magnetron, 100 g | Glazen schaal | 600 | 3-5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 100)
Tips voor het de volgende keer ontdooien, verwarmen en bereiden met de magnetron
Houd u deze tips aan voor goede resultaten bij het ontdooien, opwarmen en bereiden met de magnetron.
1 Tussendoor met de gard 2-3 keer roeren.
100
Pagina 101
Zo lukt het nl
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw gerecht is te droog. | Verkort de tijdsduur of kies een lager magnetronvermogen. Het gerecht afdekken en meer vloeistof toevoegen. |
| Uw gerecht is na het verstrijken van de tijd nog niet ontdooid, opgewarmd of gaar. | Verleng de tijdsduur. Bij grotere hoeveelheden en hogere gerechten is meer tijd nodig. |
| Uw gerecht is na het verstrijken van de tijd van binnen nog niet klaar, maar van de buitenkant reeds oververhit. | Tussentijds doorroeren. Verlaag het magnetronvermogen en verleng de tijdsduur. |
| Uw vlees of gevogelte is na het ontdooien van binnen nog steeds niet ontdooid, maar van buiten al gegaard. | Verlaag het magnetronvermogen. Grote te ontdooien producten meerdere malen keren. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 101)
16.3 Taart en gebak
Insteladvies voor taart en gebak.
De temperatuur en de bakduur zijn afhankelijk van de aard en de hoeveelheid deeg. Daarom zijn in de tabellen bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel deze zo nodig de volgende keer hoger in. Een lagere temperatuur zorgt ervoor een gelijkmatiger bruin worden.
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw gebak moet gelijkmatig rijzen. | Vet alleen de bodem van de springvorm in. Maak het gebak na het bakken voorzichtig met een mes los uit de bakvorm. |
| Klein gebak mag tijdens de bereiding niet aan elkaar plakken. | Houd rondom elk stuk een minimale afstand van 2 cm aan. Zo is er voldoende plaats om het gebak goed te laten rijzen en helemaal bruin te laten worden. |
| Vaststellen of het gebak afgebakken is. | Steek met een houten prikker op het hoogste punt plaats in het gebak. Wanneer er geen deeg aan het hout blijft kleven, dan is het gebak klaar. |
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. | Stem het bakken dan af op soortgelijk gebak in de baktabellen. |
| Gebruik bakvormen van siliconen, glas of kunststof. | De vorm moet tot 250°C hittebestendig zijn. In deze vormen wordt het gebak minder bruin. Wanneer u de magnetron bijschakelt, wordt de tijdsduur eventueel korter dan wat in de tabel staat aangegeven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 101)
Tips voor het bakken
Voor een goed bakresultaat hebben wij hier tips voor u verzameld.
Gebak in vormen
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Zet de taartvorm altijd in het midden van het rooster.
Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron.
Bakvormen van metaal zijn uitsluitend geschikt voor het bakken zonder magnetron.
Donkere bakvormen van metaal zijn het meest geschikt.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Cake, eenvoudig ¹ | Krans- of rechthoekige vorm | 170-180 | 90 | 40-50 | ||
| Cake, fijn bijv. zandgebak ¹ | Krans- of rechthoekige vorm | 150-170 | - | 70-90 | ||
| Taartbodem van beslag | Taartbodemvorm | 160-180 | - | 30-40 | ||
| Vruchtentaart, fijn, van roerdeeg | Springvorm/tul-bandvorm | 170-190 | 90 | 30-45 | ||
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm Ø 26 cm | 170-180 | - | 30-40 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 101)
1 Het gebak ca. 20 minuten in de oven laten afkoelen.
101
Pagina 102
nl Zo lukt het
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vruchten- of kwarktaart met kruimeldeegbodem ¹ | Springvorm Ø 26 cm | 170-180 | 180 | 35-45 | ||
| Pizza | Ronde pizzaplaat | 220-230 | - | 15-25 | ||
| Hartig gebak, bijv. quiche | Springvorm Ø 26 cm | 200-220 | - | 50-70 | ||
| Notentaart | Springvorm Ø 26 cm | 170-180 | 90 | 30-35 | ||
| Gistdeeg met vochtige bedekking | Ronde pizzaplaat | 170-190 | - | 55-65 | ||
| Broodvlecht van 500 g bloem | Ronde pizzaplaat | 170-190 | - | 35-45 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 102)
Klein gebak
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Zet de taartvorm altijd in het midden van het rooster.
Donkere bakvormen van metaal zijn het meest geschikt.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Koekjes | Ronde pizzaplaat | 150-170 | 20-35 | ||
| Macarons | Ronde pizzaplaat | 110-130 | 35-45 | ||
| Schuimgebak | Ronde pizzaplaat | 100 | 80-100 | ||
| Muffins | Muffinplaat op het rooster | 160-180 | 35-40 | ||
| Bladerdeeggebak | Ronde pizzaplaat | 190-200 | 35-45 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 102)
Brood en broodjes
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Zet de vorm altijd in het midden van het rooster.
Donkere bakvormen van metaal zijn het meest geschikt.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Brood, 1,5 kg | Langwerpige bakvorm | 1. 230 2. 200-210 | 1. 10-15 2. 40-50 | ||
| Broodjes, bijv. tarwebroodjes | Ronde pizzaplaat | 210-230 | 25-35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 102)
Tips voor de volgende keer dat er gebakken wordt
Wanneer er bij het bakken iets niet lukt, dan vindt u hier tips.
1 Het gebak ca. 20 minuten in de oven laten afkoelen.
102
Vraag
Uw gebak zakt in.
Tip
Houd de opgegeven ingrediënten en bereidingsaanwijzingen in het recept aan.
Gebruik minder vloeistof. Of:
Verlaag de baktemperatuur met 10°C en verleng de baktijd.
Pagina 103
Zo lukt het nl
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Uw gebak is te droog. | Verhoog de baktemperatuur met 10°C en verkort de baktijd. |
| Uw gebak is over het geheel te licht. | Controleer de inschuifhoogte en de accessoires. Verhoog de baktemperatuur met 10°C. Of: Verleng de baktijd. |
| Uw gebak is over het geheel te donker. | Verlaag de baktemperatuur en verleng de baktijd. |
| Uw gebak is aan de bovenkant te licht, maar aan de onderkant te donker. | Plaats het gebak één niveau hoger. |
| Uw gebak is aan de bovenkant te donker, maar aan de onderkant te licht. | Plaats het gebak één niveau lager. Verlaag de baktemperatuur en verleng de baktijd |
| Uw gebak is onregelmatig gebruind. | Verlaag de baktemperatuur. Knip het bakpapier in de juiste afmetingen. Plaats de bakvorm in het midden. Kleine stukken gebak qua grootte en dikte zoveel mogelijk eenvormig maken. |
| Uw gebak is van buiten gaar, maar van binnen nog niet goed doorbakken. | Verlaag de baktemperatuur en verleng de baktijd. Minder vloeistof toevoegen. Bij gebak met vochtige bedekking: De bodem voorbakken. Bestrooi de gebakken bodem met amandelen of paneermeel. Leg de bedekking op de bodem. |
| Het gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten. | Laat het gebak na het bakken 5 - 10 minuten afkoelen. Maak de rand van het gebak voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer in en bestrooi deze met paneermeel. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 103)
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Tussen vorm en rooster ontstaan vonken. | Controleer of de vorm van buiten schoon is. Wijzig de positie van de vorm in de binnenruimte. Bak zonder magnetronfunctie verder en verleng de bakduur. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 103)
16.4 Braden en grillen
Temperatuur en braadtijd zijn afhankelijk van de aard en de hoeveelheid van de gerechten. Daarom zijn in de tabellen bereiken aangegeven.
Begin met de laagste waarde en stel deze zo nodig de volgende keer hoger in.
Braden in vormen
Maakt u gerechten in servies klaar, dan kunt u ze eenvoudiger uit de binnenruimte nemen en direct in het servies opdienen. Bij de bereiding in gesloten vormen blijft de binnenruimte schoner.
Algemene richtlijnen voor braden in vormen
Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron.
Braad- en bakvormen van metaal zijn alleen geschikt voor gebruik zonder de magnetronfunctie.
Plaats de vorm op het rooster.
Controleer van tevoren of de vorm in de binnenruimte past.
Vormen van glas zijn het meest geschikt.
Plaats hete glazen vormen op een droge onderzetter. Wanneer de ondergrond nat of koud is, dan kan het glas knappen.
De vorm kan zeer heet worden. Gebruik pannenlappen wanneer u hem uit de oven haalt.
Houd de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm aan.
Open vorm
Gebruik een hoge braadvorm.
Gesloten servies
Gebruik een passend, goed sluiten deksel.
Bij vlees moet er tussen het te braden product en het deksel minimaal 3 cm afstand zijn. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
Vlees, gevogelte en vis kunnen ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik daarvoor een braadslede met glazen deksel. Stel een hogere temperatuur in.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Bij het openen van het deksel na het bereiden kan zeer hete stoom ontsnappen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Til het deksel zo op, zodat de hete stoom weg van het lichaam kan ontsnappen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerkingen
Mager vlees of stoofvlees
- Ca. 1/2 cm hoog vloeistof in de vorm doen, bijv. water, wijn, azijn of iets soortgelijks.
Pagina 104
nl Zo lukt het
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees, van het materiaal van de vorm en van het feit of u een deksel gebruikt.
In geëmailleerde of donkere metalen ovenschotels is meer vloeistof nodig dan in glazen servies. Voor stoofvlees iets meer vloeistof toevoegen.
- Tijdens het braden verdampt de vloeistof. Indien nodig nog wat vloeistof erbij schenken.
- Keer stukken vlees na de helft van de bereidingstijd.
Vis
- Doe voor het stomen van vis 1-3 eetlepels vloeistof in de vorm, bijv. citroensap of azijn.
Grillen
Grill de gerechten die knapperig moeten worden.
LET OP
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster beschadigen
- Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of met zuurhoudende marinade gekruide grillproducten niet direct op het rooster.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel worden overgedragen aan levensmiddelen.
Grill altijd met een gesloten apparaatdeur.
Niet voorverwarmen.
Grillstukken met gelijksoortig gewicht en gelijksoortige dikte gebruiken.
Dan worden ze gelijkmatig bruin en blijven lekker mals.
De grillstukken direct op het rooster leggen.
De grillstukken keren met een grilltang.
Wanneer u met een vork in het vlees prikt, dan verliest dit sap en wordt het droog.
Vlees pas na het grillen zouten.
Zout onttrekt water aan het vlees.
Opmerking: Donker vlees, bijv. van het rund, bruint sneller dan licht vlees, bijv. van het kalf of het varken. Grillstukken van licht vlees of vis zijn vaak aan het oppervlak slechts lichtbruin, maar van binnen toch al gaar en sappig.
De grill schakelt telkens weer in en uit. Dit is normaal. De frequentie is afhankelijk van de ingestelde grillstand. Bij het grillen kan rook ontstaan.
Tips voor het braden en stoven
Houd deze tips aan voor goede resultaten bij braden en stoven.
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Mager vlees moet niet uitdrogen. | Bestrijk het vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op. |
| U wilt een braadstuk met zwoerd bereiden. | Snij de zwoerd kruislings in. Braad het braadstuk eerst met de zwoerd naar onder. |
| De binnenruimte moet zo schoon mogelijk blijven. | Bereid het product in een gesloten braadslede bij een hoge temperatuur. |
| Vlees moet heet en sappig blijven, bijv. rosbief. | Wanneer het braadstuk klaar is, dit 10 minuten in de gesloten binnenruimte van de uitgeschakelde oven laten rusten. Zo kan het vleessap zich beter verdelen. Bij de opgegeven bereidingstijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen. Wikkel het product na de bereiding in aluminiumfolie. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 104)
Rundvlees
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Keer de rosbief en de rundersteaks na de helft van de bereidingstijd. Laat de gerechten tot slot nog ca. 10 minuten staan.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gestoofd rundvlees, ca. 1 kg | Rooster Gesloten servies | 180-200 | 180 | 120-145 | ||
| Rosbief, medium, ca. 1 kg | Rooster Open vorm | 210-230 | 180 | 30-40 | ||
| Rundersteak, medium, 2-3 stuks, 2-3 cm dik, elk 200 g | Rooster Glazen schaal | 3 | - | 20-30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 104)
Varkensvlees
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat.
Pagina 105
Zo lukt het nl
Keer het braadstuk zonder zwoerd na de helft van de bereidingstijd. Laat het braadstuk tot slot nog ca.10 minuten staan.
Leg het vlees met het zwoerd naar boven in de vorm. Snij de zwoerd in. Keer het braadstuk niet. Laat het braadstuk tot slot nog ca.10 minuten staan.
Keer de halsstukken na 2/3 van de bereidingstijd.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vlees zonder zwoer, bijv. halsstuk, ca. 750 g | Rooster Gesloten servies | 220-230 | 180 | 40-50 | ||
| Vlees met zwoer, bijv.schouder, ca. 1 kg | Rooster Open vorm | 190-210 | - | 130-150 | ||
| Halsstuk, 2-3 stuks, 2-3 cm dik | Rooster Glazen schaal | 3 | - | 25-35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 105)
Overige vleesgerechten
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Laat het gehakt tot slot nog ca. 10 minuten staan.
Keer de worstjes na 2/3 van de bereidingstijd.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gebraden gehakt, ca. 750 g | Rooster Open vorm | 180-200 | 600 | 15-20 | ||
| Worstjes om te grillen, 4 tot 6 stuks, elk ca. 150 g | Rooster Glazen schaal | 3 | - | 25-35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 105)
Gevogelte
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Leg hele kippen met de borstzijde naar beneden. Keer deze halverwege de bereidingstijd. Leg kipdelen en eendenborst met de huidzijde naar boven. Keer de gerechten niet.
Keer ganzenbouten halverwege de bereidingstijd. Prik in de huid.
| Gerecht | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C / grillstand | Magnetronvermogen in watt | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kip, heel, ca. 1,2 kg | Rooster Gesloten servies | 220-230 | 360 | 35-45 | ||
| Kipdelen, ca. 800 g | Rooster Open vorm | 210-230 | 360 | 20-30 | ||
| Eendenborst, ca. 500 g | Rooster Glazen schaal | 3 | 90 | 20-30 | ||
| Ganzenborst, ganzenbouten, 700-900 g | Rooster Open vorm | 210-230 | 90 | 30-40 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 105)
Vis
Opmerking
Aanwijzingen voor de bereiding
De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Leg voor het grillen de hele vis, bijv. zalm of forel, in het midden van het rooster.
Vet het rooster van te voren in met olie.
Verder lezen op pagina 76Inhoud