Bosch HNG6764B6, tekst van de handleiding
Pagina's 16–26 van 60 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–15verder op pagina 27 →
Pagina 16
nl Voor het eerste gebruik
Opmerking: De telescooprails met een lichte druk terugschuiven in de binnenruimte.
- 4. Het toebehoren volledig inschuiven, zodat het de apparaatdeur niet raakt.
Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.
6.4 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:
www.bosch-home.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.
7 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
7.1 Vóór het eerste gebruik
Informeer voor de eerste ingebruikneming bij uw waterbedrijf naar de waterhardheid van uw leidingwater. Om ervoor te zorgen dat het apparaat u er op het juiste moment aan kan herinneren dat u dient te ontkalken, dient u de juiste waterhardheid in te stellen.
LET OP!
Wanneer een verkeerde waterhardheid is ingesteld, dan kan het apparaat u niet tijdig aan het ontkalken herinneren.
- Waterhardheid correct instellen.
Schade aan het apparaat door gebruik van ongeschikte vloeistoffen.
- Gebruik geen gedistilleerd water, geen sterk chloridehoudend leidingwater (> 40 mg/l) of andere vloeistoffen.
- Gebruik uitsluitend vers, koud leidingwater, onthard water of mineraalwater zonder koolzuur.
Kans op functiestoringen bij het gebruik van gefilterd of gedemineraliseerd water. Het apparaat vraagt eventueel om na te vullen terwijl de watertank vol is, of de stoomfunctie wordt na ongeveer 2 minuten afgebroken.
- Meng gefilterd of gedemineraliseerd water eventueel met mineraalwater zonder koolzuur, in de verhouding één op één.
Tip: Gebruikt u mineraalwater, stel dan waterhardheid op “zeer hard“ in. Gebruikt u mineraalwater, gebruik dan uitsluitend mineraalwater zonder koolzuur.
Tip: Wanneer uw leidingwater sterk kalkhoudend is, adviseren wij u onthard water te gebruiken. Gebruikt u uitsluitend onthard water, stel dan het waterhardheidbereik in op "onthard".
| Instelling | Waterhardheid in mmol/ l | Duitse hardheid °dH | Franse hardheid °fH |
|---|---|---|---|
| 00 (onthard)¹ | - | - | - |
| 01 (zacht) | tot 1,5 | tot 8,4 | tot 15 |
| 02 (gemiddeld) | 1,5-2,5 | 8,4-14 | 15-25 |
| 03 (hard) | 2,5-3,8 | 14-21,3 | 25-38 |
| 04 (zeer hard)² | hoger dan 3,8 | hoger dan 21,3 | hoger dan 38 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
1 Alleen instellen wanneer er uitsluitend onthard water wordt gebruikt.
2 Ook voor mineraalwater instellen. Uitsluitend mineraalwater zonder koolzuur gebruiken.
7.2 Eerste keer in gebruik nemen
Na het aansluiten op het elektriciteitsnetwerk of na een langere stroomuitval dient u de instellingen voor de eerste ingebruikname van uw apparaat uit te voeren. Het kan enkele seconden duren tot op het display de instellingen verschijnen.
Opmerking: U kunt de instellingen ook met Home Connect uitvoeren. Als uw apparaat verbonden is, volg dan de aanwijzingen in de app.
- 1. Op het tekstveld van de gewenste instelling drukken.
Mogelijke instellingen:
- Taal
- Tijd
- Waterhardheid
- 2. De instelling indien nodig met de bedieningsring wijzigen.
- 3. Tot slot met "Instellingen afronden" bevestigen.
- Op het display verschijnt een melding dat het eerste gebruik is afgesloten.
- Het display toont de ingestelde tijd.
- 4. Om het apparaat vóór het eerste verwarmen te controleren, deur van het apparaat een keer openen en sluiten.
Pagina 17
De Bediening in essentie nl
7.3 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. De productinformatie en het toebehoren uit de binnenruimte nemen. Verpakkingsresten, zoals korreltjes piepschuim en tape aan binnen- en buitenzijde van het apparaat verwijderen.
- 2. Gladde oppervlakken in de binnenruimte afnemen met een zachte, vochtige doek.
- 3. Het apparaat inschakelen met .
- 4. De watertank vullen.
→ "Watertank vullen", Pagina 20
- 5. Volgende instellingen uitvoeren:
Verwarmingsmethode 4D hetelucht
| Temperatuur | maximaal |
|---|---|
| Toevoer van stoom | 03 |
| Bereidingstijd | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
→ "De Bediening in essentie", Pagina 17
- 6. In werking stellen met .
‒ Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang het apparaat opwarmt.
- Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 7. Het apparaat uitschakelen met .
- 8. Als het apparaat is afgekoeld, gladde oppervlakken in de binnenruimte met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- 9. De accessoires met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel grondig reinigen.
- 10. De watertank legen en de binnenruimte drogen. → "Na elk gebruik met stoom", Pagina 21
8 De Bediening in essentie
8.1 Apparaat inschakelen
- Het apparaat inschakelen met .
- Op het display verschijnt het Bosch logo. Hierna verschijnen de verwarmingsmethoden.
8.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig heeft. Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient, gaat het automatisch uit.
- Het apparaat uitschakelen met .
- Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden afgebroken.
- Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-indicatie.
8.3 In werking stellen
Elke functie moet u starten.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
- In werking stellen met .
- Op het display verschijnen de instellingen, de looptijd, de ringlijn en de opwarmlijn.
8.4 Werking onderbreken of afbreken
U kunt de werking kort onderbreken en weer voortzetten. Breekt u de werking volledig af, dan worden de instellingen gereset.
- 1. Om de werking kort te onderbreken:
‒ Kort op drukken.
‒ Om de werking voort te zetten, op drukken.
- 2. Op de werking af te breken, ca. 3 seconden ingedrukt houden.
- De werking wordt afgebroken en alle instellingen worden gereset.
8.5 Functie instellen
Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, stelt het een functie voor, bijv. verwamingsmethoden.
- 1. Kiest u liever een andere dan de voorgestelde functie, druk dan op .
- De keuzelijst met de functies verschijnt.
→ "Functies", Pagina 12
- 2. Op de gewenste functie drukken.
- 3. Om andere opties in te stellen, drukt u op de betreffende tekstvelden.
- 4. De waarde met de bedieningsring veranderen.
- 5. In werking stellen met .
8.6 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
Vereiste: De functie "Verwarmingsmethoden" is gekozen.
- 1. Druk op de gewenste verwarmingsmethode. Is de verwarmingsmethode niet te zien in de touchdisplays, blader dan met de bedieningsring door de keuzelijst.
- De temperatuur is wit gemarkeerd.
- 2. De temperatuur met de bedieningsring instellen.
- 3. In werking stellen met .
- Het apparaat begint op te warmen.
- Op het display staat de tijd, hoelang het programma al loopt en de doeltemperatuur.
- 4. Als het gerecht klaar is, het apparaat met uitschakelen.
Tip: De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.
Opmerking: U kunt aan het apparaat de duur en het einde van de werking instellen.
→ "Tijdfuncties", Pagina 18
Pagina 18
nl Snel voorverwarmen
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. De werking met onderbreken.
- 2. Op "Verwarmingsmethoden" drukken.
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- Op het display verschijnt de bijbehorende voorgestelde temperatuur.
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur direct wijzigen.
- De temperatuur wijzigen met de bedieningsring.
- De temperatuur wordt direct overgenomen.
8.7 Informatie weergeven
In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist uitgevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen verschijnen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep of waarschuwing.
- 1. Op drukken.
- Indien aanwezig, wordt informatie gedurende enkele seconden weergegeven.
- 2. Bij langere teksten bladeren met de bedieningsring.
9 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kunt u bij ingestelde temperaturen vanaf 100 °C de opwarmingsduur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u de functie snel voorverwarmen gebruiken:
4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Intensieve hitte
9.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de gerechten pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen.
Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
- 1. Een geschikte verwarmingsmethode en een temperatuur vanaf 100°C instellen.
- 2. Op "Snel voorverwarmen" drukken.
- In het tekstveld staat "Aan".
- 3. In werking stellen met .
- Het snel voorverwarmen start.
- Als het snel voorverwarmen eindigt, weerklinkt een signaal. In het tekstveld staat "Uit".
- 4. Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
Snel voorverwarmen afbreken
- Op "Snel voorverwarmen" drukken.
- In het tekstveld staat "Uit".
10 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u de werking kunt sturen.
10.1 Overzicht van de tijdfuncties
Bij de werking kunt u duur en einde instellen. De wekker kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Timer | De wekker kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet. |
| Tijdsduur | Wanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
| Einde | Voor de duur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip klaar is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
10.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot 23 uur en 59 minuten instellen. De timer heeft een eigen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur eindigt.
- 1. Op drukken.
- Het symbool is rood verlicht.
- 2. De wekkertijd instellen met de bedieningsring.
- 3. De wekker met starten.
Na enkele seconden start de wekker ook automatisch.
- De wekkertijd loopt af.
- Wanneer het apparaat uitgeschakeld is, blijft de wekker op het display staan.
- Als het apparaat is ingeschakeld, staan de instellingen van de lopende werking op het display. Om de wekkertijd enkele seconden weer te geven, op drukken.
- Als de wekkertijd is verstreken, klinkt er een signaal. Het rode symbool verdwijnt.
- 4. Wanneer de timertijd is verstreken:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken.
‒ Om opnieuw een wekkertijd in te stellen op drukken en de wekkertijd met de bedieningsring instellen.
Pagina 19
Tijdfuncties nl
Wekker wijzigen
U kunt de wekkertijd altijd wijzigen.
- 1. Op drukken.
- 2. De wekkertijd met de bedieningsring wijzigen.
- 3. Met bevestigen.
Wekker afbreken
U kunt de wekkertijd altijd afbreken.
- 1. Op drukken.
- 2. De wekkertijd met de bedieningsring op nul terugzetten.
- 3. Met bevestigen.
- Het rode symbool verdwijnt.
10.3 Tijdsduur instellen
De duur voor de werking kunt u tot 23 uur en 59 minuten instellen.
Vereiste: Een werking en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- 1. Op "Tijdsduur" drukken.
- 2. Met de bedieningsring de tijdsduur instellen.
| Draairichting | Voorgestelde waarde |
|---|---|
| Links | 10 minuten |
| Rechts | 30 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in stappen van een minuut, daarna in stappen van 5 minuten. De eindtijd wordt automatisch berekend.
- 3. In werking stellen met .
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
- 4. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen op "Tijdsduur" drukken en de tijdsduur met de bedieningsring instellen.
‒ Om de werking zonder tijdsduur voor te zetten, met starten.
‒ Als het gerecht klaar is, het apparaat met uitschakelen.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de duur altijd wijzigen.
- 1. Op drukken.
- 2. De tijdsduur met de bedieningsring wijzigen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
Tijdsduur afbreken
U kunt de duur altijd afbreken.
- 1. Op "Tijdsduur" drukken.
- 2. De tijdsduur met de bedieningsring op nul terugzetten.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
- Het apparaat zet de functie zonder tijdsduur voort.
10.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kunt u tot 23 uur en 59 minuten verschuiven.
Opmerkingen
- Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt u het einde niet meer als de werking eenmaal is gestart.
- Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.
Vereisten
- Een werking en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. Op "Einde" drukken.
- 2. Het einde met de bedieningsring verplaatsen. Het einde kan na het starten niet meer worden gewijzigd.
- 3. In werking stellen met .
- Het display toont de starttijd. Het apparaat bevindt zich in de wachtstand.
- Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
- 4. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen op "Tijdsduur" drukken en de tijdsduur met de bedieningsring instellen.
‒ Om de werking zonder tijdsduur voor te zetten, met starten.
‒ Als het gerecht klaar is, het apparaat met uitschakelen.
Einde afbreken
U kunt het ingestelde einde en de duur altijd wissen.
- 1. De werking met onderbreken.
- 2. Om de werking zonder tijdsduur en einde voort te zetten, met starten.
Pagina 20
nl Stoom
11 Stoom
Met stoom bereidt u gerechten op een bijzonder efficiënte manier. U kunt de stoommethoden gebruiken of bij enkele verwarmingsmethoden de stoomondersteuning inschakelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
11.1 Watertank vullen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank.
- Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
Vereiste: De waterhardheid is correct ingesteld. → "Vóór het eerste gebruik", Pagina 16
- 1. Druk op .
- Het bedieningspaneel wordt automatisch naar voren geschoven.
- 2. Het bedieningspaneel met beide handen naar voren trekken en vervolgens naar boven schuiven tot het vergrendelt .
- 3. De watertank optillen en uit de tankschacht nemen .
- 4. Het deksel aan de watertank langs de afdichting aandrukken zodat er geen water meer uit de watertank kan lopen.
- 5. Het water tot aan de markering "max" in de watertank vullen.
- 6. De gevulde watertank plaatsen . Er hierbij op letten dat de watertank aan de houders vastklikt.
- 7. Het bedieningspaneel langzaam naar onderen schuiven, dan naar achteren drukken tot het bedieningspaneel volledig is gesloten.
11.2 Stoommethoden
Er staan verschillende stoommethoden ter beschikking waarbij hete stoom gerechten op een efficiënte wijze bereidt.
Regenereren
Met regenereren warmt u al klaargemaakte gerechten op een efficiënte manier op of bakt u gerechten van de vorige dag op.
Deegrijsstand
Met de deegrijsstand rijst het deeg duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur en het droogt niet uit.
Verwarmingsmethode met stoom instellen Opmerking:
Neem de gegevens over de verwarmingsmethoden met stoom in acht:
→ "Stoommethoden", Pagina 20
- Bij de verwarmingsmethoden met stoom is altijd een tijdsduur nodig.
Vereiste: De watertank is gevuld.
→ "Watertank vullen", Pagina 20
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Stoom" drukken.
- 3. Op de gewenste verwarmingsmethode stomen drukken.
- De temperatuur is wit gemarkeerd.
Pagina 21
Stoom nl
- 4. De temperatuur met de bedieningsring instellen.
- 5. Op "Tijdsduur" drukken.
- 6. Met de bedieningsring de tijdsduur instellen.
- 7. In werking stellen met .
Opmerking: Als de watertank tijdens het bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aanwijzing. De werking wordt onderbroken.
→ "Watertank vullen", Pagina 20
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
- 8. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen op "Tijdsduur" drukken en de tijdsduur met de bedieningsring instellen.
‒ Als het gerecht klaar is, het apparaat met uitschakelen.
- 9. De watertank legen en de binnenruimte drogen. → "Na elk gebruik met stoom", Pagina 21
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. De werking met onderbreken.
- 2. Op "Stoom" drukken.
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- Op het display verschijnt de bijbehorende voorgestelde temperatuur.
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur direct wijzigen.
- De temperatuur wijzigen met de bedieningsring.
- De temperatuur wordt direct overgenomen.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de duur altijd wijzigen.
- 1. Op drukken.
- 2. De tijdsduur met de bedieningsring wijzigen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
11.3 Bereiding met stoom
Bij het bereiden met stoom brengt het apparaat met verschillende tussenpozen stoom in de binnenruimte. Hierdoor krijgt het gerecht een knapperige korst en een glanzend oppervlak. Vlees wordt van binnen zacht, mals en verliest slechts weinig volume.
Geschikte verwarmingsmethoden met stoomtoevoer
Voor de werking met stoomondersteuning zijn slechts bepaalde verwarmingsmethoden geschikt.
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u er stoom bij inschakelen:
4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Circulatiegrillen
- Warmhouden
Stoomtoevoer instellen
Vereiste: De watertank is gevuld. → "Watertank vullen", Pagina 20
- 1. Kies de functie "Verwarmingsmethoden".
- 2. Druk op een geschikte verwarmingsmethode.
- De temperatuur is wit gemarkeerd.
- 3. Stel de temperatuur in met de bedieningsring.
- 4. Druk op "Toevoer van stoom".
- 5. Stel de stoomstand in met de bedieningsring.
| Stoomstand | Toevoer van stoom |
|---|---|
| 0 | geen |
| 01 | gering |
| 02 | gemiddeld |
| 03 | sterk |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
- 6. Start de werking .
Opmerking: Als de watertank tijdens het bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aanwijzing. De werking wordt zonder gebruik van stoom voortgezet.
→ "Watertank vullen", Pagina 20
- Het apparaat begint op te warmen.
- Op het display staat de tijd, hoelang het programma al loopt en de instellingen.
- 7. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 8. Leeg de watertank en droog de binnenruimte. → "Na elk gebruik met stoom", Pagina 21
Stoomstand wijzigen
U kunt de stoomstand altijd wijzigen.
- 1. Op "Toevoer van stoom" drukken.
- 2. De stoomstand met de bedieningsring wijzigen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur direct wijzigen.
- De temperatuur wijzigen met de bedieningsring.
- De temperatuur wordt direct overgenomen.
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. De werking met onderbreken.
- 2. Op "Verwarmingsmethoden" drukken.
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- Op het display verschijnt de bijbehorende voorgestelde temperatuur.
11.4 Na elk gebruik met stoom
Na elke bereiding met stoom pompt het apparaat het restwater terug in de watertank. Leeg en droog aansluitend de watertank en de bereidingsruimte.
Watertank legen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
Pagina 22
nl Magnetron
LET OP!
Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gereinigd veroorzaakt dit schade.
- De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
- Reinig de watertank met een zachte doek en een in de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
- 1. Het bedieningspaneel met openen.
- 2. De watertank eruit nemen.
- 3. Het deksel van de watertank voorzichtig verwijderen.
- 4. De watertank legen, met een afwasmiddel reinigen en met schoon water grondig uitspoelen.
- 5. Alle onderdelen drogen met een zachte doek.
- 6. De afdichting van het deksel droog wrijven.
- 7. Laat de watertank drogen met geopend deksel.
- 8. Het deksel op de watertank plaatsen en aandrukken.
- 9. De watertank inzetten en bedieningspaneel sluiten.
Lekgoot droogmaken
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. De apparaatdeur openen.
- 2. Opmerking:
De lekgoot bevindt zich onder de binnenruimte.
Het water in de lekgoot met een sponsdoekje opzuigen en voorzichtig opnemen.
Binnenruimte drogen
Droog de ovenruimte na elk gebruik met stoom.
- De ovenruimte met de hand drogen of de functie "Drogen" gebruiken.
→ "Drogen", Pagina 36
12 Magnetron
Met de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten bereiden, verwarmen, bakken of ontdooien. U kunt de magnetron alleen, of in combinatie met een andere verwarmingsmethode gebruiken.
12.1 Vormen en accessoires met magnetron
Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het apparaat niet te beschadigen, dient u alleen geschikte vormen en accessoires te gebruiken.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van uw vormen in acht.
Indien niet anders aangegeven, de vormen en accessoires inschuiven op hoogte 2.
Geschikt voor de magnetron
| Vormen en accessoires | Aanwijzingen |
|---|---|
| Vormen van hitte- en magnetronbestendig materiaal: • Glas • Glaskeramiek • Porselein • Temperatuurbestendig kunststof • Volledig geglaceerd keramiek zonder barsten | Deze materialen laten microgolven door en worden niet beschadigd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
| Vormen en accessoires | Aanwijzingen |
|---|---|
| Serveervormen | U hoeft uw gerechten niet om te vullen. Opmerking: Vormen met gouddecor of zilverdecor alleen gebruiken als de fabrikant de geschiktheid voor gebruik in de magnetron garandeert. |
| Meegeleverd rooster | Alleen het meegeleverde rooster is voor het zuivere gebruik met magnetron geschikt. Opmerking: Platen, bijv. de universele braadslede of de bakplaat, kunnen vonken vormen en zijn niet geschikt. |
| Niet geschikt voor de magnetron Opmerking: Neem de gegevens over het vermijden van materiële schade in acht. → "Magnetron", Pagina 8 | |
| Vormen en accessoires | Aanwijzingen |
| Vormen en bakvormen van metaal | Metaal laat geen microgolven door. Hierdoor worden de gerechten niet of nauwelijks opgewarmd. Opmerking: Metaal kan bij het zuivere magnetrongebruik vonken vormen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Vormen en accessoires met CombiSpeed
Door de combinatie van magnetron en een verwarmingsmethode zijn voor vormen en accessoires van metaal mogelijk.
Pagina 23
Magnetron nl
| Vormen en accessoires | Aanwijzingen |
|---|---|
| Vormen en bakvormen van metaal | Met CombiSpeed kan metaal worden gebruikt. Opmerking: Voorwerpen die metaal bevatten dienen minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd te zijn. |
| Meegeleverde accessoires: • Rooster • Braadslede • Bakplaat | De meegeleverde accessoires zijn voor de CombiSpeed geschikt. Er vormen zich geen vonken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
Vormen testen op hun magnetronbestendigheid
Als u niet zeker bent of uw vormen geschikt zijn voor het gebruik in de magnetron, voert u een test van de vormen uit.
LET OP!
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
- 2. Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut instellen op de maximale vermogensstand.
- 3. In werking stellen.
- 4. De vorm meerdere keren controleren:
‒ Wanneer de vorm koud of handwarm blijft, dan is deze geschikt voor de magnetron.
‒ Wanneer de vorm heet wordt of als r vonken ontstaan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan niet geschikt voor de magnetron.
12.2 Magnetron instellen
Opmerkingen
- Zorg voor de juiste omgang met de magnetron:
- → "Veiligheid", Pagina 2
- → "Materiële schade vermijden", Pagina 8
- → "Magnetronvermogen", Pagina 14
- → "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 22
- Om condensaat te vermijden, schakelt bij de magnetronvermogens 600 watt en max. het apparaat automatisch een verwarmingselement in. De binnenruimte en het toebehoren worden heet. Het bereidingsresultaat wordt hierdoor niet beïnvloed.
Deze droogfunctie kunt u in de basisinstellingen uitschakelen.
→ "Basisinstellingen", Pagina 29
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De droogfunctie bij de hoogste standen bij de magnetronfunctie schakelt automatisch een verwarmingselement bij en verhit de binnenruimte.
- Raak nooit de hete oppervlakken in de binnenruimte of de verwarmingselementen aan.
- Houd kinderen uit de buurt.
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Magnetron" drukken.
- 3. Toets voor het gewenste magnetronvermogen indrukken.
- 4. Met de bedieningsring de tijdsduur instellen.
- 5. In werking stellen met .
- De magnetron start en de tijdsduur loopt af. De opwarmlijn verschijnt niet.
- Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
- 6. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken.
‒ Indien nodig opnieuw een magnetronvermogen en een tijdsduur instellen.
‒ Als het gerecht klaar is, het apparaat met uitschakelen.
- 7. Als u de droogfunctie voor de magnetron in de basisinstellingen hebt uitgeschakeld, de binnenruimte drogen.
→ "Drogen", Pagina 36
Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking stopgezet. Als u de ovendeur sluit, moet u de werking met voortzetten. Heeft u de basisinstelling hiervoor gewijzigd, zorg er dan voor dat de magnetron niet verder loopt terwijl hij leeg is.
→ "Basisinstellingen", Pagina 29
Magnetronvermogen wijzigen
Als u het magnetronvermogen wijzigt, blijft de ingestelde tijdsduur behouden.
- 1. De werking met onderbreken.
- 2. Toets voor het gewenste magnetronvermogen indrukken.
- 3. De werking met voortzetten.
Tijdsduur wijzigen
Na het starten van de magnetronwerking kunt u de tijdsduur direct wijzigen.
- De tijdsduur met de bedieningsring wijzigen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
Pagina 24
nl Braadthermometer
12.3 CombiSpeed
Om de bereidingsduur te verkorten, kunt u sommige verwarmingsmethoden in combinatie met de magnetron gebruiken.
Mogelijke verwarmingsmethoden zijn:
4D hete lucht
- Boven- en onderwarmte
- Circulatiegrillen
- Grill, groot
- Grill, klein
Mogelijke magnetronvermogens zijn: 90 watt
180 watt
360 watt
CombiSpeed instellen
Opmerking:
Zorg voor de juiste omgang met de magnetron: → "Veiligheid", Pagina 2 → "Materiële schade vermijden", Pagina 8 → "Magnetronvermogen", Pagina 14 → "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 22
- 1. Op drukken.
- 2. Op "CombiSpeed" drukken.
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 4. Toets voor het gewenste magnetronvermogen indrukken.
- 5. De temperatuur met de bedieningsring instellen.
- 6. Op tijdsduur drukken en de tijdsduur met de bedieningsring instellen.
- 7. In werking stellen met .
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
- 8. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken.
‒ Indien nodig opnieuw een combinatie instellen. ‒ Als het gerecht klaar is, het apparaat met uitschakelen.
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de magnetronwerking kunt u de temperatuur direct wijzigen.
- De temperatuur wijzigen met de bedieningsring.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
Tijdsduur wijzigen
Na het starten van de magnetronwerking kunt u de tijdsduur altijd wijzigen.
- 1. Op "Tijdsduur" drukken.
- 2. De tijdsduur met de bedieningsring wijzigen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
Combinatie wijzigen
Als u de combinatie uit verwarmingsmethode en magnetronvermogen wijzigt, worden alle andere instellingen teruggezet.
- 1. De werking met onderbreken.
- 2. Verwarmingsmethode of magnetronvermogen wijzigen.
‒ Om het magnetronvermogen te wijzigen, op magnetron drukken en het magnetronvermogen wijzigen.
‒ Om de verwarmingsmethode te wijzigen, op verwarmingsmethode drukken en de verwarmingsmethode wijzigen. Daarna het magnetronvermogen instellen.
- 3. De werking met voortzetten.
13 Braadthermometer
U kunt uw gerechten heel nauwkeurig garen door er een braadthermometer in te steken en een kerntemperatuur in te stellen. Zodra de ingestelde kerntemperatuur in het product is bereikt, houdt het apparaat automatisch op te werken.
13.1 Geschikte verwarmingsmethoden met braadthermometer
Voor het gebruik met de braadthermometer zijn alleen bepaalde verwarmingsmethoden geschikt.
Wanneer de braadthermometer in de binnenruimte is geplaatst, staan de volgende verwarmingsmethoden ter beschikking.
4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Hetelucht Eco
- Boven-/onderwarmte Eco
- Circulatiegrillen
- Pizzastand
- Regenereren
13.2 Braadthermometer in het vlees steken
Gebruik de meegeleverde braadthermometer of bestel een geschikte braadthermometer via onze servicedienst.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan de isolatie beschadigd raken.
- Gebruik alleen de braadthermometer die voor dit apparaat bestemd is.
LET OP!
Anders kan de braadthermometer beschadigd raken.
- Het snoer van de braadthermometer niet inklemmen.
- Gebruik geen gesloten vormen.
- Om te voorkomen dat de braadthermometer beschadigd raakt door een te intensieve hitte, moet de afstand tussen grillelement en braadthermometer enkele centimeters bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
Pagina 25
Braadthermometer nl
Als bij het gebruik met magnetron de punt van de braadthermometer niet volledig in het gerecht steekt, dan ontstaan er vonken.
- De braadthermometer volledig in het gerecht steken.
- 1. De braadthermometer in het gerecht steken. De braadthermometer heeft drie meetpunten. Zorg ervoor dat minstens het middelste meetpunt in het gerecht steekt.
| Dunne vleesstukken | Steek de braadthermometer opzij in de dikste plaats van het vlees. |
| Dikke vleesstukken | Steek de thermometer van boven schuin tot de aanslag in het vlees. |
| Gevogelte | De braadthermometer in de dikste plaats van de gevogelteborst steken tot de aanslag. Steek de braadthermometer schuin of in de lengte in het gevogelte, afhankelijk van de vorm. Het gevogelte draaien en met de borstzijde naar beneden op het rooster leggen. |
| Vis | Bij hele vis de braadthermometer achter de kop in de richting van de ruggengraat tot de aanslag insteken. De vis zonder hem te keren in de zwemstand op het rooster plaatsen, bijv. met een halve aardappel als steun. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
- 2. Het product samen met de braadthermometer in de binnenruimte plaatsen.
- 3. De aansluiting van de braadthermometer in de linkerbus in de binnenruimte steken.
Opmerkingen
- Verwijdert u de braadthermometer tijdens het gebruik, dan worden alle instellingen gereset.
- Wilt u het product keren, verwijder de braadthermometer dan niet. Controleer na het keren van het product of de braadthermometer nog goed in het gerecht zit.
13.3 Braadthermometer instellen
De braadthermometer meet de temperatuur in het binnenste van het product tussen 30°C en 99°C.
Vereisten
- Het product met de braadthermometer staat in de binnenruimte.
- De braadthermometer is in de binnenruimte gestoken.
- 1. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- De temperatuur van de binnenruimte is wit gemarkeerd.
- 2. De temperatuur van de binnenruimte met de bedieningsring instellen.
De temperatuur van de binnenruimte minstens 10°C hoger instellen dan de kerntemperatuur.
De temperatuur van de binnenruimte niet hoger instellen dan 250°C.
- 3. Op "Kerntemperatuur" drukken.
- De kerntemperatuur is wit gemarkeerd.
- 4. De kerntemperatuur met de bedieningsring instellen.
- 5. Bij sommige verwarmingsmethoden kunt u de toevoer van stoom instellen.
→ " Stoom", Pagina 20
- 6. In werking stellen met .
- Het apparaat begint op te warmen.
- Op het display staat de tijd, hoelang het programma al loopt en de kerntemperatuur.
- Links staat de actuele kerntemperatuur in het product, rechts staat de ingestelde, bijv. 15°C|75°C. De actuele kerntemperatuur verschijnt pas vanaf ca. 10°C. De opwarmlijn geeft ook de kerntemperatuur aan.
- Als het gerecht klaar is, weerklinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display is de actuele kerntemperatuur gelijk aan de ingestelde kerntemperatuur, bijv. 75°C|75°C.
- 7. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte, accessoires en braadthermometer worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en de braadthermometer altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
Als de kerntemperatuur is bereikt:
‒ Het apparaat uitschakelen met .
‒ Neem de braadthermometer uit de aansluiting in de binnenruimte.
‒ Neem de braadthermometer uit het product en uit de binnenruimte.
Tip: U kunt de braadthermometer ook met een andere functie gebruiken. Zodra de braadthermometer is ingestoken, staan alleen nog de met braadthermometer mogelijke functies ter beschikking.
Temperatuur wijzigen
- 1. Na het starten van de werking is de kerntemperatuur wit gemarkeerd. U kunt de kerntemperatuur direct met de bedieningsring wijzigen.
Pagina 26
nl Assist
- 2. Om de temperatuur van de binnenruimte te veranderen, op "Temperatuur" drukken en de temperatuur van de binnenruimte wijzigen met de bedieningsring.
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. De werking met onderbreken.
- 2. Op "Verwarmingsmethoden" drukken.
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- Op het display verschijnt de bijbehorende voorgestelde temperatuur.
13.4 Kerntemperatuur van verschillende levensmiddelen
Hier vindt u richtwaarden voor kerntemperaturen van verschillende levensmiddelen.
De richtwaarden hangen af van de kwaliteit en de soort levensmiddelen. Gebruik geen diepvriesproducten.
| Gevogelte | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Kip | 80 - 85 |
| Kipfilet | 75 - 80 |
| Eend | 80 - 85 |
| Eendenborst, rosé | 55 - 60 |
| Kalkoen | 80 - 85 |
| Kalkoenfilet | 80 - 85 |
| Gans | 80 - 90 |
| Varkensvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Varkensnek | 85 - 90 |
| Varkensfilet, rosé | 62 - 70 |
| Varkensrug, doorbakken | 72 - 80 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
| Rundvlees | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Rosbief of rundvlees, kort gebakken | 45 - 52 |
| Rosbief of runderfilet, rosé | 55 - 62 |
| Runderfilet of rosbief, doorbakken | 65 - 75 |
| Kalfsvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Gebraden kalfsvlees of schouderstuk, mager | 75 - 80 |
| Gebraden kalfsvlees, schouder | 75 - 80 |
| Kalfsschenkel | 85 - 90 |
| Lamsvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Lamsbout, rosé | 60 - 65 |
| Lamsbout, doorbakken | 70 - 80 |
| Lamsrug, rosé | 55 - 60 |
| Vis | Kerntemperatuur in °C |
| Vis, heel | 65 - 70 |
| Visfilet | 60 - 65 |
| Diversen | Kerntemperatuur in °C |
| Gebraden gehakt, alle vleessoorten | 80 - 90 |
| Gerechten opwarmen, regenereren | 65 - 75 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
14 Assist
Met de functie "Assist" helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
14.1 Vormen
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de grootte van de vorm.
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
- Licht gekleurd, glanzend aluminium
- Niet geglazuurde klei
- Kunststof of kunststof grepen
Opmerking: Bij sommige gerechten schakelt het apparaat de magnetron in. Er verschijnt een aanwijzing op het display dat een voor de magnetron geschikte vorm dient te worden gebruikt.
→ "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 22
14.2 Instellingen van de gerechten
Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het apparaat verschillende instellingen.
Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebruiken.
Tips en aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht instelt, geeft het display voor dit gerecht relevante informatie weer, bijv.:
- Geschikte inschuifhoogte
- Geschikte accessoires of vormen
- Toevoegen van vloeistof
- Tijdstip voor het keren of omroeren Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Druk op"Tip" of om de informatie op te roepen. Sommige aanwijzingen verschijnen automatisch.