Siemens HS958KDB1, tekst van de handleiding
Pagina's 14–24 van 64 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–13verder op pagina 25 →
Pagina 14
nl De Bediening in essentie
7.4 Apparaat voor het eerste gebruik kalibreren
De kooktemperatuur van het water is afhankelijk van de luchtdruk. Bij de kalibratie stelt zich het apparaat in op de drukomstandigheden van de locatie, op basis van de hoogte boven het zeeniveau.
Verzoek in het display om te kalibreren
Als u het apparaat inschakelt, verschijnt een aanwijzing op het display om het apparaat te kalibreren. U kunt de aanwijzing sluiten en uw apparaat zoals gebruikelijk gebruiken. Het verzoek verschijnt echter na elke keer inschakelen, totdat de kalibratie is afgerond.
Een verkeerde kalibratie heeft invloed op de stoomfunctie.
Opmerking: Al naar gelang de softwareversie van uw apparaat moet u deze functie eerst op uw apparaat downloaden. Kijk in de Home Connect app voor meer informatie.
Of kalibreer uw apparaat handmatig, door het apparaat met een leeg kookcompartiment 30 minuten te laten stomen.
"Stomen", Pagina 17
Apparaat automatisch kalibreren
De automatische kalibratie is nauwkeuriger dan de handmatige. Het apparaat is 30 minuten lang met de stoomfunctie in gebruik.
Opmerking: Open de apparaatdeur niet tijdens de kalibratie. Het kalibreren wordt afgebroken.
Vereisten
Het apparaat is gereinigd.
De binnenruimte is koud.
Accessoires zijn verwijderd.
- 1. Het apparaat inschakelen.
- 2. Kies in het verzoek dat op het display verschijnt de automatische optie.
- 3. Vul de watertank.
"Watertank vulen", Pagina 17
- 4. In werking stellen.
Het kalibreren start. Hierbij ontstaat veel stoom. Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 5. Laat het apparaat afkoelen en laat vervolgens de bodem van de binnenruimte goed drogen.
- 6. Het apparaat uitschakelen.
- 7. Het apparaat drogen.
"Na elk gebruik met stoom", Pagina 20
Apparaat handmatig kalibreren
U kunt de basisinstelling van de hoogte boven zeeniveau ook direct instellen.
- 1. Het apparaat inschakelen.
- 2. Kies in het verzoek dat op het display verschijnt de automatische optie.
Op het display verschijnt de basisinstelling voor de hoogte boven zeeniveau.
- 3. Stel de hoogte boven zeeniveau in.
"Basisinstelingen", Pagina 26
7.5 Apparaat voordat u het voor het eerst gebruikt verwarmen
Verwarm het apparaat een keer, voordat u daarmee voor de eerste keer gerechten bereidt.
Vereisten
Het apparaat is gereinigd.
Accessoires zijn verwijderd.
- 1. Het apparaat inschakelen.
- 2. Volgende instellingen uitvoeren:
| Verwarmingsmethode | Heteluchtfunctie |
|---|---|
| Temperatuur | maximaal |
| Tijdsduur | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
"De Bediening in essentie", Pagina 14
- 3. In werking stellen.
- Ventileer de keuken zolang het apparaat verwarmt.
- 4. Schakel het apparaat na 1 uur uit.
- 5. Reinig gladde oppervlakken in de binnenruimte met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen als het apparaat is afgekoeld.
8 De Bediening in essentie
8.1 Apparaat inschakelen
- Schakel het apparaat in met . Op het display verschijnt het menu.
8.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig heeft. Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient, gaat het automatisch uit.
- Schakel het apparaat uit met .
Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden afgebroken.
Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-indicatie.
8.3 In werking stellen
Elke functie moet u starten.
LET OP
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
- Start de werking met "Start".
Op het display verschijnen de instellingen.
Pagina 15
De Bediening in essentie nl
8.4 Werking onderbreken
U kunt de werking onderbreken en weer hervatten.
- 1. Druk op "Stop" om de werking te onderbreken.
- 2. Om de werking voort te zetten, op "Start" drukken.
8.5 Functie instellen
Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, verschijnt het menu op het display.
- 1. Veeg op het display naar links of rechts om door de verschillende keuzemogelijkheden te bladeren.
- 2. Druk op de betreffende tegel om een functie te kiezen.
Al naar gelang de functie verschijnen mogelijke instelwaarden of verdere tegels waaruit gekozen kan worden.
- 3. Druk indien gewenst op een andere tegel.
- 4. Om instelwaarden te wijzigen:
- Over de blauwe instellijn vegen of op de instellijn op de betreffende plek drukken.
- Of druk op en voer de waarde direct in via het numerieke veld dat verschijnt.
- 5. Start de werking met "Start".
- 6. Wanneer de werking is beëindigd:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen maken en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Tip: Uw instellingen kunt u als "Favorieten" opslaan en opnieuw gebruiken.
"Favorieten", Pagina 26
8.6 Gebruik verlengen
Wanneer een gebruik is beëindigd, dan kunt u het gebruik verlengen of verdere instellingen invoeren en opnieuw starten.
- 1. Druk op "Verlengen".
- Al naar gelang de functie kunt u indien nodig de instellingen wijzigen.
- 2. Start de werking met .
8.7 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
- 1. Druk op "Verwarmingsmethoden".
- 2. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 3. Stel de temperatuur in via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld .
Indien nodig kunt u verdere instellingen maken:
- "Snel voorverwarmen", Pagina 16
- "Tijdfuncties", Pagina 16
- "Stomen", Pagina 17
- "Kerntemperatuurmeter", Pagina 21
- 4. Start de werking met "Start".
Het apparaat begint op te warmen.
Op het display staan de instelwaarde en de tijd hoelang het programma al loopt.
- 5. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Opmerking: De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.
"Verwarmingsmethoden", Pagina 9
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Druk op "Stop".
- 2. Druk op .
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 4. Stel de werking opnieuw in en start met "Start".
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur te allen tijde wijzigen.
- 1. Op de temperatuur drukken.
- 2. Wijzig de temperatuur in via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld .
- 3. Druk op "Toepassen".
8.8 Informatie weergeven
In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist uitgevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen verschijnen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep of waarschuwing.
- 1. Druk op .
Wanneer er informatie aanwezig is wordt deze gedurende enkele seconden weergegeven.
- 2. Bij veel inhoud naar onderen swipen.
- 3. Indien nodig de aanwijzing sluiten met .
8.9 Warmhouden gedurende een langere periode
U kunt met uw apparaat gerechten tot 24 uur warmhouden, zonder dat het gedrag van het apparaat wijzigt. Gebruik de tijdfuncties en wijzig de basisinstellingen.
Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur tijdens het gebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat verder. Om er zeker van te zijn dat het gedrag van het apparaat tijdens bedrijf niet verandert, de apparaatdeur pas na het verstrijken van de ingestelde tijd openen.
- 1. Wijzig de basisinstelling "Verlichting" naar "Altijd uit". "Basisinstelingen", Pagina 26
- 2. Wijzig de basisinstelling "Tijdsweergave" naar "Aan".
- 3. De basisinstelling "Geluidssignaal" wijzigen naar "Zeer korte duur".
Zo blijft de verlichting in de binnenruimte tijdens het gebruik en wanneer u de apparaatdeur opent altijd uit. De weergave van de klok wijzigt niet. De tijdsduur van het geluidssignaal aan het einde van het gebruik is gereduceerd.
- 4. Stel de gewenste functie in.
"Functie instelen", Pagina 15 "Verwarmingsmethode en temperatuur instelen", Pagina 15
- 5. Stel al naar gelang de functie de gewenste tijdsduur in.
"Tijdsduur instelen", Pagina 16 "Tijdfuncties", Pagina 16
- 6. Stel met "Einde" het tijdstip in, waarop de werking moet eindigen.
"Einde instelen", Pagina 16 "Tijdfuncties", Pagina 16
- 7. Plaats het gerecht in de binnenruimte, voordat het apparaat begint te verwarmen.
15
Pagina 16
nl Snel voorverwarmen
- 8. In werking stellen.
Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- 9. Haal het gerecht uit de binnenruimte wanneer de werking is beëindigd. Na ca. 15 tot 20 minuten schakelt het apparaat volledig automatisch uit.
Opmerking: Indien nodig de verschillende basisinstellingen weer wijzigen.
9 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kan het snel voorverwarmen bij ingestelde temperaturen boven 100°C de opwarmingsduur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethoden is snel voorverwarmen mogelijk:
4D hetelucht
Boven- en onderwarmte
Intensieve warmte
9.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, plaatst u uw gerecht pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte.
Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
- 1. Een geschikte verwarmingsmethode en een temperatuur vanaf 100°C instellen.
Vanaf een ingestelde temperatuur van 200°C wordt het snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld.
- 2. Druk op "Snel voorverwarmen".
Op de tegel staat "Aan".
- 3. Start de werking met "Start".
Het snel voorverwarmen start.
Wanneer het snel voorverwarmen is beëindigd, klinkt er een signaal. Bij "Snel voorverwarmen" staat "Uit".
- 4. Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
Snel voorverwarmen afbreken
- Druk op "Snel voorverwarmen".
Op het display verschijnt bij "Snel voorverwarmen" "Uit".
10 Tijdfuncties
Voor gebruik kunt u de tijdsduur en de tijdstip, waarop de werking moet eindigen, instellen. De timer kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Tijdsduur | Wanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
| Einde | Voor de tijdsduur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip klaar is. |
| Timer | De timer kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
10.1 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u instellen tot 24 uur.
Vereiste: Een werking en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- 1. Druk op "Tijdsduur".
- 2. Druk om de tijdsduur in te stellen, op de betreffende tijdswaarde, bijv. urenaanwijzing "h" of minutenaanwijzing "min".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 3. Stel de tijdsduur in via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld.
Rest indien nodig de instelwaarde met .
- 4. Start de werking met "Start".
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing, dat de werking is beëindigd.
- 5. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen maken en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- 1. Op de tijdsduur drukken.
- 2. Wijzig de tijdsduur via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld .
- 3. Druk op "Overnemen".
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
- 1. Op de tijdsduur drukken.
- 2. Reset de tijdsduur met .
Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodig is, reset het apparaat de tijdsduur terug naar de vooringestelde waarde.
- 3. Druk op "Overnemen".
10.2 Einde instellen
Het apparaat gaat automatisch aan en op de van te voren gekozen eindtijd uit. Stel hiervoor de tijdsduur in en leg vast wanneer de werking beëindigd wordt.
Pagina 17
Stomen nl
Vereisten
Een functie en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. Druk op "Einde".
- 2. De tijd via de instellijn verschuiven of direct invoeren via het numerieke veld .
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 3. Start de werking met "Start".
Het display toont de starttijd. Het apparaat bevindt zich in de wachtstand.
Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt af. Bij enkele verwarmingsmethoden, bijv. Stomen Plus, start de tijdsduur pas na een opwarmtijd. De opwarmtijd hangt af van de hoeveelheid en temperatuur van het levensmiddel. De eindtijd schuift op naar een later tijdstip.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 4. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Einde wijzigen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kunt u de ingestelde tijd alleen wijzigen voordat de werking gestart is en de tijdsduur afloopt.
- 1. Op "Stop" drukken.
- 2. Op "Einde" drukken.
- 3. Wijzig de tijd via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld .
- 4. Op "Start" drukken.
Einde annuleren
U kunt de ingestelde tijd altijd wissen.
- 1. Op "Stop" drukken.
- 2. Op "Einde" drukken.
- 3. Reset de tijd met .
Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodig is, reset het apparaat het tijdstip, waarop de tijdsduur eindigt, terug op de het volgende mogelijk tijdstip.
- 4. Op "Start" drukken.
10.3 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot 24 uur instellen. De timer heeft een eigen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur eindigt.
- 1. Druk op de knop .
- 2. Druk om de timer in te stellen, op het display op de betreffende tijdswaarde, bijv. urenaanwijzing "h" of minutenaanwijzing "min".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 3. Stel de timer in via het numerieke veld .
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 4. Druk op "Start" om de timer te starten.
De timer loopt af.
Wanneer het apparaat is uitgeschakeld, dan blijft de timer op het display zichtbaar.
Als het apparaat is ingeschakeld, staan de instellingen van de lopende werking op het display. De timer wordt in de statusregel weergegeven.
Wanneer de timer is verstreken, klinkt een signaal. Op het display verschijnt een aanwijzing, dat de timer is beëindigd.
Timer wijzigen
U kunt de timer altijd wijzigen.
- 1. Druk op de knop .
- 2. Druk op "Stop".
- 3. De timer wijzigen.
- 4. Druk op "Start".
Timer annuleren
- 1. Druk op de knop .
- 2. De timer met resetten.
- 3. met sluiten
11 Stomen
Met stoom bereidt u gerechten op een bijzonder voorzichtige manier. U kunt de stoommethoden gebruiken of bij enkele verwarmingsmethoden de stoomondersteuning inschakelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
11.1 Voor elk gebruik met stoom
Zorg er voor elk gebruik met stoom voor dat het apparaat voldoende water heeft.
Watertank vullen
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank.
- Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
Pagina 18
nl Stomen
Vereiste: De waterhardheid is correct ingesteld.
- 1. Druk op .
Het bedieningspaneel wordt automatisch naar voren geschoven.
- 2. Trek het bedieningspaneel met beide handen naar voren en schuif het vervolgens naar boven, tot het vergrendelt .
- 3. De watertank uit de tankschacht trekken .
- 4. Druk het deksel op de watertank langs de afdichting aan zodat er geen water meer uit de watertank kan lopen.
- 5. Verwijder de afdekking van de watertank.
- 6. Vul het water tot aan de markering "max" in de watertank.
- 7. De afdekking weer in de opening op de watertank plaatsen.
- 8. Plaats de gevulde watertank in het apparaat . Let er daarbij op dat de watertank achter de houders vastklikt.
- 9. Schuif het bedieningspaneel langzaam naar beneden, en druk het vervolgens naar achteren, totdat het bedieningspaneel volledig is gesloten.
11.2 Instelmogelijkheden met stoom
U kunt op verschillende manieren uw gerechten met stoom bereiden.
Stoommethoden
U kunt verschillende stoommethoden gebruiken, waarbij de hete stoom gerechten bijzonder voorzichtig bereidt.
LET OP
Bij gebruik met de stoommethoden ontstaat veel waterdamp. Condens, dat zich in de lekgoot onder de binnenruimte verzamelt, kan overstromen en aangrenzende meubels beschadigen.
- Open tijdens het gebruik de apparaatdeur niet of zo weinig mogelijk.
fullSteam Plus
Bij stomen met fullSteam Plus omsluit hete stoom de gerechten en zorgt dat de voedingsstoffen in de levensmiddelen behouden blijven. De vorm, de kleur en het typische aroma van de gerechten blijven bij deze bereidingsmethode intact.
Bij ingestelde temperaturen tussen 105°C en 120°C wordt de bereidingstijd gereduceerd. Zo blijven bij het stomen nog meer voedingsstoffen en vitamines behouden.
Regenereren
Met regenereren warmt u gerechten die al gaar zijn behoedzaam op of bakt u brood van de vorige dag weer op.
Deeg laten rijzen
Met de stoommethode "Deeg laten rijzen " rijst het deeg duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur en het droogt niet uit.
Ontdooien
Met ontdooien ontdooit u diepvriesproducten voorzichtig.
Sous-vide
Sous-vide is een variant van lagetemperatuur-bereiden van gevacumeerde levensmiddelen bij temperaturen tussen 50-95°C en met 100% stoom. Sous-vide is geschikt voor vlees, vis, groente en dessert.
In speciale hittebestendige kookzakken zijn de gerechten met een vacuümapparaat luchtdicht verpakt. Door de beschermende kookzakken blijven voedingsstoffen en aromastoffen behouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Tijdens de bereiding verzamelt zich warm water op de vacumeerzak.
- De vacumeerzak met een pannenlap voorzichtig optillen, zodat het warme water in de braadslede of de bak loopt.
- Verwijder de vacumeerzak voorzichtig met een pannenlap.
Opmerking: Tijdens de bereiding sous-vide ontstaat aan de bodem van de binnenruimte meer condensaat dan bij andere verwarmingsmethoden.
Pagina 19
Stomen nl
LET OP
Risico op meubelschade
Op de bodem van de binnenruimte verzamelt zich teveel water. Het water kan uit het apparaat stromen.
- Gebruik geen tweede watertankvulling voor de sousvide koken.
Toevoer van stoom
Bij het bereiden met stoom brengt het apparaat met verschillende tussenpozen stoom in de binnenruimte. Het gerecht krijgt een knapperige korst en een glanzend oppervlak. Vlees wordt van binnen zacht en mals en verliest slechts weinig volume.
U kunt stomen met de volgende functies combineren: Verwarmingsmethoden Pagina 15
- 4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Circulatiegrillen
- Warmhouden "Gerechten", Pagina 23 "Kerntemperatuurmeter", Pagina 21
Stoomstoot
Met de stoomstoot kunt u af en toe gericht intensieve stoom toevoeren. Vooral brood en broodjes knappen er van op, worden knapperig en krijgen een mooie kleur. Het apparaat geeft ca. 3 tot 5 minuten stoompulsen in de binnenruimte. Al naar gelang de functie kunt u de stoomstoot meerdere malen activeren.
U kunt de stoomstoot bij de volgende functies toevoegen:
Verwarmingsmethoden Pagina 15
- 4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Circulatiegrillen "Kerntemperatuurmeter", Pagina 21
Opmerking: Gebruik de stoomstoot alleen bij binnenruimtetemperaturen boven de 120°C.
11.3 Verwarmingsmethode met stoom instellen
Opmerking
Neem de gegevens over de verwarmingsmethoden met stoom in acht:
"Stoommethoden", Pagina 18
Vereiste: De watertank is gevuld. Als de watertank tijdens het bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aanwijzing. De werking wordt onderbroken.
"Watertank vulen", Pagina 17
- 1. Druk op "Stomen".
- 2. Druk op de gewenste verwarmingsmethode met stoom.
- 3. Stel de temperatuur in via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld .
- 4. Druk op "Tijdsduur".
Bij de verwarmingsmethoden met stoom is altijd een tijdsduur nodig.
- 5. Druk om de vooringestelde tijdsduur te wijzigen op de betreffende tijdswaarde, bijv. minutenaanwijzing "min" of secondenaanwijzing "s".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 6. Stel de tijdsduur in via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 7. Start de werking met "Start".
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af. Bij enkele verwarmingsmethoden, bijv. Stomen Plus, start de tijdsduur pas na een opwarmtijd. De opwarmtijd hangt af van de hoeveelheid en temperatuur van het levensmiddel.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 8. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 9. Leeg de watertank en droog de binnenruimte. "Na elk gebruik met stoom", Pagina 20
Verwarmingsmethode met stoom wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode met stoom, dan worden ook de andere instellingen gereset.
- 1. Op "Stop" drukken.
- 2. Op drukken.
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode met stoom.
- 4. Stel de werking opnieuw in en start met "Start".
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur te allen tijde wijzigen.
- 1. Op de temperatuur drukken.
- 2. Wijzig de temperatuur in via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld .
- 3. Druk op "Toepassen".
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- 1. Op de tijdsduur drukken.
- 2. Wijzig de tijdsduur via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld .
- 3. Druk op "Toepassen".
11.4 Stoomtoevoer instellen
Vereisten
Let op de informatie bij de betreffende functie. "Instelmogelijkheden met stoom", Pagina 18
De watertank is gevuld. Als de watertank tijdens het bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aanwijzing. De werking wordt zonder gebruik van stoom voortgezet.
"Watertank vulen", Pagina 17
- 1. Druk op de gewenste functie.
- 2. De instellingen voor de functie invoeren, bijv. verwarmingsmethode en temperatuur.
- 3. Op "Toevoer van stoom" drukken.
- 4. Druk op de gewenste stoomstand.
| Stoomstand | Toevoer van stoom |
|---|---|
| 1 | gering |
| 2 | gemiddeld |
| 3 | sterk |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
19
Pagina 20
nl Stomen
- 5. Start de werking met "Start".
Het apparaat begint op te warmen.
Op het display staan de instelwaarden en de tijd hoelang het programma al loopt.
- 6. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 7. Leeg de watertank en droog de binnenruimte. "Na elk gebruik met stoom", Pagina 20
Stoomtoevoer wijzigen
U kunt de stoomfunctie altijd wijzigen of deactiveren.
- 1. Druk op de stoomstand.
- 2. Stoomtoevoer wijzigen of deactiveren.
- 3. Druk op "Toepassen".
11.5 Stoomstoot instellen
Vereisten
Let op de informatie bij de betreffende functie. "Instelmogelijkheden met stoom", Pagina 18
De watertank is gevuld. Als de watertank tijdens het bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aanwijzing. De werking wordt onderbroken.
"Watertank vulen", Pagina 17
- 1. Druk op de gewenste functie.
- 2. De instellingen voor de functie invoeren, bijv. verwarmingsmethode en temperatuur.
- 3. Op "Stoomstoot" drukken.
- 4. In werking stellen.
- 5. Op het gewenste moment op "Stoomstoot" drukken. Gebruik de stoomstoot pas wanneer het apparaat volledig is opgewarmd.
Het apparaat verwarmt het water.
- 6. Druk opnieuw op "Stoomstoot" wanneer het water is opgewarmd.
Opmerking: Wanneer het snel voorverwarmen is geactiveerd, kan de stoomstoot pas worden gegeven wanneer het snel voorverwarmen is afgerond. De stoomstoot begint en het apparaat geeft ca. 3 tot 5 minuten stoompulsen in de binnenruimte.
Wanneer de stoomstoot is afgerond, wordt de werking voortgezet. Al naar gelang de functie kan de stoomstoot indien gewenst opnieuw worden gestart.
- 7. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 8. Leeg de watertank en droog de binnenruimte. "Na elk gebruik met stoom", Pagina 20
Stoomstoot annuleren
U kunt de stoomstoot op elk moment annuleren.
- 1. Druk op .
- 2. Druk op "Stoomstoot" .
- 3. Druk op "Toepassen".
De werking wordt zonder stoomstoot voortgezet.
11.6 Na elk gebruik met stoom
Droog het apparaat na elk gebruik met stoom.
Opmerking: Na het gebruik met stoom kunnen kalksporen in de binnenruimte achterblijven. De werking van het apparaat wordt daardoor niet beïnvloed. U kunt de kalksporen met warm water of een in azijn gedrenkte doek verwijderen. Neem de informatie over de reiniging in acht.
"Reiniging en onderhoud", Pagina 30
20 Watertank legen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
LET OP
Het drogen van de watertank in de hete binnenruimte leidt tot beschadiging van de watertank.
- De watertank niet drogen in de hete binnenruimte. Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gereinigd veroorzaakt dit schade.
- De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
- Reinig de watertank met een zachte doek en een in de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
- 1. Open het bedieningspaneel met .
- 2. Haal de watertank uit het apparaat.
- 3. Verwijder het deksel van de watertank voorzichtig.
- 4. De watertank legen, met een afwasmiddel reinigen en met schoon water grondig uitspoelen.
- 5. Droog alle onderdelen met een zachte doek.
- 6. Wrijf de afdichting van het deksel droog.
- 7. Laat de watertank drogen met geopend deksel.
- 8. Plaats het deksel op de watertank en druk het aan.
- 9. Zet de watertank in het apparaat en sluit het bedieningspaneel.
Condensopvangbak drogen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. Open de apparaatdeur.
- 2. Opmerking: De condensopvangbak bevindt zich onder de binnenruimte.
Zuig het water in de condensbak op met een theedoek en maak de bak voorzichtig droog.
Opmerking: Om de condensopvangbak te reinigen, kunt u de condensopvangbak uitbouwen.
"Condenswaterreservoir demonteren", Pagina 35
Binnenruimte drogen
Droog de binnenruimte na elk gebruik met stoom.
- Droog de binnenruimte handmatig of gebruik de droogfunctie.
"Droogfunctie", Pagina 34
Pagina 21
Kerntemperatuurmeter nl
12 Kerntemperatuurmeter
U kunt uw gerechten heel nauwkeurig garen door er een kerntemperatuurmeter in te steken en op het apparaat een kerntemperatuur in te stellen. De kerntemperatuurmeter meet de temperatuur in het binnenste van het product. Zodra de ingestelde kerntemperatuur in het product is bereikt, houdt het apparaat automatisch op te verwarmen.
12.1 Geschikte verwarmingsmethoden met kerntemperatuurmeter
Voor het gebruik met de kerntemperatuurmeter zijn alleen bepaalde verwarmingsmethoden geschikt.
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u de kerntemperatuurmeter gebruiken:
4D hetelucht
Boven- en onderwarmte
Onderwarmte
Boven-/onderwarmte zacht
Hete lucht zacht
Circulatiegrillen
Pizzastand
Warmhouden
Intensieve warmte
Langzaam garen fullSteam Plus
Regenereren
12.2 Steek de kerntemperatuurmeter in het vlees
Gebruik de meegeleverde kerntemperatuurmeter of bestel een geschikte kerntemperatuurmeter via onze klantenservice.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan de isolatie beschadigd raken.
- Gebruik alleen de braadthermometer die voor dit apparaat bestemd is.
LET OP
Anders kan de braadthermometer beschadigd raken.
- Het snoer van de braadthermometer niet inklemmen.
- Om te voorkomen dat de braadthermometer beschadigd raakt door een te intensieve hitte, moet de afstand tussen grillelement en braadthermometer enkele centimeters bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
De kerntemperatuurmeter is puntig.
- Ga voorzichtig om met de kerntemperatuurmeter.
Opmerking: Als de uittrekrails op hoogte 3 zijn ingehangen, kunt u de kerntemperatuurmeter niet in de binnenruimte steken. Hang de uittrekrails uit of hang ze op een andere hoogte in.
"Rekjes", Pagina 38
- 1. Steek de kerntemperatuurmeter in het product. De kerntemperatuurmeter heeft drie meetpunten. Zorg ervoor dat minstens het middelste meetpunt in het product steekt.
| Dunne stukken vlees | Steek de kerntemperatuurmeter in de zijkant van het vlees op het dikste punt. |
| Dikke stukken vlees | Steek de kerntemperatuurmeter van boven schuin tot de aanslag in het vlees. Opmerking: Wanneer u het product wilt keren, steek dan de kerntemperatuurmeter in de zijkant van het product, zodat deze bij het keren niet verwijdert hoeft te worden. |
| Gevogelte | Steek de kerntemperatuurmeter in de dikste plek van de gevogelteborst steken tot de aanslag. Steek de kerntemperatuurmeter schuin of in de lengte in het gevogelte, afhankelijk van de vorm. Het gevogelte keren en met de borstzijde naar beneden op het rooster leggen. |
| Vis | Bij hele vis de kerntemperatuurmeter achter de kop in de richting van de graat tot de aanslag insteken. De vis zonder hem te keren in de zwemstand op het rooster plaatsen, bijv. met een halve aardappel als steun. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
- 2. Plaats het product samen met de kerntemperatuurmeter in de binnenruimte.
- 3. Steek de aansluiting van de kerntemperatuurmeter in de bus links in de binnenruimte.
Opmerking: Wilt u het product keren, verwijder de kerntemperatuurmeter dan niet. Controleer na het keren van het product of de kerntemperatuurmeter nog goed in het gerecht zit.
Pagina 22
nl Kerntemperatuurmeter
12.3 Kerntemperatuurmeter instellen
U kunt een kerntemperatuur tussen de 30°C en 99°C instellen.
Vereisten
Het product met de kerntemperatuurmeter staat in de binnenruimte.
De kerntemperatuurmeter is in de binnenruimte ingeplugd.
- 1. Druk op "Verwarmingsmethoden".
- 2. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 3. Stel de temperatuur van de binnenruimte in met de instellijn of direct via het numerieke veld.
Stel de temperatuur van de binnenruimte minstens 10°C hoger in dan de kerntemperatuur.
Stel de temperatuur van de binnenruimte niet hoger in dan 250°C.
- 4. Druk op "Braadthermometer".
- 5. Stel de kerntemperatuur via de instellijn of voer deze direct in via het numerieke veld.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 6. Start de werking met "Start".
Het apparaat begint op te warmen.
Op het display staan de instelwaarden en de tijd hoelang het programma al loopt.
Wanneer de kerntemperatuur is bereikt, dan klinkt een signaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd. Het apparaat verwarmt niet langer. Bij de methode langzaam garen, blijft het apparaat verwarmen.
- 7. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte, accessoires en braadthermometer worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en de braadthermometer altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
Wanneer de kerntemperatuur is bereikt:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- Neem de kerntemperatuurmeter uit de aansluiting in de binnenruimte.
- Neem de kerntemperatuurmeter uit het product en uit de binnenruimte.
Tips
U kunt de kerntemperatuurmeter ook met een andere functie combineren, bijv.:
- "Stomen", Pagina 17
- "Gerechten", Pagina 23
U kunt de kerntemperatuurmeter ook zonder een ingestelde kerntemperatuur gebruiken. Zo kunt u de kerntemperatuur van het gerecht op het display aflezen en handmatig de werking indien gewenst beëindigen.
Temperatuur wijzigen
Na de start van de werking kunt u de temperatuur van de binnenruimte en de kerntemperatuur te allen tijde wijzigen.
- 1. Druk op de temperatuur van de binnenruimte of de kerntemperatuur.
- 2. Stel de temperatuur in via de instellijn of wijzig deze direct via het numerieke veld .
- 3. Druk op "Overnemen".
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Druk op "Stop".
- 2. Druk op .
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 4. Stel de werking opnieuw in en start met "Start".
12.4 Kerntemperatuur van verschillende levensmiddelen
Hier vindt u richtwaarden voor kerntemperaturen van verschillende levensmiddelen.
De richtwaarden hangen af van de kwaliteit en de soort levensmiddelen. Gebruik geen diepvriesproducten.
| Gevogelte | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Kip | 80 - 85 |
| Kipfilet | 75 - 80 |
| Eend | 80 - 85 |
| Eendenborst, rosé | 55 - 60 |
| Kalkoen | 80 - 85 |
| Kalkoenfilet | 80 - 85 |
| Gans | 80 - 90 |
| Varkensvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Varkensnek | 85 - 90 |
| Varkensfilet, rosé | 62 - 70 |
| Varkensrug, doorbakken | 72 - 80 |
| Rundvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Runderfilet of rosbief, Engels | 45 - 52 |
| Runderfilet of rosbief, rosé | 55 - 62 |
| Runderfilet of rosbief, doorbakken | 65 - 75 |
| Kalfsvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Gebraden kalfsvlees of schouderstuk, mager | 75 - 80 |
| Gebraden kalfsvlees, schouder | 75 - 80 |
| Kalfsschenkel | 85 - 90 |
| Lamsvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Lamsbout, rosé | 60 - 65 |
| Lamsbout, doorbakken | 70 - 80 |
| Lamsrug, rosé | 55 - 60 |
| Vis | Kerntemperatuur in °C |
| Vis, heel | 65 - 70 |
| Visfilet | 60 - 65 |
Pagina 23
Gerechten nl
| Diversen | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Gebraden gehakt, alle vleessoorten | 80 - 90 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
| Diversen | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Gerechten opwarmen, regenereren | 65 - 75 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
13 Gerechten
Met de functie "Gerechten" helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
13.1 Vormen voor gerechten
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de grootte van de vorm.
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt: licht gekleurd, glanzend aluminium niet geglazuurde klei
Kunststof of kunststof grepen
13.2 Instelmogelijkheden van de gerechten
Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het apparaat, al naar gelang het gerecht, verschillende instellingen.
Op het display ziet u de gebruikte instellingen. Bepaalde instellingen kunt u aanpassen. Volg de aanwijzingen op het display.
Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebruiken.
Tips en aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht instelt, geeft het display voor dit gerecht relevante informatie weer, bijv.:
Geschikte inschuifhoogte
Geschikte accessoires of vormen
Toevoegen van vloeistof
Tijdstip voor het keren of omroeren
Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Druk op om informatie op te roepen. Sommige aanwijzingen verschijnen automatisch.
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Om een optimaal bereidingsresultaat te behalen, moet u tevens het gewicht, de dikte of de mate van gaarheid instellen. U kunt alleen in het daarvoor bestemde bereik instellen.
Indien niet anders aangegeven, stelt u het totale gewicht van uw gerecht in.
Insteladvies
Bij insteladviezen is de optimale verwarmingsmethode vast vooringesteld.
De vooringestelde temperatuur en de tijdsduur kunt u aanpassen.
Bereidingsmethoden
Bij enkele gerechten kunt u een voorkeursbereidingsmethode kiezen.
Voor een conventionele bereiding kiest u een bereidingsmethode met de volgende waarde:
klassiek
Gerechten met kerntemperatuurmeter
Bij sommige gerechten kunt u de kerntemperatuurmeter gebruiken.
Kies een bereidingsmethode, welke de volgende waarde bevat:
tot op de graad nauwkeurig
De temperatuur en de kerntemperatuur kunt u aanpassen.
"Kerntemperatuurmeter", Pagina 21
Gerechten met stoom
Bij enkele gerechten kunt u een bereidingsmethode met stoom kiezen. De gerechten worden voorzichtig bereid.
Voor een bereiding met stoomtoevoer kiest u een bereidingsmethode met de volgende waarden:
zacht en sappig zacht en knapperig sappig sappig en los extra los extra los en glanzend glanzend en knapperig goudkleurig en knapperig als vers gebakken als vers gekookt voorzichtig
Voor een bereiding met alleen stoom kiest u een bereidingsmethode met de volgende waarden:
voorzichtig en sappig voorzichtig en zacht voorzichtig en snel eenvoudig eenvoudig en veilig als vers gekookt à point
Neem de informatie over het gebruik met stoom in acht. "Stomen", Pagina 17
Baksensor
Enkele gerechten zijn geschikt voor de bereiding met de baksensor . U hoeft verder geen instellingen in te voeren.
De baksensor bewaakt het bakproces in de binnenruimte. Het apparaat regelt de instellingen zelfstandig en beëindigt de werking wanneer het gerecht klaar is.
Opmerkingen
Gebruik de baksensor niet wanneer het gerecht al is voorgebakken. Het bakresultaat zal dan niet meer kloppen.
23
Pagina 24
nl Gerechten
De apparaatdeur ca. 5 minuten na aanvang van het gebruik met de baksensor niet meer openen. De werking met baksensor wordt geannuleerd.
Wanneer u de apparaatdeur moet openen, start de werking daarna dan zonder baksensor of annuleer de werking en stel handmatig in. Houd de bereiding in de gaten, tot het gerecht klaar is.
Om een optimaal bakresultaat te bereiken, gebruikt u donkere bakvormen van metaal.
LET OP
Door siliconenvormen, afdekkingen, accessoires of folie die silicone bevatten kan de baksensor beschadigd raken. Ook wanneer de baksensor niet wordt gebruikt, kan er schade ontstaan.
- Gebruik geen vormen van silicone of silicone-houdende, folie, afdekkingen of accessoires.
- Nooit voorwerpen van silicone in de binnenruimte bewaren.
Voorspelling resterende tijd voor gebruik
Wanneer uw apparaat is verbonden met Home Connect, dan kan het apparaat de vermoedelijke resterende duur van het bereidingsproces voorspellen.
De eerste resterende tijd verschijnt na ca. 1 minuut op het display. De resterende tijd wordt continu opnieuw berekend en geactualiseerd.
Opmerking: De prognose voor de resterende tijd is niet bij alle gerechten beschikbaar.
13.3 Overzicht van de gerechten
Welke gerechten aan u ter beschikking staan, ziet u op het apparaat wanneer u de functie oproept. De gerechten zijn afhankelijk van de uitrusting van uw apparaat. De gerechten zijn in categorieën en gerechten ingedeeld.
Opmerking: In de basisinstellingen kunt u de weergegeven gerechten regionaal specialiseren.
"Basisinstelingen", Pagina 26
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Baksensor | Gebak Kleine bakwaren Hartig gebak, pizza, quiche Aardappelproducten Opmerking: Hier worden alleen gerechten genoemd voor bereiding met baksensor. |
| Gebak | Gebak in vormen Gebak op de bakplaat Kleine bakwaren Koekjes |
| Brood, broodjes | Brood Broodjes |
| Pizza, hartig gebak | Pizza Hartig gebak, quiche |
| Ovenschotels, soufflés | Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde ingrediënten Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog Lasagne, vers Lasagne, gekoeld Ovenschotel, zoet, vers |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
24
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Fruitcrumble Soufflé in portievormen Yorkshire Pudding | |
| Gevogelte | Kip Eend, gans Kalkoen |
| Vlees | Varkensvlees Rundvlees Kalfsvlees Lamsvlees Wildbraad Vleesgerechten |
| Vis | Vis, heel Visfilet Vis karbonade Visgerechten Zeevruchten |
| Diepvriesproducten | Pizza Broodjes Ovenschotels Aardappelproducten Groente Vlees, gevogelte |
| Bijgerechten, groente | Groente Aardappelen Rijst Granen Peulvruchten Pasta, balletjes Eieren |
| Desserts, compote | Gistknoedels Crème karamel Rijstepap Vruchtencompote Yoghurt in potten |
| Regenereren, opbakken | Groente Menu Gebak Bijgerechten |
| Etenswaar ontdooien | Fruit, groente |
| Inmaken, uitpersen, ontsmetten | Inmaken Uitpersen Flesjes ontsmetten |
| Sous-vide | Vlees Gevogelte Vis Groente Fruit, Dessert |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
13.4 Gerecht instellen
- 1. Op "Gerechten" drukken.
- 2. Druk op de gewenste categorie.
- 3. Druk op het gewenste voedsel.
- 4. Druk op het gewenste gerecht.
Tip: Bij enkele gerechten kunt u een voorkeursbereidingsmethode kiezen.
"Instelmogelijkheden van de gerechten", Pagina 23
Op het display verschijnen de instellingen bij het gerecht.