naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens HB578BBS0, tekst van de handleiding

Pagina's 31–40 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 17–30verder op pagina 41 →

Pagina 31

Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl

Gebak in vormen

GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in min.
Cake, eenvoudigKrans-/rechthoekige vorm27140-15075-85
Cake, eenvoudig, 2 niveausKrans-/rechthoekige vorm3+1140-15070-85
Cake, fijnKrans-/rechthoekige vorm2150-17060-80
Taartbodem van roerdeegTaartbodemvorm3160-18020-30
Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeegSpringvorm Ø 26 cm2170-19055-80
TaartTaartvorm1200-24025-50
GistgebakSpringvorm Ø 28 cm27150-16025-35
TulbandTulbandvorm2150-17050-70
Biscuittaart, 3 eierenSpringvorm Ø 26 cm27160-17030-35
Biscuittaart, 6 eierenSpringvorm Ø 28 cm2150-160*30-40
* voorverwarmen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

Gebak op de plaat
GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in min.
Cake met bedekkingBakplaat3160-18020-45
Cake, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1140-16030-55
Zandtaartdeeggebak met droge bedekkingBakplaat2170-19030-45
Zandtaartdeeggebak met droge bedekking, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1160-17035-45
Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekkingBraadslede2160-18055-95
Gistdeeggebak met droge bedekkingBakplaat3160-18015-20
Gistdeeggebak met droge bedekking, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1150-17020-30
Gistdeeggebak met vochtige bedekkingBraadslede3180-20030-55
Gistdeeggebak met vochtige bedekking, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1150-17040-65
Broodvlecht, gistdeegkransBakplaat2160-17035-40
BiscuitrolBakplaat3180-200*10-15
Strudel, zoetBraadslede2190-20045-60
Strudel, diepvriesBraadslede3--

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

* voorverwarmen

Klein gebak
GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in min.
MuffinsMuffinplaat2170-19020-40
Muffins, 2 niveausMuffinplaten3+1160-170*20-45
Klein gebak van gistdeegBakplaat37150-17020-30
Klein gistdeeggebak, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1150-17025-40
BladerdeeggebakBakplaat3170-190*20-35
Bladerdeeggebak, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1170-190*25-45
Bladerdeeggebak, 3 niveausBakplaten + braadslede5+3+1170-190*25-45
Deeg van bijv. soesjesBakplaat3190-21035-50
Soezendeeggebak, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1190-21035-45

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

* voorverwarmen

** 5 min. voorverwarmen, gebruik niet de functie Snel voorverwarmen.

Pagina 32

nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.

Koekjes

GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in min.
SpritsBakplaat3140-150**25-40
Sprits, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1140-150**25-35
Sprits, 3 niveausBakplaten + braadslede5+3+1130-140**40-55
KoekjesBakplaat3140-16015-25
Koekjes, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1140-16015-25
Koekjes, 3 niveausBakplaten + braadslede5+3+1140-16015-25
SchuimgebakBakplaat380-90*120-150
Schuimgebak, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+190-100*100-150
MacaronsBakplaat390-11020-30
Macarons, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+190-11020-35
Macarons, 3 niveausBakplaten + braadslede5+3+190-11030-40
* voorverwarmen
** 5 min. voorverwarmen, gebruik niet de functie Snel voorverwarmen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)

Brood en broodjes
GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeStapTemperatuur in °CTijdsduur in min.
Brood, 750 g (in rechthoekige vorm en op de plaat)Braadslede of rechthoekige vorm27200-22020-40
Brood, 1000 g (in rechthoekige vorm en op de plaat)Braadslede of rechthoekige vorm27200-22035-50
Brood, 1500 g (in rechthoekige vorm en op de plaat)Braadslede of rechthoekige vorm27200-22040-60
Plat rond broodBraadslede3240-25020-25
Broodjes, zoet, versBakplaat3150-160*25-35
Broodjes, zoet, vers, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1150-170*15-25
Broodjes, versBakplaat3180-20020-30
Toast grillen, 4 stuksRooster3200-22015-20
Toast grillen, 12 stuksRooster3220-24015-25

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)

* voorverwarmen

Pizza, quiche en hartig gebak
GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in min.
Pizza, versBakplaat3190-21020-30
Pizza, vers, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1180-20030-40
Pizza, vers, dunne bodemPizzaplaat2250-270*8-13
Pizza, gekoeldRooster3-**-
Pizza, diepvries, dunne bodem, 1 stukRooster2-**-
Pizza, diepvries, dunne bodem, 2 stuksUniversele braadslede + rooster3+1190-21020-25
Pizza, diepvries, dikke bodem, 1 stukRooster2-**-
Pizza, diepvries, dikke bodem, 2 stuksUniversele braadslede + rooster3+1190-21025-30
Minipizza'sbraadslede2-**-
Hartig gebak in vormenSpringvorm Ø 28 cm2170-19050-60
QuicheTaartvorm, zwart metaal2190-21025-35
PasteigebakOvenschaal2170-19065-75
Empanadabraadslede2180-20035-50
Börekbraadslede1180-20040-50

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)

* voorverwarmen

** Houd u aan de instructies op de verpakking

Pagina 33

Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl

Tips voor het bakken

U wilt vaststellen of het gebak doorbakken is.Steek met een houten prikker op de hoogste plaats in het gebak. Zit er geen deeg meer aan de prikker, dan is het gebak klaar.
Het gebak stort in.Gebruik de volgende keer minder vloeistof. Of stel de temperatuur 10 °C lager in en verleng de baktijd. Houd u aan de opgegeven ingrediënten en bereidingsaanwijzingen in het recept.
Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen.Vet alleen de bodem van de springvorm in. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes.
Het sap van de vruchten stroomt over.Gebruik de volgende keer de braadslede.
Klein gebak plakt bij het bakken aan elkaar.Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats om het gebak goed te laten rijzen en helemaal bruin te laten worden.
Het gebak is te droog.Stel de temperatuur 10 °C hoger in en houd een kortere baktijd aan.
Het gebak is over het geheel te licht.Zijn de inschuifhoogte en de accessoires juist, verhoog dan evt. de temperatuur of houd een langere baktijd aan.
Het gebak is aan de bovenkant te licht, maar van onderen te donker.Plaats het gebak de volgende keer één niveau hoger.
Het gebak is aan de bovenkant te donker, maar van onderen te licht.Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. Kies een lagere temperatuur en houd een langere baktijd aan.
Het gebak in een (langwerpige) vorm wordt te donker aan de achterkant.Zet de bakvorm niet direct tegen de achterwand maar midden op het accessoire.
Het gebak is in zijn geheel te donker.Kies de volgende keer een lagere temperatuur en houd evt. een langere baktijd aan.
Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden.Kies een wat lagere temperatuur.
Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zo af dat het goed past.
Let erop dat de bakvorm niet direct voor de openingen in de achterwand van de binnenruimte staat. Bij het bakken van klein gebak moet u indien mogelijk gelijke groottes en diktes aanhouden.
U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste.Kies voor het bakken op meerdere niveaus altijd hete lucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Het gebak ziet er goed uit, maar is van binnen niet goed doorbakken.Bak iets langer bij een wat lagere temperatuur en voeg evt. minder vloeistof toe. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi hem met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop.
Het gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten.Laat het gebak na het bakken nog 5 tot 10 minuten afkoelen. Komt het er nog steeds niet uit, maak de rand dan voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer in en bestrooi hem met paneermeel.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)

Ovenschotels en gegratineerde gerechten

Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bereiden van vlees. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.

De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht.

Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerechten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge vorm hebben de gerechten meer tijd nodig en worden ze donkerder aan de bovenkant.

Gebruik altijd de aangegeven inschuifhoogtes.

Op één niveau kunt u bakken in vormen of met de braadslede.

Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie besparen. Plaats de vormen naast elkaar in de binnenruimte.

GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in min.
Ovenschotel, hartig, gegaarde ingrediëntenOvenschaal2200-22030-60
Ovenschotel, zoetOvenschaal2170-19040-60
Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoogOvenschaal2150-17060-80
Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog, 2 niveausOvenschaal3+1150-16065-80

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)

Pagina 34

nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.

Gevogelte, vlees en vis

Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het klaarmaken van gevogelte, vlees en vis. In de insteltabellen vindt u voor enkele gerechten optimale instellingen.

Braden op het rooster

Het braden op het rooster is bijzonder geschikt voor groot gevogelte of meerdere stukken tegelijk.

Plaats de braadslede met het rooster op de aangegeven inschuifhoogte. Let erop dat het rooster goed op de braadslede ligt. "Toebehoren" op pagina 12

Giet afhankelijk van de grootte en het soort vlees tot liter water in de braadslede. Vrijkomende vloeistof wordt opgevangen. Van dit braadvocht kunt u een saus maken. Bovendien ontstaat er zo minder rook en blijft de binnenruimte schoner.

Braden in vormen

Waarschuwing – Risico van letsel door barstend glas!

Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.

Waarschuwing – Risico van verbranding!

Wanneer het deksel na de bereiding wordt afgenomen kan er zeer hete stoom vrijkomen. Til het deksel aan de achterkant op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.

Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de oven. Vormen van glas zijn het meest geschikt. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.

Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. Gevogelte, vlees en vis wordt langzamer gaar en minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.

Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.

Open vorm

Voor het klaarmaken van gevogelte, vlees en vis kunt u het beste een hoge vorm gebruiken. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de braadslede gebruiken.

Gesloten vorm

De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.

Gevogelte, vlees en vis kunnen ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.

Grillen

Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit grillen terwijl de apparaatdeur geopend is.

Leg het te grillen stuk op het rooster. Plaats bovendien de braadslede, met de schuine kant naar de apparaatdeur, ten minste één inschuifhoogte eronder. Zo wordt afdruipend vet opgevangen.

Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en hetzelfde gewicht. Dan worden ze gelijkmatig bruin en blijven lekker mals. Leg de te grillen stukken rechtstreeks op het rooster.

Keer ze met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.

Bestrooi vlees pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees.

Aanwijzingen

Braadthermometer

Afhankelijk van de versie van uw apparaat beschikt u over een braadthermometer. Met de braadthermometer kunt u exact garen. Lees de belangrijke instructies voor het gebruik van de braadthermometer na in het betreffende hoofdstuk. U vindt daar gegevens over het insteken van de braadthermometer, de mogelijke verwarmingsmethoden en verdere informatie.

Aanbevolen instelwaarden

De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braadklaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttemperatuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.

In de tabel vindt u gegevens voor gevogelte, vlees en vis en voorgestelde gewichten. Wilt u zwaarder gevogelte, vlees of vis bereiden, gebruik dan in elk geval de lagere temperatuur. Om bij meerdere stukken de bereidingsduur te bepalen dient u uit te gaan van het gewicht van het zwaarste stuk. De stukken dienen ongeveer even groot te zijn.

Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.

Gevogelte, vlees en vis na ca. tot van de opgegeven tijd keren.

Gevogelte

Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in. Zo kan het vet weglopen.

Snijd bij eendenborst het vel in.Keer de eendenborst niet.

Voeg wat vloeistof toe aan het gevogelte in de pan. De bodem van de vorm dient ca. 1-2 c€m bedekt te zijn.

Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt.

Gevogelte wordt bijzonder knapperig bruin als u het tegen het einde van de bereidingstijd bestrijkt met boter, zout water of sinaasappelsap.

Pagina 35

Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl

Vlees

Bestrijk mager vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op.

Voeg aan braadstukken van mager vlees een beetje vloeistof toe. In glazen vormen moet de bodem van de vorm ca. cm hoog bedekt zijn.

Snij een zwoerd kruisgewijs in. Let er bij het keren van braadvlees op dat eerst het zwoerd onder ligt.

Als het braadvlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte blijven liggen. Zo kan het vleessap zich beter verdelen. Wikkel het braadvlees evt. in aluminiumfolie. Bij de opgegeven bereidingstijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.

Braden en stoven in een vorm is comfortabeler. U kunt het braadvlees met de vorm eenvoudiger uit de binnenruimte nemen en de saus direct in de vorm bereiden.

De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen en of u een deksel gebruikt. Wanneer u vlees in geëmailleerde of donkere braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.

Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe.

De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.

Voor het stoven braadt u het vlees naar wens eerst aan. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of iets soortgelijks aan toe. De bodem van de vorm dient ca 1- 2 cm bedekt te zijn.

Vis

Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand in de binnenruimte, met de rugvin naar boven. Een ingesneden aardappel of kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis zorgt voor stabiliteit.

De vis is gaar wanneer de rugvin gemakkelijk loslaat.

Doe bij het stomen twee tot drie eetlepels vloeistof en wat citroensap of azijn in de vorm.

Gevogelte

GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in min.
Kip, 1,3 kgOpen vorm24200-22060-70
Kleine kipdelen, à 250 gOpen vorm34220-23030-35
Kipsticks, nuggets, diepvriesbraadslede3--
Eend, 2 kgOpen vorm24180-20090-110
Eendenborst, medium, à 300 gOpen vorm3210-23035-40
33-5
Gans, 3 kgOpen vorm24140130-140
16050-60
Ganzenbouten, à 350 gGesloten vorm2150-16080-90
4230-24030-40
Kalkoen, 2,5 kgOpen vorm24180-20075-90
Kalkoenfilet, zonder been, 1 kgGesloten vorm2240-26080-100
Kalkoendij, met been, 1 kgOpen vorm24180-20080-100

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)

Pagina 36

nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.

Vlees

GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeStapTemperatuur in °CTijdsduur in min.
Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kgOpen vorm27160-170150-160
Gebraden varkensvlees met zwoerd, bijv. schouderstuk, 2 kgOpen vorm21130-140135-145
42190-20025-30
Gebraden varkenslende, 1,5 kgGesloten vorm2190-200100-110***
Varkenssteaks, 2 cm dikRooster4320-25**
Runderfilet, medium, 1 kgRooster + universele pan3210-220****40-50**
Gestoofd rundvlees, 1,5 kgGesloten vorm27200-220130-150*****
Rosbief, medium, 1,5 kgRooster + universele pan34200-220****60-70
Burger, 3-4 cm hoogRooster43****25-30
Gebraden kalfsvlees, 1,5 kgOpen vorm27160-180140-160
Kalfsschenkel, 1,5 kgGesloten vorm2200-220125-140
Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kgOpen vorm24170-19070-80***
Lamszadel met been, medium, 1,5 kgOpen vorm24180-19045-55***
GrillworstenRooster3315-20
Gehaktbrood, 1 kgOpen vorm24170-18070-80
* voorverwarmen
** Braadslede op inschuifhoogte 2 eronder plaatsen
*** zonder keren
**** keren na 1/2 - 2/3 van de bereidingstijd
***** in het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)

Vis
GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in min.
Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forelRooster24160-18020-30***
Vis, gegrild, heel 1,5 kg, bijv. zalmRooster24170-19030-40***
Visfilet, viskotelet, gegrild, 2-3 cm dikRooster4312-22**
Visfilet, gestoofd, ongepaneerd, 2-3 cm dikGesloten vorm27170-19035-45
Vis, gestoofd, heel 300 g, bijv. forelGesloten vorm27170-19040-50
Vis, gestoofd, heel 1,5 kg, bijv. zalmGesloten vorm27180-20055-65

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)

* voorverwarmen

** Braadslede op inschuifhoogte 2 plaatsen

*** Braadslede onder rooster schuiven

Pagina 37

Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl

Tips voor het braden, stoven en grillen

De binnenruimte wordt erg vuil.Bereid het product in een gesloten braadslede of gebruik het grillrooster. Wanner u het grillrooster gebruikt, behaalt u een optimaal braadresultaat. U kunt het grillrooster als speciaal toebehoren kopen.
Het braadvlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand en/of het braadvlees is te droog.Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. Kies de volgende keer een lagere temperatuur en verkort evt. de braadtijd.
De korst is te dun.Verhoog de temperatuur of schakel na afloop van de braadtijd de grill even in.
Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand.Neem de volgende keer kleiner braadgerei en voeg evt. meer vloeistof toe.
Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig.Neem de volgende keer groter braadgerei en voeg evt. minder vloeistof toe.
Bij het stoven brandt het vlees aan.Het deksel moet goed op de braadvorm passen en goed sluiten.
Reduceer de temperatuur en voeg indien gewenst tijdens het stoven nog vloeistof toe.
Het grillproduct wordt te droog.Het vlees pas na het grillen zouten. Zout onttrekt water aan het vlees. Steek tijdens het keren niet in het grillproduct. Gebruik een grilltang.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)

Groente en bijgerechten

Hier vindt u gegevens voor het bereiden van gegrilde groente, aardappels en diepvries-aardappelproducten.

Houd u aan de opgaven in de tabel.

GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in min.
Gegrilde groenteBraadslede5310-15
Gebakken aardappels, gehalveerdBraadslede3160-18045-60
Aardappelproducten, diepvries, bijv. frites, kroketten, aardappelflappen, RöstiBraadslede3200-22025-35
Frites, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1190-21030-40

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)

Dessert

Met dit apparaat kunt u soufflés en yoghurt bereiden.

Soufflés

Soufflés kunt u ook au-bain marie bakken, in de braadslede. Hiervoor de braadslede op hoogte 2 plaatsen.

Yoghurt

Accessoires verwijderen uit de binnenruimte. De binnenruimte moet leeg zijn.

Bij houdbare melk is het verwarmen op 40 °C voldoende.

GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in min.
YoghurtPortievormenBodem binnenruimte40-458-9h
Soufflé in portievormenPortievormen2160-18035-45

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)

Pagina 38

nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.

Acrylamide in levensmiddelen

Acrylamide ontstaat vooral bij met hoge verhitting klaargemaakte graan- en aardappelproducten, zoals bijv. patates frites, aardappelchips, toast, broodjes, brood of fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, speculaas).

Tips voor een acrylamidearme bereiding van gerechten
Algemeen■ Zo kort mogelijke bereidingstijden aanhouden.
■ Gerechten goudgeel en niet te donker laten worden.
■ Grote, dikke gerechten bevatten minder acrylamide.
BakkenMet boven- en onderwarmte, max. 200 °C. Met hete lucht max. 180 °C.
KoekjesMet boven- en onderwarmte, max. 190 °C.
Met hete lucht max. 170 °C.
Ei of eigeel vermindert de vorming van acrylamide.
Oven-fritesGelijkmatig en in één laag over de plaat verdelen. Ca. 400-600 g per plaat bakken, zodat de aardappels niet uitdrogen en knapperig worden.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)

Langzaam garen

Langzaam garen betekent dat de bereiding op een zeer lage temperatuur plaatsvindt. Het wordt daarom ook garen bij lage temperatuur genoemd.

Het langzaam garen is ideaal voor alle fijne stukken vlees (bijv. malse delen van het rund, kalf, varken, lam en gevogelte), die rosé of à point (medium) gegaard moeten worden. Het vlees blijft zeer sappig, mals en zacht.

Uw voordeel: u heeft veel speelruimte bij de menuplanning, want langzaam gegaard vlees kan probleemloos worden warmgehouden. U hoeft het vlees tijdens de bereiding niet te keren. Houd de deur van het apparaat gesloten om een gelijkmatig bereidingsklimaat te krijgen.

Gebruik uitsluitend vers en hygiënisch perfect vlees, zonder bot. Verwijder zorgvuldig de pezen en vetranden. Vet ontwikkelt bij het langzaam garen een sterke eigen smaak. U kunt ook gekruid of gemarineerd vlees gebruiken. Gebruik geen ontdooid vlees.

Het vlees kan direct na het langzaam garen in stukken worden gesneden. Het hoeft niet te rusten. Door de speciale bereidingsmethode ziet het vlees er rosé uit. Het is echter niet rauw, maar voldoende gaar.

De temperatuur en de tijdsduur voor langzaam garen zijn afhankelijk van de grootte, dikte en kwaliteit van het vlees. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.

Aanwijzing: Bij het langzaam garen kan geen starttijdvoorkeuze met eindtijd worden ingesteld.

Vormen

Gebruik een vlakke vorm, bijv. een serveerplaat van porselein of glas. Plaats de vorm voor het voorverwarmen eveneens in de binnenruimte.

Plaats de open vorm altijd op hoogte 2 op het rooster.

Bijkomende informatie vindt u onder de tips voor langzaam garen, na de insteltabel.

Start de werking alleen wanneer de binnenruimte geheel is afgekoeld. Laat de binnenruimte met de vorm erin ca. 15 minuten goed doorwarmen.

Braad het vlees op de kookplaat zeer heet en lang genoeg aan alle kanten, ook de uiteinden. Doe het onmiddellijk in de voorverwarmde vorm. De vorm met het vlees weer in de binnenruimte plaatsen en langzaam garen.

GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeAanbraadduur in min.Temperatuur in °CTijdsduur in min.
Eendenborst, à 300 gOpen vorm26-895*60-70
Kipfilet, à 200 g, doorbakkenOpen vorm24120*70-80
Kalkoenfilet, zonder been, 6,5-8,5 cm dik, 1 kg, doorbakkenOpen vorm26-8120*140-180
Gebraden varkenslende, 5-6 cm dik, 1,5 kgOpen vorm26-885*150-210
Varkenshaas, heelOpen vorm24-685*75-100
Runderdij, 6-7 cm dik, 1,5 kg, doorbakkenOpen vorm26-8100*160-220
Runderfilet, 4-6 cm dik, 1 kgOpen vorm26-885*90-150
Rosbief, 5-6 cm dik, 1,5 kgOpen vorm26-885*120-180
Rundermedaillons/rumpsteak, 4 cm dikOpen vorm2480*40-80
* voorverwarmen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)

Pagina 39

Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl

GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeAanbraadduur in min.Temperatuur in °CTijdsduur in min.
Kalfsnootje, 7-10 cm dik, 1,5 kgOpen vorm26-885*250-310
Kalfsfilet, heelOpen vorm24-685*100-160
Kalfsmedaillons, 4 cm dikOpen vorm2480*50-70
Lamszadels, zonder been, à 200 gOpen vorm2485*30-70
Lamsbout zonder been, 1 kg, gebondenOpen vorm26-895*150-210
* voorverwarmen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)

Tips voor het langzaam garen
Eendenborst langzaam garen.Leg de eendenborst koud in de pan en braad eerst de huidzijde aan. Na het langzaam garen gedurende 3 tot 5 minuten knapperig grillen.
Het langzaam gegaarde vlees is niet zo heet als vlees dat op de gebruikelijke manier is gebraden.Om ervoor te zorgen dat het gebraden vlees niet te snel afkoelt, kunt u de borden van te voren opwarmen en de sauzen zeer heet opdienen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)

Drogen

Met hete lucht kunt u uitstekend drogen. Bij deze soort conservering worden aromastoffen door het onttrekken van water geconcentreerd.

Gebruik uitsluitend fruit, groente en kruiden zonder gebreken en was deze grondig. Bedek de braadslede en het rooster met bak- of perkamentpapier. Laat de vruchten goed afdruipen en maak ze droog.

Snijd ze eventueel in even grote stukken of even dunne plakjes. Leg ongeschild fruit op de schaal met de snijvlakken naar boven. Let erop dat zowel fruit als paddestoelen niet op elkaar liggen.

Rasp de groente en blancheer het vervolgens. Laat de geblancheerde groenten afdruipen en verdeel ze gelijkmatig over het rooster.

Droog kruiden samen met de steel. Leg de kruiden gelijkmatig in kleine hoopjes op het rooster.

Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het drogen:

Fruit en groente met veel vocht enkele malen keren. Het gedroogde gerecht direct na het drogen losmaken van het papier.

In de tabel vindt u de instellingen voor het drogen van verschillende levensmiddelen. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de soort, vochtigheid, rijpheid en dikte van de te drogen levensmiddelen. Hoe langer u de te drogen levensmiddelen laat drogen, des te beter ze geconserveerd zijn. Hoe dunner er gesneden wordt, des te sneller het einde van de droogtijd bereikt wordt en des te meer aroma het gedroogde product behoudt. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.

Wilt u nog meer levensmiddelen drogen, neem dan soortgelijke levensmiddelen in de tabel als uitgangspunt.

Fruit, groente en kruidenAccessoiresVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in uren
Pitvruchten (appelringen, 3 mm dik, per rooster 200 g)1-2 roosters804-8
Wortelgewassen (wortelen), geraspt, geblancheerd1-2 roosters804-7
Paddestoelen in plakjes1-2 roosters805-8
Kruiden, schoongemaakt1-2 roosters602-5

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)

Pagina 40

nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.

Inmaken

In uw apparaat kunt u fruit en groente inmaken.

Waarschuwing – Risico van letsel!

Wanneer de levensmiddelen niet goed zijn ingekookt, kunnen de inmaakpotten barsten. Volg de aanwijzingen voor het inkoken.

Potten

Gebruik uitsluitend schone en onbeschadigde weckpotten. Gebruik uitsluitend hittebestendige, schone en onbeschadigde rubber afdichtringen. Klemmen en veren van tevoren controleren.

Gebruik bij een inmaakproces alleen weckpotten van gelijke grootte die gevuld zijn met dezelfde levensmiddelen. In de binnenruimte kunt u de inhoud van maximaal zes weckpotten met , 1 of 1 liter tegelijkertijd inmaken. Gebruik geen grotere of hogere potten. Dan zouden de deksels kunnen springen.

De weckpotten mogen tijdens het inkoken niet met elkaar in contact komen in de binnenruimte.

Fruit en groente voorbereiden

Gebruik uitsluitend fruit en groenten die geen gebreken vertonen. Was ze grondig.

Fruit resp. groente, afhankelijk van de soort, schillen, ontpitten, kleinmaken en in weckpotten doen. Vullen tot ca. 2 cm onder de rand.

Fruit: de vruchten in de weckpotten doen, met een hete, afgeschuimde suikeroplossing (ca. 400 ml voor 1- literfles). Op één liter water:

Groente: de groente in de weckpotten doen met heet, gekookt water.

De glazen randen schoonmaken. Leg op elke pot een natte rubberen ring en een deksel. Sluit de potten af met klemmen. Plaats de potten zó in de braadslede dat ze elkaar niet raken. 500 ml heet water (ca. 80 °C) in de braadslede doen. Instellen zoals aangegeven in de tabel.

Inmaken beëindigen

Fruit: Na enige tijd stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Zodra in alle weckpotten belletjes te zien zijn het apparaat uitschakelen. Haal de weckpotten na de aangegeven nawarmtijd uit de binnenruimte.

Groente: Na enige tijd stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Zodra alle weckpotten borrelen, de temperatuur tot 120 °C reduceren en ze zoals aangegeven in de tabel in de gesloten binnenruimte verder laten borrelen. Schakel na afloop van deze tijd het apparaat uit en maak zoals in de tabel aangegeven nog enkele minuten gebruik van de nawarmte.

Haal de potten na het inmaken uit de binnenruimte en plaats ze op een schone doek. Zet de hete potten niet op een koude of natte ondergrond, dan zouden ze kunnen knappen. Dek de weckpotten af om ze te beschermen tegen tocht. Klemmen pas verwijderen wanneer de potten koud zijn.

De aangegeven tijden in de insteltabel zijn richtwaarden voor het inmaken van fruit en groente. Deze kunnen worden beïnvloed door de omgevingstemperatuur, het aantal potten en de hoeveelheid, temperatuur en kwaliteit van de inhoud. De opgaven hebben betrekking op ronde potten van 1 liter. Controleer voordat u om- of uitschakelt of de potten werkelijk borrelen. Het borrelen begint na ca. 30-60 minuten.

GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeStapTemperatuur in °CTijdsduur in min.
Groente, bijv. wortelenInmaakpotten 1 liter11.160-170tot aan het borrelen: 30-40
2.120vanaf het borrelen: 30-40
3.-Nawarmen: 30
Groente, bijv. komkommerInmaakpotten 1 liter11.160-170tot aan het borrelen: 30-40
2.-Nawarmen: 30
Steenvruchten, bijv. kersen, pruimenInmaakpotten 1 liter11.160-170tot aan het borrelen: 30-40
2.-Nawarmen: 35
Pitvruchten, bijv. appels, aardbeienInmaakpotten 1 liter11.160-170tot aan het borrelen: 30-40
2.-Nawarmen: 25

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)

← pagina's 17–30verder op pagina 41 →Inhoud