Siemens CB875G2S1, tekst van de handleiding
Pagina's 29–38 van 52 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 15–28verder op pagina 39 →
Pagina 29
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Gerechten
Runderrollade
Eenpansgerecht met groente
Gerecht instellen
U wordt volledig door het instelproces van het door u gekozen gerecht geleid. Tip steeds op de pijl .
- 1. Menutoets indrukken.
- 2. Met de draaiknop “Gerechten” kiezen.
- 3. Op de pijl tippen.
Het eerste gerecht met het voorgestelde gewicht verschijnt.
- 4. Met de draaiknop het gewenste gerecht kiezen.
- 5. Op de pijl tippen.
- 6. Met de draaiknop het gewicht instellen.
- 7. Op de pijl tippen.
Aanwijzing: U krijgt informatie over de inschuifhoogte, het bakgerei etc.
- 8. Starten met de toets start/stop.
U wordt volledig door het instelproces van het door u gekozen gerecht geleid. Tip steeds op de pijl .
Instelling is beëindigd
Er klinkt een signaal. De oven warmt niet meer op. U kunt het signaal voortijdig met de toets 0 uitschakelen.
Bent u niet tevreden met het resultaat, dan kunt u de bereidingstijd nogmaals verlengen. Tip op het veld “Nagaren”. Er wordt een tijdsduur voorgesteld die u kunt veranderen.
Bent u tevreden met het resultaat, tip dan op “Beëindigen”. Op het display verschijnt “Smakelijk eten”.
Instelling afbreken
Toets on/off indrukken. Alle instellingen zijn gewist. U kunt opnieuw instellen.
De eindtijd op een later tijdstip zetten
Bij enkele gerechten kunt u de eindtijd op een later tijdstip zetten.In de tijdfuncties ziet u hoe u de eindtijd op een later tijdstip kunt zetten. "Tijdfuncties" op pagina 15
Heeft u een eindtijd ingesteld, dan verschijnt de wachttijd op het display. In de statusregel staat het tijdstip waarop de werking eindigt. Er kunnen geen instellingen worden gewijzigd. Houd er rekening mee dat levensmiddelen die snel bederven niet te lang in de binnenruimte mogen staan.
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
U vindt hier een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt zijn voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over vormen en de bereiding.
Aanwijzing: Bij het bereiden van levensmiddelen kan veel waterdamp in de binnenruimte ontstaan.
Uw apparaat is heel energie-efficiënt en geeft tijdens de werking slechts weinig warmte naar buiten af. Op grond van de hoge temperatuurverschillen tussen de binnenruimte en de buitenste delen van het apparaat kan er condenswater op de deur, het bedieningspaneel of nabijgelegen meubelfronten neerslaan. Dit is een normaal natuurkundig verschijnsel. Door voorverwarmen of de deur voorzichtig te openen, kan het condensaat worden gereduceerd.
Vormen van silicone
Voor een optimaal kookresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
Wanneer u niettemin vormen van silicone wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De hoeveelheid- en receptgegevens kunnen afwijken.
Gebak en klein gebak
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van gebak en klein gebak. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogte voor het bakken op één niveau:
- Hoogte 1
Bakken op twee niveaus
Gebruik 4Dhetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
- Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Pagina 30
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie sparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Gebruik bij vochtig gebak de braadslede, zodat bij overlopend vocht de binnenruimte niet vuil wordt.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de
kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Gebak of klein gebak zou dan alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorbakken zijn.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven baktijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Voor bepaalden gerechten is het nodig om voor te verwarmen, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Wilt u volgens eigen recept bakken, ga dan te werk volgens de beschrijving van soortgelijk gebak in de tabel.Bijkomende informatie vindt u onder de tips voor het bakken na de insteltabel.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- 4D-hetelucht
- • Boven- en onderwarmte
- • Pizzastand
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Gebak in vormen | |||||
| Cake, eenvoudig | Krans/rechthoekige vorm | 1 | 150-170 | 55-70 | |
| Cake, fijn | Krans/rechthoekige vorm | 1 | 150-170 | 60-80 | |
| Vruchtentaart van roerdeeg, fijn | Tulbandvorm | 1 | 160-180 | 45-60 | |
| Taartbodem van roerdeeg | Taartbodemvorm | 1 | 150-170 | 20-40 | |
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 170-180 | 60-80 | |
| Zwitserse vruchtentaart | Pizzaplaat | 1 | 190-210 | 45-55 | |
| Taart | Taartvorm, zwart metaal | 1 | 190-210 | 25-40 | |
| Gistdeegtulband | Tulbandvorm | 1 | 150-160 | 65-75 | |
| Gistdeeggebak in de springvorm | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 150-160 | 25-35 | |
| Biscuitbodem, 2 eieren | Taartbodemvorm | 1 | 170-180 | 20-30 | |
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 160-170* | 25-35 | |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 150-170* | 30-50 | |
| Gebak op de plaat | |||||
| Cake met bedekking | Bakplaat | 1 | 160-180 | 20-40 | |
| Cake, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 35-50 | |
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 170-190 | 25-40 | |
| * voorverwarmen ** 5 min. voorverwarmen, niet de snelverwarmingsfunctie gebruiken. | |||||
Pagina 31
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 40-55 | |
| Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 1 | 160-180 | 60-80 | |
| Zwitserse vruchtentaart | Braadslede | 1 | 180-200 | 45-50 | |
| Gistdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 160-180 | 15-25 | |
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 1 | 180-200 | 30-45 | |
| Gistdeeggebak met droge bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 160-170 | 25-35 | |
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-160 | 45-60 | |
| Broodvlecht, gistdeegkrans | Bakplaat | 1 | 150-160 | 35-45 | |
| Biscuitrol | Bakplaat | 1 | 190-210* | 10-15 | |
| Kerststol van 500 g bloem | Braadslede | 1 | 150-160 | 50-60 | |
| Strudel, zoet | Braadslede | 1 | 170-180 | 40-60 | |
| Strudel, diepvries | Bakplaat | 1 | 190-210 | 30-45 | |
| Klein gebak | |||||
| Small cakes | Bakplaat | 1 | 160** | 25-35 | |
| Small cakes | Bakplaat | 1 | 150** | 25-35 | |
| Small cakes, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150** | 25-35 | |
| Muffins | Muffinplaat | 1 | 170-190 | 15-30 | |
| Muffins, 2 niveaus | Muffinplaten | 3+1 | 150-170* | 20-30 | |
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat | 1 | 160-170 | 30-40 | |
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 2 | 170-190* | 20-45 | |
| Bladerdeeggebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 170-190* | 20-45 | |
| Branddeeggebak, bijv. soesjes | Bakplaat | 1 | 200-220 | 30-45 | |
| Plunderdeeggebak | Bakplaat | 1 | 160-180 | 20-30 | |
| Koekjes | |||||
| Sprits | Bakplaat | 1 | 150-160** | 25-40 | |
| Sprits | Bakplaat | 1 | 140-150** | 25-40 | |
| Sprits, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-150** | 30-40 | |
| Koekjes | Bakplaat | 2 | 140-160 | 15-30 | |
| Koekjes, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 130-150 | 20-35 | |
| Schuimgebak | Bakplaat | 2 | 80-90* | 120-150 | |
| Schuimgebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 80-90* | 120-180 | |
| Makronen | Bakplaat | 2 | 90-110 | 20-40 | |
| Makronen, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 90-110 | 20-40 | |
| * voorverwarmen ** 5 min. voorverwarmen, niet de snelverwarmingsfunctie gebruiken. | |||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
| Tips voor gebak en klein gebak | |
|---|---|
| U wilt vaststellen, of het gebak doorgebakken is. | Steek met een houten prikker op de hoogste plaats in het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar. |
| Het gebak zakt in. | Gebruik de volgende keer minder vloeistof. Of stel de temperatuur 10 °C lager in en verleng de baktijd. Let op de aangegeven ingrediënten en bereidingsaanwijzingen in het recept. |
| Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. | Vet alleen de bodem van de springvorm in. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. |
| Het sap van de vruchten stroomt over. | Gebruik de volgende keer de braadslede. |
Pagina 32
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Klein gebak plakt bij het bakken aan elkaar. | Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2cm te zijn. Zo is er voldoende plaats om het gebak goed te laten rijzen en helemaal bruin te laten worden. |
| Het gebak is te droog. | Stel de temperatuur 10 °C hoger in en verkort de baktijd. |
| Het gebak is over het geheel te licht. | Zijn de inschuifhoogte en de toebehoren juist, verhoog dan evt. de temperatuur of houd een langere baktijd aan. |
| Het gebak is aan de bovenkant te licht, maar onder te donker. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau hoger. |
| Het gebak is aan de bovenkant te donker, maar onder te licht. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. Kies een lagere temperatuur en verleng de baktijd. |
| Het gebak wordt te donker aan de achterkant. | Zet de bakvorm niet direct tegen de achterwand maar midden op de toebehoren. |
| Het gebak is over het geheel te donker. | Kies de volgende keer een lagere temperatuur en verleng evt. de baktijd. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een wat lagere temperatuur. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past. Let erop dat de bakvorm niet direct voor de openingen in de achterwand van de binnenruimte staat. Bij het bakken van klein gebak moet u indien mogelijk gelijke groottes en diktes aanhouden. |
| U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste. | Kies voor het bakken op meerdere niveaus altijd 4D-hetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. |
| Het gebak ziet er goed uit, maar is binnen niet goed doorgebakken. | Bak iets langer bij een wat lagere temperatuur en voeg evt. minder vloeistof toe. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. |
| Het gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten. | Laat het gebak na het bakken nog 5 tot 10 minuten afkoelen. Als het er nog steeds niet uit komt, maakt u de rand voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer in en bestrooi hem met paneermeel. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
Brood en broodjes
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van brood en broodjes. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogte voor het bakken op één niveau:
- Hoogte 1
Bakken op twee niveaus
Gebruik 4Dhetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
- Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie sparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Diepvriesproducten
Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten. Verwijder het ijs van het gerecht.
Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.
Pagina 33
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse broden en broodjes de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Het brood of de broodjes zouden alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorgebakken zijn.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven baktijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Voor bepaalden gerechten is het nodig om voor te verwarmen, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte. Sommige gerechten lukken het best
wanneer ze in meerdere stappen worden gebakken. Deze zijn in de tabel aangegeven.
De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.
Wilt u volgens eigen recept bakken, ga dan te werk volgens de beschrijving van soortgelijk gebak in de tabel.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Attentie!
Nooit water in de hete binnenruimte gieten of vormen met water op de bodem van de oven plaatsen. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- 4D-hetelucht
- • Boven- en onderwarmte
- 4 Circulatiegrillen
- • Grill, groot
- • Grill, klein
| Gerecht | Toebehoren | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Grillstand | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Brood | ||||||
| Wit brood, 750 g | Braadslede of rechthoekige vorm | 1 | 210-220* | 10-15 | ||
| 180-190 | 25-35 | |||||
| Gemengd brood, 1,5 kg | Braadslede of rechthoekige vorm | 1 | 210-220* | 10-15 | ||
| 180-190 | 40-50 | |||||
| Volkorenbrood, 1 kg | Braadslede | 1 | 210-220* | 10-15 | ||
| 180-190 | 40-50 | |||||
| Plat rond brood | Braadslede | 1 | 250-270 | 20-30 | ||
| Broodjes | ||||||
| Afbakbroodje of -stokbrood, voorgebakken | Braadslede | 2 | 200-220 | 10-20 | ||
| Broodjes, zoet, vers | Bakplaat | 1 | 170-180* | 15-25 | ||
| Broodjes, zoet, vers, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-160* | 20-30 | ||
| Broodjes, vers | Bakplaat | 1 | 180-200 | 25-35 | ||
| Baguette, voorgebakken, gekoeld | Braadslede | 2 | 200-220 | 10-20 | ||
| Broodjes, diepvries | ||||||
| Afbakbroodje of -stokbrood, voorgebakken | Braadslede | 2 | 200-220 | 15-25 | ||
| Pretzels, ongebakken | Bakplaat | 1 | 220-240 | 15-25 | ||
| Croissant, ongebakken | Bakplaat | 1 | 150-170* | 20-35 | ||
| Toast | ||||||
| Toast grillen, 4 stuks | Rooster | 2 | - | 3 | 5-15 | |
| Toast grillen, 12 stuks | Rooster | 2 | 4 | 250 | 5-15 | |
| Toast roosteren | Rooster | 3 | - | 3 | 3-6 | |
| * voorverwarmen | ||||||
Pagina 34
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Pizza, quiche en hartig gebak
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken pizza, quiche en hartig gebak. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogte voor het bakken op één niveau:
- Hoogte 1
Bakken op twee niveaus
Gebruik 4Dhetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
- Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie sparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Gebruik de braadslede bij dik belegde pizza's.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Diepvriesproducten
Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten. Verwijder het ijs van het gerecht.
Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Het gerecht zou alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorgebakken zijn.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven baktijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Voor bepaalden gerechten is het nodig om voor te verwarmen, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Wilt u volgens eigen recept bakken, ga dan te werk volgens de beschrijving van soortgelijk gebak in de tabel.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- 4D-hetelucht
- • Boven- en onderwarmte
- • Pizzastand
- coolStart-functie
| Gerecht | Toebehoren | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Pizza | |||||
| Pizza, vers | Bakplaat | 1 | 200-220 | 20-30 | |
| Pizza, vers, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 180-200 | 35-45 | |
| Pizza, vers, dunne bodem | Pizzaplaat | 1 | 210-230 | 20-30 | |
| Pizza, diepvries | Rooster | 1 | 210-230 | 10-20 | |
| * voorverwarmen ** Houd u aan de instructies op de verpakking | |||||
Pagina 35
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
| Gerecht | Toebehoren | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Pizza, diepvries | |||||
| Pizza, dunne bodem, 1 stuk** | Rooster | 1 | - | - | |
| Pizza, dunne bodem, 2 stuk | Rooster + bakplaat | 3+1 | 200-220 | 15-25 | |
| Pizza, dikke bodem, 1 stuk** | Rooster | 1 | - | - | |
| Pizza, dikke bodem, 2 stuk | Braadslede + rooster | 3+1 | 160-180 | 25-35 | |
| Pizza-baguette | Rooster | 1 | 200-220 | 20-30 | |
| Mini-pizza's** | Braadslede | 1 | - | - | |
| Hartig gebak & quiche | |||||
| Hartig gebak in vormen | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 170-190 | 50-60 | |
| Quiche | Taartvorm, zwart metaal | 1 | 190-210 | 30-45 | |
| Flammkuchen | Braadslede | 1 | 260-280* | 10-20 | |
| Pierogi | Ovenschaal | 1 | 190-200 | 40-50 | |
| Pierogi | Ovenschaal | 2 | 170-190 | 50-70 | |
| Empanada | Braadslede | 1 | 180-190 | 35-45 | |
| Börek | Braadslede | 1 | 180-200 | 35-45 | |
| * voorverwarmen ** Houd u aan de instructies op de verpakking | |||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
Ovenschotel en soufflé
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van ovenschotels en soufflé. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Inschuifhoogtes
Gebruik altijd de aangegeven inschuifhoogtes.
U kunt op een niveau in vormen of met de braadslede bakken.
- Vormen op het rooster: hoogte 1
- Braadslede: hoogte 2
Soufflés kunt u ook in waterbad in de braadslede bakken. Plaats hiertoe de braadslede op hoogte 1.
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie sparen. Plaats de vormen naast elkaar in de binnenruimte.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede
De braadslede er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Vormen
Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerechten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge vorm hebben de gerechten meer tijd nodig en worden donkerder aan de bovenkant.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse ovenschotels en soufflés de optimale verwarmingsmethode.
Temperatuur en bereidingstijd zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De bereidingstijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. De ovenschotel of soufflé zou allen van buiten gaar zijn, maar van binnen rauw.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Indien u volgens eigen recept wilt bereiden dan oriënteert u zich aan soortgelijke gerechten in de tabel.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Pagina 36
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- 4D-hetelucht
- • Boven- en onderwarmte
- • Pizzastand
- coolStart-functie
| Ovenschotel & soufflé | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Ovenschotel, hartig, gegaarde ingrediënten | Ovenschaal | 1 | 200-220 | 35-55 | |
| Ovenschotel, zoet | Ovenschaal | 1 | 170-190 | 45-60 | |
| Lasagne, vers, 1 kg | Ovenschaal | 1 | 160-180 | 50-60 | |
| Lasagne, diepvries, 400 g** | Braadslede | 1 | - | - | |
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog | Ovenschaal | 1 | 170-180 | 50-60 | |
| Soufflé | Ovenschaal | 1 | 160-170* | 40-50 | |
| Soufflé | Portievormen | 1 | 170-190 | 65-75 | |
| * voorverwarmen ** Houd u aan de instructies op de verpakking | |||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
Gevogelte
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bereiden van gevogelte. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor enkele gerechten.
Braden op het rooster
Het braden op het rooster is bijzonder geschikt voor groot gevogelte of meerdere stukken tegelijk.
Schuif de braadslede met het rooster in de aangegeven inschuifhoogte. Let erop dat het rooster goed op de braadslede ligt. "Toebehoren" op pagina 11
Giet afhankelijk van de grootte en het soort gevogelte tot liter water in de braadslede. Afdruipend vet wordt opgevangen. Uit dit braadvocht kunt u een saus bereiden. Bovendien ontstaat zo minder rook en blijft de binnenruimte schoner.
Braden in vormen
Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de bakoven. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
Glazen vormen zijn het meest geschikt. Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. Het gevogelte gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/ of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Open vorm
Gebruik voor het braden van gevogelte het beste een hoge vorm. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, gebruikt u de braadslede.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten
vorm veel schoner. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
Bij het openen van het deksel na het garen, kan zeer hete stoom ontwijken. Til het deksel van achteren op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Gevogelte kan ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Grillen
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
Leg het vlees op het rooster. Plaats bovendien de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur ten minste één inschuifhoogte eronder. Uitdruipend vet wordt zo opgevangen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en gewicht. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
Aanwijzingen
- Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
- Bij het grillen kan rook ontstaan.
Braadthermometer
Met de braadthermometer kunt u exact garen. Lees de belangrijke instructies voor het gebruik van de braadthermometer na in het betreffende hoofdstuk. U vindt daar gegevens over het insteken van de braadthermometer, de mogelijke verwarmingsmethoden en verdere informatie.
"Braadthermometer" op pagina 19
Pagina 37
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor het gevogelte de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur van het levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor ongevuld, braadklaar gevogelte op koelkasttemperatuur dat in de onverwarmde binnenruimte wordt geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
In de tabel vindt u gegevens voor gevogelte met voorgesteld gewicht. Wanneer u zwaarder gevogelte wilt bereiden, gebruik dan in elk geval de lage temperatuur. Bij meerdere stukken oriënteert u zich aan het zwaarste stuk om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke stukken dienen ongeveer even groot te zijn.
In het algemeen geldt: hoe groter het gevogelte, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Gevogelte na ca. tot van de aangegeven tijd keren.
Aanwijzing: Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Tips
- Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in. Zo kan het vet weglopen.
- Snij bij eendenborst de huid in. Keer de eendenborst niet.
- Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de borstzijde resp. de huidzijde onder is.
- Gevogelte wordt bijzonder knapperig bruin als u het tegen het einde van de bereidingstijd bestrijkt met boter, zout water of sinaasappelsap.
Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- • Boven- en onderwarmte
- 4 Circulatiegrillen
- • Grill, groot
- coolStart-functie
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Grillstand | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Kip | ||||||
| Kip, 1 kg | Rooster | 1 | 4 | 200-220 | - | 60-70 |
| Kipfilet, à 150 g (grillen) | Rooster | 2 | - | 3* | 15-20 | |
| Kleine kipdelen, à 250 g | Rooster | 2 | 4 | 220-230 | - | 30-35 |
| Kipsticks, nuggets, diepvries** | Braadslede | 2 | - | - | - | |
| Poularde, 1,5 kg | Rooster | 1 | 4 | 200-220 | - | 70-90 |
| Eend & gans | ||||||
| Eend, 2 kg | Rooster | 1 | 4 | 180-200 | - | 90-110 |
| Eendenborst, à 300 g | Rooster | 2 | 4 | 230-250 | - | 25-30 |
| Gans, 3 kg | Rooster | 1 | 4 | 160-180 | - | 120-150 |
| Ganzenbouten, à 350 g | Rooster | 2 | 4 | 210-230 | - | 40-50 |
| Kalkoen | ||||||
| Kalkoen, 2,5 kg | Rooster | 1 | 4 | 180-190 | - | 70-90 |
| Kalkoenfilet, zonder been, 1 kg | Gesloten vorm | 1 | 240-260 | - | 80-100 | |
| Kalkoendij, met been, 1 kg | Rooster | 1 | 4 | 180-200 | - | 80-100 |
| * 5 min voorverwarmen ** Houd u aan de instructies op de verpakking | ||||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
Vlees
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bereiden van vlees. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Braden en stoven
Bestrijk mager vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op.
Snij een zwoerd kruisgewijs in. Let er bij het keren van braadvlees op dat eerst de zwoerd onder is.
Als het braadvlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte blijven liggen. Zo kan het vleessap zich beter verdelen. Wikkel het braadvlees evt. in aluminiumfolie. Bij de opgegeven bereidingstijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
Pagina 38
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Braden op het rooster
Op het rooster wordt vlees van alle kanten bijzonder knapperig.
Giet afhankelijk van de grootte en het soort vlees tot liter water in de braadslede. Afdruipend vet en vleessap wordt opgevangen. Uit dit braadvocht kunt u een saus bereiden. Bovendien ontstaat zo minder rook en blijft de binnenruimte schoner.
Schuif de braadslede met het rooster in de aangegeven inschuifhoogte. Let erop dat het rooster goed op de braadslede ligt. "Toebehoren" op pagina 11
Braden en stoven in een vorm
Het braden en stoven in een vorm is comfortabeler. U kunt het braadvlees met de vorm eenvoudiger uit de binnenruimte nemen en de saus direct in de vorm bereiden.
Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de werking oven. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
Glazen vormen zijn het meest geschikt. Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. In glazen vormen moet de bodem van de vorm ca. cm hoog bedekt zijn.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen en of u een deksel gebruikt. Wanneer u vlees in geëmailleerde of donkere braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Open vorm
Gebruik voor het braden van vlees het beste een hoge vorm. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, gebruikt u de braadslede.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens het garen uitzetten.
Bij het openen van het deksel na het garen, kan zeer hete stoom ontwijken. Til het deksel van achteren op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Voor het stoven, braadt u het vlees naar wens eerst aan. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of iets dergelijks aan toe. De bodem van de vorm dient ca 1-2 cm bedekt te zijn.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe.
Vlees kan ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Grillen
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
Leg het vlees op het rooster. Plaats bovendien de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur ten minste één inschuifhoogte eronder. Uitdruipend vet wordt zo opgevangen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en gewicht. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster.
Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
Zout het vlees pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees.
Aanwijzingen
- Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
- Bij het grillen kan rook ontstaan.
Braadthermometer
Met de braadthermometer kunt u exact garen. Lees de belangrijke instructies voor het gebruik van de braadthermometer na in het betreffende hoofdstuk. U vindt daar gegevens over het insteken van de braadthermometer, de mogelijke verwarmingsmethoden en verdere informatie.
"Braadthermometer" op pagina 19
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor talrijke vleesgerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur van het levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor vlees op koelkasttemperatuur dat in de onverwarmde binnenruimte wordt geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
In de tabel vindt u gegevens voor stukken braadvlees met voorgesteld gewicht. Wanneer u een zwaar stuk wilt braden, gebruik dan in elk geval de lage temperatuur. Bij meerdere stukken oriënteert u zich aan het zwaarste stuk om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke stukken dienen ongeveer even groot te zijn.
In het algemeen geldt: hoe groter het braadvlees, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Braadvlees en grillvlees na ca. tot van de aangegeven tijd keren.
Indien u volgens eigen recept wilt bereiden dan oriënteert u zich aan soortgelijke gerechten.