Neff C67M50N0, tekst van de handleiding
Magnetron · Neff · 30 pagina's in het Nederlands · pdf: 32 pagina's, 1,9 MB
Storingen op pagina 15
Pagina 15
Vanaf de titel; het begin van pagina 15 staat in de pdf.
Storingen en reparaties
Er hoeft niet altijd contact te worden opgenomen met de klantenservice. In veel gevallen kunt u zelf voor een oplossing zorgen. In de volgende tabel staan een paar tips om storingen op te lossen.
ã=Kans op een elektrische schok!
- Werkzaamheden aan de elektronica van het apparaat mogen alleen door een vakman worden uitgevoerd.
Storingstabel
Wanneer een gerecht niet goed gelukt is, lees hier dan het hoofdstuk Voor u in onze kookstudio getest op na. Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.
- Bij het werken aan de elektronica van het apparaat beslist de netstekker uit het stopcontact halen. Automatische beveiliging activeren of de zekering in de meterkast van uw woning eruit draaien.
Pagina 16
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing / aanwijzing |
|---|---|---|
| Het apparaat werkt niet | De stekker is niet in het stopcontact gestoken. | In het stopcontact steken. |
| De stroom is uitgevallen. | Controleer of het keukenlicht of andere keukenapparaten functioneren. | |
| Zekering defect. | Controleer in de meterkast of de zekering voor het toestel in orde is. | |
| Foutieve functie. | Schakel de zekering in de meterkast voor het apparaat uit en na ca. 10 seconden weer in. | |
| Stekker niet in het stopcontact gestoken | In het stopcontact steken. | |
| Op het klokdisplay knipperen de dubbele punt en drie nullen. | De stroom is uitgevallen. | Stel de tijd opnieuw in. |
| De magnetron wordt niet ingeschakeld. | De deur is niet helemaal gesloten. | Controleer of er resten van een gerecht of een voorwerp tussen de deur klem zitten. Zorg ervoor dat de dichtingsvlakken schoon zijn. Controleer of de deurdichting gedraaid zit. |
| De toets is niet ingedrukt. | Druk op de toets . | |
| Het apparaat warmt niet op de ingestelde temperatuur op. | De toets is niet ingedrukt. | De toets indrukken. |
| De magnetronfunctie wordt zonder duidelijke reden afgebroken. | De magnetron heeft een storing. | Treedt deze fout vaker op, neem dan contact op met de servicedienst. De ovenfunctie zonder magnetron is mogelijk. |
| Bij de magnetronfunctie worden de gerechten langzamer warm dan gewoonlijk. | Er is een te klein magnetronvermogen ingesteld. | Kies een hoger magnetronvermogen. |
| Er is een grotere hoeveelheid dan gebruikelijk in het apparaat gedaan. | Dubbele hoeveelheid bijna dubbele tijdsduur. | |
| De gerechten zijn kouder dan gewoonlijk. | De gerechten tussentijds omroeren of keren. | |
| De oven warmt niet op. Op het temperatuurdisplay verschijnt “ “. | De oven bevindt zich in de demomodus. | De toets ca. 3 seconden lang indrukken. Klokfunctietoets ca. 5 seconden lang indrukken. De demomodus is gedeactiveerd. |
| Op het temperatuurdisplay verschijnt “ “. | De automatische uitschakeling is geactiveerd. De oven warmt niet meer op. | Druk op een toets of zet het apparaat uit. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
Foutmeldingen met E
Wordt op het display een foutmelding met E weergegeven, druk dan zo vaak op de klokfunctietoets tot de symbolen en 3 verschijnen. Stel vervolgens de tijd opnieuw in. Wordt de fout opnieuw weergegeven, neem dan contact op met de servicedienst.
ã=Kans op een elektrische schok!
- Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen
Storing Mogelijke oorzaak
uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.
- Is het apparaat defect, schakel dan de zekering in de meterkast uit of haal de netstekker uit het stopcontact. Neem contact op met de servicedienst.
Bij enkele foutmeldingen kunt u zelf voor een oplossing zorgen.
Oplossing / aanwijzing
Op het klokdisplay verschijnt de foutmelding "E104.
Op het klokdisplay verschijnt de foutmelding “E010", “E310", “E009" of “E309".
De temperatuursensor is uitgevallen.
Technisch defect.
Neem contact op met de servicedienst. De magnetronfunctie solo is mogelijk.
Neem contact op met de servicedienst.
Ovenlamp vervangen
U kunt de ovenlamp vervangen. Temperatuurbestendige halogeenlampen, 12 W, 20 V, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak.
ã=Kans op een elektrische schok!
De ovenlamp nooit vervangen wanneer het apparaat ingeschakeld is. Haal de netstekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit.
Aanwijzing. Neem de nieuwe halogeenlamp altijd met een droge doek uit de verpakking. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd.
Zo gaat u te werk
- 1. Zekering in de meterkast uitschakelen.
- 2. Theedoek in de onverwarmde oven leggen, om schade te voorkomen.
- 3. Glazen afscherming verwijderen. Daarvoor de afscherming met de hand van onderaf openen.
Pagina 17
Kan de afscherming moeilijk worden verwijderd, gebruik er dan een lepel bij. (Afbeelding A)
- 4. Lamp eruit halen en vervangen door hetzelfde type lamp. (Afbeelding B)
- 5. De afscherming weer aanbrengen. (Afbeelding C)
- 6. Droogdoek verwijderen.
- 7. Zekering in de meterkast weer inschakelen of de netstekker in het stopcontact steken.
Deurdichting vervangen
Is de deurdichting defect, dan moet deze worden vervangen. Vervangende dichtingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het Enummer en het FDnummer van uw apparaat.
ã=Ernstig gezondheidsrisico!
Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deurdichting beschadigd is. Dan kan er energie van de magnetron vrijkomen. Het apparaat pas opnieuw gebruiken wanneer het gerepareerd is.
- 1. Ovendeur openen.
- 2. Oude deurdichting eraf trekken.
- 3. Aan de deurdichting zijn 5 haken bevestigd. Met deze haken de nieuwe dichting aan de ovendeur bevestigen.
Aanwijzing. De las onderaan in het midden van de deurdichting heeft een technische reden.
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.
Enummer en FDnummer
Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u in de oven. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
Enr. FDnr.
Servicedienst
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4040
Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.
Dit apparaat beantwoordt aan de norm EN 55011 resp. CISPR
- 11. Het is een product van groep 2, klasse B.
Groep 2 betekent dat er microgolven worden geproduceerd om levensmiddelen te verwarmen. Klasse B houdt in dat het apparaat geschikt is voor huishoudelijk gebruik.
Automatische programma's
Met de automatische programma's kunt u heel eenvoudig twee gerechten klaarmaken. U kiest het programma en voert het gewicht van uw gerecht in. Automatisch wordt de optimale instelling gekozen. U kunt kiezen uit 20 programma's.
Programma instellen
Wanneer u een programma heeft gekozen, stelt u als volgt in. De functiekeuzeknop mag niet ingedrukt zijn.
Voorbeeld in de afbeelding: programma 2 met 1 kilogram gewicht.
Pagina 18
- 1. De toets indrukken.
In de tijdsindicatie verschijnt het eerste programmanummer.
Programma afbreken
De toets ingedrukt houden en de functiekeuzeknop uitschakelen.
Programma wijzigen
Na de start kunnen het programmanummer en het gewicht niet veranderd worden.
Tijdsduur en eindtijd wijzigen
Bij de automatische programma's kunt u de tijdsduur en eindtijd niet veranderen.
Ontdooien en garen met de automatische programma's
- 2. Met de draaiknop het gewenste programma kiezen.
- 3. De toets opnieuw indrukken.
Op het temperatuurdisplay verschijnt als voorgesteld gewicht . kilogram.
- 4. Met de temperatuurkeuzeknop het gewicht instellen.
- 5. De toets indrukken.
Het programma start.
Het programma is beëindigd
Er klinkt een signaal. De oven warmt niet meer op. De oven met de functiekeuzeknop uitschakelen of opnieuw een functie kiezen en instellen.
Aanwijzingen
- Neem het product uit de verpakking en weeg het. Kunt u het exacte gewicht niet invoeren, rond het dan naar boven of beneden af.
- Gebruik voor de programma's altijd vormen die geschikt zijn voor de magnetron, bijv. van glas of keramiek, of de braadslede. Let op de tips over de toebehoren in de programmatabel.
- Zet de levensmiddelen in de onverwarmde binnenruimte
- Na de tips vindt u een tabel met geschikte levensmiddelen, het betreffende gewichtsbereik en de benodigde toebehoren.
- Het is niet mogelijk gewichten in te stellen buiten het gewichtsbereik.
- Bij veel gerechten klinkt na enige tijd een signaal. Keer het gerecht of roer het om.
Ontdooien
Aanwijzingen
- De levensmiddelen zo vlak mogelijk en verdeeld in porties bij -18 °C invriezen en bewaren.
- Leg de diepvriesproducten op een ondiepe vorm van bijv. glas of porselein.
- Kwetsbare en uitstekende delen afdekken met kleine stukken aluminiumfolie. Zo voorkomt u dat de gerechten aanbakken. Let er op dat de aluminiumfolie de wanden van de binnenruimte niet raakt.
- Laat de levensmiddelen na het ontdooien met het oog op een gelijkmatige temperatuurverdeling nog 10 tot 90 minuten ontdooien.
- Bij het ontdooien van vlees, gevogelte of vis komt vloeistof vrij. U dient deze bij het keren te verwijderen. In geen geval verder gebruiken of met andere levensmiddelen in aanraking brengen.
- Leg rund-, lams- en varkensvlees eerst met de vette kant naar onderen op de vorm.
- Brood dient u alleen in de benodigde hoeveelheid te ontdooien. Het wordt snel oudbakken.
- Verwijder gehakt dat al ontdooid is na het keren.
- Gevogelte in zijn geheel eerst met de borstzijde en stukken gevogelte eerst met de zijde van het vel op de vorm leggen. Poten en vleugels afdekken met kleine stukken aluminiumfolie.
- Bij vis in zijn geheel de staartvinnen, bij visfilet de randen en bij viskotelet de uitstekende uiteinden afdekken met aluminiumfolie.
Pagina 19
Programma-nr. Geschikte levensmiddelen Gewichtsbereik Vorm / toebehoren, in kg inschuifhoogte
| Ontdooien | ||||
|---|---|---|---|---|
| 1 | Heel brood*** | Tarwebrood, gemengd-tarwebrood, volkorenbrood | 0,20 - 1,50 | Vlakke open vorm Rooster, hoogte 1 |
| 2 | Taart, droog* | Cake zonder glazuur en couverture, koek van gistdeeg | 0,20 - 1,50 | Vlakke open vorm Rooster, hoogte 1 |
| 3 | Gehakt* | Gehakt van rund-, lams- of varkensvlees | 0,20 - 1,00 | Vlakke open vorm Rooster, hoogte 1 |
| 4 | Gevogelte, heel** | Kip, eend | 0,70 - 2,00 | Vlakke open vorm Rooster, hoogte 1 |
| 5 | Hele vis** | Forel, dors, kabeljauw | 0,20 - 1,20 | Vlakke open vorm Rooster, hoogte 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
* Signaal voor het keren na ca. de helft van de bereidingstijd
** Signaal voor het keren na en van de bereidingstijd
*** Signaal voor het keren na van de bereidingstijd
Garen Groente
Aanwijzingen
- verse groente:
in stukken van gelijke grootte snijden. 2 eetlepels water per 100 g groente toevoegen.
- diepvriesgroente:
alleen geblancheerde, niet voorgekookte groente is geschikt. Diepvriesgroente met roomsaus is niet geschikt. 1 tot 2 eetlepels water per 100 g toevoegen. Bij spinazie en rode kool geen water toevoegen.
- Laat de groente na afloop van het programma nog ca. 5 minuten rusten.
Aardappels
Aanwijzingen
- Gekookte aardappels:
snijd deze in stukken van gelijke grootte. Per 100 g aardappels twee eetlepels water en wat zout toevoegen.
- Laat de aardappels na afloop van het programma nog ca. 5 minuten rusten. Giet eerst het water dat is ontstaan af.
Rijst
Aanwijzingen
- Gebruik geen rijst in kookbuideltjes. Rijst schuimt sterk bij de bereiding. Stel het brutogewicht (zonder vloeistof) in. Twee tot tweeënhalf keer zoveel vloeistof bij de rijst doen.
- Laat het graanproduct na afloop van het programma nog ca. 5 tot 10 minuten rusten.
Vis
Aanwijzing. Visfilet, vers:
1 tot 3 eetlepels water of citroensap toevoegen.
Programma-nr. Geschikte levensmiddelen Gewichtsbereik Vorm / toebehoren, in kg inschuifhoogte
| Garen | ||||
|---|---|---|---|---|
| 6 | Groente, vers* | Bloemkool, broccoli, wortelen, koolrabi, prei, paprika, courgettes | 0,20 - 1,00 | gesloten vorm rooster, hoogte 1 |
| 7 | Groente, diepvries* | Bloemkool, broccoli, wortelen, koolrabi, rode kool, spinazie | 0,20 - 1,00 | gesloten vorm rooster, hoogte 1 |
| 8 | Gekookte aardappels* | Vastkokende, overwegend vastkokende, of droogkokende aardappels | 0,20 - 1,00 | gesloten vorm rooster, hoogte 1 |
| 9 | Rijst, rijst met lange korrel* | 0,10 - 0,50 | Hoge gesloten vorm Rooster, hoogte 1 | |
| 10 | Verse visfilet stoven | Filet van snoek, kabeljauw, roodbaars, koolvis, snoekbaars | 0,20 - 1,00 | gesloten vorm rooster, hoogte 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
* Signaal voor het omroeren na de helft van de bereidingstijd.
Combigaren Pizza
Aanwijzing. Voorgebakken diepvriespizza's gebruiken.
Gevogelte
Aanwijzingen
- Leg de kip eerst met de borstzijde naar onderen in de vorm.
- Leg de stukken kip met de kant van het vel naar boven in de vorm.
- Kalkoenfilet bereiden zonder vel. Voeg aan de kalkoenfilet tot 150 ml vloeistof toe. Voeg na het keren eventueel opnieuw 50 tot 100 ml vloeistof toe.
- Laat de kalkoenfilet na afloop van het programma nog 10 minuten rusten.
Vlees
Aanwijzingen
- Rosbief eerst bereiden met de kant van het vet naar onderen.
- Rundvlees, kalfsvlees, lamsbout en varkensvlees:
het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. twee derde bedekken. Voeg 50 ml vloeistof aan het vlees toe. Voeg na het keren eventueel opnieuw 50100 ml vloeistof toe.
- Voeg aan het gehakt 50100 ml vloeistof toe.
- Laat het vlees na afloop van het programma nog 10 minuten rusten.
19
Pagina 20
Programma-nr. Vorm / toebehoren,
Geschikte levensmiddelen Gewichtsbereik in kg
inschuifhoogte
| Combigaren | ||||
|---|---|---|---|---|
| 11 | Pizza, diepvries | Pizza met dunne bodem, voorgebakken | 0,30 - 0,50 | Braadslede hoogte 1 |
| 12 | Lasagne bolognese, diepvries | 0,40 - 1,00 | open vorm rooster, hoogte 1 | |
| 13 | Kip, vers*** | Hele kip, vers | 0,80 - 1,80 | Hoge gesloten vorm Rooster, hoogte 1 |
| 14 | Stukken kip, vers | Kippenpoten, halve kippen | 0,40 - 1,20 | Hoge gesloten vorm Rooster, hoogte 1 |
| 15 | Kalkoenfilet, vers* | Kalkoenfilet zonder vel | 0,80 - 2,00 | gesloten vorm rooster, hoogte 1 |
| 16 | Gestoofd rundvlees, vers** | 0,80 - 2,00 | gesloten vorm rooster, hoogte 1 | |
| 17 | Rosbief, vers* | 56 cm dikke rosbief | 0,80 - 2,00 | open vorm rooster, hoogte 1 |
| 18 | Gebraden varkensvlees, vers*** | Halsstuk zonder been, rollade | 0,80 - 2,00 | gesloten vorm rooster, hoogte 1 |
| 19 | Lamsbout, vers* | Lamsbout zonder been | 0,80 - 2,00 | gesloten vorm rooster, hoogte 1 |
| Gebraden gehakt ca. 8 cm hoog 20 * Signaal voor het keren na ca. de helft van de bereidingstijd ** Signaal voor het keren na en van de bereidingstijd *** Signaal voor het keren na van de bereidingstijd | 0,80 - 1,50 | gesloten vorm rooster, hoogte 1 | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Voor u in onze kookstudio getest.
Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode, temperatuur of welk magnetronvermogen het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over vormen en de bereiding.
Aanwijzingen
- De tabel geldt altijd voor producten die in de onverwarmde en lege binnenruimte worden geplaatst. Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Verwijder voor het gebruik alle toebehoren die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.
- Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.
- De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
- Maak gebruik van de meegeleverde toebehoren. Bij de klantenservice of in speciaalzaken kunt u toebehoren of extra toebehoren kopen.
- Gebruik altijd pannenlappen wanneer u hete accessoires of serviesgoed uit de binnenruimte neemt.
Ontdooien, verwarmen en garen met de magnetron
In de volgende tabellen vindt u vele mogelijkheden en instelwaarden voor de magnetron.
De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de vorm, de kwaliteit, de temperatuur en de aard van de levensmiddelen.
In de tabellen zijn vaak tijdsbereiken aangegeven. Stel eerst de kortste tijd in en verleng deze zo nodig.
Het kan zijn dat u andere hoeveelheden heeft dan in de tabellen staan aangegeven. Hiervoor bestaat een vuistregel: Dubbele hoeveelheid bijna dubbele tijdsduur.
halve hoeveelheid - halve tijdsduur.
Schuif het rooster in op hoogte 1. Zet de vorm in het midden. Zo kunnen de microgolven de gerechten van alle kanten bereiken.
Ontdooien
Aanwijzingen
- Zet de diepvriesproducten in een open vorm op het rooster.
- Kwetsbare delen, bijv kippenvleugels en -poten of vette randen van braadstukken, kunt u afdekken met kleine stukken aluminiumfolie. De folie mag de wanden van de binnenruimte niet raken. Halverwege het ontdooien kunt u de aluminiumfolie verwijderen.
- De gerechten tussendoor 1 tot 2 maal keren of omroeren. Grote stukken meerdere keren omdraaien. Verwijder tijdens het keren de vloeistof die door het ontdooien is ontstaan.
- Laat het ontdooide gerecht nog 10 tot 60 minuten rusten bij kamertemperatuur, zodat de temperatuur gelijkmatig wordt verdeeld. Bij gevogelte kunt u dan de ingewanden verwijderen.
Pagina 21
Ontdooien
Vlees, heel, van rund, kalf of varken (met en zonder been)
Vlees in stukken of plakken van rund, kalf of varken
Gehakt, gemengd
Gevogelte of stukken gevogelte
Eend
Gans
Visfilet, viskotelet of plakken
Hele vis
Groente, bijv. erwten
Fruit, bijv. frambozen
Boter, ontdooien
Heel brood
Gebak, droog, bijv. cake
Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart
Aanwijzingen meerdere malen keren. tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden.
meerdere malen keren, al ontdooid vlees verwijderen tussendoor keren.
meerdere malen keren. om de 20 minuten keren, ontdooivloeistof verwijderen
| Gewicht | Magnetronvermogen in watt, tijdsduur in minuten |
|---|---|
| 800 g | 180 W, 15 min. + 90 W, 1015 min. |
| 1 kg | 180 W, 15 min. + 90 W, 2015 min. |
| 1,5 kg 200 g | 180 W, 25 min. + 90 W, 2515 min. 180 W, 5 min. + 90 W, 46 min. |
| 500 g | 180 W, 8 min. + 90 W, 510 min. |
| 800 g 200 g | 180 W, 10 min. + 90 W, 1015 min. 90 W, 1015 min. |
| 500 g | 180 W, 5 min. + 90 W, 1015 min. |
| 800 g | 180 W, 10 min. + 90 W, 1520 min. |
| 1 kg 600 g | 180 W, 13 min. + 90 W, 2025 min. 180 W, 5 min. + 90 W, 1318 min. |
| 1,2 kg 2 kg 4,5 kg | 180 W, 10 min. + 90 W, 2025 min. 180 W, 20 min. + 90 W, 3040 min. 180 W, 30 min. + 90 W, 6080 min. |
| 400 g | 180 W, 5 min. + 90 W, 1015 min. |
| 300 g | 180 W, 3 min. + 90 W, 1015 min. |
| 600 g 300 g | 180 W, 8 min. + 90 W, 1015 min. 180 W, 813 min. |
| 600 g 300 g | 180 W, 10 min. + 90 W, 8-13 min. 180 W, 710 min. |
| 500 g | 180 W, 8 min. + 90 W, 510 min. |
| 125 g | 90 W, 79 min. |
| 250 g 500 g | 180 W, 2 min. + 90 W, 3-5 min. 180 W, 3 min. + 90 W, 1015 min. |
| 1 kg 500 g | 180 W, 3 min. + 90 W, 15-25 min. 90 W, 1015 min. |
| 750 g | 180 W, 2 min. + 90 W, 10-15 min. |
| 500 g | 180 W, 5 min. + 90 W, 15-20 min. |
| 750 g | 180 W, 10 min. + 90 W, 1520 min. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
ontdooide delen van elkaar scheiden.
tussendoor keren.
tussendoor voorzichtig roeren. tussendoor voorzichtig roeren en ontdooide delen van elkaar scheiden.
Verpakking volledig verwijderen. tussendoor keren.
alleen voor gebak zonder glazuur, room of crème, stukken van elkaar scheiden alleen voor gebak zonder glazuur, slagroom of crème.
Ontdooien, verhitten of garen van diepvriesgerechten
Aanwijzingen
- Neem de kant-en-klare gerechten uit de verpakking In vormen die geschikt zijn voor de magnetron worden ze sneller en gelijkmatiger opgewarmd. Verschillende bestanddelen van de gerechten kunnen snel of minder snel worden opgewarmd dan andere.
- Platte gerechten zijn sneller klaar dan hoge. Verdeel de gerechten daarom zo plat mogelijk in de vorm. U dient geen levensmiddelen in lagen op elkaar te leggen.
- Dek de gerechten altijd af. Wanneer u geen geschikte deksel voor uw vorm heeft, neemt u een bord of speciaal folie voor de magnetron.
- Tussendoor dient u de gerechten 2 tot 3 maal om te roeren of te keren.
- Laat de gerechten nadat ze opgewarmd zijn nog 2 tot 5 minuten rusten, met het oog op een gelijkmatige temperatuurverdeling.
- Gebruik altijd keukenhandschoenen of pannenlappen wanneer u de vorm eruit neemt.
- De eigen smaak van de gerechten blijft in hoge mate behouden. Daarom kunt u spaarzaam omgaan met zout en kruiden.
| Ontdooien, verhitten of garen van diepvriesgerechten | Gewicht | Magnetronvermogen in watt, tijdsduur in minuten | Aanwijzingen |
| Menu, schotel, kant-en-klaar gerecht | 300400 g | 600 W, 1115 min. | Gerecht uit de verpakking nemen, voor het verwarmen afdekken |
| Soep | 400500 g | 600 W, 813 min. | gesloten vorm |
| Eenpansgerechten | 500 g | 600 W, 1015 min. | gesloten vorm |
| 1 kg | 600 W, 2025 min. | ||
| Lapjes of stukken vlees in saus, bijv. goulash | 500 g | 600 W, 1217 min. | gesloten vorm |
| 1 kg | 600 W, 2530 min. |
Pagina 22
| Ontdooien, verhitten of garen van diepvriesgerechten | Gewicht | Magnetronvermogen in watt, tijdsduur in minuten | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|
| Vis, bijv. stukken filet | 400 g 800 g | 600 W, 1015 min. 600 W, 1823 min. | afgedekt |
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta | 250 g 500 g | 600 W, 25 min. 600 W, 710 min. | gesloten vorm; vloeistof toevoegen |
| Groente, bijv. erwten, broccoli, wortels | 300 g 600 g | 600 W, 812 min. 600 W, 1318 min. | gesloten vorm; 1 el water toevoegen |
| Spinazie à la crème | 450 g | 600 W, 1116 min. | zonder toevoeging van water garen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Gerechten verhitten ã=Kans op verbrandingen!!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder dat er bellen ontstaan. Al bij een kleine trilling van de vorm kan de hete vloeistof plotseling hevig overkoken en opspatten. Wanneer u vloeistof verhit, zet dan altijd een lepel in het voorwerp waarin de vloeistof zich bevindt. Zo voorkomt u kookvertraging.
Attentie!
Metaal - bijv. de lepel in het glas - moet minstens 2 cm van de ovenwanden en de binnenkant van de deur verwijderd zijn. Door vonken kan het glas aan de binnenkant van de deur worden vernietigd.
Aanwijzingen
- Neem kant-en-klare gerechten uit de verpakking. In vormen die geschikt zijn voor de magnetron worden ze sneller en gelijkmatiger opgewarmd. Verschillende bestanddelen van de gerechten kunnen snel of minder snel worden opgewarmd dan andere.
- Dek de gerechten altijd af. Wanneer u geen geschikte deksel voor uw vorm heeft, neemt u een bord of speciaal folie voor de magnetron.
- Tussendoor dient u de gerechten meermaals door te roeren of te keren. Controleer de temperatuur.
- Laat de gerechten nadat ze opgewarmd zijn nog 2 tot 5 minuten rusten, met het oog op een gelijkmatige temperatuurverdeling.
- Gebruik altijd keukenhandschoenen of pannenlappen wanneer u de vorm eruit neemt.
| Gerechten verhitten | Gewicht | Magnetronvermogen in watt, tijdsduur in minuten | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|
| Menu, schotel, kant-en-klaar gerecht | 350500 g | 600 W, 48 min. | Gerecht uit de verpakking nemen, voor het verwarmen afdekken |
| Dranken | 150 ml 300 ml 500 ml | 900 W, 13 min. 900 W, 34 min. 900 W, 45 min. | Lepel in het glas zetten, alcoholische dranken niet oververhitten; tussendoor controleren |
| Babyvoeding, bijv. flesjes melk | 50 ml 100 ml 200 ml | 360 W, ½1 min. 360 W, 11½ min. 360 W, 12 min. | Flesjes zonder speen of deksel op de bodem van de binnenruimte plaatsen, na het verwarmen goed schudden of omroeren; beslist de temperatuur controleren |
| Soep, 1 kop | 175 g | 900 W, 1½2 min. | - |
| Soep 2 koppen | à 175 g | 900 W, 24 min. | |
| Soep 4 koppen | à 175 g | 900 W, 46 min. | |
| Lapjes of stukken vlees in saus, bijv. goulash | 500 g | 600 W, 710 min. | afgedekt |
| Eenpansgerecht | 400 g 800 g | 600 W, 57 min. 600 W, 710 min. | gesloten vorm |
| Groente | 150 g 300 g | 600 W, 23 min. 600 W, 35 min. | een beetje vloeistof toevoegen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Gerechten garen
Aanwijzingen
- Platte gerechten zijn sneller klaar dan hoge. Verdeel de gerechten daarom zo plat mogelijk in de vorm. U dient geen levensmiddelen in lagen op elkaar te leggen.
- Bereid alle gerechten in een gesloten vorm. Wanneer u geen geschikte deksel voor uw vorm heeft, neemt u een bord of speciaal folie voor de magnetron.
- De eigen smaak van de gerechten blijft in hoge mate behouden. Daarom kunt u spaarzaam omgaan met zout en kruiden.
- Laat de gerechten met het oog op een gelijkmatige temperatuurverdeling na het garen nog 2 tot 5 minuten rusten.
- Gebruik altijd keukenhandschoenen of pannenlappen wanneer u de vorm eruit neemt.
Pagina 23
| Gerechten garen | Gewicht | Magnetronvermogen in watt, tijdsduur in minuten | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|
| Hele kip, vers, zonder ingewanden | 1,5 kg | 600 W, 2530 min. | halverwege de bereidingstijd keren. |
| Visfilet, vers | 400 g | 600 W, 813 min. | - |
| Groente, vers | 250 g 500 g | 600 W, 610 min. 600 W, 1015 min. | In stukken van gelijke grootte snijden, per 100 g 1 tot 2 el water toevoegen, tussendoor roeren |
| Aardappels | 250 g 500 g 750 g | 600 W, 811 min. 600 W, 1215 min. 600 W, 1522 min. | In stukken van gelijke grootte snijden, per 100 g 1 tot 2 el water toevoegen, tussendoor roeren |
| Rijst | 125 g 250 g | 600 W, 4-6 min. + 180 W, 1215 min. 600 W, 7-9 min. + 180 W, 1520 min. | dubbele hoeveelheid vloeistof toevoegen; een hoge, gesloten vorm gebruiken |
| Zoete desserts, bijv. pudding (instant) | 500 ml | 600 W, 58 min. | tussendoor met de garde 2 tot 3 keer roeren |
| Fruit, compote | 500 g | 600 W, 912 min. | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
Popcorn voor de magnetron
Aanwijzingen
- Gebruik hittebestendige, ondiepe vormen, bijv. de deksel van een ovenschaal, een glazen bord of een glazen schaal (pyrex)
- Plaats de vorm altijd op het rooster op hoogte 1.
- Geen porseleinen of zeer gewelfde borden gebruiken.
- Instellen volgens de beschrijving in de tabel. Afhankelijk van product en hoeveelheid kan een tijdsaanpassing nodig zijn.
- Om te voorkomen dat de popcorn aanbrandt de popcornzak er na 1 minuut en 30 seconden even uitnemen en schudden. Let op: heet!
ã=Kans op verbrandingen!!
- Popcornzak voorzichtig openen, er kan hete damp vrijkomen.
- Nooit het volledige magnetronvermogen instellen.
Toebehoren Hoogte
| Gewicht | Magnetronvermogen in watt Tijdsduur in minuten |
| 1 zak à 100 g | 600 W, 4min. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
Popcorn voor de magnetron Vorm, rooster 1
Tips voor de magnetron
U vindt geen instelgegevens voor de voorbereide hoeveelheid Verleng of verkort de gaartijden aan de hand van de volgende
| voedsel. | vuistregel: dubbele hoeveelheid is = bijna de dubbele tijd halve hoeveelheid = halve tijd |
| Het gerecht is te droog geworden. | Stel de volgende keer een korte gaartijd in of kies een laag magnetronvermogen. Dek het gerecht af en voeg meer vloeistof toe. |
| Het gerecht is na afloop van de ingestelde tijd nog niet ontdooid, warm of gaar. | Stel een langere tijd in. Grotere hoeveelheden en hogere gerechten hebben meer tijd nodig. |
| Aan het einde van de gaartijd is het gerecht bij de randen te heet, maar in het midden nog niet klaar. | Roer tussendoor om en kies de volgende keer een lager vermogen en een langere tijdsduur. |
| Na het ontdooien is het gevogelte of het vlees van buiten gaar, maar in het midden nog niet ontdooid. | Kies de volgende keer een lager magnetronvermogen. Bij grotere hoeveelheden dient u het te ontdooien gerecht ook meerdere malen te keren. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
Taart, cake en gebak
Bij de tabellen
Aanwijzingen
- De opgegeven tijden gelden voor producten die in de onverwarmde oven worden geplaatst.
- Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de kwaliteit en de hoeveelheid van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer hoger in. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt.
- Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.
- Zet de vorm altijd in het midden van het rooster.
Bakvormen
Aanwijzing. Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Pagina 24
Gebak in vormen Toebehoren Hoogte
Verwar- Temperatuur Magnetronvermogen Tijdsduur in mings- °C in watt minuten methode
| Cake, eenvoudig | Krans/rechthoekige vorm | 1 3 | 160-180 | 90 W 30-40 | |
| Cake, fijn (bijv. zandtaart) | Krans/rechthoekige vorm | 1 | 150-170 | - 60-80 | |
| Taartbodem van roerdeeg | Vorm vruchtentaartbodem | 2 3 | 160-180 | - 25-35 | |
| Vruchtentaart fijn, roerdeeg | Springvorm/ tulbandvorm | 1 3 | 160-180 | 90 W 30-40 | |
| Biscuitbodem, 2 eieren | Vorm vruchtentaartbodem | 1 | 150-160 | - 20-25 | |
| Biscuittaart, 6 eieren, voorverwarmen | donkere springvorm | 1 | 170-180 | - 30-40 | |
| Bodem zandtaartdeeg met rand | donkere springvorm** | 1 | 170-190 | - 30-40 | |
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg* | donkere springvorm | 2 3 | 160-170 | 180 W 30-40 | |
| Zwitserse vruchtentaart | donkere springvorm | 1 | 190-200 | - 40-50 | |
| Tulband | Tulbandvorm | 1 3 | 160-180 | 90 W 30-40 | |
| Notentaart | donkere springvorm | 1 3 | 170-180 | 90 W 35-45 | |
| Pizza, dunne bodem, weinig bedekking, voorverwarmen | ronde pizzaplaat | 1 | 220-240 | - 15-20 | |
| Hartig gebak donkere springvorm** * Gebak ca. 20 minuten in de oven laten afkoelen. ** in de braadslede plaatsen. | 1 | 180-190 | - 50-60 | ||
| Gebak in de braadslede | Toebehoren | Hoogte Verwarmingsmethode | Temperatuur °C | Magnetronvermogen Tijdsduur in in watt minuten | |
| Roerdeeg met droge bedekking | Braadslede | 2 | 160-180 | - 25-35 | |
| Roerdeeg met vochtige bedekking Braadslede (vruchten) | 1 | 3 | 160-180 | 90 W 30-40 | |
| Gistdeeg met droge bedekking | Braadslede | 2 | 170-190 | - 35-45 | |
| Gistdeeg met vochtige bedekking Braadslede (vruchten) | 2 | 170-190 | - 45-55 | ||
| Zandtaartdeeg met droge bedekking Braadslede | 2 | 160-180 | - 25-35 | ||
| Zandtaartdeeg met vochtige bedekking Braadslede (vruchten) | 1 | 160-180 | - 50-60 | ||
| Zwitserse vruchtentaart | Braadslede | 1 | 190-200 | - 40-50 | |
| Biscuitrol, voorverwarmen | Braadslede | 2 | 170-190 | - 10-20 | |
| Broodvlecht van 500 g bloem | Braadslede | 2 | 160-180 | - 40-50 | |
| Kerststol van 500 g bloem | Braadslede | 2 | 150-170 | - 60-70 | |
| Kerststol van 1 kg bloem | Braadslede | 2 | 3 | 140-150 | - 65-75 |
| Strudel, zoet | Braadslede | 1 | 3 | 190-210 | 180 W 30-40 |
| Pizza | Braadslede | 1 | 210-230 | - 25-35 | |
| Flammkuchen, voorverwarmen | Braadslede | 2 | 240-250 | - 15-20 | |
| Klein gebak | Toebehoren | Hoogte Verwarmingsmethode | Temperatuur °C Tijdsduur in minuten | ||
| Koekjes | Braadslede | 2 | 150-170 20-30 | ||
| Bitterkoekjes | Braadslede | 2 | 120-140 35-45 | ||
| Schuimgebak | Braadslede | 2 | 80-100 90-110 | ||
| Muffins | Muffinplaat op het rooster | 2 | 160-180 35-45 | ||
| Deeg van bijv. soesjes | Braadslede | 2 | 200-220 30-40 | ||
Pagina 25
| Klein gebak | Toebehoren | Hoogte Verwarmings- Temperatuur °C Tijdsduur in methode minuten | ||
|---|---|---|---|---|
| Bladerdeeggebak | Braadslede | 2 170-190 | 25-25 | |
| Gistdeeggebak | Braadslede | 2 200-220 | 20-30 | |
| Brood en broodjes | Toebehoren | Hoogte | Verwarmings- Temperatuur °C methode | Tijdsduur in minuten |
| Zuurdeegbrood van 1,2 kg bloem* | Braadslede | 2 | 250 + 170 | 10 40-50 |
| Plat rond brood* | Braadslede | 2 | 3 220-240 | 15-20 |
| Broodjes* | Braadslede | 2 | 200-220 | 20-30 |
| Broodjes van gistdeeg, zoet* | Braadslede | 2 | 190-210 | 15-25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
* De binnenruimte voorverwarmen.
Tips voor het bakken
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. | Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak. |
| U wilt een vorm van silicone, glas, kunststof of keramiek gebruiken. | De vorm moet tot 250 °C hittebestendig zijn. In deze vormen wordt het gebak minder bruin. Wanneer u de magnetron inschakelt, wordt de tijdsduur eventueel korter dan wat in de tabel staat aangegeven. |
| Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is. | Steek ongeveer 10 minuten voor het einde van de opgegeven baktijd een houten prikker in op de plek waar het gebak het hoogst is. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar. |
| Het gebak zakt in. | Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in en houd een langere baktijd aan. Houd rekening met de omroertijden in het recept. |
| Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. | Vet nu de bodem van de springvorm in. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. |
| Het gebak wordt te donker. | Kies een lagere temperatuur en een wat langere baktijd. |
| Het gebak is te droog. | Als het gebak klaar is, prikt u er met een prikker kleine gaatjes in. Vervolgens bedruppelt u het met vruchtensap of alcohol. Stel de temperatuur de volgende keer 10 graden hoger in en houd kortere baktijden aan. |
| Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen). | Gebruik de volgende keer wat minder vloeistof en bak iets langer bij een wat lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor, deze bestrooit u met amandelen of paneermeel en vervolgens brengt u de bovenste laag erop aan. Let op recepten en baktijden. |
| Het gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten. | Laat het gebak na het bakken nog 5 tot 10 minuten afkoelen, dan komt het gemakkelijker los uit de vorm. Als het er nog steeds niet uit komt, maakt u de rand voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer goed in en strooi er ook paneermeel in. |
| U heeft met uw eigen thermometer de oventemperatuur gemeten en daarbij een afwijking vastgesteld. | De oventemperatuur wordt door de fabrikant met een testrooster na een bepaalde tijd in het middelpunt van de binnenruimte gemeten. Alle vormen en toebehoren hebben invloed op de gemeten waarde, zodat u altijd een verschil zult vaststellen wanneer u zelf meet. |
| Tussen vorm en rooster ontstaan vonken. | Controleer of de vorm van buiten schoon is. Verander de positie van de vorm in de binnenruimte. Als dat niet helpt, bakt u zonder magnetron verder. De bakduur wordt dan langer. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
Braden en grillen
Bij de tabellen
Temperatuur en braadtijd zijn afhankelijk van de kwantiteit en de kwaliteit van de gerechten. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Begin met de laagste waarde en stel zo nodig de volgende keer hoger in.
Bijkomende informatie vindt u onder "Tips voor het braden en grillen" na de tabellen.
Vormen
U kunt elke vorm gebruiken die hittebestendig en geschikt voor de magnetron is. Braad- en bakvormen van metaal zijn alleen geschikt voor gebruik zonder de magnetronfunctie.
De vorm kan heel heet worden. Gebruik pannenlappen wanneer u hem uit de oven haalt.
Zet hete vormen van glas op een droge keukendoek. Wanneer u deze op een natte of koude ondergrond zet, kan het glas knappen.
Aanwijzingen voor het braden
Gebruik voor het bakken en braden van vlees en gevogelte een hoge vorm.
Controleer of de vorm in de binnenruimte past. Deze mag niet te groot zijn.
Vlees:
Zorg ervoor dat de bodem van de vorm net met vloeistof bedekt is. Voeg aan stoofvlees wat meer vloeistof toe. Keer stukken vlees na de helft van de bereidingstijd. Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen.
Verder lezen op pagina 2Inhoud