Bosch COA565GS0, tekst van de handleiding
Oven · Bosch · 45 pagina's in het Nederlands · pdf: 192 pagina's, 4,5 MB
Storingen op pagina 171
Pagina 171
Vanaf de titel; het begin van pagina 171 staat in de pdf.
18 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Pagina 172
nl Storingen verhelpen
18.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. ▶ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. |
| De zekering in de zekeringenkast is in werking getreden. ▶ Controleer de zekering in de meterkast. | |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. Storing 1. Zekering in zekeringkast uitschakelen. 2. Zekering na ca. 10 seconden weer inschakelen. • Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding. 3. Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door. → "Servicedienst", Pagina 174 | |
| Deur is niet helemaal gesloten. ▶ Controleer of er resten van een gerecht of vreemde voorwerpen tussen de deur klem zitten. | |
| Op het display brandt en het apparaat kan niet worden ingesteld. | Kinderslot is geactiveerd. ▶ Druk zo lang op tot uitgaat. |
| Verlichting van de binnenruimte werkt niet. | LED-lampje is defect. ▶ Als deze storing zich meerdere keren voordoet, neem dan contact op met de servicedienst. |
| Op het display knippert 12:00 en het symbool brandt. | Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Stel de tijd opnieuw in. → "Tijd instellen", Pagina 167 |
| Het toestel is niet in gebruik. Op het display wordt een tijdsduur weergegeven. | werd niet ingedrukt. ▶ Druk op . |
| De magnetron werkt niet. | Deur is niet helemaal gesloten. ▶ Controleer of er resten van een gerecht of vreemde voorwerpen tussen de deur klem zitten. |
| werd niet ingedrukt. ▶ Druk op . | |
| De gerechten worden langzamer warm dan voorheen. | Magnetronvermogen is te laag ingesteld. ▶ Stel een hoger magnetronvermogen in. → Pagina 158 |
| Er is een grotere hoeveelheid dan gebruikelijk in het apparaat gedaan. ▶ Stel een langere tijdsduur in. Voor de dubbele hoeveelheid hebt u twee keer zoveel tijd nodig. | |
| Gerechten zijn kouder dan gewoonlijk. ▶ Keer de gerechten of roer de gerechten tussendoor om. | |
| Magnetronfunctie breekt af. | Apparaat heeft een storing. ▶ Als deze storing zich meerdere keren voordoet, neem dan contact op met de servicedienst. |
| Het apparaat warmt niet op, op het display knippert de dubbele punt. | De demonstratiemodus is geactiveerd in de basisinstellingen. 1. Haal de stroom van het apparaat door de zekering in de meterkast kort uit te schakelen. 2. Deactiveer de demo-modus binnen 3 minuten in de basisinstellingen → Pagina 167. |
| Symbolen voor watertank en opvangbakje knipperen voortdurend. | Technisch probleem 1. Zorg ervoor dat de watertank en het opvangbakje volledig in de betreffende tankschacht zijn geschoven. 2. Blijven de symbolen knipperen, bel dan de servicedienst. Opmerking: U kunt het apparaat verder gebruiken, behalve de stoomfunctie. |
Pagina 173
Afvoeren nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| De warme lucht of stoom ontsnapt via de deur. | Geen storing. Koelventilator van het apparaat draait. ▶ Geen handeling vereist. Ventilator draait ook na het gebruik nog een korte periode na. Het apparaat wordt door de ventilator beschermd tegen oververhitting. |
| Koelventilator draait ook na het gebruik na. | Apparaat moet na het gebruik worden gekoeld. ▶ Geen handeling vereist. Ventilator draait ook na het gebruik nog een korte periode na. Het apparaat wordt door de ventilator beschermd tegen oververhitting. |
| Koelventilator draait bij geopende deur. | Apparaat moet tijdens en na het gebruik worden gekoeld. ▶ Geen handeling vereist. Alle kookfuncties worden bij het openen van de deur gestopt. |
| Stoom is niet zichtbaar in de heteluchtfunctie en grill-combinatiefunctie. | Stoom is niet in elk temperatuurbereik zichtbaar. Hoe heter de stoom is, des te minder deze zichtbaar is. ▶ Geen handeling vereist. |
| Opvangbakje is na stoomfunctie leeg. | Bij normale stoomfunctie en stoomcombifunctie wordt het condenswater van de glasplaat op de bodem en in de grijze druipgoot in de bodemplaat opgevangen. Dit komt niet in het opvangbakje. ▶ Geen handeling vereist. Het opvangbakje dient alleen voor de spoelprocedure en de ontkalkingsprocedure, niet voor de gewone stoomfunctie en stoomcombifunctie. |
| Er zitten witte kalkdeeltjes in het opvangbakje. | Tijdens het spoelen of ontkalken komen kleine kalkdeeltjes uit de boiler los. 1. Controleer de instelling van de waterhardheid. 2. Voer de ontkalking in de opgegeven intervallen uit. ▶ Ontkalk het apparaat zoals beschreven in de gebruiksaanwijzing van het apparaat. |
| Laag waterverbruik in de combinatiefunctie. In het bijzonder bij combinatiefunctie met 3 functies. | In de stoom combinatiefunctie, met name bij combinatiefunctie met 3 functies, kan het voorkomen dat er deels slechts weinig stoom wordt gebruikt. Zodoende wordt er slechts weinig water uit de schoonwatertank verbruikt. ▶ Geen handeling vereist. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 173)
18.2 Aanwijzingen op het display
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Melding E0532 verschijnt op het display | Door vuil op het bedieningspaneel is het touchveld voortdurend actief. 1. Schakel het apparaat uit. 2. Reinig het bedieningspaneel. 3. Schakel het apparaat weer in. ▶ Als deze fout onmiddellijk na het inschakelen weer optreedt, neem dan contact op met de servicedienst. |
| Melding E5005 verschijnt op het display | De stoomfunctie werd bij het legen van de watertank meerdere malen geactiveerd. ▶ Zorg er voordat u het apparaat weer gaat gebruiken voor dat de watertank met koud water gevuld is en volledig in de tankschacht is geschoven. ▶ Als deze storing zich meerdere keren voordoet, neem dan contact op met de servicedienst. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 173)
19 Afvoeren
19.1 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
- Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Pagina 174
nl Servicedienst
20 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
Dit product bevat lichtbronnen van de energieklasse D. De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mogen uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen.
20.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opent.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
21 Zo lukt het
Voor verschillende gerechten vindt u hier de bijpassende instellingen alsmede de beste accessoires en vormen. Wij hebben het advies optimaal op uw apparaat afgestemd.
21.1 Zo kunt u het best te werk gaan
Hier vertellen we u hoe u als beste stap voor stap optimaal kunt profiteren van het insteladvies. U krijgt informatie over vele gerechten met informatie en tips, zoals hoe u het apparaat handmatig ideaal kunt gebruiken en instellen.
Opmerking: Voor een selectie van gerechten beschikt uw apparaat geprogrammeerde instellingen. Wanneer u zich door het apparaat wilt laten leiden, gebruik dan de automatische programma's.
→ "Automatische programma's", Pagina 163
- 1. Vóór het gebruik niet benodigde vormen uit de binnenruimte verwijderen.
- 2. Een gerecht uit de insteladviezen kiezen.
- 3. Doe het gerecht in een geschikte vorm.
Gebruik de vormen en accessoires welke in het insteladvies zijn aangegeven.
Gebruik kookgerei en accessoires die geschikt zijn voor het type bereiding.
→ "Vormen en accessoires die geschikt zijn voor de magnetron", Pagina 157
Gebruik de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
- 4. Tip: Als u van de tabellen afwijkende hoeveelheden wilt bereiden, stel dan voor de dubbele hoeveelheid ongeveer de dubbele tijdsduur in.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Voor bepaalden gerechten is het nodig om voor te verwarmen, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gebakken. Deze zijn in de tabel aangegeven.
Maakt u iets klaar volgens eigen recept, neem dan soortgelijke gerechten als basis. Aanvullende informatie vindt u onder de tips na de insteltabellen. Bij de magnetronfunctie stelt u de langste tijd in die aangegeven staat en controleert u het gerecht na de kortste tijd.
Zorg er bij het begin voor dat de watertank bij toepassingen met stoom gevuld is.
Stel het apparaat in overeenkomstig het insteladvies.
De temperatuurgegevens en de tijdsopgaven in de tabellen zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Daarom zijn instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de volgende keer zo nodig een hogere waarde in.
- 5. Het gerecht overeenkomstig de inschuifhoogte in de binnenruimte plaatsen.
- 6. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
Pagina 175
Zo lukt het nl
21.2 Algemene aanwijzingen voor de bereiding
Houd deze informatie aan bij het bereiden van alle gerechten.
Condensvorming
Bij de bereiding van levensmiddelen kan er veel waterdamp ontstaan in de binnenruimte.
Omdat het apparaat zeer energie-efficiënt is, komt er tijdens het gebruik slechts weinig warmte naar buiten. Door de hoge temperatuurverschillen tussen de binnenruimte van het apparaat en de buitenste apparaatonderdelen kan condensvorming optreden bij de apparaatdeur, het bedieningspaneel of aangrenzende meubelfronten. De vorming van condens is een normaal natuurkundig verschijnsel.
Als u het apparaat voorverwarmt of de deur voorzichtig opent, vermindert u de condensvorming.
Bereiding met gebruik van stoom of met een stoomverwarmingsmethode leidt tot veel waterdamp in de binnenruimte. Veeg de binnenruimte droog nadat het apparaat is afgekoeld.
Bakvormen
Voor een optimaal bereidingsresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en de producten bruinen niet gelijkmatig.
Wilt u vormen van silicone gebruiken, raadpleeg dan de informatie van de fabrikant om te zien of ze geschikt zijn voor gebruik met stoom en de magnetron. Zie ook de opgaven en recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De hoeveelheid- en receptgegevens kunnen afwijken.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd op maat.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten.
- Plaats nooit bakpapier bij het voorverwarmen en tijdens het bereiden los op het accessoire.
- Bakpapier altijd op maat maken en verzwaren met een vorm.
21.3 Tips voor een acrylamide-arme bereiding
Acrylamide is schadelijk voor de gezondheid en ontstaat wanneer u graanproducten en aardappelproducten bij zeer grote hitte bereidt.
| Gerecht | Tip |
|---|---|
| Algemeen | • Houd de bereidingstijden zo kort mogelijk • Gerechten goudbruin en niet een te donkere kleur laten krijgen. • Gebruik grote, dikke producten. Deze bevatten minder acrylamide. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 175)
| Gerecht | Tip |
|---|---|
| Gebak en koekjes | • De temperatuur bij hete lucht op max. 180°C instellen. • Gebak en koekjes met ei of eigeel bestrijken. Dit vermindert de vorming van acrylamide. |
| Oven-frites | • Frites gelijkmatig en in één laag over de plaat verdelen. • Minstens 400 g per plaat bakken, zodat de frites niet uitdrogen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 175)
21.4 Tips om te ontdooien en op te warmen
Neem deze tips in acht voor goede resultaten bij het ontdooien en opwarmen.
| Vraag | Tip |
|---|---|
| Het gerecht moet na het verstrijken van de tijdsduur ontdooid, heet of gaar zijn. | Stel een langere tijdsduur in. Bij grotere hoeveelheden en hogere gerechten is meer tijd nodig. |
| Het gerecht mag na het verstrijken van de tijdsduur aan de rand niet oververhit zijn en in moet in het midden gaar zijn. | • Het gerecht tussendoor omroeren. • Een lager magnetronvermogen en een langere tijdsduur instellen. |
| Gevogelte of vlees mag na het ontdooien niet alleen van buiten gebakken, maar in het midden nog bevroren zijn. | • Een lager magnetronvermogen instellen. • Het te ontdooien gerecht bij grote hoeveelheden meerdere malen keren. |
| Het gerecht mag niet te droog zijn. | • Een lager magnetronvermogen instellen. • Een kortere tijdsduur instellen. • Gerecht afdekken. • Meer vloeistof toevoegen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 175)
21.5 Ontdooien
Met uw apparaat kunt u diepvriesproducten ontdooien.
Gerechten ontdooien
- 1. De bevroren levensmiddelen in een open vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen.
Gevoelige delen kunt u met een klein stuk aluminiumfolie afdekken, bijv. kippenvleugels en -poten of vette randen van braadstukken. De folie mag de wanden van het apparaat niet raken.
- 2. In werking stellen.
Halverwege het ontdooien kunt u de aluminiumfolie verwijderen.
- 3. Opmerking: Als u vlees en gevogelte ontdooit, ontstaat vloeistof.
De vloeistof tijdens het keren verwijderen en in geen geval verder gebruiken of met andere levensmiddelen in aanraking laten komen.
Pagina 176
nl Zo lukt het
- 4. De gerechten tussendoor één tot twee keer omroeren of keren.
Grote stukken meerdere malen keren.
- 5. Om ervoor te zorgen dat de temperatuur gelijkmatig wordt verdeeld, de ontdooide gerechten ca. 10 tot 60 minuten bij kamertemperatuur laten rusten.
Bij gevogelte kunt u de ingewanden verwijderen. Het vlees kunt u ook met een kleine bevroren kern verder verwerken.
Insteladviezen voor het ontdooien
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Magnetronstand in W | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Vlees in zijn geheel, met en zonder been, 800 g | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 15¹ 2. 15-25¹ | |
| Vlees in zijn geheel, met en zonder been, 1000 g | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 15¹ 2. 25-35¹ | |
| Vlees in zijn geheel, met en zonder been, 1500 g | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 20¹ 2. 25-35¹ | |
| Vlees in stukken of plakken, 200 g | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 5² 2. 4-6² | |
| Vlees in stukken of plakken, 500 g | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 10² 2. 5-10² | |
| Vlees in stukken of plakken, 800 g | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 10² 2. 10-15² | |
| Gehakt, gemengd, 200 g³ | Open vorm | 0 | 90 | 15¹, 4 | |
| Gehakt, gemengd, 500 g³ | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 5¹, 5 2. 10-15¹, 5 | |
| Gehakt, gemengd, 800 g³ | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 10¹, 5 2. 15-20¹, 5 | |
| Gevogelte of stukken gevogelte, 600 g | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 5⁶ 2. 10-15⁶ | |
| Gevogelte of stukken gevogelte, 1200 g | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 10⁶ 2. 20-25⁶ | |
| Eend, 2000 g | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 20¹, 6 2. 30-40¹, 6 | |
| Gans, 4500 g | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 30⁷, 6 2. 60-80⁷, 6 | |
| Visfilet, viskotelet of plakken, 400 g | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 5⁸ 2. 10-15⁸ | |
| Hele vis, 300 g | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 3 2. 10-15 | |
| Hele vis, 600 g | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 8 2. 15-25 | |
| Groente, bijv. erwten, 300 g | Open vorm | 0 | 180 | 10-15⁹ | |
| Groente, bijv. erwten, 600 g | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 10⁹ 2. 9-15⁹ | |
| Fruit, bijv. frambozen, 300 g 1 Het voedsel herhaaldelijk keren. | Open vorm | 0 | 180 | 7-10⁹, 8 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 176)
2 Maak bij het keren de stukken vlees van elkaar los.
3 Het voedsel vlak invriezen.
4 Het reeds ontdooide vlees verwijderen.
5 Tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden.
6 Verwijder de ontdooivloeistof.
7 Keer de voedingswaar elke 20 minuten.
8 Maak de ontdooide delen van elkaar los.
9 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren.
10 De verpakking volledig verwijderen.
11 Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien.
12 De stukken gebak van elkaar scheiden.
Pagina 177
Zo lukt het nl
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Magnetronstand in W | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Fruit, bijv. frambozen, 500 g | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 8⁹, 8 2. 5-10⁹, 8 | |
| Boter ontdooien, 125 g¹⁰ | Open vorm | 0 | 90 | 6-8 | |
| Boter ontdooien, 250 g¹⁰ | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 2 2. 3-5 | |
| Brood, heel, 500 g | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 3 2. 10-15 | |
| Brood, heel, 1000 g | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 2. 15-25 | |
| Gebak, droog, bijv. cake, 500 g¹¹, 12 | Open vorm | 0 | 90 | 10-15 | |
| Gebak, droog, bijv. cake, 750 g¹¹, 12 | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 3 2. 10-15 | |
| Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart, 500 g¹¹ | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 5 2. 15-25 | |
| Gebak, vochtig, bijv. vruchtentaart, kwarktaart, 750 g¹¹ 1 Het voedsel herhaaldelijk keren. | Open vorm | 0 | 1. 180 2. 90 | 1. 7 2. 15-25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 177)
2 Maak bij het keren de stukken vlees van elkaar los.
3 Het voedsel vlak invriezen.
4 Het reeds ontdooide vlees verwijderen.
5 Tijdens het keren de ontdooide delen van elkaar scheiden.
6 Verwijder de ontdooivloeistof.
7 Keer de voedingswaar elke 20 minuten.
8 Maak de ontdooide delen van elkaar los.
9 Het voedsel tussendoor voorzichtig omroeren.
10 De verpakking volledig verwijderen.
11 Alleen gebak zonder glazuur, slagroom, gelatine of crème ontdooien.
12 De stukken gebak van elkaar scheiden.
21.6 Opwarmen
Met uw apparaat kunt u gerechten opwarmen.
Diepgevroren gerechten opwarmen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
- 1. De kant-en-klaargerechten uit de verpakking nemen en in een vorm doen die geschikt is voor de magnetron.
- 2. De gerechten vlak in de vorm verdelen.
Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. Levensmiddelen niet over elkaar heen leggen.
- 3. De gerechten met een passend deksel, een bord of speciale folie voor de magnetron afdekken.
- 4. Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte.
- 5. In werking stellen.
- 6. Tussendoor de gerechten 2-3 keer keren of omroeren.
De snelheid waarmee de verschillende componenten van de gerechten warm worden kan verschillen.
- 7. Om ervoor te zorgen dat de temperatuur gelijkmatig wordt verdeeld, de opgewarmde gerechten 2-5 minuten bij kamertemperatuur laten rusten.
Insteladviezen voor het opwarmen van diepgevroren gerechten
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Magnetronstand in W | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Soep, diepvries, 400 g | Gesloten servies | 0 | 600 | 8-15 | |
| Eenpansgerecht, diepvries, 500 g | Gesloten servies | 0 | 600 | 8-13 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 177)
1 Bij het doorroeren de stukken vlees van elkaar losmaken.
2 Een beetje vloeistof bij het voedsel doen.
3 Water toevoegen, zodat de bodem van de vorm wordt bedekt.
4 Het voedsel bereiden zonder toevoeging van water.
5 Roer het gerecht tussendoor om.
Pagina 178
nl Zo lukt het
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Magnetronstand in W | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Eenpansgerecht, diepvries, 1000 g | Gesloten servies | 0 | 600 | 20-25 | |
| Menu, bordgerecht, kant-en-klaargerecht met 2-3 componenten, diepvries, 300-400 g | Gesloten servies | 0 | 600 | 11-15 | |
| Plakken of stukken vlees in saus, bijv. goulash, diepvries, 500 g | Gesloten servies | 0 | 600 | 12-17¹ | |
| Plakken of stukken vlees in saus, bijv. goulash, diepvries, 1000 g | Gesloten servies | 0 | 600 | 25-30¹ | |
| Ovenschotels, bijv. lasagne of cannelloni, diepvries, 450 g | Gesloten servies | 0 | 600 | 10-15 | |
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta, diepvries, 250 g² | Gesloten servies | 0 | 600 | 2-5 | |
| Bijgerechten, bijv. rijst, pasta, diepvries, 500 g² | Gesloten servies | 0 | 600 | 8-10 | |
| Groenten, bijv. erwten, broccoli, wortelen, diepvries, 300 g³ | Gesloten servies | 0 | 600 | 8-10 | |
| Groenten, bijv. erwten, broccoli, wortelen, diepvries, 600 g³ | Gesloten servies | 0 | 600 | 14-17 | |
| Spinazie à la crème, diepvries, 500 g⁴ | Gesloten servies | 0 | 600 | 11-16⁵ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 178)
1 Bij het doorroeren de stukken vlees van elkaar losmaken.
2 Een beetje vloeistof bij het voedsel doen.
3 Water toevoegen, zodat de bodem van de vorm wordt bedekt.
4 Het voedsel bereiden zonder toevoeging van water.
5 Roer het gerecht tussendoor om.
Gerechten opwarmen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten.
- Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen.
LET OP!
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
- 1. De kant-en-klaargerechten uit de verpakking nemen en in een vorm doen die geschikt is voor de magnetron.
- 2. De gerechten vlak in de vorm verdelen.
Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. Levensmiddelen niet over elkaar heen leggen.
- 3. De gerechten met een passend deksel, een bord of speciale folie voor de magnetron afdekken als dit in de tabel is vermeld.
- 4. Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte. Als u de stoomfunctie inschakelt, dan het kookgerei op de glazen braadslede in inschuifhoogte 3 plaatsen en de watertank vullen.
- 5. In werking stellen.
- 6. De gerechten tussendoor meerdere malen keren of omroeren.
De snelheid waarmee de verschillende componenten van de gerechten warm worden kan verschillen.
- 7. Controleer de temperatuur.
- 8. Om ervoor te zorgen dat de temperatuur gelijkmatig wordt verdeeld, de opgewarmde gerechten 2-5 minuten bij kamertemperatuur laten rusten.
Pagina 179
Zo lukt het nl
Insteladviezen voor het opwarmen
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Magnetronstand in W | Stoomstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Babyvoeding, bijv. flesjes melk, 150 ml¹ | Open vorm | 0 | 360 | - | 0,5-1,5², 3 | |
| Dranken, 200 ml⁴ | Open vorm | 0 | 1000 | - | 1-2⁵, 6 | |
| Dranken, 500 ml⁴ | Open vorm | 0 | 1000 | - | 4-5⁵, 6 | |
| Soep, 2 koppen à 175 g | Open vorm | 0 | 600 | - | 3-4 | |
| Soep, 4 koppen à 175 g | Open vorm | 0 | 600 | - | 6-8 | |
| Stukken vis of vlees in saus, 500 g⁷ | Gesloten servies | 0 | 600 | - | 7-10 | |
| Menu, bordgerecht, kant- en-klaargerecht met 2-3 componenten, 400 g | Open vorm | 0 | + | 360 | 3 | 9-14 |
| Eenpansgerecht, 400 g | Gesloten servies | 3 | 600 | - | 6-8 | |
| Eenpansgerecht, 800 g | Gesloten servies | 0 | 600 | - | 8-11 | |
| Groente, 150 g | Open vorm | 3 | + | 360 | 3 | 3-5 |
| Groente, 300 g | Open vorm | 3 | + | 360 | 3 | 4-7 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 179)
1 Babyvoedsel zonder speen of deksel verwarmen.
2 Na het verwarmen het voedsel altijd goed schudden.
3 Beslist de temperatuur controleren.
4 Doe een lepel in het glas.
5 Alcoholische dranken niet verwarmen.
6 Het voedsel tussendoor controleren.
7 De lapjes vlees van elkaar scheiden.
21.7 Brood en broodjes
Met uw apparaat kunt u brood en broodjes bakken.
Bereidingsadviezen voor diepvriesproducten
- Neem het gerecht volledig uit de verpakking.
- Verwijder het ijs van het gerecht.
Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten.
- Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.
Insteladviezen voor brood en broodjes
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Grillstand | Stoomstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Geroosterd brood, 12 sneetjes | Rooster | 3 | 1. - 2. - | 1. 3 2. 3 | 1. - 2. - | 1. 3-5 2. 2-3 | |
| Geroosterd brood, 4 sneetjes | Rooster | 3 | 1. - 2. - | 1. 3 2. 3 | 1. - 2. - | 1. 5-6 2. 3-4 | |
| Toast gegratineerd, 2-4 sneetjes | Rooster + Glazen braadslede | 3+1 | - | 3 | - | 8-10 |
Pagina 180
nl Zo lukt het
21.8 Gevogelte, vlees en vis
Met uw apparaat kunt u gevogelte, vlees en vis bereiden.
Bereidingsadviezen voor het bereiden in de vorm
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer hete vormen van glas op een koude of natte ondergrond worden geplaatst, kan het glas barsten.
- Plaats hete glazen vormen op een droge onderzetter.
- Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor uw to-epassing.
Het meest geschikt zijn vormen van glas.
Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
- Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium zijn niet geschikt voor gebruik met de magnetron. Bij conventioneel gebruik reflecteren glanzende braadsledes de warmte als een spiegel en zijn daardoor slechts in beperkte mate geschikt.
Gevogelte, vlees en vis garen langzamer en bruinen minder.
Houd bij de conventionele bereiding een hogere temperatuur en een langere bereidingstijd aan.
- Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van uw vormen.
Open vorm
- Voor het klaarmaken van gevogelte, vlees en vis kunt u het best een hoge vorm gebruiken.
- Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte.
- Als u de stoomfunctie gebruikt, neem dan een open vorm.
- Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de glazen braadslede gebruiken.
Gesloten vorm
- Let erop dat het deksel past en goed sluit.
- Plaats de vorm op het rooster.
Bereidingsadviezen voor het bereiden in combinatie met magnetron
- Wanneer u bereidt in combinatie met de magnetron, kunt u de bereidingstijd aanzienlijk verkorten.
- De bereidingsduur bij gebruik van de magnetron is gebaseerd op het totaalgewicht.
Wilt u een andere dan de opgegeven hoeveelheid klaarmaken, dan helpt de basisregel: "Bij een dubbele hoeveelheid is bijna de dubbele bereidingsduur nodig".
- Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron.
- Braadvormen van metaal en een Römertopf zijn alleen geschikt voor het braden zonder magnetron.
Adviezen voor het bereiden met stoom
- Bepaalde gerechten worden bij de bereiding met stoom knapperiger. Zij krijgen een glanzend oppervlak en droger minder uit.
- Gebruik een open vorm.
- Gebruik een hittebestendige en stoombestandige vorm.
- Schakel de stoomfunctie in zoals aangegeven in de insteltabel.
- Vul de watertank tot de markering "MAX" met water. Als het water opgebruikt is, wordt het gerecht met de ingestelde verwarmingsmethode zonder toevoeging van stoom verder gegaard.
Bereidingsadviezen voor het stomen op de stoombak
- In tegenstelling tot de bereiding met stoom wordt het vlees met de functie stomen behoedzamer bereid en krijgt het geen korstje. Het blijft bijzonder mals.
- Als smaakvariant kunt u stukken vlees voor het stomen kort bakken om de bereidingsduur te verkorten. Voor grotere stukken is een langere bereidingsduur nodig. Stukken vlees hoeft u niet te keren.
- Voor het stomen van gevogelte, vlees of vis legt u het product in de stoombak in de glazen braadslede. Plaats deze vervolgens op inschuifhoogte 3.
- Vul de watertank tot de markering "MAX" met water. Wanneer de watertank tijdens het gebruik leegraakt, wordt de werking onderbroken. Op het display wordt u hierop opmerkzaam gemaakt.
Bereidingsadviezen voor het grillen
LET OP!
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster beschadigen
- Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of met zuurhoudende marinade gekruide grillproducten niet direct op het rooster.
- Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
- Leg het product direct op het rooster. Plaats ook de glazen braadslede onder het rooster. Zo wordt afdruipend vet opgevangen.
- Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en hetzelfde gewicht. Zo worden ze geli-jkmatig bruin en blijven ze lekker mals.
- Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
- Zoute het vlees pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees.
Opmerking: De grillverwarmingsstaven schakelen steeds weer in en uit. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand. Bij het grillen kan rook ontstaan.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel worden overgedragen aan levensmiddelen.
Aanbevolen instelwaarden
- De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braadklaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttemperatuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
- In de tabel vindt u gegevens voor gevogelte, vlees en vis en voorgestelde gewichten. Wilt u zwaarder gevogelte, vlees of vis bereiden, gebruik dan in elk geval de lagere temperatuur. Ga bij meerdere stukken uit van het gewicht van het zwaarste stuk om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke stukken dienen ongeveer even groot te zijn.
Pagina 181
Zo lukt het nl
- Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en hetzelfde gewicht. Zo worden ze geli-jkmatig bruin en blijven ze lekker mals.
- Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
- Keer gevogelte, vlees of de vis wanneer dit in de insteltabel is aangegeven.
Bereidingsadviezen voor gevogelte
- Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in. Zo kan het vet weglopen.
- Snijd bij eendenborst het vel in.
- Keer de eendenborst niet.
- Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de borstzijde of de kant van het vel onder ligt.
Bereidingsadviezen voor vlees
- Bestrijk mager vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op.
- Voeg aan braadstukken van mager vlees een beetje vloeistof toe. In glazen vormen moet de bodem van de vorm net bedekt zijn.
- Snij een zwoerd kruisgewijs in.
- Als het braadstuk klaar is, laat u het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte liggen. Zo kan het vleessap zich beter verdelen. Wikkel het
braadvlees in aluminiumfolie. Bij de opgegeven bereidingstijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
- Het braden en stoven in een vorm is handiger. U kunt het braadvlees met de vorm eenvoudiger uit de binnenruimte nemen en de saus direct in de vorm bereiden.
- De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees, het materiaal van de vormen en het gebruik van een deksel. Wanneer u vlees in geëmailleerde of donkere braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
- Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe.
- De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
- Voor het stoven, braadt u het vlees naar wens eerst aan. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of iets dergelijks aan toe. De bodem van de vorm dient ca 1-2 cm hoog bedekt te zijn.
Bereidingsadviezen voor vis
- Een vis op zijn geheel hoeft u niet te keren.
- Wilt u vis klaarmaken op het rooster, bestrijk dit dan van tevoren met wat olie, dan kunt u de vis later gemakkelijker losmaken.
- De vis is gaar wanneer de rugvin gemakkelijk loslaat.
Insteladviezen voor gevogelte
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Grillstand | Magnetronstand in W | Stoomstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Kip, heel, gekookt, 1,3 kg | Gesloten servies | 0 | - | - | 600 | - | 25-35¹ | |
| Eendenborst, 500 g | Rooster + Glazen braadslede | 3+2 | + + | - | 3 | 180 | 3 | 10-12², 3 |
| Ganzenborst, ganzenbouten, 700-900 g | Open vorm | 0 | + | - | 2 | 180 | - | 30-40⁴, 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 181)
| 1 Keer het gerecht van 1/2 van de totale tijd. 2 Leg het met de kant van het vel naar boven. 3 Keer het voedsel niet. 4 Gebruik een hoge en open vorm. | |||||||
| Insteladviezen voor vlees | |||||||
| Voedingswaar Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Grillstand | Magnetronstand in W | Stoomstand | Tijdsduur in min. |
| Rindersteaks, Rooster 2-3 cm dik, + 2-3 stuks, à Glazen braadsle-200 g de | 3+1 | 1. - 2. - | 1. 3 2. 3 | 1. - 2. - | 1. - 2. - | 1. 10-15 2. 5-10 | |
Verder lezen op pagina 144Inhoud