Siemens HB578G0S00, tekst van de handleiding
Oven · Siemens · 43 pagina's in het Nederlands · pdf: 48 pagina's, 3,3 MB
Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com
Storingen op pagina 27
Pagina 27
Vanaf de titel; het begin van pagina 27 staat in de pdf.
3Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Probeer voordat u contact opneemt met de servicedienst de storing zelf op te lossen met behulp van de tabel.
Storingen zelf verhelpen
Technische storingen aan het apparaat kunt u vaak heel gemakkelijk zelf verhelpen.
Lukt een gerecht niet optimaal, dan vindt u aan het einde van de gebruiksaanwijzing vele tips en aanwijzingen voor de bereiding. "Voor u in onze kookstudio uitgetest." op pagina 32
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing / aanwijzing |
|---|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Zekering defect. | Controleer de zekering in de meterkast. |
| Stroomonderbreking | Controleer of het keukenlicht of andere keukenapparaten functioneren. | |
| Op het display knippert de tijd. | Stroomonderbreking. | Stel de tijd opnieuw in. |
| Apparaat kan niet worden ingesteld. Op het display is een sleutelsymbool verlicht of . | Kinderslot is geactiveerd. | Deactiveer het kinderslot door ca. 4 seconden lang de toets met het sleutelsymbool in te drukken. |
| De apparaatdeur kan niet worden geopend. Op het display is een sleutelsymbool verlicht. | Apparaatdeur is vergrendeld met het kinderslot. | Deactiveer het kinderslot door ca. 4 seconden lang de toets met het sleutelsymbool in te drukken. De vergrendeling kan in de basisinstellingen worden uitgeschakeld. |
| De apparaatdeur kan niet worden geopend. Op het display is een sleutelsymbool verlicht . | Apparaatdeur is vergrendeld door de reinigingsfunctie. | Wacht totdat de binnenruimte is afgekoeld en het sleutelsymbool verdwenen is. |
| Na het inschakelen van een functie knippert op het display. | Het apparaat is nog niet voldoende afgekoeld. | Apparaat uitschakelen, laten afkoelen en de functie opnieuw inschakelen. |
| Het apparaat warmt niet op.Op het display knippert de dubbele punt. Bij veel apparaten verschijnt ook een op het display. | De demonstratiemodus is geactiveerd. | Ontkoppel het apparaat even van het net (zekering in de meterkast uitschakelen) en deactiveer de demonstratiemodus vervolgens binnen ca. 5 minuten, door de basisinstelling of op de waarde te zetten. "Basisinstellingen" op pagina 18 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
--------
Waarschuwing – Gevaar voor letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.Nooit proberen het apparaat zelf te repareren. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Bij defect van het apparat met de servicedienst contact opnemen;
Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
Foutmeldingen op het display
Wanneer er op het display een foutmelding met “ ” verschijnt, bijv. - , tipt u op de toets . De foutmelding wordt dan teruggezet. Stel eventueel de tijd opnieuw in.
Was het een eenmalige storing, dan kunt u het apparaat weer gebruiken zoals altijd. Verschijnt de foutmelding opnieuw, neem dan contact op met de servicedienst en geef hierbij de exacte foutmelding en het E-nr. van uw apparaat op. "Servicedienst" op pagina 28
Maximale gebruiksduur
Heeft u de instellingen van uw apparaat meerdere uren niet gewijzigd, dan wordt het opwarmen automatisch stopgezet. Zo wordt voorkomen dat het apparaat ongewild blijft werken.
Het tijdstip waarop de maximale gebruiksduur wordt bereikt, is afhankelijk van de verschillende apparaatinstellingen.
Maximale gebruiksduur bereikt
Op het display verschijnt .
De functiekeuzeknop in de nulstand draaien. U kunt zo nodig opnieuw instellen.
Tip: Om te voorkomen dat het apparaat niet ongewenst uitschakelt, bijv. bij zeer lange bereidingstijden, kunt u een tijdsduur instellen. Het apparaat warmt op totdat de ingestelde tijdsduur is afgelopen.
Pagina 28
nl Servicedienst
Lamp voor de binnenruimte aan het plafond vervangen
Als de lamp voor de binnenruimte is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige 230V-halogeenlampen, 25 watt, kunt u krijgen bij de servicedienst of uw speciaalzaak.
Houd de halogeenlamp vast met een droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd. Gebruik uitsluitend originele lampen.
Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp in de binnenruimte staan de contacten van de lampfitting onder stroom. Trek voordat u tot vervanging overgaat de netstekker uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
Waarschuwing – Risico van verbranding!
Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. Leg een theedoek in de onverwarmde binnenruimte, om schade te voorkomen.
- 2. Glazen afscherming er naar links uitdraaien (Afb. ).
- 3. Lamp eruit trekken - niet draaien (Afb. ).
Nieuwe lamp inbrengen, hierbij op de stand van de pinnen letten. De lamp stevig aandrukken.
- 1 2
- 4. Glazen afscherming er weer inschroeven.
Afhankelijk van het type apparaat is de glazen afscherming voorzien van een afdichtring.
Afdichtring weer aanbrengen voor het inschroeven.
- 5. Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
4Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van medewerkers van de servicedienst te voorkomen.
E-nummer en FD-nummer
Geef aan de servicedienst altijd het volledige productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opendoet.
Bij enkele apparaten die werken met stoom vindt u het typeplaatje achter de afdekking.
( 1U
)'
= 1U
Om niet te lang te hoeven zoeken kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
E-nr. FD-nr.
Servicedienst
Houd er rekening mee dat een bezoek van medewerkers van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantieperiode kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4020
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Pagina 29
Programma’s nl
Programma’s
Met de programma's kunt u heel eenvoudig gerechten klaarmaken. U kiest een programma en het apparaat neemt voor u de optimale instellingen over.
Om goede resultaten te bereiken, mag de binnenruimte niet te heet zijn. Laat de binnenruimte afkoelen en start pas daarna het programma.
Vormen
Neem de gegevens van de fabrikant van de vorm in acht.
Geschikte vormen
Gebruik hittebestendige vormen tot 300 °C.
Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Door het glazen deksel kan de grill zijn werk doen en krijgt het vlees een mooie, knapperige korst.
Braadpannen van roestvrij staal zijn slechts in beperkte mate geschikt. Het glanzende oppervlak reflecteert de warmtestraling zeer sterk. Het gerecht wordt minder bruin en het vlees minder gaar. Gebruikt u een braadpan van roestvrij staal, neem dan na afloop van het programma het deksel eraf. Het vlees op grillstand 3 nog 8 tot 10 minuten gratineren.
Gebruikt u braadpannen van geëmailleerd staal, gietijzer of persgegoten aluminium, dan wordt het gerecht van onderen bruiner. Voeg wat meer vloeistof toe.
Tip: Is de saus van het vlees te licht of te donker, voeg dan de volgende keer minder of meer vloeistof toe.
Ongeschikte vormen:
Ongeschikt zijn vormen van licht, glanzend aluminium, van kunststof en ongeglazuurde klei en vormen die voorzien zijn van kunststof handgrepen.
Grootte van de vorm:
Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. twee derde bedekken. Zo krijgt u mooi braadsap.
De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens het braden uitzetten.
Gerecht voorbereiden
Gebruik diepvriesgerechten direct vanuit het diepvriesvak. Gebruik voor vleesgerechten verse levensmiddelen, het liefst op koelkasttemperatuur.
Tip: Zeer mager vlees blijft malser door er spekreepjes op te leggen.
Weeg het gerecht. U dient te weten wat het gewicht is om in te kunnen stellen. Stel altijd het hogere gewicht in dat er direct op volgt.
Plaats de vorm op het rooster. Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnenruimte.
Pagina 30
nl Programma’s
Programma's
Als het vlees klaar is, kan het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte blijven liggen. Dan kan het vocht zich beter verdelen.
Aanwijzing: Het gewichtsbereik is bewust beperkt gehouden. Voor zeer grote gerechten zijn namelijk vaak geen passende vormen beschikbaar en het bereidingsresultaat zou niet meer kloppen.
| Programma | Levensmiddel | Vormen | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen | Inschuifhoogte | Instelgewicht | Aanwijzingen | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 01 | Pizza, dunne bodem | diepvries, voorgebakken | Braadslede met bakpapier | 0,28-0,4 | nee | 3 | Totaal gewicht | Bij de start moet de binnenruimte koud zijn. Voor een tweede pizza de aanwijzingen opvolgen die op de verpakking staan. |
| 02 | Pizza, dikke bodem | diepvries, voorgebakken | Braadslede met bakpapier | 0,28-0,6 | nee | 3 | Totaal gewicht | Bij de start moet de binnenruimte koud zijn. Voor een tweede pizza de aanwijzingen opvolgen die op de verpakking staan. |
| 03 | Lasagne | diepvries | Originele verpakking | 0,3-1,2 | nee | 3 | Totaal gewicht | - |
| 04 | Patat | diepvries | Braadslede met bakpapier | 0,2-0,75 | nee | 3 | Totaal gewicht | Naast elkaar op de braadslede leggen. |
| 05 | Afbakbroodjes | diepvries, voorgebakken | Braadslede met bakpapier | 0,1-0,8 | nee | 3 | Totaal gewicht | - |
| 06 | Aardappelgratin | - | Ovenschaal zonder deksel | 0,5-3,0 | nee | 2 | Totaal gewicht | - |
| 07 | Pastaschotel | met voorgegaarde pasta | Ovenschaal zonder deksel | 0,4-3,0 | nee | 2 | Totaal gewicht | - |
| 08 | Aardappels in de oven, heel | Ongeschilde, kruimige aardappels | Braadslede | 0,3-1,5 | nee | 3 | Totaal gewicht | - |
| 09 | Eenpansgerecht, met groente | vegetarisch | hoge braadpan met deksel | 0,5-2,5 | volgens recept | 2 | Totaal gewicht | Groente met een lange bereidingstijd (bijv. wortelen) in kleinere stukken snijden dan groente met een korte bereidingstijd (bijv. tomaten) |
| 10 | Eenpansgerecht met vlees | - | hoge braadpan met deksel | 0,5-3,0 | volgens recept | 2 | Totaal gewicht | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 11 | Goulash | Rund- of varkensvlees in blokjes met groente | hoge braadpan met deksel | 0,5-2,5 | volgens recept | 2 | Totaal gewicht | Vlees erin doen en daarop de groente leggen. Het vlees niet eerst aanbraden |
| 12 | Vis, heel | panklaar, gekruid | Braadpan met deksel | 0,3-1,5 | Bodem van de braadpan bedekken | 2 | Gewicht van de vis | - |
| 13 | Kip, niet gevuld | panklaar, gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,6-2,5 | nee | 2 | Gewicht van de kip | met de borst naar boven in de vorm leggen |
| 14 | Stukken kip | panklaar, gekruid | Braadpan met deksel | 0,1-0,8 | Bodem van de braadpan bedekken | 2 | Gewicht van het zwaarste deel | - |
| 15 | Kalkoenfilet | van het stuk, gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,5-2,5 | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van de kalkoenfilet | - |
Pagina 31
Programma’s nl
| Programma | Levensmiddel | Vormen | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen | Inschuifhoogte | Instelgewicht | Aanwijzingen | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 16 | Eend, niet gevuld | panklaar, gekruid | Braadpan zonder deksel | 1,0-4,5 | nee | 2 | Gewicht van de eend | - |
| 17 | Gans, niet gevuld | panklaar, gekruid | Braadpan zonder deksel | 2,5-3,5 | nee | 2 | Gewicht van de gans | - |
| 18 | Gestoofd rundvlees | bijv. klapstuk, schouderstuk, fricandeau of gemarineerd vlees | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 | Vlees met vloeistof bedekken | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 19 | Rosbief, medium | panklaar, gekruid | Braadpan zonder deksel | 0,5-2,5 | nee | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden, met de kant van het vet naar boven in de vorm leggen |
| 20 | Runderrollade | gevuld met groente of vlees | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 | Vleesrolletjes bedekken bijv. met bouillon of water | 2 | Gewicht van alle gevulde rollades | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 21 | Gebraden gehakt, vers | Gehakt van rund-, varkens- of lamsvlees | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 | nee | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 22 | Lamsbout, medium | zonder been, gekruid | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 23 | Lamsbout, doorbakken | zonder been, gekruid | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 24 | Gebraden kalfsvlees, doorregen | bijv. rug of heup | Braadpan met deksel | 0,5-3,0 | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 25 | Gebraden kalfsvlees, mager | bijv. lendestuk of fricandeau | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 26 | Reebout | zonder been, gezout | Braadpan met deksel | 0,5-2,0 | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | - |
| 27 | Konijn, heel | panklaar, van binnen gekruid | Braadpan met glazen deksel | 1,0-2,5 | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | - |
| 28 | Gebraden varkensnek | zonder been, gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,5-3,0 | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 29 | Gebraden varkensvlees met korstje | bijv. schouder, gekruid en zwoerd ingesneden | Braadpan met glazen deksel | 0,5-3,0 | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | met de kant van het vet naar boven in de vorm leggen, het zwoerd goed zouten |
| 30 | Gebraden varkenshaas | gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,5-2,5 | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
Pagina 32
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Programma Instellen
Het apparaat kiest de optimale verwarmingsmethode en de tijd- en temperatuurinstelling. U hoeft alleen het gewicht in te stellen.
Het gewicht kan alleen worden ingesteld in het betreffende gewichtsbereik.
- 1. De functiekeuzeknop op Programma's zetten.
- 2. Met toets of het gewenste programma instellen.
- 3. Met de temperatuurkeuzeknop het gewicht van het gerecht instellen.
Na enkele seconden start het programma. Op het display loopt de tijdsduur af.
Als het programma beëindigd is, klinkt er een signaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
Bent u tevreden met het bereidingsresultaat, schakel het apparaat dan uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
Tijdsduur van het programma
U kunt de tijdsduur van het ingestelde programma opvragen. Voor de start op toets tippen tot het eindsymbool voor de tijdsduur op het display gemarkeerd is. Tip opnieuw op toets tot het programma of het gewicht wordt weergegeven.
U kunt de vooringestelde duur van het programma niet veranderen.
Nagaren
Zodra het programma en het signaal beëindigd zijn, kunt u met toets een tijdsduur instellen. Het apparaat warmt verder op met de instellingen van het programma.
Aanwijzing: U kunt zo vaak nagaren als u wilt.
Bent u tevreden met het bereidingsresultaat, schakel het apparaat dan uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
De eindtijd op een later tijdstip zetten
Bij enkele programma's kunt u de eindtijd op een later tijdstip zetten. Voor de start op toets tippen tot het eindsymbool op het display gemarkeerd is. Met toets het einde op een later tijdstip zetten.
Na de start gaat het apparaat in de wachtstand.
Wijzigen en afbreken
Na de start kunnen het programmanummer en het gewicht niet meer veranderd worden.
De eindtijd kan veranderd worden zolang het apparaat zich in de wachtstand bevindt.
Wanneer u het programma wilt afbreken, schakelt u het apparaat uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
U vindt hier een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt zijn voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over vormen en de bereiding.
Aanwijzing: Bij het bereiden van levensmiddelen kan veel waterdamp in de binnenruimte ontstaan.
Uw apparaat is heel energie-efficiënt en geeft tijdens de werking slechts weinig warmte naar buiten af. Op grond van de hoge temperatuurverschillen tussen de binnenruimte en de buitenste delen van het apparaat kan er condenswater op de deur, het bedieningspaneel of nabijgelegen meubelfronten neerslaan. Dit is een normaal natuurkundig verschijnsel. Door voorverwarmen of de deur voorzichtig te openen, kan het condensaat worden gereduceerd.
Algemene aanwijzingen
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De bereidingstijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. De gerechten zouden dan alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorbakken zijn.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie besparen. Wanneer u voorverwarmt worden de aangegeven baktijden enkele minuten korter.
Voor bepaalden gerechten is voorverwarmen nodig, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Maakt u iets klaar volgens eigen recept, neem dan soortgelijke gerechten als basis. Bijkomende informatie vindt u onder de tips na de insteltabel.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en bespaart u tot 20 procent energie.
Pagina 33
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Verwarmingsmethode milde hetelucht
Milde hetelucht is een intelligente verwarmingsmethode voor een gezonde bereiding van vlees, vis en gebak. Het apparaat regelt de energietoevoer in de binnenruimte optimaal. Het product wordt in fases bereid met behulp van restwarmte. Zo blijft het sappiger en wordt het minder bruin. Afhankelijk van de bereiding en het gerecht kan energie worden bespaard. Als u tijdens het bereiden vroegtijdig de ovendeur opent of door het voorverwarmen verdwijnt dit effect.
Gebruik alleen de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de verwarmingsmethoden afgestemd.Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte.
Plaats de gerechten in de onverwarmde, lege binnenruimte. Houd de deur van het apparaat tijdens de bereiding gesloten.Gebruik slechts één niveau.
De verwarmingsmethode milde hetelucht wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energie-efficiëntieklasse gebruikt.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het bakken op één niveau:
- hoog gebak of hoge vormen op het rooster: hoogte 2
- plat gebak of op de bakplaat: hoogte 3
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik hete lucht. Taarten op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Bakken op twee niveaus:
- Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
- Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Bakken op drie niveaus:
- Bakplaat: hoogte 5
Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie besparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Accessoires
Gebruik alleen de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Let erop dat u altijd geschikte accessoires gebruikt en deze er goed om inschuift. "Toebehoren" op pagina 12
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Taart, cake en gebak
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van gebak en klein gebak. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Bakvormen
Voor een optimaal kookresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Wilt u vormen van silicone gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De hoeveelheid- en receptgegevens kunnen afwijken.
Diepvriesproducten
Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten. Verwijder het ijs van het gerecht.
Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.
Brood en broodjes
Attentie!
Nooit water in de hete binnenruimte gieten of vormen met water op de bodem van de oven plaatsen. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gebakken. Deze zijn in de tabel aangegeven.
De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.
Pagina 34
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Gebak in vormen
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Cake, eenvoudig | Krans-/rechthoekige vorm | 2 | 7 | 140-150 | 75-85 |
| Cake, eenvoudig, 2 niveaus | Krans-/rechthoekige vorm | 3+1 | 140-150 | 70-85 | |
| Cake, fijn | Krans-/rechthoekige vorm | 2 | 150-170 | 60-80 | |
| Taartbodem van roerdeeg | Taartbodemvorm | 3 | 160-180 | 20-30 | |
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 170-190 | 55-80 | |
| Taart | Taartvorm | 1 | 200-240 | 25-50 | |
| Gistgebak | Springvorm Ø 28 cm | 2 | 7 | 150-160 | 25-35 |
| Tulband | Tulbandvorm | 2 | 150-170 | 50-70 | |
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 7 | 160-170 | 30-35 |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 2 | 150-160* | 30-40 | |
| * voorverwarmen | |||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
| Gebak op de plaat | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Cake met bedekking | Bakplaat | 3 | 160-180 | 20-45 | |
| Cake, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-160 | 30-55 | |
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 2 | 170-190 | 30-45 | |
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 160-170 | 35-45 | |
| Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 2 | 160-180 | 55-95 | |
| Gistdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 3 | 160-180 | 15-20 | |
| Gistdeeggebak met droge bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 20-30 | |
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 3 | 180-200 | 30-55 | |
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 40-65 | |
| Broodvlecht, gistdeegkrans | Bakplaat | 2 | 160-170 | 35-40 | |
| Biscuitrol | Bakplaat | 3 | 180-200* | 10-15 | |
| Strudel, zoet | Braadslede | 2 | 190-200 | 45-60 | |
| Strudel, diepvries | Braadslede | 3 | - | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
* voorverwarmen
| Klein gebak | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Muffins | Muffinplaat | 2 | 170-190 | 20-40 | |
| Muffins, 2 niveaus | Muffinplaten | 3+1 | 160-170* | 20-45 | |
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat | 3 | 7 | 150-170 | 20-30 |
| Klein gistdeeggebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 25-40 | |
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 3 | 170-190* | 20-35 | |
| Bladerdeeggebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 170-190* | 25-45 | |
| Bladerdeeggebak, 3 niveaus | Bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 170-190* | 25-45 | |
| Deeg van bijv. soesjes | Bakplaat | 3 | 190-210 | 35-50 | |
| Soezendeeggebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 190-210 | 35-45 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
* voorverwarmen
** 5 min. voorverwarmen, gebruik niet de functie Snel voorverwarmen.
Pagina 35
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Koekjes
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Sprits | Bakplaat | 3 | 140-150** | 25-40 | |
| Sprits, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-150** | 25-35 | |
| Sprits, 3 niveaus | Bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-140** | 40-55 | |
| Koekjes | Bakplaat | 3 | 140-160 | 15-25 | |
| Koekjes, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-160 | 15-25 | |
| Koekjes, 3 niveaus | Bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 140-160 | 15-25 | |
| Schuimgebak | Bakplaat | 3 | 80-90* | 120-150 | |
| Schuimgebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 90-100* | 100-150 | |
| Macarons | Bakplaat | 3 | 90-110 | 20-30 | |
| Macarons, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 90-110 | 20-35 | |
| Macarons, 3 niveaus | Bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 90-110 | 30-40 | |
| * voorverwarmen ** 5 min. voorverwarmen, gebruik niet de functie Snel voorverwarmen. | |||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
| Brood en broodjes | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Stap | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Brood, 750 g (in rechthoekige vorm en op de plaat) | Braadslede of rechthoekige vorm | 2 | 7 | 200-220 | 20-40 | |
| Brood, 1000 g (in rechthoekige vorm en op de plaat) | Braadslede of rechthoekige vorm | 2 | 7 | 200-220 | 35-50 | |
| Brood, 1500 g (in rechthoekige vorm en op de plaat) | Braadslede of rechthoekige vorm | 2 | 7 | 200-220 | 40-60 | |
| Plat rond brood | Braadslede | 3 | 240-250 | 20-25 | ||
| Broodjes, zoet, vers | Bakplaat | 3 | 150-160* | 25-35 | ||
| Broodjes, zoet, vers, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170* | 15-25 | ||
| Broodjes, vers | Bakplaat | 3 | 180-200 | 20-30 | ||
| Toast grillen, 4 stuks | Rooster | 3 | 200-220 | 15-20 | ||
| Toast grillen, 12 stuks | Rooster | 3 | 220-240 | 15-25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
* voorverwarmen
| Pizza, quiche en hartig gebak | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Pizza, vers | Bakplaat | 3 | 190-210 | 20-30 | |
| Pizza, vers, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 180-200 | 30-40 | |
| Pizza, vers, dunne bodem | Pizzaplaat | 2 | 250-270* | 8-13 | |
| Pizza, gekoeld | Rooster | 3 | -** | - | |
| Pizza, diepvries, dunne bodem, 1 stuk | Rooster | 2 | -** | - | |
| Pizza, diepvries, dunne bodem, 2 stuks | Universele braadslede + rooster | 3+1 | 190-210 | 20-25 | |
| Pizza, diepvries, dikke bodem, 1 stuk | Rooster | 2 | -** | - | |
| Pizza, diepvries, dikke bodem, 2 stuks | Universele braadslede + rooster | 3+1 | 190-210 | 25-30 | |
| Minipizza's | braadslede | 2 | -** | - | |
| Hartig gebak in vormen | Springvorm Ø 28 cm | 2 | 170-190 | 50-60 | |
| Quiche | Taartvorm, zwart metaal | 2 | 190-210 | 25-35 | |
| Pasteigebak | Ovenschaal | 2 | 170-190 | 65-75 | |
| Empanada | braadslede | 2 | 180-200 | 35-50 | |
| Börek | braadslede | 1 | 180-200 | 40-50 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
* voorverwarmen
** Houd u aan de instructies op de verpakking
Pagina 36
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Tips voor het bakken
| U wilt vaststellen of het gebak doorbakken is. | Steek met een houten prikker op de hoogste plaats in het gebak. Zit er geen deeg meer aan de prikker, dan is het gebak klaar. |
| Het gebak stort in. | Gebruik de volgende keer minder vloeistof. Of stel de temperatuur 10 °C lager in en verleng de baktijd. Houd u aan de opgegeven ingrediënten en bereidingsaanwijzingen in het recept. |
| Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. | Vet alleen de bodem van de springvorm in. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. |
| Het sap van de vruchten stroomt over. | Gebruik de volgende keer de braadslede. |
| Klein gebak plakt bij het bakken aan elkaar. | Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats om het gebak goed te laten rijzen en helemaal bruin te laten worden. |
| Het gebak is te droog. | Stel de temperatuur 10 °C hoger in en houd een kortere baktijd aan. |
| Het gebak is over het geheel te licht. | Zijn de inschuifhoogte en de accessoires juist, verhoog dan evt. de temperatuur of houd een langere baktijd aan. |
| Het gebak is aan de bovenkant te licht, maar van onderen te donker. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau hoger. |
| Het gebak is aan de bovenkant te donker, maar van onderen te licht. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. Kies een lagere temperatuur en houd een langere baktijd aan. |
| Het gebak in een (langwerpige) vorm wordt te donker aan de achterkant. | Zet de bakvorm niet direct tegen de achterwand maar midden op het accessoire. |
| Het gebak is in zijn geheel te donker. | Kies de volgende keer een lagere temperatuur en houd evt. een langere baktijd aan. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een wat lagere temperatuur. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zo af dat het goed past. Let erop dat de bakvorm niet direct voor de openingen in de achterwand van de binnenruimte staat. Bij het bakken van klein gebak moet u indien mogelijk gelijke groottes en diktes aanhouden. |
| U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste. | Kies voor het bakken op meerdere niveaus altijd hete lucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. |
| Het gebak ziet er goed uit, maar is van binnen niet goed doorbakken. | Bak iets langer bij een wat lagere temperatuur en voeg evt. minder vloeistof toe. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi hem met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. |
| Het gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten. | Laat het gebak na het bakken nog 5 tot 10 minuten afkoelen. Komt het er nog steeds niet uit, maak de rand dan voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer in en bestrooi hem met paneermeel. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
Ovenschotels en gegratineerde gerechten
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bereiden van vlees. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht.
Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerechten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge vorm hebben de gerechten meer tijd nodig en worden ze donkerder aan de bovenkant.
Gebruik altijd de aangegeven inschuifhoogtes.
Op één niveau kunt u bakken in vormen of met de braadslede.
- Vormen op het rooster: hoogte 2
- Braadslede: hoogte 3
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie besparen. Plaats de vormen naast elkaar in de binnenruimte.
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Ovenschotel, hartig, gegaarde ingrediënten | Ovenschaal | 2 | 200-220 | 30-60 | |
| Ovenschotel, zoet | Ovenschaal | 2 | 170-190 | 40-60 | |
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog | Ovenschaal | 2 | 150-170 | 60-80 | |
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog, 2 niveaus | Ovenschaal | 3+1 | 150-160 | 65-80 |
Verder lezen op pagina 3Inhoud