Siemens HB578G0S00, tekst van de handleiding
Pagina's 17–31 van 48 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 3–16verder op pagina 32 →
Pagina 17
Kinderslot nl
Wekker instellen
De wekker loopt parallel met de andere instellingen. U kunt hem op elk moment instellen, ook wanneer het apparaat uitgeschakeld is. Hij heeft een eigen signaal. Zo hoort u of de wekker of een tijdsduur afgelopen is.
U kunt maximaal 23 uur en 59 minuten instellen. Tot 10 minuten kan de wekkertijd in stappen van 30 seconden worden ingesteld. Hierna worden de tijdstappen groter, naarmate de waarde hoger is.
Afhankelijk van de toets die u het eerst aantipt, begint de wekkertijd bij een andere voorgestelde waarde: 5 minuten bij toets en 10 minuten bij toets .
- 1. Op toets tippen tot het wekkersymbool gemarkeerd is.
- 2. Met toets of de wekkertijd instellen. Na enkele seconden start de wekkertijd.
Tip: Geldt de ingestelde wekkertijd voor de looptijd van het apparaat, gebruik dan de tijdsduur. Het apparaat schakelt dan automatisch uit.
Wekker is afgelopen
Er klinkt een signaal. Op het display staat de wekkertijd op nul.
Met een willekeurige toets de wekker uitschakelen.
Wijzigen en afbreken
Met toets of kunt u de wekkertijd op elk moment veranderen. Na enkele seconden wordt de verandering overgenomen.
Om het programma af te breken zet u met toets de wekkertijd helemaal naar nul terug. De wekker is uitgeschakeld.
Tijdfuncties opvragen
Wanneer er tijdfuncties zijn ingesteld, zijn de bijbehorende symbolen op het display verlicht. Het symbool waarvan de tijd op dat moment wordt weergegeven is gemarkeerd.
Om de waarden van de verschillende tijdfuncties op te vragen tipt u zo vaak op de toets tot het gewenste symbool gemarkeerd is.
Tijd instellen
Na de aansluiting of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. Stel de tijd in.
De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- 1. Met toets of de tijd instellen.
De tijd knippert niet meer.
- 2. Met de toets bevestigen.
Het apparaat neemt de ingestelde tijd over.
Aanwijzing: In de basisinstellingen kunt u vastleggen of de tijd op het display wordt weergegeven.
"Basisinstellingen" op pagina 18
Tijd wijzigen
U kunt de tijd zo nodig weer wijzigen, bijv. van zomer- in wintertijd.
Hiervoor als het apparaat uitgeschakeld is op toets tippen, tot het symbool voor de tijd gemarkeerd is, en met toets of de tijd veranderen.
Kinderslot
Om te voorkomen dat kinderen het apparaat per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen, is het voorzien van een kinderslot.
Aanwijzingen
- In de basisinstellingen kunt u vastleggen of de functie Kinderslot kan worden ingesteld.
"Basisinstellingen" op pagina 18
- Een eventueel aangesloten kookplaat wordt niet beïnvloed doordat de oven is voorzien van een kinderslot.
Activeren en deactiveren
Om het kinderslot te activeren moet de functiekeuzeknop op de nulstand staan.
Toets ca. 4 seconden lang indrukken.
Het symbool hiervoor verschijnt op het display. Het kinderslot is geactiveerd.
Aanwijzing: Wanneer er een wekkertijd is ingesteld, loopt deze verder. Zolang het kinderslot actief is, kan de wekkertijd niet worden veranderd.
Om het te deactiveren opnieuw ca. 4 seconden lang toets indrukken tot het symbool van het display verdwijnt.
Pagina 18
nl Basisinstellingen
Basisinstellingen
Er zijn verschillende instellingen beschikbaar om uw apparaat optimaal en eenvoudig te kunnen bedienen. U kunt nu deze instellingen naar wens wijzigen:
Lijst met basisinstellingen
Afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat zijn niet alle basisinstellingen beschikbaar.
| Basisinstelling | Keuze | |
|---|---|---|
| Signaalduur na het verstrijken van een tijdsduur of wekkertijd | = ca. 10 seconden = ca. 30 seconden* = ca. 2 minuten | |
| Wachttijd totdat een instelling is overgenomen | = ca. 3 seconden* = ca. 6 seconden = ca. 10 seconden | |
| Toetssignaal bij het tippen op een toets | = uit = aan* | |
| Helderheid van de displayverlichting | = donker = gemiddeld* = licht | |
| Indicatie van de tijd | = tijdsweergave uit = tijdsweergave aan* | |
| Kinderslot activeren mogelijk | = nee = ja* = ja, met deurvergrendeling** | |
| Verlichting van de binnenruimte bij gebruik | = nee = ja* | |
| Nalooptijd van de koelventilator | = kort = gemiddeld* = lang = extra lang | |
| Telescooprails achteraf aangebracht** | = nee* (bij rekjes en 1-vou-dig uittreksysteem) = ja (bij 2- en 3-voudig uittreksysteem) | |
| Sabbat-instelling beschikbaar | = nee* = ja | |
| Alle waarden naar de fabrieksinstelling terugzetten | = nee* = ja | |
| * Fabrieksinstelling (afhankelijk van het apparaattype kunnen de fabrieksinstellingen afwijken) ** Niet beschikbaar bij alle apparaten. | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
--------
Aanwijzing: Wanneer uw apparaat met de Home Connect functie is uitgerust, dan vindt u de Home Connect instellingen aan het einde van de basisinstellingen van uw apparaat.
De Home Connect instellingen beginnen met .
Basisinstellingen wijzigen
De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- 1. Toets ca. 4 seconden lang indrukken.
Op het display verschijnt de eerste basisinstelling, bijv. .
- 2. De instelling naar wens met de temperatuurknop wijzigen.
- 3. Met toets naar de volgende basisinstelling gaan.
- 4. Met toets of op deze manier door alle basisinstellingen gaan en ze naar wens met de temperatuurknop veranderen.
- 5. Tot slot ter bevestiging toets opnieuw ca. 4 seconden lang indrukken.
Alle basisinstellingen zijn overgenomen.
U kunt de basisinstellingen op elk moment opnieuw wijzigen.
Aanwijzing: Na een stroomonderbreking blijven de ingevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behouden.
Pagina 19
Sabbatinstelling nl
Sabbatinstelling
Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur van meer dan 70 uur instellen. De gerechten in de oven blijven warm, zonder dat u deze hoeft in of uit te schakelen.
Sabbatinstelling starten
Voordat u de sabbatinstelling kunt gebruiken, dient u deze in de basisinstelling te activeren.
"Basisinstellingen" op pagina 18
Het apparaat loopt met boven- en onderwarmte. Er kan een temperatuur tussen 85 °C en 140 °C worden ingesteld. De tijdsduur kan worden ingesteld in stappen van 24 tot 72 uur.
- 1. De functiekeuzeknop op Programma's zetten. Op het display verschijnt .
- 2. Met de temperatuurknop de temperatuur instellen.
- 3. Twee keer op toets tippen.
Op het display is de tijdsduur gemarkeerd.
- 4. Met toets of de tijdsduur instellen.
Aanwijzing: De eindtijd kan niet op een later tijdstip worden gezet.
Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen. Op het display loopt de tijdsduur af.
Wanneer de tijdsduur van de sabbatinstelling beëindigd is, klinkt er een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display staat de tijdsduur op nul.
Schakel het apparaat uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
Wijzigen en afbreken
Na de start kunnen de instellingen niet meer worden gewijzigd.
Wilt u de sabbatinstelling afbreken, schakel het apparaat dan uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
Reinigen
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen we uit hoe u het apparaat goed onderhoudt en schoonmaakt.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Let op de opgaven in de tabellen om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen worden beschadigd. Afhankelijk van het apparaattype zijn bij uw apparaat niet alle voorzieningen beschikbaar.
Attentie!
Oppervlakteschade
Gebruik geen
- scherpe of schurende schoonmaakmiddelen,
- sterk alcoholhoudende schoonmaakmiddelen,
- harde schuur- of schoonmaaksponsjes,
- hogedrukreiniger of stoomreiniger of
- speciale schoonmaakmiddelen voor de warmtereiniging.
Was nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uit.
Tip: Bijzonder aanbevelenswaardige schoonmaak- en verzorgingsmiddelen kunt u kopen bij de servicedienst. Houd u aan de betreffende aanwijzingen van de fabrikant.
Waarschuwing – Risico van verbranding!
Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
| Bereik | Schoonmaken |
|---|---|
| Buitenzijde apparaat | |
| Voorzijde van roestvrij staal | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Kalk, vet, zetmeel en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan corrosie ontstaan. Bij de servicedienst of in de vakhandel zijn speciale schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal verkrijgbaar die geschikt zijn voor warme oppervlakken. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. |
| Knststof | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken. |
| Gelakte oppervlakken | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. |
| Bedieningspaneel | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken. |
Pagina 20
nl Reinigen
| Ruiten van de deur | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen schraper of schuursponsjes van roestvrij staal gebruiken. |
| Deurgreep | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Als er ontkalkingsmiddel op de deurgreep komt, direct afnemen. Anders ontstaan er mogelijk vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden. |
| Binnenzijde apparaat | |
| Emaillen vlakken | Warm zeepsop of water met azijn: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Ingebrande voedselresten met een vochtige doek en zeepsop losweken. Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken. Attentie! Nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte gebruiken. Er kan schade aan het email ontstaan. Vóór het volgende opwarmen resten uit de binnenruimte en van de toesteldeur volledig verwijderen. De binnenruimte na het schoonmaken open laten om te drogen. Het beste de reinigingsfunctie gebruiken. "Reinigingsfunctie" op pagina 21 Aanwijzing: Door levensmiddelresten kan witte aanslag ontstaan. Deze zijn ongevaarlijk en hebben geen invloed op de werking. Zo nodig verwijderen met citroenzuur. |
| Glazen kapje van de binnenruimteverlichting | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Bij sterke vervuiling ovenspray gebruiken. |
| Deurafscherming | van roestvrijstaal: Reinigingsmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht. Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. van kunststof: Met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen. Met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken. Deurafscherming afnemen om hem schoon te maken. |
| Rekjes | Warm zeepsop: Laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel. |
| Uittreksysteem | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. Verwijder het smeervet niet van de uitschuifrails. U kunt ze het beste reinigen wanneer ze ingeschoven zijn. Niet afwassen in de vaatwasmachine. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Accessoires
Warm zeepsop:
Laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel.
Bij sterke verontreiniging een schuursponsje van edelstaal gebruiken.
Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan.
--------
Aanwijzingen
- Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
- Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflexen van de verlichting van de binnenuimte.
- Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen.Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking.
De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
Apparaat schoon houden
Om te voorkomen dat er hardnekkig vuil ontstaat, dient u het apparaat altijd schoon te houden en vuil direct te verwijderen.
Waarschuwing – Risico van brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Tips
- De binnenruimte na gebruik altijd schoonmaken. Zo kan er geen vuil inbranden.
- Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk.
- Voor het bereiden van zeer vochtig gebak de braadslede gebruiken.
- Gebruik geschikt gerei om te braden, bijv. een braadpan.
Pagina 21
Reinigingsfunctie nl
Reinigingsfunctie
Reinig de binnenruimte met de reinigingsfunctie "zelfreiniging".
U kunt drie reinigingsstanden kiezen.
| Stand | Reinigingsgraad | Bereidingstijd |
|---|---|---|
| 1 | licht | ca. 1 uur, 15 min. |
| 2 | gemiddeld | ca. 1 uur, 30 min. |
| 3 | intensief | ca. 2 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
Hoe sterker en ouder de verontreiniging, des te hoger de reinigingsstand moet zijn. Het is voldoende wanneer u de binnenruimte om de twee tot drie maanden reinigt. Zo nodig kunt u het ook vaker doen. Voor het reinigen zijn ca. 2,5-4,8 kilowattuur nodig.
Aanwijzingen
- Voor uw veiligheid vergrendelt de apparaatdeur vanaf een bepaalde temperatuur automatisch. Hij kan pas weer worden geopend wanneer het vergrendelingssymbool van het display verdwenen is.
- De verlichting van de binnenruimte is tijdens de reiniging niet aan.
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding!
Risico van
- De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen. Nooit de apparaatdeur openen. Het apparaat laten afkoelen.Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- verbranding!• De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen. Nooit de apparaatdeur aanraken. Het apparaat laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Waarschuwing
Gezondheidsrisico!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een heel hoge temperatuur op zodat resten van braden, grillen en bakken verbranden.Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden. Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig ventileren. Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven. Kinderen en huisdieren uit de buurt houden. Ook bij tijduitstel met verplaatste eindtijd de aanwijzingen in acht nemen.
Voor de reiniging
De binnenruimte moet leeg zijn. Neem de accessoires, de vormen en rails uit de binnenruimte. In het betreffende hoofdstuk kunt u lezen hoe de rekjes verwijderd worden. "Rekjes" op pagina 22
Maak de apparaatdeur en de randvlakken van de binnenruimte bij de deurdichting schoon. De dichting niet schuren en niet afnemen!
De deurbinnenruit met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen. Drogen met een zachte doek. Bij sterke vervuiling ovenspray gebruiken.
Waarschuwing
Risico van brand!
Risico van
- Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens de reiniging vlam vatten. Verwijder voordat de reiniging start altijd de grove verontreiniging uit de binnenruimte. Geen accessoires meereinigen.
Risico van
- brand!De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen. Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoeken, aan de deurgreep hangen. De voorzijde van het apparaat vrij houden. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- brand!Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in het bereik van de deur. De dichting niet schuren en niet afnemen.Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken;
Reinigingsfunctie instellen
Let erop dat u voor het instellen van de reinigingsfunctie alle aanwijzingen voor de voorbereiding opvolgt.
De tijdsduur voor elke reinigingsstand staat vast en kan niet meer veranderd worden.
- 1. Met de functiekeuzeknop Zelfreiniging instellen.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop de reinigingsstand instellen.
Op het display verschijnt een tijdsduur bij elke stand. Na enkele seconden start de reinigingsfunctie. De tijdsduur loopt af op het display.
Zorg ervoor dat de keuken geventileerd wordt zolang de reiniging loopt.
Kort na de start vergrendelt de apparaatdeur.Op het display verschijnt het symbool .
Wanneer de reiniging beëindigd is, klinkt er een signaal. Op het display staat de tijdsduur op nul. Schakel het apparaat uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
De apparaatdeur kan pas weer worden geopend wanneer de binnenruimte voldoende is afgekoeld en het vergrendelingssymbool verdwenen is.
Pagina 22
nl Rekjes
De eindtijd op een later tijdstip zetten
U kunt de eindtijd uitstellen. Voor de start op toets tippen, tot het eindsymbool op het display gemarkeerd is. Met toets het einde uitstellen.
Na de start gaat het apparaat in de wachtstand.
Wijzigen en afbreken
Na de start kan de reinigingsstand niet meer veranderd worden.
De eindtijd kan veranderd worden zolang het apparaat zich in de wachtstand bevindt.
Wanneer u de reinigingsfunctie wilt afbreken, schakelt u het apparaat door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.
De apparaatdeur blijft eventueel zolang vergrendeld tot de binnenruimte voldoende is afgekoeld en het vergrendelingssymbool van het display verdwenen is.
Na de reiniging
Laat de binnenruimte goed afkoelen. Neem de achtergebleven as in de binnenruimte en bij de apparaatdeur af met een vochtig doekje.
Breng de rekjes weer in.
Aanwijzing: Als gevolg van een te grote verontreiniging kan er een witte aanslag ontstaan op de emaillen oppervlakken. Dit zijn resten van levensmiddelen die geen kwaad kunnen. Ze zijn niet van invloed op de werking. U kunt de voedselresten zo nodig met citroenzuur verwijderen.
Rekjes
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij u uit hoe u de rekjes kunt verwijderen en schoonmaken.
Rekjes verwijderen en bevestigen
Waarschuwing – Risico van verbranding!
De rekjes worden heel heet. Nooit de hete rekjes aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Rekjes verwijderen
- 1. Het rekje aan de voorkant een beetje optillen en verwijderen (Afb. ).
- 2. Vervolgens het hele rekje naar voren trekken en uitnemen (Afb. ).
Maak de rekjes schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.
Pagina 23
Rekjes nl
Rekjes ophangen
De rekjes passen alleen links of rechts. Let er bij beide rekjes op dat de gebogen stangen zich aan de voorkant bevinden.
- 1. Het rekje eerst in het midden van de achterste bus steken , tot het aansluit op de wand van de binnenruimte, en naar achteren drukken (Afb. ).
- 2. Het rekje vervolgens in de voorste bus steken , tot het ook hier aansluit op de wand van de binnenruimte, en naar beneden drukken (Afb. ).
Uitschuifrails verwijderen en bevestigen
Afhankelijk van het type apparaat dient u bij apparaten met rekjes de basisinstellingen te veranderen in “Telescooprails: ja”.Raadpleeg hiervoor het hoofdstuk “Basisinstellingen”. Blz. 18
U heeft de mogelijkheid om alle niveaus te voorzien van een uitschuifrail.
Beschikt uw apparaat over de ecolyse-functie, neem dan het hele rekje uit de binnenruimte om de uitschuifrails te verwijderen en bevestigen. Anders kan de ecolyse-bekleding beschadigd raken.
Beschikt uw apparaat over de zelfreinigingsfunctie, neem de uitschuifrails dan vóór het schoonmaken uit de binnenruimte.De uitschuifrails zijn niet geschikt voor de zelfreiniging.
Aanwijzingen
- De uitschuifrails alleen gebruiken met de braadslede, de bakplaat, het rooster en accessoires die op het rooster worden geplaatst. Alle andere accessoires zijn niet geschikt.
- De uitschuifrails zijn niet geschikt voor apparaten met magnetron.
Waarschuwing – Risico van verbranding!
De rekjes worden heel heet. Nooit de hete rekjes aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Uitschuifrails verwijderen
- 1. Achter de rail op “PUSH” drukken en hem naar achteren schuiven (Afb. ).
- 2. “PUSH” ingedrukt houden en de rail naar buiten draaien (Afb. ).
- 3. De rail naar voren trekken tot de houder aan de achterkant losgekomen is (Afb. ).
- 4. Uitschuifrail verwijderen (Afb. )
Maak de uitschuifrails schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.
Pagina 24
nl Apparaatdeur
Uitschuifrails bevestigen
De rails passen alleen links of rechts.Let er bij het inbrengen op dat ze er naar voren kunnen worden uitgetrokken.
- 1. De rail moet tussen de beide stangen zitten (Afb. ).
1
- 2. De houder aan de achterkant inbrengen tussen de onderste en de bovenste stang (Afb. ).
2
- 3. “PUSH” indrukken en de rail naar binnen draaien, zodat de houder zich tussen de beide stangen bevindt (Afb. ).
- 4. “PUSH” loslaten, de houder klikt in (Afb. ). De rail vervolgens tot de aanslag naar buiten trekken en weer inschuiven.
Apparaatdeur
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij u uit hoe u de apparaatdeur kunt verwijderen en schoonmaken.
Apparaatdeur verwijderen en inbrengen
Om de deurruiten schoon te maken en te demonteren, kunt u de apparaatdeur verwijderen.
De scharnieren van de apparaatdeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel.
Wanneer de blokkeerhendels zijn dichtgeklapt (Afb. ), is de apparaatdeur beveiligd. Hij kan niet worden verwijderd.
Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de apparaatdeur opengeklapt zijn (Afb. ), zijn de scharnieren beveiligd. Ze kunnen niet dichtklappen.
- 1 2
Waarschuwing
Risico van letsel!
Risico van
- Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, of bij het verwijderen van de apparaatdeur helemaal opengeklapt.
- letsel!Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten. Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Pagina 25
Apparaatdeur nl
Apparaatdeur verwijderen
- 1. Apparaatdeur in de richting van het apparaat helemaal open drukken.
- 2. Beide blokkeerhendels links en rechts openklappen (Afb. ).
- 3. Apparaatdeur sluiten tot de aanslag . Met beide handen links en rechts vastpakken en iets naar boven trekken (Afb. ).
Waarschuwing – Risico van letsel!
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben. Draag veiligheidshandschoenen.
Apparaatdeur inbrengen
De apparaatdeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.
- 1. Let er bij het inbrengen van de apparaatdeur op dat beide scharnieren recht in de opening worden geleid (Afb. ).
Leg beide scharnieren tegen de onderkant van de buitenste ruit en gebruik deze bij de geleiding. Let erop dat de scharnieren in de juiste opening worden geschoven. Dit moet gemakkelijk gaan, zonder merkbare weerstand. Voelt u weerstand, controleer dan of de scharnieren in de juiste opening zijn geschoven.
- 2. Apparaatdeur helemaal openen.Beide blokkeerhendels weer dichtklappen (Afb. ).
- 3. Deur van de binnenruimte sluiten.
Deurafscherming afnemen
De roestvrijstalen inlegger in de deurafscherming kan verkleuren. Om de deur grondig schoon te maken kunt u de afscherming verwijderen. "Reinigen" op pagina 19
- 1. Apparaatdeur een beetje openen.
- 2. Links en rechts op de afscherming drukken (Afb. ).
- 3. Afscherming afnemen (Afb. ).
Apparaatdeur voorzichtig sluiten.
- 1 2
Aanwijzing: De roestvrijstalen inlegger in de afscherming schoonmaken met een middel voor roestvrij staal. De rest van de deurafscherming schoonmaken met warm zeepsop en een zachte doek.
- 4. Apparaatdeur weer een beetje openen De afscherming plaatsen en aandrukken tot hij hoorbaar vergrendelt (Afb. ).
- 5. Apparaatdeur sluiten.
Deurruiten verwijderen en inbrengen
Om ze gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de apparaatdeur afnemen.
Waarschuwing
Risico van letsel!
Risico van
- Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
Risico van
- letsel!Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten. Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
- letsel!Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben. Draag veiligheidshandschoenen.
Pagina 26
nl Apparaatdeur
Van het apparaat verwijderen
- 1. Apparaatdeur een beetje openen.
- 2. Links en rechts op de afscherming drukken (Afb. ).
- 3. Afscherming afnemen (Afb. ).
- 1 2
- 4. De schroeven links en rechts van de apparaatdeur losdraaien en verwijderen (Afb. ).
- 5. Klem er voordat u de deur weer sluit, een samengevouwen vaatdoek tussen (Afb. ).
De ruit aan de voorkant er naar boven uittrekken en met de deurgreep naar beneden op een egaal oppervlak leggen.
- 6. De beide houders van de middelste ruit naar boven drukken, niet afnemen (Afb. ). Houd de ruit met één hand vast. De ruit uitnemen.
Reinig de ruiten met glasreiniger en een zachte doek.
Inbrengen in het apparaat
Let er bij het inbouwen van de middelste ruit op dat de pijl zich rechtsboven op de ruit bevindt en overeenstemt met de pijl op de plaat.
- 1. Middelste ruit onder in de houder inbrengen (Afb. ) en aan de bovenkant aandrukken.
- 2. Beide houders naar beneden drukken (Afb. ).
- 1 2
- 3. Voorste ruit onder in de houders leiden (Afb. ).
- 4. Voorste ruit sluiten tot de beide bovenste haken zich tegenover de opening bevinden (Afb. ).
- 5. Tegen de onderkant van de voorste ruit drukken tot hij hoorbaar vergrendelt (Afb. ).
- 6. Apparaatdeur weer een beetje openen en vaatdoek verwijderen.
- 7. De beide schroeven links en rechts weer vastdraaien.
- 8. De afscherming plaatsen en aandrukken tot hij hoorbaar vergrendelt (Afb. ).
- 9. Apparaatdeur sluiten.
Attentie!
Gebruik de binnenruimte pas weer wanneer de ruiten naar behoren zijn ingezet.
Pagina 27
Wat te doen bij storingen? nl
3Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Probeer voordat u contact opneemt met de servicedienst de storing zelf op te lossen met behulp van de tabel.
Storingen zelf verhelpen
Technische storingen aan het apparaat kunt u vaak heel gemakkelijk zelf verhelpen.
Lukt een gerecht niet optimaal, dan vindt u aan het einde van de gebruiksaanwijzing vele tips en aanwijzingen voor de bereiding. "Voor u in onze kookstudio uitgetest." op pagina 32
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing / aanwijzing |
|---|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Zekering defect. | Controleer de zekering in de meterkast. |
| Stroomonderbreking | Controleer of het keukenlicht of andere keukenapparaten functioneren. | |
| Op het display knippert de tijd. | Stroomonderbreking. | Stel de tijd opnieuw in. |
| Apparaat kan niet worden ingesteld. Op het display is een sleutelsymbool verlicht of . | Kinderslot is geactiveerd. | Deactiveer het kinderslot door ca. 4 seconden lang de toets met het sleutelsymbool in te drukken. |
| De apparaatdeur kan niet worden geopend. Op het display is een sleutelsymbool verlicht. | Apparaatdeur is vergrendeld met het kinderslot. | Deactiveer het kinderslot door ca. 4 seconden lang de toets met het sleutelsymbool in te drukken. De vergrendeling kan in de basisinstellingen worden uitgeschakeld. |
| De apparaatdeur kan niet worden geopend. Op het display is een sleutelsymbool verlicht . | Apparaatdeur is vergrendeld door de reinigingsfunctie. | Wacht totdat de binnenruimte is afgekoeld en het sleutelsymbool verdwenen is. |
| Na het inschakelen van een functie knippert op het display. | Het apparaat is nog niet voldoende afgekoeld. | Apparaat uitschakelen, laten afkoelen en de functie opnieuw inschakelen. |
| Het apparaat warmt niet op.Op het display knippert de dubbele punt. Bij veel apparaten verschijnt ook een op het display. | De demonstratiemodus is geactiveerd. | Ontkoppel het apparaat even van het net (zekering in de meterkast uitschakelen) en deactiveer de demonstratiemodus vervolgens binnen ca. 5 minuten, door de basisinstelling of op de waarde te zetten. "Basisinstellingen" op pagina 18 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
--------
Waarschuwing – Gevaar voor letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.Nooit proberen het apparaat zelf te repareren. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Bij defect van het apparat met de servicedienst contact opnemen;
Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
Foutmeldingen op het display
Wanneer er op het display een foutmelding met “ ” verschijnt, bijv. - , tipt u op de toets . De foutmelding wordt dan teruggezet. Stel eventueel de tijd opnieuw in.
Was het een eenmalige storing, dan kunt u het apparaat weer gebruiken zoals altijd. Verschijnt de foutmelding opnieuw, neem dan contact op met de servicedienst en geef hierbij de exacte foutmelding en het E-nr. van uw apparaat op. "Servicedienst" op pagina 28
Maximale gebruiksduur
Heeft u de instellingen van uw apparaat meerdere uren niet gewijzigd, dan wordt het opwarmen automatisch stopgezet. Zo wordt voorkomen dat het apparaat ongewild blijft werken.
Het tijdstip waarop de maximale gebruiksduur wordt bereikt, is afhankelijk van de verschillende apparaatinstellingen.
Maximale gebruiksduur bereikt
Op het display verschijnt .
De functiekeuzeknop in de nulstand draaien. U kunt zo nodig opnieuw instellen.
Tip: Om te voorkomen dat het apparaat niet ongewenst uitschakelt, bijv. bij zeer lange bereidingstijden, kunt u een tijdsduur instellen. Het apparaat warmt op totdat de ingestelde tijdsduur is afgelopen.
Pagina 28
nl Servicedienst
Lamp voor de binnenruimte aan het plafond vervangen
Als de lamp voor de binnenruimte is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige 230V-halogeenlampen, 25 watt, kunt u krijgen bij de servicedienst of uw speciaalzaak.
Houd de halogeenlamp vast met een droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd. Gebruik uitsluitend originele lampen.
Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
Bij vervanging van de lamp in de binnenruimte staan de contacten van de lampfitting onder stroom. Trek voordat u tot vervanging overgaat de netstekker uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
Waarschuwing – Risico van verbranding!
Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. Leg een theedoek in de onverwarmde binnenruimte, om schade te voorkomen.
- 2. Glazen afscherming er naar links uitdraaien (Afb. ).
- 3. Lamp eruit trekken - niet draaien (Afb. ).
Nieuwe lamp inbrengen, hierbij op de stand van de pinnen letten. De lamp stevig aandrukken.
- 1 2
- 4. Glazen afscherming er weer inschroeven.
Afhankelijk van het type apparaat is de glazen afscherming voorzien van een afdichtring.
Afdichtring weer aanbrengen voor het inschroeven.
- 5. Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
4Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van medewerkers van de servicedienst te voorkomen.
E-nummer en FD-nummer
Geef aan de servicedienst altijd het volledige productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opendoet.
Bij enkele apparaten die werken met stoom vindt u het typeplaatje achter de afdekking.
( 1U
)'
= 1U
Om niet te lang te hoeven zoeken kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
E-nr. FD-nr.
Servicedienst
Houd er rekening mee dat een bezoek van medewerkers van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantieperiode kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4020
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Pagina 29
Programma’s nl
Programma’s
Met de programma's kunt u heel eenvoudig gerechten klaarmaken. U kiest een programma en het apparaat neemt voor u de optimale instellingen over.
Om goede resultaten te bereiken, mag de binnenruimte niet te heet zijn. Laat de binnenruimte afkoelen en start pas daarna het programma.
Vormen
Neem de gegevens van de fabrikant van de vorm in acht.
Geschikte vormen
Gebruik hittebestendige vormen tot 300 °C.
Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Door het glazen deksel kan de grill zijn werk doen en krijgt het vlees een mooie, knapperige korst.
Braadpannen van roestvrij staal zijn slechts in beperkte mate geschikt. Het glanzende oppervlak reflecteert de warmtestraling zeer sterk. Het gerecht wordt minder bruin en het vlees minder gaar. Gebruikt u een braadpan van roestvrij staal, neem dan na afloop van het programma het deksel eraf. Het vlees op grillstand 3 nog 8 tot 10 minuten gratineren.
Gebruikt u braadpannen van geëmailleerd staal, gietijzer of persgegoten aluminium, dan wordt het gerecht van onderen bruiner. Voeg wat meer vloeistof toe.
Tip: Is de saus van het vlees te licht of te donker, voeg dan de volgende keer minder of meer vloeistof toe.
Ongeschikte vormen:
Ongeschikt zijn vormen van licht, glanzend aluminium, van kunststof en ongeglazuurde klei en vormen die voorzien zijn van kunststof handgrepen.
Grootte van de vorm:
Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. twee derde bedekken. Zo krijgt u mooi braadsap.
De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens het braden uitzetten.
Gerecht voorbereiden
Gebruik diepvriesgerechten direct vanuit het diepvriesvak. Gebruik voor vleesgerechten verse levensmiddelen, het liefst op koelkasttemperatuur.
Tip: Zeer mager vlees blijft malser door er spekreepjes op te leggen.
Weeg het gerecht. U dient te weten wat het gewicht is om in te kunnen stellen. Stel altijd het hogere gewicht in dat er direct op volgt.
Plaats de vorm op het rooster. Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnenruimte.
Pagina 30
nl Programma’s
Programma's
Als het vlees klaar is, kan het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte blijven liggen. Dan kan het vocht zich beter verdelen.
Aanwijzing: Het gewichtsbereik is bewust beperkt gehouden. Voor zeer grote gerechten zijn namelijk vaak geen passende vormen beschikbaar en het bereidingsresultaat zou niet meer kloppen.
| Programma | Levensmiddel | Vormen | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen | Inschuifhoogte | Instelgewicht | Aanwijzingen | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 01 | Pizza, dunne bodem | diepvries, voorgebakken | Braadslede met bakpapier | 0,28-0,4 | nee | 3 | Totaal gewicht | Bij de start moet de binnenruimte koud zijn. Voor een tweede pizza de aanwijzingen opvolgen die op de verpakking staan. |
| 02 | Pizza, dikke bodem | diepvries, voorgebakken | Braadslede met bakpapier | 0,28-0,6 | nee | 3 | Totaal gewicht | Bij de start moet de binnenruimte koud zijn. Voor een tweede pizza de aanwijzingen opvolgen die op de verpakking staan. |
| 03 | Lasagne | diepvries | Originele verpakking | 0,3-1,2 | nee | 3 | Totaal gewicht | - |
| 04 | Patat | diepvries | Braadslede met bakpapier | 0,2-0,75 | nee | 3 | Totaal gewicht | Naast elkaar op de braadslede leggen. |
| 05 | Afbakbroodjes | diepvries, voorgebakken | Braadslede met bakpapier | 0,1-0,8 | nee | 3 | Totaal gewicht | - |
| 06 | Aardappelgratin | - | Ovenschaal zonder deksel | 0,5-3,0 | nee | 2 | Totaal gewicht | - |
| 07 | Pastaschotel | met voorgegaarde pasta | Ovenschaal zonder deksel | 0,4-3,0 | nee | 2 | Totaal gewicht | - |
| 08 | Aardappels in de oven, heel | Ongeschilde, kruimige aardappels | Braadslede | 0,3-1,5 | nee | 3 | Totaal gewicht | - |
| 09 | Eenpansgerecht, met groente | vegetarisch | hoge braadpan met deksel | 0,5-2,5 | volgens recept | 2 | Totaal gewicht | Groente met een lange bereidingstijd (bijv. wortelen) in kleinere stukken snijden dan groente met een korte bereidingstijd (bijv. tomaten) |
| 10 | Eenpansgerecht met vlees | - | hoge braadpan met deksel | 0,5-3,0 | volgens recept | 2 | Totaal gewicht | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 11 | Goulash | Rund- of varkensvlees in blokjes met groente | hoge braadpan met deksel | 0,5-2,5 | volgens recept | 2 | Totaal gewicht | Vlees erin doen en daarop de groente leggen. Het vlees niet eerst aanbraden |
| 12 | Vis, heel | panklaar, gekruid | Braadpan met deksel | 0,3-1,5 | Bodem van de braadpan bedekken | 2 | Gewicht van de vis | - |
| 13 | Kip, niet gevuld | panklaar, gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,6-2,5 | nee | 2 | Gewicht van de kip | met de borst naar boven in de vorm leggen |
| 14 | Stukken kip | panklaar, gekruid | Braadpan met deksel | 0,1-0,8 | Bodem van de braadpan bedekken | 2 | Gewicht van het zwaarste deel | - |
| 15 | Kalkoenfilet | van het stuk, gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,5-2,5 | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van de kalkoenfilet | - |
Pagina 31
Programma’s nl
| Programma | Levensmiddel | Vormen | Gewichtsbereik in kg | Vloeistof toevoegen | Inschuifhoogte | Instelgewicht | Aanwijzingen | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 16 | Eend, niet gevuld | panklaar, gekruid | Braadpan zonder deksel | 1,0-4,5 | nee | 2 | Gewicht van de eend | - |
| 17 | Gans, niet gevuld | panklaar, gekruid | Braadpan zonder deksel | 2,5-3,5 | nee | 2 | Gewicht van de gans | - |
| 18 | Gestoofd rundvlees | bijv. klapstuk, schouderstuk, fricandeau of gemarineerd vlees | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 | Vlees met vloeistof bedekken | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 19 | Rosbief, medium | panklaar, gekruid | Braadpan zonder deksel | 0,5-2,5 | nee | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden, met de kant van het vet naar boven in de vorm leggen |
| 20 | Runderrollade | gevuld met groente of vlees | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 | Vleesrolletjes bedekken bijv. met bouillon of water | 2 | Gewicht van alle gevulde rollades | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 21 | Gebraden gehakt, vers | Gehakt van rund-, varkens- of lamsvlees | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 | nee | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 22 | Lamsbout, medium | zonder been, gekruid | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 23 | Lamsbout, doorbakken | zonder been, gekruid | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 24 | Gebraden kalfsvlees, doorregen | bijv. rug of heup | Braadpan met deksel | 0,5-3,0 | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 25 | Gebraden kalfsvlees, mager | bijv. lendestuk of fricandeau | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 26 | Reebout | zonder been, gezout | Braadpan met deksel | 0,5-2,0 | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | - |
| 27 | Konijn, heel | panklaar, van binnen gekruid | Braadpan met glazen deksel | 1,0-2,5 | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | - |
| 28 | Gebraden varkensnek | zonder been, gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,5-3,0 | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 29 | Gebraden varkensvlees met korstje | bijv. schouder, gekruid en zwoerd ingesneden | Braadpan met glazen deksel | 0,5-3,0 | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | met de kant van het vet naar boven in de vorm leggen, het zwoerd goed zouten |
| 30 | Gebraden varkenshaas | gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,5-2,5 | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Gewicht van het vlees | Het vlees niet eerst aanbraden |