Bosch COA565GS0, tekst van de handleiding
Pagina's 180–188 van 192 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 180
nl Zo lukt het
21.8 Gevogelte, vlees en vis
Met uw apparaat kunt u gevogelte, vlees en vis bereiden.
Bereidingsadviezen voor het bereiden in de vorm
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer hete vormen van glas op een koude of natte ondergrond worden geplaatst, kan het glas barsten.
- Plaats hete glazen vormen op een droge onderzetter.
- Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor uw to-epassing.
Het meest geschikt zijn vormen van glas.
Controleer of de vorm in de binnenruimte past.
- Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium zijn niet geschikt voor gebruik met de magnetron. Bij conventioneel gebruik reflecteren glanzende braadsledes de warmte als een spiegel en zijn daardoor slechts in beperkte mate geschikt.
Gevogelte, vlees en vis garen langzamer en bruinen minder.
Houd bij de conventionele bereiding een hogere temperatuur en een langere bereidingstijd aan.
- Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van uw vormen.
Open vorm
- Voor het klaarmaken van gevogelte, vlees en vis kunt u het best een hoge vorm gebruiken.
- Plaats de vorm op de bodem van de binnenruimte.
- Als u de stoomfunctie gebruikt, neem dan een open vorm.
- Wanneer u geen geschikte vorm heeft, kunt u de glazen braadslede gebruiken.
Gesloten vorm
- Let erop dat het deksel past en goed sluit.
- Plaats de vorm op het rooster.
Bereidingsadviezen voor het bereiden in combinatie met magnetron
- Wanneer u bereidt in combinatie met de magnetron, kunt u de bereidingstijd aanzienlijk verkorten.
- De bereidingsduur bij gebruik van de magnetron is gebaseerd op het totaalgewicht.
Wilt u een andere dan de opgegeven hoeveelheid klaarmaken, dan helpt de basisregel: "Bij een dubbele hoeveelheid is bijna de dubbele bereidingsduur nodig".
- Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron.
- Braadvormen van metaal en een Römertopf zijn alleen geschikt voor het braden zonder magnetron.
Adviezen voor het bereiden met stoom
- Bepaalde gerechten worden bij de bereiding met stoom knapperiger. Zij krijgen een glanzend oppervlak en droger minder uit.
- Gebruik een open vorm.
- Gebruik een hittebestendige en stoombestandige vorm.
- Schakel de stoomfunctie in zoals aangegeven in de insteltabel.
- Vul de watertank tot de markering "MAX" met water. Als het water opgebruikt is, wordt het gerecht met de ingestelde verwarmingsmethode zonder toevoeging van stoom verder gegaard.
Bereidingsadviezen voor het stomen op de stoombak
- In tegenstelling tot de bereiding met stoom wordt het vlees met de functie stomen behoedzamer bereid en krijgt het geen korstje. Het blijft bijzonder mals.
- Als smaakvariant kunt u stukken vlees voor het stomen kort bakken om de bereidingsduur te verkorten. Voor grotere stukken is een langere bereidingsduur nodig. Stukken vlees hoeft u niet te keren.
- Voor het stomen van gevogelte, vlees of vis legt u het product in de stoombak in de glazen braadslede. Plaats deze vervolgens op inschuifhoogte 3.
- Vul de watertank tot de markering "MAX" met water. Wanneer de watertank tijdens het gebruik leegraakt, wordt de werking onderbroken. Op het display wordt u hierop opmerkzaam gemaakt.
Bereidingsadviezen voor het grillen
LET OP!
Zuurhoudende levensmiddelen kunnen het rooster beschadigen
- Leg zuurhoudende levensmiddelen zoals bijv. fruit of met zuurhoudende marinade gekruide grillproducten niet direct op het rooster.
- Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.
- Leg het product direct op het rooster. Plaats ook de glazen braadslede onder het rooster. Zo wordt afdruipend vet opgevangen.
- Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en hetzelfde gewicht. Zo worden ze geli-jkmatig bruin en blijven ze lekker mals.
- Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.
- Zoute het vlees pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees.
Opmerking: De grillverwarmingsstaven schakelen steeds weer in en uit. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand. Bij het grillen kan rook ontstaan.
Instructie voor mensen met nikkelallergie
In zeldzame gevallen kunnen geringe sporen van nikkel worden overgedragen aan levensmiddelen.
Aanbevolen instelwaarden
- De instelwaarden gelden voor ongevuld vlees, braadklaar gevogelte en vlees en vis op koelkasttemperatuur, die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst.
- In de tabel vindt u gegevens voor gevogelte, vlees en vis en voorgestelde gewichten. Wilt u zwaarder gevogelte, vlees of vis bereiden, gebruik dan in elk geval de lagere temperatuur. Ga bij meerdere stukken uit van het gewicht van het zwaarste stuk om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke stukken dienen ongeveer even groot te zijn.
Pagina 181
Zo lukt het nl
- Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en hetzelfde gewicht. Zo worden ze geli-jkmatig bruin en blijven ze lekker mals.
- Hoe groter het gevogelte, het vlees of de vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.
- Keer gevogelte, vlees of de vis wanneer dit in de insteltabel is aangegeven.
Bereidingsadviezen voor gevogelte
- Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in. Zo kan het vet weglopen.
- Snijd bij eendenborst het vel in.
- Keer de eendenborst niet.
- Let er bij het keren van gevogelte op dat eerst de borstzijde of de kant van het vel onder ligt.
Bereidingsadviezen voor vlees
- Bestrijk mager vlees naar wens met vet of leg er reepjes spek op.
- Voeg aan braadstukken van mager vlees een beetje vloeistof toe. In glazen vormen moet de bodem van de vorm net bedekt zijn.
- Snij een zwoerd kruisgewijs in.
- Als het braadstuk klaar is, laat u het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten binnenruimte liggen. Zo kan het vleessap zich beter verdelen. Wikkel het
braadvlees in aluminiumfolie. Bij de opgegeven bereidingstijd is de aanbevolen rusttijd niet inbegrepen.
- Het braden en stoven in een vorm is handiger. U kunt het braadvlees met de vorm eenvoudiger uit de binnenruimte nemen en de saus direct in de vorm bereiden.
- De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees, het materiaal van de vormen en het gebruik van een deksel. Wanneer u vlees in geëmailleerde of donkere braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
- Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe.
- De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
- Voor het stoven, braadt u het vlees naar wens eerst aan. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of iets dergelijks aan toe. De bodem van de vorm dient ca 1-2 cm hoog bedekt te zijn.
Bereidingsadviezen voor vis
- Een vis op zijn geheel hoeft u niet te keren.
- Wilt u vis klaarmaken op het rooster, bestrijk dit dan van tevoren met wat olie, dan kunt u de vis later gemakkelijker losmaken.
- De vis is gaar wanneer de rugvin gemakkelijk loslaat.
Insteladviezen voor gevogelte
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Grillstand | Magnetronstand in W | Stoomstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Kip, heel, gekookt, 1,3 kg | Gesloten servies | 0 | - | - | 600 | - | 25-35¹ | |
| Eendenborst, 500 g | Rooster + Glazen braadslede | 3+2 | + + | - | 3 | 180 | 3 | 10-12², 3 |
| Ganzenborst, ganzenbouten, 700-900 g | Open vorm | 0 | + | - | 2 | 180 | - | 30-40⁴, 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 181)
| 1 Keer het gerecht van 1/2 van de totale tijd. 2 Leg het met de kant van het vel naar boven. 3 Keer het voedsel niet. 4 Gebruik een hoge en open vorm. | |||||||
| Insteladviezen voor vlees | |||||||
| Voedingswaar Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Grillstand | Magnetronstand in W | Stoomstand | Tijdsduur in min. |
| Rindersteaks, Rooster 2-3 cm dik, + 2-3 stuks, à Glazen braadsle-200 g de | 3+1 | 1. - 2. - | 1. 3 2. 3 | 1. - 2. - | 1. - 2. - | 1. 10-15 2. 5-10 | |
Pagina 182
nl Zo lukt het
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Grillstand | Magnetronstand in W | Stoomstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Steaks van varkensnek, 2-3 cm dik, 2-3 stuks, à 120 g | Rooster + Glazen braadslede | 3+1 | 1. - 2. - | 1. 2 2. 2 | 1. - 2. - | 1. - 2. - | 1. 15-20 2. 10-15 | |
| Grillworsten, 4-6 stuks, à 150 g | Rooster + Glazen braadslede | 3+1 | 1. - 2. - | 1. 3 2. 3 | 1. - 2. - | 1. - 2. - | 1. 10-15 2. 5-10 | |
| Insteladviezen | voor vis | |||||||
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Grillstand | Magnetronstand in W | Stoomstand | Tijdsduur in min. |
| Visfilet, vers 400 g | Glazen braadslede + Stoombak | 3 | - | - | - | 3 | 15-17 | |
| Stukken visfilet, diepvries, 400 g | Gesloten servies | 3 | - | - | - | 3 | 18-20 | |
| Stukken visfilet, diepvries, 800 g | Glazen braadslede + Stoombak | 3 | - | - | - | 3 | 23-25 | |
| Visfilet, gegratineerd, 500 g | Open vorm | 0 | + | - | 3 | 600 | - | 10-15 |
| Viskoteletten, 2-3 stuks, à 150 g | Rooster + Glazen braadslede | 3+1 | - | 3 | - | - | 8-12 | |
| Vis, heel, bijv. forellen, 2-3 stuks, à 300 g | Glazen braadslede + Stoombak | 3 | - | - | - | 3 | 18-22 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 182)
21.9 Groente en bijgerechten
Met uw apparaat kunt u groente en bijgerechten bereiden.
Bereidingsadviezen voor de magnetron
- Gebruik gesloten vormen die geschikt zijn voor de magnetron.
- Gebruik een hoge vorm met deksel voor het koken van rijst en voeg water toe zoals in de tabel aangegeven.
Bereidingsadviezen voor het stomen
- Gebruik voor het stomen de glazen braadslede en de stoombak.
- Houd u aan de stuksgrootten die in de insteltabel worden aangegeven. Bij kleinere stukken is de bereidingstijd korter en bij grotere stukken langer.
- Kwaliteit en rijpheid beïnvloeden de bereidingstijd ook. Daarom zijn de aangegeven instelwaarden slechts richtlijnen.
- Verspreid de levensmiddelen altijd gelijkmatig in de vormen. Als de hoogte van de lagen verschillend is, wordt het bereidingsresultaat ongelijkmatig.
- Leg drukgevoelige levensmiddelen niet in te veel laagjes in de stoombak.
- Vul de watertank tot de markering "MAX" met water.
Wanneer de watertank tijdens het gebruik leegraakt, wordt de werking onderbroken. Op het display wordt u hierop opmerkzaam gemaakt.
Pagina 183
Zo lukt het nl
Insteladviezen voor groente en bijgerechten
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronstand in W | Stoomstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Artisjokken, heel, vers | Glazen braadslede + Stoombak | 3 | - | 3 | 35-40 | ||
| Bladspinazie, vers, 250 g | Glazen braadslede + Stoombak | 3 | - | 3 | 5-7 | ||
| Bloemkool, heel, vers | Glazen braadslede + Stoombak | 2 | - | 3 | 28-35 | ||
| Broccoli, heel, vers, 500 g | Glazen braadslede + Stoombak | 2 | - | 3 | 20-23 | ||
| Broccoliroosjes, diepvries, 500 g | Glazen braadslede + Stoombak | 3 | - | 3 | 14-16 | ||
| Groente, vers, 250 g | Gesloten servies | 0 | 600 | - | 6-10¹ | ||
| Groente, vers, 500 g | Gesloten servies | 0 | 600 | - | 10-15¹ | ||
| Gemengde groente, diepvries 250 g | Glazen braadslede + Stoombak | 3 | - | 3 | 12-15 | ||
| Wortelen, in plakjes gestoomd, 500 g | Glazen braadslede + Stoombak | 3 | - | 3 | 18-20 | ||
| Preiringen, vers, 500 g | Glazen braadslede + Stoombak | 3 | - | 3 | 10-12 | ||
| Groene bonen vers, 500 g | Glazen braadslede + Stoombak | 3 | - | 3 | 18-20 | ||
| Asperges, groen, 250 g | Glazen braadslede + Stoombak | 3 | - | 3 | 10-15 | ||
| Courgettes in plakken, gestoomd, 500 g | Glazen braadslede + Stoombak | 3 | - | 3 | 12-14 | ||
| Aardappels, in vieren gesneden, 250 g | Glazen braadslede + Stoombak | 3 | - | 3 | 28-30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 183)
1 Roer het gerecht tussendoor om.
Pagina 184
nl Zo lukt het
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronstand in W | Stoomstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Aardappels, in vieren gesneden, 500 g | Glazen braadslede + Stoombak | 3 | - | - | 3 | 30-32 | |
| Aardappels, in vieren gesneden, 750 g | Glazen braadslede + Stoombak | 3 | - | - | 3 | 32-35 | |
| Rijst 125 g + 300 ml water | Gesloten servies | 0 | - | 1. 600 2. 180 | 1. - 2. - | 1. 4-6 2. 12-15 | |
| Rijst, 250 g + 500 ml water | Gesloten servies | 0 | - | 1. 600 2. 180 | 1. - 2. - | 1. 6-8 2. 15-18 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 184)
1 Roer het gerecht tussendoor om.
21.10 Desserts
Met uw apparaat kunt u desserts bereiden.
Bereidingsadviezen voor rijstepap
- Voeg melk toe in de aangegeven verhouding. Voeg bijv. 250 ml melk met een verhouding van 1:2,5 per 100 g rijstepap toe.
Insteladviezen voor desserts
| Voedingswaar | Accessoires / vormen | Inschuifhoogte | Verwarmingsmethode | Magnetronstand in W | Stoomstand | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Flan Caramel | Glazen braadslede + Soufflé-vormpjes | 3 | - | 3 | 40-50 | |
| Gestoomde pasta | Glazen braadslede | 3 | - | 2 | 20-25 | |
| Rijstepap 1:2,5¹ | Glazen braadslede | 3 | - | 3 | 30-40 | |
| Fruit, compote, 500 g | Glazen braadslede | 3 | - | 3 | 9-12 | |
| Popcorn voor de magnetron, 1 zak à 100 g | Gesloten servies | 0 | 600 | - | 3-5 | |
| Zoete gerechten, bijv. pudding, instant, 500 ml | Gesloten servies | 0 | 600 | - | 6-8² |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 184)
1 Voeg melk toe in de aangegeven verhouding.
2 Roer het gerecht tussendoor om.
21.11 Testgerechten
Deze overzichten werden voor testinstituten gemaakt, om het testen van het apparaat conform EN 60350-1:2013 resp. IEC 60350-1:2011 en volgens de norm EN 60705:2012, IEC 60705:2010 te vergemakkelijken.
Bereiding met magnetron
Houd deze informatie aan bij het bereiden van testgerechten met de magnetron.
Gebruik hittebestendig servies dat geschikt is voor de magnetron.
Pagina 185
Zo lukt het nl
Insteladviezen voor het ontdooien met magnetron
| Voedingswaar | Accessoires / vormen Inschuif- Verwar- Magnetron- Tijdsduur hoogte mingsme- stand in W in min. thode |
|---|---|
| Ontdooien van vlees, 500 g | Open vorm 0 1. 180 1. 7 2. 90 2. 8-12 |
| Insteladviezen voor het bereiden | met magnetron |
| Voedingswaar | Accessoires / vormen Inschuif- Verwar- Magnetron- Tijdsduur hoogte mingsme- stand in W in min. thode |
| Eiercrème, 1000 g | Open vorm 0 1. 360 1. 18-20 2. 180 2. 18-22 |
| Sponge cake, 475 g | Open vorm 0 600 8-10 |
| Vleesballetjes, 900 g | Open vorm 0 600 20-25 |
| Insteladviezen voor het bereiden | met magnetron gecombineerd |
| Voedingswaar Accessoires / vormen | Inschuif- Verwar- Temperatuur Grillstand Magnetron- Tijdsduur hoogte mingsme- in °C stand in W in min. thode |
| Aardappelgratin Open vorm | 0 + - 1 360 25-32 |
| Stomen Plaats de glazen braadslede met de stoombak op in-Houd deze informatie aan bij het stomen van testge- schuifhoogte 3. rechten. Insteladviezen voor het stomen | |
| Voedingswaar | Accessoires / vormen Inschuif- Verwar- Stoom- Tijdsduur hoogte mingsme- stand in min. thode |
| Erwten, diepvries, 1000 g | Glazen braadslede 3 3 - + Stoombak |
| Broccoli, vers, 300 g | Glazen braadslede 3 3 10-12 + Stoombak |
| Broccoli, vers, een bak | Glazen braadslede 3 3 16-18 + Stoombak |
| Grillen • Plaats de glazen braadslede onder het rooster. De Houd deze informatie aan bij het grillen van testgerech- vloeistof wordt opgevangen en de binnenruimte blijft ten. schoner. • De instelaanbevelingen gelden voor het inschuiven van de gerechten in het niet voorverwarmde apparaat. Insteladviezen bij het grillen | |
| Voedingswaar | Accessoires / vormen Inschuif- Verwar- Grillstand Tijdsduur hoogte mingsme- in min. thode |
| Toast, gebruind | Rooster 3 3 4-5 |
| Beefburgers, 12 stuks | Rooster 3+1 3 35-45¹ + Glazen braadslede |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 185)
1 Keer het gerecht van 1/2 van de totale tijd.
Pagina 186
nl Montagehandleiding
22 Montagehandleiding
Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.
22.1 Veilige montage
Neem bij het monteren van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht.
- De veiligheid is alleen gewaarborgd bij een deskundige montage volgens de montagehandleiding. De installateur is verantwoordelijk voor een goede werking op de plaats van opstelling.
- Het apparaat na het uitpakken controleren. Niet aansluiten in geval van transportschade.
- Voor het eerste gebruik verpakkingsmateriaal en plakfolie verwijderen uit de binnenruimte en van de deur.
- Bij de inbouw van accessoires dient u zich te houden aan de beschrijving in de montagebladen.
- Inbouwmeubels dienen bestand te zijn tegen een temperatuur van maximaal 90 °C, aangrenzende voorzijden van meubels tegen een temperatuur van maximaal 65 °C.
- Het apparaat niet inbouwen achter een decor- of meubeldeur. Er bestaat gevaar van oververhitting.
- Voer uitsnijdingswerkzaamheden aan het meubel uit voordat het apparaat wordt geplaatst. Spanen verwijderen. Deze kunnen invloed hebben op de werking van elektrische componenten.
- Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Onderdelen die tijdens de montage toegankelijk zijn, kunnen scherp zijn en tot snijletsels leiden.
- Veiligheidshandschoenen dragen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
22.2 Afmetingen van het apparaat
Hier vindt u de afmetingen van het apparaat.
22.3 Inbouwmeubel
Dit apparaat is uitsluitend voor inbouw bedoeld. Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik op tafel of in een kast.
Controleren of de inbouwkast achter het apparaat geen achterwand heeft. Tussen de wand en de bodem van de kast of de achterwand van de kast erboven een afstand van minstens 35 mm in acht nemen.
Ervoor zorgen dat de inbouwkast aan de voorkant over een ventilatieopening van 50 cm² beschikt. Voor de ventilatieopening de sokkelplaat bijsnijden of een ventilatierooster aanbrengen.
Ervoor zorgen dat ombouwmeubels zonder ventilatie-uitsparing in het achterste deel van de zijwanden een ventilatieopening van 200 cm² hebben.
De ventilatiesleuven en de aanzuigopeningen niet afdekken.
Ervoor zorgen dat het stopcontact zich in het bereik van het gearceerde vlak of buiten het inbouwframe bevindt.
Pagina 187
Montagehandleiding nl
Niet-bevestigde meubels met een gebruikelijke, in de handel verkrijgbare montagehoek aan de wand bevestigen.
22.4 Inbouw onder een werkblad
Neem de inbouwmaten en de veiligheidsafstanden bij de inbouw onder een werkblad in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dient het tussenschot te beschikken over een ventilatie-opening.
Het werkblad moet aan het inbouwmeubel worden bevestigd.
22.5 Inbouw onder een kookplaat
Wordt het apparaat onder een kookplaat ingebouwd, dan moeten de minimale afmetingen in acht worden genomen, eventueel inclusief onderbouw.
Op basis van de vereiste minimale afstand wordt de minimaal vereiste dikte van het werkblad berekend.
| Type kookplaat | opbouw in mm | vlak gemonteerd in mm | in mm |
|---|---|---|---|
| Inductiekookplaat | 48 | 49 | 5 |
| Inductiekookplaat met doorlopend kookoppervlak | 58 | 59 | 5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 187)
De montagehandleiding van de kookplaat in acht nemen.
Opmerking: Niet geschikt voor de inbouw onder een gaskookplaat of een elektrische kookplaat.
22.6 Inbouw in een hoge kast
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden in de hoge kast in acht.
Met het oog op de luchttoevoer van het apparaat dienen de tussenschotten te beschikken over een ventilatie-opening.
Wanneer de bovenkast naast de element-achterwanden nog een achterwand heeft, dient deze verwijderd te worden.
Het apparaat slechts zo hoog inbouwen, dat de accessoires er zonder probleem uitgehaald kunnen worden.
22.7 Combinatie met een warmhoudlade
Eerst de warmhoudlade inbouwen. Houd het het installatievoorschrift van de warmhoudlade aan.
Het apparaat op de warmhoudlade in de inbouwkast schuiven. Beschadig de plaat van de warmhoudlade niet bij het inschuiven.
Pagina 188
nl Montagehandleiding
22.8 Hoekinbouw
Neem de inbouwafmetingen en de veiligheidsafstanden bij hoekinbouw in acht.
Houd om ervoor te zorgen dat de ovendeur kan worden geopend, bij de hoekinbouw de minimum afmetingen aan. De maat is afhankelijk van de dikte van het meubelfront en de greep.
22.9 Elektrische aansluiting
Om het apparaat elektrisch veilig te kunnen aansluiten, dient u deze aanwijzingen in acht te nemen.
WAARSCHUWING ‒ Gevaar: magnetisme!
Het apparaat bevat permanente magneten. Deze kunnen elektronische implantaten, zoals pacemakers, of insulinepompen beïnvloeden.
- Personen met elektronische implantaten dienen minimaal een afstand van 10 cm tot het apparaat aan te houden.
- Het apparaat voldoet aan beveiligingsklasse I en mag alleen met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
- De zekering dient in overeenstemming te zijn met de vermogensopgave op het typeplaatje en de lokale voorschriften.
- Het apparaat moet bij alle montagewerkzaamheden spanningsloos zijn.
- Een beschadigde aansluitkabel moet door de fabrikant, de servicedienst of een vergelijkbaar gekwalificeerde persoon worden vervangen om gevaar te vermijden.
- De bescherming tegen aanraking dient door de inbouw te zijn gewaarborgd.
Apparaat elektrisch aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen op een geaarde contactdoos worden aangesloten die volgens de voorschriften is geïnstalleerd.
- 1. De apparaatstekker van het aansluitsnoer aan het apparaat aansluiten.
De apparaatstekker op vastheid controleren.
- 2. De stekker van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
Na het inbouwen van het apparaat ervoor zorgen dat de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk is. Als de netstekker van de netaansluitkabel niet vrij toegankelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
Apparaat zonder geaarde stekker elektrisch aansluiten
Opmerking: Het apparaat mag alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
In de vast geplaatste elektrische installatie moet een scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften zijn ingebouwd.
- 1. Fase- en neutraal- ("nul-") leider in het stopcontact identificeren.
Bij een verkeerde aansluiting kan het apparaat worden beschadigd.
- 2. Volgens het aansluitschema aansluiten.
Zie voor de spanning het typeplaatje.
- 3. De aders van de elektrische aansluitleiding dienen overeenkomstig de kleurcodering te worden aangesloten:
‒ groen-geel = aarddraad ‒ blauw = neutraal- ("nul-") leiding ‒ bruin = fase (buitendraad)
22.10 Apparaat inbouwen
- 1. Het apparaat met de waterpas exact horizontaal uitlijnen.
- 2. Schuif het apparaat er helemaal in.
- 3. Het apparaat horizontaal en centraal uitlijnen.
- 4. Schroef het apparaat op het meubel vast.
- 5. Verwijder verpakkingsmateriaal en plakfolie uit de binnenruimte en van de deur.
Opmerking: De spleet tussen het werkblad en het apparaat niet met extra deklatten afsluiten.
Aan de zijwanden van de ombouwkast geen isolatieprofielen aanbrengen.
22.11 Apparaat demonteren
- 1. Maak het apparaat spanningsloos.
- 2. Draai de bevestigingsschroeven los.
- 3. Het apparaat iets optillen en volledig naar buiten trekken.