Siemens HB578G0S00, tekst van de handleiding
Pagina's 32–41 van 48 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 17–31verder op pagina 42 →
Pagina 32
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Programma Instellen
Het apparaat kiest de optimale verwarmingsmethode en de tijd- en temperatuurinstelling. U hoeft alleen het gewicht in te stellen.
Het gewicht kan alleen worden ingesteld in het betreffende gewichtsbereik.
- 1. De functiekeuzeknop op Programma's zetten.
- 2. Met toets of het gewenste programma instellen.
- 3. Met de temperatuurkeuzeknop het gewicht van het gerecht instellen.
Na enkele seconden start het programma. Op het display loopt de tijdsduur af.
Als het programma beëindigd is, klinkt er een signaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
Bent u tevreden met het bereidingsresultaat, schakel het apparaat dan uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
Tijdsduur van het programma
U kunt de tijdsduur van het ingestelde programma opvragen. Voor de start op toets tippen tot het eindsymbool voor de tijdsduur op het display gemarkeerd is. Tip opnieuw op toets tot het programma of het gewicht wordt weergegeven.
U kunt de vooringestelde duur van het programma niet veranderen.
Nagaren
Zodra het programma en het signaal beëindigd zijn, kunt u met toets een tijdsduur instellen. Het apparaat warmt verder op met de instellingen van het programma.
Aanwijzing: U kunt zo vaak nagaren als u wilt.
Bent u tevreden met het bereidingsresultaat, schakel het apparaat dan uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
De eindtijd op een later tijdstip zetten
Bij enkele programma's kunt u de eindtijd op een later tijdstip zetten. Voor de start op toets tippen tot het eindsymbool op het display gemarkeerd is. Met toets het einde op een later tijdstip zetten.
Na de start gaat het apparaat in de wachtstand.
Wijzigen en afbreken
Na de start kunnen het programmanummer en het gewicht niet meer veranderd worden.
De eindtijd kan veranderd worden zolang het apparaat zich in de wachtstand bevindt.
Wanneer u het programma wilt afbreken, schakelt u het apparaat uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
U vindt hier een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt zijn voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over vormen en de bereiding.
Aanwijzing: Bij het bereiden van levensmiddelen kan veel waterdamp in de binnenruimte ontstaan.
Uw apparaat is heel energie-efficiënt en geeft tijdens de werking slechts weinig warmte naar buiten af. Op grond van de hoge temperatuurverschillen tussen de binnenruimte en de buitenste delen van het apparaat kan er condenswater op de deur, het bedieningspaneel of nabijgelegen meubelfronten neerslaan. Dit is een normaal natuurkundig verschijnsel. Door voorverwarmen of de deur voorzichtig te openen, kan het condensaat worden gereduceerd.
Algemene aanwijzingen
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en het recept. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De bereidingstijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. De gerechten zouden dan alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorbakken zijn.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie besparen. Wanneer u voorverwarmt worden de aangegeven baktijden enkele minuten korter.
Voor bepaalden gerechten is voorverwarmen nodig, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Maakt u iets klaar volgens eigen recept, neem dan soortgelijke gerechten als basis. Bijkomende informatie vindt u onder de tips na de insteltabel.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en bespaart u tot 20 procent energie.
Pagina 33
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Verwarmingsmethode milde hetelucht
Milde hetelucht is een intelligente verwarmingsmethode voor een gezonde bereiding van vlees, vis en gebak. Het apparaat regelt de energietoevoer in de binnenruimte optimaal. Het product wordt in fases bereid met behulp van restwarmte. Zo blijft het sappiger en wordt het minder bruin. Afhankelijk van de bereiding en het gerecht kan energie worden bespaard. Als u tijdens het bereiden vroegtijdig de ovendeur opent of door het voorverwarmen verdwijnt dit effect.
Gebruik alleen de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de verwarmingsmethoden afgestemd.Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte.
Plaats de gerechten in de onverwarmde, lege binnenruimte. Houd de deur van het apparaat tijdens de bereiding gesloten.Gebruik slechts één niveau.
De verwarmingsmethode milde hetelucht wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energie-efficiëntieklasse gebruikt.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het bakken op één niveau:
- hoog gebak of hoge vormen op het rooster: hoogte 2
- plat gebak of op de bakplaat: hoogte 3
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik hete lucht. Taarten op bakplaten of in vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Bakken op twee niveaus:
- Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
- Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Bakken op drie niveaus:
- Bakplaat: hoogte 5
Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie besparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Accessoires
Gebruik alleen de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Let erop dat u altijd geschikte accessoires gebruikt en deze er goed om inschuift. "Toebehoren" op pagina 12
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Taart, cake en gebak
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van gebak en klein gebak. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Bakvormen
Voor een optimaal kookresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Wilt u vormen van silicone gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De hoeveelheid- en receptgegevens kunnen afwijken.
Diepvriesproducten
Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten. Verwijder het ijs van het gerecht.
Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.
Brood en broodjes
Attentie!
Nooit water in de hete binnenruimte gieten of vormen met water op de bodem van de oven plaatsen. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gebakken. Deze zijn in de tabel aangegeven.
De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.
Pagina 34
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Gebak in vormen
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Cake, eenvoudig | Krans-/rechthoekige vorm | 2 | 7 | 140-150 | 75-85 |
| Cake, eenvoudig, 2 niveaus | Krans-/rechthoekige vorm | 3+1 | 140-150 | 70-85 | |
| Cake, fijn | Krans-/rechthoekige vorm | 2 | 150-170 | 60-80 | |
| Taartbodem van roerdeeg | Taartbodemvorm | 3 | 160-180 | 20-30 | |
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 170-190 | 55-80 | |
| Taart | Taartvorm | 1 | 200-240 | 25-50 | |
| Gistgebak | Springvorm Ø 28 cm | 2 | 7 | 150-160 | 25-35 |
| Tulband | Tulbandvorm | 2 | 150-170 | 50-70 | |
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm Ø 26 cm | 2 | 7 | 160-170 | 30-35 |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 2 | 150-160* | 30-40 | |
| * voorverwarmen | |||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
| Gebak op de plaat | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Cake met bedekking | Bakplaat | 3 | 160-180 | 20-45 | |
| Cake, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-160 | 30-55 | |
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 2 | 170-190 | 30-45 | |
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 160-170 | 35-45 | |
| Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 2 | 160-180 | 55-95 | |
| Gistdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 3 | 160-180 | 15-20 | |
| Gistdeeggebak met droge bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 20-30 | |
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 3 | 180-200 | 30-55 | |
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 40-65 | |
| Broodvlecht, gistdeegkrans | Bakplaat | 2 | 160-170 | 35-40 | |
| Biscuitrol | Bakplaat | 3 | 180-200* | 10-15 | |
| Strudel, zoet | Braadslede | 2 | 190-200 | 45-60 | |
| Strudel, diepvries | Braadslede | 3 | - | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
* voorverwarmen
| Klein gebak | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Muffins | Muffinplaat | 2 | 170-190 | 20-40 | |
| Muffins, 2 niveaus | Muffinplaten | 3+1 | 160-170* | 20-45 | |
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat | 3 | 7 | 150-170 | 20-30 |
| Klein gistdeeggebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 25-40 | |
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 3 | 170-190* | 20-35 | |
| Bladerdeeggebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 170-190* | 25-45 | |
| Bladerdeeggebak, 3 niveaus | Bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 170-190* | 25-45 | |
| Deeg van bijv. soesjes | Bakplaat | 3 | 190-210 | 35-50 | |
| Soezendeeggebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 190-210 | 35-45 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
* voorverwarmen
** 5 min. voorverwarmen, gebruik niet de functie Snel voorverwarmen.
Pagina 35
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Koekjes
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Sprits | Bakplaat | 3 | 140-150** | 25-40 | |
| Sprits, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-150** | 25-35 | |
| Sprits, 3 niveaus | Bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-140** | 40-55 | |
| Koekjes | Bakplaat | 3 | 140-160 | 15-25 | |
| Koekjes, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-160 | 15-25 | |
| Koekjes, 3 niveaus | Bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 140-160 | 15-25 | |
| Schuimgebak | Bakplaat | 3 | 80-90* | 120-150 | |
| Schuimgebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 90-100* | 100-150 | |
| Macarons | Bakplaat | 3 | 90-110 | 20-30 | |
| Macarons, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 90-110 | 20-35 | |
| Macarons, 3 niveaus | Bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 90-110 | 30-40 | |
| * voorverwarmen ** 5 min. voorverwarmen, gebruik niet de functie Snel voorverwarmen. | |||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
| Brood en broodjes | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Stap | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Brood, 750 g (in rechthoekige vorm en op de plaat) | Braadslede of rechthoekige vorm | 2 | 7 | 200-220 | 20-40 | |
| Brood, 1000 g (in rechthoekige vorm en op de plaat) | Braadslede of rechthoekige vorm | 2 | 7 | 200-220 | 35-50 | |
| Brood, 1500 g (in rechthoekige vorm en op de plaat) | Braadslede of rechthoekige vorm | 2 | 7 | 200-220 | 40-60 | |
| Plat rond brood | Braadslede | 3 | 240-250 | 20-25 | ||
| Broodjes, zoet, vers | Bakplaat | 3 | 150-160* | 25-35 | ||
| Broodjes, zoet, vers, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170* | 15-25 | ||
| Broodjes, vers | Bakplaat | 3 | 180-200 | 20-30 | ||
| Toast grillen, 4 stuks | Rooster | 3 | 200-220 | 15-20 | ||
| Toast grillen, 12 stuks | Rooster | 3 | 220-240 | 15-25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
* voorverwarmen
| Pizza, quiche en hartig gebak | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Pizza, vers | Bakplaat | 3 | 190-210 | 20-30 | |
| Pizza, vers, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 180-200 | 30-40 | |
| Pizza, vers, dunne bodem | Pizzaplaat | 2 | 250-270* | 8-13 | |
| Pizza, gekoeld | Rooster | 3 | -** | - | |
| Pizza, diepvries, dunne bodem, 1 stuk | Rooster | 2 | -** | - | |
| Pizza, diepvries, dunne bodem, 2 stuks | Universele braadslede + rooster | 3+1 | 190-210 | 20-25 | |
| Pizza, diepvries, dikke bodem, 1 stuk | Rooster | 2 | -** | - | |
| Pizza, diepvries, dikke bodem, 2 stuks | Universele braadslede + rooster | 3+1 | 190-210 | 25-30 | |
| Minipizza's | braadslede | 2 | -** | - | |
| Hartig gebak in vormen | Springvorm Ø 28 cm | 2 | 170-190 | 50-60 | |
| Quiche | Taartvorm, zwart metaal | 2 | 190-210 | 25-35 | |
| Pasteigebak | Ovenschaal | 2 | 170-190 | 65-75 | |
| Empanada | braadslede | 2 | 180-200 | 35-50 | |
| Börek | braadslede | 1 | 180-200 | 40-50 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
* voorverwarmen
** Houd u aan de instructies op de verpakking
Pagina 36
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Tips voor het bakken
| U wilt vaststellen of het gebak doorbakken is. | Steek met een houten prikker op de hoogste plaats in het gebak. Zit er geen deeg meer aan de prikker, dan is het gebak klaar. |
| Het gebak stort in. | Gebruik de volgende keer minder vloeistof. Of stel de temperatuur 10 °C lager in en verleng de baktijd. Houd u aan de opgegeven ingrediënten en bereidingsaanwijzingen in het recept. |
| Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. | Vet alleen de bodem van de springvorm in. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. |
| Het sap van de vruchten stroomt over. | Gebruik de volgende keer de braadslede. |
| Klein gebak plakt bij het bakken aan elkaar. | Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats om het gebak goed te laten rijzen en helemaal bruin te laten worden. |
| Het gebak is te droog. | Stel de temperatuur 10 °C hoger in en houd een kortere baktijd aan. |
| Het gebak is over het geheel te licht. | Zijn de inschuifhoogte en de accessoires juist, verhoog dan evt. de temperatuur of houd een langere baktijd aan. |
| Het gebak is aan de bovenkant te licht, maar van onderen te donker. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau hoger. |
| Het gebak is aan de bovenkant te donker, maar van onderen te licht. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. Kies een lagere temperatuur en houd een langere baktijd aan. |
| Het gebak in een (langwerpige) vorm wordt te donker aan de achterkant. | Zet de bakvorm niet direct tegen de achterwand maar midden op het accessoire. |
| Het gebak is in zijn geheel te donker. | Kies de volgende keer een lagere temperatuur en houd evt. een langere baktijd aan. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een wat lagere temperatuur. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zo af dat het goed past. Let erop dat de bakvorm niet direct voor de openingen in de achterwand van de binnenruimte staat. Bij het bakken van klein gebak moet u indien mogelijk gelijke groottes en diktes aanhouden. |
| U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste. | Kies voor het bakken op meerdere niveaus altijd hete lucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. |
| Het gebak ziet er goed uit, maar is van binnen niet goed doorbakken. | Bak iets langer bij een wat lagere temperatuur en voeg evt. minder vloeistof toe. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi hem met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. |
| Het gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten. | Laat het gebak na het bakken nog 5 tot 10 minuten afkoelen. Komt het er nog steeds niet uit, maak de rand dan voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer in en bestrooi hem met paneermeel. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
Ovenschotels en gegratineerde gerechten
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bereiden van vlees. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht.
Gebruik voor ovenschotels en gegratineerde gerechten een platte, brede vorm. In een smalle, hoge vorm hebben de gerechten meer tijd nodig en worden ze donkerder aan de bovenkant.
Gebruik altijd de aangegeven inschuifhoogtes.
Op één niveau kunt u bakken in vormen of met de braadslede.
- Vormen op het rooster: hoogte 2
- Braadslede: hoogte 3
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie besparen. Plaats de vormen naast elkaar in de binnenruimte.
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Ovenschotel, hartig, gegaarde ingrediënten | Ovenschaal | 2 | 200-220 | 30-60 | |
| Ovenschotel, zoet | Ovenschaal | 2 | 170-190 | 40-60 | |
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog | Ovenschaal | 2 | 150-170 | 60-80 | |
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog, 2 niveaus | Ovenschaal | 3+1 | 150-160 | 65-80 |
Pagina 37
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Gevogelte, vlees en vis
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het klaarmaken van gevogelte, vlees en vis. In de insteltabellen vindt u voor enkele gerechten optimale instellingen.
Braden op het rooster
Het braden op het rooster is bijzonder geschikt voor groot gevogelte of meerdere stukken tegelijk.
Plaats de braadslede met het rooster op de aangegeven inschuifhoogte. Let erop dat het rooster goed op de braadslede ligt. "Toebehoren" op pagina 12
Giet afhankelijk van de grootte en het soort vlees tot liter water in de braadslede. Vrijkomende vloeistof wordt opgevangen. Van dit braadvocht kunt u een saus maken. Bovendien ontstaat er zo minder rook en blijft de binnenruimte schoner.
Braden in vormen
Waarschuwing – Risico van letsel door barstend glas!
Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Waarschuwing – Risico van verbranding!
Wanneer het deksel na de bereiding wordt afgenomen kan er zeer hete stoom vrijkomen. Til het deksel aan de achterkant op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.
Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de oven. Vormen van glas zijn het meest geschikt. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. Gevogelte, vlees en vis wordt langzamer gaar en minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.
Open vorm
Voor het klaarmaken van gevogelte, vlees en vis kunt u het beste een hoge vorm gebruiken. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de braadslede gebruiken.
Gesloten vorm
De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.
Gevogelte, vlees en vis kunnen ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.
Grillen
Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit grillen terwijl de apparaatdeur geopend is.
Leg het te grillen stuk op het rooster. Plaats bovendien de braadslede, met de schuine kant naar de apparaatdeur, ten minste één inschuifhoogte eronder. Zo wordt afdruipend vet opgevangen.
Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en hetzelfde gewicht. Dan worden ze gelijkmatig bruin en blijven lekker mals. Leg de te grillen stukken rechtstreeks op het rooster.
Keer ze met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
Bestrooi vlees pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees.
Aanwijzingen
- Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld, dat is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
- Bij het grillen kan rook ontstaan.
Braadthermometer
Afhankelijk van de versie van uw apparaat beschikt u over een braadthermometer. Met de braadthermometer kunt u exact garen. Lees de belangrijke instructies voor het gebruik van de braadthermometer na in het betreffende hoofdstuk. U vindt daar gegevens over het insteken van de braadthermometer, de mogelijke verwarmingsmethoden en verdere informatie.
Aanbevolen instelwaarden
De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braadklaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttemperatuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
In de tabel vindt u gegevens voor gevogelte, vlees en vis en voorgestelde gewichten. Wilt u zwaarder gevogelte, vlees of vis bereiden, gebruik dan in elk geval de lagere temperatuur. Om bij meerdere stukken de bereidingsduur te bepalen dient u uit te gaan van het gewicht van het zwaarste stuk. De stukken dienen ongeveer even groot te zijn.
Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
Gevogelte, vlees en vis na ca. tot van de opgegeven tijd keren.
Pagina 38
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Gevogelte
Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in. Zo kan het vet weglopen.
Snijd bij eendenborst het vel in.Keer de eendenborst niet.
Voeg wat vloeistof toe aan het gevogelte in de pan. De bodem van de vorm dient ca. 1-2 c€m bedekt te zijn.
Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de borstzijde resp. de kant van het vel onder ligt.
Gevogelte wordt bijzonder knapperig bruin als u het tegen het einde van de bereidingstijd bestrijkt met boter, zout water of sinaasappelsap.
Vlees
Bestrijk mager vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op.
Voeg aan braadstukken van mager vlees een beetje vloeistof toe. In glazen vormen moet de bodem van de vorm ca. cm hoog bedekt zijn.
Snij een zwoerd kruisgewijs in. Let er bij het keren van braadvlees op dat eerst het zwoerd onder ligt.
Als het braadvlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte blijven liggen. Zo kan het vleessap zich beter verdelen. Wikkel het braadvlees evt. in aluminiumfolie. Bij de opgegeven bereidingstijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
Braden en stoven in een vorm is comfortabeler. U kunt het braadvlees met de vorm eenvoudiger uit de binnenruimte nemen en de saus direct in de vorm bereiden.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen en of u een deksel gebruikt. Wanneer u vlees in geëmailleerde of donkere braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe.
De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
Voor het stoven braadt u het vlees naar wens eerst aan. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of iets soortgelijks aan toe. De bodem van de vorm dient ca 1- 2 cm bedekt te zijn.
Vis
Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand in de binnenruimte, met de rugvin naar boven. Een ingesneden aardappel of kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis zorgt voor stabiliteit.
De vis is gaar wanneer de rugvin gemakkelijk loslaat.
Doe bij het stomen twee tot drie eetlepels vloeistof en wat citroensap of azijn in de vorm.
Gevogelte
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Kip, 1,3 kg | Open vorm | 2 | 4 | 200-220 | 60-70 |
| Kleine kipdelen, à 250 g | Open vorm | 3 | 4 | 220-230 | 30-35 |
| Kipsticks, nuggets, diepvries | braadslede | 3 | - | - | |
| Eend, 2 kg | Open vorm | 2 | 4 | 180-200 | 90-110 |
| Eendenborst, medium, à 300 g | Open vorm | 3 | 210-230 | 35-40 | |
| 3 | 3-5 | ||||
| Gans, 3 kg | Open vorm | 2 | 4 | 140 | 130-140 |
| 160 | 50-60 | ||||
| Ganzenbouten, à 350 g | Gesloten vorm | 2 | 150-160 | 80-90 | |
| 4 | 230-240 | 30-40 | |||
| Kalkoen, 2,5 kg | Open vorm | 2 | 4 | 180-200 | 75-90 |
| Kalkoenfilet, zonder been, 1 kg | Gesloten vorm | 2 | 240-260 | 80-100 | |
| Kalkoendij, met been, 1 kg | Open vorm | 2 | 4 | 180-200 | 80-100 |
Pagina 39
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Vlees
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Stap | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 7 | 160-170 | 150-160 | |
| Gebraden varkensvlees met zwoerd, bijv. schouderstuk, 2 kg | Open vorm | 2 | 1 | 130-140 | 135-145 | |
| 4 | 2 | 190-200 | 25-30 | |||
| Gebraden varkenslende, 1,5 kg | Gesloten vorm | 2 | 190-200 | 100-110*** | ||
| Varkenssteaks, 2 cm dik | Rooster | 4 | 3 | 20-25** | ||
| Runderfilet, medium, 1 kg | Rooster + universele pan | 3 | 210-220**** | 40-50** | ||
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 2 | 7 | 200-220 | 130-150***** | |
| Rosbief, medium, 1,5 kg | Rooster + universele pan | 3 | 4 | 200-220**** | 60-70 | |
| Burger, 3-4 cm hoog | Rooster | 4 | 3**** | 25-30 | ||
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 7 | 160-180 | 140-160 | |
| Kalfsschenkel, 1,5 kg | Gesloten vorm | 2 | 200-220 | 125-140 | ||
| Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 4 | 170-190 | 70-80*** | |
| Lamszadel met been, medium, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 4 | 180-190 | 45-55*** | |
| Grillworsten | Rooster | 3 | 3 | 15-20 | ||
| Gehaktbrood, 1 kg | Open vorm | 2 | 4 | 170-180 | 70-80 | |
| * voorverwarmen ** Braadslede op inschuifhoogte 2 eronder plaatsen *** zonder keren **** keren na 1/2 - 2/3 van de bereidingstijd ***** in het begin vloeistof in de vorm doen, gebraad moet minstens voor 2/3 in vloeistof liggen | ||||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)
| Vis | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
| Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forel | Rooster | 2 | 4 | 160-180 | 20-30*** |
| Vis, gegrild, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Rooster | 2 | 4 | 170-190 | 30-40*** |
| Visfilet, viskotelet, gegrild, 2-3 cm dik | Rooster | 4 | 3 | 12-22** | |
| Visfilet, gestoofd, ongepaneerd, 2-3 cm dik | Gesloten vorm | 2 | 7 | 170-190 | 35-45 |
| Vis, gestoofd, heel 300 g, bijv. forel | Gesloten vorm | 2 | 7 | 170-190 | 40-50 |
| Vis, gestoofd, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Gesloten vorm | 2 | 7 | 180-200 | 55-65 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)
* voorverwarmen
** Braadslede op inschuifhoogte 2 plaatsen
*** Braadslede onder rooster schuiven
| Tips voor het braden, stoven en grillen | |
|---|---|
| De binnenruimte wordt erg vuil. | Bereid het product in een gesloten braadslede of gebruik het grillrooster. Wanner u het grillrooster gebruikt, behaalt u een optimaal braadresultaat. U kunt het grillrooster als speciaal toebehoren kopen. |
| Het braadvlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand en/of het braadvlees is te droog. | Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. Kies de volgende keer een lagere temperatuur en verkort evt. de braadtijd. |
| De korst is te dun. | Verhoog de temperatuur of schakel na afloop van de braadtijd de grill even in. |
| Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Neem de volgende keer kleiner braadgerei en voeg evt. meer vloeistof toe. |
| Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Neem de volgende keer groter braadgerei en voeg evt. minder vloeistof toe. |
| Bij het stoven brandt het vlees aan. | Het deksel moet goed op de braadvorm passen en goed sluiten. Reduceer de temperatuur en voeg indien gewenst tijdens het stoven nog vloeistof toe. |
| Het grillproduct wordt te droog. | Het vlees pas na het grillen zouten. Zout onttrekt water aan het vlees. Steek tijdens het keren niet in het grillproduct. Gebruik een grilltang. |
Pagina 40
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Groente en bijgerechten
Hier vindt u gegevens voor het bereiden van gegrilde groente, aardappels en diepvries-aardappelproducten.
Houd u aan de opgaven in de tabel.
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Gegrilde groente | Braadslede | 5 | 3 | 10-15 | |
| Gebakken aardappels, gehalveerd | Braadslede | 3 | 160-180 | 45-60 | |
| Aardappelproducten, diepvries, bijv. frites, kroketten, aardappelflappen, Rösti | Braadslede | 3 | 200-220 | 25-35 | |
| Frites, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 190-210 | 30-40 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
Desserts
Met uw apparaat kunt u ook zelf soufflés en yoghurt maken.
Soufflés
Soufflés kunt u ook in een waterbad in de braadslede klaarmaken. Plaats hiertoe de braadslede op hoogte 2.
Yoghurt
Neem de rekjes en accessoires uit de binnenruimte. De binnenruimte moet leeg zijn.
- 1. 1 liter melk (3,5 % vet) op de kookplaat tot 90 °C verwarmen en tot 40 °C afkoelen.
Bij houdbare melk is het verwarmen op 40 °C voldoende.
- 2. 150g yoghurt (koelkasttemperatuur) erdoor roeren.
- 3. Koppen of kleine potjes hiermee vullen en afdekken met vershoudfolie.
- 4. De koppen of potjes vervolgens op de bodem van de binnenruimte zetten en instellen zoals aangegeven in de tabel.
- 5. Na de bereiding de yoghurt in de koelkast laten afkoelen.
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Yoghurt | Portievormen | Bodem binnenruimte | 40-45 | 8-9h | |
| Soufflé in portievormen | Portievormen | 2 | 160-180 | 35-45 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
Acrylamide in levensmiddelen
Acrylamide ontstaat vooral bij met hoge verhitting klaargemaakte graan- en aardappelproducten, zoals bijv. patates frites, aardappelchips, toast, broodjes, brood of fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, speculaas).
| Tips voor een acrylamidearme bereiding van gerechten | |
|---|---|
| Algemeen | ■ Zo kort mogelijke bereidingstijden aanhouden. ■ Gerechten goudgeel en niet te donker laten worden. ■ Grote, dikke gerechten bevatten minder acrylamide. |
| Bakken | Met boven- en onderwarmte, max. 200 °C. Met hete lucht max. 180 °C. |
| Koekjes | Met boven- en onderwarmte, max. 190 °C. Met hete lucht max. 170 °C. Ei of eigeel vermindert de vorming van acrylamide. |
| Oven-frites | Gelijkmatig en in één laag over de plaat verdelen. Ca. 400-600 g per plaat bakken, zodat de aardappels niet uitdrogen en knapperig worden. |
Pagina 41
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Langzaam garen
Langzaam garen betekent dat de bereiding op een zeer lage temperatuur plaatsvindt. Het wordt daarom ook garen bij lage temperatuur genoemd.
Het langzaam garen is ideaal voor alle fijne stukken vlees (bijv. malse delen van het rund, kalf, varken, lam en gevogelte), die rosé of à point (medium) gegaard moeten worden. Het vlees blijft zeer sappig, mals en zacht.
Uw voordeel: u heeft veel speelruimte bij de menuplanning, want langzaam gegaard vlees kan probleemloos worden warmgehouden. U hoeft het vlees tijdens de bereiding niet te keren. Houd de deur van het apparaat gesloten om een gelijkmatig bereidingsklimaat te krijgen.
Gebruik uitsluitend vers en hygiënisch perfect vlees, zonder bot. Verwijder zorgvuldig de pezen en vetranden. Vet ontwikkelt bij het langzaam garen een sterke eigen smaak. U kunt ook gekruid of gemarineerd vlees gebruiken. Gebruik geen ontdooid vlees.
Het vlees kan direct na het langzaam garen in stukken worden gesneden. Het hoeft niet te rusten. Door de speciale bereidingsmethode ziet het vlees er rosé uit. Het is echter niet rauw, maar voldoende gaar.
De temperatuur en de tijdsduur voor langzaam garen zijn afhankelijk van de grootte, dikte en kwaliteit van het vlees. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.
Aanwijzing: Bij het langzaam garen kan geen starttijdvoorkeuze met eindtijd worden ingesteld.
Vormen
Gebruik een vlakke vorm, bijv. een serveerplaat van porselein of glas. Plaats de vorm voor het voorverwarmen eveneens in de binnenruimte.
Plaats de open vorm altijd op hoogte 2 op het rooster.
Bijkomende informatie vindt u onder de tips voor langzaam garen, na de insteltabel.
Start de werking alleen wanneer de binnenruimte geheel is afgekoeld. Laat de binnenruimte met de vorm erin ca. 15 minuten goed doorwarmen.
Braad het vlees op de kookplaat zeer heet en lang genoeg aan alle kanten, ook de uiteinden. Doe het onmiddellijk in de voorverwarmde vorm. De vorm met het vlees weer in de binnenruimte plaatsen en langzaam garen.
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Aanbraadduur in min. | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eendenborst, à 300 g | Open vorm | 2 | 6-8 | 95* | 60-70 | |
| Kipfilet, à 200 g, doorbakken | Open vorm | 2 | 4 | 120* | 70-80 | |
| Kalkoenfilet, zonder been, 6,5-8,5 cm dik, 1 kg, doorbakken | Open vorm | 2 | 6-8 | 120* | 140-180 | |
| Gebraden varkenslende, 5-6 cm dik, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 6-8 | 85* | 150-210 | |
| Varkenshaas, heel | Open vorm | 2 | 4-6 | 85* | 75-100 | |
| Runderdij, 6-7 cm dik, 1,5 kg, doorbakken | Open vorm | 2 | 6-8 | 100* | 160-220 | |
| Runderfilet, 4-6 cm dik, 1 kg | Open vorm | 2 | 6-8 | 85* | 90-150 | |
| Rosbief, 5-6 cm dik, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 6-8 | 85* | 120-180 | |
| Rundermedaillons/rumpsteak, 4 cm dik | Open vorm | 2 | 4 | 80* | 40-80 | |
| Kalfsnootje, 7-10 cm dik, 1,5 kg | Open vorm | 2 | 6-8 | 85* | 250-310 | |
| Kalfsfilet, heel | Open vorm | 2 | 4-6 | 85* | 100-160 | |
| Kalfsmedaillons, 4 cm dik | Open vorm | 2 | 4 | 80* | 50-70 | |
| Lamszadels, zonder been, à 200 g | Open vorm | 2 | 4 | 85* | 30-70 | |
| Lamsbout zonder been, 1 kg, gebonden | Open vorm | 2 | 6-8 | 95* | 150-210 | |
| * voorverwarmen | ||||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 41)
| Tips voor het langzaam garen | |
|---|---|
| Eendenborst langzaam garen. | Leg de eendenborst koud in de pan en braad eerst de huidzijde aan. Na het langzaam garen gedurende 3 tot 5 minuten knapperig grillen. |
| Het langzaam gegaarde vlees is niet zo heet als vlees dat op de gebruikelijke manier is gebraden. | Om ervoor te zorgen dat het gebraden vlees niet te snel afkoelt, kunt u de borden van te voren opwarmen en de sauzen zeer heet opdienen. |