Neff B87VS24H0, tekst van de handleiding
Pagina's 29–42 van 68 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 16–28verder op pagina 43 →
Pagina 29
Home Connect nl
Home Connect instellingen
U kunt Home Connect op elk moment aan uw wensen aanpassen.
Aanwijzing: Druk in de Home Connect instellingen op de toets om het netwerk en de apparaatinformatie weer te geven.
WiFi
Als Wi-Fi is geactiveerd, kunt u gebruikmaken van de Home Connect functionaliteit.
Aanwijzing: Bij de functie Gereed voor bedrijf heeft uw apparaat binnen het netwerk max. 2 W nodig.
- 1. Op touch-toets tippen om het apparaat in te schakelen.
- 2. Op touch-toets 0 tippen.
Het hoofdmenu wordt weergegeven.
- 3. Met toets of “MyProfile 4” kiezen.
- 4. Met toets MyProfile-menu openen.
- 5. Met de toets of “Home Connect” kiezen.
- 6. Met toets Home Connect-menu openen. Het menupunt "WiFi" wordt weergegeven.
:L)L
- 7. Op de toets drukken om de radiomodule in of uit te schakelen.
Loskoppelen van het netwerk
U kunt uw oven op elk moment scheiden van het netwerk.
Aanwijzing: Wanneer uw oven gescheiden is van het netwerk, kan hij niet via Home Connect worden bediend.
- 1. Op touch-toets tippen om het apparaat in te schakelen.
- 2. Op touch-toets 0 tippen.
Het hoofdmenu wordt weergegeven.
- 3. Met toets of “MyProfile 4” kiezen.
- 4. Met toets MyProfile-menu openen.
- 5. Met de toets of “Home Connect” kiezen.
- 6. Met toets Home Connect-menu openen.
- 7. Met toets "Van netwerk loskoppelen" kiezen.
- 8. Met toets de bakoven van het netwerk loskoppelen.
De bakoven is van het netwerk losgekoppeld.
Netwerk verbinden
- 1. Op touch-toets tippen om het apparaat in te schakelen.
- 2. Op touch-toets 0 tippen.
Het hoofdmenu wordt weergegeven.
- 3. Met toets of “MyProfile 4” kiezen.
- 4. Met toets MyProfile-menu openen.
- 5. Met de toets of “Home Connect” kiezen.
- 6. Met toets Home Connect-menu openen.
- 7. Met toets “Met netwerk verbinden" selecteren.
- 8. Met toets de bakoven met het netwerk verbinden.
- 9. Aanwijzingen in het hoofdstuk “Handmatige aanmelding bij het thuisnetwerk” of “Automatische aanmelding bij het thuisnetwerk” opvolgen.
Met app verbinden
Wanneer de Home Connect app op uw mobiele eindapparaat is geïnstalleerd, kunt u het verbinden met uw oven.
Aanwijzing: Het apparaat moet verbonden zijn met het netwerk.
- 1. Op touch-toets tippen om het apparaat in te schakelen.
- 2. Op touch-toets 0 tippen.
Het hoofdmenu wordt weergegeven.
- 3. Met toets of “MyProfile 4” kiezen.
- 4. Met toets MyProfile-menu openen.
- 5. Met de toets of “Home Connect” kiezen.
- 6. Met toets Home Connect-menu openen.
- 7. Met toets “Met app verbinden" selecteren.
- 8. Met toets de bakoven met de app verbinden. De bakoven is met de app verbonden.
Pagina 30
nl Home Connect
Afstandsbediening
U kunt met de Home Connect app gemakkelijk toegang krijgen tot de functies van uw oven.
Aanwijzingen
- De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang.In deze tijd is bediening via de Home Connect app niet mogelijk.
- Bij levering is de afstandsbediening geactiveerd.
- Is de afstandsbediening gedeactiveerd, dan worden in de Home Connect app alleen de bedrijfstoestanden van de oven weergegeven.
- De afstandsbediening wordt automatisch geactiveerd bij activering van Starten op afstand.
- 1. Op touch-toets tippen om het apparaat in te schakelen.
- 2. Op touch-toets 0 tippen.
Het hoofdmenu wordt weergegeven.
- 3. Met toets of “MyProfile 4” kiezen.
- 4. Met toets MyProfile-menu openen.
- 5. Met de toets of “Home Connect” kiezen.
- 6. Met toets Home Connect-menu openen.
- 7. Met toets "Afstandsbediening" kiezen.
- 8. Met toets de afstandsbediening uit- of inschakelen.
Afstandsdiagnose
Bij storingen kan de servicedienst toegang tot uw apparaat krijgen om een diagnose op afstand uit te voeren.
Neem contact op met de servicedienst en zorg ervoor dat uw apparaat met de Home Connect-server is verbonden. Controleer of de dienst diagnose op afstand in uw land beschikbaar is.
Aanwijzing: Ga voor meer informatie naar Help & Support op de Home Connect-website van uw land: www.home-connect.com. Daar kunt u ook zien of de dienst diagnose op afstand in uw land beschikbaar is.
Aanwijzing voor gegevensbeveiliging
Wanneer het apparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een WLAN-netwerk dat op het internet is aangesloten, geeft het de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server (eerste registratie):
- Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC addres van de gewijzigde Wi-Fi communicatiemodule).
- Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi communicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding).
- De actuele software- en hardwareversie van uw huishoudelijke apparaat.
- Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat u voor het eerst van de Home Connect functionaliteiten gebruik wilt maken.
Aanwijzing: Houd er rekening mee dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in verbinding met de Home Connect app. Informatie over gegevensbeveiliging kan in de Home Connect app worden opgevraagd.
Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart Constructa Neff Vertriebs-GmbH dat het apparaat met verbindingsfunctionaliteit voldoet aan de fundamentele vereisten en de overige toepasselijke bepalingen van de richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder www.neff-international.com op de productpagina van uw apparaat bij de aanvullende documenten.
2,4 GHz band: 100 mW max. 5 GHz band: 100 mW max.
| • | BE | BG | CZ | DK | NL | EE | IE | EL |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ES | FR | HR | IT | CY | LV | LT | LU | |
| HU | MT | NL | AT | PL | PT | RO | SI€ | |
| SK | FI | SE | UK | NO | CH | TR | ||
| 5 GHz WLAN (Wi-Fi): alleen voor het gebruik binnenshuis | ||||||||
Pagina 31
Schoonmaakmiddelen nl
Schoonmaakmiddelen
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen we uit hoe u het apparaat goed onderhoudt en schoonmaakt.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Let op de opgaven in de tabellen om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen worden beschadigd. Afhankelijk van het apparaattype zijn bij uw apparaat niet alle voorzieningen beschikbaar.
Attentie!
Oppervlakteschade
Gebruik geen
- scherpe of schurende schoonmaakmiddelen,
- sterk alcoholhoudende schoonmaakmiddelen,
- harde schuur- of schoonmaaksponsjes,
- hogedrukreiniger of stoomreiniger of
- speciale schoonmaakmiddelen voor de warmtereiniging.
Was nieuwe vaatdoekjes voor gebruik grondig uit.
Tip: Bijzonder aanbevelenswaardige schoonmaak- en verzorgingsmiddelen kunt u kopen bij de servicedienst. Houd u aan de betreffende aanwijzingen van de fabrikant.
Waarschuwing – Risico van verbranding!
Het toestel wordt zeer heet. Nooit de hete vlakken in de binnenruimte of verwarmingselementen aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
| Bereik | Schoonmaken |
|---|---|
| Buitenzijde apparaat | |
| Voorzijde van roestvrij staal | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Kalk, vet, zetmeel en eiwitvlekken onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan corrosie ontstaan. Bij de servicedienst of in de vakhandel zijn speciale schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal verkrijgbaar die geschikt zijn voor warme oppervlakken. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. |
| Knststof | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken. |
| Gelakte oppervlakken | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
| Bedieningspaneel | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken. Als er ontkalkingsmiddel op het bedieningspaneel komt, dit direct afnemen. Anders ontstaan er mogelijk vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden. |
| Ruiten van de deur | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen schraper of schuursponsjes van roestvrij staal gebruiken. |
| Deurgreep | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Als er ontkalkingsmiddel op de deurgreep komt, direct afnemen. Anders ontstaan er mogelijk vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden. |
| Binnenzijde apparaat | |
| Emaillen oppervlakken en zelfreinigende oppervlakken | Let op de aanwijzingen voor de oppervlakken van de binnenruimte aan het einde van de tabel. |
| Glazen kapje van de binnenruimteverlichting | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Bij sterke vervuiling ovenspray gebruiken. |
| Deurdichting Niet afnemen! | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje reinigen. Niet schuren. Na afloop van de reiniging de positie van de deurdichting controleren. "Na afloop van de reiniging" op pagina 32 |
| Deurafscherming | van roestvrijstaal: Reinigingsmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. Neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht. Geen schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal gebruiken. van kunststof: Met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen. Met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken. Deurafscherming afnemen om hem schoon te maken. |
| Rekjes | Warm zeepsop: Laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel. |
| Uittreksysteem | Warm zeepsop: Met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. Verwijder het smeervet niet van de uitschuifrails. U kunt ze het beste reinigen wanneer ze ingeschoven zijn. Niet afwassen in de vaatwasmachine. |
| Toebehoren | Warm zeepsop: Laten weken en reinigen met een schoonmaakdoekje of borstel. Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal gebruiken. |
Pagina 32
nl Schoonmaakmiddelen
Watertank
Warm zeepsop:
Met een schoonmaakdoekje reinigen en grondig naspoelen met schoon water, om resten van schoonmaakmiddel te verwijderen.
Met een zachte doek nadrogen. Met het deksel eraf laten drogen. Dichting van het deksel na gebruik droogwrijven.
Niet afwassen in de vaatwasmachine.
--------
Aanwijzingen
- Geringe kleurverschillen op de voorzijde van het apparaat ontstaan door gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
- Donkere plekken bij de ruiten van de deur, lijkend op vegen, zijn lichtreflexen van de verlichting van de binnenuimte.
- Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen.Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking.
De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
Oppervlakken in de binnenruimte
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend.Dit kunt u zien aan het ruwe oppervlak.
Bodem, plafond en zijdelen zijn geëmailleerd en hebben een glad oppervlak.
Emaillen vlakken reinigen
Reinig de gladde emaillen vlakken met een schoonmaakdoekje en warm zeepsop of azijnwater. Met een zachte doek nadrogen.
Ingebrande voedselresten met een vochtige doek en zeepsop losweken. Bij sterke verontreiniging een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken.
Attentie!
Nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte gebruiken. Er kan schade aan het email ontstaan. Vóór het volgende opwarmen resten uit de binnenruimte en van de toesteldeur volledig verwijderen.
De binnenruimte na het schoonmaken open laten om te drogen.
Tip: Het beste kunt u de reinigingshulp gebruiken. "Reinigingsfunctie" op pagina 33
Aanwijzing: Door levensmiddelresten kan witte aanslag ontstaan. Deze zijn ongevaarlijk en hebben geen invloed op de werking. Indien nodig kunt u de resten met citroenzuur verwijderen.
Zelfreinigende oppervlakken schoonmaken
De zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje poreuze, matte keramiek. Spatten van het bakken en braden worden door deze laag opgezogen en afgebroken terwijl het apparaat in gebruik is.
Als de zelfreinigende oppervlakken zichzelf niet meer voldoende reinigen en er donkere vlekken ontstaan, kunnen deze worden verwijderd door gericht opwarmen.
Instellen
Neem eerst de rekjes, uitschuifrails, toebehoren en vormen uit de binnenruimte. Reinig de gladde emaillen oppervlakken, de deur en het kapje van de verlichting van de binnenruimte.
- 1. Verwarmingsmethode Broodbakstand instellen.
- 2. Maximale temperatuur instellen.
- 3. De werking starten en minstens 1 uur laten lopen. Het laagje van keramiek wordt geregenereerd.
Bruinachtige of witachtige resten kunt u, wanneer de binnenruimte afgekoeld is, verwijderen met water of een zachte spons.
Aanwijzing: Tijdens het gebruik kunnen er roodachtige vlekken op de oppervlakken ontstaan. Hierbij gaat het niet om roest, maar om vlekken van levensmiddelen. Deze vlekken zijn niet schadelijk voor de gezondheid en hebben geen invloed op het reinigende vermogen van de zelfreinigende oppervlakken.
Attentie!
Gebruik geen ovenspray voor de zelfreinigende oppervlakken. De oppervlakken raken dan beschadigd. Wanneer er toch ovenspray op deze oppervlakken terechtkomt, direct afdeppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven en geen schurende reinigingshulpen gebruiken.
Na afloop van de reiniging
Controleer na afloop van de reiniging of de deurdichting links en rechts goed zit (Afb. ).
Als de deurdichting zich op de afstandshouder bevindt, schuif hem dan naar binnen, zodat hij naast de afstandhouder is geplaatst (Afb. ).
- 1 2
Pagina 33
Reinigingsfunctie nl
Apparaat schoon houden
Om te voorkomen dat er hardnekkig vuil ontstaat, dient u het apparaat altijd schoon te houden en vuil direct te verwijderen.
Waarschuwing – Risico van brand!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen. Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Tips
- De binnenruimte na gebruik altijd schoonmaken. Zo kan er geen vuil inbranden.
- Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk.
- Voor het bereiden van zeer vochtig gebak de braadslede gebruiken.
- Gebruik geschikt gerei om te braden, bijv. een braadpan.
Reinigingsfunctie
Uw apparaat beschikt over EasyClean en de functie Ontkalken. Gebruik de reinigingshulp EasyClean voor het schoonmaken van de binnenruimte. Met EasyClean wordt het vuil eerst ingeweekt. Vervolgens kan het gemakkelijker worden verwijderd.Met de functie Ontkalken verwijdert u kalk uit de verdamper.
EasyClean
De reinigingshulp EasyClean maakt het reinigen van de binnenruimte gemakkelijker voor u.Door inwerking van het zeepsop wordt het vuil eerst ingeweekt.Vervolgens kan het gemakkelijker worden verwijderd.
Waarschuwing – Kans op verbrandingen!
Door water in de hete binnnruimte kan hete waterdamp ontstaan. Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Starten
Aanwijzingen
- De reinigingshulp “EasyClean ” kan alleen gestart worden wanneer de binnenruimte onverwarmd (kamertemperatuur) en de apparaatdeur gesloten is.
- Zolang het apparaat in gebruik is de deur niet openen. Anders wordt de reinigingshulp “EasyClean ” afgebroken.
- 1. Toebehoren uit de binnenruimte nemen.
- 2. 0,4 liter water (niet gedistilleerd) met een druppeltje afwasmiddel erin in het midden van de binnenruimte gieten.
- 3. Op touch-toets tippen.
- 4. Op touch-toets 0 tippen.
- 5. Met toets of “EasyClean ” kiezen.
- 6. Met toets naar de volgende regel navigeren.
- 7. Op touch-toets tippen.
EasyClean wordt gestart. Op het display verschijnt de resterende tijdsduur.
Afsluiten
Zodra de reinigingshulp afgelopen is, klinkt er een signaal en wordt het programma automatisch beëindigd.
Zodra u de apparaatdeur opent, wordt de verlichting van de binnenruimte ingeschakeld. Zo kunt u de binnenruimte beter nareinigen.Het restwater in de binnenruimte moet op tijd worden verwijderd. Laat het niet lange tijd in de binnenruimte staan (bijv. 's nachts). Het apparaat mag niet in gebruik worden genomen wanneer de binnenruimte nog nat of vochtig is.
Nareinigen
- 1. Deur van het apparaat openen en het restwater met een goed opnemende sponsdoek verwijderen.
- 2. Gladde oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Hardnekkige resten kunt u verwijderen met een schuursponsje van roestvrij staal.
Pagina 34
nl Reinigingsfunctie
- 3. Kalkranden verwijderen met een in azijn gedrenkte doek. Vevolgens met helder water afnemen en droogwrijven met een zachte doek (ook onder de deurdichting).
- 4. Apparaat uitschakelen met touch-toets .
- 5. De deur van het apparaat na de reiniging nog ca.1 uur op een kier laten staan (ca. 30°), zodat de emaillen oppervlakken in de binnenruimte droog kunnen worden. U kunt ook de functie Snel drogen gebruiken voor de binnenruimte.
Snel drogen van de binnenruimte
- 1. Apparaatdeur na afloop van de reinigingshulp openen in de vergrendelingsstand (ca. 30°).
- 2. Op touch-toets tippen.
- 3. CircoTherm hetelucht starten met 50 °C.
- 4. Na 5 minuten het apparaat uitschakelen en de apparaatdeur sluiten.
Sterke verontreiniging verwijderen
Om bijzonder hardnekkig vuil te verwijderen, heeft u meerdere mogelijkheden.
- Laat het zeepsop enige tijd inwerken voordat u de reinigingshulp start.
- Wrijf de vervuilde plaatsen op de gladde oppervlakken in met afwasmiddel voordat u de reinigingshulp start.
- Schakel de reinigingshulp nog een keer in nadat de binnenruimte is afgekoeld.
Ontkalken
Voor een goede werking dient u het apparaat regelmatig te ontkalken.
Het ontkalken gebeurt in een paar stappen. Om hygiënische redenen is het apparaat pas weer gebruiksklaar nadat het ontkalken helemaal voltooid is. In totaal duurt het ontkalken ca. 70 - 95 minuten.
- Ontkalken (ca. 55 - 70 minuten), maak vervolgens de watertank leeg en vul hem opnieuw
- Eerste keer spoelen (ca. 9 - 12 minuten), maak vervolgens de watertank leeg en vul hem opnieuw
- Tweede keer spoelen (ca. 9 - 12 minuten), maak vervolgens de watertank leeg en droog hem
Wordt het ontkalken onderbroken (bijv. door een stroomonderbreking of uitschakeling van het apparaat), dan wordt u nadat het apparaat opnieuw ingeschakeld is gevraagd om twee keer te spoelen. Tot aan het einde van de tweede spoelcyclus blijft het apparaat geblokkeerd voor andere toepassingen.
Hoe vaak het apparaat moet worden ontkalkt, hangt af van de waterhardheid van het gebruikte water. Zodra er nog 5 of minder keer stoom kan worden gebruikt, wordt op het display vermeld dat u dient te ontkalken. Het aantal keren dat gebruik met stoom nog mogelijk is, wordt na het inschakelen weergegeven. Zo kunt u het ontkalken op tijd voorbereiden.
Starten
Attentie!
- Schade aan het apparaat: gebruik voor het ontkalken uitsluitend het door ons aanbevolen vloeibare ontkalkingsmiddel. De inwerkingstijden tijdens het ontkalken zijn afgestemd op het ontkalkingsmiddel.Andere ontkalkingsmiddelen kunnen schade aan het apparaat veroorzaken. Ontkalkingsmiddel bestelnr. 311 680
- Ontkalkingsoplossing: zorg ervoor dat er geen ontkalkingsoplossing of ontkalkingsmiddel op het bedieningspaneel of andere oppervlakken van het apparaat komt. De oppervlakken raken dan beschadigd. Gebeurt dit toch, verwijder de ontkalkingsoplossing dan direct met water.
Wanneer u voor het ontkalken een functie met stoom heeft gebruikt, dient u het apparaat eerst uit te schakelen. Dan kan het restwater uit het stoomsysteem worden gepompt.
- 1. 400 ml water en 200 ml vloeibaar ontkalkingsmiddel mengen tot een ontkalkingsoplossing.
- 2. Op touch-toets tippen.
- 3. Watertank verwijderen en vullen met de ontkalkingsoplossing.
- 4. De met de ontkalkingsoplossing gevulde watertank volledig inschuiven.
- 5. Paneel sluiten
- 6. Op touch-toets 0 tippen.
- 7. Met toets of “Ontkalken ” kiezen.
- 8. Met toets naar de volgende regel navigeren. De duur van het ontkalken wordt weergegeven.Deze kan niet worden veranderd.
- 9. Met toets naar de volgende regel navigeren.
- 10. Op touch-toets tippen.
Het apparaat wordt ontkalkt. De tijdsduur loopt af op het display. Zodra het ontkalken beëindigd is, klinkt er een signaal.
Eerste keer spoelen
- 1. Paneel openen.
- 2. Watertank verwijderen, grondig omspoelen, vullen met water en weer inschuiven.
- 3. Paneel sluiten
- 4. Op touch-toets tippen.
Het apparaat spoelt. Zodra het spoelen beëindigd is, klinkt er een signaal.
Tweede keer spoelen
- 1. Paneel openen.
- 2. Watertank verwijderen, grondig omspoelen, vullen met water en weer inschuiven.
- 3. Paneel sluiten
- 4. Op touch-toets tippen.
Het apparaat spoelt. Zodra het spoelen beëindigd is, klinkt er een signaal.
Nareinigen
- 1. Paneel openen.
- 2. Watertank leegmaken en drogen.
- 3. Apparaat uitschakelen.
Het ontkalken is afgesloten en het apparaat is weer klaar voor gebruik.
Pagina 35
Rekjes nl
Rekjes
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij u uit hoe u de rekjes kunt verwijderen en schoonmaken.
Inschuifhoogte voor telescopische uitschuifrails veranderen.
Stangen en telescopische uitschuifrails kunt u naar wens rangschikken. U kunt bijv. de telescopische uitschuifrails bij de inschuifhoogte hangen die u het vaakst gebruikt.
Stang verwijderen
Telescopische uitschuifrails worden net als de stangen afgenomen en opgehangen.
- 1. Stang naar achteren drukken , tot hij er naar boven kan worden uitgetrokken (Afb. ).
- 2. Stang naar achteren losmaken en verwijderen (Afb. ).
Stang inbrengen
- 1. Stang aan de achterkant inbrengen (Afb. ).
- 2. Stang naar achteren schuiven en naar beneden aan de pin bevestigen (Afb. ).
- 3. Let erop dat de haak aan de pin bevestigd is (Afb. ).
F
Rekjes verwijderen en bevestigen
Waarschuwing – Risico van verbranding!
De rekjes worden heel heet. Nooit de hete rekjes aanraken. Het apparaat altijd laten afkoelen. Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Rekjes verwijderen
- 1. Het rekje (niet de houder voor toebehoren of de telescooprails) aan de voorkant een beetje optillen en verwijderen (Afb. ).
- 2. Vervolgens het hele rekje naar voren trekken en uitnemen (Afb. ).
Maak de rekjes schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.
Rekjes ophangen
De rekjes passen alleen links of rechts.De uitschuifbare rails moeten er naar voren kunnen worden uitgetrokken.
- 1. Het rekje eerst in het midden van de achterste bus steken tot het aansluit op de wand van de binnenruimte en naar achteren drukken (Afb. ).
- 2. Het rekje hierna in de voorste bus steken tot het ook hier aansluit op de wand van de binnenruimte en naar beneden drukken (Afb. ).
E
G
Pagina 36
nl Apparaatdeur
Apparaatdeur
Wanneer uw apparaat goed wordt onderhouden en schoongemaakt blijft het er lang mooi uitzien en goed functioneren. Hier leggen wij u uit hoe u de apparaatdeur kunt verwijderen en schoonmaken.
Apparaatdeur verwijderen en inbrengen
Om de deurruiten schoon te maken kunt u de apparaatdeur verwijderen.
Waarschuwing – Risico van letsel!
De scharnieren van de apparaatdeur kunnen met grote kracht terugklappen. Draai de beide vergrendelingen voor het inbrengen en verwijderen van de deur altijd tot de aanslag.
Waarschuwing – Risico van letsel!
Is de deur verwijderd zonder beide vergrendelingen tot de aanslag te draaien, dan kan de scharnier terugklappen. Kom niet met uw handen aan het scharnier. Neem contact op met de klantenservice.
Apparaatdeur verwijderen
- 1. De linker- en rechter deurbeveiliging (Afb. ) openen.
Hiervoor de schroevendraaier horizontaal houden en de deurbeveiliging (zwarte module) aan beide kanten tot de aanslag naar boven schuiven (Afb. ). Tip: Om de deurbeveiliging goed te zien kunt u met een zaklamp in de spleet schijnen.
- 1 2
Deurbeveiliging gesloten (Afb. ) Deurbeveiliging geopend (Afb. )
- 2. Apparaatdeur ca. 45°openen (Afb. ).
- 3. Met een munt de beide vergrendelingen links- en rechtsonder aan de binnenkant van het apparaat draaien tot de aanslag.
Vergrendeling links: met de klok mee Vergrendeling rechts: tegen de klok in De pijlen wijzen naar elkaar en de vergrendeling klikt duidelijk in (Afb. ).
Vergrendeling links zit vast (Afb. ) Vergrendeling links is los (Afb. )
- 4. Apparaatdeur naar boven en beneden bewegen tot er een klikgeluidje te horen is (Afb. ).
De apparaatdeur zit in de vergrendelingsstand. Deze kan nog maar minimaal worden bewogen.
Attentie!
Beschadiging van de deurscharnieren.
Apparaatdeur in de vergrendelingsstand niet openen of sluiten tegen een weerstand.
Heeft u de apparaatdeur in de vergrendelingsstand tegen de weerstand geopend of gesloten, neem dan telefonisch contact op met de servicedienst.
Pagina 37
Apparaatdeur nl
Waarschuwing
Gevaar voor letsel!
De deurgreep kan afbreken. Apparaatdeur niet dragen aan de deurgreep. Apparaatdeur aan de zijkant, ter hoogte van de deurgreep, met beide handen links en rechts stevig vastpakken om hem op een veilige manier te dragen of uit te nemen.
- 5. Apparaatdeur aan de zijkant, ter hoogte van de deurgreep, met beide handen links en rechts stevig vastpakken en naar boven uittrekken (Afb. ).
Waarschuwing
Gevaar voor letsel!
Naar beneden vallen van de apparaatdeur. De apparaatdeur heeft een gewicht van 7 - 10 kg. Ga er voorzichtig mee om.
- 6. Apparaatdeur op een vlakke, zachte en schone ondergrond leggen.
Apparaatdeur inbrengen
- 1. Apparaatdeur tegelijkertijd links en rechts boven de geleiderollen inhangen (Afb. en Afb. ).
Let erop dat de apparaatdeur niet wordt gekanteld en volledig ingehangen is.
- 1 2
- 2. De deurgreep een beetje openen (Afb. ). De apparaatdeur glijdt met het laatste stukje volledig naar beneden (Afb. ).
- 3. Met een munt de beide vergrendelingen van de apparaatdeur opheffen (Afb. ).
D
E
Vergrendeling links: tegen de klok in Vergrendeling rechts: met de klok mee
- 4. Apparaatdeur tamelijk ver openen tot er een zacht klikgeluid te horen is. Apparaatdeur sluiten.
Waarschuwing
Risico van letsel door niet gesloten scharniervergrendelingen!
De apparaatdeur kan uit de hengsels loskomen. U kunt dan letsel oplopen en de deur kan worden beschadigd. Na het inbrengen de deurbeveiliging altijd aan de linker- en rechterkant sluiten.
- 5. Linker en rechter deurbeveiliging sluiten (Afb. ). Hiervoor de schroevendraaier horizontaal houden en de deurbeveiliging aan beide kanten tot aan de aanslag omlaag schuiven (Afb. ).
Pagina 38
nl Apparaatdeur
Deurruiten verwijderen en inbrengen
Om ze schoon te maken kunt u de ruiten van de apparaatdeur afnemen.
Hiervoor dient u de apparaatdeur eerst te verwijderen (zie het hoofdstuk “Apparaatdeur verwijderen en inbrengen”).
Waarschuwing – Risico van letsel!
Gebruik het apparaat pas weer wanneer de ruiten en de apparaatdeur naar behoren zijn aangebracht.
Waarschuwing – Risico van letsel!
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben. Draag veiligheidshandschoenen.
Verwijderen
Aanwijzing: De verwijderde ruiten op een vlakke, zachte en schone ondergrond leggen.
- 1. Apparaatdeur verwijderen
- 2. Apparaatdeur met de voorkant naar beneden op een vlakke, zachte en schone ondergrond leggen.
- 3. Links en rechts op de buitenkant van de apparaatdeur drukken, tot de middelste ruit aan beide kanten loskomt (Afb. ).
- 4. Middelste ruit voorzichtig optillen en in de richting van de pijl uitnemen (Afb. ).
- 1 2
- 5. Middelste ruit in het gebied naar beneden drukken, houder voorzichtig optillen tot hij eruit kan worden getrokken (Afb. ).
- 6. Middelste ruit van onderen optillen (Afb. ) en uitnemen.
D
E
- 7. Alle ruiten aan beide kanten schoonmaken met glasreiniger en een zachte doek.
Waarschuwing
Risico van letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
- 8. Alle ruiten drogen en weer inbrengen.
Inbrengen
Aanwijzing: Let erop dat u de deurruiten inbrengt in de oorspronkelijke volgorde.
- 1. Middelste ruit inbrengen en in de richting van de pijl schuiven tot hij in de omlijsting zit. De pijl op de middelste ruit moet overeenkomen met de pijl op de omlijsting (Afb. ).
1
- 2. Middelste ruit in het gebied naar beneden drukken, de houder schuin inschuiven en aandrukken tot hij vergrendelt (Afb. ). Houder is ingebracht (Afb. ).
2
D
E
- 3. De middelste ruit links en rechts in de houder plaatsen (Afb. ).
- 4. Tegen de bovenkant van de middelste ruit drukken tot hij vergrendelt (Afb. ).
F
F
Pagina 39
Wat te doen bij storingen? nl
3Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Probeer voordat u contact opneemt met de servicedienst de storing zelf op te lossen met behulp van de tabel.
Tip: Wanneer een gerecht een keer niet lukt, raadpleeg dan het hoofdstuk “Voor u getest in onze kookstudio”.Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.
Waarschuwing – Gevaar voor letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.Nooit proberen het apparaat zelf te repareren. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Bij defect van het apparat met de servicedienst contact opnemen;
Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
Storingentabel
Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
- Werkzaamheden aan de elektronica van het apparaat mogen alleen door een vakman worden uitgevoerd.
- Bij het werken aan de elektronica van het apparaat beslist de netstekker uit het stopcontact halen.
Automatische beveiliging activeren of de zekering in de meterkast van uw woning eruit draaien.
| Storing | Mogelijke oorzaak | Aanwijzing/Oplossing |
|---|---|---|
| Apparaat werkt niet | Stekker is niet in het stopcontact gestoken | Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet |
| Stroomuitval | Controleer of andere keukenapparaten werken | |
| Zekering defect | Controleer in de meterkast of de zekering voor het apparaat in orde is | |
| Het gebruik met stoom of het ontkalken start niet of loopt niet verder | Watertank leeg | Watertank vullen |
| Afscherming is open | Afscherming sluiten | |
| Door het ontkalken wordt het gebruik met stoom geblokkeerd | Ontkalken uitvoeren | |
| Sensor defect | Contact opnemen met de servicedienst | |
| Na het inschakelen van een functie verschijnt op het display de melding dat de temperatuur te hoog is. | Apparaat is nog niet voldoende afgekoeld | Apparaat laten afkoelen en de functie opnieuw inschakelen |
| Het apparaat vraagt u te spoelen | Tijdens het ontkalken is de stroomtoevoer onderbroken of het apparaat uitgeschakeld | Nadat het apparaat weer ingeschakeld is, twee keer spoelen |
| Het apparaat vraagt u te ontkalken, zonder dat eerst de teller verschijnt | De ingestelde waterhardheid is te laag | Ontkalken uitvoeren Ingestelde waterhardheid controleren en eventueel aanpassen |
| Toetsen knipperen | Normaal verschijnsel door condenswater achter het bedieningspaneel | Zodra het condenswater verdampt is, knipperen de toetsen niet meer |
| Het bereidingsresultaat bij toepassingen met stoom is te vochtig of te droog geworden | Er is een verkeerde stoomintensiteit gekozen | Een lagere of hogere stoomintensiteit kiezen |
| De melding "Watertank vullen“ verschijnt, hoewel de tank gevuld is | Afscherming is open | Afscherming sluiten |
| Watertank niet vergrendeld | Watertank vergrendelen "Stoom" op pagina 18 | |
| Sensor defect | Contact opnemen met de servicedienst | |
| Watertank is gevallen. Als gevolg van de trillingen zijn er onderdelen in de watertank losgekomen, hierdoor raakt hij lek. | nieuwe watertank bestellen | |
| Tijdens de bereiding komt er stoom vrij door de ontluchtingssleuven | Normale procedure | Niet mogelijk |
Pagina 40
nl Wat te doen bij storingen?
| De afscherming voor het uitnemen van de tank gaat niet open | Stekker is niet in het stopcontact gestoken | Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet |
| Stroomuitval | Controleer of andere keukenapparaten werken | |
| Zekering defect | Controleer in de meterkast of de zekering voor het apparaat in orde is | |
| Sensor van de touch-toets defect | Contact opnemen met de servicedienst Zo nodig de watertank leegmaken: apparaatdeur openen, de afscherming rechts en links vastpakken en de afscherming eruit trekken | |
| Het apparaat kan niet worden ingeschakeld, op het display wordt het symbool 1 weergegeven | Automatisch kinderslot is geactiveerd | Touch-toets 0 ingedrukt houden tot het symbool 1 verdwijnt |
| Het ingeschakelde apparaat kan niet bediend worden, op het display wordt het symbool 1 weergegeven | Kinderslot is geactiveerd. | Touch-toets 0 ingedrukt houden tot het symbool 1 verdwijnt |
| Apparaat warmt niet op, op het display wordt 6 weergegeven | De demonstratiemodus is geactiveerd in de basisinstellingen | Ontkoppel het apparaat ca. 10 seconden van het net (zekering in de meterkast uitschakelen) en deactiveer de demonstratiemodus vervolgens binnen 3 minuten in de basisinstellingen "Basisinstellingen" op pagina 23 |
| Tijdens het gebruik is een plofgeluidje hoorbaar | Koud/warmeffect bij diepvriesproducten, veroorzaakt door de waterdamp | Niet mogelijk |
| Op het display verschijnt “D” of “E”, bijv. D0111 of E0111 | Technisch probleem | Apparaat uit- en weer inschakelen Als de melding opnieuw verschijnt: contact opnemen met de servicedienst.Geef hiervoor de precieze foutmelding weer |
| Home Connect functioneert niet correct. -------- | Ga naar www.home-connect.com |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
Maximale gebruiksduur overschreden
Uw apparaat beëindigt het gebruik automatisch wanneer er geen tijdsduur is ingesteld en de instelling lang niet veranderd is.
De werkelijke tijdsduur tot de automatische bedrijfsstop varieert met de gekozen instellingen.
Op het display wordt gemeld dat de werking automatisch beëindigd wordt. Vervolgens wordt de werking stopgezet.
Om het apparaat weer te gebruiken dient u het eerst uit te schakelen. Schakel het apparaat vervolgens weer in en stel de gewenste functie in.
Lampen van de binnenruimte
Voor de verlichting van de binnenruimte beschikt uw apparaat over een of meerdere duurzame LED-lampen.
Mocht een LED-lamp of het glazen kapje toch eens defect zijn, neem dan contact op met de servicedienst. Het kapje van de lamp mag niet verwijderd worden.
Pagina 41
Servicedienst nl
4 Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van medewerkers van de servicedienst te voorkomen.
E-nummer en FD-nummer
Geef tijdens het telefoongesprek altijd het volledige productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u aan de rechterkant wanneer u het paneel opent. Tip hiervoor op de touch-toets . "Stoom" op pagina 18
( 1U
)'
= 1U
Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de servicedienst nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
E-nr. FD-nr.
Servicedienst
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantieperiode kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4040
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
U vindt hier een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt zijn voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over vormen en de bereiding.
Aanwijzing: Bij het bereiden van levensmiddelen kan veel waterdamp in de binnenruimte ontstaan.
Uw apparaat is heel energie-efficiënt en geeft tijdens de werking slechts weinig warmte naar buiten af. Op grond van de hoge temperatuurverschillen tussen de binnenruimte en de buitenste delen van het apparaat kan er condenswater op de deur, het bedieningspaneel of nabijgelegen meubelfronten neerslaan. Dit is een normaal natuurkundig verschijnsel. Door voorverwarmen of de deur voorzichtig te openen, kan het condensaat worden gereduceerd.
Bij een toepassing met stoom is het gewenst dat er veel waterdamp in de binnenruimte ontstaat. Veeg na het garen de binnenruimte droog nadat deze is afgekoeld.
Vormen van silicone
Voor een optimaal kookresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
Wanneer u niettemin vormen van silicone wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De hoeveelheid- en receptgegevens kunnen afwijken.
Voor het bereiden met stoom zijn vormen van silicone niet geschikt.
Gebak en klein gebak
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van gebak en klein gebak. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Bakken met stoom
Bepaald gebak (bijv. gebak van gistdeeg) krijgt met stoom een knapperig korstje en een glanzend oppervlak. Het gebak droogt minder uit.
Bakken met stoom is alleen in één niveau mogelijk.
Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gebakken. Deze zijn in de tabel aangegeven.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Pagina 42
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het bakken op één niveaus:
- hoog gebak: hoogte 2
- vlak gebak: hoogte 3
Wanneer u de verwarmingsmethode CircoTherm hetelucht gebruikt, kunt u kiezen tussen hoogte 1, 2, 3 en 4.
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik CircoTherm hetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Bakken op twee niveaus:
- Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
- Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Bakken op drie niveaus:
- Bakplaat: hoogte 4
Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
Bakken op vier niveaus:
- 4 roosters met bakpapier eerste rooster: hoogte 4 tweede rooster: hoogte 3 derde rooster: hoogte 2 vierde rooster: hoogte 1
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie sparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Gebruik bij vochtig gebak de braadslede, zodat bij overlopend vocht de binnenruimte niet vuil wordt.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet
gelijkmatig. Wanneer u met deze vormen wilt bakken en boven- en onderwarmte wilt gebruiken, schuift u de vorm er op hoogte 1 in.
Voor het bakken met stoom dienen de bakvormen hitte- en stoombestendig te zijn.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Gebak of klein gebak zou dan alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorbakken zijn.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven baktijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Voor bepaalden gerechten is het nodig om voor te verwarmen, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Wilt u volgens eigen recept bakken, ga dan te werk volgens de beschrijving van soortgelijk gebak in de tabel.Bijkomende informatie vindt u onder de tips voor het bakken na de insteltabel.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- • CircoTherm hetelucht
- • Boven- en onderwarmte
- • Pizzastand
- • Broodbakstand
De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:
- 1 = laag
- 2 = gemiddeld
- 3 = hoog
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Stoomintensiteit | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gebak in vormen | ||||||
| Cake, eenvoudig | Krans/rechthoekige vorm | 2 | 140-160 | - | 50-70 | |
| Cake, eenvoudig | Krans/rechthoekige vorm | 2 | 150-160 | 1 | 50-70 | |
| * voorverwarmen ** 5 min. voorverwarmen, niet de snelverwarmingsfunctie gebruiken | ||||||