Siemens HB75AB250, tekst van de handleiding
Pagina's 13–24 van 28 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 3–12verder op pagina 25 →
Pagina 13
Onderhoud en reiniging
Wanneer u de oven goed verzorgt en schoonmaakt, blijft hij lang mooi en intact. Hieronder wordt uitgelegd hoe u de oven op de juiste manier verzorgt en schoonmaakt.
Aanwijzingen
- Geringe kleurverschillen op de voorzijde van de oven zijn het gevolg van het gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
- Schaduwen op de ruit van de deur, die eruit zien als strepen, zijn lichtreflexen van de ovenlamp.
- Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
Schoonmaakmiddelen
Om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen beschadigd worden, dient u zich te houden aan de gegevens in de tabel. Gebruik
- geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen,
- geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen,
- geen harde schuur- of schoonmaaksponsjes,
- geen hogedrukreinigers of stoomstraalapparaten.
Was nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik goed uit.
Bereik
Voorkant van de oven
Roestvrij staal
Ruiten van de deur
Deurafscherming
Binnenruimte
Schoonmaakmiddelen
Warm zeepsop:
met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken.
Warm zeepsop:
met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan gemakkelijk corrosie ontstaan.
Bij de klantenservice of in de vakhandel zijn speciale schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal verkrijgbaar die geschikt zijn voor warme oppervlakken. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek.
Glasreiniger:
met een zachte doek schoonmaken. Geen schraper gebruiken.
Schoonmaakmiddel voor roestvrij staal (verkrijgbaar bij de klantenservice of in de vakhandel):
Neem de gegevens van de fabrikant in acht.
Warm zeepsop of water met azijn: met een schoonmaakdoekje reinigen.
Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken. Alleen gebruiken in de onverwarmde oven.
U kunt het best de zelfreiniging gebruiken. Neem hierbij de aanwijzingen in het hoofdstuk Zelfreiniging in acht!
| Bereik | Schoonmaakmiddelen |
|---|---|
| Glazen afscherming van de ovenlamp | Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje reinigen. |
| Inschuifrails | Warm zeepsop: laten weken en met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. |
| Telescooprails | Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. |
| Niet laten weken, in de vaatwasmachine schoonmaken of bij de zelfreiniging meereinigen. De rails zouden beschadigd raken en blokkeren. | |
| Toebehoren | Warm zeepsop: laten weken en met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
Inschuifrails verwijderen en bevestigen
U kunt de rails voor het reinigen verwijderen. De oven dient afgekoeld te zijn.
Inschuifrails verwijderen
- 1. Rails voor optillen
2.en uit de geleiders tillen (Afbeelding A).
- 3. Hierna de rails helemaal naar voren trekken en uitnemen (Afbeelding B).
Maak de inschuifrails schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.
Inschuifrails bevestigen
- 1. Inschuifrails eerst in de achterste bus plaatsen, iets naar achteren drukken (Afbeelding A)
2.en vervolgens in de voorste bus plaatsen (Afbeelding B).
De inschuifrails passen links en rechts. De welving moet zich altijd aan de onderkant bevinden.
Pagina 14
Ovendeur verwijderen en inbrengen
Om de deurruiten schoon te maken en te demonteren, kunt u de ovendeur verwijderen.
De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhendels zijn dichtgeklapt (Afbeelding A), is de ovendeur beveiligd. Hij kan niet worden verwijderd. Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de ovendeur opengeklapt zijn (B), zijn de scharnieren beveiligd. Ze kunnen niet dichtklappen.
- 3. Beide blokkeerhendels weer dichtklappen (Afbeelding C). Ovendeur sluiten.
ã=Risico van letsel!
Wanneer de ovendeur er per ongeluk uitvalt of een scharnier dichtklapt, het scharnier niet met uw hand aanraken. Neem contact op met de klantenservice.
Deurafscherming afnemen
ã=Risico van letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, klappen ze met grote kracht dicht. Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, en bij het verwijderen van de ovendeur helemaal opengeklapt.
Deur verwijderen
- 1. Ovendeur helemaal openen.
- 2. Beide blokkeerhendels links en rechts openklappen (Afbeelding A).
- 3. Ovendeur tot de aanslag sluiten. Met beide handen links en rechts vastpakken. Nog wat verder sluiten en uitnemen (Afbeelding B).
Deur inbrengen
De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.
- 1. Let er bij het inbrengen van de ovendeur op dat beide scharnieren recht in de opening worden geleid (Afbeelding A).
- 2. De keep op het scharnier dient aan beide kanten in te klikken (Afbeelding B).
De afscherming op de ovendeur kan verkleurd raken. Om de ovendeur grondig schoon te maken kunt u de afscherming verwijderen.
- 1. Ovendeur helemaal openen.
- 2. Afscherming van de ovendeur eraf schroeven. Hiervoor de schroeven aan de linker- en rechterkant losdraaien (Afbeelding A).
- 3. Afscherming afnemen (Afbeelding B).
Let erop dat de ovendeur niet gesloten wordt zolang de afscherming afgenomen is. De binnenruit kan beschadigd worden.
De afscherming schoonmaken met een reinigingsproduct voor roestvrij staal.
- 4. Afscherming weer terugplaatsen en bevestigen.
- 5. Ovendeur sluiten.
Deurruiten verwijderen en inbrengen
Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de ovendeur afnemen.
Verwijderen
- 1. Ovendeur verwijderen en met de handgreep naar beneden op een doek leggen.
- 2. De afscherming bovenaan de ovendeur eraf schroeven. Hiervoor de schroeven aan de linker- en rechterkant losdraaien (Afbeelding A).
- 3. Bovenste ruit optillen en naar buiten trekken (Afbeelding B).
Pagina 15
- 4. De grote klemmen rechts en links losschroeven. De ruit optillen en de houders van de ruit trekken (Afbeelding C). De ruit eruit nemen.
Reinig de ruiten met glasreiniger en een zachte doek.
Gebruik geen scherpe of schurende middelen en geen schraper. Het glas kan hierdoor beschadigd raken.
Inbrengen
Let er bij het inbrengen op dat “right above“ linksonder ondersteboven staat.
- 1. De ruit schuin naar achteren inschuiven (Afbeelding A).
- 2. Borgveren rechts en links op de ruit plaatsen, zo uitlijnen dat de veren zich boven het schroefgat bevinden en vastschroeven (Afbeelding B).
- 3. Bovenste ruit schuin naar achteren inschuiven. Het grote vlak moet zich aan de buitenkant bevinden.
- 4. Afscherming plaatsen en vastschroeven.
- 5. Ovendeur inbrengen
Gebruik de oven pas weer wanneer de ruiten naar behoren zijn ingezet.
Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Raadpleeg de volgende tabel voordat u contact opneemt met de servicedienst. Wellicht kunt u zelf de storing verhelpen.
Storingstabel
Wanneer een gerecht niet goed gelukt is, lees hier dan het hoofdstuk Voor u in onze kookstudio getest op na. Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.
| Storing | Mogelijke Oplossing/aanwijzing oorzaak |
|---|---|
| De oven functioneert niet. | De zekering is Kijk in de meterkast na of defect. de zekering in orde is. |
| De stroom is Controleer of het uitgevallen. keukenlicht of andere keukenapparaten functioneren. | |
| Op het display zijn 0 en drie nullen verlicht. | De stroom is Stel de tijd opnieuw in. uitgevallen. |
| De oven warmt niet op. | Er zit stof op de Draai de schakelaars contacten. meerdere keren heen en weer. |
| De ovendeur kan niet worden geopend. Op het display is het symbool verlicht. | De ovendeur is Wacht totdat de oven is door de afgekoeld en het zelfreiniging symbool verdwenen is. vergrendeld. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing/aanwijzing |
|---|---|---|
| De oven warmt niet op. Op het display staat een klein | De oven bevindt zich in de demonstratiemodus. | De zekering in de meterkast uitschakelen en na 20 seconden weer inschakelen. Nu binnen ca. |
| vierkantje . | 2 minuten de toets ca. | |
| 4 seconden lang indrukken tot het vierkantje verdwijnt. | ||
| Op het display verschijnt . | De automatische uitschakeling is geactiveerd. | Draai de functiekeuzeknop op de nulstand. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
Foutmeldingen
Wanneer op het display een foutmelding met verschijnt, drukt u op de toets 0. Stel vervolgens de tijd opnieuw in. Neem contact op met de klantenservice wanneer de foutmelding weer verschijnt.
Bij de volgende foutmeldingen kunt u het probleem zelf oplossen.
Foutmelding
| Mogelijke oorzaak | Oplossing/aanwijzing |
|---|---|
| Er is een toets te lang ingedrukt of bedekt. | Druk alle toetsen afzonderlijk in. Controleer of er een toets klem zit of bedekt of vervuild is. |
| De temperatuur in de oven is te hoog. | De ovendeur vergrendelt en het verwarmen van de oven wordt onderbroken. Wacht tot de oven is afgekoeld. |
| Druk op de toets 0 en stel de tijd opnieuw in. |
Pagina 16
ã=Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.
Ovenlamp aan het plafond vervangen
Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige reservelampen, 40 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Gebruik uitsluitend originele lampen.
ã=Kans op een elektrische schok!
Zekering in de meterkast uitschakelen.
- 1. Theedoek in de onverwarmde oven leggen, om schade te voorkomen.
- 2. Glazen afscherming verwijderen. Hiervoor met de duimen de metalen strippen naar achteren drukken (Afbeelding A).
- 3. De lamp eruit draaien en vervangen door een lamp van hetzelfde type (Afbeelding B).
- 4. Glazen afscherming weer terugplaatsen. Hierbij met één kant inbrengen en de andere kant vast aandrukken. Het glas zit nu vast.
- 5. Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
Glazen afscherming
Als de glazen afscherming beschadigd is, dient hij te worden vervangen. Passende glazen afschermingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het productnummer (Enr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat.
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.
Enummer en FDnummer
Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u rechts, aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
Enr. FD-nr.
Servicedienst
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 070 333 1234
Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.
Energie en milieutips
Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden kunt besparen op energie en het apparaat op de juiste manier afvoert.
Energie besparen
- De oven alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabellen van de gebruiksaanwijzing is opgegeven.
- Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op.
- Open de ovendeur tijdens het garen, bakken of braden zo weinig mogelijk.
- Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De oven is dan nog warm. Daardoor is de baktijd voor het tweede gerecht korter. U kunt ook 2 rechthoekige bakvormen naast elkaar in de oven plaatsen.
- Bij langere bereidingstijden kunt u de oven 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.
Dit apparaat beantwoordt aan de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektro en elektronica-apparatuur (WEEE - waste electrical and electronic equipment). De richtlijn biedt het kader voor de terugname en verwerking van gebruikte apparaten geldend voor de hele EU.
Pagina 17
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.
Aanwijzingen
- De tabel geldt altijd voor producten die in de onverwarmde en lege binnenruimte worden geplaatst.
Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.
- De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
- Maak gebruik van de meegeleverde toebehoren. Bij de klantenservice of in de vakhandel kunt u toebehoren of extra toebehoren kopen.
Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.
- Gebruik altijd een pannenlap wanneer u hete toebehoren of vormen uit de oven neemt.
Gebak
Bakken op één niveau
Met boven en onderwarmte lukt het gebak het beste.
Wanneer u met 3D-hetelucht bakt, dient u de volgende inschuifhoogtes voor de toebehoren te gebruiken:
- Gebak in vormen: hoogte
- Gebak op de plaat: hoogte
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik 3Dhetelucht .
Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveaus
- Braadslede: hoogte
- Bakplaat: hoogte
Inschuifhoogtes bij het bakken op 3 niveaus
- Bakplaat: hoogte 5
- Braadslede: hoogte
- Bakplaat: hoogte
Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
In de tabellen vindt u talrijke voorstellen voor uw gerechten. Wanneer u met 3 rechthoekige bakvormen tegelijk bakt, zet deze dan zoals op de afbeelding aangegeven op het rooster.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin. Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.
Tabellen
In de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.
Verwarmingsmethode
| Gebak in vormen Vorm Hoogte | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Cake, eenvoudig Krans/rechthoekige vorm 2 | 160-180 | 50-60 |
| 3 cakevormen 3+1 | 140-160 | 60-80 |
| Cake, fijn Krans/rechthoekige vorm 2 | 150-170 | 60-70 |
| Taartbodem, roerdeeg Vorm vruchtentaartbodem 3 | 160-180 | 20-30 |
| Vruchtentaart fijn, roerdeeg Springvorm/tulbandvorm 2 | 160-180 | 50-60 |
| Biscuitbodem, 2 eieren Vorm vruchtentaartbodem 2 (voorverwarmen) | 150-170 | 20-30 |
| Biscuittaart, 6 eieren (voorverwarmen) Springvorm 2 | 150-170 | 40-50 |
| Bodem zandtaartdeeg met rand Springvorm 1 | 180-200 | 25-35 |
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van Springvorm 1 zandtaartdeeg* | 160-180 | 70-90 |
| Zwitserse vruchtentaart Pizzaplaat 1 | 220-240 | 35-45 |
| Tulband Tulbandvorm 2 | 150-170 | 60-70 |
| Pizza, dunne bodem met weinig Pizzaplaat 1 bedekking (voorverwarmen) | 280-300 | 10-15 |
| Hartig gebak* Springvorm 1 | 170-190 | 45-55 |
| * Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen. |
Pagina 18
| Gebak op de plaat Toebehoren | Hoogte | Verwarming smethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Roerdeeg met droge bedekking Bakplaat | 2 | 170-190 | 20-30 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-160 | 35-45 | |
| Roerdeeg met vochtige bedekking, Braadslede vruchten | 2 | 170-190 | 25-35 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-160 | 40-50 | |
| Gistdeeg met droge bedekking Bakplaat | 3 | 170-180 | 25-35 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 35-45 | |
| Gistdeeg met vochtige bedekking, Braadslede vruchten | 3 | 160-180 | 40-50 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-160 | 50-60 | |
| Zandtaartdeeg met droge bedekking Bakplaat | 1 | 180-200 | 20-30 | |
| Zandtaartdeeg met vochtige bedekking, Braadslede vruchten | 2 | 160-180 | 60-70 | |
| Zwitserse vruchtentaart Braadslede | 1 | 210-230 | 40-50 | |
| Biscuitrol (voorverwarmen) Bakplaat | 2 | 170-190 | 15-20 | |
| Broodvlecht van 500 g bloem Bakplaat | 2 | 170-190 | 25-35 | |
| Kerststol van 500 g bloem Bakplaat | 3 | 160-180 | 60-70 | |
| Kerststol van 1 kg bloem Bakplaat | 3 | 150-170 | 90-100 | |
| Strudel, zoet Braadslede | 2 | 190-210 | 55-65 | |
| Pizza Bakplaat | 2 | 200-220 | 25-35 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 180-200 | 40-50 | |
| Flammkuchen (voorverwarmen) Braadslede | 2 | 280-300 | 10-12 | |
| Klein gebak Toebehoren | Hoogte | Verwarming smethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Koekjes Bakplaat | 3 | 140-160 | 15-25 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 130-150 | 25-35 | |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-150 | 30-40 | |
| Sprits (voorverwarmen) Bakplaat | 3 | 140-150 | 30-40 | |
| Bakplaat | 3 | 140-150 | 25-35 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-150 | 30-45 | |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-140 | 35-50 | |
| Bitterkoekjes Bakplaat | 2 | 110-130 | 30-40 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 100-120 | 35-45 | |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 100-120 | 40-50 | |
| Schuimgebak Bakplaat | 3 | 80-100 | 100-150 | |
| Muffins Rooster met muffinplaat | 3 | 180-200 | 20-25 | |
| 2 roosters met muffinplaten | 3+1 | 160-180 | 25-30 | |
| Deeg van bijv. soesjes Bakplaat | 2 | 210-230 | 30-40 | |
| Bladerdeeggebak Bakplaat | 3 | 180-200 | 20-30 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 180-200 | 25-35 | |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 170-190 | 35-45 | |
| Gistdeeggebak Bakplaat | 2 | 190-210 | 20-30 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 160-180 | 25-35 |
Pagina 19
| Brood en broodjes | Giet nooit water in de hete oven. | |
| Bij het bakken van brood de oven voorverwarmen, wanneer er niet iets anders aangegeven is. | ||
| Brood en broodjes Toebehoren | Hoogte Verwarming Temperatuur smethode in °C | Tijdsduur in minuten |
| Gistbrood van 1,2 kg bloem Braadslede | 2 300 | 5 |
| 200 | 30-40 | |
| Zuurdeegbrood van kg bloem Braadslede | 2 300 | 8 |
| 200 | 35-45 | |
| Plat rond brood Braadslede | 2 300 | 10-15 |
| Broodjes (niet voorverwarmen) Bakplaat | 3 200 | 20-30 |
| Broodjes van gistdeeg, zoet Bakplaat | 3 180-200 | 15-20 |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 150-170 | 20-30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
Tips voor het bakken
U wilt bakken volgens uw eigen recept. Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is.
Het gebak zakt in.
Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. Het gebak wordt te donker aan de bovenkant.
Het gebak is te droog.
Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen).
Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden.
Het vruchtengebak is te licht aan de onderkant.
Het sap van de vruchten stroomt over. Klein gebak van gistdeeg plakt bij het bakken aan elkaar.
U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste.
Bij het bakken van vochtig gebak ontstaat er condenswater.
Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak.
Prik ca. 10 voor het einde van de in het recept vermelde baktijd met een stokje in het hoogste punt van het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar.
Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in.Houd rekening met de omroertijden in het recept.
De rand van de springvorm niet invetten. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes.
Plaats het verder naar binnen, kies een lagere temperatuur en bak het iets langer.
Als het gebak klaar is, prikt u er met een prikker kleine gaatjes in. Vervolgens bedruppelt u het met vruchtensap of alcohol. Stel de temperatuur de volgende keer 10 graden hoger in en houd een kortere baktijd aan.
Gebruik de volgende keer wat minder vloeistof en bak iets langer bij een wat lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. Houd u aan de recepten en baktijden.
Kies een wat lagere temperatuur, dan wordt het gebak gelijkmatiger bruin. Gebruik bij kwetsbaar gebak boven- en onderwarmte op één niveau. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed op de plaat past.
Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager.
Gebruik, indien beschikbaar, de volgende keer de diepere braadslede.
Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats en kan het gebak goed rijzen en helemaal bruin worden.
Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus altijd 3Dhetelucht . Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Bij het bakken kan waterdamp ontstaan. Deze komt vrij via de deur. De waterdamp kan neerslaan op het bedieningspaneel of op het meubilair en als condens neerdruppelen. Dit is normaal.
Vlees, gevogelte, vis
Vormen
U kunt alle vormen gebruiken die hittebestendig zijn. Voor grote stukken vlees is ook de braadslede geschikt.
Het meest geschikt zijn vormen van glas. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit
Gebruikt u geëmailleerde braadpannen, voeg dan wat meer vloeistof toe.
Bij braadgerei van roestvrij staal wordt het gerecht niet zo erg bruin en kan het vlees wat minder gaar zijn. Houd langere bereidingstijden aan.
Opgaven in de tabellen:
Vorm zonder deksel = open
Vorm met deksel = gesloten
Zet de vorm altijd midden op het rooster.
Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Braden
Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca. ½ cm bedekt te zijn.
Voeg aan stoofvlees royaal vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca 1 - 2 cm bedekt te zijn.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen. Wanneer u vlees in geëmailleerde braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of een langere bereidingstijd aan.
Pagina 20
Grillen
Verwarm bij het grillen ca. 3 minuten voor alvorens het gerecht in de binnenruimte te plaatsen.
Gril altijd in een gesloten oven.
Gebruik zoveel mogelijk gelijke stukken om te grillen. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Keer de grillstukken na van de bereidingstijd.
Zout de steaks pas na het grillen.
Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster. Als u één stuk vlees wilt grillen, lukt dit het best wanneer u het midden op het rooster legt.
Plaats ook de braadslede op hoogte 1.Het vleessap wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
| Vlees | Gewicht | Toebehoren en vormen |
|---|---|---|
| Rundvlees | ||
| Gestoofd rundvlees | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | gesloten |
| Runderfilet, medium | 1,0 kg 1,5 kg | open |
| Rosbief, medium | 1,0 kg | open |
| Steaks, 3 cm dik, medium | Rooster + braadslede | |
| Kalfsvlees | ||
| Gebraden kalfsvlees | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | open |
| Kalfsschenkel | 1,5 kg | open |
| Varkensvlees | ||
| Braadstuk zonder zwoerd (bijv. halsstuk). | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | open |
| Braadstuk, met zwoerd (bijv. schouder) | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | open |
| Varkensfricandeau | 500 g | Rooster + braadslede |
| Varkensvlees, mager | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | open |
| Casselerrib met been | 1,0 kg | gesloten |
| Steaks, 2 cm dik | Rooster + braadslede | |
| Varkensmedaillons, 3 cm dik | Rooster + braadslede | |
| Lamsvlees | ||
| Lamszadel met been Lamsbout zonder been, medium | 1,5 kg 1,5 kg | open open |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
De bakplaat of braadslede bij het grillen niet op hoogte 4 of 5 plaatsen. Door de sterke hitte vervormen ze en bij verwijdering kunnen ze de binnenruimte beschadigen.
Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
Vlees
Draai stukken vlees na de helft van de tijd om.
Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen.
Wikkel rosbief na de bereiding in aluminiumfolie en laat het 10 minuten in de oven nagaren.
Snijd bij varkensvlees met zwoerd, het zwoerd kruisgewijs in en leg het vlees eerst met het zwoerd naar beneden in de vorm.
| Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C, grillstand | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|
| 2 | 200-220 | 100 | |
| 2 | 190-210 | 120 | |
| 2 | 180-200 | 140 | |
| 2 | 210-230 | 60 | |
| 2 | 200-220 | 80 | |
| 1 | 4 | 220-240 | 60 |
| 5+1 | 3 | 15 | |
| 2 | 190-210 | 110 | |
| 2 | 180-200 | 130 | |
| 2 | 170-190 | 150 | |
| 2 | 210-230 | 140 | |
| 1 | 4 | 190-210 | 120 |
| 1 | 4 | 180-200 | 150 |
| 1 | 4 | 170-190 | 170 |
| 1 | 4 | 190-210 | 130 |
| 1 | 4 | 180-200 | 160 |
| 1 | 4 | 170-190 | 190 |
| 3+1 | 4 | 230-240 | 30 |
| 2 | 190-210 | 120 | |
| 2 | 180-200 | 140 | |
| 2 | 170-190 | 160 | |
| 2 | 210-230 | 70 | |
| 5+1 | 3 | 15 | |
| 5+1 | 3 | 10 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
| 190-210 | 60 |
| 160-180 | 120 |
Pagina 21: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 22
Vis
Keer visstukken na van de tijd.
Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand, met de rugvin naar boven, in de oven. Een
| Vis | Gewicht | Toebehoren en vormen |
|---|---|---|
| Vis, heel | per stuk ca. | Rooster |
| 300 g | ||
| 1,0 kg | Rooster | |
| 1,5 kg | Rooster | |
| 2,0 kg | gesloten | |
| Viskotelet, 3 cm dik Visfilet | Rooster gesloten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis maakt hem stabieler.
Voeg bij de visfilet voor het stoven een paar eetlepels vloeistof toe.
| Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C, grillstand | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|
| 2 | 2 | 20-25 | |
| 2 | 4 | 200-220 | 45-55 |
| 2 | 4 | 190-210 | 60-70 |
| 2 | 190-210 | 70-80 | |
| 3 | 2 | 20-25 | |
| 2 | 210-230 | 25-30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Tips voor het braden en grillen
Voor het gewicht van het vlees staan geen gegevens in de tabel.
Hoe kunt u vaststellen of het vlees klaar is?
Het vlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand.
Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand.
Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig.
Bij het overgieten van het vlees ontstaat waterdamp.
Maak uw keuze in overeenstemming met het eerstvolgende, lagere gewicht en houd een langere tijd aan.
Gebruik de vleesthermometer (verkrijgbaar in de speciaalzaak) of doe de “lepeltest". Druk met een lepel op het vlees. Voelt het stevig aan, dan is het klaar. Geeft het mee, dan heeft het nog wat tijd nodig.
Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur.
Neem de volgende keer kleiner braadgerei of voeg wat meer vloeistof toe.
Gebruik de volgende keer groter braadgerei en voeg minder vloeistof toe.
Dit is normaal. Een groot deel van de waterdamp ontsnapt uit de oven. Het kan neerslaan op het koudere schakelpaneel of op meubilair en als condens neerdruppelen.
Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast
Plaats de vormen altijd op het rooster.
Grilt u direct op het rooster, plaats dan ook de braadslede op hoogte 1. De oven blijft schoner.
Gerecht
Ovenschotels
Ovenschotel, zoet Soufflé
Pastaschotel Lasagne
Gegratineerde gerechten
Gegratineerde aardappels, rauwe ingrediënten, max. 4 cm hoog
Toast
4 stuks, gegratineerd 12 stuks, gegratineerd
Toebehoren en vormen
Ovenschaal Ovenschaal Portievormpjes Ovenschaal Ovenschaal
1 ovenschaal
2 ovenschalen
Rooster + braadslede Rooster + braadslede
De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht. De opgaven in de tabellen zijn slechts richtwaarden.
| Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C, grillstand | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|
| 2 | 180-200 | 50-60 | |
| 2 | 180-200 | 35-45 | |
| 2 | 200-220 | 25-30 | |
| 2 | 200-220 | 40-50 | |
| 2 | 180-200 | 40-50 | |
| 2 | 4 | 160-180 | 60-80 |
| 3+1 | 150-170 | 60-80 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
| 3+1 | 160-170 | 10-15 |
| 3+1 | 160-170 | 15-20 |
Pagina 23
Kant-en-klaar producten
Houd u aan de opgaven van de fabrikant op de verpakking. Wanneer u de toebehoren bekleedt met bakpapier, let er dan op dat het bakpapier geschikt is voor deze temperaturen. Pas de grootte van het papier aan het gerecht aan.
Gerecht
Pizza, diepvries
Pizza met dunne bodem
Pizza met dikke bodem
Pizza-baguette Minipizza
Pizza, diepvries
Pizza (voorverwarmen)
Aardappelproducten, diepvries
Frites
Kroketten
Rösti, gevulde aardappelflappen
Brood en banket, diepvries
Broodjes, baguette
Zoute krakelingen
Brood en banket, voorgebakken
Voorgebakken broodjes, voorgebakken baguettes
Groenteballetjes, diepvries
Vissticks
Kipsticks, kipnuggets
Strudel, diepvries
Strudel
Toebehoren
Braadslede
Braadslede + rooster Braadslede
Braadslede + rooster Braadslede
Braadslede
Braadslede
Braadslede
Braadslede + bakplaat Braadslede
Braadslede
Braadslede Braadslede
Braadslede
Braadslede + rooster
Braadslede Braadslede
Braadslede
Bijzondere gerechten
Bij lage temperaturen lukt romige yoghurt u met 3D-hetelucht even goed als luchtig gistdeeg.
Verwijder eerst de toebehoren, inhangroosters of telescooprails uit de binnenruimte.
Yoghurt maken
1.1 liter melk (3,5 % vet) aan de kook brengen en tot 40 °C afkoelen.
- 2. Hier 150 g yoghurt (koelkasttemperatuur) door roeren.
- 3. Hiermee koppen of kleine twist-off potjes vullen en afdekken met vershoudfolie.
Het bereidingsresultaat is zeer sterk afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op het rauwe product kunnen al bruine plekken en ongelijkmatigheden te zien zijn.
| Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|
| 2 | /6 | 200-220 | 15-25 |
| 3+1 | 180-200 | 20-30 | |
| 2 | /6 | 170-190 | 20-30 |
| 3+1 | 170-190 | 25-35 | |
| 3 | /6 | 170-190 | 20-30 |
| 3 | /6 | 190-210 | 10-20 |
| 1 | /6 | 180-200 | 10-15 |
| 3 | /6 | 190-210 | 20-30 |
| 3+1 | 180-200 | 30-40 | |
| 3 | /6 | 190-210 | 20-25 |
| 3 | /6 | 200-220 | 15-25 |
| 3 | /6 | 180-200 | 10-20 |
| 3 | /6 | 200-220 | 10-20 |
| 2 | 190-210 | 10-20 | |
| 3+1 | 160-180 | 20-25 | |
| 2 | /6 | 220-240 | 10-20 |
| 3 | /6 | 200-220 | 15-25 |
| 3 | /6 | 190-210 | 30-35 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
- 4. Den binnenruimte zoals aangegeven voorverwarmen
- 5. De koppen of potjes vervolgens op de bodem van de binnenruimte zetten en bereiden zoals aangegeven.
Gistdeeg laten rijzen
- 1. Het gistdeeg maken zoals gebruikelijk, in een hittebestendige vorm van keramiek leggen en afdekken
- 2. Den binnenruimte zoals aangegeven voorverwarmen
- 3. De oven uitschakelen en het deeg in de uitgeschakelde binnenruimte plaatsen om het te laten rijzen.
Verwarmingsmethode
| Gerecht | Vormen | Temperatuur | Tijdsduur | |
| Yoghurt | Koppen of Twist-Off potten | op de bodem van de binnenruimte | 50 °C | 5 m |
| plaatsen | 50 °C | 8 uur | ||
| Gistdeeg laten rijzen | Hittebestendige vorm | op de bodem van de binnenruimte | 50 °C | 510 min.. |
| plaatsen | Apparaat uitschakelen en gistdeeg in de binneruimte plaatsen | 2030 min.. |
Pagina 24
Ontdooien
De verwarmingsmethode Ontdooien is het meest geschikt voor diepvriesproducten.
De ontdooitijd is afhankelijk van het soort en de hoeveelheid levensmiddelen.
Houd u aan de opgaven van de fabrikant op de verpakking.
Gerecht
Gevoelige diepvriesproducten bijv. slagroomtaarten, crèmetaarten, taarten met chocolade of suikerglazuur, vruchten, etc.
Overige diepvriesproducten
Kip, worst en vlees, brood en broodjes, cake en ander gebak
Drogen
Met 3D-hetelucht kunt u uitstekend drogen.
Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken en was deze grondig.
Laat ze goed afdruipen en droog ze af.
Vruchten en kruiden
600 g appelringen
800 g stukjes peer 1,5 kg kwetsen of pruimten 200 g panklare keukenkruiden
Toebehoren
Braadslede + rooster Braadslede + rooster Braadslede + rooster Braadslede + rooster
Inmaak
Voor het inmaken moeten de potten en rubberen ringen schoon en in orde zijn. Gebruik zo mogelijk potten van gelijke grootte. De gegevens in de tabel hebben betrekking op ronde glazen potten van 1 liter.
Attentie!
Gebruik geen grotere of hogere potten. De deksels zouden kunnen springen.
Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken. Was het grondig.
De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Deze kunnen worden beïnvloed door de omgevingstemperatuur, het aantal potten, de hoeveelheid en de temperatuur van de inhoud. Controleer voor u om- of uitschakelt of de potten werkelijk borrelen.
Voorbereiden
- 1. De potten vullen, niet te
- 2. De glazen randen schoonmaken.
- 3. Leg op elke pot een natte rubberen ring en een deksel.
Fruit in glazen potten van één liter
Appels, rode bessen, aardbeien Kersen, abrikozen, perziken, kruisbessen Appelmoes, peren, pruimen
Groente
Zodra er in de potten belletjes opstijgen de temperatuur naar 120 tot 140 °C terugbrengen. Afhankelijk van de soort groente
Groente met koud vocht in glazen potten van één liter
Augurken
Rode biet
Spruitjes
Bonen, koolrabi, rodekool
Erwten
Glazen potten verwijderen
Neem de potten na het inkoken uit de binnenruimte.
24
Diepvrieslevensmiddelen uit de verpakking halen en in een geschikte vorm op het rooster plaatsen.
Leg het gevogelte eerst met de borstzijde naar beneden op een schaal.
Aanwijzing: Tot 60 °C brandt de ovenlamp niet. Zo is een optimale fijninstelling mogelijk.
| Toebehoren | Hoogte | Verwarmingsm Temperatuur ethode |
|---|---|---|
| Rooster | 1 | 30 °C |
| Rooster | 1 | 50 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
Bedek de braadslede en het rooster met bak- of perkamentpapier.
Fruit of groente met veel vocht enkele malen keren.
Het gedroogde gerecht direct na het drogen losmaken van het papier.
| Hoogte | Verwarming Temperatuur smethode | Tijdsduur |
|---|---|---|
| 3+1 | 80 °C | ca. 5 uur |
| 3+1 | 80 °C | ca. 8 uur |
| 3+1 | 80 °C | ca. 8-10 uur |
| 3+1 | 80 °C | ca. 1½ uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
- 4. Sluit de potten af met klemmen.
Plaats niet meer dan zes potten in de ovenruimte.
Instellen
- 1. * Braadslede op hoogte 2 plaatsen. Plaats de glazen potten zó dat ze elkaar niet raken.
- 2. ½ Liter heet water (ca. 80 ºC) in de braadslede gieten.
- 3. Ovendeur sluiten.
- 4. Onderwarmte instellen.
- 5. Temperatuur op170 tot 180 °C instellen
Inmaak
Fruit
Na ca. 40 tot 50 minuten stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Schakel de oven uit.
Na 25 tot 35 minuten nawarmen haalt u de weckflessen uit de ovenruimte. Als u ze langer in de ovenruimte laat afkoelen, kunnen zich kiemen vormen waardoor het ingemaakte fruit sneller zuur wordt.
| Wanneer het borrelen begint | Nawarmen |
|---|---|
| Uitschakelen | Ca. 25 minuten |
| Uitschakelen | Ca. 30 minuten |
| Uitschakelen | Ca. 35 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
ca. 35 tot 70 m. Schakel vervolgens de oven uit en gebruik de restwarmte.
Wanneer het borrelen begint Nawarmen
- Ca. 35 minuten Ca. 35 minuten Ca. 30 minuten ca. 45 minuten Ca. 30 minuten Ca. 60 minuten Ca. 30 minuten Ca. 70 minuten Ca. 30 minuten
Attentie!
Zet de hete potten niet op een koude of natte ondergrond. Ze kunnen knappen.