naslaan.comZoekenAlle merken

ATAG HI6271T, tekst van de handleiding

Kookplaat · ATAG · 28 pagina's in het Nederlands · pdf: 62 pagina's, 1,1 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: service.atag.nl

Storingen op pagina 23

Pagina 23

STORINGEN Algemeen

Algemeen

Voor het telefoonnummer van de servicedienst kunt u de bijgeleverde garantiekaart raadplegen of kijken op ‘www.atagservice.nl’.

Indien u een barstje of scheurtje (hoe klein ook) op de glasplaat ziet, schakel dan de kookplaat onmiddellijk uit, neem direct de stekker van de kookplaat uit het stopcontact, verbreek de (automatische) zekering(en) in de meterkast of zet de schakelaar in de meterkast op nul bij een vaste aansluiting. Neem vervolgens contact op met de servicedienst.

Storingstabel

Wanneer u twijfelt over de goede werking van uw inductiekookplaat betekent dit niet automatisch dat er een defect is. Controleer in elk geval de volgende punten in onderstaande tabel of kijk voor meer informatie op de website ‘www.atagservice.nl’.

SYMPTOOMMOGELIJKE OORZAAKOPLOSSING
Bij het in werking stellen verschijnen er tekens ( ) in de displays.Dit is de standaard opstartroutine.Normale werking.
De ventilatie blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld.Afkoeling van de kookplaat.Normale werking.
De kookplaat geeft bij de eerste kookbeurten een lichte geur af.Opwarmen nieuw toestel.Dit is normaal en verdwijnt na enkele keren koken.
Ventileer de keuken.
U hoort een licht tikkend geluid op uw kookplaat.Ook bij lage kookstanden kan een zacht tikkend geluid optreden.Normale werking.
De kookpannen maken lawaai tijdens het koken.Dit wordt veroorzaakt door de doorstroming van de energie van de kookplaat naar de kookpan.Bij een hoge kookstand is dit normaal bij bepaalde pannen. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

Pagina 24

STORINGEN Algemeen

SYMPTOOMMOGELIJKE OORZAAKOPLOSSING
Nadat u een kookzone heeft ingeschakeld blijft de display knipperen.De gebruikte kookpan is niet geschikt voor koken op inductie of heeft een diameter kleiner dan 12 cm.Gebruik een goede pan (zie pagina 10 en 11).
Een kookzone stopt plotseling met de werking en er klinkt een signaal.De ingestelde timertijd is voorbij.Schakel het signaal uit door op een willekeurige toets te drukken.
De kookplaat werkt niet en er verschijnt niets in de display.Geen stroomtoevoer door defecte voeding of foutieve aansluiting.Controleer de zekering of de elektrische schakelaar (bij een toestel zonder stekker).
Bij het inschakelen van de kookplaat slaat de zekering van de installatie door.Verkeerde aansluiting van de kookplaat.Controleer de elektrische aansluiting.
De kookplaat schakelt zomaar uit.U heeft per ongeluk op de aan-/uittoets gedrukt of u heeft twee toetsen tegelijk bediend.Zet de kookplaat weer aan.
Foutcode ER22.Het bedieningspaneel is vervuild of er ligt water op.Bedieningspaneel schoonmaken.
Foutcode E2.Toestel oververhit.Het toestel laten afkoelen en opnieuw beginnen met koken.
Foutcode U400.Spanning te hoog en/of niet goed aangesloten.Laat uw aansluiting wijzigen.
Foutcode .U hebt een toets te lang bediend.Bedien de toetsen niet te lang.
Overige foutcodes.Generator defect.Neem contact op met de servicedienst.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

Pagina 25

INSTALLATIEVOORSCHRIFT Algemeen

Veiligheidsvoorschriften installatie

Benodigde vrije ruimte rondom

* HI6271T: min. 60 cm

Voor een veilig gebruik is voldoende ruimte romdom de kookplaat is.

noodzakelijk.Controleer of deze ruimteaanwezig
NL 25

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)

Pagina 26

INSTALLATIEVOORSCHRIFT Algemeen

Inbouwmaten

In de volgende illustraties zijn de afmetingen van de uitsparingen aangegeven.

min.40

Wanneer de kookplaat breder is dan het kastje, met een werkblad met een dikte van minder dan 46 mm, moet u een uitsparing aan beide zijden in het kastje zagen, zodat het toestel vrij ligt van het kastje.

Y

X

Y

Inbouwmaten in corpus x<46 mm: y = 46 mm - x x>= 46 mm: y = 0 mm

Pagina 27

INSTALLATIEVOORSCHRIFT Algemeen

Beluchting

De elektronica in het toestel heeft koeling nodig. Het toestel schakelt na korte tijd uit wanneer er onvoldoende lucht circuleert. Aan de onderzijde van het toestel bevinden zich de ventilatie-openingen. Door deze openingen moet koele lucht aangezogen kunnen worden. Aan de voorzijde en onderzijde is het toestel voorzien van uitblaasopeningen.

Inbouwen boven een oven, lade of vaste blende

B

Beluchting vindt plaats via plint (A) en achterzijde kast (B). Zaag de beluchtingsopeningen (min. 100 cm²) uit. Luchtaanvoer A is overbodig wanneer er, samen met opening B, ergens anders een opening is waar lucht aangezogen kan worden.

Zorg ervoor dat de traverselat de luchtdoorvoer niet hindert. Schaaf of zaag de traverselat C zonodig schuin af.

Een lade mag de ventilatie-openingen aan de onderzijde van het toestel niet afsluiten. Bij een lade moet er aan de voorzijde een spleet gemaakt worden van minimaal de toestelbreedte. De afstand tussen lade A en de kookplaat moet minimaal 10 mm bedragen.

Pagina 28

INSTALLATIEVOORSCHRIFT Elektrische aansluiting

Aansluitingen

Veel voorkomende aansluitingen:

Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 4-5. Fase 3 wordt niet belast. Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (3x). De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm².

Speciale aansluitingen:

º De spanning tussen de fase en de nul is 230 V ~.

Breng verbindings bruggen aan tussen de aansluitpunten 1-2 en 4-5. Uw groep moet afgezekerd zijn met minimaal 32 A. De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 6 mm².

Met de op het aansluitblok aanwezige bruggen, kunt u de vereiste doorverbindingen maken, zoals in deze illustratie staat aangegeven.

Zet de kabel vast met de trekontlasting en sluit het deksel.

Aansluitpunt, wandcontactdoos en stekker moeten te allen tijde bereikbaar blijven.

Pagina 29

INSTALLATIEVOORSCHRIFT Inbouwen

Inbouwen

Controleer of het keukenmeubel en de uitsparing voldoen aan de gestelde eisen ten aanzien van afmetingen en ventilatie.

Behandel van kunststof of houten werkbladen de kopse kanten met eventueel afdichtvernis, om uitzetten van het werkblad door vocht te voorkomen.

Leg het toestel omgekeerd op het aanrechtblad.

Monteer de aansluitkabel aan het toestel conform de gestelde eisen (zie pagina 28).

Verwijder de beschermfolie van het afdichtband en plak het band in de groef van de aluminium profi elen of op de rand van de glasplaat. Plak het afdichtband niet door de hoek, maar knip 4 stukken die goed aansluiten in de hoek.

Keer het toestel om en leg het in de uitsparing.

Sluit het toestel aan op het elektriciteitsnet. Het toestel is nu gebruiksklaar.

Controleer de werking. Indien het toestel fout is aangesloten, zal het een geluidssignaal geven of een foutcode in de displays laten zien.

Pagina 30

BIJLAGE Afvoeren toestel en verpakking

Afvoeren toestel en verpakking

Bij de vervaardiging van dit toestel is gebruik gemaakt van duurzame materialen. Dit toestel moet aan het eind van zijn levenscyclus op verantwoorde wijze worden afgevoerd. De overheid kan u hierover informatie verschaffen.

De verpakking van het toestel is recyclebaar. Gebruikt kunnen zijn:

Deze materialen dient u op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen af te voeren.

Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet bij het gewone huisvuil mag worden gevoegd. Het toestel moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze service verschaft.

Het apart verwerken van huishoudelijke apparaten voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaat. Het zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat, teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen.

Pagina 31

BIJLAGE Technische gegevens

Vermogens- en inbouwtabel

Dit toestel voldoet aan alle relevante CE richtlijnen.

KookplaattypeHI6271T
Inductiex
Aansluiting
230V - 50Hzx
Aantal fasen2
Max. vermogen kookzones
Linksvoor3 kW (Ø180)
Linksachter3 kW (Ø180)
Rechtsachter3 kW (Ø180)
Rechtsvoor3 kW (Ø180)
Aansluitwaarde
L13,7 kW
L23,7 kW
L3
Totale aansluitwaarde7400 W
(Inbouw)maten
Toestel breedte x diepte600 x 510 mm
Inbouwdiepte vanaf bovenkant werkblad46 mm
Zaagmaat breedte x diepte560 x 490 mm
Minimale afstand zaagmaat tot achterwand40 mm
Minimale afstand zaagmaat tot zijwand40 mm

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)

Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 3

HANDLEIDING Inhoud

Uw inductiekookplaat

Inleiding

Bedieningspaneel Beschrijving

Veiligheidsvoorschriften

Gebruik

Even wennen Pannen

Bediening

Instellen Koken

Onderhoud

Reinigen

Storingen

Algemeen

Installatievoorschrift

Algemeen

Elektrische aansluiting Inbouwen

Bijlage

Afvoeren toestel en verpakking Technische gegevens

Pagina 4

UW INDUCTIEKOOKPLAAT Inleiding

Deze inductiekookplaat is ontworpen voor de echte kookliefhebber. Koken op een inductiekookplaat heeft een aantal voordelen. Het is comfortabel, omdat de kookplaat snel reageert en ook op een zeer laag vermogen is in te stellen. Dankzij het hoge vermogen gaat het aan de kook brengen zeer snel. De ruime afstanden tussen de kookzones maken het koken ook comfortabel.

Koken op een inductiekookplaat verschilt met koken op een traditioneel toestel. Inductiekoken maakt gebruik van een magnetisch veld om warmte op te wekken. Dit betekent dat u niet zomaar een willekeurige pan kunt gebruiken. Het hoofdstuk pannen geeft u hierover meer informatie.

Voor optimale veiligheid is de inductiekookplaat uitgerust met meerdere temperatuurbeveiligingen en een restwarmtesignalering die aangeeft welke kookzones nog heet zijn.

In deze handleiding staat beschreven op welke manier u de inductiekookplaat zo optimaal mogelijk kunt benutten. Naast informatie over de bediening treft u ook achtergrondinformatie aan die van dienst kan zijn bij het gebruik van dit product.

Lees eerst de gebruiksaanwijzing geheel en aandachtig door voordat u het apparaat gaat gebruiken en bewaar deze zorgvuldig voor latere raadpleging.

De handleiding dient bovendien als referentie voor de servicedienst.

Plak daarom het los bijgeleverde gegevensplaatje in het daarvoor bestemde kader, achter in de handleiding. Het gegevensplaatje bevat alle informatie die de servicedienst nodig heeft om adequaat op uw vragen te reageren.

Veel kookplezier!

Pagina 5

UW INDUCTIEKOOKPLAAT Bedieningspaneel

1

Pagina 6: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 7

UW INDUCTIEKOOKPLAAT Veiligheidsvoorschriften

Lees de separate veiligheidsvoorschriften voordat u het toestel in gebruik neemt!

Temperatuurbeveiliging

Kookduurbegrenzing

Als een kookzone gedurende een ongebruikelijk lange tijd aan is, wordt deze automatisch uitgeschakeld.

Afhankelijk van het gekozen kookvermogen wordt de kookduur als volgt begrensd:

KookstandDe kookzone wordt automatisch uitgeschakeld na:
012 uur
18,5 uur
26,5 uur
35 uur
44 uur
53,5 uur
63 uur
72,5 uur
82 uur
91,5 uur

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)

KookstandDe kookzone wordt automatisch naar stand 9 geschakeld na:
boost10 minuten

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)

Pagina 8

GEBRUIK Even wennen

Werking van de aanraaktoetsen

Het bedienen van de kookplaat door middel van de aanraaktoetsen is even wennen als u andere bediening gewend bent. Leg uw vingertoppen plat op de toetsen voor het beste effect. U hoeft niet hard te drukken.

De aanraaksensoren zijn zodanig ingesteld dat deze alleen reageren op de druk en het formaat van vingertoppen. De kookplaat is niet te bedienen met andere voorwerpen en zal bijvoorbeeld niet inschakelen als uw huisdier over de kookplaat loopt.

Inductiekoken

Inductiekoken is snel

In het begin zult u verrast zijn door de snelheid van het toestel. Vooral het op een hogere stand aan de kook brengen gaat zeer snel. Om overkoken of droogkoken te voorkomen, kunt u er het beste altijd bij blijven.

Geen warmteverlies en de handgrepen blijven koud bij inductiekoken.

Het vermogen past zich aan

Bij inductiekoken wordt alleen dat deel van de zone benut waar de pan op staat. Gebruikt u een kleine pan op een grote zone, dan zal het vermogen zich aanpassen aan de diameter van de pan. Het vermogen zal dus kleiner zijn en het zal langer duren voordat het gerecht in de pan aan de kook is.

Let op

Pagina 9

GEBRUIK Even wennen

Werking inductie

De spoel (1) in de kookplaat (2) wekt een magnetisch veld (3) op. Door een pan met een ijzeren bodem (4) op de spoel te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductiestroom.

In het toestel wordt een magnetisch veld opgewekt. Door een pan met een ijzeren bodem op een kookzone te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductiestroom. Deze inductiestroom wekt warmte op in de panbodem.

Comfortabel

De elektronische regeling is nauwkeurig en eenvoudig in te stellen. Op de laagste stand kunt u bijvoorbeeld chocolade direct in de pan smelten of ingrediënten bereiden die u gewoonlijk au bain marie verwarmt.

Snel

Door het hoge vermogen van de inductiekookplaat gaat het aan de kook brengen erg snel. Het doorkoken kost evenveel tijd als koken op een andere kookplaat.

Schoon

De kookplaat is eenvoudig te reinigen. Doordat de kookzones niet heter worden dan de pan zelf, kunnen voedselresten niet inbranden.

Veilig

De warmte wordt opgewekt in de pan zelf. De glasplaat wordt niet warmer dan de pan. Hierdoor blijft de kookzone een stuk koeler dan die van bijvoorbeeld een keramische kookplaat of een gasbrander. Na het wegnemen van een pan is de kookzone snel afgekoeld.

Pagina 10

GEBRUIK Pannen

Pannen voor inductiekoken

Inductiekoken stelt eisen aan de kwaliteit van de pannen.

Let op

º een dikke bodem van minimaal 2,25 mm; º een vlakke bodem.

Tip

Met een magneet kunt u zelf controleren of uw pannen geschikt zijn. Wanneer de magneet wordt aangetrokken, is de pan geschikt.

GeschiktOngeschikt
Speciale roestvrijstalen pannenAardewerk
Class InductionRoestvrijstaal
Solide geëmailleerde pannenPorselein
Geëmailleerde gietijzeren pannenKoper
Kunststof
Aluminium

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)

Let op

Pagina 11

GEBRUIK Pannen

Let op

Gebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking van de oververhittingsbeveiliging belemmeren. Het toestel kan dan te warm worden waardoor de glasplaat kan barsten en de panbodem kan smelten. Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valt buiten de garantie.

Minimale pandiameter

De minimale pandiameter bedraagt 12 cm. Het beste resultaat bereikt u door een pan te nemen met dezelfde diameter als de kookzone. Bij te kleine pannen schakelt de kookzone niet in.

Snelkookpannen

Inductiekoken is zeer geschikt voor het koken in snelkookpannen. De kookzone reageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op druk komt. Zodra u een kookzone uitschakelt, stopt het kookproces direct.

Pagina 12

BEDIENINGInstellen
Inschakelen envermogen instellen
Het vermogen is in testellen in 9 standen. Daarnaast is er nog een
‘boost’ stand, te herkennen ‘Boost’).
1. Zet een pan op een
2. Druk op de aan-/uittoets
aan een ‘P’ in de display (zie pagina 13; kookzone.
van de kookplaat.
Er klinkt een enkel verschijnt ‘0.’. Hetgeluidssignaal en in de display van elke kookzone rode lampje rechtsboven de aan-/uittoets
brandt constant.Wanneeru geen verdere actie onderneemt, schakelt de
kookzone na 10 secondenvanzelf uit.
3. Stel met de of stand in. De kookplaat (als er een pan gedetecteerdtoets van de gewenste kookzone de gewenste start automatisch in de ingestelde stand wordt).
º Drukt u de eerstekeer op de toets, dan verschijnt stand ‘4.’.
º Drukt u de eerstekeer op de toets, dan verschijnt stand ‘9.’.
Tip
• U kunt de of toets ingedrukt houden om sneller het gewenste vermogen in te stellen.
Pandetectie
Indien de kookplaat na het instellen van een kookvermogen
geen (ijzerhoudende) pan detecteert, zal in het display het

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

pandetectiesymbool om en om met de gekozen vermogensstand blijven knipperen en de kookzone blijft koud. Indien er binnen

1 minuut geen (ijzerhoudende) pan geplaatst wordt, schakelt de kookzone automatisch uit (zie ook pagina 10 en 11; “Pannen”).

Restwarmte-indicatie

Na intensief gebruik van een kookzone kan de gebruikte zone nog enkele minuten warm blijven. Zolang de kookzone heet is, blijft er een ‘H.’ in de display staan.

Pagina 13

BEDIENING Instellen

Boost
De ‘boost’ functie kunt u gebruiken om gedurende een korte tijd (maximaal 10 minuten) op het hoogste vermogen te koken. Na het verstrijken van de maximale boosttijd wordt het vermogen verlaagd
naar stand 9.
De boost functie inschakelen
De kookplaat is ingeschakeld en er staat een pan op een kookzone.
1. Druk op . (Dit kan ook als er al een vermogen is ingesteld).
2. Druk op de of toets van de gewenste kookzone.
In de display verschijnt ‘P.’. De boost functie wordt direct actief.
Indien er niet op de of toets gedrukt wordt knippert het rode lampje rechtsboven gedurende 3 seconden en gaat daarna uit. Er klinkt een enkel geluidssignaal.
De boost functie uitschakelen
De boost functie is ingeschakeld, in de display is ‘P.’ zichtbaar.
1. Druk op de toets.
In de display verschijnt vermogensstand 9 , de boost functie is uitgeschakeld.
Of:
2. Druk gelijktijdig op de of toets.
In de display verschijnt stand ‘0.’, de kookzone is uitgeschakeld.
Twee achter elkaar liggende kookzones
Twee kookzones die achter elkaar liggen beïnvloeden elkaar. Wanneer deze kookzones tegelijk ingeschakeld zijn, wordt het
vermogen automatisch verdeeld. Tot en met stand 9 heeft dit geen consequenties. Stelt u echter een kookzone in op de boost stand dan wordt de andere kookzone automatisch op een iets lagere stand gezet. Staat een kookzone op boost en u wilt de andere op stand 9 of boost

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)

zetten, zal de kookzone met boost automatisch naar een lagere stand gaan.

Twee naast elkaar liggende kookzones beïnvloeden elkaar niet. U kunt beide kookzones op de boost stand instellen.

Pagina 14

BEDIENINGInstellen
Uitschakelen
Eén kookzone uitschakelen
De kookzone is ingeschakeld. In de display is een vermogensstand tussen 1 en 9, of ‘P.’ zichtbaar.
1. Houd gedurende 1 seconde de en toets ingedrukt van de kookzone die u wilt uitschakelen.
Of:
2. Kies kookstand ‘0.’ met de toets.
Er klinkt een enkel geluidssignaal en in de display staat ‘0.’. Indien alle kookzones op stand ‘0.’ staan is de kookplaat automatisch in stand-by modus (zie ook ‘Stand-by modus’).
Alle kookzones tegelijk uitschakelen
De kookplaat staat in stand-by modus, of één of meerdere kookzones is
actief.
1. Druk kort op de aan-/uittoets om alle kookzones gelijktijdig uit te schakelen.
Stand-by modusEr klinkt een enkel geluidssignaal. Er brandt geen enkel lampje. De kookplaat is nu uit.
Opmerking
De kookplaat kan ook uitgeschakeld worden wanneer het (kinder)slot of de pauze modus actief is.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

In stand-by modus is in de display van elke kookzone ‘0.’ zichtbaar. In stand-by modus is de kookplaat uitgeschakeld en kunt u deze zonder toezicht achterlaten.

U kunt naar de stand-by modus schakelen vanuit de “uit” modus, of door alle afzonderlijke kookzones uit te schakelen (op ‘0.’ te zetten).

Na 10 seconden in stand-by modus zonder verdere toetsbedieningen schakelt de kookplaat automatisch weer uit.

Pagina 15

BEDIENINGInstellen
De kookplaat van ‘uit’modusnaar stand-by modus schakelen
1. Druk op de aan-/uittoets Er klinkt een enkelvan de kookplaat.
geluidssignaal en in de display van elke kookzone
(Kinder)slotverschijnt ‘0.’. Het de kookplaat brandt
2. Vanuit de stand-by door op de of
rode lampje rechtsboven de aan-/uittoets van constant.
modus kunt u direct beginnen met koken toets van de gewenste kookzone te drukken.
U kunt de kookplaatmet het (kinder)slot vergrendelen. Onbedoeld
inschakelen of wijzigenvan instellingen van de kookzones wordt
hiermee voorkomen.
Metde toets heeftu toegang tot de volgende twee functies:
De(standaard) slotmodusDe kinderslotmodus
Met wordt vande (standaard) slotmodus het ongewenst instellingen voorkomen.wijzigenMet de kinderslotmodus wordt het onbedoeld inschakelen van de kookplaat voorkomen.
Alle blijveningestelde kookprocessen actief.Alle kookzones en de kook-/ eierwekker zijn uit.
De kookplaatnaar de(standaard)slotmodus schakelen.
Eén of
1.
meerdere kookzones Druk lang op de
Let op: Alle ingestelde
zijn actief.
toets.
kookprocessen blijven actief.
Het rode lampje rechtsbovende toets en de aan-/uittoets
2.brandt constant. Alle aan-/uittoets .
Druk nogmaals op en het bedieningspaneel
toetsen dezijn inactief, behalve de toets en de toets om de slotmodus uit te schakelen te ontgrendelen.
De kookplaatnaar kinderslotmodusschakelen
De kookplaatstaat in stand-bymodus. In de display van elke kookzone is
‘0.’ zichtbaar.
1. Druk
lang op detoetsom het kinderslot in te schakelen.
Hetrode lampje rechtsbovende toets brandt constant. Indien
erbinnen 10 seconden geen verdere toetsbedieningen plaatsvinden
schakeltde kookplaat automatisch uit. Het kinderslot blijft actief.
NL 15

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)

Pagina 16

BEDIENINGInstellen
2. Druk binnen het kinderslot ontgrendelen.
Ná 10 seconden met de aan-/uittoets kunt uitschakelen.
10 seconden nogmaals op de toets om uit te schakelen en het bedieningspaneel te moet de kookplaat eerst weer ingeschakeld worden van de kookplaat voordat u het kinderslot
Tip
Zet de kookplaatin de kinderslot modus voordat u de kookplaat gaat
reinigen om te voorkomendat deze per ongeluk inschakelt.
Pauze
Met de pauzefunctie kuntu de gehele kookplaat tijdens het koken
gedurende kookzones10 minuten wordt automatisch‘oppauze’ zetten. Het vermogen van alle uitgeschakeld. Dit is bijvoorbeeld
handig als schoonmaken.een gerecht U kuntovergekookt deis en u de kookplaat even snel wilt kookplaat zo gedurende een korte tijd, op
een veiligemanier alleenlaten, zonder instellingen te verliezen.
De kookplaatnaar pauzemodus schakelen
Eén of meerdere
1. Druk
Er klinkt
éénmaalkookzones op een enkelde geluidssignaal.zijn actief.
toets.
In de display van elke kookzone
wordt constant.
• Eventueel
• Alle toetsen aan-/uittoets
zichtbaar ingestelde zijn inactief vanenhet rode lampje rechtsboven de toets brandt kook-/eierwekkers staan stil.
behalve de toets, de toets en de de kookplaat.
Indien u binnen alle actievekookzones10 minuten automatischgeen verdere actie onderneemt worden uitgeschakeld.
De pauzemodusuitschakelen
Druk binnen De kookplaat10 minuten hervat deinstellingennogmaals op de toets.
zoals deze voor de pauze ingesteld
zijn.
NL 16

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

Pagina 17

BEDIENINGInstellen
Geheugen
Met kookplaat kookplaat. perde geheugenfunctie ongelukterughalen Dit heeftkunt u de laatste instellingen van de binnen 6 seconden na het uitschakelen van de is bijvoorbeeld handig wanneer u de gehele kookplaat uitgeschakeld met de aan-/uittoets .
Laatsteinstellingenvan de kookplaat terughalen
Dekookplaatisuitgeschakeld terwijl er kookzones actief waren.
1.Druk opnieuw Het rodebinnen op lampje6 seconden na het uitschakelen van de kookplaat de aan-/uittoets van de kookplaat.
rechtsboven de toets knippert.
2.Druknu (binnen6 seconden nahet opnieuw inschakelen van de
kookplaat) lang hetrodeop de toets. (De instellingen lampje rechtsbovenzijn terug te halen zo de toets knippert).
Herkennen vaneenmodus
Destand-bymodusIn de display zichtbaar. Hetvan elke kookzone is ‘0.’ rode lampje rechtsboven de
aan-/uittoetsbrandt constant.
De(standaard)Eén vermogensstand.of meerderedisplays vertonen een Het rode lampje rechtsboven
slotmodusdetoetsén het rode lampje rechtsboven de
aan-/uittoetsbranden constant.
Inde displayvan elke kookzone is ‘0.’
De kinderslot moduszichtbaar. toets uittoets gaanHet én het alle displaysrode lampje rechtsboven de rode lampje rechtsboven de aan-/ branden constant. Na 10 seconden en lampjes uit, de kinderslot
modusblijftgeactiveerd.
In
Het
de display rode lampjevan elke kookzone is zichtbaar. rechtsboven de toets brandt
De pauze modus
constant. ofDe meerderepauze functie werkt alleen als één kookzones actief zijn.
Inde displayvan elke kookzone is ‘0.’
De geheugen moduszichtbaar.Hetrode lampje rechtsboven de
toetsknippert.
NL 17

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

Pagina 18

BEDIENING Instellen

Kookwekker / Eierwekker

Er is een kookwekker voor elke afzonderlijke kookzone. Deze zijn gelijktijdig te gebruiken. Daarnaast is er nog een eierwekker. Zowel de kookwekker als de eierwekker zijn in te stellen op maximaal 99 minuten.

De eierwekker werkt hetzelfde als de kookwekker, maar is niet gekoppeld aan een kookzone. De ingestelde eierwekker blijft lopen na het uitschakelen van de kookplaat. De eierwekker kan alleen uitgeschakeld worden als de kookplaat ingeschakeld is.
De kookwekkerDe eierwekker
De kookwekker is te koppelen aan een kookzone. Dit houdt in dat de kookzone uitschakelt als de ingestelde tijd afgelopen is.De eierwekker is niet gekoppeld aan een kookzone. De ingestelde eierwekker blijft lopen na het uitschakelen van de kookplaat.
De eierwekker inschakelen
De kookplaat is ingeschakeld.
1. Druk eenmaal gelijktijdig op de en toets van de kook-/
eierwekker.
2.‘00.’ verschijnt in de display en het rode lampje midden onder de display knippert.
Stel met de of toets de gewenste tijd in.
De eierwekker begint te lopen als de stip naast de ingestelde tijd verdwijnt. Het rode lampje midden onder de display blijft knipperen.
Als u geen tijd instelt met de en toets gaat de eierwekker na
10 seconden automatisch uit.
Deeierwekker uitschakelen
(Stap actief
1.
1 en 2 zijn niet van toepassing indien één of meerdere kookzones zijn).
Druk op de aan-/uittoets van de kookplaat.
2.
3.
Druk gelijktijdig op de en toets van de kook-/eierwekker. De stip naast de ingestelde tijd gaat branden.
Houd de toets van de kook-/eierwekker ingedrukt tot ‘01.’ in
de display verschijnt. Druk daarna nogmaals op de toets. De eierwekker staat nu in stand-by modus. Na 10 seconden schakelt de eierwekker automatisch uit.
NL 18

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

Pagina 19

BEDIENINGInstellen
De kookwekker toewijzen en inschakelen
De kookwekker kan alleen gekoppeld worden aan kookzones die actief zijn.
De kookplaat is ingeschakeld.
1. Druk tweemaal gelijktijdig op de en toets van de kook-/ eierwekker om met de klok mee naar de eerste actieve kookzone
te schakelen (in deze illustratie is de kookwekker van de zone linksachter actief). Bij elke volgende gelijktijdige aanraking van de
en toets gaat u naar kookwekker van de volgende actieve kookzone, deze kookwekker kunt u dan instellen en bekijken.
2. Stel met de of toets de gewenste kookduur in.
De kookwekker begint te lopen als de stip naast de ingestelde tijd verdwijnt. Het rode lampje van de kookwekker van de actieve kookzone blijft knipperen.
3.Als u geen tijd instelt met de en toets gaat de kookwekker na 10 seconden automatisch uit.
Om voor een andere actieve kookzone de kookwekker in te stellen herhaalt u de stappen 1 en 2.
Dekookwekker uitschakelen
1.Druk (meerdere keren) gelijktijdig op de en toets van de kook-/eierwekker om de juiste kookwekker te kiezen die u wilt uitschakelen.
De stip naast de ingestelde tijd gaat branden.
2.Houd de toets van de kook-/eierwekker ingedrukt tot ‘01.’ in de display verschijnt. Druk daarna nogmaals op de toets. De kookwekker staat nu in stand-by modus. Na 10 seconden schakelt de gekozen kookwekker automatisch uit.
Hetkook-/eierwekker alarm uitschakelen
Wanneer terwijl knipperen.
1.
de ingestelde tijd/kookduur verstreken is gaat het alarm af het rode lampje van de actieve kookzone/eierwekker en ‘00’ blijven Druk op een willekeurige bedieningstoets om het alarm uit te
schakelen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

Let op

Indien meerdere kook-/eierwekker(s) actief zijn, toont de kook-/ eierwekker display altijd de kook-/eierwekker met de minst resterende tijd.

Pagina 20

BEDIENING Koken

Gezond koken

Rookpunt van verschillende oliesoorten

Om gezond te bakken, adviseert ATAG om de oliesoort af te stemmen op de baktemperatuur. Elke oliesoort heeft een ander rookpunt waarbij giftige gassen vrijkomen. In onderstaande tabel ziet u de rookpunten van verschillende oliesoorten.

OlieRookpunt °C
Extra vierge olijfolie160 °C
Boter177 °C
Kokosolie177 °C
Raapzaadolie204 °C
Vierge olijfolie216 °C
Zonnebloemolie227 °C
Maisolie232 °C
Arachideolie232 °C
Rijstolie255 °C
Olijfolie242 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)

Verder lezen op pagina 21Inhoud

Meer handleidingen: ATAG kookplaat