naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens KG39FPI23, tekst van de handleiding

Pagina's 4–108 van 119 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← begin van de handleidingverder op pagina 109 →

Pagina's 1–3: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 4

nl Inhoud

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen ............................. 93

Aanwijzingen over de afvoer .............. 95

Omvang van de levering .................... 95

Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting .................................. 96

Apparaat aansluiten ............................ 96

Kennismaking met het apparaat ....... 97

Inschakelen van het apparaat ........... 99

Instellen van de temperatuur ............. 99

Speciale functies ................................ 100

Alarm function .................................... 101

Netto-inhoud ........................................ 102

De koelruimte ..................................... 102

Superkoelen ........................................ 102

De verskoelruimte .............................. 102

Diepvriesruimte .................................. 104

Maximale invriescapaciteit ............... 104

Invriezen en opslaan ......................... 104

Verse levensmiddelen invriezen ..... 104

Supervriezen ....................................... 105

Ontdooien van diepvrieswaren ....... 106

Uitvoering ............................................ 106

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen ................................... 107

Ontdooien ........................................... 107

Schoonmaken van het apparaat .... 108

Verlichting (LED) ................................ 109

Energie besparen .............................. 109

Bedrijfsgeluiden ................................. 110

Kleine storingen zelf verhelpen ....... 111

Servicedienst ...................................... 114

Pagina's 5–92: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 93

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen

Voordat u het apparaat in gebruik neemt

Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.

De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.

Technische veiligheid

Het apparaat bevat een geringe hoeveelheid van het milieuvriendelijke maar brandbare koelmiddel R600a. Let erop dat de leidingen van het koelcircuit bij het transport of de installatie niet beschadigd worden. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

Bij beschadiging

nl

Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld. In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.

Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon. Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de bezitter.

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.

Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.

Een verlengsnoer voor de aansluitkabel mag uitsluitend via de klantenservice worden aangeschaft.

Bij het gebruik

verwarmingsapparaten, elektrische ijsmaker etc.). Gevaar voor explosie!

Pagina 94

nl

Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

De flessen en blikjes kunnen springen!

Kans op verbranding!

Kinderen in het huishouden

Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!

sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!

Algemene bepalingen

Het apparaat is geschikt

Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.

Het apparaat is ontstoord volgens EU richtlijn 2004/108/EC.

Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.

Dit apparaat voldoet aan de veiligheidsbepalingen voor elektrische apparaten (EN 60335-2-24).

Pagina 95

Aanwijzingen over de afvoer

• Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat

De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.

U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.

• Afvoeren van uw oude apparaat

Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2002/96/ EG betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment – WEEE). Deze richtlijn geeft het kader aan voor een in de EU geldende terugname en verwerking van oude apparaten.

ã=Waarschuwing

Bij afgedankte apparaten

nl

Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.

Omvang van de levering

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.

Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.

De levering bestaat uit de volgende onderdelen:

Pagina 96

nl

Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting

Omgevingstemperatuur

Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen

gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 0.
KlimaatklasseToelaatbare omgevingstemperatuur
SN+10 °C tot 32 °C
N+16 °C tot 32 °C
ST+16 °C tot 38 °C
T+16 °C tot 43 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 96)

Aanwijzing

Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.

Beluchting

Afb. 3

De lucht aan de achterwand en aan de zijwanden van het apparaat wordt verwamd. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren waardoor het energieverbruik toeneemt.

De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!

Apparaat aansluiten

Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.

Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).

Pagina 97

Elektrische aansluiting

Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.

Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Het apparaat aansluiten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220– 240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.

Bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt op het typeplaatje controleren of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 0

ã=Waarschuwing

Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.

Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.

nl

Kennismaking met het apparaat

De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.

De uitrusting van de modellen kan variëren.

Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.

Afb. 1

* Niet bij alle modellen.

Pagina 98

nl

AKoelruimte
BVerskoelruimte
CDiepvriesruimte

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 98)

Bedieningselementen

Afb. 2

Om instellingen voor de koel- of diepvriesruimte te kunnen uitvoeren: keuzetoets indrukken tot het gewenste bereik van de indicatie koel- of diepvriesruimte geactiveerd is.

Toont de actuele temperatuurinstelling voor de koelruimte.

Geeft de ingestelde temperatuur voor de verskoelruimte aan.

Toont de actuele temperatuurinstelling voor de diepvriesruimte.

Om speciale functies te kiezen.

Zie hoofdstuk „Speciale functies”.

Zie hoofdstuk „Speciale functies”.

Om de functies superkoelen (koelruimte) of supervriezen (diepvriesruimte) in te schakelen.

Zie hoofdstuk „Superkoelen” of „Supervriezen”.

De toetsen dienen voor

Door het indrukken van de toets wordt de achtergrondverlichting van de indicatie gedurende 10 seconden hel verlicht.

Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).

Met deze functie kunnen dranken in de diepvriesruimte snel en veilig gekoeld worden.

Na het indrukken van de toets is automatisch na

20 minuten een alarmsignaal te horen. De dranken zijn nu gekoeld. Indicatie 4 geeft de resterende tijd aan. Na het indrukken van de toets „alarm” wordt het alarmsignaal uitgeschakeld.

Om de vooraf ingestelde tijd van 20 minuten te verkorten: toets „timer” indrukken en met de insteltoets 8 de gewenste tijd instellen.

Om het snelkoelproces af te breken moet de toets „timer” binnen 3 seconden twee keer worden ingedrukt.

Pagina 99

nl

Inschakelen van het apparaat

Het apparaat met de insteltoets 1/2 inschakelen.

Er is een alarmsignaal te horen. Op de temperatuurindicatie 4 knippert „AL”.

Druk de alarmtoets 2/10 in.

Het alarmsignaal wordt uitgeschakeld. De warmste temperatuur wordt korte tijd weergegeven.

De vooraf ingestelde temperaturen worden na enkele uren bereikt. Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.

De fabriek adviseert de volgende temperaturen:

Aanwijzingen bij het gebruik

Instellen van de temperatuur

Afb. 2

Koelruimte

De temperatuur is instelbaar van +3 °C tot +8 °C.

Verskoelruimte

De temperatuur is instelbaar van 0 °C tot +4 °C.

De indicatie verskoelruimte is geactiveerd.

Diepvriesruimte

De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -26 °C.

Pagina 100

nl

Speciale functies

Afb. 2

„timer”

Met deze functie kunt u een tijdverloop van 1–99 minuten instellen. U wordt met een signaal eraan herinnerd dat bijv. levensmiddelen na een bepaalde tijd uit het vak gehaald moeten worden.

In de fabriek is tevoren een waarde van 20 minuten ingesteld.

ã=Attentie

Flessen met dranken kunnen springen als ze langer dan 20 minuten in de diepvriesruimte worden opgeslagen.

Functie inschakelen

Functie uitschakelen

Toets timer 11 binnen 3 seconden twee keer indrukken.

„eco”

Met de functie „eco” schakelt u het apparaat op energiebesparend gebruik om.

Het apparaat stelt automatisch de volgende temperaturen in:

Functie inschakelen

Als de functie is ingeschakeld verschijnt er een driehoek.

Functie uitschakelen

Om uit te schakelen de speciale functie met de toets „setup” 5 weer kiezen en de insteltoets „–” 8 indrukken.

De driehoek achter de functie verdwijnt waardoor deze hiermee is uitgeschakeld.

„lock”

Met de functie „lock” kunt u het apparaat tegen onbedoelde bediening beveiligen.

Functie inschakelen

Als de functie is ingeschakeld verschijnt er een driehoek.

Functie uitschakelen

Om uit te schakelen de speciale functie met de toets „setup” 5 weer kiezen en de insteltoets „–” 8 indrukken.

De driehoek achter de functie verdwijnt waardoor deze hiermee is uitgeschakeld.

Pagina 101

„holiday”

Bij langere afwezigheid kunt u het apparaat in de energiebesparende Vakantie-modus zetten.

De koelruimte wordt automatisch naar +14 °C omgeschakeld. In de verskoelruimte en de diepvriesruimte blijven de ingestelde temperaturen behouden.

Gedurende deze tijd geen levensmiddelen in de koelruimte opslaan.

Als de functie is ingeschakeld brandt op indicatie 2 „HO”.

Functie inschakelen

Als de functie is ingeschakeld verschijnt er een driehoek.

Functie uitschakelen

Om uit te schakelen de speciale functie met de toets „setup” 5 weer kiezen en de insteltoets „–” 8 indrukken.

De driehoek achter de functie verdwijnt waardoor deze hiermee is uitgeschakeld.

Alarm function

In de volgende gevallen kan het alarm afgaan:

Deuralarm

Het deuralarm wordt ingeschakeld als een deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.

nl

Temperatuur-alarm

Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien.

Op de indicatie 4 knippert „AL” en wordt „alarm” aangegeven.

Na indrukken van de alarmtoets 2/10, toont de vriesruimte-indicatie 2/4 10 seconden lang de warmste temperatuur die daar heeft geheerst.

Hierna wordt deze waarde gewist. De temperatuurindicatie van de vriesruimte 2/4 toont de ingestelde temperatuur.

Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:

Aanwijzing

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.

Snelkoelen-alarm

Het snelkoelen-alarm wordt geactiveerd wanneer de functie voor het snel koelen van dranken wordt ingeschakeld met de timer-toets 2/11.

De dranken zijn nu gekoeld.

Pagina 102

nl

Netto-inhoud

De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. 0

De koelruimte

De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor klaargemaakte gerechten, brood en banket, conserven, gecondenseerde melk, harde kaas, koudegevoelig fruit en groente en voor zuidvruchten.

Attentie bij het inruimen

Aanwijzing

Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.

Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.

Superkoelen

Tijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 6 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur.

Het superkoelsysteem inschakelen bijv.

In- en uitschakelen

Afb. 2

Als het superkoelsysteem is ingeschakeld, geeft indicatie koelruimte „SU” en „super” aan.

De verskoelruimte

De temperatuur in de verskoelruimte wordt rond de 0 °C gehouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid maken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levensmiddelen.

In de verskoelruimte kunnen levensmiddelen tot drie keer langer vers worden gehouden dan in de normale koelzone – voor nog langere versheid en behoud van voedingsstoffen en smaak.

Pagina 103

Vochtlade

Afb. 1/10

De vochtlade wordt afgedekt door een speciaal filter dat de luchtvochtigheid in de lade optimaal houdt. Daardoor heerst er in de vochtlade, afhankelijk van de vulling, een luchtvochtigheid tot 95%. Dit bewaarklimaat is ideaal voor vers fruit, sla, groente, kruiden en champignons.

Geschikt om vers te koelen:

In de verskoellade:

Afb. 1/8

In de vochtlade:

Afb. 1/10

Niet geschikt voor „verskoelen”:

Koudegevoelige fruit en groente (bijv. zuidvruchten zoals ananas, bananen, papaja’s, citrusvruchten en meloenen, evenals tomaten, aubergines, courgettes, paprika’s, komkommers, aardappels).

De ideale plaats voor het bewaren van deze levensmiddelen is de koelruimte.

nl

Attentie bij het inkopen van levensmiddelen:

Van belang voor de houdbaarheidsduur is de „versheid op moment van inkoop”.

In principe geldt: hoe verser de levensmiddelen in de verskoelruimte worden ingeladen, des te langer blijven ze vers.

Let dan ook bij het inkopen altijd op de versheid van de levensmiddelen.

Neem bij kant-en-klaarproducten en voorverpakte levensmiddelen de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum in acht.

Bewaartijden (bij 0 °C)

Afhankelijk van de kwaliteit op het moment van inkoop
Verse vis, zeevruchtenmax.
3 dagen
Gevogelte, vlees (gekookt/gebraden)max.
5 dagen
Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren (broodbeleg)max.
7 dagen
Gerookte vis, broccolimax.
14 dagen
Sla, venkel, abrikozen, pruimenmax.
21 dagen
Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkoolmax.
30 dagen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 103)

Pagina 104

nl

Diepvriesruimte

De diepvriesruimte gebruiken

Aanwijzing

Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien:

energieverspilling door te hoog stroomverbruik!

Maximale invriescapaciteit

Gegevens over de maximale invriescapaciteit binnen 24 uur vindt u op het typeplaatje. Afb. 0

Invriezen en opslaan

Inkopen van diepvriesproducten

104

Diepvrieswaren opslaan

Belangrijk voor een optimale luchtcirculatie in de diepvriesruimte: de diepvriesladen tot de aanslag erin schuiven.

Als er veel levensmiddelen moeten worden opgeslagen, dan kunt u de levensmiddelen direct op diepvriesroosters en op de boden van de diepvriesruimte opstapelen. Hiertoe alle diepvriesladen eruit halen.

De diepvriesladen tot de aanslag uittrekken, aan de voorkant iets optillen en eruit halen. Afb. 4

Verse levensmiddelen invriezen

Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.

Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.

Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.

Aanwijzing

Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.

Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.

Pagina 105

Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.

Diepvrieswaren verpakken

De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.

Voor verpakking geschikt:

Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.

Niet geschikt voor verpakking: pakpapier, vetvrij papier, cellofaan, vuilniszakken en gebruikte boodschappentasjes.

Als sluiting geschikt:

elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.

Zakjes en folie van polyetheen kunnen met een folielasapparaat worden dichtgelast.

nl

Houdbaarheid van de diepvrieswaren

Deze hangt af van het soort levensmiddelen.

Op een temperatuur van -18 °C:

tot 6 maanden.

tot 8 maanden.

tot 12 maanden.

Supervriezen

De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.

Om te voorkomen dat bij het inladen van verse levensmiddelen de temperatuur ongewenst stijgt: een paar uur vóór het inladen van verse levensmiddelenhet supervriessysteem inschakelen.

Doorgaans is 4–6 uur van tevoren voldoende.

Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.

Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.

Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.

Pagina 106

nl

Aanwijzing

Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.

In- en uitschakelen

Afb. 2

Als het supervriessysteem is ingeschakeld, geeft indicatie diepvriesruimte„SU” en „super” aan.

Ontdooien van diepvrieswaren

Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:

ã=Attentie

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant- en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.

Uitvoering

(niet bij alle modellen)

U kunt de legplateaus en de deurvakken naar wens verplaatsen:

Boter en kaasvak

Afb. 7

Flessenrek

Afb. 8

In de flessenrek kunnen flessen veilig worden bewaard. De houder is variabel.

Flessenhouder

Afb. 9

De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.

Ijsbakje

Afb.

Het ijsbakje voor ¾ met water vullen en in de diepvriesruimte zetten.

Het vastgevroren ijsbakje alleen met een bot voorwerp losmaken (steel van een lepel).

Om de ijsblokjes los te maken:

het ijsbakje iets verbuigen of kort onder stromend water houden.

Pagina 107

Diepvrieskalender

Afb. /A

Om vermindering van de kwaliteit van de diepvrieswaren te voorkomen, is het belangrijk dat de toelaatbare bewaartijd niet wordt overschreden. De bewaartijd is afhankelijk van het soort levensmiddelen. De cijfers bij de symbolen geven in maanden de toelaatbare bewaartijd voor de diepvrieswaren aan. Bij kant en klaar gekochte diepvriesproducten altijd letten op de op de verpakking aangegeven invriesdatum of de houdbaarheidsdatum.

Koude-accu

Afb. /B

De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren. De langste bewaartijd wordt bereikt als u de accu direct op de levensmiddelen in het bovenste vak legt.

Om ruimte te besparen kan de accu in het vak in de deur bewaard worden.

De koude-accu kan ook voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.

nl

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen

Uitschakelen van het apparaat

Afb. 1

Toets Aan/Uit 2 indrukken.

Koelmachine en verlichting worden uitgeschakeld.

Buiten werking stellen van het apparaat

Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:

uitschakelen.

Ontdooien

De koel- en verskoelruimte

Het apparaat wordt automatisch ontdooid.

Als de koelmachine loopt, vormen zich dooiwaterdruppels of een laagje rijp op de achterwand van de koelruimte. Dit is normaal. U hoeft de waterdruppels niet af te wissen of de rijp af te schrapen. De achterwand wordt automatisch ontdooid. Het dooiwater loopt via het dooiwatergootje, afb. . Het dooiwater loopt van het dooiwatergootje naar de koelmachine waar het verdampt.

Pagina 108

nl

Aanwijzing

Dooiwatergootje en afvoergaatje regelmatig schoonmaken, zodat het dooiwater kan weglopen. Afb.

Diepvriesruimte

Door het volledig automatische No Frost systeem blijft de vriesruimte ijsvrij.

Ontdooien is overbodig.

Schoonmaken van het apparaat

ã=Attentie

U gaat als volgt te werk:

Aanwijzingen

Uitvoering

Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.

Glasplateaus eruit halen Afb. 5

De glasplateaus optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijdelings eruit zwenken.

Reservoir verwijderen Afb.

De lade geheel uittrekken en door optillen losmaken van de bevestiging.

Aanbrengen door de lade op de rails te plaatsen en in te schuiven. De lade klikt vast door hem omlaag te drukken.

← begin van de handleidingverder op pagina 109 →Inhoud