naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens HB578G0S00, tekst van de handleiding

Pagina's 17–31 van 48 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 3–16verder op pagina 32 →

Pagina 17

Kinderslot nl

Wekker instellen

De wekker loopt parallel met de andere instellingen. U kunt hem op elk moment instellen, ook wanneer het apparaat uitgeschakeld is. Hij heeft een eigen signaal. Zo hoort u of de wekker of een tijdsduur afgelopen is.

U kunt maximaal 23 uur en 59 minuten instellen. Tot 10 minuten kan de wekkertijd in stappen van 30 seconden worden ingesteld. Hierna worden de tijdstappen groter, naarmate de waarde hoger is.

Afhankelijk van de toets die u het eerst aantipt, begint de wekkertijd bij een andere voorgestelde waarde: 5 minuten bij toets en 10 minuten bij toets .

Tip: Geldt de ingestelde wekkertijd voor de looptijd van het apparaat, gebruik dan de tijdsduur. Het apparaat schakelt dan automatisch uit.

Wekker is afgelopen

Er klinkt een signaal. Op het display staat de wekkertijd op nul.

Met een willekeurige toets de wekker uitschakelen.

Wijzigen en afbreken

Met toets of kunt u de wekkertijd op elk moment veranderen. Na enkele seconden wordt de verandering overgenomen.

Om het programma af te breken zet u met toets de wekkertijd helemaal naar nul terug. De wekker is uitgeschakeld.

Tijdfuncties opvragen

Wanneer er tijdfuncties zijn ingesteld, zijn de bijbehorende symbolen op het display verlicht. Het symbool waarvan de tijd op dat moment wordt weergegeven is gemarkeerd.

Om de waarden van de verschillende tijdfuncties op te vragen tipt u zo vaak op de toets tot het gewenste symbool gemarkeerd is.

Tijd instellen

Na de aansluiting of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. Stel de tijd in.

De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.

De tijd knippert niet meer.

Het apparaat neemt de ingestelde tijd over.

Aanwijzing: In de basisinstellingen kunt u vastleggen of de tijd op het display wordt weergegeven.

"Basisinstellingen" op pagina 18

Tijd wijzigen

U kunt de tijd zo nodig weer wijzigen, bijv. van zomer- in wintertijd.

Hiervoor als het apparaat uitgeschakeld is op toets tippen, tot het symbool voor de tijd gemarkeerd is, en met toets of de tijd veranderen.

Kinderslot

Om te voorkomen dat kinderen het apparaat per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen, is het voorzien van een kinderslot.

Aanwijzingen

"Basisinstellingen" op pagina 18

Activeren en deactiveren

Om het kinderslot te activeren moet de functiekeuzeknop op de nulstand staan.

Toets ca. 4 seconden lang indrukken.

Het symbool hiervoor verschijnt op het display. Het kinderslot is geactiveerd.

Aanwijzing: Wanneer er een wekkertijd is ingesteld, loopt deze verder. Zolang het kinderslot actief is, kan de wekkertijd niet worden veranderd.

Om het te deactiveren opnieuw ca. 4 seconden lang toets indrukken tot het symbool van het display verdwijnt.

Pagina 18

nl Basisinstellingen

Basisinstellingen

Er zijn verschillende instellingen beschikbaar om uw apparaat optimaal en eenvoudig te kunnen bedienen. U kunt nu deze instellingen naar wens wijzigen:

Lijst met basisinstellingen

Afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat zijn niet alle basisinstellingen beschikbaar.

BasisinstellingKeuze
Signaalduur na het verstrijken van een tijdsduur of wekkertijd= ca. 10 seconden = ca. 30 seconden* = ca. 2 minuten
Wachttijd totdat een instelling is overgenomen= ca. 3 seconden* = ca. 6 seconden = ca. 10 seconden
Toetssignaal bij het tippen op een toets= uit = aan*
Helderheid van de displayverlichting= donker = gemiddeld* = licht
Indicatie van de tijd= tijdsweergave uit = tijdsweergave aan*
Kinderslot activeren mogelijk= nee = ja* = ja, met deurvergrendeling**
Verlichting van de binnenruimte bij gebruik= nee = ja*
Nalooptijd van de koelventilator= kort = gemiddeld* = lang = extra lang
Telescooprails achteraf aangebracht**= nee* (bij rekjes en 1-vou-dig uittreksysteem) = ja (bij 2- en 3-voudig uittreksysteem)
Sabbat-instelling beschikbaar= nee* = ja
Alle waarden naar de fabrieksinstelling terugzetten= nee* = ja
* Fabrieksinstelling (afhankelijk van het apparaattype kunnen de fabrieksinstellingen afwijken)
** Niet beschikbaar bij alle apparaten.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

--------

Aanwijzing: Wanneer uw apparaat met de Home Connect functie is uitgerust, dan vindt u de Home Connect instellingen aan het einde van de basisinstellingen van uw apparaat.

De Home Connect instellingen beginnen met .

Basisinstellingen wijzigen

De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.

Op het display verschijnt de eerste basisinstelling, bijv. .

Alle basisinstellingen zijn overgenomen.

U kunt de basisinstellingen op elk moment opnieuw wijzigen.

Aanwijzing: Na een stroomonderbreking blijven de ingevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behouden.

Pagina 19

Sabbatinstelling nl

Sabbatinstelling

Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur van meer dan 70 uur instellen. De gerechten in de oven blijven warm, zonder dat u deze hoeft in of uit te schakelen.

Sabbatinstelling starten

Voordat u de sabbatinstelling kunt gebruiken, dient u deze in de basisinstelling te activeren.

"Basisinstellingen" op pagina 18

Het apparaat loopt met boven- en onderwarmte. Er kan een temperatuur tussen 85 °C en 140 °C worden ingesteld. De tijdsduur kan worden ingesteld in stappen van 24 tot 72 uur.

Op het display is de tijdsduur gemarkeerd.

Aanwijzing: De eindtijd kan niet op een later tijdstip worden gezet.

Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen. Op het display loopt de tijdsduur af.

Wanneer de tijdsduur van de sabbatinstelling beëindigd is, klinkt er een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display staat de tijdsduur op nul.

Schakel het apparaat uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.

Wijzigen en afbreken

Na de start kunnen de instellingen niet meer worden gewijzigd.

Wilt u de sabbatinstelling afbreken, schakel het apparaat dan uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.

Reinigen

Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen we uit hoe u het apparaat goed onderhoudt en schoonmaakt.

Geschikte schoonmaakmiddelen

Let op de opgaven in de tabellen om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen worden beschadigd. Afhankelijk van het apparaattype zijn bij uw apparaat niet alle voorzieningen beschikbaar.

Attentie!

Oppervlakteschade

Gebruik geen

Was nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uit.

Tip: Bijzonder aanbevelenswaardige schoonmaak- en verzorgingsmiddelen kunt u kopen bij de servicedienst. Houd u aan de betreffende aanwijzingen van de fabrikant.

Waarschuwing – Risico van verbranding!

Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.

BereikSchoonmaken
Buitenzijde apparaat
Voorzijde van roestvrij staalWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Kalk, vet, zetmeel en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan corrosie ontstaan.
Bij de servicedienst of in de vakhandel zijn speciale schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal verkrijgbaar die geschikt zijn voor warme oppervlakken. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek.
KnststofWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Geen glasreiniger of schraper gebruiken.
Gelakte oppervlakkenWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
BedieningspaneelWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Geen glasreiniger of schraper gebruiken.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Pagina 20

nl Reinigen

Ruiten van de deurWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Geen schraper of schuursponsjes van roestvrij staal gebruiken.
DeurgreepWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Als er ontkalkingsmiddel op de deurgreep komt, direct afnemen. Anders ontstaan er mogelijk vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden.
Binnenzijde apparaat
Emaillen vlakkenWarm zeepsop of water met azijn:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Ingebrande voedselresten met een vochtige doek en zeepsop losweken. Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken.
Attentie!
Nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte gebruiken. Er kan schade aan het email ontstaan. Vóór het volgende opwarmen resten uit de binnenruimte en van de toesteldeur volledig verwijderen. De binnenruimte na het schoonmaken open laten om te drogen.
Het beste de reinigingsfunctie gebruiken.
"Reinigingsfunctie" op pagina 21
Aanwijzing: Door levensmiddelresten kan witte aanslag ontstaan. Deze zijn ongevaarlijk en hebben geen invloed op de werking.
Zo nodig verwijderen met citroenzuur.
Glazen kapje van de binnenruimteverlichtingWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Bij sterke vervuiling ovenspray gebruiken.
Deurafschermingvan roestvrijstaal:
Reinigingsmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht. Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken.
van kunststof:
Met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen. Met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken.
Deurafscherming afnemen om hem schoon te maken.
RekjesWarm zeepsop:
Laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel.
UittreksysteemWarm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken.
Verwijder het smeervet niet van de uitschuifrails. U kunt ze het beste reinigen wanneer ze ingeschoven zijn. Niet afwassen in de vaatwasmachine.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

Accessoires

Warm zeepsop:

Laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel.

Bij sterke verontreiniging een schuursponsje van edelstaal gebruiken.

Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan.

--------

Aanwijzingen

De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.

Apparaat schoon houden

Om te voorkomen dat er hardnekkig vuil ontstaat, dient u het apparaat altijd schoon te houden en vuil direct te verwijderen.

Waarschuwing – Risico van brand!

Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.

Tips

Pagina 21

Reinigingsfunctie nl

Reinigingsfunctie

Reinig de binnenruimte met de reinigingsfunctie "zelfreiniging".

U kunt drie reinigingsstanden kiezen.

StandReinigingsgraadBereidingstijd
1lichtca. 1 uur, 15 min.
2gemiddeldca. 1 uur, 30 min.
3intensiefca. 2 uur

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)

Hoe sterker en ouder de verontreiniging, des te hoger de reinigingsstand moet zijn. Het is voldoende wanneer u de binnenruimte om de twee tot drie maanden reinigt. Zo nodig kunt u het ook vaker doen. Voor het reinigen zijn ca. 2,5-4,8 kilowattuur nodig.

Aanwijzingen

Waarschuwing

Gevaar voor verbranding!

Risico van

Waarschuwing

Gezondheidsrisico!

De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een heel hoge temperatuur op zodat resten van braden, grillen en bakken verbranden.Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden. Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig ventileren. Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven. Kinderen en huisdieren uit de buurt houden. Ook bij tijduitstel met verplaatste eindtijd de aanwijzingen in acht nemen.

Voor de reiniging

De binnenruimte moet leeg zijn. Neem de accessoires, de vormen en rails uit de binnenruimte. In het betreffende hoofdstuk kunt u lezen hoe de rekjes verwijderd worden. "Rekjes" op pagina 22

Maak de apparaatdeur en de randvlakken van de binnenruimte bij de deurdichting schoon. De dichting niet schuren en niet afnemen!

De deurbinnenruit met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen. Drogen met een zachte doek. Bij sterke vervuiling ovenspray gebruiken.

Waarschuwing

Risico van brand!

Risico van

Risico van

Reinigingsfunctie instellen

Let erop dat u voor het instellen van de reinigingsfunctie alle aanwijzingen voor de voorbereiding opvolgt.

De tijdsduur voor elke reinigingsstand staat vast en kan niet meer veranderd worden.

Op het display verschijnt een tijdsduur bij elke stand. Na enkele seconden start de reinigingsfunctie. De tijdsduur loopt af op het display.

Zorg ervoor dat de keuken geventileerd wordt zolang de reiniging loopt.

Kort na de start vergrendelt de apparaatdeur.Op het display verschijnt het symbool .

Wanneer de reiniging beëindigd is, klinkt er een signaal. Op het display staat de tijdsduur op nul. Schakel het apparaat uit door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.

De apparaatdeur kan pas weer worden geopend wanneer de binnenruimte voldoende is afgekoeld en het vergrendelingssymbool verdwenen is.

Pagina 22

nl Rekjes

De eindtijd op een later tijdstip zetten

U kunt de eindtijd uitstellen. Voor de start op toets tippen, tot het eindsymbool op het display gemarkeerd is. Met toets het einde uitstellen.

Na de start gaat het apparaat in de wachtstand.

Wijzigen en afbreken

Na de start kan de reinigingsstand niet meer veranderd worden.

De eindtijd kan veranderd worden zolang het apparaat zich in de wachtstand bevindt.

Wanneer u de reinigingsfunctie wilt afbreken, schakelt u het apparaat door de functiekeuzeknop in de nulstand te draaien.

De apparaatdeur blijft eventueel zolang vergrendeld tot de binnenruimte voldoende is afgekoeld en het vergrendelingssymbool van het display verdwenen is.

Na de reiniging

Laat de binnenruimte goed afkoelen. Neem de achtergebleven as in de binnenruimte en bij de apparaatdeur af met een vochtig doekje.

Breng de rekjes weer in.

Aanwijzing: Als gevolg van een te grote verontreiniging kan er een witte aanslag ontstaan op de emaillen oppervlakken. Dit zijn resten van levensmiddelen die geen kwaad kunnen. Ze zijn niet van invloed op de werking. U kunt de voedselresten zo nodig met citroenzuur verwijderen.

Rekjes

Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij u uit hoe u de rekjes kunt verwijderen en schoonmaken.

Rekjes verwijderen en bevestigen

Waarschuwing – Risico van verbranding!

De rekjes worden heel heet. Nooit de hete rekjes aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.

Rekjes verwijderen

Maak de rekjes schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.

Pagina 23

Rekjes nl

Rekjes ophangen

De rekjes passen alleen links of rechts. Let er bij beide rekjes op dat de gebogen stangen zich aan de voorkant bevinden.

Uitschuifrails verwijderen en bevestigen

Afhankelijk van het type apparaat dient u bij apparaten met rekjes de basisinstellingen te veranderen in “Telescooprails: ja”.Raadpleeg hiervoor het hoofdstuk “Basisinstellingen”. Blz. 18

U heeft de mogelijkheid om alle niveaus te voorzien van een uitschuifrail.

Beschikt uw apparaat over de ecolyse-functie, neem dan het hele rekje uit de binnenruimte om de uitschuifrails te verwijderen en bevestigen. Anders kan de ecolyse-bekleding beschadigd raken.

Beschikt uw apparaat over de zelfreinigingsfunctie, neem de uitschuifrails dan vóór het schoonmaken uit de binnenruimte.De uitschuifrails zijn niet geschikt voor de zelfreiniging.

Aanwijzingen

Waarschuwing – Risico van verbranding!

De rekjes worden heel heet. Nooit de hete rekjes aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.

Uitschuifrails verwijderen

Maak de uitschuifrails schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.

Pagina 24

nl Apparaatdeur

Uitschuifrails bevestigen

De rails passen alleen links of rechts.Let er bij het inbrengen op dat ze er naar voren kunnen worden uitgetrokken.

1

2

Apparaatdeur

Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij u uit hoe u de apparaatdeur kunt verwijderen en schoonmaken.

Apparaatdeur verwijderen en inbrengen

Om de deurruiten schoon te maken en te demonteren, kunt u de apparaatdeur verwijderen.

De scharnieren van de apparaatdeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel.

Wanneer de blokkeerhendels zijn dichtgeklapt (Afb. ), is de apparaatdeur beveiligd. Hij kan niet worden verwijderd.

Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de apparaatdeur opengeklapt zijn (Afb. ), zijn de scharnieren beveiligd. Ze kunnen niet dichtklappen.

Waarschuwing

Risico van letsel!

Risico van

Pagina 25

Apparaatdeur nl

Apparaatdeur verwijderen

Waarschuwing – Risico van letsel!

Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben. Draag veiligheidshandschoenen.

Apparaatdeur inbrengen

De apparaatdeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.

Leg beide scharnieren tegen de onderkant van de buitenste ruit en gebruik deze bij de geleiding. Let erop dat de scharnieren in de juiste opening worden geschoven. Dit moet gemakkelijk gaan, zonder merkbare weerstand. Voelt u weerstand, controleer dan of de scharnieren in de juiste opening zijn geschoven.

Deurafscherming afnemen

De roestvrijstalen inlegger in de deurafscherming kan verkleuren. Om de deur grondig schoon te maken kunt u de afscherming verwijderen. "Reinigen" op pagina 19

Apparaatdeur voorzichtig sluiten.

Aanwijzing: De roestvrijstalen inlegger in de afscherming schoonmaken met een middel voor roestvrij staal. De rest van de deurafscherming schoonmaken met warm zeepsop en een zachte doek.

Deurruiten verwijderen en inbrengen

Om ze gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de apparaatdeur afnemen.

Waarschuwing

Risico van letsel!

Risico van

Risico van

Pagina 26

nl Apparaatdeur

Van het apparaat verwijderen

De ruit aan de voorkant er naar boven uittrekken en met de deurgreep naar beneden op een egaal oppervlak leggen.

Reinig de ruiten met glasreiniger en een zachte doek.

Inbrengen in het apparaat

Let er bij het inbouwen van de middelste ruit op dat de pijl zich rechtsboven op de ruit bevindt en overeenstemt met de pijl op de plaat.

Attentie!

Gebruik de binnenruimte pas weer wanneer de ruiten naar behoren zijn ingezet.

Pagina 27

Wat te doen bij storingen? nl

3Wat te doen bij storingen?

Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Probeer voordat u contact opneemt met de servicedienst de storing zelf op te lossen met behulp van de tabel.

Storingen zelf verhelpen

Technische storingen aan het apparaat kunt u vaak heel gemakkelijk zelf verhelpen.

Lukt een gerecht niet optimaal, dan vindt u aan het einde van de gebruiksaanwijzing vele tips en aanwijzingen voor de bereiding. "Voor u in onze kookstudio uitgetest." op pagina 32

StoringMogelijke oorzaakOplossing / aanwijzing
Apparaat werkt niet.Zekering defect.Controleer de zekering in de meterkast.
StroomonderbrekingControleer of het keukenlicht of andere keukenapparaten functioneren.
Op het display knippert de tijd.Stroomonderbreking.Stel de tijd opnieuw in.
Apparaat kan niet worden ingesteld. Op het display is een sleutelsymbool verlicht of .Kinderslot is geactiveerd.Deactiveer het kinderslot door ca. 4 seconden lang de toets met het sleutelsymbool in te drukken.
De apparaatdeur kan niet worden geopend. Op het display is een sleutelsymbool verlicht.Apparaatdeur is vergrendeld met het kinderslot.Deactiveer het kinderslot door ca. 4 seconden lang de toets met het sleutelsymbool in te drukken. De vergrendeling kan in de basisinstellingen worden uitgeschakeld.
De apparaatdeur kan niet worden geopend. Op het display is een sleutelsymbool verlicht .Apparaatdeur is vergrendeld door de reinigingsfunctie.Wacht totdat de binnenruimte is afgekoeld en het sleutelsymbool verdwenen is.
Na het inschakelen van een functie knippert op het display.Het apparaat is nog niet voldoende afgekoeld.Apparaat uitschakelen, laten afkoelen en de functie opnieuw inschakelen.
Het apparaat warmt niet op.Op het display knippert de dubbele punt. Bij veel apparaten verschijnt ook een op het display.De demonstratiemodus is geactiveerd.Ontkoppel het apparaat even van het net (zekering in de meterkast uitschakelen) en deactiveer de demonstratiemodus vervolgens binnen ca. 5 minuten, door de basisinstelling of op de waarde te zetten.
"Basisinstellingen" op pagina 18

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)

--------

Waarschuwing – Gevaar voor letsel!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.Nooit proberen het apparaat zelf te repareren. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Bij defect van het apparat met de servicedienst contact opnemen;

Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.

Foutmeldingen op het display

Wanneer er op het display een foutmelding met “ ” verschijnt, bijv. - , tipt u op de toets . De foutmelding wordt dan teruggezet. Stel eventueel de tijd opnieuw in.

Was het een eenmalige storing, dan kunt u het apparaat weer gebruiken zoals altijd. Verschijnt de foutmelding opnieuw, neem dan contact op met de servicedienst en geef hierbij de exacte foutmelding en het E-nr. van uw apparaat op. "Servicedienst" op pagina 28

Maximale gebruiksduur

Heeft u de instellingen van uw apparaat meerdere uren niet gewijzigd, dan wordt het opwarmen automatisch stopgezet. Zo wordt voorkomen dat het apparaat ongewild blijft werken.

Het tijdstip waarop de maximale gebruiksduur wordt bereikt, is afhankelijk van de verschillende apparaatinstellingen.

Maximale gebruiksduur bereikt

Op het display verschijnt .

De functiekeuzeknop in de nulstand draaien. U kunt zo nodig opnieuw instellen.

Tip: Om te voorkomen dat het apparaat niet ongewenst uitschakelt, bijv. bij zeer lange bereidingstijden, kunt u een tijdsduur instellen. Het apparaat warmt op totdat de ingestelde tijdsduur is afgelopen.

Pagina 28

nl Servicedienst

Lamp voor de binnenruimte aan het plafond vervangen

Als de lamp voor de binnenruimte is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige 230V-halogeenlampen, 25 watt, kunt u krijgen bij de servicedienst of uw speciaalzaak.

Houd de halogeenlamp vast met een droge doek. Hierdoor wordt de levensduur van de lamp verlengd. Gebruik uitsluitend originele lampen.

Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!

Bij vervanging van de lamp in de binnenruimte staan de contacten van de lampfitting onder stroom. Trek voordat u tot vervanging overgaat de netstekker uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.

Waarschuwing – Risico van verbranding!

Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.

Nieuwe lamp inbrengen, hierbij op de stand van de pinnen letten. De lamp stevig aandrukken.

Afhankelijk van het type apparaat is de glazen afscherming voorzien van een afdichtring.

Afdichtring weer aanbrengen voor het inschroeven.

4Servicedienst

Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van medewerkers van de servicedienst te voorkomen.

E-nummer en FD-nummer

Geef aan de servicedienst altijd het volledige productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opendoet.

Bij enkele apparaten die werken met stoom vindt u het typeplaatje achter de afdekking.

( 1U

)'

= 1U

Om niet te lang te hoeven zoeken kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.

E-nr. FD-nr.

Servicedienst

Houd er rekening mee dat een bezoek van medewerkers van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantieperiode kosten met zich meebrengt.

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4020

Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.

Pagina 29

Programma’s nl

Programma’s

Met de programma's kunt u heel eenvoudig gerechten klaarmaken. U kiest een programma en het apparaat neemt voor u de optimale instellingen over.

Om goede resultaten te bereiken, mag de binnenruimte niet te heet zijn. Laat de binnenruimte afkoelen en start pas daarna het programma.

Vormen

Neem de gegevens van de fabrikant van de vorm in acht.

Geschikte vormen

Gebruik hittebestendige vormen tot 300 °C.

Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Door het glazen deksel kan de grill zijn werk doen en krijgt het vlees een mooie, knapperige korst.

Braadpannen van roestvrij staal zijn slechts in beperkte mate geschikt. Het glanzende oppervlak reflecteert de warmtestraling zeer sterk. Het gerecht wordt minder bruin en het vlees minder gaar. Gebruikt u een braadpan van roestvrij staal, neem dan na afloop van het programma het deksel eraf. Het vlees op grillstand 3 nog 8 tot 10 minuten gratineren.

Gebruikt u braadpannen van geëmailleerd staal, gietijzer of persgegoten aluminium, dan wordt het gerecht van onderen bruiner. Voeg wat meer vloeistof toe.

Tip: Is de saus van het vlees te licht of te donker, voeg dan de volgende keer minder of meer vloeistof toe.

Ongeschikte vormen:

Ongeschikt zijn vormen van licht, glanzend aluminium, van kunststof en ongeglazuurde klei en vormen die voorzien zijn van kunststof handgrepen.

Grootte van de vorm:

Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. twee derde bedekken. Zo krijgt u mooi braadsap.

De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens het braden uitzetten.

Gerecht voorbereiden

Gebruik diepvriesgerechten direct vanuit het diepvriesvak. Gebruik voor vleesgerechten verse levensmiddelen, het liefst op koelkasttemperatuur.

Tip: Zeer mager vlees blijft malser door er spekreepjes op te leggen.

Weeg het gerecht. U dient te weten wat het gewicht is om in te kunnen stellen. Stel altijd het hogere gewicht in dat er direct op volgt.

Plaats de vorm op het rooster. Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnenruimte.

Pagina 30

nl Programma’s

Programma's

Als het vlees klaar is, kan het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte blijven liggen. Dan kan het vocht zich beter verdelen.

Aanwijzing: Het gewichtsbereik is bewust beperkt gehouden. Voor zeer grote gerechten zijn namelijk vaak geen passende vormen beschikbaar en het bereidingsresultaat zou niet meer kloppen.

ProgrammaLevensmiddelVormenGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegenInschuifhoogteInstelgewichtAanwijzingen
01Pizza, dunne bodemdiepvries, voorgebakkenBraadslede met bakpapier0,28-0,4nee3Totaal gewichtBij de start moet de binnenruimte koud zijn. Voor een tweede pizza de aanwijzingen opvolgen die op de verpakking staan.
02Pizza, dikke bodemdiepvries, voorgebakkenBraadslede met bakpapier0,28-0,6nee3Totaal gewichtBij de start moet de binnenruimte koud zijn. Voor een tweede pizza de aanwijzingen opvolgen die op de verpakking staan.
03LasagnediepvriesOriginele verpakking0,3-1,2nee3Totaal gewicht-
04PatatdiepvriesBraadslede met bakpapier0,2-0,75nee3Totaal gewichtNaast elkaar op de braadslede leggen.
05Afbakbroodjesdiepvries, voorgebakkenBraadslede met bakpapier0,1-0,8nee3Totaal gewicht-
06Aardappelgratin-Ovenschaal zonder deksel0,5-3,0nee2Totaal gewicht-
07Pastaschotelmet voorgegaarde pastaOvenschaal zonder deksel0,4-3,0nee2Totaal gewicht-
08Aardappels in de oven, heelOngeschilde, kruimige aardappelsBraadslede0,3-1,5nee3Totaal gewicht-
09Eenpansgerecht, met groentevegetarischhoge braadpan met deksel0,5-2,5volgens recept2Totaal gewichtGroente met een lange bereidingstijd (bijv. wortelen) in kleinere stukken snijden dan groente met een korte bereidingstijd (bijv. tomaten)
10Eenpansgerecht met vlees-hoge braadpan met deksel0,5-3,0volgens recept2Totaal gewichtHet vlees niet eerst aanbraden
11GoulashRund- of varkensvlees in blokjes met groentehoge braadpan met deksel0,5-2,5volgens recept2Totaal gewichtVlees erin doen en daarop de groente leggen.
Het vlees niet eerst aanbraden
12Vis, heelpanklaar, gekruidBraadpan met deksel0,3-1,5Bodem van de braadpan bedekken2Gewicht van de vis-
13Kip, niet gevuldpanklaar, gekruidBraadpan met glazen deksel0,6-2,5nee2Gewicht van de kipmet de borst naar boven in de vorm leggen
14Stukken kippanklaar, gekruidBraadpan met deksel0,1-0,8Bodem van de braadpan bedekken2Gewicht van het zwaarste deel-
15Kalkoenfiletvan het stuk, gekruidBraadpan met glazen deksel0,5-2,5Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Gewicht van de kalkoenfilet-

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)

Pagina 31

Programma’s nl

ProgrammaLevensmiddelVormenGewichtsbereik in kgVloeistof toevoegenInschuifhoogteInstelgewichtAanwijzingen
16Eend, niet gevuldpanklaar, gekruidBraadpan zonder deksel1,0-4,5nee2Gewicht van de eend-
17Gans, niet gevuldpanklaar, gekruidBraadpan zonder deksel2,5-3,5nee2Gewicht van de gans-
18Gestoofd rundvleesbijv. klapstuk, schouderstuk, fricandeau of gemarineerd vleesBraadpan met deksel0,5-2,5Vlees met vloeistof bedekken2Gewicht van het vleesHet vlees niet eerst aanbraden
19Rosbief, mediumpanklaar, gekruidBraadpan zonder deksel0,5-2,5nee2Gewicht van het vleesHet vlees niet eerst aanbraden, met de kant van het vet naar boven in de vorm leggen
20Runderrolladegevuld met groente of vleesBraadpan met deksel0,5-2,5Vleesrolletjes bedekken bijv. met bouillon of water2Gewicht van alle gevulde rolladesHet vlees niet eerst aanbraden
21Gebraden gehakt, versGehakt van rund-, varkens- of lamsvleesBraadpan met deksel0,5-2,5nee2Gewicht van het vleesHet vlees niet eerst aanbraden
22Lamsbout, mediumzonder been, gekruidBraadpan met deksel0,5-2,5Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Gewicht van het vleesHet vlees niet eerst aanbraden
23Lamsbout, doorbakkenzonder been, gekruidBraadpan met deksel0,5-2,5Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Gewicht van het vleesHet vlees niet eerst aanbraden
24Gebraden kalfsvlees, doorregenbijv. rug of heupBraadpan met deksel0,5-3,0Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Gewicht van het vleesHet vlees niet eerst aanbraden
25Gebraden kalfsvlees, magerbijv. lendestuk of fricandeauBraadpan met deksel0,5-2,5Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Gewicht van het vleesHet vlees niet eerst aanbraden
26Reeboutzonder been, gezoutBraadpan met deksel0,5-2,0Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Gewicht van het vlees-
27Konijn, heelpanklaar, van binnen gekruidBraadpan met glazen deksel1,0-2,5Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Gewicht van het vlees-
28Gebraden varkensnekzonder been, gekruidBraadpan met glazen deksel0,5-3,0Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Gewicht van het vleesHet vlees niet eerst aanbraden
29Gebraden varkensvlees met korstjebijv. schouder, gekruid en zwoerd ingesnedenBraadpan met glazen deksel0,5-3,0Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Gewicht van het vleesmet de kant van het vet naar boven in de vorm leggen, het zwoerd goed zouten
30Gebraden varkenshaasgekruidBraadpan met glazen deksel0,5-2,5Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Gewicht van het vleesHet vlees niet eerst aanbraden

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

← pagina's 3–16verder op pagina 32 →Inhoud