Siemens HB578BBS0, tekst van de handleiding
Pagina's 17–30 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 3–16verder op pagina 31 →
Pagina 17
Kinderslot nl
Kinderslot
Om te voorkomen dat kinderen het apparaat per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen, is het voorzien van een kinderslot.
Aanwijzingen
- In de basisinstellingen kunt u vastleggen of de functie Kinderslot kan worden ingesteld.
"Basisinstellingen" op pagina 17
- Een eventueel aangesloten kookplaat wordt niet beïnvloed doordat de oven is voorzien van een kinderslot.
Activeren en deactiveren
Om het kinderslot te activeren moet de functiekeuzeknop op de nulstand staan.
Toets ca. 4 seconden lang indrukken.
Het symbool hiervoor verschijnt op het display. Het kinderslot is geactiveerd.
Aanwijzing: Wanneer er een wekkertijd is ingesteld, loopt deze verder. Zolang het kinderslot actief is, kan de wekkertijd niet worden veranderd.
Om het te deactiveren opnieuw ca. 4 seconden lang toets indrukken tot het symbool van het display verdwijnt.
Basisinstellingen
Er zijn verschillende instellingen beschikbaar om uw apparaat optimaal en eenvoudig te kunnen bedienen. U kunt nu deze instellingen naar wens wijzigen:
Lijst met basisinstellingen
Afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat zijn niet alle basisinstellingen beschikbaar.
| Basisinstelling | Keuze | |
|---|---|---|
| Signaalduur na het verstrijken van een tijdsduur of wekkertijd | = ca. 10 seconden = ca. 30 seconden* = ca. 2 minuten | |
| Wachttijd totdat een instelling is overgenomen | = ca. 3 seconden* = ca. 6 seconden = ca. 10 seconden | |
| Toetssignaal bij het tippen op een toets | = uit = aan* | |
| Helderheid van de displayverlichting | = donker = gemiddeld* = licht | |
| Indicatie van de tijd | = tijdsweergave uit = tijdsweergave aan* | |
| Kinderslot activeren mogelijk | = nee = ja* = ja, met deurvergrendeling** | |
| Verlichting van de binnenruimte bij gebruik | = nee = ja* | |
| Nalooptijd van de koelventilator | = kort = gemiddeld* = lang = extra lang | |
| Sabbat-instelling beschikbaar | = nee* = ja | |
| Alle waarden naar de fabrieksinstelling terugzetten | = nee* = ja | |
| * Fabrieksinstelling (afhankelijk van het apparaattype kunnen de fabrieksinstellingen afwijken) ** Niet beschikbaar bij alle apparaten. | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
--------
Pagina 18
nl Sabbatinstelling
Basisinstellingen wijzigen
De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- 1. Toets ca. 4 seconden lang indrukken.
Op het display verschijnt de eerste basisinstelling, bijv. .
- 2. De instelling naar wens met de temperatuurknop wijzigen.
- 3. Met toets naar de volgende basisinstelling gaan.
- 4. Met toets of op deze manier door alle basisinstellingen gaan en ze naar wens met de temperatuurknop veranderen.
- 5. Tot slot ter bevestiging toets opnieuw ca. 4 seconden lang indrukken.
Alle basisinstellingen zijn overgenomen.
U kunt de basisinstellingen op elk moment opnieuw wijzigen.
Aanwijzing: Na een stroomonderbreking blijven de ingevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behouden.
Sabbatinstelling
Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur van meer dan 70 uur instellen. De gerechten in de oven blijven warm, zonder dat u deze hoeft in of uit te schakelen.
Sabbatinstelling starten
Voordat u de sabbatinstelling kunt gebruiken, dient u deze in de basisinstelling te activeren.
"Basisinstellingen" op pagina 17
Het apparaat loopt met boven- en onderwarmte. Er kan een temperatuur tussen 85 °C en 140 °C worden ingesteld. De tijdsduur kan worden ingesteld in stappen van 24 tot 72 uur.
- 1. De functiekeuzeknop op Programma's zetten. Op het display verschijnt .
- 2. Met de temperatuurknop de temperatuur instellen.
- 3. Twee keer op toets tippen.
Op het display is de tijdsduur gemarkeerd.
- 4. Met toets of de tijdsduur instellen.
Aanwijzing: De eindtijd kan niet op een later tijdstip worden gezet.
Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen. Op het display loopt de tijdsduur af.
Wanneer de tijdsduur van de sabbatinstelling beëindigd is, klinkt er een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display staat de tijdsduur op nul.
Schakel het apparaat uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
Wijzigen en afbreken
Na de start kunnen de instellingen niet meer worden gewijzigd.
Wilt u de sabbatinstelling afbreken, schakel het apparaat dan uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
Pagina 19
Reinigen nl
Reinigen
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen we uit hoe u het apparaat goed onderhoudt en schoonmaakt.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Let op de opgaven in de tabellen om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen worden beschadigd. Afhankelijk van het apparaattype zijn bij uw apparaat niet alle voorzieningen beschikbaar.
Attentie!
Oppervlakteschade
Gebruik geen
- scherpe of schurende schoonmaakmiddelen,
- sterk alcoholhoudende schoonmaakmiddelen,
- harde schuur- of schoonmaaksponsjes,
- hogedrukreiniger of stoomreiniger of
- speciale schoonmaakmiddelen voor de warmtereiniging.
Was nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uit.
Tip: Bijzonder aanbevelenswaardige schoonmaak- en verzorgingsmiddelen kunt u kopen bij de servicedienst. Houd u aan de betreffende aanwijzingen van de fabrikant.
Waarschuwing – Risico van verbranding!
Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
| Bereik | Schoonmaken |
|---|---|
| Buitenzijde apparaat | |
| Voorzijde van roestvrij staal | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Kalk, vet, zetmeel en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan corrosie ontstaan. Bij de servicedienst of in de vakhandel zijn speciale schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal verkrijgbaar die geschikt zijn voor warme oppervlakken. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. |
| Knststof | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken. |
| Gelakte oppervlakken | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. |
| Bedieningspaneel | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
| Ruiten van de deur | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen schraper of schuursponsjes van roestvrij staal gebruiken. |
| Deurgreep | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Als er ontkalkingsmiddel op de deurgreep komt, direct afnemen. Anders ontstaan er mogelijk vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden. |
| Binnenzijde apparaat | |
| Emaillen vlakken | Warm zeepsop of water met azijn: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Ingebrande voedselresten met een vochtige doek en zeepsop losweken. Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken. Attentie! Nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte gebruiken. Er kan schade aan het email ontstaan. Vóór het volgende opwarmen resten uit de binnenruimte en van de toesteldeur volledig verwijderen. De binnenruimte na het schoonmaken open laten om te drogen. Het beste de reinigingsfunctie gebruiken. "Reinigingsfunctie" op pagina 20 Aanwijzing: Door levensmiddelresten kan witte aanslag ontstaan. Deze zijn ongevaarlijk en hebben geen invloed op de werking. Zo nodig verwijderen met citroenzuur. |
| Glazen kapje van de binnenruimteverlichting | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Bij sterke vervuiling ovenspray gebruiken. |
| Deurafscherming | van roestvrijstaal: Reinigingsmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht. Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. van kunststof: Met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen. Met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken. Deurafscherming afnemen om hem schoon te maken. |
| Bodem van de apparaatdeur | Warm zeepsop of water met azijn: Met een schoonmaakdoekje reinigen. |
| Toebehoren | Warm zeepsop: Laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel. Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal gebruiken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
--------
Pagina 20
nl Reinigingsfunctie
Aanwijzingen
- Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
- Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflexen van de verlichting van de binnenuimte.
- Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen.Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking.
De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
Apparaat schoon houden
Om te voorkomen dat er hardnekkig vuil ontstaat, dient u het apparaat altijd schoon te houden en vuil direct te verwijderen.
Waarschuwing – Risico van brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Tips
- De binnenruimte na gebruik altijd schoonmaken. Zo kan er geen vuil inbranden.
- Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk.
- Voor het bereiden van zeer vochtig gebak de braadslede gebruiken.
- Gebruik geschikt gerei om te braden, bijv. een braadpan.
Reinigingsfunctie
Reinig de binnenruimte met de reinigingsfunctie "zelfreiniging".
U kunt drie reinigingsstanden kiezen.
| Stand | Reinigingsgraad | Bereidingstijd |
|---|---|---|
| 1 | licht | ca. 1 uur, 15 min. |
| 2 | gemiddeld | ca. 1 uur, 30 min. |
| 3 | intensief | ca. 2 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Hoe sterker en ouder de verontreiniging, des te hoger de reinigingsstand moet zijn. Het is voldoende wanneer u de binnenruimte om de twee tot drie maanden reinigt. Zo nodig kunt u het ook vaker doen. Voor het reinigen zijn ca. 2,5-4,8 kilowattuur nodig.
Aanwijzingen
- Voor uw veiligheid vergrendelt de apparaatdeur vanaf een bepaalde temperatuur automatisch. Hij kan pas weer worden geopend wanneer het vergrendelingssymbool van het display verdwenen is.
- De verlichting van de binnenruimte is tijdens de reiniging niet aan.
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding!
Risico van
- De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen. Nooit de apparaatdeur openen. Het apparaat laten afkoelen.Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- verbranding!• De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen. Nooit de apparaatdeur aanraken. Het apparaat laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Waarschuwing
Gezondheidsrisico!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een heel hoge temperatuur op zodat resten van braden, grillen en bakken verbranden.Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden. Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig ventileren. Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven. Kinderen en huisdieren uit de buurt houden. Ook bij tijduitstel met verplaatste eindtijd de aanwijzingen in acht nemen.
Pagina 21
Reinigingsfunctie nl
Vóór de reiniging
De binnenruimte moet leeg zijn. Accessoires en vormen uit de binnenruimte nemen.
Maak de apparaatdeur en de randvlakken van de binnenruimte bij de deurdichting schoon. De dichting niet schuren en niet afnemen.
Waarschuwing
Risico van brand!
Risico van
- Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens de reiniging vlam vatten. Verwijder voordat de reiniging start altijd de grove verontreiniging uit de binnenruimte. Geen accessoires meereinigen.
Risico van
- brand!De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen. Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoeken, aan de deurgreep hangen. De voorzijde van het apparaat vrij houden. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- brand!Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in het bereik van de deur. De dichting niet schuren en niet afnemen.Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken;
Reinigingsfunctie instellen
Let erop dat u voor het instellen van de reinigingsfunctie alle aanwijzingen voor de voorbereiding opvolgt.
De tijdsduur voor elke reinigingsstand staat vast en kan niet meer veranderd worden.
- 1. Met de functiekeuzeknop Zelfreiniging instellen.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop de reinigingsstand instellen.
Op het display verschijnt een tijdsduur bij elke stand. Na enkele seconden start de reinigingsfunctie. De tijdsduur loopt af op het display.
Zorg ervoor dat de keuken geventileerd wordt zolang de reiniging loopt.
Kort na de start vergrendelt de apparaatdeur.Op het display verschijnt het symbool .
Wanneer de reiniging beëindigd is, klinkt er een signaal. Op het display staat de tijdsduur op nul. Schakel het apparaat uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
De apparaatdeur kan pas weer worden geopend wanneer de binnenruimte voldoende is afgekoeld en het vergrendelingssymbool verdwenen is.
De eindtijd op een later tijdstip zetten
U kunt de eindtijd uitstellen. Voor de start op toets tippen, tot het eindsymbool op het display gemarkeerd is. Met toets het einde uitstellen.
Na de start gaat het apparaat in de wachtstand.
Wijzigen en afbreken
Na de start kan de reinigingsstand niet meer veranderd worden.
De eindtijd kan veranderd worden zolang het apparaat zich in de wachtstand bevindt.
Wanneer u de reinigingsfunctie wilt afbreken, schakelt u het apparaat door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
De apparaatdeur blijft eventueel zolang vergrendeld tot de binnenruimte voldoende is afgekoeld en het vergrendelingssymbool van het display verdwenen is.
Na de reiniging
Laat de binnenruimte goed afkoelen. Achtergebleven as in de binnenruimte en bij de apparaatdeur afnemen met een vochtig doekje.
Aanwijzing: Als gevolg van een te grote verontreiniging kan er een witte aanslag ontstaan op de emaillen oppervlakken. Daarbij gaat het om voedselresten die geen kwaad kunnen. Ze zijn niet van invloed op de werking. U kunt de voedselresten zo nodig met citroenzuur verwijderen.
Pagina 22
nl Apparaatdeur
Apparaatdeur
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij u uit hoe u de apparaatdeur kunt verwijderen en schoonmaken.
Apparaatdeur verwijderen en inbrengen
Om de reiniging van de binnenruimte te vergemakkelijken kan de apparaatdeur worden verwijderd.
- 1. De deur van het apparaat tot de aanslag openen.
- 2. De deur met beide handen rechts en links vastpakken, iets optillen en eruit trekken.
Voorzichtig op een egaal vlak plaatsen. Aan de onderkant van de apparaatdeur bevinden zich gevoelige onderdelen.
De apparaatdeur na de reiniging in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.
Deurafscherming afnemen
De roestvrijstalen inlegger in de deurafscherming kan verkleuren. Om de ovendeur grondig schoon te maken kunt u de afscherming verwijderen. "Reinigen" op pagina 19
- 1. Apparaatdeur een beetje openen.
- 2. Links en rechts op de afscherming drukken (Afb. ).
- 3. De afscherming eraf halen (Afb. ).
De apparaatdeur voorzichtig sluiten.
- 1 2
Aanwijzing: De roestvrijstalen inlegger in de afscherming schoonmaken met een middel voor roestvrij staal. De rest van de afscherming reinigen met zeepsop en een zachte doek.
- 4. De apparaatdeur weer een beetje openen. De afscherming plaatsen en bij de uiteinden aandrukken tot hij hoorbaar vergrendelt (Afb. ).
- 5. De apparaatdeur sluiten.
Deurruiten verwijderen en inbrengen
Om ze gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de apparaatdeur afnemen.
Demontage
- 1. De apparaatdeur een beetje openen.
- 2. Links en rechts op de afscherming drukken (Afb. ).
- 3. De afscherming eraf halen (Afb. ).
- 1 2
- 4. Klem er voordat u de deur weer sluit, een samengevouwen vaatdoek tussen (Afb. ).
- 5. De schroeven links en rechts van de apparaatdeur losdraaien en verwijderen. . De voorste ruit er naar boven uittrekken en met de deurgreep naar beneden op een egaal oppervlak leggen. (Afb. ).
Pagina 23
Apparaatdeur nl
- 6. De beide houders van de middelste ruit naar boven drukken, maar niet afnemen (Afb. ). De ruit met één hand goed vasthouden. De ruit uitnemen.
Reinig de ruiten met glasreiniger en een zachte doek.
Waarschuwing
Risico van letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
Montage
Let er bij het inbouwen van de middelste ruit op dat de pijl zich rechtsboven op de ruit bevindt en overeenstemt met de pijl op de plaat.
- 1. De middelste ruit onder in de houder inbrengen (Afb. ) en aan de bovenkant aandrukken.
- 2. Beide houders naar beneden drukken (Afb. ).
- 1 2
- 3. De voorste ruit onder in de houders leiden (Afb. ).
- 4. De voorste ruit sluiten tot de beide bovenste haken zich tegenover de opening bevinden (Afb. ).
- 5. Druk tegen de bovenkant van de onderste ruit, tot hij hoorbaar vergrendelt (Afb. ).
- 6. De beide schroeven links en rechts weer inschroeven.
- 7. De apparaatdeur weer een beetje openen en de vaatdoek verwijderen.
- 8. De afscherming plaatsen en aan de uiteinden aandrukken tot hij hoorbaar vergrendelt (Afb. ).
- 9. De apparaatdeur sluiten.
Attentie!
Gebruik de binnenruimte pas weer wanneer de apparaatdeur naar behoren is gemonteerd.
Pagina 24
nl Wat te doen bij storingen?
3Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Probeer voordat u contact opneemt met de servicedienst de storing zelf op te lossen met behulp van de tabel.
Storingen zelf verhelpen
Technische storingen aan het apparaat kunt u vaak heel gemakkelijk zelf verhelpen.
Lukt een gerecht niet optimaal, dan vindt u aan het einde van de gebruiksaanwijzing vele tips en aanwijzingen voor de bereiding. "Voor u in onze kookstudio uitgetest." op pagina 29
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing / aanwijzing |
|---|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Zekering defect. | Controleer de zekering in de meterkast. |
| Stroomonderbreking | Controleer of het keukenlicht of andere keukenapparaten functioneren. | |
| Op het display knippert de tijd. | Stroomonderbreking. | Stel de tijd opnieuw in. |
| Apparaat kan niet worden ingesteld. Op het display is een sleutelsymbool verlicht of . | Kinderslot is geactiveerd. | Deactiveer het kinderslot door ca. 4 seconden lang de toets met het sleutelsymbool in te drukken. |
| De apparaatdeur kan niet worden geopend. Op het display is een sleutelsymbool verlicht. | Apparaatdeur is vergrendeld met het kinderslot. | Deactiveer het kinderslot door ca. 4 seconden lang de toets met het sleutelsymbool in te drukken. De vergrendeling kan in de basisinstellingen worden uitgeschakeld. |
| De apparaatdeur kan niet worden geopend. Op het display is een sleutelsymbool verlicht . | Apparaatdeur is vergrendeld door de reinigingsfunctie. | Wacht totdat de binnenruimte is afgekoeld en het sleutelsymbool verdwenen is. |
| Na het inschakelen van een functie knippert op het display. | Het apparaat is nog niet voldoende afgekoeld. | Apparaat uitschakelen, laten afkoelen en de functie opnieuw inschakelen. |
| Het apparaat warmt niet op.Op het display knippert de dubbele punt. Bij veel apparaten verschijnt ook een op het display. | De demonstratiemodus is geactiveerd. | Ontkoppel het apparaat even van het net (zekering in de meterkast uitschakelen) en deactiveer de demonstratiemodus vervolgens binnen ca. 5 minuten, door de basisinstelling of op de waarde te zetten. "Basisinstellingen" op pagina 17 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
--------
Waarschuwing – Gevaar voor letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.Nooit proberen het apparaat zelf te repareren. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Bij defect van het apparat met de servicedienst contact opnemen;
Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
Foutmeldingen op het display
Wanneer er op het display een foutmelding met “ ” verschijnt, bijv. - , tipt u op de toets . De foutmelding wordt dan teruggezet. Stel eventueel de tijd opnieuw in.
Was het een eenmalige storing, dan kunt u het apparaat weer gebruiken zoals altijd. Verschijnt de foutmelding opnieuw, neem dan contact op met de servicedienst en geef hierbij de exacte foutmelding en het E-nr. van uw apparaat op. "Servicedienst" op pagina 25
Maximale gebruiksduur
Heeft u de instellingen van uw apparaat meerdere uren niet gewijzigd, dan wordt het opwarmen automatisch stopgezet. Zo wordt voorkomen dat het apparaat ongewild blijft werken.
Het tijdstip waarop de maximale gebruiksduur wordt bereikt, is afhankelijk van de verschillende apparaatinstellingen.
Maximale gebruiksduur bereikt
Op het display verschijnt .
De functiekeuzeknop in de nulstand draaien. U kunt zo nodig opnieuw instellen.
Tip: Om te voorkomen dat het apparaat niet ongewenst uitschakelt, bijv. bij zeer lange bereidingstijden, kunt u een tijdsduur instellen. Het apparaat warmt op totdat de ingestelde tijdsduur is afgelopen.
Lamp voor de binnenruimte aan het plafond vervangen
Als de lamp voor de binnenruimte is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige 230V-halogeenlampen, 25 watt, kunt u krijgen bij de servicedienst of uw speciaalzaak.
Houd de halogeenlamp vast met een droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd. Gebruik uitsluitend originele lampen.
Pagina 25
Servicedienst nl
Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp in de binnenruimte staan de contacten van de lampfitting onder stroom. Trek voordat u tot vervanging overgaat de netstekker uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
Waarschuwing – Risico van verbranding!
Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. Leg een theedoek in de onverwarmde binnenruimte, om schade te voorkomen.
- 2. Glazen afscherming er naar links uitdraaien (Afb. ).
- 3. Lamp eruit trekken - niet draaien (Afb. ).
Nieuwe lamp inbrengen, hierbij op de stand van de pinnen letten. De lamp stevig aandrukken.
- 1 2
- 4. Glazen afscherming er weer inschroeven.
Afhankelijk van het type apparaat is de glazen afscherming voorzien van een afdichtring.
Afdichtring weer aanbrengen voor het inschroeven.
- 5. Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
4Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van medewerkers van de servicedienst te voorkomen.
E-nummer en FD-nummer
Geef aan de servicedienst altijd het volledige productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opendoet.
Bij enkele apparaten die werken met stoom vindt u het typeplaatje achter de afdekking.
( 1U
)'
= 1U
Om niet te lang te hoeven zoeken kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
E-nr. FD-nr.
Servicedienst
Houd er rekening mee dat een bezoek van medewerkers van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantieperiode kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4020
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Pagina 26
nl Programma’s
Programma’s
Met de programma's kunt u heel eenvoudig gerechten klaarmaken. U kiest een programma en het apparaat neemt voor u de optimale instellingen over.
Om goede resultaten te bereiken, mag de binnenruimte niet te heet zijn. Laat de binnenruimte afkoelen en start pas daarna het programma.
Vormen
Neem de gegevens van de fabrikant van de vorm in acht.
Geschikte vormen
Gebruik hittebestendige vormen tot 300 °C.
Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Door het glazen deksel kan de grill zijn werk doen en krijgt het vlees een mooie, knapperige korst.
Braadpannen van roestvrij staal zijn slechts in beperkte mate geschikt. Het glanzende oppervlak reflecteert de warmtestraling zeer sterk. Het gerecht wordt minder bruin en het vlees minder gaar. Gebruikt u een braadpan van roestvrij staal, neem dan na afloop van het programma het deksel eraf. Het vlees op grillstand 3 nog 8 tot 10 minuten gratineren.
Gebruikt u braadpannen van geëmailleerd staal, gietijzer of persgegoten aluminium, dan wordt het gerecht van onderen bruiner. Voeg wat meer vloeistof toe.
Tip: Is de saus van het vlees te licht of te donker, voeg dan de volgende keer minder of meer vloeistof toe.
Ongeschikte vormen:
Ongeschikt zijn vormen van licht, glanzend aluminium, van kunststof en ongeglazuurde klei en vormen die voorzien zijn van kunststof handgrepen.
Grootte van de vorm:
Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. twee derde bedekken. Zo krijgt u mooi braadsap.
De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens het braden uitzetten.
Gerecht voorbereiden
Gebruik diepvriesgerechten direct vanuit het diepvriesvak. Gebruik voor vleesgerechten verse levensmiddelen, het liefst op koelkasttemperatuur.
Tip: Zeer mager vlees blijft malser door er spekreepjes op te leggen.
Weeg het gerecht. U dient te weten wat het gewicht is om in te kunnen stellen. Stel altijd het hogere gewicht in dat er direct op volgt.
Plaats de vorm op het rooster. Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnenruimte.
Pagina 27
Programma’s nl
Programma's
Als het vlees klaar is, kan het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte blijven liggen. Dan kan het vocht zich beter verdelen.
Aanwijzing: . Het gewichtsbereik is bewust beperkt gehouden. Voor zeer grote gerechten zijn namelijk vaak geen passende vormen beschikbaar en het bereidingsresultaat zou niet meer kloppen.
| Programma | Levensmiddel | Vormen | Vloeistof toevoegen | Inschuifhoogte | Instelgewicht | Aanwijzingen | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 01 | Pizza, dunne bodem | diepvries, voorgebakken | Braadslede met bakpapier | nee | 3 | Totaal gewicht | Bij de start moet de binnenruimte koud zijn. Voor een tweede pizza de aanwijzingen opvolgen die op de verpakking staan. |
| 02 | Pizza, dikke bodem | diepvries, voorgebakken | Braadslede met bakpapier | nee | 3 | Totaal gewicht | Bij de start moet de binnenruimte koud zijn. Voor een tweede pizza de aanwijzingen opvolgen die op de verpakking staan. |
| 03 | Lasagne | diepvries | Originele verpakking | nee | 3 | Totaal gewicht | - |
| 04 | Patat | diepvries | Braadslede met bakpapier | nee | 3 | Totaal gewicht | Naast elkaar op de braadslede leggen. |
| 05 | Afbakbroodjes | diepvries, voorgebakken | Braadslede met bakpapier | nee | 3 | Totaal gewicht | - |
| 06 | Aardappelgratin | - | Ovenschaal zonder deksel | nee | 2 | Totaal gewicht | - |
| 07 | Pastaschotel | met voorgegaarde pasta | Ovenschaal zonder deksel | nee | 2 | Totaal gewicht | - |
| 08 | Aardappels in de oven, heel | Ongeschilde, kruimige aardappels | Braadslede | nee | 3 | Totaal gewicht | - |
| 09 | Eenpansgerecht, met groente | vegetarisch | hoge braadpan met deksel | volgens recept | 2 | Totaal gewicht | Groente met een lange bereidingstijd (bijv. wortelen) in kleinere stukken snijden dan groente met een korte bereidingstijd (bijv. tomaten) |
| 10 | Eenpansgerecht met vlees | - | hoge braadpan met deksel | volgens recept | 2 | Totaal gewicht | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 11 | Goulash | Rund- of varkensvlees in blokjes met groente | hoge braadpan met deksel | volgens recept | 2 | Totaal gewicht | Vlees erin doen en daarop de groente leggen. Het vlees niet eerst aanbraden |
| 12 | Vis, heel | panklaar, gekruid | Braadpan met deksel | Bodem van de braadpan bedekken | 2 | Gewicht van de vis | - |
| 13 | Kip, niet gevuld | panklaar, gekruid | Braadpan met glazen deksel | nee | 2 | Gewicht van de kip | met de borst naar boven in de vorm leggen |
| 14 | Stukken kip | panklaar, gekruid | Braadpan met deksel | Bodem van de braadpan bedekken | 2 | Gewicht van het zwaarste deel | - |
| 15 | Kalkoenfilet | van het stuk, gekruid | Braadpan met glazen deksel | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van de kalkoenfilet | - |
Pagina 28
nl Programma’s
| Programma | Levensmiddel | Vormen | Vloeistof toevoegen | Inschuifhoogte | Instelgewicht | Aanwijzingen | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 16 | Eend, niet gevuld | panklaar, gekruid | Braadpan zonder deksel | nee | 2 | Gewicht van de eend | - |
| 17 | Gans, niet gevuld | panklaar, gekruid | Braadpan zonder deksel | nee | 2 | Gewicht van de gans | - |
| 18 | Gestoofd rundvlees | bijv. klapstuk, schouderstuk, fricandeau of gemarineerd vlees | Braadpan met deksel | Vlees met vloeistof bedekken | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 19 | Rosbief, medium | panklaar, gekruid | Braadpan zonder deksel | nee | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden, met de kant van het vet naar boven in de vorm leggen |
| 20 | Runderrollade | gevuld met groente of vlees | Braadpan met deksel | Vleesrolletjes bedekken bijv. met bouillon of water | 2 | Gewicht van alle gevulde rollades | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 21 | Gebraden gehakt, vers | Gehakt van rund-, varkens- of lamsvlees | Braadpan met deksel | nee | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 22 | Lamsbout, medium | zonder been, gekruid | Braadpan met deksel | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 23 | Lamsbout, doorbakken | zonder been, gekruid | Braadpan met deksel | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 24 | Gebraden kalfsvlees, doorregen | bijv. rug of heup | Braadpan met deksel | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 25 | Gebraden kalfsvlees, mager | bijv. lendestuk of fricandeau | Braadpan met deksel | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 26 | Reebout | zonder been, gezout | Braadpan met deksel | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | - |
| 27 | Konijn, heel | panklaar, van binnen gekruid | Braadpan met glazen deksel | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | - |
| 28 | Gebraden varkensnek | zonder been, gekruid | Braadpan met glazen deksel | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 29 | Gebraden varkensvlees met korstje | bijv. schouder, gekruid en zwoerd ingesneden | Braadpan met glazen deksel | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | met de kant van het vet naar boven in de vorm leggen, het zwoerd goed zouten |
| 30 | Gebraden varkenshaas | gekruid | Braadpan met glazen deksel | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
Pagina 29
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Programma Instellen
Het apparaat kiest de optimale verwarmingsmethode en de tijd- en temperatuurinstelling. U hoeft alleen het gewicht in te stellen.
Het gewicht kan alleen worden ingesteld in het betreffende gewichtsbereik.
- 1. De functiekeuzeknop op Programma's zetten.
- 2. Met toets of het gewenste programma instellen.
- 3. Met de temperatuurkeuzeknop het gewicht van het gerecht instellen.
Na enkele seconden start het programma. Op het display loopt de tijdsduur af.
Als het programma beëindigd is, klinkt er een signaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
Bent u tevreden met het bereidingsresultaat, schakel het apparaat dan uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
Tijdsduur van het programma
U kunt de tijdsduur van het ingestelde programma opvragen. Voor de start op toets tippen tot het eindsymbool voor de tijdsduur op het display gemarkeerd is. Tip opnieuw op toets tot het programma of het gewicht wordt weergegeven.
U kunt de vooringestelde duur van het programma niet veranderen.
Nagaren
Zodra het programma en het signaal beëindigd zijn, kunt u met toets een tijdsduur instellen. Het apparaat warmt verder op met de instellingen van het programma.
Aanwijzing: U kunt zo vaak nagaren als u wilt.
Bent u tevreden met het bereidingsresultaat, schakel het apparaat dan uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
De eindtijd op een later tijdstip zetten
Bij enkele programma's kunt u de eindtijd op een later tijdstip zetten. Voor de start op toets tippen tot het eindsymbool op het display gemarkeerd is. Met toets het einde op een later tijdstip zetten.
Na de start gaat het apparaat in de wachtstand.
Wijzigen en afbreken
Na de start kunnen het programmanummer en het gewicht niet meer veranderd worden.
De eindtijd kan veranderd worden zolang het apparaat zich in de wachtstand bevindt.
Wanneer u het programma wilt afbreken, schakelt u het apparaat uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
U vindt hier een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt zijn voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over vormen en de bereiding.
Aanwijzing: Bij het bereiden van levensmiddelen kan veel waterdamp in de binnenruimte ontstaan.
Uw apparaat is heel energie-efficiënt en geeft tijdens de werking slechts weinig warmte naar buiten af. Op grond van de hoge temperatuurverschillen tussen de binnenruimte en de buitenste delen van het apparaat kan er condenswater op de deur, het bedieningspaneel of nabijgelegen meubelfronten neerslaan. Dit is een normaal natuurkundig verschijnsel. Door voorverwarmen of de deur voorzichtig te openen, kan het condensaat worden gereduceerd.
Algemene aanwijzingen
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De bereidingstijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. De gerechten zouden dan alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorbakken zijn.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie besparen. Wanneer u voorverwarmt worden de aangegeven baktijden enkele minuten korter.
Voor bepaalden gerechten is voorverwarmen nodig, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Maakt u iets klaar volgens eigen recept, neem dan soortgelijke gerechten als basis. Bijkomende informatie vindt u onder de tips na de insteltabel.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en bespaart u tot 20 procent energie.
Pagina 30
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Verwarmingsmethode milde hetelucht
Milde hetelucht is een intelligente verwarmingsmethode voor een gezonde bereiding van vlees, vis en gebak. Het apparaat regelt de energietoevoer in de binnenruimte optimaal. Het product wordt in fases bereid met behulp van restwarmte. Zo blijft het sappiger en wordt het minder bruin. Afhankelijk van de bereiding en het gerecht kan energie worden bespaard. Als u tijdens het bereiden vroegtijdig de ovendeur opent of door het voorverwarmen verdwijnt dit effect.
Gebruik alleen de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de verwarmingsmethoden afgestemd.Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte.
Plaats de gerechten in de onverwarmde, lege binnenruimte. Houd de deur van het apparaat tijdens de bereiding gesloten.Gebruik slechts één niveau.
De verwarmingsmethode milde hetelucht wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energie-efficiëntieklasse gebruikt.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het bakken op één niveau:
- hoog gebak of hoge vormen op het rooster: hoogte 2
- plat gebak of op de bakplaat: hoogte 3
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik hete lucht. Taarten op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Bakken op twee niveaus:
- Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
- Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Bakken op drie niveaus:
- Bakplaat: hoogte 5
Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie besparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Accessoires
Gebruik alleen de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Let erop dat u altijd geschikte accessoires gebruikt en deze er goed om inschuift. "Toebehoren" op pagina 12
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Taart, cake en gebak
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van gebak en klein gebak. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Bakvormen
Voor een optimaal kookresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Wilt u vormen van silicone gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De hoeveelheid- en receptgegevens kunnen afwijken.
Diepvriesproducten
Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten. Verwijder het ijs van het gerecht.
Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.
Brood en broodjes
Attentie!
Nooit water in de hete binnenruimte gieten of vormen met water op de bodem van de oven plaatsen. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gebakken. Deze zijn in de tabel aangegeven.
De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.