ATAG HI6271S, tekst van de handleiding
Kookplaat · ATAG · 35 pagina's in het Nederlands · pdf: 78 pagina's, 1,7 MB
Storingen op pagina 31
Pagina 31
| STORINGEN | Algemeen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Storingstabel | |||||
| Wanneer u twijfelt betekent dit niet geval de volgende informatie op | over de goede werking van uw inductiekookplaat automatisch dat er een defect is. Controleer in elk punten in onderstaande tabel of kijk voor meer de website ‘www.atagservice.nl’. | ||||
| Let op | |||||
| Indien het vierkante, van onderstaande met de servicedienst. | rode lampje boven de toets knippert (en geen storingen van toepassing is) neem dan contact op | ||||
| SYMPTOOM | MOGELIJKE | OORZAAK | OPLOSSING | ||
| Bij het in werking stellen verschijnt er tekst in de displays. | Dit is opstartroutine. | de standaard | Normale werking. | ||
| De ventilatie blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld. | Afkoeling | van de kookplaat. | Normale werking. | ||
| De kookplaat geeft bij de eerste kookbeurten een lichte geur af. | Opwarmen nieuw toestel. | Dit is normaal en verdwijnt na enkele keren koken.Ventileer de | |||
| keuken. | |||||
| U hoort een licht tikkend geluid op uw kookplaat. | Ook bij lage kookstanden kan een zacht tikkend geluid optreden. | Normale werking. | |||
| De kookpannen maken lawaai tijdens het koken. | Dit wordt veroorzaakt door de doorstroming van de energie van de kookplaat naar de kookpan. | Bij een hoge kookstand is dit normaal bij bepaalde pannen. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat. | |||
| Nadat u een kookzone heeft ingeschakeld blijft de display knipperen. | De gebruikte kookpan is niet geschikt voor koken op inductie of heeft een diameter kleiner dan 12 cm. | Gebruik een goede pan (zie pagina 13 en 14). | |||
| Een kookzone stopt plotseling met de werking en er klinkt een signaal. | De ingestelde timertijd is voorbij. | Schakel het signaal uit met de of toets van de timer. | |||
| NL 31 | |||||
Pagina 32
STORINGEN Algemeen
| SYMPTOOM | MOGELIJKE OORZAAK | OPLOSSING |
|---|---|---|
| De kookplaat werkt niet en er | Geen stroomtoevoer door | Controleer de zekering of de |
| verschijnt niets op de display. | defecte voeding of foutieve aansluiting. | elektrische schakelaar (bij een toestel zonder stekker). |
| Bij het inschakelen van de kookplaat slaat de zekering van de installatie door. | Verkeerde aansluiting van de kookplaat. | Controleer de elektrische aansluiting. |
| Foutcode F00 / Rode lampje | Het bedieningspaneel is | Bedieningspaneel schoon- |
| naast toets brandt en lampje boven toets knippert. | vervuild of er ligt water op. | maken. |
| Foutcode F0 t/m F6 en FC. | De generator is defect. | Neem contact op met de servicedienst. |
| Foutcode F7. | De omgevingstemperatuur is niet goed. | Zet alle warmtebronnen in de omgeving van de kookplaat uit. |
| Foutcode F8 en F08 / Rode lampje naast toets brandt en lampje boven toets | Toestel oververhit. | Het toestel laten afkoelen en opnieuw beginnen met koken. |
| knippert. | ||
| Foutcode F9 en/of continu geluidssignaal. | Spanning te hoog en/of niet goed aangesloten. | Laat uw aansluiting wijzigen. |
| Foutcode F99 / Rode lampje naast toets brandt en lampje boven toets knippert. | U hebt 2 of meerdere toetsen tegelijk bediend. | Bedien maar 1 toets tegelijk. |
| Foutcode FA. | Spanning te laag. | Neem contact op met uw |
| energiebedrijf. | ||
| Foutcode FAN. | Luchtcirculatie niet goed. | Zorg dat de beluchtingsgaten onderin de kookplaat open zijn. |
| Overige foutcodes. | Generator defect. | Neem contact op met de servicedienst. |
Pagina 33
INSTALLATIEVOORSCHRIFT Algemeen
Veiligheidsvoorschriften installatie
- De aansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften.
- Het toestel moet altijd geaard zijn.
- Alleen een erkend elektrotechnisch installateur mag dit toestel aansluiten.
- Gebruik voor het aansluiten een goedgekeurde kabel (bijvoorbeeld type HO7RR) met de juiste kabel diameters behorend bij de aansluiting. De kabel ommanteling moet van rubber zijn.
- De aansluitkabel moet vrij hangen en niet door een lade worden aangestoten.
- Wilt u een vaste aansluiting maken, zorg er dan voor dat er een omnipolaire schakelaar met een contactafstand van minimaal 3 mm in de toevoerleiding wordt aangebracht.
- Het werkblad waarin de kookplaat wordt ingebouwd moet vlak zijn.
- De wanden en het werkblad rondom het toestel moeten minimaal tot 85 °C hittebestendig zijn. Ook al wordt het toestel zelf niet warm, door de warmte van een hete pan kan de wand verkleuren of vervormen.
- Schade ontstaan door verkeerd aansluiten, verkeerd inbouwen of verkeerd gebruik valt niet onder de garantie.
Benodigde vrije ruimte rondom
* HI1271S: min. 110 cm HI6271S: min. 65 cm HI7271S: min. 78 cm HI8271S: min. 80 cm HI9271S: min. 90 cm
de kookplaat
| Voor noodzakelijk. | een veilig | gebruik is voldoende ruimte Controleer of deze ruimte | romdom aanwezig | is. |
| NL 33 | ||||
Pagina 34: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 35
INSTALLATIEVOORSCHRIFT Algemeen
Wanneer de kookplaat groter is dan het kastje, met een werkblad met een dikte van minder dan 46 mm, moet u een uitsparing aan beide zijden in het kastje zagen, zodat het toestel vrij ligt van het kastje.
Y
X
Y
600
Inbouwmaten in corpus x<46 mm: y = 46 mm - x x>= 46 mm: y = 0 mm
Pagina 36
INSTALLATIEVOORSCHRIFT Algemeen
Beluchting
De elektronica in het toestel heeft koeling nodig. Het toestel schakelt na korte tijd uit wanneer er onvoldoende lucht circuleert. Aan de onderzijde van het toestel bevinden zich de ventilatie-openingen. Door deze openingen moet koele lucht aangezogen kunnen worden. Aan de voorzijde en onderzijde is het toestel voorzien van uitblaasopeningen.
Inbouwen boven een oven, lade of vaste blende
B
Beluchting vindt plaats via plint (A) en achterzijde kast (B). Zaag de beluchtingsopeningen (min. 100 cm²) uit. A is overbodig wanneer er, samen met opening B, ergens anders een opening is waar lucht aangezogen kan worden.
Zorg ervoor dat de traverselat de luchtdoorvoer niet hindert. Schaaf of zaag de traverselat C zonodig schuin af.
Een lade mag de ventilatie-openingen aan de onderzijde van het toestel niet afsluiten. Bij een lade moet er aan de voorzijde een spleet gemaakt worden van minimaal de toestelbreedte. De afstand tussen lade A en de kookplaat moet minimaal 10 mm bedragen.
Pagina 37
INSTALLATIEVOORSCHRIFT Elektrische aansluiting
Aansluitingen
rechterzones
middenzones
linkerzone
Veel voorkomende aansluitingen:
- 3 fasen met 1 nul aansluiting (3 1N, 400 V ~ / 50 Hz): º De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V ~. Tussen de fasen staat een spanning van 400 V ~. Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 4-5. Fase 3 wordt niet belast. Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (3x). De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm².
- 2 fasen met 2 nullen aansluiting (2 2N, 230V ~ / 50 Hz): º De spanning tussen de fasen en de nullen is 230 V ~. Uw groep moet afgezekerd zijn met minimaal 16 A (2x). De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm².
Speciale aansluitingen:
- 1 fase aansluiting (1 1N, 230 V ~ / 50 Hz):
º De spanning tussen de fase en de nul is 230 V ~. Breng verbindings bruggen aan tussen de aansluitpunten 1-2 en 4-5. Uw groep moet afgezekerd zijn met minimaal 32 A. De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 6 mm².
Aansluiting voor kookplaten met 5 kookzones:
- 3 fasen met 1 nul aansluiting (3 1N, 400 V ~ / 50 Hz):
º De spanning tussen de fasen en de nul is 230 V ~. Tussen de fasen staat een spanning van 400 V ~. Breng een verbindingsbrug aan tussen de aansluitpunten 4-5.
Uw groepen moeten afgezekerd zijn met minimaal 16 A (3x). De aansluitkabel moet een aderdoorsnede hebben van minimaal 2,5 mm².
Met de op het aansluitblok aanwezige bruggen, kunt u de vereiste doorverbindingen maken, zoals in deze illustraties staat aangegeven.
Zet de kabel vast met de trekontlasting en sluit het deksel.
Aansluitpunt, wandcontactdoos en stekker moeten te allen tijde bereikbaar blijven.
Pagina 38
INSTALLATIEVOORSCHRIFT Inbouwen
Inbouwen
Controleer of het keukenmeubel en de uitsparing voldoen aan de gestelde eisen ten aanzien van afmetingen en ventilatie.
Behandel van kunststof of houten werkbladen de kopse kanten met eventueel afdichtvernis, om uitzetten van het werkblad door vocht te voorkomen.
Leg het toestel omgekeerd op het aanrechtblad.
Monteer de aansluitkabel aan het toestel conform de gestelde eisen (zie pagina 37).
Verwijder de beschermfolie van het afdichtband en plak het band in de groef van de aluminium profi elen of op de rand van de glasplaat. Plak het afdichtband niet door de hoek, maar knip 4 stukken die goed aansluiten in de hoek.
Keer het toestel om en leg het in de uitsparing.
Sluit het toestel aan op het elektriciteitsnet. Het toestel is nu gebruiksklaar.
Controleer de werking. Indien het toestel fout is aangesloten, zal het een geluidssignaal geven of een foutcode in de displays laten zien.
Pagina 39
BIJLAGE Afvoeren toestel en verpakking
Afvoeren toestel en verpakking
Bij de vervaardiging van dit toestel is gebruik gemaakt van duurzame materialen. Dit toestel moet aan het eind van zijn levenscyclus op verantwoorde wijze worden afgevoerd. De overheid kan u hierover informatie verschaffen.
De verpakking van het toestel is recyclebaar. Gebruikt kunnen zijn:
- karton;
- polyethyleenfolie (PE);
- CFK- vrij polystyreen (PS- hardschuim).
Deze materialen dient u op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen af te voeren.
Om op de verplichting tot gescheiden verwerking van elektrische huishoudelijke apparatuur te wijzen, is op het product het symbool van een doorgekruiste vuilnisbak aangebracht. Dit betekent dat het apparaat aan het einde van zijn levensduur niet bij het gewone huisvuil mag worden gevoegd. Het toestel moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze service verschaft.
Het apart verwerken van huishoudelijke apparaten voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaat. Het zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat, teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen.
Pagina 40
BIJLAGE Technische gegevens
Vermogens- en inbouwtabel
Deze toestellen voldoen aan alle relevante CE richtlijnen.
| Kookplaattype | HI6271S | HI7271S | HI8271S | HI9271S | HI1271S |
|---|---|---|---|---|---|
| Inductie | x | x | x | x | x |
| Aansluiting | 230V - 50Hz | 230V - 50Hz | 230V - 50Hz | 230V - 50Hz | 230V - 50Hz |
| Aantal fasen | 2 | 2 | 2 | 3 | 2 |
| Max. vermogen kookzones | |||||
| Linksmidden | 3,7 kW (Ø210) | ||||
| Linksvoor | 2,2 kW (Ø145) | 3,7 kW (Ø210) | 3 kW (Ø180) | 3,7 kW (Ø210) | |
| Linksachter | 3,7 kW (Ø210) | 2,2 kW (Ø145) | 3 kW (Ø180) | 3 kW (Ø180) | |
| Midden | 5,5 kW (Ø260) dubbel ring | ||||
| Rechtsachter | 3 kW (Ø180) | 3 kW (Ø180) | 3 kW (Ø180) | 3 kW (Ø180) | 3 kW (Ø180) |
| Rechtsvoor | 3 kW (Ø180) | 3 kW (Ø180) | 3 kW (Ø180) | 3 kW (Ø180) | 3,7 kW (Ø210) |
| Aansluitwaarde | |||||
| L1 | 3,7 kW | 3,7 kW | 3,7 kW | 3,7 kW | 3,7 kW |
| L2 | 3,7 kW | 3,7 kW | 3,7 kW | 3,7 kW | 3,7 kW |
| L3 | 3,7 kW | ||||
| Totale aansluitwaarde | 7400 W | 7400 W | 7400 W | 11100 W | 7400 W |
| (Inbouw)maten | |||||
| Toestel breedte x diepte | 644 x 522 mm | 774 x 522 mm | 804 x 522 mm | 904 x 522 mm | 1114 x 412 mm |
| Inbouwhoogte vanaf bovenkant werkblad | 43 mm | 43 mm | 43 mm | 43 mm | 43 mm |
| Zaagmaat breedte x diepte | 560 x 490 mm | 750 x 490 mm | 780 x 490 mm | 860 x 490 mm | 1070 x 380 mm |
| Minimale afstand zaagmaat tot achterwand | 40 mm | 40 mm | 40 mm | 40 mm | 40 mm |
| Minimale afstand zaagmaat tot zijwand | 40 mm | 40 mm | 40 mm | 40 mm | 40 mm |
Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 3
HANDLEIDING Inhoud
Uw inductiekookplaat
Inleiding
Bedieningspaneel Beschrijving
Veiligheidsvoorschriften
Gebruik
Even wennen Pannen
Bediening
Instellen Koken
Onderhoud
Reinigen
Storingen
Algemeen
Installatievoorschrift
Algemeen
Elektrische aansluiting Inbouwen
Bijlage
Afvoeren toestel en verpakking Technische gegevens
Pagina 4
UW INDUCTIEKOOKPLAAT Inleiding
Deze inductiekookplaat is ontworpen voor de echte kookliefhebber. Koken op een inductiekookplaat heeft een aantal voordelen. Het is comfortabel, omdat de kookplaat snel reageert en ook op een zeer laag vermogen is in te stellen. Dankzij het hoge vermogen gaat het aan de kook brengen zeer snel. De ruime afstanden tussen de kookzones maken het koken ook comfortabel.
Koken op een inductiekookplaat verschilt met koken op een traditioneel toestel. Inductiekoken maakt gebruik van een magnetisch veld om warmte op te wekken. Dit betekent dat u niet zomaar een willekeurige pan kunt gebruiken. Het hoofdstuk pannen geeft u hierover meer informatie.
Voor optimale veiligheid is de inductiekookplaat uitgerust met meerdere temperatuurbeveiligingen en een restwarmtesignalering die aangeeft welke kookzones nog heet zijn.
In deze handleiding staat beschreven op welke manier u de inductiekookplaat zo optimaal mogelijk kunt benutten. Naast informatie over de bediening treft u ook achtergrondinformatie aan die van dienst kan zijn bij het gebruik van dit product. Tevens zijn kooktabellen en onderhoudstips opgenomen.
Lees eerst de gebruiksaanwijzing geheel en aandachtig door voordat u het apparaat gaat gebruiken en bewaar deze zorgvuldig voor latere raadpleging.
De handleiding dient bovendien als referentie voor de servicedienst.
Plak daarom het los bijgeleverde gegevensplaatje in het daarvoor bestemde kader, achter in de handleiding. Het gegevensplaatje bevat alle informatie die de servicedienst nodig heeft om adequaat op uw vragen te reageren.
Veel kookplezier!
Pagina 5
UW INDUCTIEKOOKPLAAT Bedieningspaneel
- 1. Pauzetoets
- 2. Pauze-indicatie
- 3. Kinderslot-indicatie/Eco stand-by indicatie
- 4. Kinderslot-/Eco stand-by toets
- 5. Menufuncties (zie pagina 23-27; “Automatische kookprogramma’s”)
- 6. Slide control
- 7. Standen-indicatie
- 8. Boost
- 9. Tijd verlagen toets
- 10. Tijd ophogen toets
- 11. Timer/kookwekker
- 12. ‘Minuten achter de punt’ indicatie
- 13. Timer-/kookwekkertoets
- 14. Kookwekkerindicatie
- 15. Timerindicatie
- 16. Aan-/uittoets
- 17. Menutoets
Pagina's 6–7: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 8
UW INDUCTIEKOOKPLAAT Veiligheidsvoorschriften
Waar u op moet letten
Inductiekoken is uiterst veilig. De kookplaat is uitgerust met diverse beveiligingen zoals restwarmte-signalering en kookduurbegrenzing. Toch is er net als bij elk toestel een aantal zaken waar u op moet letten.
Aansluiten en reparatie
- Alleen een erkend installateur mag dit toestel aansluiten.
- Open nooit de behuizing van het toestel. Alleen een service - technicus mag het toestel openen.
- Maak het toestel spanningsloos voordat met de reparatie wordt gestart. Bij voorkeur door de stekker uit het stopcontact te nemen, de (automatische) zekering(en) uit te schakelen of de schakelaar in de meterkast op nul te zetten bij een vaste aansluiting.
Tijdens gebruik
- Gebruik het toestel niet beneden 5 °C.
- Dit kooktoestel is ontworpen voor huishoudelijk gebruik. Gebruik het alleen voor het bereiden van gerechten.
- Als de kookplaat voor de eerste keer gebruikt wordt, zult u een ‘nieuwigheidsluchtje’ ruiken. Dit is normaal. Door te ventileren verdwijnt de geur vanzelf.
- Houd rekening met de zeer snelle opwarmtijd op de hogere standen. Blijf er altijd bij staan als u een kookzone op een hoge stand heeft ingesteld. Ook bij de automatische kookprogramma’s.
- Zorg voor voldoende ventilatie tijdens het gebruik. Houd natuurlijke ventilatieopeningen open.
- Let op dat pannen niet droog koken. De kookplaat zelf is beveiligd tegen oververhitting, de pan wordt echter zeer heet en kan beschadigd raken. Schade door droogkoken valt buiten de garantie.
- Gebruik het kookvlak niet als opslagplaats.
- Zorg voor enkele centimeters afstand tussen de onderkant van de kookplaat en de inhoud van een lade.
- Leg geen brandbare voorwerpen in een lade onder de kookplaat.
- Zorg ervoor dat snoeren van elektrische apparaten, zoals van een mixer, niet in aanraking komen met de hete kookzone.
Pagina 9
UW INDUCTIEKOOKPLAAT Veiligheidsvoorschriften
- De kookzones worden warm tijdens gebruik en blijven na gebruik ook een tijd warm. Laat geen kleine kinderen in de buurt tijdens en vlak na het koken.
- Vet en olie zijn bij oververhitting ontvlambaar. Ga niet te dicht bij de pan staan. Wanneer olie vlam vat, het vuur nooit doven met water. Leg onmiddellijk een deksel op de pan en schakel de kookzone uit.
- Flambeer nooit onder de afzuigkap. Door de hoge vlammen kan brand ontstaan, ook bij een uitgeschakelde afzuigkap.
- De glaskeramische plaat is zeer sterk, maar niet onbreekbaar.
Wanneer er bijvoorbeeld een kruidenpotje of een puntig voorwerp op valt, kan er een breuk ontstaan.
- Gebruik een toestel dat een breuk of scheurtjes vertoont niet meer.
Schakel het toestel onmiddellijk uit, maak het spanningsloos om elektrische schokken te voorkomen en bel de servicedienst.
- Leg geen metalen voorwerpen, zoals bakvormen, koektrommels, deksels van pannen of bestek, op de kookzone. Deze kunnen zeer snel heet worden en brandwonden veroorzaken.
- Houd tijdens het gebruik magnetiseerbare voorwerpen (creditcards, bankpasjes e.d.) uit de buurt van het toestel.
Wij adviseren pacemaker-dragers om eerst de hart specialist te raadplegen.
- Gebruik nooit een hogedrukreiniger of stoomreiniger voor het reinigen van de kookplaat.
- Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door hulpbehoevenden, kleine kinderen en/of personen met gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zij goede begeleiding krijgen of geïnstrueerd zijn in het veilig gebruiken van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
- Zodra u de kookpan van de kookplaat verwijdert, stopt automatisch de kookactiviteit. Wen uzelf er echter aan altijd de kookplaat of zone na gebruik uit te schakelen om onbedoeld inschakelen te voorkomen.
- Een klein voorwerp, zoals een te kleine kookpan (kleiner dan 12 cm), een vork of een lepel, wordt door de kookplaat niet als een kookpan gedetecteerd. De display van de zone knippert met de ingestelde stand en de kookplaat wordt niet ingeschakeld.
- Het apparaat is niet bedoeld om te worden bediend door middel van een externe timer of een apart afstandsbedieningssysteem.
Pagina 10
GEBRUIK Veiligheidsvoorschriften
Temperatuurbeveiliging
- Elke kookzone is voorzien van een sensor. Deze sensor controleert ononderbroken de temperatuur van de bodem van de kookpan en van de onderdelen van de kookplaat om elk risico op oververhitting, bij bijvoorbeeld een drooggekookte pan, te vermijden. Bij een te hoge temperatuur wordt het vermogen van de kookzone/kookplaat automatisch verlaagd of schakelt de kookzone/kookplaat helemaal uit.
Kookduurbegrenzing
Als een kookzone gedurende een ongebruikelijk lange tijd aan is, wordt deze automatisch uitgeschakeld.
Afhankelijk van het gekozen kookvermogen wordt de kookduur als volgt begrensd:
| Kookstand | De kookzone wordt automatisch uitgeschakeld na: |
|---|---|
| 1 en 2 | 9 uur |
| 3, 4 en 5 | 5 uur |
| 6, 7 en 8 | 4 uur |
| 9 | 3 uur |
| 10 | 2 uur |
| 11 en 12 | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
Als bovengenoemde tijd verstreken is schakelt de kookzone automatisch uit.
| Kookstand | De kookzone wordt automatisch naar stand 12 geschakeld na: |
|---|---|
| boost | 10 minuten |
Pagina 11
GEBRUIK Even wennen
Werking van de aanraaktoetsen
Het bedienen van de kookplaat door middel van de aanraaktoetsen en slider is even wennen als u andere bediening gewend bent. Leg uw vingertoppen plat op de toetsen voor het beste effect. U hoeft niet hard te drukken.
De aanraaksensoren zijn zodanig ingesteld dat deze alleen reageren op de druk en het formaat van vingertoppen. De kookplaat is niet te bedienen met andere voorwerpen en zal bijvoorbeeld niet inschakelen als uw huisdier over de kookplaat loopt.
Inductiekoken
Inductiekoken is snel
In het begin zult u verrast zijn door de snelheid van het toestel. Vooral het op een hogere stand aan de kook brengen gaat zeer snel. Om overkoken of droogkoken te voorkomen, kunt u er het beste altijd bij blijven.
Geen warmteverlies en de handgrepen blijven koud bij inductiekoken.
Het vermogen past zich aan
Bij inductiekoken wordt alleen dat deel van de zone benut waar de pan op staat. Gebruikt u een kleine pan op een grote zone, dan zal het vermogen zich aanpassen aan de diameter van de pan. Het vermogen zal dus kleiner zijn en het zal langer duren voordat het gerecht in de pan aan de kook is.
Let op
- Zandkorreltjes kunnen krasjes veroorzaken die niet meer te verwijderen zijn. Zet daarom alleen pannen met een schone bodem op het kookvlak en til pannen altijd op als u ze verplaatst.
- Gebruik de kookplaat niet als werkvlak.
- Kook altijd met het deksel op de pan om energieverlies te voorkomen.
Pagina 12
GEBRUIK Even wennen
Werking inductie
De spoel (1) in de kookplaat (2) wekt een magnetisch veld (3) op. Door een pan met een ijzeren bodem (4) op de spoel te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductiestroom.
In het toestel wordt een magnetisch veld opgewekt. Door een pan met een ijzeren bodem op een kookzone te plaatsen ontstaat in de panbodem een inductiestroom. Deze inductiestroom wekt warmte op in de panbodem.
Comfortabel
De elektronische regeling is nauwkeurig en eenvoudig in te stellen. Op de laagste stand kunt u bijvoorbeeld chocolade direct in de pan smelten of ingrediënten bereiden die u gewoonlijk au bain marie verwarmt.
Snel
Door het hoge vermogen van de inductiekookplaat gaat het aan de kook brengen erg snel. Het doorkoken kost even veel tijd als koken op een andere kookplaat.
Schoon
De kookplaat is eenvoudig te reinigen. Doordat de kookzones niet heter worden dan de pan zelf, kunnen voedselresten niet inbranden.
Veilig
De warmte wordt opgewekt in de pan zelf. De glasplaat wordt niet warmer dan de pan. Hierdoor blijft de kookzone een stuk koeler dan die van bijvoorbeeld een keramische kookplaat of een gasbrander. Na het wegnemen van een pan is de kookzone snel afgekoeld.
Pagina 13
GEBRUIK Pannen
Pannen voor inductiekoken
Inductiekoken stelt eisen aan de kwaliteit van de pannen.
Let op
- Pannen waarmee al eerder op een gaskookplaat is gekookt, zijn niet meer geschikt voor inductiekoken.
- Gebruik alleen pannen die geschikt zijn voor elektrisch- en inductiekoken met:
º een dikke bodem van minimaal 2,25 mm; º een vlakke bodem.
- Het beste zijn pannen met het “Class Induction” keurmerk.
Tip
Met een magneet kunt u zelf controleren of uw pannen geschikt zijn. Wanneer de magneet wordt aangetrokken, is de pan geschikt.
| Geschikt | Ongeschikt |
|---|---|
| Speciale roestvrijstalen pannen | Aardewerk |
| Class Induction | Roestvrijstaal |
| Solide geëmailleerde pannen | Porselein |
| Geëmailleerde gietijzeren pannen | Koper |
| Kunststof | |
| Aluminium |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
Voor de automatische kookprogramma’s wordt geadviseerd om de pannen te gebruiken die door ATAG worden aanbevolen
(zie www.atagservice.nl).
Let op
- Wees voorzichtig met dunne plaatstaal geëmailleerde pannen: º op een hoge stand kan het emaille er afspringen wanneer de pan te droog is; º door het hoge vermogen kan de panbodem gemakkelijk kromtrekken.
Pagina 14
GEBRUIK Pannen
Let op
Gebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking van de oververhittingsbeveiliging belemmeren. Het toestel kan dan te warm worden waardoor de glasplaat kan barsten en de panbodem kan smelten. Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valt buiten de garantie.
Minimale pandiameter
De minimale pandiameter bedraagt 12 cm. Het beste resultaat bereikt u door een pan te nemen met dezelfde diameter als de kookzone. Bij te kleine pannen schakelt de kookzone niet in.
Snelkookpannen
Inductiekoken is zeer geschikt voor het koken in snelkookpannen. De kookzone reageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op druk komt. Zodra u een kookzone uitschakelt, stopt het kookproces direct.
Pagina 15
| BEDIENING | Instellen | ||
| Inschakelen | en | vermogen instellen | |
| Inschakelen 1. Zet een pan op een kookzone. 2. Druk op de toets. Er klinkt een enkel geluidssignaal. 3. Druk op de aan-/uittoets van de gewenste In de display verschijnt een knipperende ‘-’ geluidssignaal. Wanneer u geen verdere actie kookzone na 10 seconden vanzelf uit. 4. Schuif met uw vinger over de slide control tip met uw vinger op de slide control om stellen. De kookplaat start automatisch er een pan gedetecteerd wordt). | kookzone. en er klinkt een enkel onderneemt, schakelt de (met de klok mee) of de gewenste stand in te in de ingestelde stand (als | ||
| Vermogen instellen | |||
| Stel een hoger of lager vermogen in door met control te schuiven of op de slide control te in te stellen in 12 standen. Daarnaast is er nog | uw vinger over de slide tippen. Het vermogen is de stand ‘boost’ (zie | ||
| pagina 16). Pandetectie | |||
| Indien de kookplaat na het instellen van een | kookvermogen geen | ||
| (ijzerhoudende) pan detecteert, zal het display en de kookzone blijft koud. Indien er binnen (ijzerhoudende) pan geplaatst wordt, schakelt automatisch uit (zie ook pagina 13 en 14; “Pannen”). | blijven knipperen 1 minuut geen de kookzone | ||
| Restwarmte-indicatie | |||
| Na intensief gebruik van een kookzone kan enkele minuten warm blijven. Zolang de kookzone een “H” in de display staan. NL 15 | de gebruikte zone nog heet is, blijft er | ||
Pagina 16
BEDIENING Instellen
| Boost De ‘boost’ functie kunt u gebruiken om gedurende (maximaal 10 minuten) op het hoogste vermogen verstrijken van de maximale boosttijd wordt naar stand 12. | een korte tijd te koken. Na het het vermogen verlaagd | |
| Boost inschakelen | ||
| 1. Zet een pan op een kookzone en schakel 2. Tip met uw vinger twee keer op het einde de stand ‘boost’ in te stellen. ‘Boost’ en ‘12’ verschijnen in het display. | de kookzone in. van de slide control om | |
| De boost functie uitschakelen | ||
| De boost functie is ingeschakeld, in de display zichtbaar. 1. Tip met uw vinger op een willekeurige In de display verschijnt een lagere stand. Of: | is stand 12 en ‘boost’ plek op de slider. | |
| 2. Druk op de aan-/uittoets van de kookzone uitschakelen. Er klinkt een enkel geluidssignaal en de display | die u wilt dooft. De kookzone is | |
| nu helemaal uit. Twee achter elkaar liggende kookzones | ||
| Twee kookzones die achter elkaar liggen beïnvloeden elkaar. Wanneer deze kookzones tegelijk ingeschakeld zijn, wordt het vermogen automatisch verdeeld. De eerst ingestelde kookzone houdt te allen tijde de ingestelde stand. De stand die maximaal ingesteld kan | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
worden voor de voor- of achterliggende kookzone die later wordt bijgeschakeld, hangt dus af van de stand van de eerste kookzone.
Wanneer u de maximale combinatie van kookstanden heeft bereikt, gaat de laatst ingestelde stand knipperen en wordt automatisch verlaagd naar de hoogst mogelijke stand.
Twee naast elkaar liggende kookzones beïnvloeden elkaar niet. U kunt beide kookzones op een hoge stand instellen.
Pagina 17
| BEDIENING | Instellen | |||
|---|---|---|---|---|
| Uitschakelen | ||||
| Eén kookzone | uitschakelen | |||
| Druk op de Er klinkt een • Indien alle de kookplaat modus’). | aan-/uittoets van de kookzone die u wilt uitschakelen. enkel geluidssignaal en de display dooft. kookzones op deze manier uitgeschakeld zijn staat automatisch in stand-by modus (zie ook ‘stand-by | |||
| Alle kookzones | tegelijk uitschakelen | |||
| Druk kort op schakelen. Er klinkt een | de toets om alle kookzones gelijktijdig uit te enkel geluidssignaal. Naast de toets blijft een rood | |||
| lampje langzaam | aan en uit gaan. | |||
| • De kookplaat | staat nu in de eco stand-by modus (zie ook ‘eco | |||
| Stand-by | modus | stand-by | modus’). | |
| In stand-by | modus is de kookplaat uitgeschakeld. U kunt naar de | |||
| stand-by modus afzonderlijke | schakelen vanuit eco stand-by modus, of door alle kookzones uit te schakelen. | |||
| Vanuit de stand-by modus kunt u direct beginnen met koken door op de aan-/uittoets van de gewenste kookzone te drukken. | ||||
| De kookplaat vanuit eco stand-by modus naar stand-by modus schakelen | ||||
| Eco | stand-by | modus | Het rode lampje naast de toets blijft langzaam aan en uit gaan. Druk kort op de toets om naar stand-by modus te schakelen. Er klinkt een enkel geluidssignaal. Alle lampjes op de kookplaat zijn uit. | |
| In eco stand-by modus is de kookplaat uitgeschakeld en verbruikt de kookplaat het minste energie. De kookplaat kan naar eco stand-by modus geschakeld worden vanuit de stand-by modus en wanneer er nog kookzones actief zijn. | ||||
Pagina 18
| BEDIENING | Instellen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Wist u dat | |||||
| De kookplaat in eco stand-by modus minder dan 0,5 W verbruikt. Dit is nog minder dan in de stand-by modus van de kookplaat. | |||||
| De kookplaat naar eco stand-by modus schakelen | |||||
| Druk kort op de toets. Er klinkt een enkel geluidssignaal. De eco stand-by modus is actief, het rode lampje naast de toets blijft langzaam aan en uit gaan. | |||||
| Vanuit de eco stand-by modus kunt u niet meteen beginnen met | |||||
| koken. Hiervoor geschakeld | moet de kookplaat eerst naar stand-by modus worden. | ||||
| Wist u dat | |||||
| Na 30 minuten | in de stand-by modus schakelt de kookplaat | ||||
| automatisch te voorkomen. | naar eco stand-by modus om onnodig energieverbruik | ||||
| Kinderslot | |||||
| U kunt inschakelen | de | kookplaat met het kinderslot vergrendelen. Onbedoeld van de kookzones wordt hiermee voorkomen. | |||
| De kookplaat | naar kinderslot schakelen | ||||
| 1. Druk Er behalve modus constant. 2. Druk het Er modus. | klinkt kinderslot klinkt | gedurende 2 seconden op de toets. een dubbel geluidssignaal. Alle toesten zijn nu inactief de toets. De kookplaat schakelt eerst naar eco stand-by en dan door naar de kinderslot modus. Het rode lampje brandt nogmaals 2 seconden op de toets om de kookplaat van te halen. een enkel geluidssignaal. De kookplaat is nu in stand-by Het rode lampje naast de toets is uit. | |||
| Tip | |||||
| Zet de | kookplaat | in de kinderslot modus voordat u de kookplaat gaat | |||
| reinigen | om te voorkomen dat deze per ongeluk inschakelt. | ||||
| Wist u | dat | ||||
| Wanneer energie | de kookplaat op het kinderslot staat, deze net zo weinig verbruikt als in de eco stand-by modus. | ||||
Pagina 19
| BEDIENING | Instellen | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Pauze | |||||||||
| Met de gedurende | pauze | functie kunt 5 minuten ‘op | u de gehele kookplaat tijdens het koken pauze’ zetten. U kunt de kookplaat zo | ||||||
| gedurende schoonmaken, | een | korte tijd, zonder instellingen | op een veilige manier alleen laten of te verliezen. | ||||||
| De kookplaat | naar pauze | modus schakelen | |||||||
| Druk éénmaal | op de toets. | ||||||||
| Er klinkt lagere stand | een | dubbel en | geluidssignaal, het rode lampje | de standen verspringen naar een naast de toets knippert. | |||||
| • Eventueel • Alle • Alle | kookzones toetsen | ingestelde worden zijn inactief | timers/kookwekkers staan stil. automatisch op een lage stand gezet. behalve de toets en de toets. Ook | ||||||
| de aan-/uittoetsen echter | deze | van reageren | de afzonderlijke kookzones blijven actief, met een vertraging van twee seconden. | ||||||
| Indien u | binnen | 5 minuten | nogmaals op de toets drukt, zullen de | ||||||
| gepauzeerde Er klinkt | een | kookprocessen dubbel | geluidssignaal, | hervatten. de kookplaat hervat de instellingen | |||||
| zoals deze | voor | de pauze | ingesteld | zijn. | |||||
| Indien u binnen | 5 minuten | geen verdere actie onderneemt: | |||||||
| Worden alle actieve | kookzones | automatisch uitgeschakeld. Daarna blijft de | |||||||
| toets nog 25 | minuten knipperen | om aan te geven dat de kookprocessen | |||||||
| door de pauze modus automatisch van Herkennen van een modus | zijn pauze modus | beëindigd. Na 25 minuten schakelt de kookplaat naar eco stand-by modus. | |||||||
| De stand-by modus | Er brandt geen enkel lampje | ||||||||
| De eco stand-by modus | Het rode lampje naast de toets blijft langzaam aan en uit gaan. | ||||||||
| De kinderslot modus | Het rode lampje naast de toets brandt constant. | ||||||||
| De pauze modus | Het rode lampje naast de toets knippert. | ||||||||
| NL 19 | |||||||||
Pagina 20
| BEDIENING | Instellen | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Timer / Kookwekker De toets van elke kookzone heeft | twee functies: | |||||
| De timerfunctie | De kookwekkerfunctie | |||||
| Deze functie is te herkennen aan het rode pijltje naar boven ( ). | Deze functie is te herkennen aan het rode pijltje naar beneden ( ). | |||||
| In de timerfunctie loopt de tijd op. | In de kookwekkerfunctie telt de tijd af. | |||||
| De timer is niet te koppelen aan een kookzone. | De kookwekker is te koppelen aan een kookzone. Dit houdt in | |||||
| dat de kookzone uitschakelt als de | ||||||
| ingestelde tijd afgelopen is. | ||||||
| De timerfunctie schakelt na drukken op de toets na 3 seconden vanzelf in als u doet. | het niets | De kookwekkerfunctie is te bereiken vanuit de timerfunctie door op de of toets te drukken. | ||||
| Let op | ||||||
| • Per kookzone is één timer/kookwekker | beschikbaar. | |||||
| • De timer-/kookwekkerfunctie een bijbehorende kookzone | te | kan ook gebruikt worden zonder activeren. | ||||
| De timer inschakelen | ||||||
| 1. Druk éénmaal op de | toets van de kookzone. | |||||
| De display van de timer | licht op en u ziet drie nullen knipperen. | |||||
| Daar onder verschijnt een | en . | |||||
| Als u geen tijd instelt automatisch de timer en 59 minuten. | met de of toets gaat na 3 seconden lopen. De timer loopt tot maximaal 9 uur | |||||
| licht op en de tijd loopt 2. Druk nogmaals op de | op. toets om deze uit te schakelen. | |||||
Verder lezen op pagina 21Inhoud