Bosch HNG6764B6, tekst van de handleiding
Pagina's 2–15 van 60 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← begin van de handleidingverder op pagina 16 →
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
nl Veiligheid
Raadpleeg de Digitale Gebruikersgids voor meer informatie.
Inhoudsopgave
31 MONTAGEHANDLEIDING.................................. 54
31.1 Algemene montage-instructies......................... 54
GEBRUIKERSHANDLEIDING
- 1 Veiligheid.............................................................. 2
- 2 Materiële schade vermijden ................................ 8
- 3 Milieubescherming en besparing........................ 9
- 4 Uw apparaat leren kennen................................. 10
- 5 Functies.............................................................. 12
- 6 Accessoires........................................................ 14
- 7 Voor het eerste gebruik ..................................... 16
- 8 De Bediening in essentie................................... 17
- 9 Snel voorverwarmen.......................................... 18
- 10 Tijdfuncties......................................................... 18
- 11 Stoom.................................................................. 20
- 12 Magnetron .......................................................... 22
- 13 Braadthermometer............................................. 24
- 14 Assist.................................................................. 26
- 15 Kinderslot ........................................................... 28
- 16 Sabbatinstelling ................................................. 29
- 17 Basisinstellingen ............................................... 29
- 18 Home Connect ................................................... 30
- 19 Reiniging en onderhoud.................................... 32
- 20 Reinigingsfunctie Pyrolyse ............................... 34
- 21 Reinigingsondersteuning.................................. 35
- 22 Ontkalken ........................................................... 36
- 23 Drogen ................................................................ 36
- 24 Rekjes ................................................................. 37
- 25 Apparaatdeur...................................................... 38
- 26 Storingen verhelpen .......................................... 39
- 27 Afvoeren ............................................................. 42
- 28 Servicedienst...................................................... 42
- 29 Conformiteitsverklaring..................................... 43
- 30 Zo lukt het........................................................... 43
2
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
- Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Houd het speciale installatievoorschrift aan. Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
om voedsel en dranken te bereiden.
- In het huishouden en soortgelijke toepassingen zoals bijvoorbeeld: in keukens voor medewerkers in winkels, kantoren en andere commerciële omgevingen, in boerderij- en; van klanten in hotels en andere verblijven, in bed and breakfasts.
tot een hoogte van 4000 m boven zeeniveau.
Dit apparaat voldoet aan de norm EN 55011 resp. CISPR 11. Het is een product van groep 2, klasse B. Groep 2 betekent dat er microgolven worden geproduceerd om levensmiddelen te verwarmen. Klasse B houdt in dat het apparaat geschikt is voor huishoudelijk gebruik.
Pagina 3
Veiligheid nl
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen.
Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan.
Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.
1.4 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven.
→ "Accessoires", Pagina 14
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Brandbare voorwerpen die in de binnenruimte worden bewaard kunnen vlam vatten.
- Bewaar nooit brandbare voorwerpen in de binnenruimte.
- Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging. Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten.
- Plaats nooit bakpapier bij het voorverwarmen en tijdens het bereiden los op het accessoire.
- Bakpapier altijd op maat maken en verzwaren met een vorm.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten. De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage.
- Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
De telescooprails worden heet bij het gebruik van het apparaat.
- Laat hete telescopische rails afkoelen voordat u deze aanraakt.
- Raak de telescopische rails uitsluitend aan met pannenlappen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Pagina 4
nl Veiligheid
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
Het apparaat en de delen ervan die aangeraakt kunnen worden kunnen scherpe randen hebben.
- Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
- Draag indien mogelijk veiligheidshandschoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warmtebronnen in contact brengen.
- Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen.
- Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden.
Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Contact opnemen met de servicedienst.
→ Pagina 42
WAARSCHUWING ‒ Gevaar:
magnetisme!
In het bedieningspaneel of de bedieningselementen bevinden zich permanente magneten. Deze kunnen elektronische implantaten, zoals pacemakers, of insulinepompen beïnvloeden.
- Dragers van elektronische implantaten dienen een afstand van minstens 10 cm tot het bedieningspaneel aan te houden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
1.5 Magnetron
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIF-TEN ZORGVULDIG LEZEN EN VOOR HET VERDERE GEBRUIK BEWAREN WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Oneigenlijk gebruik van het apparaat is gevaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarmde pantoffels, granen- pittenkussens kunnen bijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten.
- Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat.
- Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens, zwammen, vochtige poetslappen e.d. met het apparaat opwarmen.
- Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken.
Pagina 5
Veiligheid nl
Levensmiddelen en de verpakkingen ervan kunnen ontbranden.
- Nooit levensmiddelen opwarmen in verpakkingen die bestemd zijn om ze warm te houden.
- Levensmiddelen nooit zonder toezicht verwarmen in voorwerpen van kunststof, papier of ander brandbaar materiaal.
- Bij de magnetron nooit een te groot vermogen of te lange tijdsduur instellen. Houd u aan de opgaven in deze gebruiksaanwijzing.
- Nooit levensmiddelen drogen met de magnetron.
- Levensmiddelen die weinig water bevatten, zoals bijv. brood, nooit met een te hoog magnetronvermogen of gedurende een te lange tijd ontdooien of verwarmen.
Spijsolie kan vlam vatten.
- Nooit uitsluitend spijsolie opwarmen met de magnetron.
WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!
Vloeistof of andere voedingsmiddelen in dicht afgesloten vormen kunnen gemakkelijk exploderen.
- Nooit vloeistof of andere voedingsmiddelen verhitten in dicht afgesloten vormen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Levensmiddelen met een vaste schil of pel kunnen tijdens, maar ook nog na het opwarmen, exploderen.
- Nooit eieren in de eierschaal koken of hardgekookte eieren in de eierschaal opwarmen.
- Nooit schaal- en kreeftachtige dieren koken.
- Bij spiegeleieren of eieren in een glas dient u eerst de dooier door te prikken.
- Bij levensmiddelen met een vaste schil of pel, bijv. appels, tomaten, aardappelen en worstjes, kan de schil knappen. Prik voor het opwarmen gaatjes in de schil of vel. De warmte wordt niet gelijkmatig verdeeld in de babyvoeding.
- Warm nooit babyvoeding op in gesloten verpakkingen.
- Verwijder altijd het deksel of de speen.
- Na het verwarmen goed roeren of schudden.
- Voordat de voeding aan het kind wordt gegeven dient de temperatuur te worden gecontroleerd.
Verhitte gerechten geven warmte af. De vormen kunnen heet worden.
- Neem vormen en accessoires altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen kan knappen.
- Houd altijd de opgaven op de verpakking aan.
- Neem gerechten altijd met een pannenlap uit de binnenruimte.
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
De droogfunctie bij de hoogste standen bij de magnetronfunctie schakelt automatisch een verwarmingselement bij en verhit de binnenruimte.
- Raak nooit de hete oppervlakken in de binnenruimte of de verwarmingselementen aan.
- Houd kinderen uit de buurt.
Het onjuiste gebruik van het apparaat is gevaarlijk. Voorwerpen zoals oververhitte pantoffels, pitten- of graankussen, sponzen, vochtige schoonmaakdoekjes e.d. kunnen verbranding tot gevolg hebben.
- Droog nooit gerechten of kleding met het apparaat.
- Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens, zwammen, vochtige poetslappen e.d. met het apparaat opwarmen.
- Gebruik het apparaat uitsluitend voor het bereiden van gerechten en dranken.
Pagina 6
nl Veiligheid
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder de kenmerkende bellen ontstaan. Al bij een kleine schok van het recipiënt is voorzichtigheid geboden. De hete vloeistof kan plots overkoken en wegspatten.
- Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormen van porselein en keramiek kunnen kleine gaatjes hebben in de handgrepen en deksels. Achter deze gaatjes bevindt zich een holle ruimte. Als er vocht in deze ruimte komt, kan dit barsten veroorzaken in de vormen.
- Alleen servies gebruiken dat geschikt is voor de magnetron.
Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnen vormen van metaal of vormen met metalen coating leiden tot het ontstaan van vonken. Het apparaat wordt dan beschadigd.
- Gebruik nooit metalen vormen bij gebruik van uitsluitend de magnetron.
- Alleen vormen die geschikt zijn voor de magnetron in combinatie met een verwarmingsmethode gebruiken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Het apparaat werkt met hoogspanning.
- Nooit de behuizing verwijderen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op ernstig gevaar voor de gezondheid!
Gebrekkige reiniging kan het oppervlak van het apparaat vernietigen, de gebruiksduur verkorten en tot gevaarlijke situaties leiden, zoals bijvoorbeeld naar buiten komende magnetronenergie.
- Het apparaat regelmatig schoonmaken en resten van voedingsmiddelen direct verwijderen.
- Houd de binnenruimte, deurafdichting, deur en deuraanslag altijd schoon.
→ "Reiniging en onderhoud", Pagina 32
Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte of deurdichting beschadigd is. Er kan energie van de microgolven naar buiten komen.
- Het apparaat nooit gebruiken wanneer de deur van de binnenruimte, de deurafdichting of de kunststof omlijsting van de deur beschadigd is.
- Alleen door de servicedienst laten repareren.
Bij apparaten waarvan de behuizing niet is afgedekt komt energie van microgolven vrij.
- De afdekking van de behuizing nooit verwijderen.
- Neem voor onderhouds- of reparatiewerkzaamheden contact op met de klantenservice.
1.6 Stoom
Houd deze instructie aan wanneer een een stoomfunctie gebruikt.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Wanneer het apparaat de volgende keer wordt gebruikt kan het water in de tank sterk worden verhit.
- Na gebruik van de stoomfunctie moet de tank altijd worden leeggemaakt.
Er ontstaat hete damp in de binnenruimte.
- Tijdens het gebruik van de stoomfunctie mag u niet met uw handen in de binnenruimte komen.
Tijdens het uitnemen van de accessoires kan hete vloeistof over de rand stromen.
- Hete accessoires voorzichtig verwijderen, met de ovenwant.
Pagina 7
Veiligheid nl
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank.
- Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
1.7 Braadthermometer
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan de isolatie beschadigd raken.
- Gebruik alleen de braadthermometer die voor dit apparaat bestemd is.
1.8 Reinigingsfunctie
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens de reiniging vlam vatten.
- Verwijder altijd de grove verontreiniging uit de binnenruimte voordat de reiniging start.
- Accessoires nooit meereinigen.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit brandbare voorwerpen, zoals bijv. droogdoeken, aan de deurgreep hangen.
- Voorkant van het apparaat vrijhouden.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in het bereik van de deur.
- De dichting niet schuren en niet afnemen.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op ernstig gevaar voor de gezondheid!
Het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen. De antiaanbaklaag van bakplaten en vormen wordt aangetast en er ontstaan giftige gassen.
- Bij gebruik van de reinigingsfunctie nooit platen en vormen met een antiaanbaklaag meereinigen.
- Accessoires nooit meereinigen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een heel hoge temperatuur op zodat resten van braden, grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden.
- Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig ventileren.
- Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven.
- Kinderen en huisdieren uit de buurt houden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur openen.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur aanraken.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Pagina 8
nl Materiële schade vermijden
2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ontvlammen en tot een permanente beschadiging van het apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan de apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinteren. Door de onderdruk die ontstaat kan de binnenruimte naar binnen sterk vervormen.
- Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten.
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er warmteophoping door voorwerpen op de bodem van de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.
- Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke soort dan ook op de bodem van de binnenruimte leggen.
- Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van minder dan 50°C ingesteld is.
Door siliconenvormen, afdekkingen, accessoires of folie die silicone bevatten kan de baksensor beschadigd raken. Ook wanneer de baksensor niet wordt gebruikt, kan er schade ontstaan.
- Gebruik geen vormen van silicone of silicone-houdende, folie, afdekkingen of accessoires.
- Nooit voorwerpen van silicone in de binnenruimte bewaren.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.
- Giet nooit water in de hete binnenruimte.
- Zet nooit servies met water op de bodem van de binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
- Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
- Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den duur beschadigd.
- Na een bereiding met hoge temperaturen de binnenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur beklemd raakt.
- Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte met open deur laten drogen.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
- De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken.
- Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken.
- Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur beschadigd raken.
- Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of laten steunen.
- Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoires krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaatdeur wanneer deze gesloten wordt.
- Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte leggen.
2.2 Magnetron
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetron gebruikt.
LET OP!
Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aan komt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat beschadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkant kan worden aangetast.
- Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn.
Accessoires die te dicht tegen elkaar worden geplaatst veroorzaken vonken.
- Het rooster niet combineren met de braadslede.
- Accessoires alleen op de eigen hoogte inschuiven. Wordt alleen de magnetron gebruikt, dan is de braadslede of de bakplaat niet geschikt. Er kunnen vonken ontstaan waardoor de binnenruimte wordt beschadigd.
- Gebruik het meegeleverde rooster om er iets op te zetten.
Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken veroorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het apparaat beschadigd.
- Gebruik geen vormen van aluminium in het apparaat.
Pagina 9
Milieubescherming en besparing nl
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.
Wordt er bij het maken van popcorn in de magnetron een te hoog vermogen gebruikt, dan kan de deurruit barsten als gevolg van overbelasting.
- Nooit een te hoog magnetronvermogen instellen.
- Maximaal 600 watt gebruiken.
- Het popcornzakje altijd op een glazen schaal leggen.
2.3 Stoom
Volg deze aanwijzingen op wanneer u de stoomfunctie gebruikt.
LET OP!
Vormen met roestplekken kunnen corrosie veroorzaken in de binnenruimte. De kleinste plekken kunnen al corrosie in de binnenruimte veroorzaken.
- Gebruik geen vormen die roestplekken vertonen. Heet water in de watertank kan het stoomsysteem beschadigen.
- Vul de watertank uitsluitend met koud water. Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
Wanneer er kalkoplosmiddel op het bedieningspaneel of andere gevoelige oppervlakken terechtkomt raken deze beschadigd.
- Kalkoplossingsmiddel direct met water verwijderen. Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gereinigd veroorzaakt dit schade.
- De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
- Reinig de watertank met een zachte doek en een in de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept of de insteladviezen dit aangeven.
- Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan bespaart u tot 20 % energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.
- Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.
- De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.
- De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewarmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
- De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
- Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooien.
- Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
in netwerkgebonden stand-by max. 2 W in niet netwerkgebonden stand-by met ingeschakeld display max. 1 W in niet netwerkgebonden stand-by met uitgeschakeld display max. 0,5 W
Pagina 10
nl Uw apparaat leren kennen
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
5
| 1 | Knoppen De toetsen links en rechts van het bedieningspaneel hebben een drukpunt. De toetsen dienen te worden ingedrukt. Bij apparaten zonder roestvrijstalen front zijn de toetsen eveneens touchvelden. |
| 2 | Touchvelden Touchvelden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Om een functie te kiezen, slechts licht op het betreffende veld drukken. |
| 3 | Touch-displays Op de touchdisplays ziet u actuele keuzemogelijkheden. Om een functie te kiezen, direct op het betreffende veld drukken. Afhankelijk van de keuze veranderen de tekstvelden. |
| 4 | Bedieningsring U kunt de bedieningsring onbegrensd naar links of rechts draaien. Licht op de bedieningsring drukken en in de gewenste richting bewegen. |
| 5 | Display Op het display ziet u actuele instelwaarden of teksten met aanwijzingen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
4.2 Knoppen
Met de toetsen links en rechts aan het bedieningspaneel schakelt u uw apparaat of de werking in en uit.
| Toets | Functie | Gebruik |
|---|---|---|
| on/off | Apparaat in- of uitschakelen. | |
| start/stop | Kort indrukken: werking starten of onderbreken. Ca. 3 seconden ingedrukt houden: werking afbreken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
4.3 Touchvelden
Met de touchvelden selecteert u verschillende functies direct. Het touchveld van de actueel gekozen functie brandt rood.
| Touchveld | Functie | Gebruik |
|---|---|---|
| Menu | Functiekeuze-menu openen. → "Functies", Pagina 12 | |
| Timer | Wekker selecteren. | |
| Informatie | Extra informatie bij een functie of instelling laten weergeven. | |
| Kinderslot | Ca. 4 seconden ingedrukt houden: kinderslot activeren of deactiveren. | |
| Bedieningspaneel openen | Bedieningspaneel openen om de watertank te verwijderen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
4.4 Touch-displays
De touchdisplays zijn zowel indicaties als bedieningselementen.
De touchdisplays zijn in meerdere tekstvelden onderverdeeld. De tekstvelden tonen u actuele keuzemogelijkheden en reeds uitgevoerde instellingen. Om een functie te kiezen, op het betreffende veld drukken.
De gekozen functie wordt aan de zijkant van het tekstveld gekenmerkt door een rode, verticale balk. De waarde hiervoor wordt op het display → Pagina 11 in het wit geaccentueerd.
Een kleine rode pijl aan de zijkant van het tekstveld geeft aan naar welke functie u terug kunt bladeren.
Pagina 11
Uw apparaat leren kennen nl
4.5 Bedieningsring
Met de bedieningsring wijzigt u de instelwaarden die op het display worden weergegeven en bladert u in de touchdisplays.
Wanneer u bij een instelling de minimale of maximale waarde heeft bereikt, blijft deze waarde op het display staan. Draai indien nodig de waarde met de bedieningsring opnieuw terug.
4.6 Display
Het display toont u de actuele instelwaarden op verschillende niveaus.
| Waarde op de voorgrond | De waarde op de voorgrond is in het wit geaccentueerd. U kunt de waarde met de bedieningsring direct wijzigen. Na het starten van een functie is de temperatuur of de stand op de voorgrond. Bij de magnetron staat de tijdsduur op de voorgrond. |
| Waarde op de achtergrond | Waarden op de achtergrond zijn in het grijs weergegeven. Om de waarde met de bedieningsring te wijzigen, kiest u voordien de gewenste functie. |
| Vergroting | Zolang u met de bedieningsring een waarde wijzigt, wordt alleen deze waarde vergroot weergegeven. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
Ringlijn
Aan de buitenkant van het display bevindt zich de ringlijn.
Symbolen
Op het display kunnen verschillende symbolen verschijnen.
- Positieweergave
Wanneer u een waarde wijzigt, toont de ringlijn u waar u zich in de keuzelijst bevindt. Afhankelijk van het instelgebied en de lengte van de keuzelijst is de ringlijn ononderbroken of verdeeld in segmenten.
- Voortgangsindicatie
Tijdens het gebruik toont de ringlijn de voortgang en wordt de ringlijn per seconde rood gevuld.
Bij een aflopende tijdsduur verdwijnt er elke seconde een segment van de ringlijn.
Temperatuurindicatie
De opwarmingslijn en de restwarmte-indicatie tonen u de temperatuur in de binnenruimte.
Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.
- Opwarmingslijn
Na het starten van de functie wordt de witte lijn onder de temperatuur rood gevuld naarmate de binnenruimte opgewarmd raakt. Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor het inschuiven van de gerechten bereikt zodra de lijn geheel rood gevuld is.
Bij instelstanden, bijv. bij grillstanden, is de opwarmingslijn direct rood gevuld.
Bij de magnetronfunctie verschijnt de opwarmingslijn niet.
- Restwarmte-indicatie
Wanneer het apparaat uitgeschakeld is, geeft de ringlijn de restwarmte in de binnenruimte weer. Hoe geringer de restwarmte wordt, des te donkerder kleurt de ringlijn, en op een geven moment verdwijnt hij helemaal.
| Symbool | Naam | Gebruik |
|---|---|---|
| Home Connect | • Thuisnetwerk en Home Connectserver verbonden • Aantal lijnen toont signaalsterkte van het thuisnetwerk → "Home Connect ", Pagina 30 | |
| Thuisnetwerk | Thuisnetwerk niet verbonden → "Home Connect ", Pagina 30 | |
| Home Connect-server | Home Connect-server niet verbonden → "Home Connect ", Pagina 30 | |
| Start op afstand | Start op afstand geactiveerd → "Home Connect ", Pagina 30 | |
| Diagnose op afstand | Diagnose op afstand geactiveerd → "Home Connect ", Pagina 30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
4.7 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rekjes in de binnenruimte plaatsen.
→ "Accessoires", Pagina 14
Uw apparaat heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld.
De rekjes zijn afhankelijk van het type apparaat op een of meerdere niveaus met telescooprails uitgerust.
Pagina 12
nl Functies
De accessoires kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijderen.
→ "Rekjes", Pagina 37
Verlichting
Een of meerdere ovenlampen verlichten de binnenruimte.
Wanneer u de deur van het apparaat opent, gaat de verlichting in de binnenruimte aan. Blijft de deur langer dan 15 minuten open, dan gaat de verlichting weer uit. Bij de meeste functies schakelt de verlichting in zodra het gebruik wordt gestart. Als het gebruik wordt beëindigd, schakelt de verlichting uit.
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de temperatuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ontsnapt via de deur.
LET OP!
De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat niet afdekken. Het apparaat raakt oververhit.
- Ventilatiesleuven vrijhouden.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking stopgezet. Sluit u de apparaatdeur, dan wordt de werking niet automatisch voortgezet. Wanneer u bij het gebruik van de magnetronfunctie de apparaatdeur sluit, dient u de werking met voort te zetten.
Watertank
De watertank hebt u nodig voor de stoommethoden. De watertank bevindt zich achter het bedieningspaneel. → "Watertank vullen", Pagina 20
1 Tankdeksel
2
Opening voor het vullen en leegmaken
Handgreep voor het verwijderen en inschuiven van de watertank
3
5 Functies
Hier krijgt u een overzicht van de hoofd- en andere functies van uw apparaat.
Om het menu te openen op drukken.
| Functie | Gebruik |
|---|---|
| Verwar-mingsmethoden | Fijn afgestemde verwarmingsmethoden voor een optimale bereiding van uw gerechten kiezen. → "Verwarmingsmethoden", Pagina 13 |
| Assist | Geprogrammeerde, aanbevolen instellingen voor verschillende gerechten gebruiken. → "Assist", Pagina 26 |
| Stoom | Met stoommethoden gerechten behoedzaam bereiden. → " Stoom", Pagina 20 |
| Magnetron | Met magnetron sneller bereiden, verhitten of ontdooien. → "Magnetron", Pagina 22 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
Functie
Combi-Speed
Reinigen
Home Connect
Basisinstellingen
Gebruik
Om de bereidingstijd te verkorten, magnetron op een verwarmingsmethode instellen.
→ "CombiSpeed", Pagina 24
Reinigingsfunctie voor de binnenruimte kiezen.
→ "Reinigingsfunctie 'Pyrolyse'", Pagina 34 → "Reinigingsondersteuning", Pagina 35 → "Ontkalken", Pagina 36
De oven met een mobiel eindapparaat verbinden en op afstand bedienen. → "Home Connect ", Pagina 30
Basisinstellingen aanpassen. Basisinstellingen → Pagina 29
Pagina 13
Functies nl
5.1 Verwarmingsmethoden
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen.
Aan de hand van de afzonderlijke symbolen ziet u om welke verwarmingsmethoden het gaat.
Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het apparaat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt de waarde overnemen of wijzigen in het weergegeven gebied.
Bij temperatuurinstellingen boven 275 °C en grillstand 3 verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 40 minuten tot ca. 275 °C resp. grillstand 1.
| Symbool | Verwarmingsmethode | Temperatuurbereik | Gebruik en werkwijze Eventuele extra functies |
|---|---|---|---|
| 4D hete lucht | 30 - 275 °C | Op één of meer niveaus bakken of braden. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. | |
| Boven- en onderwarmte | 30 - 300 °C | Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsmethode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking. De warmte komt gelijkmatig van onderen en van boven. | |
| Hetelucht Eco | 30 - 275 °C | Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte. Het meest doeltreffend is de verwarmingsmodus tussen 125 - 275 °C. Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt. | |
| Boven- en onderwarmte Eco | 30 - 300 °C | Gekozen gerechten voorzichtig garen. De warmte komt van boven en van onderen. Het meest doeltreffend is de verwarmingsmodus tussen 150-250 °C. Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus. | |
| Circulatiegrillen | 30 - 300 °C | Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht. | |
| Grill, groot | Grillstanden: 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk | Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. | |
| Grill, klein | Grillstanden: 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk | Kleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleine hoeveelheden gratineren. Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet. | |
| Pizzastand | 30 - 275 °C | Pizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld. | |
| Intensieve hitte | 30 - 300 °C | Gerechten met een knapperige bodem bereiden. De hitte komt van boven en bijzonder sterk van onderen. | |
| Langzaam garen | 70 - 120 °C | Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en langzaam garen. De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven en van onderen. | |
| Onderwarmte | 30 - 250 °C | Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen. | |
| Drogen | 30 - 80 °C | Kruiden, fruit of groente drogen. |
Pagina 14
nl Accessoires
| Symbool | Verwarmingsmethode | Temperatuurbereik | Gebruik en werkwijze Eventuele extra functies |
|---|---|---|---|
| Warm houden | 60 - 100 °C | Gegaarde gerechten warmhouden. | |
| Servies voorverwarmen | 30 - 70 °C | Servies voorverwarmen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
5.2 Stoommethoden
Hier vindt u een overzicht van de stoommethoden en het gebruik ervan.
| Symbool | Verwarmingsmethode | Temperatuur | Gebruik |
|---|---|---|---|
| Regenereren | 80 - 180 °C | Bordgerechten en bakwaren behoedzaam opnieuw opwarmen. Door de toegevoerde stoom drogen de gerechten niet uit. | |
| Deeg-rijsstand | 30 - 50 °C | Laten rijzen van deeg, rijpen van yoghurt. Het deeg rijst duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur. Het oppervlak van het deeg droogt niet uit. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
5.3 Magnetronvermogen
Hier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en het gebruik ervan.
De magnetronvermogens zijn standen en komen niet altijd overeen met het precieze aantal watt dat door het apparaat wordt gebruikt.
| Magnetronvermogen in watt | Maximale duur in uur | Gebruik |
|---|---|---|
| 90 W | 1:30 | Gevoelige gerechten ontdooien. |
| 180 W | 1:30 | Gerechten ontdooien en verder bereiden. |
| 360 W | 1:30 | Vlees en vis bereiden. Gevoelige gerechten opwarmen. |
| 600 W | 1:30 | Gerechten verwarmen en bereiden. |
| max | 0:30 | Verwarmen van vloeistoffen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
Opmerking: Het magnetronvermogen max. is niet bestemd voor het verwarmen van gerechten. Ter bescherming van het apparaat wordt het maximale vermogen van de magnetron gedurende de eerste minuten traps-
gewijs tot 600 W gereduceerd. Nadat het apparaat enige tijd is afgekoeld is het volle vermogen weer beschikbaar.
6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.
Pagina 15
Accessoires nl
| Accessoires | Gebruik |
|---|---|
| Rooster | • Bakvormen • Ovenschalen • Vormen • Vlees, bijv. braad- of grillstukken • Diepvriesgerechten |
| Braadslede | • Vochtig gebak • Gebak • Brood • Grote braadstukken • Diepvriesgerechten • Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster. |
| Bakplaat | • Plaatgebak • Klein gebak |
| Braadthermometer | Nauwkeurig braden of garen. → "Braadthermometer", Pagina 24 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
6.1 Aanwijzingen bij het toebehoren
Sommig toebehoren is alleen voor bepaalde functies geschikt.
Magnetrontoebehoren
Voor de zuivere magnetronfunctie is alleen het meegeleverde rooster geschikt.
Platen, bijv. de universele braadslede of de bakplaat, kunnen vonken vormen en zijn niet geschikt.
Neem de aanwijzingen m.b.t. de magnetron in acht. → "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 22
6.2 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken, tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert alleen wanneer u het accessoire op de juiste manier in de binnenruimte schuift.
6.3 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het accessoire altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
- 1. Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst.
- 2. De accessoires altijd tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte plaatsen.
Rooster
Schuif het rooster met de kromming naar onderen erin. De tekst "microwave" moet vooraan bij de ovendeur zijn.
3.
| Plaat bijv. braadslede of bakplaat | De plaat met de afschuining gericht naar de ovendeur in de oven schuiven. |
| Om de accessoires bij inschuifhoogten met telescooprails te plaatsen, de telescooprails uittrekken. | |
| Rooster of plaat | De accessoires zo plaatsen dat de rand van de accessoires achter het lipje op de telescooprail zit. |