Bosch COA565GS0, tekst van de handleiding
Pagina's 157–168 van 192 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 144–156verder op pagina 169 →
Pagina 157
Magnetron nl
7.7 Automatische veiligheidsuitschakeling
De automatische veiligheidsuitschakeling wordt geactiveerd wanneer het apparaat gedurende langere tijd zonder ingestelde tijdsduur in gebruik is.
Na 9 uur schakelt het apparaat automatisch uit.
8 Magnetron
Met de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten bereiden, verwarmen, bakken of ontdooien. U kunt de magnetron alleen, of in combinatie met een andere verwarmingsmethode gebruiken.
8.1 Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron
Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het apparaat niet te beschadigen, dient u geschikte vormen en accessoires te gebruiken.
Opmerking: Voordat u vormen voor de magnetron gebruikt dient u de informatie van de fabrikant in acht te nemen. Voer bij twijfel een serviestest uit.
Geschikt voor de magnetron
| Vormen en accessoires | Toelichting |
|---|---|
| Vormen van hitte- en magnetronbestendig materiaal: • Glas • Glaskeramiek • Porselein • Temperatuurbestendige kunststof • Volledig geglaceerd keramiek zonder barsten | Deze materialen laten microgolven door. Microgolven beschadigen hittebestendige vormen niet. |
| Bestek van metaal | Opmerking: Om kookvertraging te voorkomen kunt u metalen bestek gebruiken, bijv. een lepel in een glas. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 157)
LET OP!
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
Niet geschikt voor de magnetron
| Vormen en accessoires | Toelichting |
|---|---|
| Vormen van metaal | Metaal laat geen microgolven door. De gerechten warmen nauwelijks op. |
| Servies met goud- of zilverdecor | Microgolven kunnen gouddecor en zilverdecor beschadigen. Tip: Wanneer door de fabrikant wordt gegarandeerd dat de vorm geschikt is voor de magnetron, kunt u de vorm gebruiken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 157)
8.2 Vormen testen op hun magnetronbestendigheid
Controleer m.b.v. een serviestest of vormen geschikt zijn voor de magnetron. Het apparaat mag alleen bij een serviestest met gebruik van de magnetronfunctie zonder gerechten worden gebruikt.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
- 2. Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut instellen op de maximale vermogensstand.
- 3. In werking stellen met .
- 4. De vorm meerdere keren controleren:
- Wanneer de vorm koud of handwarm is, dan is deze geschikt voor de magnetron.
- Wanneer de vorm heet is of er vonken ontstaan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan niet geschikt voor de magnetron.
8.3 Magnetronvermogen
Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en het gebruik ervan.
| Magnetronvermogen in watt | Gebruik |
|---|---|
| 90 | Gevoelige gerechten ontdooi- en. |
| 180 | Gerechten ontdooien en verder bereiden. |
| 360 | Vlees en vis klaarmaken of gevoelige gerechten opwarmen. |
Pagina 158
nl Magnetron
| Magnetronvermogen in watt | Gebruik |
|---|---|
| 600 | Gerechten verwarmen en bereiden. |
| 1000 | Verwarmen van vloeistoffen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 158)
Opmerkingen
- Bij elke magnetronstand stelt het apparaat een duur voor. U kunt deze overnemen of in het betreffende bereik wijzigen.
- Het maximale magnetronvermogen is alleen voor het verwarmen van vloeistoffen bestemd. Ter bescherming van het apparaat wordt het maximale vermogen van de magnetron gedurende de eerste minuten trapsgewijs tot 600 W gereduceerd. Het maximale vermogen is na een afkoelperiode beschikbaar.
Voorgestelde waarden
Bij elk magnetronvermogen stelt het apparaat een tijdsduur voor. U kunt de voorgestelde waarde overnemen of in het betreffende bereik wijzigen.
8.4 Intervallen van de tijdinstellingen
Het interval bij het instellen van een tijdsduur bij magnetronfunctie wijzigt zich met de lengte van de tijdsduur.
| Gebruiksduur | Interval |
|---|---|
| 0-1 minuten | 5 seconden |
| 1-3 minuten | 10 seconden |
| 3-15 minuten | 30 seconden |
| 15 minuten - 1 uur | 1 minuut |
| 1 uur - 1 uur 30 minuten | 5 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 158)
8.5 Magnetron instellen
LET OP!
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.
- 1. De Veiligheidsinstructies → Pagina 146 en de aanwijzingen ter voorkoming van materiële schade → Pagina 149 in acht nemen.
- 2. Zet de functiekeuzeknop op .
- Het apparaat is klaar voor gebruik. Op het display wordt als voorgestelde waarde het maximale magnetronvermogen weergegeven.
- 3. Druk op om het gewenste magnetronvermogen in te stellen.
- Op het display wordt de magnetronstand gemarkeerd en wordt een voorgestelde duur weergegeven.
- 4. Met de draaiknop de gewenste tijdsduur instellen.
- 5. In werking stellen met .
U kunt de tijdsduur te allen tijde tijdens het bedrijf met de draaiknop wijzigen.
- De tijdsduur loopt af en de magnetronfunctie start.
- De LED brandt.
Opmerking: Als de duur verstreken is, beëindigt het apparaat de magnetronfunctie en er klinkt een signaal.
8.6 Tijdsduur instellen
- 1. Een functie instellen.
- 2. Druk op totdat is benadrukt.
- 3. Met de draaiknop de gewenste tijdsduur instellen.
- 4. Druk op .
- Het apparaat begint op te warmen.
brandt.
- U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
8.7 Magnetronvermogen wijzigen
- Op drukken tot de gewenste stand op het display is gekozen.
Opmerking: Door meerdere keren te tippen worden de vermogensstanden van de hoogste naar de laagste doorlopen.
Als u de magnetronfunctie pas na het starten toevoegt, pauzeert het apparaat. Start de werking met .
8.8 Werking onderbreken
- 1. Druk op of open de deur van het apparaat.
- Het apparaat stopt de werking.
knippert.
- 2. Sluit de apparaatdeur.
- 3. Druk op .
- Het apparaat zet de functie voort.
brandt.
8.9 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien.
- Het apparaat breekt de lopende functies af.
8.10 Binnenruimte verwarmen en drogen
Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht achterblijft.
- 1. Laat het apparaat afkoelen.
- 2. Verwijder direct grove verontreiniging uit de binnenruimte.
- 3. Het vocht van de bodem van de binnenruimte afnemen.
- 4. Kies met de functiekeuzeknop.
- 5. Druk tweemaal op .
is in het display gemarkeerd.
- 6. Stel met de draaiknop een tijdsduur van 15 minuten in.
- 7. Start de werking met .
- Het drogen start en eindigt na 15 minuten.
- 8. De apparaatdeur gedurende 1 tot 2 minuten openen, zodat de waterdamp ontsnapt.
Pagina 159
CombiSpeed nl
8.11 Droog de binnenruimte handmatig
Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht achterblijft.
- 1. Laat het apparaat afkoelen.
- 2. Verwijder grove verontreiniging uit de binnenruimte.
- 3. Droog de binnenruimte met een spons.
- 4. Laat de deur van het apparaat één uur geopend, zodat de binnenruimte helemaal droog wordt.
9 CombiSpeed
U kunt de magnetronfunctie combineren met de grill- en de stoomfunctie.
De functie CombiSpeed is mogelijk met de volgende functies:
- Stoom
- Grill, groot
- Grill, klein
Uitzonderingen:
- Magnetronstand 1000 watt
9.1 CombiSpeed instellen
Schakel bij een verwarmingsmethode ook de magnetron in.
- 1. Zet de functiekeuzeknop op een combineerbare verwarmingsmethode.
- Het display toont een voorgestelde waarde.
- 2. Een gewenste stoomstand of grillstand instellen.
- 3. Druk op om het gewenste magnetronvermogen in te stellen.
- Het display toont een voorgestelde waarde voor de duur.
- 4. Stel de tijdsduur in met de draaiknop.
- 5. Start de werking met .
- De duur loopt af en de functie start.
- U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
brandt.
- Als de duur is verstreken, beëindigt het apparaat de functie en er klinkt een signaal.
9.2 Magnetronvermogen wijzigen
- Op drukken tot de gewenste stand op het display is gekozen.
Opmerking: Door meerdere keren te tippen worden de vermogensstanden van de hoogste naar de laagste doorlopen.
Als u de magnetronfunctie pas na het starten toevoegt, pauzeert het apparaat. Start de werking met .
9.3 Werking onderbreken
- 1. Druk op of open de deur van het apparaat.
- Het apparaat stopt de werking.
knippert.
- 2. Sluit de apparaatdeur.
- 3. Druk op .
- Het apparaat zet de functie voort.
brandt.
9.4 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien.
- Het apparaat breekt de lopende functies af.
10 Grill
Met de grill kunt u uw gerechten roosteren of gratineren. U kunt de grill alleen of in combinatie met de magnetron gebruiken.
10.1 Grill instellen
- 1. De functiekeuzeknop op of zetten.
- 2. Met de draaiknop een grillstand instellen.
- Het display toont de grillstand.
- 3. Met de draaiknop de gewenste tijdsduur instellen.
- 4. Start de werking met .
- Het apparaat begint op te warmen. Na het opwarmen zijn geringe temperatuurschommelingen normaal.
- De temperatuurindicatie is volledig verlicht. Opmerking: Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal.
Grillfuncties
Afhankelijk van de soort en hoeveelheid van de gerechten kunt u kiezen tussen twee verschillende grillfuncties:
| Functie | Gerechten |
|---|---|
| Grill, groot | Gebruik grill, groot om grote stukken vlees en toast te grillen of om ovenschotels te gratineren. |
| Grill, klein | Gebruik grill, klein om kleine hoeveelheden te grillen. Hierbij wordt alleen het middelste deel van het grillelement heet. |
| Grillstanden | |
| U kunt kiezen uit de volgende grillstanden. Grill, groot | |
| Grillstand | Gerechten |
| 1 (zwak) | • Hoge ovenschotels • Soufflés |
Pagina 160
nl Stoom
| Grillstand | Gerechten |
|---|---|
| 2 (gemiddeld) | • Platte ovenschotels • Vis |
| 3 (sterk) | • Worstjes • Toast |
| Grill, klein | |
| Grillstand | Gerechten |
| 1 (zwak) | Voor kleine hoeveelheden soufflés en hoge ovenschotels. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 160)
10.2 Tijdsduur instellen
- 1. Een functie instellen.
- 2. Druk op totdat is benadrukt.
- 3. Met de draaiknop de gewenste tijdsduur instellen.
- 4. Druk op .
- Het apparaat begint op te warmen.
brandt.
- U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
10.3 Grillstand wijzigen
Als de grillfunctie is gekozen of de functie al is gestart, kunt u de grillstand altijd wijzigen.
- De grillstand met de draaiknop wijzigen.
- De tijdsduur blijft ongewijzigd.
10.4 Werking onderbreken
- 1. Druk op of open de deur van het apparaat.
- Het apparaat stopt de werking.
knippert.
- 2. Sluit de apparaatdeur.
- 3. Druk op .
- Het apparaat zet de functie voort.
brandt.
10.5 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien.
- Het apparaat breekt de lopende functies af.
11 Stoom
De stoomfunctie kunt u alleen of gecombineerd met de grillfunctie en de magnetronfunctie gebruiken. Om optimaal gebruik te kunnen maken van de stoomfunctie dient u het rooster te verwijderen. Plaats de glazen braadslede op inschuifhoogte 3 en zet de stoombak erin.
Opmerking: Tijdens het gebruik hoort u een brommend geluid. Het geluid ontstaat door de werking van de pomp. Dit is normaal.
11.1 Stoomstanden
Bij de stoomfunctie kunt u kiezen uit verschillende intensiteiten.
De stoomstanden kiest u via . Het display toont de gekozen stoomstand.
| Stoomstand | Gerechten |
|---|---|
| 1 (gering) | Voor het ontdooien van groente, vlees, vis en fruit |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 160)
| Stoomstand | Gerechten |
|---|---|
| 2 (gemiddeld) | Voor het klaarmaken van desserts, vis en worstjes |
| 3 (sterk) | Voor het bereiden van groente, vis, bijgerechten, voor het uitpersen van fruit en om te blancheren |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 160)
11.2 Stoom instellen
Opmerking: Als u het apparaat langere tijd niet hebt gebruikt, voer dan eerst een spoelcyclus uit.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
- 1. Kies met de functiekeuzeknop.
- Het apparaat is klaar voor gebruik.
- De maximale stoomstand en een duur van 20 minuten zijn als standaardwaarden ingesteld.
- De pijl bij knippert.
- 2. De watertank verwijderen, tot de markering MAX vullen met vers water en volledig in de tankschacht schuiven.
→ "Watertank vullen", Pagina 161
Pagina 161
Stoom nl
- 3. indrukken tot de gewenste vermogensstand is bereikt.
- Het display toont de gekozen stoomstand.
- 4. Met de draaiknop de gewenste tijdsduur instellen. U kunt ook eerst de duur en dan de stoomstand instellen.
- 5. Start de werking met .
- De pijl bij gaat uit en het symbool zonder pijl brandt.
brandt,
- De temperatuurindicatie is volledig verlicht.
- Op het display loopt de tijdsduur af. Het tijdstip waarop de watertank leegraakt, is afhankelijk van de stoomstand.
Opmerkingen
- Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal.
- Wanneer de watertank tijdens het gebruik leegraakt, wordt het programma onderbroken en knippert de pijl van het watertanksymbool . De watertank tot de markering MAX vullen met vers water en de werking met voortzetten.
- U kunt de stoomstand tijdens het gebruik altijd met wijzigen.
- Na de bereiding met stoom de druipgoot en de binnenruimte afnemen.
→ "Na elk gebruik met stoom", Pagina 162
11.3 Stoom-combifunctie
Bij enkele verwarmingsmethoden kunt u de stoomfunctie erbij inschakelen. Bij het bereiden met stoom brengt het apparaat met verschillende tussenpozen en intensiteiten stoom in de binnenruimte. Hierdoor krijgt u een beter bereidingsresultaat.
Uw gerecht krijgt een knapperig korstje.
krijgt een glanzend oppervlak.
wordt van binnen sappig en zacht.
en het volume wordt slechts minimaal gereduceerd.
De stoom-combifunctie is met volgende functies mogelijk:
- Magnetron
- Grill, groot
- Grill, klein
Stoom-combifunctie instellen
Schakel bij een verwarmingsmethode ook de magnetron in.
- 1. Zet de functiekeuzeknop op een combineerbare verwarmingsmethode.
- Het display toont een voorgestelde waarde voor de temperatuur.
- 2. Met de draaiknop de gewenste stand instellen.
- 3. indrukken tot de gewenste stand op het display is gekozen.
- Op het display verschijnt het watertanksymbool .
- 4. De watertank vullen.
- 5. Start de werking met .
- De duur loopt af en de functie start.
- U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
brandt.
- Als de duur is verstreken, beëindigt het apparaat de functie en er klinkt een signaal.
Opmerkingen
- Als de watertank leeg is, wordt de werking zonder de stoomfunctie voortgezet. Er verschijnt geen indicatie op het display.
- Het openen van de apparaatdeur beïnvloedt het kookresultaat. Houd de deur van het apparaat tijdens de bereiding gesloten.
Stoomstand wijzigen
- indrukken tot de gewenste stand op het display verschijnt.
Opmerking: Door meerdere keren indrukken worden de standen van de hoogste tot de laagste doorlopen. Na de laagste stand wordt de stoomfunctie gedeactiveerd. Door het opnieuw indrukken activeert u de stoomfunctie, beginnend bij de hoogste stand.
11.4 Werking onderbreken
- 1. Druk op of open de deur van het apparaat.
- Het apparaat stopt de werking.
knippert.
- 2. Sluit de apparaatdeur.
- 3. Druk op .
- Het apparaat zet de functie voort.
brandt.
11.5 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien.
- Het apparaat breekt de lopende functies af.
11.6 Watertank vullen
De watertank bevindt zich rechts achter de tankafdekking onder de apparaatdeur. Voordat u de stoomfunctie gaat gebruiken dient u de tankafdekking te openen en water in de watertank te doen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank.
- Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
Vereiste: De waterhardheid is correct ingesteld. → "Waterhardheid instellen", Pagina 155
Pagina 162
nl Stoom
- 1. Op het midden van de tankafdekking drukken.
- De tankafdekking gaat open.
- 2. De watertank uit de tankschacht trekken.
- 3. De watertank tot de markering "MAX" vullen met koud water.
- 4. De watertank in de tankschacht plaatsen en deze volledig inschuiven.
- 5. De tankafdekking sluiten.
11.7 Watertank bijvullen
Opmerkingen
- Wanneer de watertank tijdens gebruik leegloopt, is de reactie van het apparaat afhankelijk van de functie:
- Stoomfunctie: het apparaat onderbreekt de werking. Het display geeft een melding weer. Bij de hoogste stoomstand is één tankvulling voldoende voor ca. 30-40 minuten en bij lagere stoomstanden voor een duidelijk langere tijd.
- Stoom met magnetron: het apparaat onderbreekt de werking. Eén tankvulling is voldoende voor ca. 50 minuten.
- Grill met stoom: het apparaat zet de werking met grill voort: het display toont geen melding. Bij de hoogste stoomstand is één tankvulling voldoende voor ca. 3 uur en bij lagere stoomstanden voor een duidelijk langere tijd.
- De aangegeven tijden kunnen variëren.
- 1. Open het bedieningspaneel.
- 2. De watertank eruit nemen.
- 3. De watertank tot aan de markering MAX vullen.
- 4. De gevulde watertank inzetten en het bedieningspaneel sluiten.
11.8 Na elk gebruik met stoom
In de binnenruimte blijft vocht achter. Neem de druipgoot en de binnenruimte voorzichtig af.
Het wordt aanbevolen om na gebruik altijd de functie spoelen te gebruiken. Vervolgens de watertank en het opvangbakje leegmaken en drogen.
Opmerking: Kalkvlekken verwijderen met een in azijn gedrenkte doek, afnemen met helder water en drogen met een zachte doek.
Apparaat spoelen
Om uw apparaat schoon te houden, kunt u water door het buissysteem pompen. Het apparaat laat vervolgens het water in het opvangbakje lopen.
Opmerking: Na het spoelen kunnen er zich opgeloste kalkdeeltjes in het opvangbakje bevinden. Dit is normaal en beïnvloedt de werking niet.
- 1. Kies met de functiekeuzeknop.
- Het display geeft de duur van het programma weer. U kunt de tijdsduur niet wijzigen.
- 2. De tankafdekking openen.
- 3. Het opvangbakje verwijderen en leegmaken.
- 4. Het lege opvangbakje er volledig inschuiven.
Pagina 163
Automatische programma's nl
- 5. De watertank verwijderen en eventueel restwater verwijderen.
- 6. De watertank grondig uitspoelen en met vers water vullen.
- 7. De watertank volledig inschuiven.
- 8. De tankafdekking sluiten.
- 9. Druk op .
- Het apparaat pompt water door de buizen.
- De tijdsduur loopt af op het display.
- Zodra de tijdsduur beëindigd is, klinkt er een signaal.
- 10. Het opvangbakje leegmaken.
Watertank legen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
LET OP!
Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gereinigd veroorzaakt dit schade.
- De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
- Reinig de watertank met een zachte doek en een in de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
- 1. In het midden op de tankafdekking drukken.
- De tankafdekking klapt naar boven.
- 2. De watertank er uit trekken.
- 3. Verwijder het deksel van de watertank voorzichtig.
- 4. De watertank legen, met een afwasmiddel reinigen en met schoon water grondig uitspoelen.
- 5. Droog alle onderdelen met een zachte doek.
- 6. Wrijf de afdichting van het deksel droog.
- 7. Laat de watertank drogen met geopend deksel.
- 8. Plaats het deksel op de watertank en druk het aan.
- 9. De watertank volledig inschuiven.
- 10. De tankafdekking sluiten en kort in het midden drukken.
- De tankafdekking is vergrendeld.
Lekgoot droogmaken
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen. Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. Open de apparaatdeur.
- 2. De tankafdekking openen.
- 3. De watertank en het opvangbakje verwijderen.
- 4. Opmerking:
De druipgoot bevindt zich onder de binnenruimte.
Het water in de druipgoot met een sponsdoekje opzuigen en voorzichtig opnemen.
Binnenruimte verwarmen en drogen
Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht achterblijft.
- 1. Laat het apparaat afkoelen.
- 2. Verwijder direct grove verontreiniging uit de binnenruimte.
- 3. Het vocht van de bodem van de binnenruimte afnemen.
- 4. Kies met de functiekeuzeknop.
- 5. Druk tweemaal op .
is in het display gemarkeerd.
- 6. Stel met de draaiknop een tijdsduur van 15 minuten in.
- 7. Start de werking met .
- Het drogen start en eindigt na 15 minuten.
- 8. De apparaatdeur gedurende 1 tot 2 minuten openen, zodat de waterdamp ontsnapt.
Droog de binnenruimte handmatig
Droog de binnenruimte na elk gebruik, zodat er geen vocht achterblijft.
- 1. Laat het apparaat afkoelen.
- 2. Verwijder grove verontreiniging uit de binnenruimte.
- 3. Droog de binnenruimte met een spons.
- 4. Laat de deur van het apparaat één uur geopend, zodat de binnenruimte helemaal droog wordt.
12 Automatische programma's
De automatische programma's ondersteunen u bij het bereiden van verschillende gerechten en kiest automatisch de optimale instellingen.
12.1 Aanwijzingen bij de instellingen voor gerechten
Volg deze aanwijzingen op om een optimaal bereidingsresultaat te krijgen.
- Gebruik alleen levensmiddelen van onberispelijke kwaliteit.
- Gebruik alleen vlees dat op koelkasttemperatuur is.
- Gebruik alleen diepvriesgerechten die direct uit de diepvries komen.
- Neem de levensmiddelen uit hun verpakking en weeg de levensmiddelen af. Wanneer u het exacte gewicht op het apparaat niet kunt instellen, dan rondt u het gewicht naar boven af.
- Zet de levensmiddelen in de onverwarmde binnenruimte.
- Gebruik uitsluitend vormen voor magnetrongeschikt krasbestendige vormen, bijv. van glas of keramiek.
Pagina 164
nl Automatische programma's
12.2 Overzicht van de gerechten
Het apparaat vraagt u het gewicht op te geven. U kunt alleen gewichten binnen het betreffende gewichtsgebied instellen.
Ontdooien
Tip: Plak de programmasticker op uw apparaat. Zo kunt u gemakkelijker en sneller terugvallen op de programma's.
| Nr. | Gerechten | Toebehoren | Inschuifhoogte | Gewichtsbereik in kg | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|
| Gehakt van rund-, lams- of varkensvlees¹, 2 | Vlakke open vorm | 0 | 0,10 - 1,20 | Verwijder vlees dat al is ontdooid na het keren. | |
| Visfilet¹, 2 | Vlakke open vorm | 0 | 0,10 - 1,00 | Filet van snoek, kabeljauw, roodbaars, koolvis, snoekbaars | |
| Stukken kip met been¹, 2 | Vlakke open vorm | 0 | 0,15 - 1,20 | Leg de stukken kip met de kant van het vel naar onderen. | |
| Sneetjes brood¹, 2 | Vlakke open vorm | 0 | 0,10 - 0,50 | Tarwebrood, gemengd tarwebrood, volkorenbrood; brood dient u alleen in de benodigde hoeveelheid te ontdooien. Het boord wordt snel oudbakken. Maak indien mogelijk de sneetjes brood los van elkaar. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 164)
| 1 Let op het keersignaal. 2 Gebruik servies dat geschikt is voor de magnetron. | ||||
| Gevogelte, vlees, vis | ||||
| Nr. Gerechten | Toebehoren | Inschuifhoogte | Gewichtsbereik in kg | Aanwijzingen |
| Visfilet, vers¹ | Stoomschaal + glazen braadslede | 3 | 0,20 - 0,50 | |
| Visfilet, diepvries¹ 1 Vul de watertank. | Stoomschaal + glazen braadslede | 3 | 0,20 - 0,50 | Gebruik gelijkmatig vlakke visfilets. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 164)
| Groente, bijgerechten | ||||
|---|---|---|---|---|
| Nr. Gerechten | Toebehoren | Inschuifhoogte | Gewichtsbereik in kg | Aanwijzingen |
| Broccoli, vers¹ 1 Vul de watertank. 2 Let op het roersignaal. | Stoomschaal + glazen braadslede | 3 | 0,10 - 1,00 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 164)
3 Gebruik servies dat geschikt is voor de magnetron.
Pagina 165
Automatische programma's nl
| Nr. | Gerechten | Toebehoren | Inschuifhoogte | Gewichtsbereik in kg | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|
| Erwten, diepvries¹ | Stoomschaal + glazen braadslede | 3 | 0,10 - 1,00 | ||
| Plakjes wortel, vers¹ | Stoomschaal + glazen braadslede | 3 | 0,10 - 0,75 | Hoe dikker de plakken, des te beetvaster het resultaat. Als u de gerechten helemaal gaar wilt, voert u een hoger gewicht in. Hierdoor wordt de programmaduur verlengd. | |
| Groene asperges, vers¹ | Stoomschaal + glazen braadslede | 3 | 0,10 - 0,70 | Niet over elkaar heen leggen. | |
| Rijst², 3 | hoge vorm met deksel | 0 | 0,10 - 0,50 | Gebruik alleen rijst met lange korrel. Gebruik geen rijst in kookzakjes. Doe 2-3 keer zoveel water bij de rijst. Laat de rijst na het einde van het programma 5 - 10 min rusten. | |
| Gekookte aardappelen³, 1 | Stoomschaal + glazen braadslede | 3 | 0,20 - 0,50 | Schil de aardappelen en snijd de aardappelen in blokjes. Hoe groter de stukken, hoe beetvaster het resultaat. | |
| 1 Vul de watertank. | Vruchtencompote³, 1, 2 | Stoomschaal + glazen braadslede | 3 | 0,30 - 0,80 | Doe wat suiker en kaneel bij de vruchten. Bij een compote van kleinfruit frambozen en aardbeien pas toevoegen na het roersignaal. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 165)
| 2 Let op het roersignaal. 3 Gebruik servies dat geschikt is voor de magnetron. | ||||
| Convenience | ||||
| Nr. Gerechten | Toebehoren | Inschuifhoogte | Gewichtsbereik in kg | Aanwijzingen |
| Bordgerecht opwarmen, gekoeld | vlakke vorm op de glazen braadslede | 3 | 0,20 - 0,50 | |
| Bordgerecht opwarmen, diepvries | vlakke vorm op de glazen braadslede | 3 | 0,20 - 0,50 | |
Pagina 166
nl Tijdfuncties
12.3 Gerecht instellen
- 1. De functiekeuzeknop op zetten.
- Het display toont het eerste gerechtnummer en een gewichtsvoorstel.
- 2. Stel met de draaiknop het gewenste gerecht in.
- 3. Druk op .
- Op het display staat de gewichtsinstelling in de focus.
- 4. Stel met de draaiknop het gewicht in.
Vóór het starten kunt u met en tussen het gerecht en het gewicht wisselen.
- Het apparaat stelt automatische de bijpassende tijdsduur in.
- 5. Druk op .
Na de start kunt u het gerecht en het gewicht niet meer wijzigen. Met kunt u het ingestelde gewicht weergeven.
- Het programma wordt gestart.
brandt.
- U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
- Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal.
- 6. De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Opmerking: Vóór de start kunt u met en tussen de programma's en het gewicht wisselen.
Na de start kunt u het programmanummer en het gewicht niet meer wijzigen. Met kunt u het ingestelde gewicht opvragen.
12.4 Gerecht wijzigen
drukken of de
- 1. Gedurende 4 seconden op apparaatdeur openen.
- Het gerecht wordt teruggezet
- 2. Een nieuw gerecht kiezen.
12.5 Bedrijf onderbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde stoppen.
- 1. Druk op of open de deur van het apparaat.
- De werking wordt onderbroken.
knippert.
- 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het apparaat en druk op .
- De werking wordt voortgezet.
brandt.
12.6 Bedrijf afbreken
U kunt het bedrijf te allen tijde afbreken.
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Nadat het programma onderbroken of afgebroken is, kan het zijn dat de koelventilator blijft draaien.
- Het apparaat breekt de lopende functies af.
13 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over tijdfuncties waarmee u de tijdsduur alsmede de timer kunt instellen.
13.1 Overzicht van de tijdfuncties
Uw apparaat heeft verschillende tijdfuncties Met roept u het menu op en gaat u van de ene naar de andere functie. Op het display zijn de symbolen van de beschikbare functies verlicht. De zojuist gekozen functie staat in de focus.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Timer | De timer kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet. Na het verstrijken van een wekkertijd klinkt een signaal. |
| Tijdsduur | Na afloop van een ingestelde tijdsduur eindigt de werking automatisch. Pas na het instellen van een verwarmingsmethode, kunt u de tijdsduur met opvragen. Na het verstrijken van een duur klinkt een signaal. |
| Tijd | Zolang er geen andere functie op de voorgrond loopt, wordt de tijd op het display aangegeven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 166)
Opmerking: U kunt het signaal voortijdig beëindigen door op te drukken. Hoe lang een signaal klinkt, kunt u in de Basisinstellingen → Pagina 167 wijzigen.
13.2 Tijdfuncties opvragen
Vereiste: Wanneer er meerdere tijdfuncties zijn ingesteld, zijn de bijbehorende symbolen op het display verlicht. U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen. Tijdens de werking zijn timer en tijdsduur beschikbaar. Tijdens sluimerstand zijn timer en tijd beschikbaar.
- Druk op , totdat , of is benadrukt.
- Op het display wordt de betreffende waarde weergegeven.
13.3 Timer instellen
- 1. Druk op .
- Op het display branden en de tijdsymbolen.
- 2. Met de draaiknop de wekkertijd instellen.
- Na enkele seconden wordt de ingestelde tijd overgenomen.
- De timer start.
- Op het display brandt en de wekkertijd loopt zichtbaar af. De andere tijdsymbolen verdwijnen.
- Na het einde van de wekkertijd klinkt een signaal. Op het display staat : .
- 3. Met een willekeurig veld kunt u de wekker uitschakelen.
13.4 Timer wijzigen
- Wijzig de timertijd met behulp van de draaiknop.
- Na enkele seconden toont het apparaat de ingestelde timertijd.
Pagina 167
Kinderslot nl
13.5 Timer wissen
- Zet met de draaiknop de timertijd op : .
- De timer is uitgeschakeld.
13.6 Tijdsduur instellen
- 1. Twee keer op drukken.
- Het display toont : en de tijdsymbolen branden.
- 2. Met de draaiknop een tijdsduur instellen.
- 3. Druk op .
- Het programma wordt gestart.
- Op het display loopt de duur zichtbaar af en brandt. De andere tijdsymbolen verdwijnen.
- Na het aflopen van de duur klinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display staat : .
- 4. Met het signaal beëindigen.
- 5. Om het apparaat uit te schakelen, de functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
13.7 Tijdsduur wijzigen
- Met de draaiknop de tijdsduur veranderen.
- Naar enkele seconden verschijnt de gewijzigde tijdsduur op het display.
- U kunt het verloop van de tijdsduur aflezen.
13.8 Tijdsduur wissen
Opmerking: Bij een ingestelde wekkerfunctie moet u eerst op drukken om de duur te wijzigen.
- Zet met de draaiknop de tijdsduur op : .
- Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
13.9 Tijd instellen
Bij ingebruikname staat de tijdsweergave in de focus. Op het display knippert : en brandt.
- 1. Met de draaiknop de tijd instellen.
- 2. Druk op .
- De tijd is ingesteld.
13.10 Tijd wijzigen
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
- 1. Twee keer op drukken.
- Het display geeft en de tijd weer.
- 2. Met de draaiknop de tijd instellen.
- 3. Druk op .
- De tijd is ingesteld.
Opmerking: Als u na het instellen van de tijd niet op drukt, neemt het apparaat de ingestelde waarde na enkele seconden automatisch over.
Als u tijdens de instellingen de positie van de functiekeuzeknop hebt veranderd, kunt u het apparaat pas gebruiken als u de functiekeuzeknop op de nulstand draait.
Om het stand-byverbruik van uw apparaat te verminderen kunt u de tijdsweergave uitschakelen.
14 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
14.1 Kinderslot activeren
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
- Druk ca. 4 seconden op .
- Het bedieningspaneel is geblokkeerd.
- Op het display verschijnt .
Opmerking: Als u een wekkertijd hebt ingesteld, dan loopt deze door. Zolang het kinderslot actief is, kunt u de wekkertijd niet wijzigen.
Geluidssignalen kunt u beëindigen door op een willekeurig veld te drukken.
14.2 Kinderslot deactiveren
- Druk ca. 4 seconden op .
- Het bedieningspaneel is ontgrendeld.
15 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
15.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
| Indicatie | Basisinstelling | Keuze | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| Signaalduur | = kort = 10 seconden = gemiddeld = 30 seconden¹ = lang = 2 minuten | Signaalduur van het verstrijken van een tijdsduur of de timer instellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 167)
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
Pagina 168
nl Reiniging en onderhoud
| Indicatie | Basisinstelling | Keuze | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| Toetssignaal | = uit = aan¹ | Toetssignalen in- of uitschakelen. | |
| Displayhelderheid | = laag = gemiddeld¹ = hoog | Helderheid van display instellen. | |
| Tijdsweergave | = uit = aan¹ | Tijd op het display weergeven. | |
| Verlichting van de binnenruimte | = uit = aan¹ | Verlichting van de binnenruimte in- of uitschakelen. | |
| Waterhardheid | = onthard = zacht = gemiddeld = hard = zeer hard¹ | Waterhardheid instellen → Pagina 155. | |
| Fabrieksinstelling | = uit¹ = aan | Gewijzigde instellingen terugzetten naar de fabrieksinstellingen. | |
| Demonstratiemodus | = uit¹ = aan | Demomodus in- of uitschakelen. Opmerking: De demonstratiemodus is alleen zichtbaar tijdens de eerste 5 minuten na aansluiting van het apparaat. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 168)
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
15.2 Basisinstellingen wijzigen
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
- 1. Houd enkele seconden ingedrukt.
- Het display geeft de eerste basisinstellingen weer.
- 2. Wijzig de basisinstelling met de draaiknop.
- 3. Druk op .
- Het display geeft de volgende basisinstelling weer.
- 4. Met alle gewenste basisinstellingen selecteren en de waarden wijzigen.
- 5. Houd om de wijzigingen op te slaan, enkele seconden ingedrukt houden.
Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de gewijzigde basisinstellingen behouden.
15.3 Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken
- Draai de functiekeuzeknop.
- Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
16 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
16.1 Tips voor apparaatonderhoud
Neem de tips voor apparaatonderhoud in acht om de werking van het apparaat lang in stand te houden.
| Maatregel | Voordeel |
|---|---|
| Het apparaat altijd schoon houden en vuil direct verwijderen. Maak de binnenruimte na elk gebruik schoon. | Dan zet het vuil zich niet vast en brandt het niet in. |
| Vlekken van kalk, vet, zetmeel en eiwit onmiddellijk verwijderen. | Corrosie voorkomen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 168)
| Maatregel | Voordeel |
|---|---|
| Bij erg vochtig gebak de glazen braadslede gebruiken. | De binnenruimte wordt dan niet zo vuil. |
| Gebruik voor het braden een geschikte vorm, bijv. een braadslede. | De binnenruimte wordt dan niet zo vuil. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 168)
16.2 Reinigingsmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.