naslaan.comZoekenAlle merken

Neff B87VS24H0, tekst van de handleiding

Pagina's 53–62 van 68 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 43–52verder op pagina 63 →

Pagina 53

Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl

Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de werking oven. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.

Glazen vormen zijn het meest geschikt. Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.

Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. In glazen vormen moet de bodem van de vorm ca. cm hoog bedekt zijn.

De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen en of u een deksel gebruikt. Wanneer u vlees in geëmailleerde of donkere braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.

Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe.

Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.

Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.

Open vorm

Gebruik voor het braden van vlees het beste een hoge vorm. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, gebruikt u de braadslede.

Gesloten vorm

De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.

De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens het garen uitzetten.

Bij het openen van het deksel na het garen, kan zeer hete stoom ontwijken. Til het deksel van achteren op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.

Voor het stoven, braadt u het vlees naar wens eerst aan. Voeg er voor het braadsap water, wijn, azijn of iets dergelijks aan toe. De bodem van de vorm dient ca 1-2 cm bedekt te zijn.

Tijdens het braden verdampt de vloeistof in de vorm. Voeg zo nodig voorzichtig wat vloeistof toe.

Vlees kan ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.

Braden en stoven met stoom

Bepaalde gerechten worden bij de bereiding met stoom knapperiger en drogen minder uit.

Gebruik een open vorm. De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn.

Het braadvlees hoeft niet gekeerd te worden.

Schakel de stoomfunctie in, zoals aangegeven in de insteltabel. Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gegaard. Deze zijn in de tabel aangegeven.

Grillen

Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.

Leg het vlees op het rooster. Plaats bovendien de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur ten minste één inschuifhoogte eronder. Uitdruipend vet wordt zo opgevangen.

Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en gewicht. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster.

Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in het vlees prikt, verliest het sap en wordt het droog.

Zout het vlees pas na het grillen. Zout onttrekt water aan het vlees.

Aanwijzingen

Aanbevolen instelwaarden

In de tabel vindt u voor talrijke vleesgerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur van het levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.

De instelwaarden gelden voor vlees op koelkasttemperatuur dat in de onverwarmde binnenruimte wordt geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.

In de tabel vindt u gegevens voor stukken braadvlees met voorgesteld gewicht. Wanneer u een zwaar stuk wilt braden, gebruik dan in elk geval de lage temperatuur. Bij meerdere stukken oriënteert u zich aan het zwaarste stuk om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke stukken dienen ongeveer even groot te zijn.

In het algemeen geldt: hoe groter het braadvlees, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.

Braadvlees en grillvlees na ca. tot van de aangegeven tijd keren.

Indien u volgens eigen recept wilt bereiden dan oriënteert u zich aan soortgelijke gerechten.

Bijkomende informatie vindt u onder "Tips voor braden, stoven en grillen" na de insteltabel.

Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.

Gebruikte verwarmingsmethoden:

Pagina 54

nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.

De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:

GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwar-mingsmethodeTemperatuur in °CStoomintensiteitDuur in min.
Varkensvlees
Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kgOpen vorm2180-190-110-130
Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kgOpen vorm2180-1901110-130
Gebraden varkensvlees met zwoerd, bijv. schouderstuk, 2 kgRooster2190-200-130-140
Gebraden varkensvlees met zwoerd, bijv. schouderstuk, 2 kgOpen vorm2100325-30
170-180170-90
200-210-20-25
Gebraden varkenslende, 1,5 kgOpen vorm2220-230-70-80
Gebraden varkenslende, 1,5 kgOpen vorm2170-180180-90
Varkenshaas, 400 gRooster3220-230-20-25
Varkenshaas, 400 gOpen vorm3210-220*125-30
Casselerrib met been, 1 kg (incl. een beetje toegevoegd water)Gesloten vorm2210-230-70-90
Casselerrib met been, 1 kgOpen vorm2160-170170-80
Varkenssteaks, 2 cm dikRooster4275-16-20
Varkensmedaillons, 3 cm dikRooster4290*-10-14
Rundvlees
Runderfilet, medium, 1 kgRooster2210-220-40-50
Runderfilet, medium, 1 kgOpen vorm2190-200150-60
Gestoofd rundvlees, 1,5 kgGesloten vorm2200-220-130-160
Rosbief, medium, 1,5 kgRooster2220-230-60-70
Rosbief, medium, 1,5 kgOpen vorm2190-200165-80
Steak, 3 cm dik, mediumRooster4290-15-20
Burger, 3-4 cm hoogRooster4290-25-30
Kalfsvlees
Gebraden kalfsvlees, 1,5 kgOpen vorm2160-170-100-120
Gebraden kalfsvlees, 1,5 kgOpen vorm2170-180190-110
Kalfsschenkel, 1,5 kgOpen vorm2200-210-100-120
Kalfsschenkel, 1,5 kgOpen vorm2170-1801100-120
Lamsvlees
Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kgOpen vorm2170-190-50-80
Lamsbout zonder been, medium, 1,5 kgOpen vorm2170-180180-90
Lamszadel met been***Rooster2180-190-40-50
Lamszadel met been***Open vorm3200-210*125-30
Lamskotelet**Rooster4290-14-18
* voorverwarmen
** Braadslede op inschuifhoogte 2 eronder plaatsen
*** zonder keren

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 54)

Pagina 55

Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl

GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwar-mingsmethodeTemperatuur in °CStoomintensiteitDuur in min.
Worsten
GrillworstenRooster4290-10-15
Vleesgerechten
Gehaktbrood, 1 kgOpen vorm2170-180-60-70
Gehaktbrood, 1 kgOpen vorm2190-200170-80
* voorverwarmen
** Braadslede op inschuifhoogte 2 eronder plaatsen
*** zonder keren

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 55)

Tips voor het braden, stoven en grillen
De binnenruimte wordt erg vuil.Bereid het product in een gesloten braadslede of gebruik het grillrooster. Wanner u het grillrooster gebruikt, behaalt u een optimaal braadresultaat. U kunt het grillrooster als speciaal toebehoren kopen.
Het braadvlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand en/of het braadvlees is te droog.Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. Kies de volgende keer een lagere temperatuur en verkort evt. de braadtijd.
De korst is te dun.Verhoog de temperatuur of schakel na afloop van de braadtijd de grill even in.
Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand.Neem de volgende keer kleiner braadgerei en voeg evt. meer vloeistof toe.
Het braadvlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig.Neem de volgende keer groter braadgerei en voeg evt. minder vloeistof toe.
Bij het stoven brandt het vlees aan.Het deksel moet goed op de braadvorm passen en goed sluiten.
Reduceer de temperatuur en voeg indien gewenst tijdens het stoven nog vloeistof toe.
Het grillproduct wordt te droog.Het vlees pas na het grillen zouten. Zout onttrekt water aan het vlees. Steek tijdens het keren niet in het grillproduct. Gebruik een grilltang.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 55)

Vis

Uw apparaat biedt diverse verwarmingsmethoden voor het bereiden van vis. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.

Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand, met de rugvin naar boven, in de binnenruimte. Een ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis zorgt voor stabiliteit.

U kunt herkennen dat de vis gaar is, wanneer de rugvin gemakkelijk loslaat.

Braden en grillen op het rooster

Leg het vlees op het rooster. Plaats bovendien de universele braadslede met de schuine kant naar de apparaatdeur ten minste één inschuifhoogte eronder.

Giet afhankelijk van de grootte en de soort vis tot liter water in de braadslede. Vrijkomende vloeistof wordt opgevangen. Er ontstaat zo minder rook en de binnenruimte blijft schoner.

Laat de deur van het apparaat tijdens het grillen gesloten. Nooit met een geopende apparaatdeur grillen.

Neem indien mogelijk grillstukken van ongeveer dezelfde dikte en gewicht. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster.

Keer de grillstukken met een grilltang. Wanneer u met een vork in de vis prikt, verliest hij sap en wordt hij droog.

Aanwijzingen

Braden en stomen in een vorm

Gebruik alleen vormen die geschikt zijn voor de werking oven. Controleer of de vorm in de binnenruimte past.

Glazen vormen zijn het meest geschikt. Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.

Glanzende braadsledes van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel en zijn daardoor niet zo geschikt. De vis gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of langere bereidingstijd aan.

Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de braadvorm.

Open vorm

Gebruik voor het bereiden van hele vis het beste een hoge vorm. Plaats de vorm op het rooster. Wanneer u geen geschikte vorm heeft, gebruikt u de braadslede.

Pagina 56

nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.

Gesloten vorm

De binnenruimte blijft bij de bereiding in een gesloten vorm veel schoner. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit. Plaats de vorm op het rooster.

Doe voor het stomen twee tot drie eetlepels vloeistof en wat citroensap in de vorm.

Bij het openen van het deksel na het garen, kan zeer hete stoom ontwijken. Til het deksel van achteren op, zodat de hete stoom van het lichaam af naar buiten gaat.

Vis kan ook in een gesloten braadslede knapperig worden. Gebruik hiervoor een braadslede met glazen deksel en stel een hogere temperatuur in.

Braden met stoom

Bepaalde gerechten worden bij de bereiding met stoom knapperiger en drogen minder uit.

Gebruik een open vorm. De vormen dienen hitte- en stoombestendig te zijn.

De vis hoeft niet gekeerd te worden.

Schakel de stoomfunctie in, zoals aangegeven in de insteltabel. Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gegaard. Deze zijn in de tabel aangegeven.

Aanbevolen instelwaarden

In de tabel vindt u voor visgerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, kwaliteit en temperatuur van het levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.

De instelwaarden gelden voor vis op koelkasttemperatuur die in de onverwarmde binnenruimte wordt geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven bereidingstijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.

In de tabel vindt u gegevens voor vis met voorgesteld gewicht. Wanneer u een zwaardere vis wilt bereiden, gebruik dan in elk geval de lage temperatuur. Bij meerdere vissen oriënteert u zich aan de zwaarste vis om de bereidingsduur te bepalen. De afzonderlijke vissen dienen ongeveer even groot te zijn.

In het algemeen geldt: hoe groter een vis, des te lager de temperatuur en des te langer de bereidingstijd.

Vis die niet in de zwemstand is na ca. tot van de aangegeven tijd keren.

Aanwijzing: Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.

Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.

Gebruikte verwarmingsmethoden:

De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:

GerechtToebehoren/vormenInschuifhoogteVerwar-mingsmethodeTemperatuur in °CStoomintensiteitDuur in min.
Vis
Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forelRooster2170-190-20-30
Vis, gebraden, heel 300 g, bijv. forelBraadslede2170-180115-20
160-170-5-10
Vis, gegrild, heel 1,5 kg, bijv. zalmRooster2170-190-30-40
Visfilets
Visfilet, ongepaneerd, gegrildRooster4220*-15-25
Viskoteletten
Viskotelet, 3 cm dik**Rooster4290-10-20
Vis, diepvries
Visfilet, ongepaneerdGesloten vormen2210-230-20-30
Visfilet, gegratineerdRooster2200-220-45-60
Visfilet, gegratineerdOpen vormen2200-220135-45
Vissticks (tussentijds keren)Braadslede3200-220-20-30
* voorverwarmen
** Braadslede op inschuifhoogte 2 eronder plaatsen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 56)

Pagina 57

Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl

Groente en bijgerechten

Hier vindt u gegevens voor het bereiden van gegrilde groente, aardappels en diepvries-aardappelproducten.

Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal kookresultaat en spaart u energie.

Inschuifhoogtes

Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.

Bereiden op één niveau

Volg de opgaven in de tabel op.

Bereiden op twee niveaus

Gebruik CircoTherm hetelucht. Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.

Toebehoren

Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.

Rooster

Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.

Braadslede of braadpan

De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.

Bakpapier

Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.

Aanbevolen instelwaarden

In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, de vorm en de kwaliteit van de levensmiddelen. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.

De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. De aangegeven tijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.

Indien u volgens eigen recept wilt bereiden dan oriënteert u zich aan soortgelijke gerechten in de tabel.

Gebruikte verwarmingsmethoden:

De standen van de stoomintensiteit zijn met behulp van cijfers in de tabel aangegeven:

GerechtToebehorenInschuifhoogteVerwar-mingsmethodeTemperatuur in °CStoomintensiteitDuur in min.
Groentegerechten
Gegrilde groenteBraadslede4290-10-15
Aardappels
Gebakken aardappels, gehalveerdBraadslede3160-180-45-60
Gebakken aardappels, gehalveerdBraadslede3180-190140-50
Aardappelproducten, diepvries
Aardappel-röstiBraadslede3200-220-25-35
Kartoffeltaschen, gevuldBraadslede3190-210-20-30
AardappelkrokettenBraadslede3200-220-25-35
FritesBraadslede3190-210-25-35
Frites, 2 niveausBraadslede + bakplaat3+1190-210-30-40

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 57)

Yoghurt

Met uw apparaat kunt u ook zelf yoghurt maken.

Yoghurt maken

Neem rekjes en accessoires uit de binnenruimte. De binnenruimte moet leeg zijn. De apparaatdeur niet openen tijdens het gebruik.

Pagina 58

nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.

Gebruikte verwarmingsmethode:

GerechtToebehorenInschuifhoogteVerwar-mingsmethodeTemperatuur in °CDeegrijsstandTijdsduur in uren
YoghurtPortievormenBodem binnenruimte-15-6

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 58)

Eco-verwarmingsmethoden

CircoTherm Eco en boven- en onderwarmte Eco zijn intelligente verwarmingsmethoden voor het gezond bereiden van vlees, vis en gebak. Het apparaat regelt de energietoevoer in de binnenruimte optimaal. Het product wordt in fases bereid met behulp van restwarmte.Zo blijft het sappiger en wordt het minder bruin. Afhankelijk van de bereiding en het product kan energie worden bespaard. Als u tijdens het bereiden vroegtijdig de ovendeur opent of door het voorverwarmen verdwijnt dit effect.

Gebruik alleen de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte.

Plaats de gerechten in de onverwarmde, lege binnenruimte. Kies een temperatuur bij CircoTherm Eco tussen 125-200 °C en bij boven-/onderwarmte Eco tussen 150-250 °C. Houd de deur van het apparaat tijdens de bereiding gesloten. Gebruik slechts één niveau.

De verwarmingsmethode CircoTherm Eco wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energie-efficiëntieklasse gebruikt. De verwarmingsmethode boven-/onderwarmte Eco wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus gebruikt.

De verwarmingsmethode CircoTherm Eco wordt gebruikt voor het vaststellen van de energie-efficiëntieklasse.

Toebehoren

Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.

Rooster

Het rooster met de open kant naar de deur van de binnenruimte en met de welving naar beneden inschuiven. Plaats de vormen altijd op het rooster.

Braadslede of braadpan

De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.

Bakvormen en vormen

Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen. Hierdoor kunt u tot 35 procent energie sparen.

Vormen van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel. Niet-reflecterende vormen van email, hittebestendig glas of gecoat, drukgegoten aluminium is beter geschikt.

Lichte vormen, keramische vormen of vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.

Bakpapier

Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.

Aanbevolen instelwaarden

Hier vindt u gegevens voor de verschillende gerechten met CircoTherm eco en boven- en onderwarmte eco. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel het apparaat indien nodig de volgende keer hoger in.

Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Gebak of klein gebak zou dan alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorgebakken zijn.

Gebruikte verwarmingsmethoden:

GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CDuur in min.
Gebak in vormen
Cake in de vormKrans/rechthoekige vorm2140-16060-80
Taartbodem van roerdeegTaartbodemvorm2150-17020-30
Biscuitbodem, 2 eierenTaartbodemvorm2150-17020-30
Biscuittaart, 3 eierenSpringvorm Ø 26 cm2160-17030-45

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 58)

Pagina 59

Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl

GerechtAccessoires/vormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CDuur in min.
Biscuittaart, 6 eierenSpringvorm Ø 28 cm2150-16050-60
GistdeegtulbandTulbandvorm2150-17050-70
Gebak op de plaat
Cake met droge bedekkingBakplaat3150-17025-40
Zandtaartdeeggebak met droge bedekkingBakplaat3170-18025-35
BiscuitrolBakplaat3180-19015-20
Broodvlecht, gistdeegkransBakplaat3160-17025-35
Gistdeeggebak met droge bedekkingBakplaat3160-18015-20
Klein gebak
MuffinsMuffinplaat2160-18015-25
Small cakesBakplaat3150-16025-35
BladerdeeggebakBakplaat3170-19020-35
Branddeeggebak, bijv. soesjesBakplaat3190-20040-50
KoekjesBakplaat3140-16015-30
SpritsBakplaat3140-15025-35
Klein gebak van gistdeegBakplaat3160-18025-35
Brood & broodjes
Gemengd brood, 1,5 kgLangwerpige bakvorm2200-21035-45
Plat rond broodBraadslede3250-27515-20
Broodjes, zoet, versBakplaat3170-19015-20
Broodjes, versBakplaat3180-20020-30
Vlees
Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kgOpen vorm2180-190120-140
Gestoofd rundvlees, 1,5 kgGesloten vorm2200-220140-160
Gebraden kalfsvlees, 1,5 kgOpen vorm2170-180110-130
Vis
Vis, gestoofd, heel 300 g, bijv. forelGesloten vorm2190-21025-35
Vis, gestoofd, heel 1,5 kg, bijv. zalmGesloten vorm2190-21045-55
Visfilet, ongepaneerd, gestoofdGesloten vorm2190-21015-25

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 59)

Acrylamide in levensmiddelen

Acrylamide ontstaat vooral bij met hoge verhitting klaargemaakte graan- en aardappelproducten, zoals

bijv. patates frites, aardappelchips, toast, broodjes, brood of fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, speculaas).

Tips voor een acrylamidearme bereiding van gerechten
Algemeen■ Zo kort mogelijke bereidingstijden aanhouden.
■ Gerechten goudgeel, niet te donker laten worden.
■ Grote, dikke gerechten bevatten minder acrylamide.
BakkenMet boven- en onderwarmte, max. 200 °C. Met hete lucht max. 180 °C.
KoekjesMet boven- en onderwarmte, max. 190 °C.
Met hete lucht max. 170 °C.
Ei of eigeel vermindert de vorming van acrylamide.
Oven-fritesGelijkmatig en in één laag over de plaat verdelen. Minstens 400g per plaat bakken, zodat de aardappels niet uitdrogen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 59)

Pagina 60

nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.

Langzaam garen

Langzaam garen is garen bij lage temperatuur. Het wordt daarom ook garen bij lage temperatuur genoemd.

Het langzaam garen is ideaal voor alle fijne stukken vlees (bijv. malse delen van het rund, kalf, varken, lam en gevogelte), die rosé of à point (medium) gegaard moeten worden. Het vlees blijft zeer sappig, mals en zacht.

U heeft veel speelruimte bij de menuplanning, want langzaam gegaard vlees kan probleemloos worden warmgehouden. Tijdens het garen hoeft u het vlees niet te keren. Houd de deur van het apparaat gesloten om een gelijkmatig bereidingsklimaat te krijgen.

Gebruik uitsluitend vers en hygiënisch perfect vlees zonder bot. Verwijder pezen en vetranden zorgvuldig. Vet ontwikkelt bij het langzaam garen een sterke eigen smaak. U kunt ook gekruid of gemarineerd vlees gebruiken. Gebruik geen ontdooid vlees.

Het vlees kan direct na het langzaam garen in stukken worden gesneden. Het hoeft niet te rusten. Door de speciale bereidingsmethode ziet het vlees er rosé uit maar het is niet rauw of niet gaar genoeg.

Aanwijzing: Een starttijdvoorkeuze met eindtijd is bij de verwarmingsmethode langzaam garen niet mogelijk.

Vormen

Gebruik een vlakke vorm, bijv. een serveerplaat van porselein of glas. Plaats de vorm voor het voorverwarmen ook in de binnenruimte.

Plaats de open vorm altijd op hoogte 2 op het rooster.

Bijkomende informatie vindt u onder "Tips voor langzaam garen", na de insteltabel.

Uw apparaat beschikt over de verwarmingsmethode langzaam garen. Start de werking alleen wanneer de binnenruimte geheel is afgekoeld. Laat de binnenruimte met de vorm ca. 15 minuten goed doorwarmen.

Braad het vlees op de kookplaat even zeer heet en lang genoeg aan alle kanten, ook de uiteinden. Doe het onmiddellijk in de voorverwarmde vorm. De vorm met het vlees weer in de binnenruimte plaatsen en langzaam garen.

Aanbevolen instelwaarden

De temperatuur en de tijdsduur voor langzaam garen zijn afhankelijk van de grootte, dikte en kwaliteit van het vlees. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.

Gebruikte verwarmingsmethode:

GerechtVormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeAanbraadduur in min.Temperatuur in °CTijdsduur in min.
Gevogelte
Eendenborst, rosé à 300 gOpen vorm26-890*45-60
Kipfilet, à 200 g, doorbakkenOpen vorm24120*45-60
Kalkoenfilet, zonder been, 1 kg, doorbakkenOpen vorm26-8120*110-130
Varkensvlees
Gebraden varkenslende, 5-6 cm dik, 1,5 kgOpen vorm26-880*130-180
Varkenshaas, heelOpen vorm24-680*45-70
Rundvlees
Gebraden rundvlees (heupstuk), 6- 7 cm dik, 1,5 kg, doorbakkenOpen vorm26-8100*150-180
Runderfilet, 1 kgOpen vorm24-680*90-120
Rosbief, 5-6 cm dikOpen vorm26-880*120-180
Rundermedaillons/rumpsteak, 4 cm dikOpen vorm2480*30-60
Kalfsvlees
Gebraden kalfsvlees, 4-5 cm dik, 1,5 kgOpen vorm26-880*80-140
Gebraden kalfsvlees, 7-10 cm dik, 1,5 kgOpen vorm26-880*140-200
Kalfsfilet, heel, 800 gOpen vorm24-680*70-120
Kalfsmedaillons, 4 cm dikOpen vorm2480*30-50
* voorverwarmen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 60)

Pagina 61

Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl

GerechtVormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeAanbraadduur in min.Temperatuur in °CTijdsduur in min.
Lamsvlees
Lamszadels, zonder been, à 200 gOpen vorm2480*30-45
Lamsbout zonder been, medium, 1 kg ingebondenOpen vorm26-895*120-180
* voorverwarmen

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 61)

Tips voor het langzaam garen
Eendenborst langzaam garen.Leg de eendenborst koud in de pan en braad eerst de huidzijde aan. Na het langzaam garen gedurende 3 tot 5 minuten knapperig grillen.
Het langzaam gegaarde vlees is niet zo heet als vlees dat op de gebruikelijke manier is gebraden.Om ervoor te zorgen dat het gebraden vlees niet te snel afkoelt, kunt u de borden van te voren opwarmen en de sauzen zeer heet opdienen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 61)

Drogen

Met CircoTherm hetelucht kunt u uitstekend drogen. Bij deze soort conservering worden aromastoffen door het onttrekken van water geconcentreerd.

Gebruik uitsluitend fruit, groente en kruiden zonder gebreken en was deze grondig. Bedek de braadslede en het rooster met bak- of perkamentpapier. Laat de vruchten goed afdruipen en maak ze droog.

Snij ze eventueel in even grote stukken of dunnen plakjes. Leg ongeschild fruit op de schaal met de snijvlakken naar boven. Let erop dat zowel fruit als paddenstoelen niet op elkaar liggen.

Rasp de groente en blancheer het vervolgens. Laat de geblancheerde groente afdruipen en verdeel het gelijkmatig over het rooster.

Droog kruiden met de steel. Leg de kruiden gelijkmatig in kleine hoopjes op het rooster.

Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het drogen:

Fruit en groente met veel vocht enkele malen keren. Het gedroogde gerecht direct na het drogen losmaken van het papier.

Aanbevolen instelwaarden

In de tabel vindt u de instellingen voor het drogen van verschillende levensmiddelen. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de soort, vochtigheid, rijpheid en dikte van de te drogen levensmiddelen. Hoe langer u de te drogen levensmiddelen laat drogen, des te beter zijn ze geconserveerd. Hoe dunner men snijdt, des te sneller is het einde van de droogtijd bereikt en des te aromatischer blijft het gedroogde levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.

Indien u nog meer levensmiddelen wilt drogen, dan oriënteert u zich aan soortgelijke levensmiddelen in de tabel.

Gebruikte verwarmingsmethode:

Fruit, groente en kruidenToebehorenVerwar-mingsmethodeTemperatuur in °CTijdsduur in uren
Pitvruchten (appelringen, 3 mm dik, per rooster 200 g)1-2 roosters805-9
Steenvruchten (pruimen)1-2 roosters808-10
Wortelgewassen (wortelen), geraspt, geblancheerd1-2 roosters805-8
Paddestoelen in plakjes1-2 roosters606-9
Kruiden, schoongemaakt1-2 roosters602-6

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 61)

Inmaken

In uw apparaat kunt u fruit en groente inmaken.

Waarschuwing – Risico van letsel!

Wanneer de levensmiddelen niet goed zijn ingekookt, kunnen de inmaakpotten barsten. Volg de aanwijzingen voor het inkoken.

Potten

Gebruik uitsluitend schone en onbeschadigde weckflessen. Gebruik uitsluitend hittebestendige, schone en onbeschadigde rubber afdichtringen. Klemmen en veren van tevoren controleren.

Pagina 62

nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.

Gebruik bij een inmaakproces alleen weckflessen van gelijke grootte en met dezelfde levensmiddelen. In de binnenruimte kunt u de inhoud van maximaal zes weckflessen met , 1 of 1 liter tegelijkertijd inmaken. Gebruik geen grotere of hogere potten. De deksels zouden kunnen springen.

De weckflessen mogen tijdens het inkoken in de binnenruimte niet met elkaar in contact komen.

Fruit en groente voorbereiden

Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken. Was het grondig.

Fruit resp. groente afhankelijk van de soort, schillen, pitten verwijderen en kleinmaken en in weckflessen tot ca. 2 cm onder de rand vullen.

Fruit

De vruchten in de weckflessen met hete, afgeschuimde suikeroplossing vullen (ca. 400 ml voor 1-literfles). Op één liter water:

Groente

De groente in de weckflessen vullen met heet, afgekookt water.

De glazen randen schoonmaken. Leg op elke pot een natte rubberen ring en een deksel. Sluit de potten af met klemmen. Plaats de glazen potten zó in de braadslede dat ze elkaar niet raken. 500 ml heet water (ca. 80 °C) in de braadslede gieten. Instellen zoals aangegeven in de tabel.

Inmaken beëindigen

Fruit

Na enige tijd stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Apparaat uitschakelen, zodra alle weckflessen belletjes vormen. Haal de weckflessen na de aangegeven nawarmtijd uit de binnenruimte.

Groente

Na enige tijd stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Zodra alle weckflessen borrelen, de temperatuur op 120 °C reduceren en de flessen zoals aangegeven in de tabel in de gesloten binnenruimte verder laten borrelen. Schakel na afloop van deze tijd het apparaat uit en maak zoals in de tabel aangegeven nog enkele minuten gebruik van de nawarmte.

Haal de flessen na het inmaken uit de binnenruimte en plaats ze op een schone doek. Zet de hete potten niet op een koude of natte ondergrond, ze zouden anders kunnen knappen. Dek de weckflessen af om ze tegen tocht te beschermen. Klemmen pas verwijderen wanneer de glazen koud zijn.

Aanbevolen instelwaarden

De aangegeven tijden in de insteltabel zijn richtwaarden voor het inmaken van fruit en groente. Deze kunnen worden beïnvloed door de omgevingstemperatuur, het aantal potten, de hoeveelheid, de temperatuur en de kwaliteit van de inhoud. De gegeven hebben betrekking op ronde potten van1 liter. Controleer voor u om- of uitschakelt of de potten werkelijk borrelen. Het borrelen begint na ca. 30-60 minuten.

Gebruikte verwarmingsmethode:

InmakenVormenInschuifhoogteVerwarmingsmethodeTemperatuur in °CDuur in min.
Groente, bijv. wortelenInmaakpotten 1 liter1160-170tot aan het borrelen:30-40
120vanaf het borrelen: 30-40
-Nawarmen: 30
Groente, bijv. komkommerInmaakpotten 1 liter1160-170tot aan het borrelen: 30-40
-Nawarmen: 30
Steenvruchten, bijv. kersen, pruimenInmaakpotten 1 liter1160-170tot aan het borrelen:30-40
-Nawarmen:35
Pitvruchten, bijv. appels, aardbijenInmaakpotten 1 liter1160-170tot aan het borrelen:30-40
-Nawarmen: 25

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 62)

Het deeg op de deegrijsstand laten rijzen.

Met de verwarmingsmethode "Deegrijsstand “ rijst het deeg duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur en het droogt niet uit. Start de werking alleen wanneer de binnenruimte geheel is afgekoeld.

Laat gistdeeg altijd twee maal rijzen. Let op de gegevens in de insteltabellen voor het 1e en 2e rijzen (gaarheid van het deeg en afzonderlijke gaarheid).

Gaarheid van deeg

Zet de deegkom op het rooster voor de gaarheid van deeg. Instellen zoals aangegeven in de tabel.

Open tijdens het gisten de apparaatdeur niet omdat er anders vochtigheid ontwijkt. Het deeg niet afdekken.

Afzonderlijke gaarheid

Plaats het gebak op de inschuifhoogte die in de tabel is aangegeven.

Wis voor het bakken de vochtigheid uit de binnenruimte.

Aanbevolen instelwaarden

Temperatuur en duur van het gisten zijn afhankelijk van de soort en hoeveelheid van de ingrediënten. Daarom zijn de opgaven in de insteltabel richtwaarden.

← pagina's 43–52verder op pagina 63 →Inhoud