Siemens HB74AR555S, tekst van de handleiding
Pagina's 13–24 van 32 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–12verder op pagina 25 →
Pagina 13
Onderhoud en reiniging
Door de oven goed te reinigen en te onderhouden blijft hij er lang glanzend uit zien en blijft de werking goed. Hierna wordt beschreven hoe de oven moet worden onderhouden en gereinigd.
Aanwijzingen
- Het is mogelijk dat er verschillende kleurschakeringen aan de voorzijde van de oven ontstaan, als gevolg van de verschillende materialen zoals glas, plastic of metaal.
- De schaduwen die op het glas van de deur zichtbaar zijn en die op vuil lijken, zijn in werkelijkheid lichtweerkaatsingen van de ovenlamp.
- Het email verbrandt bij zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen lichte verkleuringen ontstaan. Dit verschijnsel is normaal en heeft geen invloed op de werking van de oven. De randen van de dunne bakplaten kunnen niet helemaal geëmailleerd worden. Daarom kunnen ze ruw aanvoelen. Dit heeft geen invloed op de antiroestbescherming.
Reinigingsmiddelen
Neem de aanwijzingen in de tabel in acht, zodat de verschillende oppervlaktes van de oven niet beschadigd raken door het gebruik van een ongeschikt reinigingsmiddel. Gebruik geen:
- bijtende of zure reinigingsmiddelen,
- sterke alcoholhoudende producten,
- schuursponzen of harde sponzen,
- hogedrukreinigers of stoommachines.
Was nieuwe doekjes goed uit alvorens ze te gebruiken.
| Zone | Reinigingsmiddelen |
|---|---|
| Voorzijde van de oven | Warm water met een beetje afwasmiddel: Schoonmaken met een doekje en afdrogen met een zachte doek. Gebruik geen glasreiniger of glasschrapers. |
| Roestvrij staal | Warm water met een beetje afwasmiddel: Schoonmaken met een doekje en afdrogen met een zachte doek. Maak vlekken veroorzaakt door kalk, vet, maismeel en eiwit onmiddellijk schoon. Onder deze vlekken kan anders corrosie ontstaan. |
| Glas | Bij de Technische Dienst of gespecialiseerde handelszaken zijn speciale producten voor het onderhoud van roestvrij staal verkrijgbaar, die geschikt zijn voor warme oppervlakken. Breng het reinigingsmiddel met een heel fijn, zacht doekje aan. Glasreiniger: Reinigen met een zachte doek. Gebruik geen glasschraper. |
| Display | Glasreiniger: Reinigen met een zachte doek. Gebruik geen alcohol, azijn noch andere bijtende reinigingsmiddelen of zuren. |
| Glas van de deur | Glasreiniger: Reinigen met een zachte doek. Gebruik geen glasschrapers. |
| Afdekking van de deur | Specifieke producten voor de reiniging van roestvrij staal (verkrijgbaar bij de centra van de technische dienst of gespecialiseerde handelszaken). Leef de aanwijzingen van de fabrikant na. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
| Zone | Reinigingsmiddelen |
|---|---|
| Binnenzijde van de oven | Warm water met een beetje afwasmiddel of water met azijn: Reinigen met een doekje. Gebruik bij hardnekkig vuil een schuursponsje of een speciaal ovenreinigingsproduct. Gebruik dit alleen als de oven van binnen koud is. Gebruik bij voorkeur de functie zelfreiniging. Raadpleeg daarvoor het hoofdstuk Zelfreiniging. |
| Beschermglas van de ovenlamp | Warm water met een beetje afwasmiddel: Reinigen met een doekje. |
| Roosters of rails | Warm water met een beetje afwasmiddel: Zet ze in de week en reinig ze met een doekje of een borstel. |
| Schuifgeleiders | Warm water met een beetje afwasmiddel: Reinigen met een doekje of een borstel. Zet ze niet in de week en was ze niet in de vaatwasser. |
| Toebehoren | Warm water met een beetje afwasmiddel: Zet ze in de week en reinig ze met een doekje of een borstel. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
Lichtfunctie
Om het schoonmaken van de oven te vergemakkelijken kan het ovenlampje worden aangezet.
Het ovenlampje aandoen
Draai de functieknop naar de stand .
Het lampje gaat aan.
Uitzetten van de ovenlamp
Draai de functieknop naar de stand .
De roosters of rails links en rechts los- en vasthaken
De roosters en rails links en rechts kunnen verwijderd worden voor de reiniging. De oven moet koud zijn.
De roosters of rails loshaken
- 1. Til het rooster of de rail aan de voorzijde op en haak hem los (afbeelding A).
- 2. Trek het rooster of de rail vervolgens helemaal naar voren en neem hem uit (afbeelding B).
$ %
Maak de roosters of rails schoon met afwasmiddel en een spons. Voor hardnekkige vlekken wordt aanbevolen om een borstel te gebruiken.
Pagina 14
De roosters of rails ophangen
- 1. Steek het rooster of de rail eerst in de achterste gleuf door hem iets naar achteren te drukken (afbeelding A)
- 2. en steek hem vervolgens in de voorste gleuf (afbeelding B).
$ %
De roosters of rails kunnen naar links of naar rechts worden afgesteld. De kromming moet naar onderen wijzen.
De ovendeur afnemen en ophangen
Om de deur gemakkelijker te demonteren en het glas schoon te maken, kan de ovendeur worden afgenomen.
De scharnieren van de ovendeur zijn uitgerust met een blokkeerhendel. Als de blokkeerhendel gesloten is (afbeelding A), kan de deur niet worden afgenomen. Als de blokkeerhendel geopend wordt om de deur af te nemen (afbeelding B), dan blokkeren de scharnieren. Op die manier kunnen ze niet plotseling sluiten.
$ %
Gevaar voor verwonding!
Als de scharnieren niet geblokkeerd zijn met de hendel, dan kunnen ze plotseling sluiten. Zorg ervoor dat de blokkeerhendels altijd gesloten zijn, behalve bij het afnemen van de deur, en dat de hendels open zijn.
De deur afnemen
- 1. Doe de ovendeur helemaal open.
- 2. Neem beide blokkeerhendels die zich links en rechts bevinden uit (afbeelding A).
- 3. Sluit de ovendeur tot hij niet verder kan (afbeelding B). Pak de deur met beide handen, rechts en links beet. Doe de deur een beetje verder dicht en neem hem uit.
$ %
De deur ophangen
Hang de deur weer op, door dezelfde stappen in omgekeerde volgorde op te volgen.
- 1. Let er bij het weer ophangen van de deur op, dat beide scharnieren precies in hun respectievelijke openingen passen (afbeelding A).
- 2. De onderste gleuf van de scharnieren moeten in beide kanten inpassen (afbeelding B).
$ %
Als de scharnieren niet op de juiste wijze worden gemonteerd, kan het zijn dat de deur er niet recht in komt.
- 3. Sluit de blokkeerhendel opnieuw (afbeelding C). Sluit de ovendeur.
&
Gevaar voor verwonding!
Raak de scharnieren niet aan als de deur per ongeluk valt of als een scharnier plotseling sluit. Neem contact op met de Technische Dienst
Uitbouwen van de afdekking van de deur
De afdekking van de ovendeur kan mettertijd van kleur veranderen. Voor een grondigere reiniging wordt aanbevolen de afdekking te verwijderen.
- 1. Doe de ovendeur helemaal open.
- 2. Draai de afdekking van de ovendeur. Draai daartoe de bouten links en rechts los (afbeelding A).
- 3. Verwijder de afdekking (afbeelding B).
$ %
Sluit de ovendeur niet tot de afdekking ingebouwd is. Het glas aan de binnenzijde kan beschadigd worden . Reinig de afdekking met een speciaal product voor de reiniging van roestvrij staal.
- 4. Plaats deze opnieuw en bevestig.
- 5. Sluit de ovendeur.
Pagina 15
Deurruiten verwijderen en inbrengen
Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de ovendeur uitnemen.
Let er bij het verwijderen van de binnenruiten op in welke volgorde u de ruiten eruit neemt. U brengt de ruiten weer in de juiste volgorde in door te letten op het nummer dat erop staat.
Verwijderen
- 1. Ovendeur verwijderen en met de handgreep naar beneden op een doek leggen.
- 2. De afscherming bovenaan de ovendeur eraf schroeven. Hiervoor de schroeven aan de linker- en rechterkant losdraaien (Afbeelding A).
- 3. Bovenste ruit optillen en naar buiten trekken, en de beide kleine afdichtingen afnemen (Afbeelding B).
$ %
- 4. De grote klemmen rechts en links losschroeven. De ruit optillen en de klemmen van de ruit afnemen (Afbeelding C).
- 5. Afdichting onder aan de ruit afnemen (Afbeelding D). Hierbij aan de afdichting trekken en naar boven uitnemen. Ruit eruit trekken.
& '
- 6. Onderste ruit er schuin naar boven uittrekken.
- 7. De schroeven links en rechts op het plaatdeel NIET afschroeven (Afbeelding E).
(
Reinig de ruiten met glasreiniger en een zachte doek.
Risico van letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
Inbrengen
Let er bij het inbrengen op dat bij beide ruiten “right above“ linksonder ondersteboven staat.
- 1. Onderste ruit schuin naar achteren inschuiven (Afbeelding A).
- 2. Middelste ruit inschuiven (Afbeelding B).
$ %
- 3. Borgveren rechts en links op de ruit plaatsen, zo uitlijnen dat de veren zich boven het schroefgat bevinden en vastschroeven (Afbeelding C).
- 4. Afdichting onder aan de ruit weer inhaken (Afbeelding D).
& '
- 5. Bovenste ruit schuin naar achteren in de beide houders schuiven. Let erop dat u hierbij de afdichting niet naar achteren schuift (Afbeelding E).
- 6. De beide kleine afdichtingen links en rechts weer aan de ruit bevestigen (Afbeelding F).
( )
- 7. De afscherming plaatsen en vastschroeven.
- 8. Ovendeur inbrengen.
Gebruik de oven pas weer wanneer de ruiten naar behoren zijn ingezet.
Pagina 16
Wat te doen in geval van een storing
Als zich er een storing voordoet, is dat vaak te wijten aan een kleine afwijking die eenvoudig te verhelpen is. Probeer de storing te verhelpen met behulp van de onderstaande tabel, alvorens de technische dienst te bellen.
Storingstabel
| Storing Mogelijke oorzaak | Oplossing/aanbevelingen |
|---|---|
| De oven doet De zekering is het niet. defect. | Controleer in de zekeringkast of de zekering zich in goede staat bevindt. |
| Stroomuitval. | Controleer of het licht in de keuken aan gaat en of andere huishoudelijke apparaten werken. |
| Op de indicator Stroomuitval. lichten 0 en nullen op. | Stel de tijd opnieuw in. |
| De oven ver- Er ligt stof op warmt niet. de contacten. | Draai de draaiknop verschillende keren in beide richtingen. |
| De ovendeur De ovendeur is gaat niet open. geblokkeerd Op de indicator wegens de zelf-is het symbool reiniging . verlicht. | Wacht tot hij afgekoeld is en het symbool uitgedoofd is. |
| Op de indicator De automati-verschijnt . sche uitschakeling is geactiveerd. | Draai de functieknop naar de nulstand. |
| Foutberichten | |
| Druk, wanneer er op de indicator een foutbericht getoond wordt met , op de sensor 0. Het bericht verdwijnt. De ingestelde tijdfunctie wordt gewist. Indien het foutbericht niet verdwijnt, waarschuw dan de technische dienst. | |
| Onderstaande foutberichten kunnen verholpen worden door de gebruiker. | |
| Foutbericht Mogelijke oorzaak | Oplossing/aanbevelingen |
| Een sensor is te lang ingedrukt of is vastgelopen. | Druk alle sensors één voor één in. Controleer of een sensor vastgelopen, bedekt of vuil is. |
| De vergrendeling van de deur is geactiveerd met geopende deur. | Druk op de sensor 0. U kunt opnieuw programmeren. |
| De temperatuur in de oven is te hoog. | De ovendeur is geblokkeerd en de verhitting is onderbroken. Wacht tot de oven afgekoeld is. Druk op de sensor 0 en stel de tijd opnieuw in. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
Gevaar voor elektrische schokken!
Onjuist uitgevoerde reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen alleen worden uitgevoerd door behoorlijk opgeleid personeel van de Technische Dienst.
Vervangen van de ovenlamp
Indien de ovenlamp beschadigd is, moet deze worden vervangen. U kan vervangslampjes aankopen met 220-240V, basis E14, 25W en hittebestendig (T300 ºC) bij de technische service of gespecialiseerde handel. Gebruik enkel deze lampjes.
Gevaar voor elektrische schokken!
Sluit het apparaat af van het verdeelnet. Zorg ervoor dat het apparaat naar behoren uitgeschakeld is.
- 1. Leg een keukendoek in de koude oven om schade te vermijden.
- 2. Verwijder het beschermglas door dit naar links te draaien.
- 3. Vervang het lampje door een gelijkwaardig lampje.
- 4. Draai het beschermglas opnieuw vast.
- 5. Neem de keukendoek weg en sluit het apparaat opnieuw aan op het verdeelnet.
Beschermglas
Beschadigde beschermglazen moeten worden vervangen. Beschermglazen zijn verkrijgbaar bij de technische dienst. Vermeld het productnummer en het fabrieksnummer van het apparaat.
Pagina 17
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.
Enummer en FDnummer
Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u rechts, aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
Enr. FD-nr.
Servicedienst
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4020
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Energie en milieutips
Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden kunt besparen op energie en het apparaat op de juiste manier afvoert.
Verwijdering van afvalstoffen op milieusparende wijze
Gooi het verpakkingsmateriaal op een ecologische manier weg.
Dit apparaat is geïdentificeerd conform de Richtlijn betreffende Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur WEEE 2002/96/EG. Deze richtlijn omschrijft het kader voor de recyclage en het opnieuw gebruiken van afgedankte apparaten binnen het hele Europese grondgebied.
Energie besparen
- Verwarm de oven alleen voor als dat in het recept of de tabel is aangegeven.
- Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de warmte beter op.
- Houd de ovendeur gesloten tijdens de cycli van bakken of braden.
- Bij het bereiden van verschillende taarten is het beter om ze meteen na elkaar te bakken. De oven is dan nog warm. Op die manier wordt de bereidingstijd van de tweede taart verkort. Er kunnen ook twee rechthoekige bakvormen ingevoerd worden, naast elkaar.
- Bij lange kooktijden kan de oven 10 minuten voor het verstrijken van de tijd uitgeschakeld worden en wordt de restwarmte gebruikt voor het beëindigen.
Functie Hete lucht eco
Met de functie Hete lucht eco kan beduidend energie worden bespaard bij het bakken van gerechten op een niveau. Voor de kook-, bak- en braadcycli is voorverwarmen niet vereist.
Aanwijzingen
- Voor maximale doeltreffendheid van de functie energiebesparing moet het gerecht in een koude en lege oven worden gedaan.
- Tijdens de braadcyclus mag de ovendeur alleen geopend worden als dat strikt noodzakelijk is, bijvoorbeeld om het voedsel om te draaien. In het hoofdstuk “Tabellen en suggesties“, vindt u talrijke tips en suggesties voor het bakken en braden in de oven.
Tabel
Onderstaande tabel toont een selectie van de meest geschikte gerechten voor de functie van energiebesparing. Hierin worden de temperatuurinstellingen, toebehoren en geschikte hoogte voor elk gerecht omschreven.
De temperatuur en de duur van de baktijd kunnen verschillen afhankelijk van de hoeveelheid, de toestand en de kwaliteit van het voedsel. Daarom worden deze waarde op de tabel aangeduid met bij benadering aangegeven bereiken. Het wordt aanbevolen te starten met de laagste waarde. Een lagere temperatuur geeft een gelijkmatige goudbruine kleur. Indien het resultaat niet zou zijn zoals verwacht, stel dan de volgende keer een hoger temperatuurniveau in.
- Verhittingstype = Hete lucht eco
| Toebehoren | Hoogte | Temperatuur in °C | Baktijd, minuten | |
|---|---|---|---|---|
| Taarten en banket | ||||
| Gebak van cakedeeg, gemakkelijk | rooster + rechthoekige bakvorm | 2 | 170-180 | 55-65 |
| Botercake | rooster + rechthoekige bakvorm | 2 | 150-160 | 75-85 |
| Taartbodem | vlakke bakplaat | 3 | 180-200 | 30-45 |
| Vruchtentaart, (bijv. kersen) | metalen springvorm, Ø 26 cm | 2 | 160-180 | 50-60 |
| Vlakke gisttaart | vlakke bakplaat | 3 | 160-170 | 30-40 |
Pagina 18: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 19
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.
Aanwijzingen
- De tabel geldt altijd voor producten die in de onverwarmde en lege binnenruimte worden geplaatst.
Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.
- De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
- Maak gebruik van de meegeleverde toebehoren. Bij de klantenservice of in de vakhandel kunt u toebehoren of extra toebehoren kopen.
Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.
- Gebruik altijd een pannenlap wanneer u hete toebehoren of vormen uit de oven neemt.
Gebak
Bakken op een niveau
Bak een gebakje liefst met Boven- en onderwarmte .
Indien gebakken wordt met Hete lucht 3D , worden onderstaande hoogten aanbevolen om de toebehoren in te voeren:
- Gebakjes in bakvormen: hoogte 2
- Gebakjes op de plaat: hoogte 3
Bakken op verschillende niveaus
Gebruik de Hete-luchtmodus 3D .
Bakken op 2 niveaus:
- Standaardplaat: hoogte 3
- Bakplaat: hoogte 1
Bakken op 3 niveaus:
- Standaardplaat: hoogte 5
- Bakplaat: hoogte 3
- Bakplaat: hoogte 1
Bakplaten die tegelijkertijd in de oven geplaatst zijn, hoeven niet noodzakelijk op hetzelfde ogenblik klaar te zijn.
In de tabellen treft u talrijke tips aan voor uw gerechten.
Indien 3 rechthoekige bakvormen tegelijkertijd gebruikt worden, plaats deze dan op het rooster zoals aangegeven op de afbeelding.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin.
Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.
Tabellen
In de tabel staan de optimale verhittingstypes voor alle soorten gebak of toetjes. De temperatuur en de baktijd zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de dichtheid van het deeg. Daarom worden in de kooktabellen altijd tijdmarges aangegeven. Probeer altijd eerst met de laagste. Een lagere temperatuur geeft een gelijkmatigere, goudgele kleur. Indien nodig kan de temperatuur de volgende keer worden verhoogd.
Indien de oven voorverwarmd wordt, worden de kooktijden 5 tot 10 minuten verminderd.
In de bijlage bij de tabellen, Tips voor het bakken, vindt u meer informatie.
Plaats, om slechts één taart op een niveau te bakken, de bakvorm op de geëmailleerde bakplaat.
Indien verschillende taarten gelijktijdig gebakken worden, kunnen de bakvormen samen op het rooster geplaatst worden.
| Gebakjes in bakvormen | Bakvorm | Hoogte | Verhittingstype | Temperatuur in °C | Duur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Gebak van cakedeeg, gemakkelijk | Tulband/rechthoekige bakvorm | 2 | 160-180 | 60-75 | |
| 3 rechthoekige bakvormen | 3+1 | 140-160 | 70-90 | ||
| Taart van geklopt deeg, fijn | Tulband/rechthoekige bakvorm | 2 | 150-170 | 60-70 | |
| Taartbodem, cakedeeg | Taartvorm | 3 | 160-180 | 20-30 | |
| Fijne vruchtentaart, cakedeeg | Ronde bakvorm/springvorm | 2 | 160-180 | 50-60 | |
| Cakedeeg, 2 eieren (voorverwarmen) | Taartvorm | 2 | 150-170 | 20-30 | |
| Cakedeeg, 6 eieren (voorverwarmen) | Springvorm | 2 | 150-170 | 40-50 | |
| Bodem van zeer fijn deeg met rand | Springvorm | 1 | 180-200 | 25-35 | |
| Vruchten- of kwarktaart, met bodem van zeer fijn deeg* | Springvorm | 1 | 160-180 | 70-90 | |
| Zwitserse quiche | Pizzaplaat | 1 | 220-240 | 35-45 | |
| Cake in tulbandvorm | Tulbandvorm | 2 | 150-170 | 60-70 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
* Laat de taart ongeveer 20 minuten afkoelen in de uitgeschakelde en dichte oven.
Pagina 20
| Gebakjes in bakvormen | Bakvorm | Hoogte Verhittingstype | Temperatuur in °C | Duur in minuten |
|---|---|---|---|---|
| Pizza, dunne bodem met lichte laag (voorver- Pizzaplaat warmen) | 1 | 270 | 10-20 | |
| Hartige taart* | Springvorm | 1 | 170-190 | 45-55 |
| * Laat de taart ongeveer 20 minuten afkoelen in de uitgeschakelde en dichte oven. | ||||
| Gebakjes bereid op de plaat | Toebehoren | Hoogte Verhittingstype | Temperatuur in °C | Duur in minuten |
| Cakedeeg met droge laag | Standaardplaat | 2 | 170-190 | 20-30 |
| Standaardplaat + bakplaat | 3+1 | 160-170 | 30-40 | |
| Cakedeeg met sappige laag, fruit | Standaardplaat | 2 | 170-190 | 25-35 |
| Standaardplaat + bakplaat | 3+1 | 140-160 | 40-50 | |
| Gistdeeg met droge laag | Standaardplaat | 3 | 170-180 | 25-35 |
| Standaardplaat + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 35-45 | |
| Gistdeeg met sappige laag, fruit | Standaardplaat | 3 | 160-180 | 40-50 |
| Standaardplaat + bakplaat | 3+1 | 150-160 | 50-60 | |
| Zeer fijn deeg met droge laag | Standaardplaat | 1 | 180-200 | 20-30 |
| Zeer fijn deeg met sappige laag, fruit | Standaardplaat | 2 | 160-180 | 60-70 |
| Zwitserse quiche | Standaardplaat | 1 | 210-230 | 40-50 |
| Opgerolde cake (voorverwarmen) | Standaardplaat | 2 | 170-190 | 15-20 |
| Gistvlecht met 500 g meel | Standaardplaat | 2 | 170-190 | 25-35 |
| Bolletje met 500 g meel | Standaardplaat | 3 | 160-180 | 60-70 |
| Bolletje met 1 kg meel | Standaardplaat | 3 | 150-170 | 90-100 |
| Bladerdeegtaart, zoet | Standaardplaat | 2 | 190-210 | 55-65 |
| Pizza | Standaardplaat | 2 | 200-220 | 25-35 |
| Standaardplaat + bakplaat | 3+1 | 180-200 | 40-50 | |
| Geflambeerde taart (voorverwarmen) | Standaardplaat | 2 | 270 | 15-20 |
| Börek | Standaardplaat | 2 | 190-200 | 40-55 |
| Kleine gebakjes | Toebehoren | Hoogte Verhittingstype | Temperatuur in °C | Duur in minuten |
| Gebakjes en koekjes | Standaardplaat | 3 | 140-160 | 15-25 |
| Standaardplaat + bakplaat | 3+1 | 130-150 | 25-35 | |
| 2 bakplaten + standaardplaat | 5+3+1 | 130-150 | 25-40 | |
| Theekoekjes (voorverwarmen) | Standaardplaat | 3 | 140-150 | 30-40 |
| Standaardplaat | 3 | 140-150 | 20-30 | |
| Standaardplaat + bakplaat | 3+1 | 140-150 | 25-35 | |
| 2 bakplaten + standaardplaat | 5+3+1 | 140-150 | 25-35 | |
| Amandelgebak | Standaardplaat | 2 | 110-130 | 30-40 |
| Standaardplaat + bakplaat | 3+1 | 110-120 | 35-45 | |
| 2 bakplaten + standaardplaat | 5+3+1 | 110-120 | 35-45 | |
| Schuimpjes | Standaardplaat | 3 | 80-100 | 100-150 |
| Taartjes | Rooster met plaat-taartjesvorm | 3 | 180-200 | 20-25 |
| 2 roosters met plaat-taartjesvorm | 3+1 | 160-180 | 25-30 | |
| Ensaimada (typisch koffiebroodje van Mallorca) | Standaardplaat | 2 | 210-230 | 30-40 |
| Bladerdeegtaart | Standaardplaat | 3 | 190-200 | 25-35 |
| Standaardplaat + bakplaat | 3+1 | 190-200 | 30-40 | |
| 2 bakplaten + standaardplaat | 5+3+1 | 170-180 | 35-45 | |
| Banket van gistdeeg | Standaardplaat | 2 | 190-210 | 20-30 |
| Standaardplaat + bakplaat | 3+1 | 160-180 | 25-35 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
20
Pagina 21
Brood en broodjes
Verwarm de oven voor om het brood te bereiden, behalve wanneer anders aangegeven wordt.
Doe nooit water in de warme oven.
| Brood en broodjes | Toebehoren | Hoogte | Soort verhitting. | Temperatuur in °C | Duur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Gistbrood met 1,2 kg meel | Standaardplaat | 2 | 270 200 | 8 35-45 | |
| Zuurdesembrood met 1,2 kg meel | Standaardplaat | 2 | 270 200 | 8 40-50 | |
| Broodcake | Standaardplaat | 2 | 270 | 15-20 | |
| Broodjes (niet voorverwarmen) | Standaardplaat | 3 | 200 | 20-30 | |
| Zoete broodjes van zuurdesem | Standaardplaat | 3 | 180-200 | 15-20 | |
| Standaardplaat + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 20-30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
Suggesties en praktische tips voor het bakken
| U kunt desgewenst een eigen recept gebruiken. | U kunt zich oriënteren door een soortgelijk product in de kooktabel. |
| Manier om te controleren of de taart van geklopt deeg al gaar is. | Prik ongeveer 10 minuten voor het verstrijken van de in het recept aangeduide baktijd met een houten prikker in het hoogste punt van het gebak . Als de prikker er schoon uitkomt, zonder deegresten, dan is de taart gaar. |
| De taart is ingezakt. | Gebruik de volgende keer minder vloeistof of selecteer een baktemperatuur van 10 graden lager. Houd u aan de in het recept aangegeven tijd voor het kloppen van deeg. |
| De taart is in het midden goed gerezen, maar aan de zijkanten minder hoog. | Vet de bakvorm niet in. Haal de taart, als hij gaar is, voorzichtig uit de bakvorm met behulp van een mes. |
| De taart is te bruin aan de bovenkant. | Zet de taart lager in de oven, selecteer een lagere baktemperatuur en laat hem langer bakken. |
| De taart is te droog. | Prik verschillende keren met een prikker in de taart als hij klaar is. Sprenkel een paar druppels citroensap of alcoholische drank op de taart. Selecteer de volgende keer een baktemperatuur van 10 graden hoger en verminder de baktijd. |
| Het brood of banket (bijvoorbeeld kwarktaart) zien er van buiten goed uit, maar zijn van binnen klef (vochtig, met natte gedeeltes). | Gebruik de volgende keer minder vloeistof en laat het product langer in de oven staan, op een lagere temperatuur. Bak bij taarten met een sappige bekleding eerst de bodem. Strooi vervolgens gehakte amandelen of paneermeel over de bodem van de taart alvorens de vulling er op te doen. Volg de aanwijzingen van het recept en de baktijden op. |
| De gebakjes zijn op onregelmatige manier gebakken. | Door een lagere temperatuur te selecteren wordt het gebak gelijkmatiger. Bak fijne gebakjes met boven- en onderwarmte op een niveau. Bakpapier dat buiten de rand uitkomt heeft ook invloed op de luchtcirculatie. Knip het altijd precies op de maat van de bakplaat. |
| De vruchtentaart is te licht van kleur aan de onderzijde. | Zet de volgende keer het gebak een niveau lager. |
| Het sap loopt er uit. | Gebruik de volgende keer de braadslede indien deze beschikbaar is. |
| Kleine gebakjes met gist kunnen aan elkaar kleven tijdens het bakken. | Laat een ruimte van 2 cm tussen de gebakjes. Zo hebben ze voldoende ruimte om uit te zetten en aan alle zijden goudbruin te bakken. |
| Er is op verschillende niveaus gebakken. Op de bovenste bakplaat zijn de gebakjes donkerder dan op de onderste. | Gebruik om op verschillende niveaus te bakken altijd de hete lucht 3D . Ook al worden er verschillende bakplaten tegelijk gebruikt, wil dat niet zeggen dat deze op hetzelfde moment klaar zijn. |
| Bij het bakken van sappige taarten komt er condens vrij. | Tijdens het bakken kan er waterdamp ontstaan. Een gedeelte van deze damp wordt afgevoerd via het handvat van de ovendeur, waarbij op het bedieningspaneel of aan de voorzijde van de meubels naast de oven waterdruppels te zien zijn. Dit is natuurkundig bepaald. |
Pagina 22
Vlees, gevogelte, vis
Schalen
U kunt een willekeurige hittebestendige schaal gebruiken. Voor grote gebraden kan ook de geëmailleerde bakplaat gebruikt worden.
Het meest geschikt zijn glazen schalen. Controleer of het deksel van de braadpan goed past en sluit.
Indien geëmailleerde schalen gebruikt worden, moet meer vloeistof gebruikt worden.
Indien braadpannen van roestvrij staal gebruikt worden, zal het vlees niet zo goudbruin bakken en kan het zelfs weinig doorbakken zijn. Verleng in dit geval de kooktijd.
Gegevens aangeduid in de tabellen: Schaal zonder deksel = open Schaal met deksel = gesloten
Plaats de schalen altijd midden op het rooster.
Zet glazen schalen die heet zijn altijd op een droge keukendoek. Het glas kan barsten als het steunoppervlak vochtig of koud is.
Braden
Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca. ½ cm bedekt te zijn.
Voeg aan stoofvlees royaal vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca 1 - 2 cm bedekt te zijn.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen. Wanneer u vlees in geëmailleerde braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of een langere bereidingstijd aan.
Braden op de grill
Braad altijd op de grill met gesloten oven.
Verwarm de oven, om te braden op de grill, gedurende ca 3 minuten voor, alvorens het product in de oven te doen.
Leg de stukken rechtstreeks op het rooster. Als u slechts één stuk wilt grillen, lukt dit het best wanneer u het midden op het rooster legt.
Plaats de geëmailleerde bakplaat op hoogte 1. Zo wordt de vleesjus opgevangen en wordt de oven minder vies.
Plaats de bakplaat of braadslede niet op hoogte 4 of 5. Wegens de hitte kan deze vervormen en de binnenzijde van de oven beschadigen bij het verwijderen.
Gebruik indien mogelijk stukken van dezelfde dikte. Zo worden deze gelijkmatig goudbruin gebakken en blijven deze sappig. Bestrooi de filets pas met zout na het grillen.
Draai de stukken om na het verstrijken van de kooktijd.
De grillweerstand wordt automatisch in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. De frequentie is afhankelijk van het geprogrammeerde grillniveau.
Vlees
Draai stukken vlees na de helft van de tijd om.
Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen.
Wikkel rosbief na de bereiding in aluminiumfolie en laat het 10 minuten in de oven nagaren.
Snijd bij varkensvlees met zwoerd, het zwoerd kruisgewijs in en leg het vlees eerst met het zwoerd naar beneden in de vorm.
| Vlees | Gewicht | Accessoires en schalen | Hoogte | Soort verhitting. | Temperatuur in °C, grillniveau | Duur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Rundvlees | ||||||
| Stoofschotel van rundvlees | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | gesloten | 2 | 200-220 | 100 | |
| 2 | 190-210 | 120 | ||||
| 2 | 180-200 | 140 | ||||
| Rundfilet, medium | 1,0 kg 1,5 kg | open | 2 | 210-230 | 60 | |
| 2 | 200-220 | 80 | ||||
| Roastbeef, medium | 1,0 kg | open | 1 | 4 | 220-240 | 60 |
| Biefstuk, 3 cm dik, medium | Rooster + standaardplaat | 5+1 | 3 | 15 | ||
| Kalfsvlees | ||||||
| Kalfsgebraad | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | open | 2 | 190-210 | 110 | |
| 2 | 180-200 | 130 | ||||
| 2 | 170-190 | 150 | ||||
| Kalfsbout | 1,5 kg | open | 2 | 210-230 | 140 | |
| Varkensvlees | ||||||
| Gebraad zonder korst ( bijv. nek) | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | open | 1 | 4 | 190-210 | 120 |
| 1 | 4 | 180-200 | 150 | |||
| 1 | 4 | 170-190 | 170 | |||
| Gebraad met korst ( bijv. rug) | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | open | 1 | 4 | 190-210 | 130 |
| 1 | 4 | 180-200 | 160 | |||
| 1 | 4 | 170-190 | 190 | |||
| Varkenslendestuk | 500 g | Rooster + standaardplaat | 3+1 | 4 | 230-240 | 30 |
Pagina 23
| Vlees Gewicht Accessoires en schalen Hoogte Soort ver- Temperatuur in hitting. °C, grillniveau | Duur in minuten |
|---|---|
| Varkensgebraad, mager 1,0 kg open 2 190-210 1,5 kg 2 180-200 2,0 kg 2 170-190 | 120 |
| 140 | |
| 160 | |
| Schouderham met been 1,0 kg gesloten 2 210-230 | 70 |
| Biefstuk, 2 cm dik Rooster + standaardplaat 5+1 3 | 15 |
| Varkensmedaillons, 3 cm dik Rooster + standaardplaat 5+1 3 | 10 |
| Lamsvlees | |
| Lamsrug met bot 1,5 kg open 2 4 190-210 | 60 |
| Lamsbout zonder been, medium 1,5 kg open 1 4 160-180 | 120 |
| Wild | |
| Reemedaillons met bot 1,5 kg open 2 200-220 | 50 |
| Reebout zonder bot 1,5 kg gesloten 2 210-230 | 100 |
| Everzwijngebraad 1,5 kg gesloten 2 180-200 | 140 |
| Hertgebraad 1,5 kg gesloten 2 180-200 | 130 |
| Konijn 2,0 kg gesloten 2 220-240 | 60 |
| Gehakt | |
| Gebraad van gehakt van 500 g vlees open 1 4 180-200 | 80 |
| Worstjes | |
| Worstjes Rooster + standaardplaat 4+1 3 | 15 |
| Gevogelte Indien eend of gans bereid wordt, prik dan in het vel onder de Het gewicht van de tabel verwijst naar gevogelte zonder vulling vleugels zodat het vet vrijkomt. en klaar om te braden. Het gevogelte wordt heel goudbruin en knapperig gebakken Leg het hele gevogelte op het rooster, eerst met de borst naar als het tegen het einde van de kooktijd wordt bestreken met beneden. Draai het om na het verstrijken van de geschatte boter, water met zout of sinaasappelsap. tijd. Plaats bij het braden op de grill rechtstreeks op het rooster de Draai de stukken gebraad, kalkoenrollade of kalkoenborst om geëmailleerde bakplaat op hoogte 1. nadat de helft van de kooktijd verstreken is. Draai de stukken gevogelte om na van de tijd. | |
| Gevogelte Gewicht Accessoires en Hoogte Soort ver- Temperatuur in schalen hitting °C, grillniveau | Duur in minuten |
| Kip, hele 1,2 kg Rooster 2 4 220-240 | 60-70 |
| Poularde, hele 1,6 kg Rooster 2 4 210-230 | 80-90 |
| Kip, helften van 500 g per stuk Rooster 2 4 220-240 | 40-50 |
| Stukken kip van 150 g per stuk Rooster 3 4 210-230 | 30-40 |
| Stukken kip van 300 g per stuk Rooster 3 4 210-230 | 35-45 |
| Kippenborst van 200 g per stuk Rooster 3 3 | 30-40 |
| Eend, hele 2,0 kg Rooster 2 4 190-210 | 100-110 |
| Eendenborst van 300 g per stuk Rooster 3 4 240-260 | 30-40 |
| Gans, hele 3,54,0 kg Rooster 2 4 170-190 | 120-140 |
| Ganzenbouten van 400 g per stuk Rooster 3 4 220-240 | 40-50 |
| Kleine kalkoen, hele 3,0 kg Rooster 2 4 180-200 | 80-100 |
| Kalkoenrollade 1,5 kg open 1 4 200-220 | 110-130 |
| Kalkoenborst 1,0 kg gesloten 2 180-200 | 90 |
| Kalkoenbout zonder bot 1,0 kg Rooster 2 4 180-200 | 90-100 |
Pagina 24
Vis
Draai de stukken gevogelte om na van de tijd.
Hele vissen hoeven niet te worden gekeerd. Plaats de hele vis in de zwemstand, met de rugvin naar boven, in de oven. Doe, opdat de vis stabiel blijft liggen, een gesneden aardappel of klein schaaltje dat geschikt is voor de oven in de buik van de vis.
Voeg, als u visfilets bakt, enkele eetlepels vloeistof toe om te smoren.
Plaats bij het braden op de grill rechtstreeks op het rooster de geëmailleerde bakplaat op hoogte 1.
| Vis | Gewicht | Accessoires en schalen | Hoogte | Soort verhitting | Temperatuur in °C, grillniveau | Duur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vis, hele | van ca. 300 g | Rooster | 2 | 2 | 20-25 | |
| 1,0 kg | Rooster | 2 | 4 | 200-220 | 45-55 | |
| 1,5 kg | Rooster | 2 | 4 | 190-210 | 60-70 | |
| 2,0 kg | gesloten | 2 | 190-210 | 70-80 | ||
| Vis, buikgedeelte 3 cm dik | Rooster | 3 | 2 | 20-25 | ||
| Visfilet | gesloten | 2 | 210-230 | 25-30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
Tips voor het braden en grillen
| Voor het gewicht van het vlees staan geen gegevens in de tabel. | Maak uw keuze in overeenstemming met het eerstvolgende, lagere gewicht en houd een langere tijd aan. |
| Hoe kunt u vaststellen of het vlees klaar is? | Gebruik de vleesthermometer (verkrijgbaar in de speciaalzaak) of doe de “lepeltest". Druk met een lepel op het vlees. Voelt het stevig aan, dan is het klaar. Geeft het mee, dan heeft het nog wat tijd nodig. |
| Het vlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand. | Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Neem de volgende keer kleiner braadgerei of voeg wat meer vloeistof toe. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Gebruik de volgende keer groter braadgerei en voeg minder vloeistof toe. |
| Bij het overgieten van het vlees ontstaat waterdamp. | Dit is normaal. Een groot deel van de waterdamp ontsnapt uit de oven. Het kan neerslaan op het koudere schakelpaneel of op meubilair en als condens neerdruppelen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
Gegratineerde gerechten, soufflés, toast
Plaats de schaal altijd op het rooster.
Plaats bij het braden op de grill rechtstreeks op het rooster, zonder schaal, de geëmailleerde bakplaat op hoogte 1. Zo blijft de oven schoner.
De mate waarin het gerecht gegratineerd is, is afhankelijk van de maat van de schaal en van de hoogte van de gegratineerde schotel. De gegevens die weergegeven worden in de tabel zijn enkel richtwaarden.
| Gerecht | Accessoires en schalen | Hoogte | Soort verhitting | Temperatuur in °C, grillniveau | Duur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Gegratineerde gerechten | |||||
| Zoete, gegratineerde gerechten | Bakvorm om te gratineren | 2 | 180-200 | 50-60 | |
| Soufflé | Bakvorm om te gratineren | 2 | 180-200 | 35-45 | |
| Bakvormpjes voor een portie | 2 | 200-220 | 25-30 | ||
| Gegratineerd pastagerecht | Bakvorm om te gratineren | 2 | 200-220 | 40-50 | |
| Lasagne | Bakvorm om te gratineren | 2 | 180-200 | 40-50 | |
| Gegratineerd gerecht | |||||
| Gegratineerde aardappelen met rauwe ingrediënten, max. 4 cm hoog | 1 bakvorm om te gratineren | 2 | 4 | 160-180 | 60-80 |
| 2 bakvormen om te gratineren | 3+1 | 150-170 | 60-80 | ||
| Toast | |||||
| 4 stuks, gegratineerd | Rooster + standaardplaat | 3+1 | 4 | 160-170 | 10-15 |
| 12 stuks, gegratineerd | Rooster + standaardplaat | 3+1 | 4 | 160-170 | 15-20 |