Bosch HNG6764B6, tekst van de handleiding
Pagina's 27–39 van 60 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 16–26verder op pagina 40 →
Pagina 27
Assist nl
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Om een optimaal bereidingsresultaat te bereiken, moet u bijkomend het gewicht instellen. Indien niet anders aangegeven, stelt u het totale gewicht van uw gerecht in. Het gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde bereik instellen.
Insteladvies
Bij insteladviezen is de optimale verwarmingsmethode vast vooringesteld. Het display toont de verwarmingsmethode.
De vooringestelde temperatuur en de duur kunt u aanpassen.
Braadthermometer
Bij sommige gerechten kunt u de braadthermometer gebruiken.
Als de braadthermometer is ingebracht, kunt u enkel gerechten selecteren die met de braadthermometer mogelijk zijn. Bij elk gerecht krijgt u adviezen over de verwarmingsmethode, de temperatuur en de kerntemperatuur. De temperatuur en de kerntemperatuur kunt u aanpassen.
→ "Braadthermometer", Pagina 24
Baksensor
Sommige gerechten bakt het apparaat automatisch met baksensor.
Op het display verschijnt . U hoeft verder geen instellingen in te voeren.
Neem de informatie over de baksensor in acht. → "Gerechten met baksensor", Pagina 27
Magnetrongerechten
Bij enkele gerechten activeert het apparaat automatisch de magnetron. De bereidingstijd verkort hierdoor aanzienlijk.
Neem de informatie over de magnetron in acht. → "Magnetron", Pagina 22
Stoomgerechten
Bij sommige gerechten wordt automatisch de stoomfunctie geactiveerd.
Neem de informatie over de stoomfunctie in acht. → " Stoom", Pagina 20
14.3 Overzicht van de gerechten
Welke gerechten ter beschikking staan, ziet u aan het apparaat als u de functie oproept.
De gerechten zijn in categorieën en eten ingedeeld.
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Brood, gebak | Gebak Klein gebak Koekjes Brood, broodjes Hartig gebak, pizza, quiche |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Ovenschotels, soufflés | Ovenschotel, hartig, vers, gegaarde ingrediënten Lasagne, vers Gegratineerde aardappels, rauwe ingrediënten, vlak Ovenschotel, zoet, vers Soufflé in portievormen |
| Diepvriesproducten | Pizza Broodje Ovenschotels Aardappelproducten Vlees, gevogelte |
| Gevogelte | Kip Eend, gans Kalkoen |
| Vlees | Varkensvlees Rundvlees Kalfsvlees Lamsvlees Wildbraad Vleesgerechten |
| Vis | Vis |
| Bijgerechten, groente | Groente Aardappelen Rijst Granen |
| Regenereren, opbakken | Groente Menu Gebak Bijgerechten |
| Gerechten ontdooien | Brood, broodjes Gebak Vlees, gevogelte Vis |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
14.4 Gerechten met baksensor
Als u een gerecht selecteert dat voor de baksensor geschikt is, regelt het apparaat het bakproces volledig automatisch.
De baksensor bewaakt het bakproces in de binnenruimte en het apparaat regelt de instellingen automatisch.
Volgende gerechten bakt het apparaat automatisch met baksensor.
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Brood, gebak | Gebak • Gebak in vormen • Gebak op de plaat (Vruchten)taart/taart Klein gebak • Bladerdeeggebak • Muffins • Gistdeeggebak Hartig gebak, pizza, quiche • Hartig gebak, quiche • Pizza • Flammkuchen |
Pagina 28
nl Kinderslot
Geschikte bakvormen
Om een optimaal bakresultaat te bereiken, gebruikt u donkere bakvormen van metaal.
LET OP!
Door siliconenvormen, afdekkingen, accessoires of folie die silicone bevatten kan de baksensor beschadigd raken. Ook wanneer de baksensor niet wordt gebruikt, kan er schade ontstaan.
- Gebruik geen vormen van silicone of silicone-houdende, folie, afdekkingen of accessoires.
- Nooit voorwerpen van silicone in de binnenruimte bewaren.
14.5 Gerecht instellen
Uw apparaat biedt u vele verschillende gerechten aan. Met de bedieningsring kunt u in de verschillende keuzelijsten bladeren.
Opmerking: Na de start kunt u het gerecht en de instellingen ervan niet meer veranderen of onderbreken.
Vereiste: Om de functie te starten, moet de binnenruimte afgekoeld zijn.
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Assist" drukken.
- 3. Op de gewenste categorie drukken.
- 4. Op het gewenste eten drukken.
- 5. Op het gewenste gerecht drukken.
- Op het display verschijnen de instellingen bij het gerecht.
- Bij gerechten met baksensorfunctie verschijnen geen instellingen, er verschijnt een aanwijzing op de baksensor.
- 6. Indien nodig de instellingen aanpassen.
‒ Bij sommige gerechten kunt u de temperatuur en de tijdsduur aanpassen, bij sommige in de plaats hiervan het gewicht. Bij de baksensorfunctie regelt het apparaat de instellingen automatisch. ‒ Bij sommige gerechten kunt u bijkomend het einde verplaatsen.
→ "Einde instellen", Pagina 19
- 7. Om informatie over toebehoren en inschuifhoogte te verkrijgen, op "Tip" drukken.
- 8. In werking stellen met .
Opmerking: Open tijdens het gebruik met baksensor de apparaatdeur niet. Het bakresultaat zou niet meer kloppen en de baksensorfunctie wordt afgebroken.
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Bij het gebruik met baksensor wordt geen tijdsduur weergegeven. Op het display staat de tijd hoe lang het apparaat al in werking is.
- Als het gerecht klaar is, weerklinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op.
- 9. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken.
‒ Bij sommige gerechten kunt u indien gewenst nagaren.
→ "Nagaren", Pagina 28 ‒ Als het gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen met .
Nagaren
Bij sommige gerechten biedt het apparaat na het verstrijken van de bereidingsduur de functie nagaren aan. U kunt zo vaak nagaren als u wilt.
- 1. Als u niet wilt nagaren, op "Beëindigen" drukken en het apparaat met uitschakelen.
- 2. Om het gerecht na te garen, op "Nagaren" drukken.
- Op het display verschijnt een tijdsduur.
- 3. Indien nodig de duur met de bedieningsring wijzigen.
- 4. In werking stellen met .
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Het apparaat warmt niet meer op. De aanwijzing voor het nagaren verschijnt opnieuw.
- 5. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op een willekeurig touchveld drukken.
‒ Als u opnieuw wilt nagaren, op "Nagaren" drukken.
‒ Als het gerecht klaar is, op "Beëindigen" drukken en het apparaat met uitschakelen.
15 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
15.1 Kinderslot activeren en deactiveren
U kunt het kinderslot activeren en deactiveren terwijl het apparaat in- of uitgeschakeld is.
- 1. Om het kinderslot te activeren, ca. 4 seconden ingedrukt houden.
- Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevestiging.
- Het bedieningspaneel is geblokkeerd. Het apparaat kan alleen met worden uitgeschakeld.
- Als het apparaat is ingeschakeld, brandt . Als het apparaat is uitgeschakeld, brandt niet.
- 2. Om het kinderslot te deactiveren, ca. 4 seconden ingedrukt houden.
- Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevestiging.
Pagina 29
Sabbatinstelling nl
16 Sabbatinstelling
Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur tot 74 uur instellen. Gerechten kunnen tussen 85 °C en 140 °C met boven- en onderwarmte worden warmgehouden zonder dat u het apparaat hoeft in of uit te schakelen.
16.1 Sabbatinstelling starten
Opmerkingen
- Wanneer u de apparaatdeur tijdens gebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat verder.
- Na de start kunt u de sabbatinstelling niet meer wijzigen of onderbreken.
Vereisten
- De sabbatinstelling is in de basisinstellingen geactiveerd.
→ "Basisinstellingen", Pagina 29
- De functie "Verwarmingsmethoden" is gekozen.
- 1. Druk op "Sabbatinstelling".
Is de verwarmingsmethode niet te zien in de touchdisplays, blader dan met de bedieningsring door de keuzelijst.
- De temperatuur is wit gemarkeerd.
- 2. Stel de temperatuur in met de bedieningsring.
- 3. Druk op "Tijdsduur".
- 4. Stel de tijdsduur in met de bedieningsring.
Het einde kan niet worden verplaatst.
- 5. Start de werking met .
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- 6. Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. De tijdsduur staat op nul. Het apparaat houdt op met verwarmen en reageert weer zoals buiten de sabbatinstelling gebruikelijk is.
‒ Schakel het apparaat uit met .
Na ca. 10 tot 20 minuten schakelt het apparaat automatisch uit.
17 Basisinstellingen
U kunt uw apparaat instellen volgens uw behoeften.
17.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
| Basisinstelling | Keuze |
|---|---|
| Taal | Zie de keuze op het apparaat. |
| Tijd | Tijd in 24 uursformaat. |
| Waterhardheid → "Vóór het eerste gebruik", Pagina 16 | 00 (onthard) 01 (zacht) 02 (gemiddeld) 03 (hard) 04 (zeer hard)¹ |
| Home Connect | Home Connect Instellingen → "Home Connect ", Pagina 30 |
| Fabrieksinstelling | Terugzetten Niet resetten¹ |
| Geluidssignaal | Korte duur (30 seconden) Gemiddelde duur (1 minuut)¹ Lange duur (5 minuten) |
| Volume | 5 standen |
| Toetssignaal | Ingeschakeld Uitgeschakeld (geluid bij blijft)¹ |
| Helderheid display | 5 standen |
| Tijdsweergave 1 Fabrieksinstelling (kan type afwijken) | Uit Digitaal¹ Analoog afhankelijk van het apparaat- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
| Basisinstelling | Keuze |
|---|---|
| Verlichting | In gebruik uit In gebruik aan¹ |
| Automatisch voortzetten (alleen voor de functie magnetron) | Magnetron niet automatisch voortzetten¹ Bij deur sluiten |
| Kinderslot | Alleen toets-blokkering¹ Deurvergendeling en toetsblokkering |
| Werking na inschakelen | Hoofdmenu Verwarmingsmethoden¹ Magnetron CombiSpeed Stoom Assist |
| Waarschuwing magnetron-bakblik | Indicaties¹ Niet weergeven |
| Nachtverduistering | Uitgeschakeld¹ Ingeschakeld |
| Merklogo | Indicaties¹ Niet weergeven |
| Magnetron drogen | Ingeschakeld¹ Uitgeschakeld |
| Nalooptijdventilator | Aanbevolen¹ Minimaal |
| Sabbatinstelling 1 Fabrieksinstelling (kan type afwijken) | Ingeschakeld Uitgeschakeld¹ afhankelijk van het apparaat- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
17.2 Basisinstellingen wijzigen
Vereiste: Het apparaat is ingeschakeld.
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Basisinstellingen" drukken.
Pagina 30
nl Home Connect
- 3. Op de gewenste basisinstelling drukken en met de bedieningsring wijzigen.
Welke basisinstelling is gekozen, geeft de rode balk aan de zijkant van het tekstveld aan. Op het display staat de bijbehorende waarde.
- 4. De basisinstellingen met "Overige instellingen" doorlopen en indien nodig met de bedieningsring wijzigen.
- 5. Om de wijzigingen op te slaan, op drukken en met "Opslaan" bevestigen.
Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de ingevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behouden.
Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken
- Op drukken en met "Niet opslaan" bevestigen.
- Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
17.3 Tijd instellen
Vereiste: Het apparaat is ingeschakeld.
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Basisinstellingen" drukken.
- 3. Op "Tijd" drukken.
- 4. De tijd wijzigen met de bedieningsring.
- 5. Om de wijzigingen op te slaan, op met "Opslaan" bevestigen.
drukken en
18 Home Connect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te kunnen bedienen via de Home Connect app, basisinstellingen aan te passen of de actuele gebruikstoestand te bewaken.
De Home Connect diensten zijn niet in elk land beschikbaar. De beschikbaarheid van de functie Home Connect is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Home Connect diensten in uw land. Informatie hierover vindt u op: www.home-connect.com.
De Home Connect app leidt u door het gehele aanmeldingsproces. Volg de aanwijzingen in de Home Connect app om de instellingen aan te brengen.
Tips
- Neem de meegeleverde documenten van Home Connect in acht.
- Neem ook de aanwijzingen in de Home Connect app in acht.
Opmerkingen
- Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u het apparaat via de Home Connect app bedient.
→ "Veiligheid", Pagina 2
- De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang. Gedurende deze tijd is de bediening via de Home Connect app niet mogelijk.
- In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het apparaat max. 2 W nodig.
18.1 Home Connect instellen
Vereisten
- Het apparaat is verbonden met het elektriciteitsnet en ingeschakeld.
- U beschikt over een mobiel eindapparaat met een actuele versie van het iOS- of Android besturingssysteem, bijvoorbeeld een smartphone.
- Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden zich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uw thuisnetwerk.
- 1. De Home Connect app downloaden.
- 2. De Home Connect app openen en de volgende QRcode scannen.
- 3. De aanwijzingen in de Home Connect app opvolgen.
18.2 Home Connect Instellingen
In de basisinstellingen van uw apparaat kunt u voor Home Connect instellingen en netwerkinstellingen aanpassen. Welke instellingen het display toont, hangt ervan af of Home Connect geïnstalleerd is en of het apparaat met het thuisnetwerk is verbonden.
| Basisinstelling | Mogelijke instellingen | Toelichting |
|---|---|---|
| WiFi | Inschakelen Uitschakelen | Als wifi is geactiveerd, kunt u Home Connect gebruiken. Bij netwerkgebonden stand-by heeft het apparaat maximaal 2 W nodig. |
Pagina 31
Home Connect nl
| Basisinstelling | Mogelijke instellingen | Toelichting |
|---|---|---|
| Netwerk | Verbinden met netwerk Verbinding met het netwerk verbreken | Wanneer u de verbinding van het apparaat met het netwerk verbreekt, dan wordt alle netwerkinformatie gewist. Die instelling is alleen nuttig wanneer u nieuwe toegangsgegevens voor de router heeft. |
| Met app verbinden | - | De instelling start de verbinding tussen de Home Connect app en het apparaat. |
| Afstandsbediening | Aan uit | Wanneer de functie is gedeactiveerd, dan kunt u alleen de bedrijfstoestand van het apparaat in de app weergeven. Wanneer de functie is geactiveerd, dan kunt u het apparaat op afstand starten en bedienen. |
| Apparaatinfo | - | Het display toont informatie over het netwerk of over het apparaat. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
18.3 Apparaat met Home Connect app bedienen
Wanneer het starten op afstand is geactiveerd, dan kunt u met de Home Connect app kunt u het apparaat op afstand instellen en starten.
Opmerking: Sommige functies kunt u alleen op de oven zelf starten.
Vereisten
- Het apparaat is ingeschakeld.
- Het apparaat is met het thuisnetwerk en met de Home Connect app verbonden.
- Om het apparaat via de Home Connect app in te kunnen stellen, moet de basisinstelling "Afstandsbediening" zijn ingeschakeld. Als de start op afstand gedeactiveerd is, dan toont de Home Connect app uitsluitend de bedrijfstoestanden van het apparaat.
- 1. Op tikken.
- 2. Tik op "Start op afstand".
- Op het display wordt weergegeven.
- 3. Een instelling in de Home Connect app invoeren en naar het apparaat sturen.
Opmerkingen
- Als u binnen 15 minuten na de activering van start op afstand of het gebruikseinde de ovendeur opent, dan wordt de start op afstand gedeactiveerd.
- Wanneer u de ovenfunctie direct op het apparaat start, wordt Starten op afstand automatisch geactiveerd. U kunt de instellingen via de Home Connect app wijzigen of een nieuw programma starten.
18.4 Software-update
Met de functie software-update wordt de software van uw apparaat bijgewerkt, bijv. optimalisatie, verhelpen van fouten, veiligheidsrelevante updates.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde Home Connect gebruiker bent, de app op uw mobiele eindapparaat hebt geïnstalleerd en een verbinding met de Home Connect server hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u hierover via de Home Connect app geïnformeerd en kunt u de software-update via de app starten. Na het succesvol downloaden kunt u de installatie via de Home Connect app starten als u in uw WLAN-thuisnetwerk (WiFi) bent. Over een succesvol uitgevoerde installatie wordt u via de Home Connect app geïnformeerd.
Opmerkingen
- Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoon blijven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke instellingen in de app kunnen software-updates ook automatisch worden gedownload.
- In geval van een veiligheidsrelevante update is het raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren.
- De installatie duurt enkele minuten. Tijdens de installatie kunt u uw apparaat niet gebruiken.
18.5 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toegang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de desbetreffende wens tot de klantenservice richt, uw apparaat met de Home Connect server verbonden is en de diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat gebruikt, beschikbaar is.
Tip: Meer informatie alsook aanwijzingen over de beschikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land vindt u in het gedeelte service/support van de lokale website: www.home-connect.com
18.6 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is aangesloten, geeft het de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server(eerste registratie):
- Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de ingebouwde Wi-Fi communicatiemodule).
- Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi communicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding).
- De actuele software- en hardwareversie van uw huishoudapparaat.
- Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat u voor het eerst van de Home Connect functionaliteiten gebruik wilt maken.
Pagina 32
nl Reiniging en onderhoud
Opmerking: Let erop dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met de Home Connect app. Informatie over gegevensbescherming kan worden opgeroepen in de Home Connect app.
19 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
19.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het apparaat niet te beschadigen geen ongeschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte schoonmaakmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen harde schuursponsjes of afwassponsjes gebruiken.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
Houd de handleiding aan bij het reinigen van het apparaat.
→ "Apparaat schoonmaken", Pagina 34
Voorzijde van het apparaat
| Oppervlak | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| RVS | • Warm zeepsop • Speciale RVS-verzorgingsmiddelen voor warme oppervlakken | Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvrijstalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen. Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen. |
| Kunststof of gelakte oppervlakken bijv. bedieningspaneel | • Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper. Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct verwijderen. |
| Apparaatdeur | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Ruiten van de deur | • Warm zeepsop | Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje gebruiken. Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. → "Apparaatdeur", Pagina 38 |
| Deurafscherming | • Van roestvaststaal: RVS-reiniger • Van kunststof: Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper. Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. Tip: Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen. → "Apparaatdeur", Pagina 38 |
| Roestvrijstalen binnenlijst van de deur | RVS-reiniger | Verkleuringen kunnen verwijderd worden met reinigingsmiddelen voor roestvrij staal. Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. |
Pagina 33
Reiniging en onderhoud nl
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Deurgreep | • Warm zeepsop | Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct verwijderen. |
| Deurafdichting | • Warm zeepsop | Niet afnemen en niet schuren. |
| Binnenruimte | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Emaillen oppervlakken | • Warm zeepsop • Azijnwater • Ovenreiniger | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons. Om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het apparaat open laten. Opmerkingen • Gebruik bij voorkeur de reinigingsfunctie. → "Reinigingsfunctie 'Pyrolyse'", Pagina 34 • Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed.De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. • De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact. • Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaillen oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed.De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen. |
| Glazen kapje van de ovenlamp | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. |
| Rekjes | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons. Opmerking: Voor een grondige reiniging de rekjes verwijderen. → "Rekjes", Pagina 37 |
| Telescoopsysteem | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel. Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het beste in ingeschoven toestand reinigen. Niet in de vaatwasser reinigen. Opmerking: Voor een grondige reiniging het uittreksysteem verwijderen. → "Rekjes", Pagina 37 |
| Accessoires | • Warm zeepsop • Ovenreiniger | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel of RVS-spiraalspons. Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan. |
| Watertank | • Warm zeepsop | Om na de reiniging resten schoonmaakmiddel te verwijderen met schoon water grondig naspoelen. Om de watertank na de reiniging te drogen, de watertank met geopend deksel laten drogen. Afdichting op het deksel goed drogen. Niet in de vaatwasser reinigen. |
| Braadthermometer | • Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel. Niet in de vaatwasser reinigen. |
Pagina 34
nl Reinigingsfunctie "Pyrolyse"
19.2 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorkomen het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Vereiste: De instructies voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aanhouden.
→ "Reinigingsmiddelen", Pagina 32
- 1. Het apparaat met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
‒ Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.
→ "Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 32
- 2. Drogen met een zachte doek.
20 Reinigingsfunctie "Pyrolyse"
Met de reinigingsfunctie "Pyrolyse" reinigt de binnenruimte zichzelf vrijwel automatisch.
Reinig de binnenruimte om de 2 tot 3 maanden met de reinigingsfunctie. U kunt de reinigingsfunctie desgewenst vaker gebruiken. De reinigingsfunctie heeft ca. 2,5 - 4,7 kilowattuur nodig.
20.1 Apparaat voor de reinigingsfunctie voorbereiden
Om een goed reinigingsresultaat te verkrijgen en schade te vermijden, dient u het apparaat zorgvuldig voor te bereiden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten.
- Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de binnenruimte.
- Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens de reiniging vlam vatten.
- Verwijder altijd de grove verontreiniging uit de binnenruimte voordat de reiniging start.
- Accessoires nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoeken, aan de deurgreep hangen.
- Voorkant van het apparaat vrijhouden.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in het bereik van de deur.
- De dichting niet schuren en niet afnemen.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
- 1. Watertank uit het apparaat nemen.
- 2. Haal de toebehoren en vormen uit de binnenruimte. De rekjes met alle telescooprails kunt u mee reinigen.
- 3. Grove verontreinigingen uit de binnenruimte en van de rekjes verwijderen.
- 4. De binnenkant van de apparaatdeur en de randoppervlakken bij de deurafdichting met zeepsop en een zachte doek reinigen.
De deurafdichting niet afnemen en niet schuren. Verwijder sterke verontreinigingen op de binnenruit met ovenreiniger.
- 5. Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnenruimte moet, met uitzondering van de rekjes, leeg zijn.
20.2 Reinigingsfunctie instellen
Ventileer de keuken zolang de reinigingsfunctie actief is.
WAARSCHUWING ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een heel hoge temperatuur op zodat resten van braden, grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden.
- Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig ventileren.
- Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven.
- Kinderen en huisdieren uit de buurt houden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur openen.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur aanraken.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Opmerking: De ovenlamp brandt niet tijdens de reinigingsfunctie.
Vereiste: → "Apparaat voor de reinigingsfunctie voorbereiden", Pagina 34.
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Reinigen" drukken.
- 3. Op "Pyrolyse" drukken.
- 4. De reinigingsstand met de bedieningsring instellen.
Pagina 35
Reinigingsondersteuning nl
| Reinigingsstand | Mate van reiniging | Duur in uren |
|---|---|---|
| 1 | Licht | Ca. 1:15 |
| 2 | Gemiddeld | Ca. 1:30 |
| 3 | Hoog | Ca. 2:00 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
Bij sterkere of oudere verontreiniging een hogere reinigingsstand kiezen.
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
- 5. Op drukken.
- Op het display verschijnt een aanwijzing voor de voorbereidingen die nodig zijn voor het reinigen.
- 6. In werking stellen met .
- De reinigingsfunctie start en de tijdsduur loopt af. De opwarmlijn verschijnt niet.
- Voor uw veiligheid vergrendelt de apparaatdeur vanaf een bepaalde temperatuur in de binnenruimte. Op het display verschijnt .
- Als de reinigingsfunctie is beëindigd, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 7. Het apparaat uitschakelen met .
Als het apparaat voldoende is afgekoeld, ontgrendelt de apparaatdeur en gaat uit.
- 8. → "Apparaat na de reinigingsfunctie gebruiksklaar maken", Pagina 35.
20.3 Apparaat na de reinigingsfunctie gebruiksklaar maken
- 1. Laat het apparaat afkoelen.
- 2. Achtergebleven as in de binnenruimten, aan de rekjes en bij de apparaatdeur afnemen met een vochtig doekje.
- 3. De telescooprails meerdere keren uittrekken en inschuiven.
Tijdens de reinigingsfunctie kunnen verkleuringen aan de telescooprails ontstaan. Deze verkleuringen hebben geen nadelige invloed op de werking van het apparaat.
- 4. Witte aanslag met citroenzuur verwijderen.
Opmerking: Witte aanslag op de emailvlakken kan door te grove verontreinigingen ontstaan. Deze levensmiddelresten zijn ongevaarlijk. De aanslag heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat.
Opmerking: Tijdens de reinigingsfunctie verkleurt de binnenlijst van de apparaatdeur. Deze verkleuringen hebben geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. De verkleuringen met een reinigingsmiddel voor roestvrij staal verwijderen.
21 Reinigingsondersteuning
De reinigingsondersteuning is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
21.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste: De binnenruimte is volledig afgekoeld.
- 1. Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
- 2. 0,4 l water met een druppel afwasmiddel mengen en in het midden op de bodem van de binnenruimte gieten.
Gebruik geen gedestilleerd water.
- 3. De functie "Verwarmingsmethoden" kiezen.
- 4. De functie onderwarmte instellen.
- 5. De temperatuur met de bedieningsring op 80 °C instellen.
- 6. Op "Tijdsduur" drukken.
- 7. De tijdsduur met de bedieningsring op 4 minuten instellen.
- 8. In werking stellen met .
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
- 9. Het apparaat met uitschakelen en de binnenruimte ca. 20 minuten laten afkoelen.
21.2 Binnenruimte nareinigen
LET OP!
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uitvegen en volledig laten drogen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. De deur van het apparaat openen en het restwater met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
- 2. Gladde oppervlakken in de binnenruimte reinigen met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Verwijder hardnekkige resten met een schuursponsje van roestvrij staal.
- 3. Kalkranden verwijderen met een in azijn gedrenkte doek. Vervolgens met schoon water afnemen en droogwrijven met een zachte doek, ook onder de deurafdichting.
- 4. Om de binnenruimte te laten drogen, de deur van het apparaat in grendelstand (ca. 30°) ca. 1 uur openen.
Pagina 36
nl Ontkalken
22 Ontkalken
Voor een goede werking dient u het apparaat regelmatig te ontkalken.
Hoe vaak het ontkalkt moet worden is afhankelijk van de keren dat er stoom is gebruikt en van de waterhardheid. Zodra de stoomfunctie nog 5 of minder keer kan worden gebruikt, wordt dit op het apparaat aangegeven. Als u het ontkalken niet uitvoert, kunt u geen werking met stoom meer instellen.
Het ontkalken bestaat uit meerdere stappen en duurt ca. 70-95 minuten:
- Ontkalken (ca. 55-70 minuten)
- Eerste spoelcyclus (ca. 9-12 minuten)
- Tweede spoelcyclus (ca. 9-12 minuten)
Vanwege hygiënische redenen u het ontkalken helemaal voltooien.
Als het ontkalken wordt onderbroken, kunt u geen werking meer instellen. Om ervoor te zorgen dat het apparaat opnieuw klaar is voor gebruik voert u 2 spoelcycli uit.
22.1 Ontkalken voorbereiden
LET OP!
De inwerkingstijden tijdens het ontkalken zijn afgestemd op het door ons aanbevolen vloeibare ontkalkingsmiddel. Andere ontkalkingsmiddelen kunnen schade aan het apparaat veroorzaken.
- Gebruik voor het ontkalken uitsluitend het door ons aanbevolen vloeibare ontkalkingsmiddel.
Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel of andere gevoelige oppervlakken terechtkomt raken deze beschadigd.
- Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijderen.
- 1. De ontkalkingsoplossing mengen: ‒ 200 ml vloeibaar ontkalkingsmiddel ‒ 400 ml water
- 2. Het bedieningspaneel openen.
- 3. De watertank verwijderen en vullen met de ontkalkingsoplossing.
- 4. De met de ontkalkingsoplossing gevulde watertank inschuiven.
- 5. Het bedieningspaneel sluiten.
22.2 Ontkalken instellen
Vereiste: → "Ontkalken voorbereiden", Pagina 36
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Reinigen" drukken.
- 3. Op "Ontkalken" drukken.
- Op het display verschijnt de tijdsduur. De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
- 4. In werking stellen met .
- Het ontkalken start en de tijdsduur loopt af.
- Als het eerste deel van het ontkalken is beëindigd, weerklinkt een signaal. Het apparaat vraagt u 2 keer om te spoelen.
- 5. Om het apparaat te spoelen, voor elke spoelcyclus: ‒ Het bedieningspaneel openen en de watertank verwijderen.
‒ De watertank grondig spoelen en met water vullen.
‒ De watertank inzetten en het bedieningspaneel sluiten.
‒ Het spoelen met starten.
- Wanneer er een spoelcyclus beëindigd is, klinkt er een signaal.
- 6. Als de tweede spoelcyclus is beëindigd:
‒ De watertank leegmaken en drogen.
→ "Watertank legen", Pagina 21 ‒ Het apparaat uitschakelen met
- Het ontkalken is afgerond en het apparaat is klaar voor gebruik.
23 Drogen
Om achterblijvende vochtigheid te vermijden, na het gebruik de ovenruimte drogen.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
23.1 Binnenruimte drogen
U kunt de ovenruimte met de hand drogen of de functie "Drogen" gebruiken.
- 1. Laat het apparaat afkoelen.
- 2. Verontreiniging uit de binnenruimte verwijderen.
- 3. Water in de binnenruimte opvegen.
- 4. Droog de binnenruimte.
‒ Laat om de binnenruimte te drogen de deur van het apparaat 1 uur open staan.
‒
Op de functie "Drogen" te gebruiken, "Drogen" instellen.
→ "Drogen instellen", Pagina 36
Drogen instellen
Vereiste: → "Binnenruimte drogen", Pagina 36
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Reinigen" drukken.
- 3. Op "Drogen" drukken.
- Op het display verschijnt de tijdsduur. De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
- 4. In werking stellen met .
- Het drogen start en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer het drogen is beëindigd, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 5. Het apparaat uitschakelen met .
- 6. Om de binnenruimte volledig te drogen, de deur van het apparaat 1 tot 2 minuten geopend laten.
Pagina 37
Rekjes nl
24 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte grondig te reinigen of om de rekjes te wisselen, kunnen de rekjes worden verwijderd.
24.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
- Nooit de hete rekjes aanraken.
- Het apparaat altijd laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. Het rekje aan de voorkant optillen en losmaken .
- 2. Het complete rekje naar achteren schuiven en uitnemen .
- 3. Het rekje reinigen.
→ "Reinigingsmiddelen", Pagina 32
24.2 Houders inbrengen
Als u de rekjes verwijdert, kunnen de houders eruit vallen.
Opmerking:
De houders zijn aan de voor- en achterkant verschillend.
- 1. De voorste houders met de haak vanaf boven in het ronde gat leiden en een beetje schuin zetten .
- 2. De voorste houders aan de onderkant inbrengen en recht zetten .
- 3. De achterste houders met de haak in het bovenste gat leiden en in het onderste gat drukken .
24.3 Rekjes inhangen
Opmerkingen
- De rekjes passen alleen links of rechts.
- Let er bij beide telescooprails op dat deze naar voren uitgeschoven kunnen worden.
- 1. Het rekje aan de achterkant boven en beneden in de houders plaatsen en naar voren trekken .
- 2. Het rekje van voren inbrengen en naar beneden drukken .
Pagina 38
nl Apparaatdeur
25 Apparaatdeur
Om de apparaatdeur grondig te reinigen, kunt u de apparaatdeur demonteren.
25.1 Deurafscherming afnemen
De roestvrijstalen inlegger in de deurafscherming kan verkleuren. Neem de deurafscherming af om deze en de roestvrijstalen inlegger schoon te maken of de deurruiten te verwijderen.
- 1. Open de apparaatdeur een beetje.
- 2. Op de deurafscherming links en rechts drukken.
- 3. De deurafscherming afnemen en de apparaatdeur voorzichtig sluiten.
25.2 Deurruiten verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren. Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
Vereiste: De deurafscherming is afgenomen.
- 1. De schroeven links en rechts van de apparaatdeur losdraaien en verwijderen.
- 2. Een theedoek die meerdere keren is samengevouwen tussen de apparaatdeur klemmen.
- 3. Sluit de apparaatdeur.
- 4. De voorruit er naar boven uittrekken.
- 5. De voorruit met de deurgreep naar beneden op een vlak oppervlak leggen.
- 6. De tussenruit met één hand tegen het apparaat drukken en tegelijkertijd de linker en rechter houders naar boven drukken. De houders niet verwijderen.
- 7. De tussenruit uitnemen.
- 8. WAARSCHUWING ‒ Kans op ernstig gevaar voor de gezondheid!
Door het opendraaien van de schroeven is de veiligheid van het apparaat niet meer gewaarborgd. Er kan energie van de magnetron naar buiten komen.
- De schroeven nooit opendraaien.
Nooit de 4 zwarte schroeven van de omlijsting schroeven.
25.3 Deurruiten inbouwen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren. Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
Pagina 39
Storingen verhelpen nl
- 1. De tussenruit draaien, totdat de pijl rechts boven is.
- 2. De tussenruit onder in de houder inbrengen en aan de bovenkant aandrukken en vasthouden.
- 3. De linker en rechter houder naar beneden drukken totdat de binnenruit is ingeklemd .
- 4. De voorste ruit onder in de linker en rechter houder inhangen .
- 5. De voorste ruit tegen het apparaat drukken, tot de linker en rechter haken tegenover de opname liggen .
- 6. De voorste ruit onder aandrukken , totdat deze hoorbaar vastklikt.
- 7. De apparaatdeur een beetje openen en de vaatdoek verwijderen.
- 8. De beide schroeven links en rechts op de apparaatdeur vastdraaien.
- 9. De deurafdekking aanbrengen en aandrukken , tot deze hoorbaar inklikt.
- 10. Sluit de apparaatdeur.
Opmerking: De binnenruimte pas gebruiken wanneer de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
26 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
26.1 Functiestoringen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat werkt niet. | Zekering is defect. ▶ Controleer de zekering in de meterkast. |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. |