naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens HB578G0S00, tekst van de handleiding

Oven · Siemens · 43 pagina's in het Nederlands · pdf: 48 pagina's, 3,3 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com

Storingen op pagina 27

Pagina 27

Vanaf de titel; het begin van pagina 27 staat in de pdf.

3Wat te doen bij storingen?

Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Probeer voordat u contact opneemt met de servicedienst de storing zelf op te lossen met behulp van de tabel.

Storingen zelf verhelpen

Technische storingen aan het apparaat kunt u vaak heel gemakkelijk zelf verhelpen.

Lukt een gerecht niet optimaal, dan vindt u aan het einde van de gebruiksaanwijzing vele tips en aanwijzingen voor de bereiding. "Voor u in onze kookstudio uitgetest." op pagina 32

StoringMogelijke oorzaakOplossing / aanwijzing
Apparaat werkt niet.Zekering defect.Controleer de zekering in de meterkast.
StroomonderbrekingControleer of het keukenlicht of andere keukenapparaten functioneren.
Op het display knippert de tijd.Stroomonderbreking.Stel de tijd opnieuw in.
Apparaat kan niet worden ingesteld. Op het display is een sleutelsymbool verlicht of .Kinderslot is geactiveerd.Deactiveer het kinderslot door ca. 4 seconden lang de toets met het sleutelsymbool in te drukken.
De apparaatdeur kan niet worden geopend. Op het display is een sleutelsymbool verlicht.Apparaatdeur is vergrendeld met het kinderslot.Deactiveer het kinderslot door ca. 4 seconden lang de toets met het sleutelsymbool in te drukken. De vergrendeling kan in de basisinstellingen worden uitgeschakeld.
De apparaatdeur kan niet worden geopend. Op het display is een sleutelsymbool verlicht .Apparaatdeur is vergrendeld door de reinigingsfunctie.Wacht totdat de binnenruimte is afgekoeld en het sleutelsymbool verdwenen is.
Na het inschakelen van een functie knippert op het display.Het apparaat is nog niet voldoende afgekoeld.Apparaat uitschakelen, laten afkoelen en de functie opnieuw inschakelen.
Het apparaat warmt niet op.Op het display knippert de dubbele punt. Bij veel apparaten verschijnt ook een op het display.De demonstratiemodus is geactiveerd.Ontkoppel het apparaat even van het net (zekering in de meterkast uitschakelen) en deactiveer de demonstratiemodus vervolgens binnen ca. 5 minuten, door de basisinstelling of op de waarde te zetten.
"Basisinstellingen" op pagina 18

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)

--------

Waarschuwing – Gevaar voor letsel!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.Nooit proberen het apparaat zelf te repareren. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Bij defect van het apparat met de servicedienst contact opnemen;

Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.

Foutmeldingen op het display

Wanneer er op het display een foutmelding met “ ” verschijnt, bijv. - , tipt u op de toets . De foutmelding wordt dan teruggezet. Stel eventueel de tijd opnieuw in.

Was het een eenmalige storing, dan kunt u het apparaat weer gebruiken zoals altijd. Verschijnt de foutmelding opnieuw, neem dan contact op met de servicedienst en geef hierbij de exacte foutmelding en het E-nr. van uw apparaat op. "Servicedienst" op pagina 28

Maximale gebruiksduur

Heeft u de instellingen van uw apparaat meerdere uren niet gewijzigd, dan wordt het opwarmen automatisch stopgezet. Zo wordt voorkomen dat het apparaat ongewild blijft werken.

Het tijdstip waarop de maximale gebruiksduur wordt bereikt, is afhankelijk van de verschillende apparaatinstellingen.

Maximale gebruiksduur bereikt

Op het display verschijnt .

De functiekeuzeknop in de nulstand draaien. U kunt zo nodig opnieuw instellen.

Tip: Om te voorkomen dat het apparaat niet ongewenst uitschakelt, bijv. bij zeer lange bereidingstijden, kunt u een tijdsduur instellen. Het apparaat warmt op totdat de ingestelde tijdsduur is afgelopen.

Pagina 28

nl Servicedienst

Lamp voor de binnenruimte aan het plafond vervangen

Als de lamp voor de binnenruimte is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige 230V-halogeenlampen, 25 watt, kunt u krijgen bij de servicedienst of uw speciaalzaak.

Houd de halogeenlamp vast met een droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd. Gebruik uitsluitend originele lampen.

Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!

Bij vervanging van de lamp in de binnenruimte staan de contacten van de lampfitting onder stroom. Trek voordat u tot vervanging overgaat de netstekker uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.

Waarschuwing – Risico van verbranding!

Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.

Nieuwe lamp inbrengen, hierbij op de stand van de pinnen letten. De lamp stevig aandrukken.

Afhankelijk van het type apparaat is de glazen afscherming voorzien van een afdichtring.

Afdichtring weer aanbrengen voor het inschroeven.

4Servicedienst

Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van medewerkers van de servicedienst te voorkomen.

E-nummer en FD-nummer

Geef aan de servicedienst altijd het volledige productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opendoet.

Bij enkele apparaten die werken met stoom vindt u het typeplaatje achter de afdekking.

( 1U

)'

= 1U

Om niet te lang te hoeven zoeken kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.

E-nr. FD-nr.

Servicedienst

Houd er rekening mee dat een bezoek van medewerkers van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantieperiode kosten met zich meebrengt.

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4020

Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.

Pagina 29

Programma’s nl

Programma’s

Met de programma's kunt u heel eenvoudig gerechten klaarmaken. U kiest een programma en het apparaat neemt voor u de optimale instellingen over.

Om goede resultaten te bereiken, mag de binnenruimte niet te heet zijn. Laat de binnenruimte afkoelen en start pas daarna het programma.

Vormen

Neem de gegevens van de fabrikant van de vorm in acht.

Geschikte vormen

Gebruik hittebestendige vormen tot 300 °C.

Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Door het glazen deksel kan de grill zijn werk doen en krijgt het vlees een mooie, knapperige korst.

Braadpannen van roestvrij staal zijn slechts in beperkte mate geschikt. Het glanzende oppervlak reflecteert de warmtestraling zeer sterk. Het gerecht wordt minder bruin en het vlees minder gaar. Gebruikt u een braadpan van roestvrij staal, neem dan na afloop van het programma het deksel eraf. Het vlees op grillstand 3 nog 8 tot 10 minuten gratineren.

Gebruikt u braadpannen van geëmailleerd staal, gietijzer of persgegoten aluminium, dan wordt het gerecht van onderen bruiner. Voeg wat meer vloeistof toe.

Tip: Is de saus van het vlees te licht of te donker, voeg dan de volgende keer minder of meer vloeistof toe.

Ongeschikte vormen:

Ongeschikt zijn vormen van licht, glanzend aluminium, van kunststof en ongeglazuurde klei en vormen die voorzien zijn van kunststof handgrepen.

Grootte van de vorm:

Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. twee derde bedekken. Zo krijgt u mooi braadsap.

De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens het braden uitzetten.

Gerecht voorbereiden

Gebruik diepvriesgerechten direct vanuit het diepvriesvak. Gebruik voor vleesgerechten verse levensmiddelen, het liefst op koelkasttemperatuur.

Tip: Zeer mager vlees blijft malser door er spekreepjes op te leggen.

Weeg het gerecht. U dient te weten wat het gewicht is om in te kunnen stellen. Stel altijd het hogere gewicht in dat er direct op volgt.

Plaats de vorm op het rooster. Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnenruimte.

Pagina 30

nl Programma’s

Programma's

Als het vlees klaar is, kan het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte blijven liggen. Dan kan het vocht zich beter verdelen.

Aanwijzing: Het gewichtsbereik is bewust beperkt gehouden. Voor zeer grote gerechten zijn namelijk vaak geen passende vormen beschikbaar en het bereidingsresultaat zou niet meer kloppen.

ProgrammaLevensmiddelVormenGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegenInschuifhoogteInstelgewichtAanwijzingen
01Pizza, dunne bodemdiepvries, voorgebakkenBraadslede met bakpapier0,28-0,4nee3Totaal gewichtBij de start moet de binnenruimte koud zijn. Voor een tweede pizza de aanwijzingen opvolgen die op de verpakking staan.
02Pizza, dikke bodemdiepvries, voorgebakkenBraadslede met bakpapier0,28-0,6nee3Totaal gewichtBij de start moet de binnenruimte koud zijn. Voor een tweede pizza de aanwijzingen opvolgen die op de verpakking staan.
03LasagnediepvriesOriginele verpakking0,3-1,2nee3Totaal gewicht-
04PatatdiepvriesBraadslede met bakpapier0,2-0,75nee3Totaal gewichtNaast elkaar op de braadslede leggen.
05Afbakbroodjesdiepvries, voorgebakkenBraadslede met bakpapier0,1-0,8nee3Totaal gewicht-
06Aardappelgratin-Ovenschaal zonder deksel0,5-3,0nee2Totaal gewicht-
07Pastaschotelmet voorgegaarde pastaOvenschaal zonder deksel0,4-3,0nee2Totaal gewicht-
08Aardappels in de oven, heelOngeschilde, kruimige aardappelsBraadslede0,3-1,5nee3Totaal gewicht-
09Eenpansgerecht, met groentevegetarischhoge braadpan met deksel0,5-2,5volgens recept2Totaal gewichtGroente met een lange bereidingstijd (bijv. wortelen) in kleinere stukken snijden dan groente met een korte bereidingstijd (bijv. tomaten)
10Eenpansgerecht met vlees-hoge braadpan met deksel0,5-3,0volgens recept2Totaal gewichtHet vlees niet eerst aanbraden
11GoulashRund- of varkensvlees in blokjes met groentehoge braadpan met deksel0,5-2,5volgens recept2Totaal gewichtVlees erin doen en daarop de groente leggen.
Het vlees niet eerst aanbraden
12Vis, heelpanklaar, gekruidBraadpan met deksel0,3-1,5Bodem van de braadpan bedekken2Gewicht van de vis-
13Kip, niet gevuldpanklaar, gekruidBraadpan met glazen deksel0,6-2,5nee2Gewicht van de kipmet de borst naar boven in de vorm leggen
14Stukken kippanklaar, gekruidBraadpan met deksel0,1-0,8Bodem van de braadpan bedekken2Gewicht van het zwaarste deel-
15Kalkoenfiletvan het stuk, gekruidBraadpan met glazen deksel0,5-2,5Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Gewicht van de kalkoenfilet-

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)

Pagina 31

Programma’s nl

ProgrammaLevensmiddelVormenGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegenInschuifhoogteInstelgewichtAanwijzingen
16Eend, niet gevuldpanklaar, gekruidBraadpan zonder deksel1,0-4,5nee2Gewicht van de eend-
17Gans, niet gevuldpanklaar, gekruidBraadpan zonder deksel2,5-3,5nee2Gewicht van de gans-
18Gestoofd rundvleesbijv. klapstuk, schouderstuk, fricandeau of gemarineerd vleesBraadpan met deksel0,5-2,5Vlees met vloeistof bedekken2Gewicht van het vleesHet vlees niet eerst aanbraden
19Rosbief, mediumpanklaar, gekruidBraadpan zonder deksel0,5-2,5nee2Gewicht van het vleesHet vlees niet eerst aanbraden, met de kant van het vet naar boven in de vorm leggen
20Runderrolladegevuld met groente of vleesBraadpan met deksel0,5-2,5Vleesrolletjes bedekken bijv. met bouillon of water2Gewicht van alle gevulde rolladesHet vlees niet eerst aanbraden
21Gebraden gehakt, versGehakt van rund-, varkens- of lamsvleesBraadpan met deksel0,5-2,5nee2Gewicht van het vleesHet vlees niet eerst aanbraden
22Lamsbout, mediumzonder been, gekruidBraadpan met deksel0,5-2,5Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Gewicht van het vleesHet vlees niet eerst aanbraden
23Lamsbout, doorbakkenzonder been, gekruidBraadpan met deksel0,5-2,5Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Gewicht van het vleesHet vlees niet eerst aanbraden
24Gebraden kalfsvlees, doorregenbijv. rug of heupBraadpan met deksel0,5-3,0Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Gewicht van het vleesHet vlees niet eerst aanbraden
25Gebraden kalfsvlees, magerbijv. lendestuk of fricandeauBraadpan met deksel0,5-2,5Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Gewicht van het vleesHet vlees niet eerst aanbraden
26Reeboutzonder been, gezoutBraadpan met deksel0,5-2,0Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Gewicht van het vlees-
27Konijn, heelpanklaar, van binnen gekruidBraadpan met glazen deksel1,0-2,5Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Gewicht van het vlees-
28Gebraden varkensnekzonder been, gekruidBraadpan met glazen deksel0,5-3,0Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Gewicht van het vleesHet vlees niet eerst aanbraden
29Gebraden varkensvlees met korstjebijv. schouder, gekruid en zwoerd ingesnedenBraadpan met glazen deksel0,5-3,0Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Gewicht van het vleesmet de kant van het vet naar boven in de vorm leggen, het zwoerd goed zouten
30Gebraden varkenshaasgekruidBraadpan met glazen deksel0,5-2,5Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Gewicht van het vleesHet vlees niet eerst aanbraden

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

Pagina 32

nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.

Programma Instellen

Het apparaat kiest de optimale verwarmingsmethode en de tijd- en temperatuurinstelling. U hoeft alleen het gewicht in te stellen.

Het gewicht kan alleen worden ingesteld in het betreffende gewichtsbereik.

Na enkele seconden start het programma. Op het display loopt de tijdsduur af.

Als het programma beëindigd is, klinkt er een signaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.

Bent u tevreden met het bereidingsresultaat, schakel het apparaat dan uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.

Tijdsduur van het programma

U kunt de tijdsduur van het ingestelde programma opvragen. Voor de start op toets tippen tot het eindsymbool voor de tijdsduur op het display gemarkeerd is. Tip opnieuw op toets tot het programma of het gewicht wordt weergegeven.

U kunt de vooringestelde duur van het programma niet veranderen.

Nagaren

Zodra het programma en het signaal beëindigd zijn, kunt u met toets een tijdsduur instellen. Het apparaat warmt verder op met de instellingen van het programma.

Aanwijzing: U kunt zo vaak nagaren als u wilt.

Bent u tevreden met het bereidingsresultaat, schakel het apparaat dan uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.

De eindtijd op een later tijdstip zetten

Bij enkele programma's kunt u de eindtijd op een later tijdstip zetten. Voor de start op toets tippen tot het eindsymbool op het display gemarkeerd is. Met toets het einde op een later tijdstip zetten.

Na de start gaat het apparaat in de wachtstand.

Wijzigen en afbreken

Na de start kunnen het programmanummer en het gewicht niet meer veranderd worden.

De eindtijd kan veranderd worden zolang het apparaat zich in de wachtstand bevindt.

Wanneer u het programma wilt afbreken, schakelt u het apparaat uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.

Voor u in onze kookstudio uitgetest.

U vindt hier een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt zijn voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over vormen en de bereiding.

Aanwijzing: Bij het bereiden van levensmiddelen kan veel waterdamp in de binnenruimte ontstaan.

Uw apparaat is heel energie-efficiënt en geeft tijdens de werking slechts weinig warmte naar buiten af. Op grond van de hoge temperatuurverschillen tussen de binnenruimte en de buitenste delen van het apparaat kan er condenswater op de deur, het bedieningspaneel of nabijgelegen meubelfronten neerslaan. Dit is een normaal natuurkundig verschijnsel. Door voorverwarmen of de deur voorzichtig te openen, kan het condensaat worden gereduceerd.

Algemene aanwijzingen

Aanbevolen instelwaarden

In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.

Aanwijzing: De bereidingstijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. De gerechten zouden dan alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorbakken zijn.

De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie besparen. Wanneer u voorverwarmt worden de aangegeven baktijden enkele minuten korter.

Voor bepaalden gerechten is voorverwarmen nodig, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.

Maakt u iets klaar volgens eigen recept, neem dan soortgelijke gerechten als basis. Bijkomende informatie vindt u onder de tips na de insteltabel.

Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en bespaart u tot 20 procent energie.

Pagina 33

Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl

Verwarmingsmethode milde hetelucht

Milde hetelucht is een intelligente verwarmingsmethode voor een gezonde bereiding van vlees, vis en gebak. Het apparaat regelt de energietoevoer in de binnenruimte optimaal. Het product wordt in fases bereid met behulp van restwarmte. Zo blijft het sappiger en wordt het minder bruin. Afhankelijk van de bereiding en het gerecht kan energie worden bespaard. Als u tijdens het bereiden vroegtijdig de ovendeur opent of door het voorverwarmen verdwijnt dit effect.

Gebruik alleen de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de verwarmingsmethoden afgestemd.Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte.

Plaats de gerechten in de onverwarmde, lege binnenruimte. Houd de deur van het apparaat tijdens de bereiding gesloten.Gebruik slechts één niveau.

De verwarmingsmethode milde hetelucht wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energie-efficiëntieklasse gebruikt.

Bakken op één niveau

Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het bakken op één niveau:

Bakken op meerdere niveaus

Gebruik hete lucht. Taarten op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.

Bakken op twee niveaus:

Bakplaat: hoogte 1

Bakken op drie niveaus:

Braadslede: hoogte 3

Bakplaat: hoogte 1

Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie besparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.

Accessoires

Gebruik alleen de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.

Let erop dat u altijd geschikte accessoires gebruikt en deze er goed om inschuift. "Toebehoren" op pagina 12

Bakpapier

Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.

Taart, cake en gebak

Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van gebak en klein gebak. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.

Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.

Bakvormen

Voor een optimaal kookresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.

Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.

Wilt u vormen van silicone gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De hoeveelheid- en receptgegevens kunnen afwijken.

Diepvriesproducten

Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten. Verwijder het ijs van het gerecht.

Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.

Brood en broodjes

Attentie!

Nooit water in de hete binnenruimte gieten of vormen met water op de bodem van de oven plaatsen. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.

Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gebakken. Deze zijn in de tabel aangegeven.

De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.

Pagina 34

nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.

Gebak in vormen

GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in min.
Cake, eenvoudigKrans-/rechthoekige vorm27140-15075-85
Cake, eenvoudig, 2 niveausKrans-/rechthoekige vorm3+1140-15070-85
Cake, fijnKrans-/rechthoekige vorm2150-17060-80
Taartbodem van roerdeegTaartbodemvorm3160-18020-30
Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeegSpringvorm Ø 26 cm2170-19055-80
TaartTaartvorm1200-24025-50
GistgebakSpringvorm Ø 28 cm27150-16025-35
TulbandTulbandvorm2150-17050-70
Biscuittaart, 3 eierenSpringvorm Ø 26 cm27160-17030-35
Biscuittaart, 6 eierenSpringvorm Ø 28 cm2150-160*30-40
* voorverwarmen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)

Gebak op de plaat
GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in min.
Cake met bedekkingBakplaat3160-18020-45
Cake, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1140-16030-55
Zandtaartdeeggebak met droge bedekkingBakplaat2170-19030-45
Zandtaartdeeggebak met droge bedekking, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1160-17035-45
Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekkingBraadslede2160-18055-95
Gistdeeggebak met droge bedekkingBakplaat3160-18015-20
Gistdeeggebak met droge bedekking, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1150-17020-30
Gistdeeggebak met vochtige bedekkingBraadslede3180-20030-55
Gistdeeggebak met vochtige bedekking, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1150-17040-65
Broodvlecht, gistdeegkransBakplaat2160-17035-40
BiscuitrolBakplaat3180-200*10-15
Strudel, zoetBraadslede2190-20045-60
Strudel, diepvriesBraadslede3--

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)

* voorverwarmen

Klein gebak
GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in min.
MuffinsMuffinplaat2170-19020-40
Muffins, 2 niveausMuffinplaten3+1160-170*20-45
Klein gebak van gistdeegBakplaat37150-17020-30
Klein gistdeeggebak, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1150-17025-40
BladerdeeggebakBakplaat3170-190*20-35
Bladerdeeggebak, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1170-190*25-45
Bladerdeeggebak, 3 niveausBakplaten + braadslede5+3+1170-190*25-45
Deeg van bijv. soesjesBakplaat3190-21035-50
Soezendeeggebak, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1190-21035-45

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)

* voorverwarmen

** 5 min. voorverwarmen, gebruik niet de functie Snel voorverwarmen.

Pagina 35

Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl

Koekjes

GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in min.
SpritsBakplaat3140-150**25-40
Sprits, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1140-150**25-35
Sprits, 3 niveausBakplaten + braadslede5+3+1130-140**40-55
KoekjesBakplaat3140-16015-25
Koekjes, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1140-16015-25
Koekjes, 3 niveausBakplaten + braadslede5+3+1140-16015-25
SchuimgebakBakplaat380-90*120-150
Schuimgebak, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+190-100*100-150
MacaronsBakplaat390-11020-30
Macarons, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+190-11020-35
Macarons, 3 niveausBakplaten + braadslede5+3+190-11030-40
* voorverwarmen
** 5 min. voorverwarmen, gebruik niet de functie Snel voorverwarmen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)

Brood en broodjes
GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeStapTemperatuur in °CTijdsduur in min.
Brood, 750 g (in rechthoekige vorm en op de plaat)Braadslede of rechthoekige vorm27200-22020-40
Brood, 1000 g (in rechthoekige vorm en op de plaat)Braadslede of rechthoekige vorm27200-22035-50
Brood, 1500 g (in rechthoekige vorm en op de plaat)Braadslede of rechthoekige vorm27200-22040-60
Plat rond broodBraadslede3240-25020-25
Broodjes, zoet, versBakplaat3150-160*25-35
Broodjes, zoet, vers, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1150-170*15-25
Broodjes, versBakplaat3180-20020-30
Toast grillen, 4 stuksRooster3200-22015-20
Toast grillen, 12 stuksRooster3220-24015-25

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)

* voorverwarmen

Pizza, quiche en hartig gebak
GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in min.
Pizza, versBakplaat3190-21020-30
Pizza, vers, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1180-20030-40
Pizza, vers, dunne bodemPizzaplaat2250-270*8-13
Pizza, gekoeldRooster3-**-
Pizza, diepvries, dunne bodem, 1 stukRooster2-**-
Pizza, diepvries, dunne bodem, 2 stuksUniversele braadslede + rooster3+1190-21020-25
Pizza, diepvries, dikke bodem, 1 stukRooster2-**-
Pizza, diepvries, dikke bodem, 2 stuksUniversele braadslede + rooster3+1190-21025-30
Minipizza'sbraadslede2-**-
Hartig gebak in vormenSpringvorm Ø 28 cm2170-19050-60
QuicheTaartvorm, zwart metaal2190-21025-35
PasteigebakOvenschaal2170-19065-75
Empanadabraadslede2180-20035-50
Börekbraadslede1180-20040-50

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)

* voorverwarmen

** Houd u aan de instructies op de verpakking

Pagina 36

nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.

Tips voor het bakken

U wilt vaststellen of het gebak doorbakken is.Steek met een houten prikker op de hoogste plaats in het gebak. Zit er geen deeg meer aan de prikker, dan is het gebak klaar.
Het gebak stort in.Gebruik de volgende keer minder vloeistof. Of stel de temperatuur 10 °C lager in en verleng de baktijd. Houd u aan de opgegeven ingrediënten en bereidingsaanwijzingen in het recept.
Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen.Vet alleen de bodem van de springvorm in. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes.
Het sap van de vruchten stroomt over.Gebruik de volgende keer de braadslede.
Klein gebak plakt bij het bakken aan elkaar.Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats om het gebak goed te laten rijzen en helemaal bruin te laten worden.
Het gebak is te droog.Stel de temperatuur 10 °C hoger in en houd een kortere baktijd aan.
Het gebak is over het geheel te licht.Zijn de inschuifhoogte en de accessoires juist, verhoog dan evt. de temperatuur of houd een langere baktijd aan.
Het gebak is aan de bovenkant te licht, maar van onderen te donker.Plaats het gebak de volgende keer één niveau hoger.
Het gebak is aan de bovenkant te donker, maar van onderen te licht.Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. Kies een lagere temperatuur en houd een langere baktijd aan.
Het gebak in een (langwerpige) vorm wordt te donker aan de achterkant.Zet de bakvorm niet direct tegen de achterwand maar midden op het accessoire.
Het gebak is in zijn geheel te donker.Kies de volgende keer een lagere temperatuur en houd evt. een langere baktijd aan.
Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden.Kies een wat lagere temperatuur.
Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zo af dat het goed past.
Let erop dat de bakvorm niet direct voor de openingen in de achterwand van de binnenruimte staat. Bij het bakken van klein gebak moet u indien mogelijk gelijke groottes en diktes aanhouden.
U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste.Kies voor het bakken op meerdere niveaus altijd hete lucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Het gebak ziet er goed uit, maar is van binnen niet goed doorbakken.Bak iets langer bij een wat lagere temperatuur en voeg evt. minder vloeistof toe. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi hem met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop.
Het gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten.Laat het gebak na het bakken nog 5 tot 10 minuten afkoelen. Komt het er nog steeds niet uit, maak de rand dan voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer in en bestrooi hem met paneermeel.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)

Ovenschotels en gegratineerde gerechten

Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bereiden van vlees. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.

De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht.

Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerechten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge vorm hebben de gerechten meer tijd nodig en worden ze donkerder aan de bovenkant.

Gebruik altijd de aangegeven inschuifhoogtes.

Op één niveau kunt u bakken in vormen of met de braadslede.

Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie besparen. Plaats de vormen naast elkaar in de binnenruimte.

GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in min.
Ovenschotel, hartig, gegaarde ingrediëntenOvenschaal2200-22030-60
Ovenschotel, zoetOvenschaal2170-19040-60
Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoogOvenschaal2150-17060-80
Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog, 2 niveausOvenschaal3+1150-16065-80

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)

Verder lezen op pagina 3Inhoud

Meer handleidingen: Siemens oven