naslaan.comZoekenAlle merken

Bosch COA565GS0, tekst van de handleiding

Pagina's 157–168 van 192 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 144–156verder op pagina 169 →

Pagina 157

Magnetron nl

7.7 Automatische veiligheidsuitschakeling

De automatische veiligheidsuitschakeling wordt geactiveerd wanneer het apparaat gedurende langere tijd zonder ingestelde tijdsduur in gebruik is.

Na 9 uur schakelt het apparaat automatisch uit.

8 Magnetron

Met de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten bereiden, verwarmen, bakken of ontdooien. U kunt de magnetron alleen, of in combinatie met een andere verwarmingsmethode gebruiken.

8.1 Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron

Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het apparaat niet te beschadigen, dient u geschikte vormen en accessoires te gebruiken.

Opmerking: Voordat u vormen voor de magnetron gebruikt dient u de informatie van de fabrikant in acht te nemen. Voer bij twijfel een serviestest uit.

Geschikt voor de magnetron

Vormen en accessoiresToelichting
Vormen van hitte- en magnetronbestendig materiaal:
• Glas
• Glaskeramiek
• Porselein
• Temperatuurbestendige kunststof
• Volledig geglaceerd keramiek zonder barsten
Deze materialen laten microgolven door. Microgolven beschadigen hittebestendige vormen niet.
Bestek van metaalOpmerking: Om kookvertraging te voorkomen kunt u metalen bestek gebruiken, bijv. een lepel in een glas.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 157)

LET OP!

Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.

Niet geschikt voor de magnetron

Vormen en accessoiresToelichting
Vormen van metaalMetaal laat geen microgolven door. De gerechten warmen nauwelijks op.
Servies met goud- of zilverdecorMicrogolven kunnen gouddecor en zilverdecor beschadigen.
Tip: Wanneer door de fabrikant wordt gegarandeerd dat de vorm geschikt is voor de magnetron, kunt u de vorm gebruiken.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 157)

8.2 Vormen testen op hun magnetronbestendigheid

Controleer m.b.v. een serviestest of vormen geschikt zijn voor de magnetron. Het apparaat mag alleen bij een serviestest met gebruik van de magnetronfunctie zonder gerechten worden gebruikt.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.

8.3 Magnetronvermogen

Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en het gebruik ervan.

Magnetronvermogen in wattGebruik
90Gevoelige gerechten ontdooi- en.
180Gerechten ontdooien en verder bereiden.
360Vlees en vis klaarmaken of gevoelige gerechten opwarmen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 157)

Pagina 158

nl Magnetron

Magnetronvermogen in wattGebruik
600Gerechten verwarmen en bereiden.
1000Verwarmen van vloeistoffen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 158)

Opmerkingen

Voorgestelde waarden

Bij elk magnetronvermogen stelt het apparaat een tijdsduur voor. U kunt de voorgestelde waarde overnemen of in het betreffende bereik wijzigen.

8.4 Intervallen van de tijdinstellingen

Het interval bij het instellen van een tijdsduur bij magnetronfunctie wijzigt zich met de lengte van de tijdsduur.

GebruiksduurInterval
0-1 minuten5 seconden
1-3 minuten10 seconden
3-15 minuten30 seconden
15 minuten - 1 uur1 minuut
1 uur - 1 uur 30 minuten5 minuten

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 158)

8.5 Magnetron instellen

LET OP!

Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.

U kunt de tijdsduur te allen tijde tijdens het bedrijf met de draaiknop wijzigen.

Opmerking: Als de duur verstreken is, beëindigt het apparaat de magnetronfunctie en er klinkt een signaal.

8.6 Tijdsduur instellen

brandt.

8.7 Magnetronvermogen wijzigen

Opmerking: Door meerdere keren te tippen worden de vermogensstanden van de hoogste naar de laagste doorlopen.

Als u de magnetronfunctie pas na het starten toevoegt, pauzeert het apparaat. Start de werking met .

8.8 Werking onderbreken

knippert.

brandt.

8.9 Bedrijf afbreken

U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.

8.10 Binnenruimte verwarmen en drogen

Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht achterblijft.

is in het display gemarkeerd.

Pagina 159

CombiSpeed nl

8.11 Droog de binnenruimte handmatig

Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht achterblijft.

9 CombiSpeed

U kunt de magnetronfunctie combineren met de grill- en de stoomfunctie.

De functie CombiSpeed is mogelijk met de volgende functies:

Uitzonderingen:

9.1 CombiSpeed instellen

Schakel bij een verwarmingsmethode ook de magnetron in.

brandt.

9.2 Magnetronvermogen wijzigen

Opmerking: Door meerdere keren te tippen worden de vermogensstanden van de hoogste naar de laagste doorlopen.

Als u de magnetronfunctie pas na het starten toevoegt, pauzeert het apparaat. Start de werking met .

9.3 Werking onderbreken

knippert.

brandt.

9.4 Bedrijf afbreken

U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.

10 Grill

Met de grill kunt u uw gerechten roosteren of gratineren. U kunt de grill alleen of in combinatie met de magnetron gebruiken.

10.1 Grill instellen

Grillfuncties

Afhankelijk van de soort en hoeveelheid van de gerechten kunt u kiezen tussen twee verschillende grillfuncties:

FunctieGerechten
Grill, grootGebruik grill, groot om grote stukken vlees en toast te grillen of om ovenschotels te gratineren.
Grill, kleinGebruik grill, klein om kleine hoeveelheden te grillen. Hierbij wordt alleen het middelste deel van het grillelement heet.
Grillstanden
U kunt kiezen uit de volgende grillstanden.
Grill, groot
GrillstandGerechten
1 (zwak)• Hoge ovenschotels
• Soufflés

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 159)

Pagina 160

nl Stoom

GrillstandGerechten
2 (gemiddeld)• Platte ovenschotels
• Vis
3 (sterk)• Worstjes
• Toast
Grill, klein
GrillstandGerechten
1 (zwak)Voor kleine hoeveelheden soufflés en hoge ovenschotels.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 160)

10.2 Tijdsduur instellen

brandt.

10.3 Grillstand wijzigen

Als de grillfunctie is gekozen of de functie al is gestart, kunt u de grillstand altijd wijzigen.

10.4 Werking onderbreken

knippert.

brandt.

10.5 Bedrijf afbreken

U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.

11 Stoom

De stoomfunctie kunt u alleen of gecombineerd met de grillfunctie en de magnetronfunctie gebruiken. Om optimaal gebruik te kunnen maken van de stoomfunctie dient u het rooster te verwijderen. Plaats de glazen braadslede op inschuifhoogte 3 en zet de stoombak erin.

Opmerking: Tijdens het gebruik hoort u een brommend geluid. Het geluid ontstaat door de werking van de pomp. Dit is normaal.

11.1 Stoomstanden

Bij de stoomfunctie kunt u kiezen uit verschillende intensiteiten.

De stoomstanden kiest u via . Het display toont de gekozen stoomstand.

StoomstandGerechten
1 (gering)Voor het ontdooien van groente, vlees, vis en fruit

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 160)

StoomstandGerechten
2 (gemiddeld)Voor het klaarmaken van desserts, vis en worstjes
3 (sterk)Voor het bereiden van groente, vis, bijgerechten, voor het uitpersen van fruit en om te blancheren

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 160)

11.2 Stoom instellen

Opmerking: Als u het apparaat langere tijd niet hebt gebruikt, voer dan eerst een spoelcyclus uit.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.

→ "Watertank vullen", Pagina 161

Pagina 161

Stoom nl

brandt,

Opmerkingen

→ "Na elk gebruik met stoom", Pagina 162

11.3 Stoom-combifunctie

Bij enkele verwarmingsmethoden kunt u de stoomfunctie erbij inschakelen. Bij het bereiden met stoom brengt het apparaat met verschillende tussenpozen en intensiteiten stoom in de binnenruimte. Hierdoor krijgt u een beter bereidingsresultaat.

Uw gerecht krijgt een knapperig korstje.

krijgt een glanzend oppervlak.

wordt van binnen sappig en zacht.

en het volume wordt slechts minimaal gereduceerd.

De stoom-combifunctie is met volgende functies mogelijk:

Stoom-combifunctie instellen

Schakel bij een verwarmingsmethode ook de magnetron in.

brandt.

Opmerkingen

Stoomstand wijzigen

Opmerking: Door meerdere keren indrukken worden de standen van de hoogste tot de laagste doorlopen. Na de laagste stand wordt de stoomfunctie gedeactiveerd. Door het opnieuw indrukken activeert u de stoomfunctie, beginnend bij de hoogste stand.

11.4 Werking onderbreken

knippert.

brandt.

11.5 Bedrijf afbreken

U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.

11.6 Watertank vullen

De watertank bevindt zich rechts achter de tankafdekking onder de apparaatdeur. Voordat u de stoomfunctie gaat gebruiken dient u de tankafdekking te openen en water in de watertank te doen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!

Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.

Vereiste: De waterhardheid is correct ingesteld. → "Waterhardheid instellen", Pagina 155

Pagina 162

nl Stoom

11.7 Watertank bijvullen

Opmerkingen

11.8 Na elk gebruik met stoom

In de binnenruimte blijft vocht achter. Neem de druipgoot en de binnenruimte voorzichtig af.

Het wordt aanbevolen om na gebruik altijd de functie spoelen te gebruiken. Vervolgens de watertank en het opvangbakje leegmaken en drogen.

Opmerking: Kalkvlekken verwijderen met een in azijn gedrenkte doek, afnemen met helder water en drogen met een zachte doek.

Apparaat spoelen

Om uw apparaat schoon te houden, kunt u water door het buissysteem pompen. Het apparaat laat vervolgens het water in het opvangbakje lopen.

Opmerking: Na het spoelen kunnen er zich opgeloste kalkdeeltjes in het opvangbakje bevinden. Dit is normaal en beïnvloedt de werking niet.

Pagina 163

Automatische programma's nl

Watertank legen

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.

LET OP!

Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gereinigd veroorzaakt dit schade.

Lekgoot droogmaken

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.

De druipgoot bevindt zich onder de binnenruimte.

Het water in de druipgoot met een sponsdoekje opzuigen en voorzichtig opnemen.

Binnenruimte verwarmen en drogen

Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht achterblijft.

is in het display gemarkeerd.

Droog de binnenruimte handmatig

Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht achterblijft.

12 Automatische programma's

De automatische programma's ondersteunen u bij het bereiden van verschillende gerechten en kiest automatisch de optimale instellingen.

12.1 Aanwijzingen bij de instellingen voor gerechten

Volg deze aanwijzingen op om een optimaal bereidingsresultaat te krijgen.

Pagina 164

nl Automatische programma's

12.2 Overzicht van de gerechten

Het apparaat vraagt u het gewicht op te geven. U kunt alleen gewichten binnen het betreffende gewichtsgebied instellen.

Ontdooien

Tip: Plak de programmasticker op uw apparaat. Zo kunt u gemakkelijker en sneller terugvallen op de programma's.

Nr.GerechtenToebehorenInschuifhoogteGewichtsbereik in kgAanwijzingen
Gehakt van rund-, lams- of
varkensvlees¹, 2
Vlakke open vorm00,10 - 1,20Verwijder vlees dat al is ontdooid na het keren.
Visfilet¹, 2Vlakke open vorm00,10 - 1,00Filet van snoek, kabeljauw, roodbaars, koolvis, snoekbaars
Stukken kip met
been¹, 2
Vlakke open vorm00,15 - 1,20Leg de stukken kip met de kant van het vel naar onderen.
Sneetjes brood¹, 2Vlakke open vorm00,10 - 0,50Tarwebrood, gemengd tarwebrood, volkorenbrood; brood dient u alleen in de benodigde hoeveelheid te ontdooien. Het boord wordt snel oudbakken. Maak indien mogelijk de sneetjes brood los van elkaar.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 164)

1 Let op het keersignaal.
2 Gebruik servies dat geschikt is voor de magnetron.
Gevogelte, vlees, vis
Nr. GerechtenToebehorenInschuifhoogteGewichtsbereik in kgAanwijzingen
Visfilet, vers¹Stoomschaal + glazen braadslede30,20 - 0,50
Visfilet, diepvries¹ 1 Vul de watertank.Stoomschaal + glazen braadslede30,20 - 0,50Gebruik gelijkmatig vlakke visfilets.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 164)

Groente, bijgerechten
Nr. GerechtenToebehorenInschuifhoogteGewichtsbereik in kgAanwijzingen
Broccoli, vers¹ 1 Vul de watertank.
2 Let op het roersignaal.
Stoomschaal + glazen braadslede30,10 - 1,00

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 164)

3 Gebruik servies dat geschikt is voor de magnetron.

Pagina 165

Automatische programma's nl

Nr.GerechtenToebehorenInschuifhoogteGewichtsbereik in kgAanwijzingen
Erwten, diepvries¹Stoomschaal + glazen braadslede30,10 - 1,00
Plakjes wortel, vers¹Stoomschaal + glazen braadslede30,10 - 0,75Hoe dikker de plakken, des te beetvaster het resultaat. Als u de gerechten helemaal gaar wilt, voert u een hoger gewicht in. Hierdoor wordt de programmaduur verlengd.
Groene asperges, vers¹Stoomschaal + glazen braadslede30,10 - 0,70Niet over elkaar heen leggen.
Rijst², 3hoge vorm met deksel00,10 - 0,50Gebruik alleen rijst met lange korrel. Gebruik geen rijst in kookzakjes. Doe 2-3 keer zoveel water bij de rijst. Laat de rijst na het einde van het programma 5 - 10 min rusten.
Gekookte
aardappelen³, 1
Stoomschaal + glazen braadslede30,20 - 0,50Schil de aardappelen en snijd de aardappelen in blokjes. Hoe groter de stukken, hoe beetvaster het resultaat.
1 Vul de watertank.Vruchtencompote³,
1, 2
Stoomschaal + glazen braadslede30,30 - 0,80Doe wat suiker en kaneel bij de vruchten. Bij een compote van kleinfruit frambozen en aardbeien pas toevoegen na het roersignaal.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 165)

2 Let op het roersignaal.
3 Gebruik servies dat geschikt is voor de magnetron.
Convenience
Nr. GerechtenToebehorenInschuifhoogteGewichtsbereik in kgAanwijzingen
Bordgerecht opwarmen, gekoeldvlakke vorm op de glazen braadslede30,20 - 0,50
Bordgerecht opwarmen, diepvriesvlakke vorm op de glazen braadslede30,20 - 0,50

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 165)

Pagina 166

nl Tijdfuncties

12.3 Gerecht instellen

Vóór het starten kunt u met en tussen het gerecht en het gewicht wisselen.

Na de start kunt u het gerecht en het gewicht niet meer wijzigen. Met kunt u het ingestelde gewicht weergeven.

brandt.

Na de start kunt u het programmanummer en het gewicht niet meer wijzigen. Met kunt u het ingestelde gewicht opvragen.

12.4 Gerecht wijzigen

drukken of de

12.5 Bedrijf onderbreken

U kunt het bedrijf te allen tijde stoppen.

knippert.

brandt.

12.6 Bedrijf afbreken

U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.

13 Tijdfuncties

Uw apparaat beschikt over tijdfuncties waarmee u de tijdsduur alsmede de timer kunt instellen.

13.1 Overzicht van de tijdfuncties

Uw apparaat heeft verschillende tijdfuncties Met roept u het menu op en gaat u van de ene naar de andere functie. Op het display zijn de symbolen van de beschikbare functies verlicht. De zojuist gekozen functie staat in de focus.

TijdfunctieGebruik
TimerDe timer kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet. Na het verstrijken van een wekkertijd klinkt een signaal.
TijdsduurNa afloop van een ingestelde tijdsduur eindigt de werking automatisch. Pas na het instellen van een verwarmingsmethode, kunt u de tijdsduur met opvragen. Na het verstrijken van een duur klinkt een signaal.
TijdZolang er geen andere functie op de voorgrond loopt, wordt de tijd op het display aangegeven.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 166)

Opmerking: U kunt het signaal voortijdig beëindigen door op te drukken. Hoe lang een signaal klinkt, kunt u in de Basisinstellingen → Pagina 167 wijzigen.

13.2 Tijdfuncties opvragen

Vereiste: Wanneer er meerdere tijdfuncties zijn ingesteld, zijn de bijbehorende symbolen op het display verlicht. U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen. Tijdens de werking zijn timer en tijdsduur beschikbaar. Tijdens sluimerstand zijn timer en tijd beschikbaar.

13.3 Timer instellen

13.4 Timer wijzigen

Pagina 167

Kinderslot nl

13.5 Timer wissen

13.6 Tijdsduur instellen

13.7 Tijdsduur wijzigen

13.8 Tijdsduur wissen

Opmerking: Bij een ingestelde wekkerfunctie moet u eerst op drukken om de duur te wijzigen.

13.9 Tijd instellen

Bij ingebruikname staat de tijdsweergave in de focus. Op het display knippert : en brandt.

13.10 Tijd wijzigen

Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.

Opmerking: Als u na het instellen van de tijd niet op drukt, neemt het apparaat de ingestelde waarde na enkele seconden automatisch over.

Als u tijdens de instellingen de positie van de functiekeuzeknop hebt veranderd, kunt u het apparaat pas gebruiken als u de functiekeuzeknop op de nulstand draait.

Om het stand-byverbruik van uw apparaat te verminderen kunt u de tijdsweergave uitschakelen.

14 Kinderslot

Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.

14.1 Kinderslot activeren

Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.

Opmerking: Als u een wekkertijd hebt ingesteld, dan loopt deze door. Zolang het kinderslot actief is, kunt u de wekkertijd niet wijzigen.

Geluidssignalen kunt u beëindigen door op een willekeurig veld te drukken.

14.2 Kinderslot deactiveren

15 Basisinstellingen

U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.

15.1 Overzicht van de basisinstellingen

Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.

IndicatieBasisinstellingKeuzeBeschrijving
Signaalduur= kort = 10 seconden = gemiddeld = 30 seconden¹ = lang = 2 minutenSignaalduur van het verstrijken van een tijdsduur of de timer instellen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 167)

1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)

Pagina 168

nl Reiniging en onderhoud

IndicatieBasisinstellingKeuzeBeschrijving
Toetssignaal= uit = aan¹Toetssignalen in- of uitschakelen.
Displayhelderheid= laag = gemiddeld¹ = hoogHelderheid van display instellen.
Tijdsweergave= uit = aan¹Tijd op het display weergeven.
Verlichting van de binnenruimte= uit = aan¹Verlichting van de binnenruimte in- of uitschakelen.
Waterhardheid= onthard = zacht = gemiddeld = hard = zeer hard¹Waterhardheid instellen → Pagina 155.
Fabrieksinstelling= uit¹ = aanGewijzigde instellingen terugzetten naar de fabrieksinstellingen.
Demonstratiemodus= uit¹ = aanDemomodus in- of uitschakelen.
Opmerking: De demonstratiemodus is alleen zichtbaar tijdens de eerste 5 minuten na aansluiting van het apparaat.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 168)

1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)

15.2 Basisinstellingen wijzigen

Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.

Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de gewijzigde basisinstellingen behouden.

15.3 Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken

16 Reiniging en onderhoud

Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.

16.1 Tips voor apparaatonderhoud

Neem de tips voor apparaatonderhoud in acht om de werking van het apparaat lang in stand te houden.

MaatregelVoordeel
Het apparaat altijd schoon houden en vuil direct verwijderen. Maak de binnenruimte na elk gebruik schoon.Dan zet het vuil zich niet vast en brandt het niet in.
Vlekken van kalk, vet, zetmeel en eiwit onmiddellijk verwijderen.Corrosie voorkomen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 168)

MaatregelVoordeel
Bij erg vochtig gebak de glazen braadslede gebruiken.De binnenruimte wordt dan niet zo vuil.
Gebruik voor het braden een geschikte vorm, bijv. een braadslede.De binnenruimte wordt dan niet zo vuil.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 168)

16.2 Reinigingsmiddelen

Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.

← pagina's 144–156verder op pagina 169 →Inhoud