Bosch CNG6764S6, tekst van de handleiding
Pagina's 38–50 van 80 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 26–37verder op pagina 51 →
Pagina 38
nl Rekjes
Drogen
U dient de binnenruimte na afloop van het programma droog te maken, zodat er geen vocht achterblijft.
Drogen starten
Tijdens het drogen wordt de binnenruimte verwarmd, zodat er vocht in de binnenruimte verdampt. Open vervolgens de apparaatdeur, zodat de waterdamp uit de binnenruimte verdwijnt.
Attentie!
Schade aan het email: start geen programma of functie wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt. Dit water dient voor gebruik te worden verwijderd.
- 1. Het apparaat af laten koelen.
- 2. Grove verontreiniging in de binnenruimte direct verwijderen en het vocht van de bodem afnemen.
- 3. Zo nodig met de toets on/off het apparaat inschakelen.
- 4. Tip op het veld menu.
De keuzelijst met de functies verschijnt.
- 5. Tip op het tekstveld “Reinigen”.
- 6. Tip op het tekstveld “Drogen”.
De tijdsduur wordt weergegeven. Deze kan niet worden veranderd.
- 7. Starten met de toets start/stop .
Het drogen wordt gestart en na 10 minuten automatisch beëindigd.
- 8. Apparaatdeur openen en 1 tot 2 minuten open laten, zodat het vocht uit de binnenruimte kan ontsnappen.
De binnenruimte handmatig schoonmaken
- 1. Apparaat laten afkoelen.
- 2. Vervuiling uit de binnenruimte verwijderen.
- 3. Binnenruimte met een spons droogmaken.
- 4. Apparaatdeur 1 uur open laten, zodat de binnenruimte helemaal droog wordt.
Rekjes
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij u uit hoe u de rekjes kunt verwijderen en schoonmaken.
Rekjes verwijderen en bevestigen
Waarschuwing – Risico van verbranding!
De rekjes worden heel heet. Nooit de hete rekjes aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Rekjes verwijderen
- 1. Uittrekbaar deel er naar voren uittrekken.
- 2. Rekje aan de voorkant naar boven drukken (Afb. ) en losmaken (Afb. ).
- 1 2
- 3. Hierna het hele rekje naar buiten draaien en aan de acterkant losmaken (Afb. ).
E
D
Maak de rekjes schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.
Pagina 39
Rekjes nl
Houders inbrengen
Wanneer bij het verwijderen van de rekjes de houders gevallen zijn, moeten ze weer op de juiste manier worden aangebracht.
- 1. De houders zijn aan de voor- en achterkant verschillend (Afb. ).
- 2. De houder van voren met de haak naar boven in het ronde gat steken , een beetje schuin zetten, onder inbrengen en recht zetten (Afb. ).
- 3. De houder van achteren met de haak in het bovenste gat ophangen en in de onderste opening drukken (Afb. ).
D
E
Rekjes ophangen
Let er bij het ophangen op dat het uittrekbare deel zich aan de onderkant bevindt.
De rekjes passen alleen links of rechts.De uitschuifbare rails moeten er naar voren kunnen worden uitgetrokken.
- 1. De achterkant van het rekje schuin zetten en boven en beneden in de geleiding leggen (Afb. ).
- 2. Rekje naar voren trekken (Afb. ).
- 3. Hierna aan de voorkant toeklappen en inbrengen (Afb. ).
- 4. en naar beneden drukken (Afb. ).
- 5. Uittrekbare delen weer volledig inschuiven.
Pagina 40
nl Apparaatdeur
Apparaatdeur
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij u uit hoe u de apparaatdeur kunt verwijderen en schoonmaken.
Deurafscherming afnemen
De roestvrijstalen inlegger in de deurafscherming kan verkleuren. Om de deur grondig schoon te maken kunt u de afscherming verwijderen.
- 1. Apparaatdeur een beetje openen.
- 2. Links en rechts op de afscherming drukken (Afb. ).
- 3. Afscherming afnemen (Afb. ).
Apparaatdeur voorzichtig sluiten
- 1 2
Aanwijzing: De roestvrijstalen inlegger in de afscherming schoonmaken met een middel voor roestvrij staal. De rest van de deurafscherming schoonmaken met warm zeepsop en een zachte doek.
- 4. Apparaatdeur weer een beetje openen De afscherming plaatsen en aandrukken tot hij hoorbaar vergrendelt (Afb. ).
- 5. Apparaatdeur sluiten.
Deurruiten verwijderen en inbrengen
Om ze gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de apparaatdeur afnemen.
Van het apparaat verwijderen
- 1. Apparaatdeur een beetje openen.
- 2. Links en rechts op de afscherming drukken (Afb. ).
- 3. Afscherming afnemen (Afb. ).
- 1 2
- 4. De schroeven links en rechts van de apparaatdeur losdraaien en verwijderen (Afb. ).
- 5. Klem er voordat u de deur weer sluit een samengevouwen vaatdoek tussen (Afb. ).
De ruit aan de voorkant er naar boven uittrekken en met de deurgreep naar beneden op een egaal oppervlak leggen.
- 6. De beide houders van de middelste ruit naar boven drukken, niet afnemen (Afb. ). Houd de ruit met één hand vast. De ruit uitnemen.
Reinig de ruiten met glasreiniger en een zachte doek.
Pagina 41
Apparaatdeur nl
Waarschuwing – Ernstig gezondheidsrisico!
Door het opendraaien van de schroeven is de veiligheid van uw apparaat niet meer gewaarborgd. Er kan energie van de microgolven naar buiten komen. De schroeven nooit opendraaien.
De vier zwarte schroeven niet losschroeven (Afb. ).
Waarschuwing
Risico van letsel!
Risico van
- Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
- letsel!Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten. Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Inbrengen in het apparaat
Let er bij het inbrengen van de middelste ruit op dat de pijl zich rechtsboven op de ruit bevindt en overeenstemt met de pijl op de plaat.
- 1. Middelste ruit onder in de houder inbrengen (Afb. ) en aan de bovenkant aandrukken.
- 2. Beide houders naar beneden drukken (Afb. ).
- 1 2
- 3. Voorste ruit onder in de houders leiden (Afb. ).
- 4. Voorste ruit sluiten tot de beide bovenste haken zich tegenover de opening bevinden (Afb. ).
- 5. Tegen de onderkant van de voorste ruit drukken tot hij hoorbaar vergrendelt (Afb. ).
- 6. Apparaatdeur weer een beetje openen en vaatdoek verwijderen.
- 7. De beide schroeven links en rechts weer vastdraaien.
- 8. De afscherming plaatsen en aandrukken tot hij hoorbaar vergrendelt (Afb. ).
- 9. Apparaatdeur sluiten.
Attentie!
Gebruik de binnenruimte pas weer wanneer de ruiten naar behoren zijn ingezet.
Pagina 42
nl Wat te doen bij storingen?
3Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Probeer voordat u contact opneemt met de servicedienst de storing zelf op te lossen met behulp van de tabel.
Storingen zelf verhelpen
Technische storingen aan het apparaat kunt u vaak heel gemakkelijk zelf verhelpen.
Lukt een gerecht niet optimaal, dan vindt u aan het einde van de gebruiksaanwijzing vele tips en aanwijzingen voor de bereiding. "Voor u in onze kookstudio uitgetest." op pagina 46
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing / aanwijzing |
|---|---|---|
| Apparaat werkt niet | Zekering defect | Controleer de zekering in de meterkast. |
| Stroomuitval | Controleer of het keukenlicht of andere keukenapparaten functioneren. | |
| Op het display staat “Sprache Deutsch”. | Stroomuitval | Stel de taal en de tijd opnieuw in. |
| Als het apparaat uitgeschakeld is, verschijnt de actuele tijd niet. | Basisinstelling gewijzigd. | Wijzig de basisinstelling van de tijdsindicatie |
| De apparaatdeur kan niet worden geopend. | Apparaatdeur is vergrendeld met het kinderslot. | Deactiveer het kinderslot door ca. 4 seconden lang op het veld te drukken. De vergrendeling kan in de basisinstellingen worden uitgeschakeld. |
| Apparaatdeur kan niet worden geopend, op het display is het symbool verlicht | Apparaatdeur is vergrendeld door de reinigingsfunctie. | Wacht totdat de binnenruimte is afgekoeld en het symbool verdwenen is. |
| Apparaat warmt niet op, op het display is het symbool niet meer verlicht. | De demonstratiemodus is geactiveerd in de basisinstellingen. | Ontkoppel het apparaat even van het net (zekering in de meterkast uitschakelen) en deactiveer de demonstratiemodus vervolgens binnen 3 minuten in de basisinstellingen. |
| De bedieningsring is uit het lager op het bedieningspaneel gevallen. | De bedieningsring is per ongeluk ontgrendeld. | De bedieningsring is afneembaar. Leg de bedieningsring eenvoudig weer in het lager op het bedieningspaneel en druk hem erin, zodat hij vergrendelt en weer normaal kan worden gedraaid. |
| De bedieningsring kan niet gemakkelijk meer worden gedraaid. | Er zit vuil onder de bedieningsring. | De bedieningsring is afneembaar. Om hem te ontgrendelen trekt u hem eenvoudig uit het lager. Of u drukt op de buitenste rand van de ring, zodat hij kantelt en gemakkelijk kan worden opgepakt. De bedieningsring en het lager op het apparaat voorzichtig reinigen met zeepsop en een schoonmaakdoekje. Met een zachte doek nadrogen. Gebruik hiervoor geen scherpe of schurende middelen. Niet laten weken of in de vaatwasmachine doen. Neem de bedieningsring niet te vaak af, zodat het lager stabiel blijft. |
| Bij het reinigen van de magnetron wordt de binnenruimte heet. | Droogfunctie is ingeschakeld. | Wanneer er alleen van de magnetronfunctie gebruik wordt gemaakt, wordt bij de standen 600 W en max automatisch de bovenwarmte ingeschakeld, om condens te voorkomen. Het kookresultaat wordt hierdoor niet beïnvloed. U kunt deze functie in de basisinstellingen uitschakelen. Neem de gegevens m.b.t. de magnetron in acht. "De magnetron" op pagina 25 |
| Home Connect functioneert niet correct. | Ga naar www.home-connect.com | |
| Het gebruik met stoom of het ontkalken start niet of loopt niet verder | Watertank leeg | Watertank vullen |
| Afscherming is open | Afscherming sluiten | |
| Door het ontkalken wordt het gebruik met stoom geblokkeerd | Ontkalken uitvoeren | |
| Sensor defect | Contact opnemen met de servicedienst | |
| Het apparaat vraagt u te spoelen | Tijdens het ontkalken is de stroomtoevoer onderbroken of het apparaat uitgeschakeld | Nadat het apparaat weer ingeschakeld is, twee keer spoelen |
| Het apparaat vraagt u te ontkalken, zonder dat eerst de teller verschijnt | De ingestelde waterhardheid is te laag | Ontkalken uitvoeren Ingestelde waterhardheid controleren en eventueel aanpassen |
| Toetsen knipperen | Normaal verschijnsel door condenswater achter het bedieningspaneel | Zodra het condenswater verdampt is, knipperen de toetsen niet meer |
Pagina 43
Wat te doen bij storingen? nl
| Het bereidingsresultaat bij toepassingen met stoom is te vochtig of te droog geworden | Er is een verkeerde stoomintensiteit gekozen | Een lagere of hogere stoomintensiteit kiezen |
| De melding "Watertank vullen“ verschijnt, hoewel de tank gevuld is | Afscherming is open | Afscherming sluiten |
| Watertank niet vergrendeld | Watertank vergrendelen "Stoom" op pagina 22 | |
| Sensor defect | Contact opnemen met de servicedienst | |
| Watertank is gevallen. Als gevolg van de trillingen zijn er onderdelen in de watertank losgekomen, hierdoor raakt hij lek. | nieuwe watertank bestellen | |
| De afscherming voor het uitnemen van de tank gaat niet open | Stekker is niet in het stopcontact gestoken | Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet |
| Stroomuitval | Controleer of andere keukenapparaten functioneren | |
| Zekering defect | Controleer in de meterkast of de zekering voor het apparaat in orde is | |
| Sensor van het veld defect | Contact opnemen met de servicedienst Zo nodig de watertank leegmaken: apparaatdeur openen, de afscherming rechts en links vastpakken en de afscherming eruit trekken | |
| Tijdens het gebruik is een plofgeluidje hoorbaar | Koud/warmeffect bij diepvriesproducten, veroorzaakt door de waterdamp | Niet mogelijk |
| Het apparaat start niet en op het display verschijnt “Binnenruimte te heet” -------- | De binnenruimte is te heet voor het gekozen gerecht of de verwarmingsmethode | Binnenruimte laten afkoelen en opnieuw starten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)
Waarschuwing – Gevaar voor letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.Nooit proberen het apparaat zelf te repareren. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Bij defect van het apparat met de servicedienst contact opnemen;
Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
Foutmeldingen op het display
Verschijnt er op het display een foutmelding met “D” of “E”, bijv. D0111 of E0111, schakel het apparaat dan met de toets on/off uit en weer in.
Betreft het een eenmalige storing, dan verdwijnt de indicatie. Verschijnt de foutmelding opnieuw, neem dan contact op met de servicedienst en geef hierbij exact aan wat de foutmelding is.
Maximale gebruiksduur
Heeft u de instellingen van uw apparaat meerdere uren niet gewijzigd, dan wordt het opwarmen automatisch stopgezet. Zo wordt voorkomen dat het apparaat ongewild blijft werken.
Het tijdstip waarop de maximale gebruiksduur wordt bereikt, is afhankelijk van de functie-instellingen.
Maximale gebruiksduur bereikt
Op het display verschijnt een melding dat de maximale gebruiksduur is bereikt.
Om de werking voort te zetten tipt u op een willekeurig veld of draait u aan de bedieningsring.
Wanneer u het apparaat niet gebruikt, schakel het dan met de toets on/off uit.
Tip: Om te voorkomen dat het apparaat niet ongewenst uitschakelt, bijv. bij zeer lange bereidingstijden, kunt u een tijdsduur instellen. Het apparaat warmt op totdat de ingestelde tijdsduur is afgelopen.
Lampen van de binnenruimte
Voor de verlichting van de binnenruimte beschikt uw apparaat over een of meerdere duurzame LED-lampen.
Mocht een LED-lamp of het glazen kapje toch eens defect zijn, neem dan contact op met de servicedienst. Het kapje van de lamp mag niet verwijderd worden.
Pagina 44
nl Servicedienst
4Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van medewerkers van de servicedienst te voorkomen.
E-nummer en FD-nummer
Geef aan de servicedienst altijd het volledige productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opendoet.
Bij enkele apparaten die werken met stoom vindt u het typeplaatje achter de afdekking.
( 1U
)'
= 1U
Om niet te lang te hoeven zoeken kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
E-nr. FD-nr.
Servicedienst
Houd er rekening mee dat een bezoek van medewerkers van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantieperiode kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4010
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Gerechten
Met de functie “Assist” kunt u de meest uiteenlopende gerechten bereiden. Het apparaat kiest de optimale instellingen voor u.
Om goede resultaten te bereiken, mag de binnenruimte niet te heet zijn voor de gekozen gerechten. Is dit wel het geval, dan krijgt u een aanwijzing op het display. Laat de binnenruimte afkoelen en start nogmaals.
Aanwijzingen bij de instellingen
- Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit van de levensmiddelen en de grootte en de aard van de vormen. Gebruik voor een optimaal bereidingsresultaat alleen ongeschonden levensmiddelen en vlees op koelkasttemperatuur.
Gebruik bij diepvriesgerechten alleen levensmiddelen die direct uit de diepvries komen.
- Bij enkele gerechten wordt een temperatuur, verwarmingsmethode en bereidingstijd voorgesteld.
U kunt de temperatuur en bereidingstijd aanpassen aan uw behoeften
- Bij andere gerechten wordt u gevraagd het gewicht in te voeren. Voer altijd het totale gewicht in, tenzij het apparaat iets anders aangeeft. Hier regelt het apparaat de tijd- en temperatuurinstellingen voor u.
Het is niet mogelijk gewichten in te stellen buiten het betreffende gewichtsbereik.
- Bij vleesgerechten waarbij het apparaat de temperatuurkeuze voor u regelt, kunnen temperaturen tot 300 °C worden bereikt. Let er daarom op dat u vormen gebruikt die voldoende hittebestendig zijn.
- U krijgt bijv. aanwijzingen over de vorm, de inschuifhoogte of het toevoegen van vloeistof aan vlees. Vele gerechten moeten tijdens de bereiding bijv. worden gekeerd of omgeroerd. Dit wordt kort na de start weergegeven op het display. U wordt hier op het juiste tijdstip door een signaal aan herinnerd.
- Aan het einde van de gebruiksaanwijzing vindt u aanwijzingen voor geschikte vormen en tips en trucs voor de bereiding. "Voor u in onze kookstudio uitgetest." op pagina 46
Magnetron
Bij enkele gerechten wordt automatisch de magnetron geactiveerd. Door de magnetron wordt de bereidingsduur aanzienlijk verkort, zelfs bijna gehalveerd. Het apparaat wijst u erop vormen te gebruiken die geschikt zijn voor de magnetron. In het hoofdstuk Magnetron vindt u aanwijzingen over geschikte vormen. "De magnetron" op pagina 25
Bereiding met stoom
Bij enkele gerechten wordt automatisch de stoomfunctie geactiveerd. Algemene aanwijzingen voor de stoomfunctie vindt u in het betreffende hoofdstuk. "Stoom" op pagina 22
Pagina 45
Gerechten nl
Waarschuwing – Kans op verbrandingen!
Bij het openen van de deur van het apparaat kan hete stoom vrijkomen. Afhankelijk van de temperatuur is er geen stoom te zien. Tijdens het openen niet te dicht bij het apparaat staan. De deur van het apparaat voorzichtig openen. Zorg ervoor dat kinderen uit de buurt blijven.
Braadthermometer
Bij enkele gerechten kunt u ook de braadthermometer gebruiken. Zodra u de braadthermometer in het apparaat heeft gestoken, krijgt u bijbehorende gerechten te zien.U kunt de temperatuur van de binnenruimte en de kerntemperatuur wijzigen.
"Braadthermometer" op pagina 28
Gerecht kiezen
De gerechten zijn op dezelfde manier opgebouwd:
- Categorie
- Voedingswaar
- Gerecht
In de volgende tabellen staan de categorieën met de bijbehorende etenswaar vermeld. Achter alle etenswaren vindt u een of meerdere gerechten.
| Categorieën Gebak, brood, pizza | Etenswaar Gebak |
|---|---|
| Klein gebak | |
| Koekjes | |
| Brood | |
| Broodjes | |
| Hartig gebak, pizza, quiche | |
| Ovenschotels, soufflés | Ovenschotel, hartig, vers, gegaarde ingrediënten |
| Lasagne, vers | |
| Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog | |
| Ovenschotel, zoet, vers | |
| Soufflé in portievormen | |
| Diepvriesproducten | Pizza |
| Ovenschotels | |
| Aardappelproducten | |
| Vlees, gevogelte | |
| Groente | |
| Gevogelte | Kip |
| Eend, gans | |
| Kalkoen | |
| Vlees | Varkensvlees |
| Rundvlees | |
| Kalfsvlees | |
| Lamsvlees | |
| Wildbraad | |
| Vleesgerechten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 45)
| Categorieën Vis | Etenswaar Vis |
|---|---|
| Visfilets | |
| Groente | Eenpansgerecht met groente |
| Groente gratineren | |
| Gebakken aardappels, gehalveerd | |
| Aardappels in de oven, heel | |
| Regenereren, opbakken | Groente |
| Menu | |
| Gebak | |
| Bijgerechten | |
| Etenswaar ontdooien | Brood, broodjes |
| Gebak | |
| Vlees, gevogelte | |
| Vis |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 45)
Baksensor
Uw apparaat beschikt over een baksensor. Deze wordt automatisch geactiveerd, zodra u gebak uit de volgende categorieën van de keuzelijst kiest. Wanneer de baksensor geactiveerd is, verschijnt het symbool op het display.
| Categorie Gebak, brood, pizza | Gerechten Gebak | Gerechten Gebak in vormen |
|---|---|---|
| Gebak op de plaat | ||
| Zwitserse wähe/taart | ||
| Klein gebak | Bladerdeeggebak | |
| Muffins | ||
| Gistdeeggebak | ||
| Hartig gebak, pizza, quiche | Hartig gebak, quiche | |
| Pizza | ||
| Flammkuchen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 45)
De rest wordt door het apparaat geregeld. Het bakproces verloopt vervolgens volledig automatisch, u hoeft verder niets in te stellen. Zodra het gebak klaar is, gaat het apparaat vanzelf uit. Er klinkt een signaal. De tijdsduur komt ongeveer overeen met het recept van uw gerecht en wordt niet weergegeven. De baksensor kan alleen worden gestart als de oven afgekoeld is.
Alle overige gebakcategorieën worden niet door de sensor geregeld. Hier krijgt u een gebruikelijke instelling met aanpassingsmogelijkheden aangeboden.
Geschikt zijn donkere metalen bakvormen. Gebruik geen bakvormen van silicone of accessoires die silicone bevatten. De baksensor raakt dan beschadigd.
Zolang op het display “Deur niet openen” wordt weergegeven, is de baksensor actief. De apparaatdeur niet openen, omdat de instellingen dan worden afgebroken. Het apparaat biedt u de functie Nagaren. Het apparaat warmt verder op en u kunt de voorgestelde tijd aanpassen. U dient zelf toezicht te houden op de voortgang.
Pagina 46
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Gerecht instellen
U wordt volledig door het instelproces van het door u gekozen gerecht geleid.
Met behulp van de bedieningsring kunt u in de afzonderlijke niveaus bladeren.
- 1. Tip op het veld menu.
De keuzelijst met de functies verschijnt.
- 2. Tip op het tekstveld “Assist”.
De categorieën worden weergegeven.
- 3. Tip op de gewenste categorie.
De bij de categorie behorende gerechten worden weergegeven.
- 4. Tip op het gewenste gerecht.
De afzonderlijke gerechten worden weergegeven.
- 5. Tip op het gewenste gerecht.
Op het display verschijnen de bijbehorende instellingen. Bij veel gerechten kunt u de instellingen aanpassen aan uw wensen.
Bij sommige gerechten moet u in de plaats hiervan het gewicht instellen.
Tip: Via het tekstveld “Tip” krijgt u aanwijzingen voor de accessoires en de inschuifhoogte.
- 6. Starten met de toets start/stop .
De tijdsduur loopt af op het display.
Het apparaat begint op te warmen.
Wanneer de tijdsduur beëindigd is, klinkt er een signaal.Het apparaat warmt niet meer op.
Wanneer het gerecht klaar is, schakelt u het apparaat uit met de toets on/off .
Nagaren
Nadat de tijdsduur afgelopen is, kunt u indien u nog niet tevreden bent met het bereidingsresultaat bij enkele gerechten nagaren.
Op het display verschijnt de vraag of u wilt nagaren. Wilt u nagaren, tip dan op het tekstveld “Nagaren”. Er wordt een tijdsduur voorgesteld die u kunt veranderen. Starten met de toets start/stop .
Aanwijzing: U kunt zo vaak nagaren als u wilt.
Bent u tevreden met het resultaat, tip dan op het tekstveld “Beëindigen”.
Schakel het apparaat met de toets on/off uit.
De eindtijd op een later tijdstip zetten
Bij enkele gerechten kunt u de eindtijd op een later tijdstip zetten. Voor de start op het tekstveld “Einde” tippen en met de bedieningsring de eindtijd uitstellen.
Na de start gaat het apparaat in de wachtstand.De eindtijd kan niet meer worden gewijzigd.
Wijzigen en afbreken
Na de start kunnen de instellingen niet meer worden gewijzigd.
Wilt u het proces afbreken, schakel het apparaat dan met de toets on/off uit.Met de toets start/stop kunt u de werking niet meer stopzetten.
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
U vindt hier een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt zijn voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over vormen en de bereiding.
Aanwijzing: Bij het bereiden van levensmiddelen kan veel waterdamp in de binnenruimte ontstaan.
Uw apparaat is heel energie-efficiënt en geeft tijdens de werking slechts weinig warmte naar buiten af. Op grond van de hoge temperatuurverschillen tussen de binnenruimte en de buitenste delen van het apparaat kan er condenswater op de deur, het bedieningspaneel of nabijgelegen meubelfronten neerslaan. Dit is een normaal natuurkundig verschijnsel. Door voorverwarmen of de deur voorzichtig te openen, kan het condensaat worden gereduceerd.
Bij een toepassing met stoom is het gewenst dat er veel waterdamp in de binnenruimte ontstaat. Veeg na het garen de binnenruimte droog nadat deze is afgekoeld.
Geen vormen van silicone gebruiken
Voor een optimaal kookresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
Attentie!
Geen bakvormen van silicone of silicone-achtige, herbruikbare bakfolie, afdekkingen of accessoires gebruiken. De baksensor kan dan beschadigd raken. Ook wanneer de baksensor niet wordt gebruikt, kan hij beschadigd raken.
Uitzonderingen:
- Bakpapier dat van een laagje silicone is voorzien kan worden gebruikt.
- Wanneer er een braadthermometer is meegeleverd, kan deze worden gebruikt.
Gebak en klein gebak
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van gebak en klein gebak. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Bakken in combinatie met microgolven
Wanneer u in combinatie met microgolven bakt, kunt u de bereidingstijd aanzienlijk verkorten.
Gebruik altijd een hitte- en magnetronbestendige vorm. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm. "De magnetron" op pagina 25
Pagina 47
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
In de combistand kunt u doorgaans normale bakvormen van metaal gebruiken. Als tussen bakvorm en rooster vonken optreden, controleert u of de buitenzijde van de vorm schoon is. Verander de positie van de vorm op het rooster. Als dat niet helpt, bakt u zonder microgolven verder. De bakduur zal daardoor toenemen.
Als u vormen van kunststof, keramiek of glas gebruikt, kunt u de baktijden uit de insteltabellen verkorten. Het gebak bruint dan minder sterk aan de onderkant.
Bakken in combinatie met microgolven is slechts op één niveau mogelijk.
Bakken met stoom
Bepaald gebak (bijv. gebak van gistdeeg) krijgt met stoom een knapperig korstje en een glanzend oppervlak. Het gebak droogt minder uit.
Bakken met stoom is alleen in één niveau mogelijk.
Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gebakken. Deze zijn in de tabel aangegeven.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogte voor het bakken op één niveau:
- Hoogte 1
Bakken op twee niveaus
Gebruik 4Dhetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
- Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie sparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht naar binnen. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Gebruik bij vochtig gebak de braadslede, zodat bij overlopend vocht de binnenruimte niet vuil wordt.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Voor het bakken met stoom dienen de bakvormen hitte- en stoombestendig te zijn.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Gebak of klein gebak zou dan alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorbakken zijn.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven baktijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Voor bepaalden gerechten is het nodig om voor te verwarmen, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Wilt u volgens eigen recept bakken, ga dan te werk volgens de beschrijving van soortgelijk gebak in de tabel.Bijkomende informatie vindt u onder de tips voor het bakken na de insteltabel.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Pagina 48
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- 4D hetelucht
- • Boven- en onderwarmte
- • Pizzastand
- • Intensieve warmte
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
- 1 = laag
- 2 = gemiddeld
- 3 = hoog
| Gerecht Gebak in vormen | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Stoomintensiteit | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Cake, eenvoudig | Krans/rechthoekige vorm | 1 | 150-170 | - | - | 55-70 | |
| Cake, eenvoudig | Krans/rechthoekige vorm | 1 | 160-180 | 90 | - | 30-40 | |
| Cake, eenvoudig | Krans/rechthoekige vorm | 1 | 150-160 | - | 1 | 50-70 | |
| Cake, fijn | Krans/rechthoekige vorm | 1 | 150-170 | - | - | 60-80 | |
| Vruchtentaart van roerdeeg, fijn | Tulband-/springvorm | 1 | 160-180 | - | - | 45-60 | |
| Vruchtentaart van roerdeeg, fijn | Tulband-/springvorm | 1 | 170-190 | 90 | - | 35-45 | |
| Taartbodem van roerdeeg | Taartbodemvorm | 1 | 150-170 | - | - | 20-40 | |
| Taartbodem van roerdeeg | Taartbodemvorm | 2 | 160-180 | - | 1 | 25-35 | |
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 160-170 | - | - | 65-85 | |
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 160-180 | 180 | - | 30-40 | |
| 100 | - | - | 20 | ||||
| Zwitserse vruchtentaart | Pizzaplaat | 1 | 200-220 | - | - | 40-50 | |
| Taart | Taartvorm, zwart metaal | 1 | 200-220 | - | - | 25-40 | |
| Taart | Taartvorm, zwart metaal | 1 | 210-220 | - | 1 | 30-40 | |
| Gistdeegtulband | Tulbandvorm | 1 | 150-160 | - | - | 65-75 | |
| Gistdeegtulband | Tulbandvorm | 1 | 150-160 | - | 1 | 60-70 | |
| Gistdeeggebak in de springvorm | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 150-160 | - | - | 25-35 | |
| Gistdeeggebak in de springvorm | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 160-170 | - | 2 | 25-35 | |
| Biscuitbodem, 2 eieren | Taartbodemvorm | 1 | 170-180 | - | - | 20-30 | |
| Biscuitbodem, 2 eieren | Taartbodemvorm | 1 | 150-160 | - | 1 | 25-35 | |
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 160-170* | - | - | 25-35 | |
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 150-160 | - | 1 - | 10 20-30 | |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 150-170* | - | - | 30-50 | |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 150-160 | - | 1 - | 10 25-35 | |
| Gebak op de plaat | |||||||
| Cake met bedekking | Bakplaat | 1 | 160-180 | - | - | 20-40 | |
| Cake met bedekking | Bakplaat | 1 | 160-170 | - | 1 | 30-40 | |
| Cake, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | - | - | 35-50 | |
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 180-200 | - | - | 25-30 | |
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | - | - | 40-55 | |
| Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 1 | 160-180 | - | - | 60-80 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 48)
* voorverwarmen
** 5 min. voorverwarmen, niet de snelverwarmingsfunctie gebruiken
Pagina 49
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Stoomintensiteit | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Zwitserse vruchtentaart | Braadslede | 1 | 200-210 | - | 40-50 | ||
| Gebak van gistdeeg met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 160-180 | - | 15-25 | ||
| Gebak van gistdeeg met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 150-160 | 1 | 25-35 | ||
| Gistdeeggebak met droge bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 160-170 | - | 25-35 | ||
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 1 | 180-200 | - | 30-45 | ||
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-160 | - | 45-60 | ||
| Broodvlecht, gistdeegkrans | Bakplaat | 1 | 150-160 | - | 35-45 | ||
| Broodvlecht, gistdeegkrans | Bakplaat | 1 | 150-170 | 2 | 30-40 | ||
| Biscuitrol | Bakplaat | 1 | 190-210* | - | 10-15 | ||
| Biscuitrol | Bakplaat | 1 | 190-210* | 1 | 10-15 | ||
| Kerststol van 500 g bloem | Braadslede | 1 | 150-160 | - | 50-60 | ||
| Kerststol van 500 g bloem | Braadslede | 1 | 140-150 | 2 | 80-90 | ||
| Strudel, zoet | Braadslede | 1 | 170-180 | - | 40-60 | ||
| Strudel, zoet | Braadslede | 1 | 180-190 | 2 | 50-60 | ||
| Strudel, diepvries | Braadslede | 1 | 190-210 | - | 35-50 | ||
| Strudel, diepvries | Braadslede | 1 | 180-190 | 1 | 35-45 | ||
| Strudel, diepvries | Braadslede | 1 | 200-220 | 90 | - | 20-25 | |
| Klein gebak | |||||||
| Small cakes | Bakplaat | 1 | 160** | - | 25-35 | ||
| Small cakes | Bakplaat | 1 | 150** | - | 20-30 | ||
| Small cakes, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140** | - | 30-40 | ||
| Muffins | Muffinplaat | 1 | 170-190 | - | 15-30 | ||
| Muffins | Muffinplaat | 1 | 150-160 | 1 | 25-30 | ||
| Muffins, 2 niveaus | Muffinplaten | 3+1 | 150-170* | - | 20-30 | ||
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat | 1 | 160-170 | - | 30-40 | ||
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat | 1 | 160-180 | 2 | 25-35 | ||
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 2 | 170-190* | - | 20-45 | ||
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 1 | 200-220* | 1 | 15-25 | ||
| Bladerdeeggebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 170-190* | - | 20-45 | ||
| Deeg van bijv. soesjes | Bakplaat | 1 | 200-220 | - | 30-45 | ||
| Deeg van bijv. soesjes | Bakplaat | 1 | 200-220* | 1 | 25-35 | ||
| Plunderdeeggebak | Bakplaat | 1 | 160-180 | - | 20-30 | ||
| Plunderdeeggebak | Bakplaat | 1 | 160-180 | 2 | 25-35 | ||
| Koekjes | |||||||
| Sprits | Bakplaat | 1 | 150-160** | - | 20-30 | ||
| Sprits | Bakplaat | 1 | 140-150** | - | 25-35 | ||
| Koekjes | Bakplaat | 2 | 140-160 | - | 15-30 | ||
| Koekjes, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 130-150 | - | 20-35 | ||
| Schuimgebak | Bakplaat | 2 | 80-90* | - | 120-150 | ||
| Schuimgebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 80-90* | - | 120-180 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 49)
* voorverwarmen
** 5 min. voorverwarmen, niet de snelverwarmingsfunctie gebruiken
Pagina 50
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Gerecht Accessoires/vormen Inschuifhoogte | Verwar- Tempera-mingsme- tuur in °C thode | Magnetronvermogen in watt | Stoomintensiteit | Duur in min. |
| Makronen Bakplaat 2 | 90-110 | - | - | 20-40 |
| Makronen, 2 niveaus Braadslede + bakplaat 3+1 | 90-110 | - | - | 20-40 |
| * voorverwarmen | ||||
| ** 5 min. voorverwarmen, niet de snelverwarmingsfunctie gebruiken |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 50)
Tips voor gebak en klein gebak
U wilt vaststellen, of het gebak doorgebakken is.
Het gebak zakt in.
Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen.
Het sap van de vruchten stroomt over. Klein gebak plakt bij het bakken aan elkaar.
Het gebak is te droog.
Het gebak is over het geheel te licht.
Het gebak is aan de bovenkant te licht, maar onder te donker.
Het gebak is aan de bovenkant te donker, maar onder te licht.
Het gebak wordt te donker aan de achterkant.
Het gebak is over het geheel te donker.
Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden.
U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste. Het gebak ziet er goed uit, maar is binnen niet goed doorgebakken.
Het gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten.
Steek met een houten prikker op de hoogste plaats in het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar.
Gebruik de volgende keer minder vloeistof. Of stel de temperatuur 10 °C lager in en verleng de baktijd. Let op de aangegeven ingrediënten en bereidingsaanwijzingen in het recept.
Vet alleen de bodem van de springvorm in. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes.
Gebruik de volgende keer de braadslede.
Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2cm te zijn. Zo is er voldoende plaats om het gebak goed te laten rijzen en helemaal bruin te laten worden.
Stel de temperatuur 10 °C hoger in en verkort de baktijd.
Zijn de inschuifhoogte en de toebehoren juist, verhoog dan evt. de temperatuur of houd een langere baktijd aan.
Plaats het gebak de volgende keer één niveau hoger.
Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. Kies een lagere temperatuur en verleng de baktijd.
Zet de bakvorm niet direct tegen de achterwand maar midden op de toebehoren.
Kies de volgende keer een lagere temperatuur en verleng evt. de baktijd.
Kies een wat lagere temperatuur.
Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Let erop dat de bakvorm niet direct voor de openingen in de achterwand van de binnenruimte staat. Bij het bakken van klein gebak moet u indien mogelijk gelijke groottes en diktes aanhouden.
Kies voor het bakken op meerdere niveaus altijd 4D-hetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Bak iets langer bij een wat lagere temperatuur en voeg evt. minder vloeistof toe. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop.
Laat het gebak na het bakken nog 5 tot 10 minuten afkoelen. Als het er nog steeds niet uit komt, maakt u de rand voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer in en bestrooi hem met paneermeel.
Brood en broodjes
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van brood en broodjes. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten. Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Bakken met stoom
Brood en broodjes krijgen met stoom een knapperig korstje en een glanzend oppervlak. Het gebak droogt minder uit.
Bakken met stoom is alleen in één niveau mogelijk.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogte voor het bakken op één niveau:
- Hoogte 1