Etna FI590ZWA, tekst van de handleiding
Kookplaat · Etna · 26 pagina's in het Nederlands · pdf: 56 pagina's, 6,4 MB
Storingen op pagina 22
Pagina 22
STORINGEN
Tabel met storingen
Als u niet zeker weet of het apparaat goed werkt, betekent dit niet automatisch dat er sprake is van een defect. Controleer daarom eerst de punten in de onderstaande tabel of ga naar de website 'www.Etna.nl' voor meer informatie.
| Problemen met de kookplaat | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het display gaat branden wanneer de kookplaat de eerste keer wordt ingeschakeld. | Dit is de standaard opstartroutine. | Normale werking. |
| De ventilator blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld. | De kookplaat koelt af. | Normale werking. |
| In het begin is het mogelijk dat u een lichte geur ruikt. | Het nieuwe apparaat wordt opgewarmd. | Dit is normaal en verdwijnt nadat het apparaat een aantal keer is gebruikt. Ventileer de keuken. |
| De pannen maken geluid tijdens het koken. | Dit wordt veroorzaakt door de energie die van de kookplaat naar de pan stroomt. | Bij hoge instellingen is dit bij bepaalde pannen een heel normaal verschijnsel. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat. |
| U hebt een kookzone ingeschakeld maar het display toont u. | De gebruikte pan is niet geschikt voor inductiekoken of heeft een te kleine diameter. | Gebruik een geschikte pan. |
| Een kookzone stopt plotseling en u hoort een signaal. | De vooraf ingestelde uitschakeltijd is verstreken. | Raak de mintoets (-) of plustoets (+) aan om het geluidssignaal uit te schakelen. |
| De kookplaat werkt niet en er verschijnt niets op het display. | Er is geen netvoeding vanwege een defecte kabel of defecte aansluiting. | Controleer de zekeringen en de elektriciteitsschakelaar (als er geen stekker wordt gebruikt). |
| Bij het inschakelen van de kookplaat slaat er een zekering door. | Foutieve elektrische aansluiting. | Neem contact op met een installateur. |
| ’L’ verschijnt op het display. | Kinderslotfunctie geactiveerd. | Schakel het kinderslot uit. |
| Foutcode E1. | Onjuiste werking van de koelventilator. | Luchtafvoer geblokkeerd, bijvoorbeeld door papier, of ventilator defect. Neem contact op met de serviceafdeling. |
Pagina 23
STORINGEN
| Problemen met de kookplaat | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Foutcode E3/E4. | Voedingsspanning of -frequentie wijkt af van de nominale waarden. | Schakel de kookplaat uit en laat deze afkoelen (H verdwijnt van de displays). Schakel de kookplaat in. Als dezelfde fout opnieuw wordt weergegeven, neemt u contact op met een erkende servicemedewerker. |
| Foutcode E5. | Interne temperatuur van de kookplaat is te hoog. | Schakel de kookplaat uit en laat deze afkoelen (H verdwijnt van de displays). Schakel de kookplaat in. Als dezelfde fout opnieuw wordt weergegeven, neemt u contact op met een erkende servicemedewerker. |
| Foutcode E6. | Communicatiefout van de touch control. | Neem contact op met de serviceafdeling. |
| Foutcode E7/E8. | Temperatuursensor van de zone defect. | Neem contact op met de serviceafdeling. |
| Foutcode EA. Foutcode EC. Foutcode C1-C8. | Schakel de kookplaat uit. Schakel de kookplaat in. Als dezelfde fout opnieuw wordt weergegeven, neemt u contact op met een erkende servicemedewerker. | |
| Overige foutcodes. | Defecte generator. | Neem contact op met de serviceafdeling. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
| Problemen met de oven | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De ovenlamp werkt niet. | De ovenlamp is defect. | Vervang de ovenlamp. |
| De oven wordt niet warm. | Er is geen temperatuur ingesteld. | Stel de temperatuur in met de temperatuurknop. |
| De elektronische timer is actief. | Stel de elektronische timer in op '0:00'. | |
| De elektronische timer is niet te bedienen. Er staat een symbool van een sleutel in de display. | De toetsvergrendeling is actief. | Schakel de toetsvergrendeling uit. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
Wanneer bij service door onze monteur tijdens de garantieperiode blijkt dat het apparaat
niet goed werkt als gevolg van onjuist gebruik, worden kosten in rekening gebracht!
Pagina 24
INSTALLATIE
Algemeen
Dit apparaat mag uitsluitend worden aangesloten door een erkende monteur. De elektrische aansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften.
Lees eerst de afzonderlijke veiligheidsinstructies!
Let op!
- Het apparaat moet altijd geaard zijn.
- De installatie, het onderhoud en reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door monteurs die daartoe zijn gemachtigd door de fabrikant, omdat anders de garantie komt te vervallen.
- Het apparaat moet spanningsloos worden gemaakt vóór installatie, onderhoud of reparaties. Het apparaat is spanningsloos gemaakt als:
▷ de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie is uitgeschakeld; ▷ de zekering van de elektrische huisinstallatie volledig is verwijderd; ▷ de stekker van het apparaat is verwijderd uit het stopcontact.
- Defecte onderdelen mogen alleen worden vervangen door originele Etna-onderdelen. Alleen van deze onderdelen garandeert Etna dat ze voldoen aan de veiligheidsvoorschriften.
- Om gevaarlijke situaties te voorkomen, mag een beschadigd elektriciteitssnoer alleen worden vervangen door de fabrikant, de serviceorganisatie van de fabrikant of door een erkend vakman.
Elektrische aansluiting
230V~/400V 50/60 Hz 3N~ 10400W
De elektrische aansluiting moet voldoen aan de nationale en lokale voorschriften. Voor Nederland omvat dit onder meer de norm NEN 1010.
- U moet altijd bij de stekker en het stopcontact kunnen komen.
- Voorkom dat het netsnoer in contact komt met delen van de oven die heet kunnen worden.
- Als u een vaste aansluiting wilt maken, moet in het netsnoer een omnipolaire schakelaar met een contactafstand van ten minste 3 mm worden geplaatst.
- Het apparaat mag niet via een stekkerdoos of verlengsnoer op netspanning worden aangesloten, aangezien veilig gebruik van het apparaat dan niet langer kan worden gegarandeerd.
Pagina 25
INSTALLATIE
| N | 4 | 5 | PE 1 L1 | N | 4 3 | 5 2 | PE 1 L |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| L3 | 3 L2 | 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
3N 380-415 V 50/60 Hz 1N 220-240 V 50/60 Hz
Plaatsing
- Wanneer het fornuis wordt geplaatst naast een hoge kast of een andere wand van brandbaar materiaal, houd dan minimaal 50 mm afstand tussen het fornuis en deze wanden.
- Houd ook een afstand van minimaal 650 mm aan tussen de kookplaat en een eventueel boven de kookplaat geplaatste afzuigkap.
- Als het fornuis in een keukenmeubel wordt geplaatst moet de minimale ruimte worden aangehouden.
- Als het fornuis vast tussen keukenkastjes wordt ingebouwd dan moet de bekleding van het meubel bestand zijn tegen temperaturen van minimaal 90 °C.
Pagina 26
INSTALLATIE
Waterpas stellen
Met de stelvoetjes is het fornuis in hoogte verstelbaar (max. 930 mm).
Wilt u het fornuis op een verhoging plaatsen, zorg er dan voor dat deze hier niet vanaf kan glijden.
Technische gegevens
Op het gegevensplaatje op het apparaat staan de nominale belasting, de vereiste spanning en de frequentie. Het gegevensplaatje bevindt zich in de rechterbenedenhoek achter de deur.
Dit apparaat voldoet aan alle betreffende EU-richtlijnen.
| Merk | Etna | |
| Model | FI590--- | |
| Type oven | Elektrisch | |
| Massa | Kg | 67 |
| Energie-efficiëntie-index - conventioneel | 103,9 | |
| Energie-efficiëntie-index - hete lucht | 94,9 | |
| Energieklasse | A | |
| Energieverbruik (elektriciteit) - conventioneel | kWh/cyclus | 1,03 |
| Energieverbruik (elektriciteit) - hete lucht | kWh/cyclus | 0,94 |
Pagina 27
INSTALLATIE
| Aantal ovenruimten | 1 |
|---|---|
| Warmtebron | Elektrisch |
| Volume | 105 |
| Deze oven voldoet aan EN 60350-1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
Informatie volgens verordening (EU) 66/2014 Metingen volgens EN60350-2
Verordening (EU) 2023/826:
- Beide bedieningsknoppen moeten in de positie “Uit” staan om het product in de stand-by modus te zetten.
- Het stroomverbruik van het product in stand-by modus is <0,8 W.
| Modelaanduiding | FI590--- |
|---|---|
| Type kookplaat | Inductiekookplaat |
| Aantal elektrische kookzones en/of kookgebieden | 5 |
| Verwarmingstechnologie | Inductiekookzones |
| Voor ronde elektrische kookzones: de diameter van het bruikbare oppervlak per elektrisch verwarmde kookzone in mm | 200 160 250 160 200 |
| Energieverbruik per kookzone of kookgebied berekend per kg (ECelektrische kookplaat) in Wh/kg | 189 189 189 189 189 |
| Energieverbruik voor de kookplaat berekend per kg (ECelektrische kookplaat) in Wh/kg | 189 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
Tips voor energiebesparing voor de oven
- Bereid de gerechten indien mogelijk tegelijk.
- Houd de voorverwarmingstijd kort.
- Verleng de bereidingstijd niet.
- Vergeet niet de oven uit te zetten na afloop van een bereiding.
- Open de oven niet tijdens de bereidingsperiode.
Pagina 28
MILIEUASPECTEN
Afvoeren apparaat en verpakking
Bij de vervaardiging van dit apparaat is gebruik gemaakt van duurzame materialen. Dit apparaat moet aan het einde van zijn levenscyclus op verantwoorde wijze worden afgevoerd. De overheid kan u hierover informatie verschaffen.
De verpakking van het apparaat is recyclebaar. Gebruikt kunnen zijn:
- karton;
- polyethyleenfolie (PE);
- CFK-vrij polystyreen (PS-hardschuim)
Deze materialen dient u op verantwoorde wijze en conform de overheidsbepalingen af te voeren.
Op dit product staat een pictogram van een vuilnisbak met een kruis erdoorheen. Dit geeft aan dat huishoudelijke apparaten apart moeten worden afgevoerd. Dat betekent dat het apparaat aan het einde van de economische gebruiksduur niet voor verwerking in de normale afvalstroom terecht mag komen. Het apparaat moet naar een speciaal centrum voor gescheiden afvalinzameling van de gemeente worden gebracht of naar een verkooppunt dat deze service verschaft.
Het apart verwerken van huishoudelijke apparaten voorkomt mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid die door een ongeschikte verwerking ontstaan. Het zorgt ervoor dat de materialen waaruit het apparaat bestaat, teruggewonnen kunnen worden om een aanmerkelijke besparing van energie en grondstoffen te verkrijgen.
Verklaring van conformiteit
Wij verklaren dat onze producten voldoen aan de van toepassing zijnde Europese Richtlijnen, Besluiten en Verordeningen en de eisen die zijn vermeld in de normen waarnaar wordt verwezen.
Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 3
INHOUD
Uw fornuis
Eerste gebruik
Gebruik
Bediening
Onderhoud
Storingen
Installatie
Milieuaspecten
Inleiding
Beschrijving van het apparaat Bedieningspaneel
Oven gebruiken Klok instellen Toetsvergrendeling
Ovenfuncties
Temperatuurbeveiliging Kookduurbegrenzer Inductiegeluiden Geschikte pannen Vermogen instellen Kookinstellingen
Oven bedienen
Oven bedienen met de elektronische timer Kookplaat bedienen
Kookplaat bedienen met de timer
Apparaat reinigen
Geleiderails verwijderen en reinigen Ovenlamp vervangen
Ovendeur demonteren
Tabel met storingen
Algemeen
Elektrische aansluiting Plaatsing
Technische gegevens
Afvoeren apparaat en verpakking
Pagina 4
UW FORNUIS
Inleiding
Gefeliciteerd met de aankoop van dit fornuis. Dit product is ontworpen voor optimale gebruiksvriendelijkheid. Het fornuis heeft vele verschillende standen, waardoor u telkens de juiste bereidingswijze kunt kiezen.
In deze handleiding leest u hoe u het fornuis optimaal kunt gebruiken. Naast informatie over de bediening van de oven vindt u hier ook achtergrondinformatie die van pas kan komen als u het apparaat gebruikt.
Lees vóór gebruik van het apparaat de afzonderlijk meegeleverde veiligheidsinstructies!
Lees deze handleiding vóór gebruik van het apparaat en berg de handleiding daarna veilig op voor toekomstig gebruik.
Op onze website kunt u de meest recente versie van de gebruiksaanwijzing vinden.
Pagina 5
UW FORNUIS
Beschrijving van het apparaat
- 1. Bedieningspaneel
- 2. Oven
- 3. Stelvoeten
- 4. Klep opbergruimte
- 5. Kookzone linksachter ø 20,0 cm / 1,4 kW - 2,5 kW (boost)
- 6. Kookzone rechtsachter ø 16,0 cm / 1,4 kW - 1,8 kW (boost)
- 7. Kookzone linksvoor ø 16,0 cm / 1,4 kW - 1,8 kW (boost)
- 8. Kookzone midden ø 25,0 cm / 1,4 kW - 3,5 kW (boost)
- 9. Timer en displays
- 10. Kookzone rechtsvoor ø 20,0 cm / 1,4 kW - 2,5 kW (boost)
Pagina 6
UW FORNUIS
Bedieningspaneel
| 1 2 3 4 5 6 7 8 | 9 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| 1. Functieknop oven 2. Lampje oventhermostaat | |||||
| 3. Temperatuurknop oven 4. Timer (oven) 5. Regelknop kookzone linksachter 6. Regelknop kookzone linksvoor 7. Regelknop kookzone midden 8. Regelknop kookzone rechtsvoor 9. Regelknop kookzone rechtsachter 4 | |||||
| 10. Timerdisplay (kookplaat) 11. Timertoets (kookplaat) | |||||
| 10 | |||||
| 12. ‘−’ | toets timer (kookplaat) | ||||
| 13. ‘+’ | toets timer (kookplaat) | 11 12 | |||
| 14. Kookzonedisplay | (kookplaat) | 13 | |||
| Beschrijving timer | |||||
| 14 14 | 14 | ||||
| Automatische bereiding | |||||
| Handmatige bereiding | |||||
| Toetsvergrendeling | |||||
| Kookwekker | |||||
| Functie | |||||
| Timer verlagen | |||||
| Timer verhogen | |||||
| Timerdisplay | |||||
| NL 6 | |||||
Pagina 7
EERSTE GEBRUIK
Oven gebruiken
- Verwijder alle losse toebehoren uit de oven en reinig ze met warm zeepsop.
Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen.
- Zet de oven een uur lang op de hoogste stand met onder- en bovenwarmte (zie 'Oven bedienen'). Hierdoor wordt het beschermende vet verwijderd dat in de fabriek is aangebracht.
- Als de oven voor de eerste keer wordt gebruikt, zult u een 'nieuwigheidsluchtje' ruiken.
Dit is normaal. Zet indien nodig de afzuigkap aan.
- Nadat de oven is afgekoeld, reinigt u de oven met warm water.
- Verwarm de oven alleen voor als dit volgens het recept of volgens de tabellen in deze handleiding nodig is.
Waarschuwing!
Plaats het ovenrooster in de rail en schuif het zo ver mogelijk in de oven.
Energiebewust gebruik van de oven
- Maak de ovendeur zo weinig mogelijk open.
- Bereid gerechten met dezelfde bereidingstemperatuur (bijvoorbeeld een appeltaart en een ovenschotel) tegelijk en op hetzelfde rooster, of onder elkaar met gebruik van de heteluchtfunctie. U kunt tegelijkertijd vlees laten stoven.
- Bereid verschillende gerechten na elkaar, bijvoorbeeld een ovenmaaltijd na een cake. Vaak is de bereidingstijd van het tweede gerecht dan 10 minuten korter, doordat de oven al heet is.
- Doordat de oven geïsoleerd is, kunnen met de restwarmte gerechten worden bereid die langer in de oven moeten blijven (vanaf 1 uur). Zet de oven 10 minuten eerder uit dan aangegeven, maar laat de deur dicht.
- Voorverwarmen is meestal niet nodig, behalve voor gerechten met een bereidingstijd korter dan 30 minuten of wanneer dit in het recept is aangegeven.
- Haal alles uit de oven wat u voor het gerecht niet nodig hebt.
- Zet na de bereiding de oven uit voordat u het gerecht uit de oven haalt.
Pagina 8
EERSTE GEBRUIK
Ovengerei
- In principe kunt u elk type ovengerei gebruiken dat hittebestendig is.
- Reinig glazen ovengerei niet direct na gebruik met koud water. Door het plotselinge temperatuurverschil kan het glas breken.
- Gebruik zwarte of donkere bakblikken. Deze geleiden de warmte beter, zodat het voedsel gelijkmatiger wordt gebakken.
Dek de bodem van de oven niet af
- Wanneer u de bodem van de oven afdekt, bijvoorbeeld met aluminiumfolie of een bakplaat, kan de oven oververhit raken, met beschadiging van het email tot gevolg.
- U kunt voorkomen dat springvormen op de bodem van de oven lekken door van aluminiumfolie een bak te vouwen en deze op het rooster onder de vorm te plaatsen of door er bakpapier onder te leggen.
Voedsel warm houden
- U kunt de oven gebruiken om reeds bereide gerechten warm te houden. Daarvoor kiest u de heteluchtstand en een temperatuur van 75 °C. Dek het gerecht dat u warm wilt houden af om uitdrogen te voorkomen.
Vlees braden
- Grote stukken vlees, met een gewicht vanaf 1 kg, zijn hiervoor het meest geschikt. Het vlees krijgt een regelmatige, krokante korst en er treedt vrijwel geen gewichtsverlies op.
- Wrijf het vlees vijftien minuten vooraf in met zout en kruiden. Gebruik voor het braden 80 tot 100 g boter of vet (of een mengsel van beide) per 500 g vlees.
Bereidingstijd
- Voor dunne, platte stukken vlees is de bereidingstijd ongeveer 5 minuten korter dan voor dikke stukken vlees of een lap vlees die is opgerold. Bij het braden van grotere stukken vlees is de bereidingstijd per extra 500 gram 15 tot 20 minuten langer.
Smeer het vlees met boter of vet in en leg het in de braadslede. Leg het vlees met de vette kant naar boven in de braadslede. Bedruip vlees zonder vette kant elke 15 minuten met het braadvocht. Vlees met een vette kant moet elke 30 minuten worden bedropen.
- Als de jus te donker is, voegt u tijdens het braden af en toe een paar eetlepels water toe.
- Dek het vlees losjes af met aluminiumfolie en laat het vlees voor het serveren 10 minuten rusten.
Geleiders
- Aan de ovenwanden bevinden zich geleiders waarmee het ovenrooster of de bakplaat op verschillende niveaus kan worden geplaatst. Voor de juiste hoogte raadpleegt u een bakgids of de instructies op de verpakking van het voedsel.
Pagina 9
EERSTE GEBRUIK
Klok instellen
Wanneer het fornuis voor het eerst wordt aangesloten, knippert de tijd '0·00' of ‘12·00’. De huidige tijd moet nog juist worden ingesteld.
De toetsvergrendeling wordt automatisch geactiveerd nadat de timer gedurende 5 seconden niet wordt gebruikt. Ontgrendel eerst de toetsen (indien nodig) voordat u de timer wilt gaan gebruiken.
- 1. Druk 2 seconden lang op de toets ‘Mode’ om de toetsvergrendeling te deactiveren. ▷ De stip in het midden van de tijdweergave knippert. U kunt nu de huidige tijd instellen.
- 2. Stel de juiste tijd in met de '+' en '-' toetsen (terwijl de stip knippert).
▷ Wacht een aantal seconden; de huidige tijd wordt automatisch bevestigd. ▷ Op de display verschijnt de huidige tijd en de stip stopt met knipperen.
- 3. Zorg ervoor dat de functieknop en de temperatuurknop van de oven beide op ‘0’ staan zodat het toestel naar stand by gaat.
Toetsvergrendeling
De toetsvergrendeling wordt automatisch geactiveerd nadat de timer gedurende 5 seconden niet wordt gebruikt. Ontgrendel eerst de toetsen voordat u de timer wilt gaan gebruiken.
- 1. Druk 2 seconden lang op de toets ‘Mode’ om de toetsvergrendeling te deactiveren. ▷ Het indicatielampje gaat uit.
Pagina 10
| GEBRUIK | ||||||||||||||||||
| Ovenfuncties | ||||||||||||||||||
| Het apparaat beschikt | over | een | aantal | ovenfuncties | die per | model verschillen. | ||||||||||||
| Raadpleeg de tabel | voor | de gewenste | functie. | Raadpleeg | ook | de bereidingsinstructies | op de | |||||||||||
| verpakking van het | gerecht. | |||||||||||||||||
| Ovenverlichting | ||||||||||||||||||
| Ontdooien | ||||||||||||||||||
| U kunt | ontdooien | met | de ventilator | van de | hetelucht | oven. De ventilator blaast | ||||||||||||
| koude lucht. | Haal | de diepvriesprodukten | uit de verpakking | en leg ze | in een schaal. | |||||||||||||
| Schuif de schaal | op het rooster in | richel 3. | ||||||||||||||||
| Hetelucht | ||||||||||||||||||
| De ventilator de gerechten | in verwarmd. | de achterwand | verspreidt U kunt | op meerdere | de hete lucht niveaus | in de tegelijk | oven. bakken, | Hiermee | worden waardoor u | |||||||||
| energie kunt | besparen. | Het heteluchtsysteem | is uitermate | geschikt | voor | het bakken | ||||||||||||
| van cakes, | koekjes | en appeltaarten. | ||||||||||||||||
| Boven- en | onderwarmte | (conventioneel) | ||||||||||||||||
| Het gerecht | wordt | verwarmd door | de stralingswarmte | van de onder- | en | |||||||||||||
| bovenelementen. geschikt voor goed uit en | het krijgen | Plaats op een | het gerecht traditionele mooie bruine | altijd manier bereiden kleur. | in het midden van | van de oven. gerechten. De | gerechten | Deze | stand is rijzen | |||||||||
| Conventioneel | + ventilator | |||||||||||||||||
| De lucht in de oven wordt verwarmd | door het boven- | en onderelement. | De ventilator | |||||||||||||||
| in de achterwand blaast de hete | lucht rond in de oven. | Hiermee worden | de | |||||||||||||||
| gerechten verwarmd. | ||||||||||||||||||
| Hetelucht | + onderwarmte | |||||||||||||||||
| Bij deze functie | werken | de onderverwarming | en de | ventilator met hete | lucht | |||||||||||||
| verwarming Het beste resultaat | tegelijkertijd. | De functie wordt bereikt | is vooral bij het bakken | geschikt van | voor het bakken vochtig of zwaar | van pizza’s. gebak, | ||||||||||||
| vruchtentaarten | van gistdeeg of | zandtaartdeeg en kwarktaarten. | ||||||||||||||||
| Grill | ||||||||||||||||||
| De gerechten grillelement. rooster gegrilld | worden Platte | verwarmd stukken vlees, worden. Deze grillstand | door de stralingswarmte kip of ander gevogelte is ook geschikt | van het gecombineerde kunnen direct voor het roosteren | op het van brood. | |||||||||||||
| Grill + bovenwarmte | ||||||||||||||||||
| Deze stand grilloppervlak Schuif het | wordt rooster | dan | gebruikt om snel in de conventionele in de bovenste | te grillen. In deze grillstand. richel. Plaats daarna | Verwarm | stand heeft de de oven 5 een bakplaat | oven in | een groter minuten voor. de derde | ||||||||||
| richel voor het | opvangen van vetten | uit het gerecht. | ||||||||||||||||
| Grill + bovenwarmte | +ventilator | |||||||||||||||||
| De gecombineerde | werking van | de grill, bovenelement | en de ventilator | zorgen voor | ||||||||||||||
| optimale knapperigheid roosteren. Plaats daarna | Verwarm | van uw gerecht de oven 5 minuten een bakplaat in de | en is de voor. Schuif derde richel voor | ideale | instelling om gerechten het rooster in de het opvangen van | bovenste vetten | te richel. uit het | |||||||||||
| gerecht. | ||||||||||||||||||
| NL 10 | ||||||||||||||||||
Pagina 11
GEBRUIK
Temperatuurbeveiliging
Een sensor controleert continu de temperatuur van bepaalde onderdelen van de kookplaat. Elke kookzone is voorzien van een sensor die continu de temperatuur van de bodem van de pan controleert om risico op oververhitting te voorkomen wanneer een pan droogkookt. Bij een te hoge temperatuur wordt de kookstand van de kookplaat automatisch verlaagd of wordt de kookplaat automatisch uitgeschakeld.
Kookduurbegrenzer
De kookduurbegrenzer is een veiligheidsfunctie van uw kookplaat. Deze wordt geactiveerd als u vergeet de kookplaat uit te schakelen. Afhankelijk van de gekozen kookstand wordt de kookduur als volgt begrensd:
| Kookstand | Maximale gebruikstijd |
|---|---|
| 1-2 | 6 uur |
| 3-4 | 5 uur |
| 5 | 4 uur |
| 6-9 | 1.5 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
Inductiegeluiden
Een tikkend geluid
Dit wordt veroorzaakt door de vermogensbegrenzer op de linker- en rechterzones. Ook bij lagere kookstanden kunt u een tikkend geluid horen.
Pannen maken geluid
Pannen kunnen tijdens het koken geluid maken. Dit wordt veroorzaakt door de energie die van de kookplaat naar de pan stroomt. Bij hoge niveaus is dit bij sommige pannen een heel normaal verschijnsel. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat.
De ventilator maakt geluid
Het toestel is voorzien van een ventilator om de levensduur van de elektronica te verlengen. Als u het toestel intensief gebruikt, wordt de ventilator ingeschakeld om het toestel te koelen en hoort u een zoemend geluid. De ventilator blijft nog enkele minuten doorwerken nadat de kookplaat is uitgeschakeld.
Pagina 12
GEBRUIK
Geschikte pannen
Voor inductiekoken moet een pan een dikke vlakke bodem hebben (minimaal 2,25 mm). Gebruik pannen van magnetisch materiaal of pannen met een sandwichbodem. Andere pannen leveren lagere prestaties. Pannen van koper, aluminium of keramisch materiaal zijn niet geschikt.
Gebruik alleen pannen met een vlakke bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking van de droogkookbeveiliging belemmeren; het toestel kan dan te warm worden. Dit kan tot schade leiden. Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valt buiten de garantie.
Pannen die op een gaskookplaat zijn gebruikt, zijn niet meer geschikt voor inductiekoken.
Wees voorzichtig met dunne plaatstaal geëmailleerde pannen! Het emaille kan beschadigen op een hoge stand wanneer de pan te droog is. Door te hoge vermogensstanden kan de panbodem gemakkelijk kromtrekken.
Minimale pandiameter
- De minimale diameter van de panbodem:
▷ 12 cm voor zone ø 16 cm ▷ 14 cm voor zone ø 20 cm ▷ 16 cm voor zone ø 25 cm
- U bereikt het beste resultaat met een pan van dezelfde diameter als de kookzone. De kookzone wordt niet ingeschakeld als een pan te klein is.
Let op
Zandkorreltjes kunnen krasjes veroorzaken die niet meer te verwijderen zijn. Zet daarom alleen pannen met een schone bodem op de kookplaat. Wij adviseren om pannen op te tillen en niet te verschuiven over de kookplaat.
Vermogen instellen
De kookzones hebben 9 niveaus. Daarnaast is er nog een boostniveau (P).
Boostfunctie
- Met de boostfunctie kunt u gedurende korte tijd (maximaal 8 minuten) op de hoogste kookstand koken. Na het verstrijken van de maximale boost-tijd schakelt de kookzone terug naar stand 9 of naar de stand die na het inschakelen van de boostfunctie wordt gekozen.
Pagina 13
GEBRUIK
Regeling van het boostvermogen
- Gedurende de tijd dat extra vermogen wordt geactiveerd, is het vermogen van andere kookzones beperkt. Dit wordt aangegeven op het vermogensdisplay door het geselecteerde kookniveau en het beperkte vermogen enkele seconden met tussenpozen te laten knipperen.
- Hoe minder zones er gebruikt worden, hoe hoger het in te stellen vermogen per kookzone is.
Kookinstellingen
Aangezien de instellingen afhankelijk zijn van de hoeveelheid en samenstelling van het gerecht in de pan, gelden de onderstaande instellingen alleen als richtlijn.
Gebruik de boost-instelling voor: snel aan de kook brengen van voedsel of vloeistof / slinken van groene groenten / verhitten van olie en vet / wokken.
Gebruik instelling 9 voor: aanbraden van vlees / bereiden van vis / bakken van omeletten / bakken van gekookte aardappelen / frituren van voedsel.
Gebruik instelling 7 en 8 voor: bakken van dikke pannenkoeken / bakken van dikke lappen gepaneerd vlees / bakken van bacon (vet) / koken van rauwe aardappelen / bakken van wentelteefjes / bakken van gepaneerde vis / doorkoken van pasta / bakken van dunne (gepaneerde) lappen vlees.
Gebruik instelling 4-6 voor: doorkoken van grote hoeveelheden / ontdooien van harde groenten / bakken van dikke lappen gepaneerd vlees.
Gebruik instelling 1-3 voor: trekken van bouillon / stoven van vlees / zacht koken van groenten / smelten van chocolade / pocheren / smelten van kaas.
Pagina 14
BEDIENING
Oven bedienen
- 1. Kies de gewenste ovenfunctie met de ovenfunctieknop.
▷ Kies aan de hand van de tabel in het hoofdstuk ‘Gebruik/Ovenfuncties’ de gewenste functie.
Raadpleeg ook de bereidingsinstructies op de verpakking van het gerecht.
- 2. Stel met de temperatuurknop de oventemperatuur in tussen 50 en 270 ºC (max). ▷ Het lampje van de oventhermostaat licht op.
Verwarm indien nodig de oven voor voordat u het gerecht in de oven plaatst.
- 3. Draai de temperatuurknop en de functieknop naar ‘0’ na afloop van de bereiding.
Oven bedienen met de elektronische timer kan op verschillende manieren worden gebruikt: tijdsduur van het bakken/braden/grillen instellen. Wanneer de ingestelde wordt de oven automatisch uitgeschakeld. Er klinkt een geluidssignaal verstreken. De maximale baktijd die u kunt instellen is 10 uur. als kookwekker worden gebruikt. De oven wordt niet uitgeschakeld met maximale tijd die u kunt instellen is 24 uur.
(baktijd programmeren)
| De | elektronische timer |
|---|---|
| • • | U kunt hiermee de tijd is verstreken, zodra de tijd is De timer kan ook de kookwekker. De |
| Automatische bereiding | |
| 1. 2. 3. 4. | Kies een temperatuur Druk op de toets ▷ Op de display Stel de juiste tijdsduur Wacht nu enkele ▷ De display toont |
| 5. | ▷ De oven geeft ‘A’ begint te Draai de temperatuurknop |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
met de temperatuurknop en een ovenfunctie met de functieknop. ‘Mode’ totdat ‘dur’ op de display verschijnt.
knippert symbool ‘A’.
in met de ‘+’ en ‘-’ toetsen (terwijl de ‘A’ knippert).
seconden; de ingestelde tijd wordt automatisch bevestigd.
weer de huidige tijd en het symbool ‘A’ stopt met knipperen. een geluidssignaal wanneer de ingestelde tijd is verstreken. Het symbool knipperen en de oven wordt automatisch uitgeschakeld.
en de functieknop naar ‘0’ nadat de bereidingstijd is verstreken. NL 14
Pagina 15
BEDIENING
- 6. Druk op een willekeurige toets om het geluidssignaal uit te schakelen.
- 7. Druk 2 seconden lang op de toets ‘Mode’.
▷ Het symbool ‘A’ verdwijnt en de timer schakelt terug naar handmatige bereiding.
Kookwekker
Het geluidssignaal van de kookwekker klinkt alleen wanneer de ingestelde tijd is verstreken. De oven wordt niet uitgeschakeld met de kookwekker.
- 1. Druk op de toets ‘Mode’.
▷ Het symbool van de kookwekker gaat knipperen.
- 2. Stel de juiste tijd in met de ‘+’ en ‘-’ toetsen (terwijl het symbool van de kookwekker knippert).
▷ Wacht nu enkele seconden; de ingestelde tijd wordt automatisch bevestigd. ▷ De display toont weer de huidige tijd en het symbool van de kookwekker stopt met knipperen.
▷ De tijd begint nu automatisch af te tellen.
▷ Wanneer de tijd is verstreken, hoort u een geluidssignaal en knippert het symbool van de kookwekker.
- 3. Druk op een willekeurige toets om het geluidssignaal uit te schakelen.
- 4. Druk 2 seconden lang op de toets ‘Mode’.
▷ Het symbool van de kookwekker verdwijnt en de huidige tijd wordt weergegeven.
U kunt de resterende tijd van de kookwekker op elk moment zien en/of aanpassen op de display: wanneer u op de toets ‘Mode’ drukt, verschijnt de resterende tijd van de kookwekker op de display en gaat het symbool van de kookwekker knipperen. Pas de tijd aan met de ‘+’ en ‘-’ toetsen (terwijl het symbool van de kookwekker knippert).
Geluidssignaal instellen
U kunt één van de drie verschillende geluidssignalen kiezen. Zorg ervoor dat de huidige tijd op de display wordt weergegeven.
- 1. Houd de ‘-’ toets ingedrukt totdat u een geluidssignaal hoort.
▷ Wanneer u de ‘-‘ toets nogmaals indrukt, hoort u een ander geluidssignaal. ▷ Als “Off” wordt geselecteerd, dan worden alle geluiden uitgezet, behalve alarm- en foutgeluiden.
▷ Wacht na het gewenste signaal een aantal seconden; het ingestelde signaal wordt automatisch bevestigd.
Pagina 16
BEDIENING
Kookplaat bedienen
Inschakelen en uitschakelen
- 1. Zet een pan op een kookzone.
- 2. Draai de bedieningsknop rechtsom in de gewenste stand. Raadpleeg het overzicht met kookinstellingen om de juiste stand te kiezen.
▷ In de display verschijnt de stand die u heeft ingesteld.
▷ De kookzones zijn in 9 standen en een booststand instelbaar.
- 3. Draai de bedieningsknop linksom op ‘0’ om de kookzone uit te schakelen.
Restwarmte-indicator
De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicator waarmee wordt aangegeven welke kookzone nog warm is. Ondanks dat de kookplaat is uitgeschakeld, blijft de indicator H zichtbaar zolang de kookzone warm is! Raak de kookzones niet aan wanneer deze indicator brandt.
Boostfunctie inschakelen
De boostfunctie kunt u gebruiken om gedurende een korte tijd (maximaal 8 minuten) op het hoogste vermogen te koken. Na het verstrijken van de maximale boost-tijd schakelt de kookzone terug naar stand 9, of naar de stand die na het inschakelen van de boostfunctie wordt gekozen.
- 1. Zet een pan op een kookzone.
- 2. Draai de bedieningsknop rechtsom naar stand ‘P’. De knop springt terug naar stand 9.
- 3. Draai eventueel de knop terug naar een lagere stand.
▷ De boostfunctie is nu geactiveerd; ‘P’ verschijnt afwisselend met de stand in de display. ▷ De kookplaat begint te werken met het hoogste vermogen.
▷ Na 8 minuten verdwijnt ‘P’ en verschijnt het ingestelde vermogen op het display.
Draai de bedieningsknop rechtsom naar stand ‘P’ en weer terug naar een andere stand om de boostfunctie voortijdig te stoppen.
Pauzefunctie inschakelen
U kunt het koken pauzeren in plaats van de kookplaat uit te zetten. Deze functie reduceert tijdelijk het vermogen van actieve kookzones tot niveau 1. De kookplaat gaat uit als de pauzefunctie niet binnen 30 minuten wordt uitgeschakeld.
Pagina 17
BEDIENING
Minimaal één kookzone is actief.
- 1. Raak de plustoets (+) en de mintoets (-) tegelijkertijd aan.
▷ Alle displays tonen het pauzesymbool.
▷ De pauzefunctie is geactiveerd.
- 2. Om de functie te deactiveren, raakt u nogmaals de plustoets (+) en de mintoets (-) tegelijkertijd aan.
▷ De pauzefunctie is gedeactiveerd.
▷ De instellingen van vóór de pauze worden hersteld.
Kinderslot inschakelen
U kunt de kookplaat vergrendelen om onbedoeld gebruik te voorkomen (bijvoorbeeld kinderen die de kookzones per ongeluk inschakelen).
- 1. Draai alle bedieningsknoppen naar de ‘0’ stand.
- 2. Draai de bedieningsknoppen van de kookzones linksvoor en rechtsvoor gelijktijdig linksom naar positie ‘P’ en houd de knoppen in deze stand.
- 3. Draai dan, binnen 2 seconden, de bedieningsknop van de kookzone linksvoor terug naar ‘0’ en daarna weer naar positie ‘P’.
▷ In de display van elke kookzone verschijnt een ‘L’ om aan te geven dat het kinderslot is ingeschakeld.
▷ De kookzones kunnen nu niet gebruikt worden ongeacht de stand van de bedieningsknoppen.
- 4. Draai, om het kinderslot weer uit te schakelen, de bedieningsknoppen van de kookzones linksvoor en rechtsvoor gelijktijdig linksom naar positie ‘P’ en houd de knoppen in deze stand.
- 5. Draai dan, binnen 2 seconden, de bedieningsknop van de kookzone linksvoor terug naar ‘0’ en daarna weer naar positie ‘P’.
▷ In de display van elke kookzone verdwijnt ‘L’ om aan te geven dat het kinderslot is uitgeschakeld.
Kookplaat bedienen met de timer
U kunt een timer instellen waarmee de kookzone automatisch wordt uitgeschakeld. Deze functie kan voor alle zones tegelijk worden gebruikt.
- 1. Zet een pan op een kookzone.
- 2. Draai de bedieningsknop rechtsom in de gewenste stand. Raadpleeg het overzicht met kookinstellingen om de juiste stand te kiezen.
▷ In de display verschijnt de stand die u heeft ingesteld.
Pagina 18
BEDIENING
- 3. Raak de timertoets aan om de timer in te schakelen.
▷ Op het display van de timer wordt “00” weergegeven en een indicatielampje verschijnt naast het display van de actieve kookzone.
- 4. Raak de timertoets zo vaak als nodig is aan om de (actieve) kookzone te selecteren waarvoor u de tijd wilt instellen.
- 5. Raak binnen 5 seconden de mintoets (-) of plustoets (+) aan om een kooktijd te selecteren. ▷ Raak de plustoets (+) aan om een langere tijd in te stellen.
▷ Raak de mintoets (-) aan om een kortere tijd in te stellen.
- 6. De timer is ingesteld.
▷ De kookzone wordt uitgeschakeld nadat de ingestelde tijd is verstreken.
▷ Het timeralarm klinkt wanneer de ingestelde tijd is verstreken.
▷ Het indicatielampje gaat knipperen.
▷ Raak de mintoets (-) of plustoets (+) aan om het alarm te stoppen. Na twee minuten stopt het automatisch.
Als er meerdere timers zijn ingesteld, dan toont het timerdisplay de resterende tijd van de kookzone die als eerste zal worden uitgeschakeld.
Vooraf ingestelde kooktijd wijzigen
U kunt de kooktijd op elk gewenst moment wijzigen.
- 1. Raak de timertoets zo vaak als nodig is aan om de zone te selecteren waarvoor u de tijd wilt aanpassen.
- 2. Raak de plustoets (+) of mintoets (-) aan om de tijd te wijzigen.
▷ Als u de tijd niet binnen 5 seconden wijzigt door op de ‘+’ of ‘-’ toets te drukken, blijft de oorspronkelijke kookduur ongewijzigd.
De resterende kooktijd controleren
- 1. Raak de timertoets zo vaak als nodig is aan om de zone te selecteren waarvoor u de resterende tijd wilt bekijken.
▷ Het timerdisplay toont de resterende tijd van de geselecteerde kookzone.
De timer uitschakelen (voordat de ingestelde tijd is verstreken)
- 1. Raak de timertoets zo vaak als nodig is aan om de zone te selecteren waarvoor u de timer wilt uitschakelen.
- 2. Raak de mintoets (-) aan om de tijd in te stellen op dubbel nul (00).
▷ Het indicatielampje gaat uit.
Verder lezen op pagina 19Inhoud