Neff C27MS22H0, tekst van de handleiding
Pagina's 51–62 van 68 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 41–50verder op pagina 63 →
Pagina 51
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vis | ||||||
| Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forel | Open vorm | 1 | 170-190 | - | 20-30 | |
| Vis, gegrild, heel 300 g, bijv. forel | Rooster | 2 | 250 | 90 | 15-20 | |
| Vis, gestoofd, heel 300 g, bijv. forel | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 3 | |
| 360 | 2-7 | |||||
| Vis, gegrild, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Open vorm | 1 | 170-190 | - | 30-40 | |
| Vis, gestoofd, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 10 | |
| 360 | 10-15 | |||||
| Visfilets | ||||||
| Visfilet, ongepaneerd, gegrild | Rooster | 2 | 220* | - | 15-25 | |
| Visfilet, ongepaneerd, gestoofd, 400 g | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 4 | |
| 360 | 5-15 | |||||
| Viskoteletten | ||||||
| Viskotelet, 3 cm dik** | Rooster | 2 | 290 | - | 18-22 | |
| Vis, diepvries | ||||||
| Vis, heel 300 g, bijv. forel | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 5 | |
| 360 | 7-12 | |||||
| Visfilet, ongepaneerd | Gesloten vorm | 1 | 210-230 | - | 25-40 | |
| Visfilet, ongepaneerd, 400 g | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 10-15 | |
| Visfilet, gegratineerd | Rooster | 2 | 220-240 | - | 35-45 | |
| Visfilet, gegratineerd, 400 g | Open vorm | 1 | 290 | 360 | 15-20 | |
| Vissticks*** | Bakplaat | 1 | 220-240 | - | 10-20 | |
| Visgerechten | ||||||
| Visterrine, 1000 g | Terrinevorm | 1 | - | 360 | 20-25 | |
| * Voorverwarmen ** Braadslede op inschuifhoogte 1 eronder plaatsen *** Tussentijds keren | ||||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 51)
Groente en bijgerechten
Hier vindt u gegevens voor het bereiden van gegrilde groente, aardappels en diepvries-aardappelproducten. Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal kookresultaat en spaart u energie.
Bereiden in combinatie met microgolven
Als u in combinatie met microgolven wilt garen, dient u altijd een gesloten magnetronbestendige vorm te gebruiken. Als u geen passende deksel voor uw vorm hebt, gebruikt u een bord of speciaal magnetronfolie. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm.
Platte voedingsproducten zijn sneller klaar dan hoge. Verdeel de voedingsproducten daarom zo vlak mogelijk in de vorm.
Graan schuimt sterk tijdens het koken. Gebruik voor alle graanproducten, waaronder bijvoorbeeld ook rijst, een hoge vorm met deksel.
De eigen smaak van de voedingsproducten blijft dan zoveel mogelijk behouden. Hierdoor kunt u met minder zout en specerijen volstaan.
Als u voor een voorbereide hoeveelheid voedingsproduct geen instelling vindt, verlengt of verkort u de gaartijd op basis van de volgende vuistregel: bij een dubbele hoeveelheid kan de duur bijna worden verdubbeld.
Tussentijds kunt u de voedingsproducten het beste twee tot drie maal keren of omroeren. Laat de voedingsproducten na het verhitten nog twee tot drie minuten rusten voor een egale temperatuur.
De voedingsproducten geven warmte aan de vorm af. Ook als er alleen microgolven worden gebruikt, kan de vorm daarom zeer heet worden.
Pagina 52
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bereiden op één niveau
Volg de opgaven in de tabel op.
Bereiden op twee niveaus
Gebruik Hetelucht. Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Braadslede: hoogte 3
- Bakplaat: hoogte 1
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht naar binnen. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de
gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse gerechten de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid, de vorm en de kwaliteit van de levensmiddelen. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. De aangegeven tijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Indien u volgens eigen recept wilt bereiden dan oriënteert u zich aan soortgelijke gerechten in de tabel.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- • Hetelucht
- • Boven- en onderwarmte
- • Thermogrillen
- • Pizzastand
- • Grill, groot
- • Magnetron
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Groente, vers | ||||||
| Groente, vers, 250 g* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 8-12 | |
| Groente, vers, 500 g* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 10-15 | |
| Groente, diepvries | ||||||
| Spinazie, 450 g* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 13-18 | |
| Gemengde groente, 250 g + 25 ml water* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 10-14 | |
| Gemengde groente, 500 g + 25 ml water* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 15-20 | |
| Groentegerechten | ||||||
| Gegrilde groente | Braadslede | 3 | 290 | - | 10-15 | |
| Aardappels | ||||||
| Gebakken aardappels, gehalveerd | Braadslede | 1 | 160-180 | - | 45-60 | |
| Gebakken aardappels, gehalveerd, 1 kg | Braadslede | 2 | 200-220 | 360 | 15-20 | |
| Aardappels in de schil, heel, 250 g* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 10-13 | |
| Gekookte aardappels, gekwart, 500 g* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 12-15 | |
| Aardappelproducten, diepvries | ||||||
| Aardappel-rösti (tussentijds keren) | Braadslede | 2 | 200-220 | - | 20-30 | |
| Kartoffeltaschen, gevuld (tussentijds keren) | Braadslede | 2 | 190-210 | - | 15-25 | |
| Aardappelkroketten | Bakplaat | 1 | 200-220 | - | 15-25 | |
| * tussentijds een tot twee keer doorroeren | ||||||
Pagina 53
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Patates frites (tussentijds keren) | Bakplaat | 1 | 190-210 | - | 20-30 | |
| Frites, 500 g | Braadslede | 2 | 250-270 | 180 | 15-20 | |
| Patates frites, 2 niveaus (tussentijds keren) | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 200-220 | - | 30-40 | |
| Rijst | ||||||
| Rijst met lange korrel, 250 g + 500 ml water | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 7-9 | |
| 180 | 13-16 | |||||
| Zilvervliesrijst, 250 g + 650 ml water | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 11-13 | |
| 180 | 25-30 | |||||
| Risotto, 250 g + 900 ml water | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 12-14 | |
| 180 | 22-27 | |||||
| Granen | ||||||
| Couscous, 250 g + 500 ml water | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 6-8 | |
| Gierst, heel, 250 g + 600 ml water | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 8-10 | |
| 180 | 10-15 | |||||
| Polenta/maïsgriesmeel, 125 g + 500 ml water* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 6-8 | |
| Gerst, 250 g + 750 ml water | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 11-13 | |
| 180 | 15-20 | |||||
| Ei | ||||||
| Eiergelei van 2 eieren | Gesloten vorm | 1 | - | 360 | 6-8 | |
| * tussentijds een tot twee keer doorroeren | ||||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 53)
Dessert
Met uw apparaat kunt u yoghurt en diverse desserts bereiden.
Gebruik voor de bereiding met microgolven altijd een hitte- en magnetronbestendige vorm. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm. "De magnetron" op pagina 20
Als u de vorm op het rooster plaatst, schuift u het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht naar binnen.
Yoghurt maken
Neem rekjes en accessoires uit de binnenruimte. De binnenruimte moet leeg zijn. De apparaatdeur niet openen tijdens het gebruik.
- 1. 1 Liter melk (3,5 % vet) op de kookplaat tot 90 °C verwarmen en vervolgens tot 40 °C laten afkoelen. Bij houdbare melk is het verwarmen tot 40 °C voldoende.
- 2. Hier 150 g yoghurt (koelkasttemperatuur) door roeren.
- 3. Hiermee koppen of kleine potjes vullen en afdekken met vershoudfolie.
- 4. De koppen of potjes vervolgens op de bodem van de binnenruimte zetten en instellen zoals aangegeven in de tabel.
- 5. De yoghurt na de bereiding in de koelkast laten afkoelen.
Pudding van puddingpoeder
Roer het puddingpoeder volgens de instructies op de verpakking met de melk en suiker in een hoge magnetronbestendige kom om. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Roer de melk goed door zodra deze opkomt. Herhaal dit twee tot drie keer.
Rijstepap klaarmaken
- 1. Rijst wegen en 4-voudige hoeveelheid melk toevoegen.
- 2. Vul een hoge, magnetronbestendige kom met de rijst en melk.
- 3. Stel het apparaat in zoals in de tabel is aangegeven.
- 4. Roer de melk goed door zodra deze opkomt en verlaag vervolgens het microgolfvermogen aan de hand van de tabel.
Roer de rijst tijdens het koken meerdere keren door.
Compote
Weeg de vruchten in een magnetronbestendige kom af en voeg per 100 géén eetlepel water toe. Voeg naar smaak suiker en kruiden toe. Dek de kom af en stel het apparaat in aan de hand van de tabel.
Roer tijdens het garen twee tot drie keer om.
Pagina 54
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Popcorn voor de magnetron
Gebruik een hittebestendige, vlakke glazen vorm, zoals het deksel van een ovenschaal. Gebruik geen porceleinen of sterk gewelfde schaal.
Leg de popcornzak met de gemarkeerde kant naar beneden gericht op de vorm. Instellen zoals aangegeven in de tabel. Afhankelijk van het product en de hoeveelheid moet de tijd mogelijk worden aangepast.
Verwijder de popcornzak na 1 minuut en schud deze om zodat de popcorn niet aanbrandt. Veeg de binnenruimte na de bereiding schoon.
Waarschuwing – Risico van verbranding!
De verpakking van luchtdicht verpakte levensmiddelen kan barsten. Houd u altijd aan de opgaven op de verpakking. Neem gerechten altijd met een pannenlap uit de binnenruimte.
Aanbevolen instelwaarden
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- • Deegrijsstand
- • Magnetron
| Gerecht | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Pudding van puddingpoeder* | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 5-8 | |
| Yoghurt | Portievormen | Bodem binnenruimte | 40-45 | - | 8-9h | |
| Rijstepap, 125 g + 500 ml melk* | Vorm gesloten | 1 | - | 600 | 10 | |
| 180 | 20-25 | |||||
| Vruchtencompote, 500 g | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 9-12 | |
| Popcorn voor de magnetron, 1 zak à 100 g** | Open vorm | 1 | - | 600 | 4-6 | |
| * tussentijds een tot twee keer doorroeren ** gesloten zak op de vorm plaatsen | ||||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 54)
Eco-verwarmingsmethoden
Hetelucht Eco en boven- en onderwarmte Eco zijn intelligente verwarmingsmethoden voor het gezond bereiden van vlees, vis en gebak. Het apparaat regelt de energietoevoer in de binnenruimte optimaal.Het product wordt in fases bereid met behulp van restwarmte. Zo blijft het sappiger en wordt het minder bruin. Afhankelijk van de bereiding en het product kan energie worden bespaard. Als u tijdens het bereiden vroegtijdig de ovendeur opent of door het voorverwarmen verdwijnt dit effect.
Gebruik alleen de originele accessoires die bij uw apparaat horen. Deze zijn optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte.
Plaats de gerechten in de onverwarmde, lege binnenruimte. Kies een temperatuur bij hete lucht Eco tussen 125-275 °C en bij boven-/onderwarmte Eco tussen 150-250 °C. Houd de deur van het apparaat tijdens de bereiding gesloten. Gebruik slechts één niveau.
De verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energie-efficiëntieklasse gebruikt. De verwarmingsmethode boven-/onderwarmte Eco wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus gebruikt.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht naar binnen. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Bakvormen en vormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen. Hierdoor kunt u tot 35 procent energie sparen.
Vormen van edelstaal of aluminium reflecteren de warmte als een spiegel. Niet-reflecterende vormen van email, hittebestendig glas of gecoat, drukgegoten aluminium is beter geschikt.
Lichte vormen, keramische vormen of vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Aanbevolen instelwaarden
Hier vindt u gegevens voor verschillende gerechten. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel het apparaat indien nodig de volgende keer hoger in.
Pagina 55
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Gebak of klein gebak zou dan alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorgebakken zijn.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- • Hetelucht Eco
- • Boven- en onderwarmte Eco
| Gerecht | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Gebak in vormen | |||||
| Cake in de vorm | Krans/rechthoekige vorm | 1 | 140-160 | 60-80 | |
| Taartbodem van roerdeeg | Taartbodemvorm | 1 | 140-160 | 20-40 | |
| Biscuitbodem, 2 eieren | Taartbodemvorm | 1 | 150-170 | 20-30 | |
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 160-170 | 25-35 | |
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 150-160 | 50-60 | |
| Gistdeegtulband | Tulbandvorm | 1 | 150-160 | 65-75 | |
| Gebak op de plaat | |||||
| Cake met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 160-180 | 20-40 | |
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 170-180 | 25-35 | |
| Broodvlecht, gistdeegkrans | Bakplaat | 1 | 150-160 | 35-45 | |
| Gistdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 150-170 | 20-35 | |
| Klein gebak | |||||
| Muffins | Muffinplaat | 2 | 160-180 | 15-30 | |
| Small cakes | Bakplaat | 1 | 150-160 | 25-35 | |
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 2 | 170-190 | 25-50 | |
| Branddeeggebak, bijv. soesjes | Bakplaat | 1 | 200-220 | 35-45 | |
| Koekjes | Bakplaat | 2 | 140-160 | 15-30 | |
| Sprits | Bakplaat | 2 | 140-150 | 25-40 | |
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat | 1 | 150-160 | 30-40 | |
| Brood & broodjes | |||||
| Gemengd brood, 1,5 kg | Langwerpige bakvorm | 1 | 200-210 | 35-45 | |
| Plat rond brood | Braadslede | 1 | 250-270 | 15-20 | |
| Broodjes, zoet, vers | Bakplaat | 1 | 170-190 | 15-20 | |
| Broodjes, vers | Bakplaat | 1 | 180-200 | 25-35 | |
| Vlees | |||||
| Gebraden varkensvlees zonder zwoerd, bijv. halsstuk, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 180-190 | 120-140 | |
| Gestoofd rundvlees, 1,5 kg | Gesloten vorm | 1 | 200-220 | 140-160 | |
| Gebraden kalfsvlees, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 170-180 | 110-130 | |
| Vis | |||||
| Vis, gestoofd, heel 300 g, bijv. forel | Gesloten vorm | 1 | 190-210 | 25-35 | |
| Vis, gestoofd, heel 1,5 kg, bijv. zalm | Gesloten vorm | 1 | 190-210 | 45-55 | |
| Visfilet, ongepaneerd, gestoofd | Gesloten vorm | 1 | 190-210 | 15-35 | |
Pagina 56
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Acrylamide in levensmiddelen
Acrylamide ontstaat vooral bij met hoge verhitting klaargemaakte graan- en aardappelproducten, zoals
bijv. patates frites, aardappelchips, toast, broodjes, brood of fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, speculaas).
| Tips voor een acrylamidearme bereiding van gerechten | |
|---|---|
| Algemeen | ■ Zo kort mogelijke bereidingstijden aanhouden. ■ Gerechten goudgeel, niet te donker laten worden. ■ Grote, dikke gerechten bevatten minder acrylamide. |
| Bakken | Met boven- en onderwarmte, max. 200 °C. Met hete lucht max. 180 °C. |
| Koekjes | Met boven- en onderwarmte, max. 190 °C. Met hete lucht max. 170 °C. Ei of eigeel vermindert de vorming van acrylamide. |
| Oven-frites | Gelijkmatig en in één laag over de plaat verdelen. Minstens 400g per plaat bakken, zodat de aardappels niet uitdrogen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 56)
Langzaam garen
Langzaam garen is garen bij lage temperatuur. Het wordt daarom ook garen bij lage temperatuur genoemd.
Het langzaam garen is ideaal voor alle fijne stukken vlees (bijv. malse delen van het rund, kalf, varken, lam en gevogelte), die rosé of à point (medium) gegaard moeten worden. Het vlees blijft zeer sappig, mals en zacht.
U heeft veel speelruimte bij de menuplanning, want langzaam gegaard vlees kan probleemloos worden warmgehouden. Tijdens het garen hoeft u het vlees niet te keren. Houd de deur van het apparaat gesloten om een gelijkmatig bereidingsklimaat te krijgen.
Gebruik uitsluitend vers en hygiënisch perfect vlees zonder bot. Verwijder pezen en vetranden zorgvuldig. Vet ontwikkelt bij het langzaam garen een sterke eigen smaak. U kunt ook gekruid of gemarineerd vlees gebruiken. Gebruik geen ontdooid vlees.
Het vlees kan direct na het langzaam garen in stukken worden gesneden. Het hoeft niet te rusten. Door de speciale bereidingsmethode ziet het vlees er rosé uit maar het is niet rauw of niet gaar genoeg.
Aanwijzing: Een starttijdvoorkeuze met eindtijd is bij de verwarmingsmethode langzaam garen niet mogelijk.
Vormen
Gebruik een vlakke vorm, bijv. een serveerplaat van porselein of glas. Plaats de vorm voor het voorverwarmen ook in de binnenruimte.
Plaats de open vorm altijd op hoogte 1 op het rooster.
Bijkomende informatie vindt u onder "Tips voor langzaam garen", na de insteltabel.
Uw apparaat beschikt over de verwarmingsmethode langzaam garen. Start de werking alleen wanneer de binnenruimte geheel is afgekoeld. Laat de binnenruimte met de vorm ca. 10 minuten goed doorwarmen.
Braad het vlees op de kookplaat even zeer heet en lang genoeg aan alle kanten, ook de uiteinden. Doe het onmiddellijk in de voorverwarmde vorm. De vorm met het vlees weer in de binnenruimte plaatsen en langzaam garen.
Aanbevolen instelwaarden
De temperatuur en de tijdsduur voor langzaam garen zijn afhankelijk van de grootte, dikte en kwaliteit van het vlees. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.
Gebruikte verwarmingsmethode:
- • Langzaam garen
| Gerecht | Vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Aanbraadduur in min. | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gevogelte | ||||||
| Eendenborst, rosé, à 300 g | Open vorm | 1 | 6-8 | 95* | 45-60 | |
| Kipfilet, à 200 g, doorbakken | Open vorm | 1 | 4 | 120* | 45-60 | |
| Kalkoenfilet, zonder been, 1 kg, doorbakken | Open vorm | 1 | 6-8 | 120* | 100-130 | |
| Varkensvlees | ||||||
| Gebraden varkenslende, 5-6 cm dik, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 6-8 | 85* | 130-180 | |
| Varkenshaas, heel | Open vorm | 1 | 4-6 | 85* | 45-70 | |
| * voorverwarmen | ||||||
Pagina 57
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
| Gerecht | Vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Aanbraadduur in min. | Temperatuur in °C | Tijdsduur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Rundvlees | ||||||
| Gebraden rundvlees (heupstuk), 6- 7 cm dik, 1,5 kg, doorbakken | Open vorm | 1 | 6-8 | 100* | 150-190 | |
| Runderfilet, 1 kg | Open vorm | 1 | 4-6 | 85* | 90-120 | |
| Rosbief, 5-6 cm dik | Open vorm | 1 | 6-8 | 85* | 120-180 | |
| Rundermedaillons/rumpsteak, 4 cm dik | Open vorm | 1 | 4 | 85* | 40-60 | |
| Kalfsvlees | ||||||
| Gebraden kalfsvlees, 4-5 cm dik, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 6-8 | 85* | 100-130 | |
| Gebraden kalfsvlees, 7-10 cm dik, 1,5 kg | Open vorm | 1 | 6-8 | 85* | 150-210 | |
| Kalfsfilet, heel, 800 g | Open vorm | 1 | 4-6 | 85* | 70-120 | |
| Kalfsmedaillons, 4 cm dik | Open vorm | 1 | 4 | 80* | 40-60 | |
| Lamsvlees | ||||||
| Lamszadels, zonder been, à 200 g | Open vorm | 1 | 4 | 85* | 30-45 | |
| Lamsbout zonder been, medium, 1 kg ingebonden | Open vorm | 1 | 6-8 | 95* | 120-180 | |
| * voorverwarmen | ||||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 57)
| Tips voor het langzaam garen | |
|---|---|
| Eendenborst langzaam garen. | Leg de eendenborst koud in de pan en braad eerst de huidzijde aan. Na het langzaam garen gedurende 3 tot 5 minuten knapperig grillen. |
| Het langzaam gegaarde vlees is niet zo heet als vlees dat op de gebruikelijke manier is gebraden. | Om ervoor te zorgen dat het gebraden vlees niet te snel afkoelt, kunt u de borden van te voren opwarmen en de sauzen zeer heet opdienen. |
Pagina 58
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Drogen
Met Hetelucht kunt u uitstekend drogen. Bij deze soort conservering worden aromastoffen door het onttrekken van water geconcentreerd.
Gebruik uitsluitend fruit, groente en kruiden zonder gebreken en was deze grondig. Bedek de braadslede en het rooster met bak- of perkamentpapier. Laat de vruchten goed afdruipen en maak ze droog.
Snij ze eventueel in even grote stukken of dunnen plakjes. Leg ongeschild fruit op de schaal met de snijvlakken naar boven. Let erop dat zowel fruit als paddenstoelen niet op elkaar liggen.
Rasp de groente en blancheer het vervolgens. Laat de geblancheerde groente afdruipen en verdeel het gelijkmatig over het rooster.
Droog kruiden met de steel. Leg de kruiden gelijkmatig in kleine hoopjes op het rooster.
Gebruik de volgende inschuifhoogtes voor het drogen:
- 1 rooster: hoogte 2
- 2 roosters: hoogte 3+1
Fruit en groente met veel vocht enkele malen keren. Het gedroogde gerecht direct na het drogen losmaken van het papier.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u de instellingen voor het drogen van verschillende levensmiddelen. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de soort, vochtigheid, rijpheid en dikte van de te drogen levensmiddelen. Hoe langer u de te drogen levensmiddelen laat drogen, des te beter zijn ze geconserveerd. Hoe dunner men snijdt, des te sneller is het einde van de droogtijd bereikt en des te aromatischer blijft het gedroogde levensmiddel. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven.
Indien u nog meer levensmiddelen wilt drogen, dan oriënteert u zich aan soortgelijke levensmiddelen in de tabel.
Gebruikte verwarmingsmethode:
- • Hetelucht
| Gerecht | Toebehoren | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in uren |
|---|---|---|---|---|---|
| Pitvruchten (appelringen, 3 mm dik, per rooster 200 g) | Rooster | 2 | 80 | 4-7 | |
| Steenvruchten (pruimen) | Rooster | 2 | 80 | 8-10 | |
| Wortelgewassen (wortelen), geraspt, geblancheerd | Rooster | 2 | 80 | 4-7 | |
| Paddestoelen in plakjes | Rooster | 2 | 60 | 6-8 | |
| Kruiden, schoongemaakt | 1-2 Roosters | - | 60 | 2-6 |
Pagina 59
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Inmaken
In uw apparaat kunt u fruit en groente inmaken.
Waarschuwing – Risico van letsel!
Wanneer de levensmiddelen niet goed zijn ingekookt, kunnen de inmaakpotten barsten. Volg de aanwijzingen voor het inkoken.
Potten
Gebruik uitsluitend schone en onbeschadigde weckflessen. Gebruik uitsluitend hittebestendige, schone en onbeschadigde rubber afdichtringen. Klemmen en veren van tevoren controleren.
Gebruik bij een inmaakproces alleen weckflessen van gelijke grootte en met dezelfde levensmiddelen. In de binnenruimte kunt u de inhoud van maximaal zes weckflessen met , 1 of 1 liter tegelijkertijd inmaken. Gebruik geen grotere of hogere potten. De deksels zouden kunnen springen.
De weckflessen mogen tijdens het inkoken in de binnenruimte niet met elkaar in contact komen.
Fruit en groente voorbereiden
Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken. Was het grondig.
Fruit resp. groente afhankelijk van de soort, schillen, pitten verwijderen en kleinmaken en in weckflessen tot ca. 2 cm onder de rand vullen.
Fruit
De vruchten in de weckflessen met hete, afgeschuimde suikeroplossing vullen (ca. 400 ml voor 1-literfles). Op één liter water:
- ca. 250 g suiker bij zoet fruit
- ca. 500 g suiker bij zuur fruit
Groente
De groente in de weckflessen vullen met heet, afgekookt water.
De glazen randen schoonmaken. Leg op elke pot een natte rubberen ring en een deksel. Sluit de potten af met klemmen. Plaats de glazen potten zó in de braadslede dat ze elkaar niet raken. 500 ml heet water (ca. 80 °C) in de braadslede gieten. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Inmaken beëindigen
Fruit
Na enige tijd stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Apparaat uitschakelen, zodra alle weckflessen belletjes vormen. Haal de weckflessen na de aangegeven nawarmtijd uit de binnenruimte.
Groente
Na enige tijd stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Zodra alle weckflessen borrelen, de temperatuur op 120 °C reduceren en de flessen zoals aangegeven in de tabel in de gesloten binnenruimte verder laten borrelen. Schakel na afloop van deze tijd het apparaat uit en maak zoals in de tabel aangegeven nog enkele minuten gebruik van de nawarmte.
Haal de flessen na het inmaken uit de binnenruimte en plaats ze op een schone doek. Zet de hete potten niet op een koude of natte ondergrond, ze zouden anders kunnen knappen. Dek de weckflessen af om ze tegen tocht te beschermen. Klemmen pas verwijderen wanneer de glazen koud zijn.
Aanbevolen instelwaarden
De aangegeven tijden in de insteltabel zijn richtwaarden voor het inmaken van fruit en groente. Deze kunnen worden beïnvloed door de omgevingstemperatuur, het aantal potten, de hoeveelheid, de temperatuur en de kwaliteit van de inhoud. De gegeven hebben betrekking op ronde potten van1 liter. Controleer voor u om- of uitschakelt of de potten werkelijk borrelen. Het borrelen begint na ca. 30-60 minuten.
Gebruikte verwarmingsmethode:
- • Hetelucht
| Gerecht | Vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Inmaken | |||||
| Groente, bijv. wortelen | Inmaakpotten 1 liter | 1 | 160-170 | tot aan het borrelen: 30-40 | |
| 120 | vanaf het borrelen: 30-40 | ||||
| - | Nawarmen: 30 | ||||
| Groente, bijv. komkommer | Inmaakpotten 1 liter | 1 | 160-170 | tot aan het borrelen: 30-40 | |
| - | Nawarmen: 30 | ||||
| Steenvruchten, bijv. kersen, pruimen | Inmaakpotten 1 liter | 1 | 160-170 | tot aan het borrelen: 30-40 | |
| - | Nawarmen: 35 | ||||
| Pitvruchten, bijv. appels, aardbeien | Inmaakpotten 1 liter | 1 | 160-170 | tot aan het borrelen: 30-40 | |
| - | Nawarmen: 25 | ||||
Pagina 60
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Het deeg op de deegrijsstand laten rijzen.
Met de verwarmingsmethode "Deegrijsstand “ rijst het deeg duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur en het droogt niet uit. Start de werking alleen wanneer de binnenruimte geheel is afgekoeld.
Laat gistdeeg altijd twee maal rijzen. Let op de gegevens in de insteltabellen voor het 1e en 2e rijzen (gaarheid van het deeg en afzonderlijke gaarheid).
Gaarheid van deeg
Voor de gaarheid van het deeg giet u 200 ml water op de bodem van de binnenruimte.
Attentie!
Oppervlakteschade
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
- Geen gedestilleerd water gebruiken. Gebruik alleen leidingwater.
Doe het deeg in een hittebestendige schaal en plaats deze op het rooster. Instellen zoals aangegeven in de tabel.
Open tijdens het gisten de apparaatdeur niet omdat er anders vochtigheid ontwijkt. Het deeg niet afdekken.
Tijdens het gebruik ontstaat condenswater en de deurruit beslaat. Na het gisten de binnenruimte afnemen. Kalkresten met wat azijn oplossen en met helder water afnemen.
Afzonderlijke gaarheid
Plaats het gebak op de inschuifhoogte die in de tabel is aangegeven.
Wanner u wilt voorverwarmen vindt de afzonderlijke gaarheid buiten het apparaat op een warme plek plaats.
Aanbevolen instelwaarden
Temperatuur en duur van het gisten zijn afhankelijk van de soort en hoeveelheid van de ingrediënten. Daarom zijn de opgaven in de insteltabel richtwaarden.
Gebruikte verwarmingsmethode:
- • Deegrijsstand
| Gerecht | Toebehoren/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Gistdeeg, licht | Kom | 1 | 35-40 | 25-30 | |
| Bakplaat | 1 | 35-40 | 10-20 | ||
| Gistdeeg, zwaar en vetrijk | Kom | 1 | 35-40 | 20-40 | |
| Bakplaat | 1 | 35-40 | 15-25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 60)
| Ontdooien | De gerechten tussentijds een tot twee keer omroeren of keren. Grote stukken moet u herhaaldelijk keren. Indien |
| Gebruik voor het ontdooien van bevroren fruit, groente, gevogelte, vlees, vis en gebak de magnetronfunctie. | nodig de gerechten tussendoor uit elkaar halen of al ontdooide stukken uit de binnenruimte nemen. |
| Neem de bevroren levensmiddelen uit de verpakking en leg deze in een magnetronbestendige vorm op het rooster. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm. "De magnetron" | Laat de ontdooide gerechten nog 10 tot 30 minuten in het uitgeschakelde apparaat rusten, zodat de temperatuur zich aanpast. |
| op pagina 20 | Tip: Bij andere hoeveelheden dan in de insteltabel zijn |
| Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht naar binnen. | aangegeven, helpt de volgende vuistregel: bij een dubbele hoeveelheid kan de duur bijna worden verdubbeld. |
| Niet gebruikte toebehoren verwijderen uit de | Gebruikte verwarmingsmethode: |
| binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal kookresultaat en spaart u energie. | ■ • Magnetron |
| Aanbevolen instelwaarden | |
| De tijdgegevens in de tabel zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit, vriestemperatuur (- 18 °C) en de aard van de levensmiddelen. Er zijn tijdintervallen aangegeven. Stel eerst de kortste tijd in en verleng deze zo nodig. Ontdooien lukt vaak beter in meerdere stappen. Deze zijn in de tabel onder elkaar aangegeven. | |
| Tip: Vlak bevroren of geportioneerde stukken ontdooien sneller dan wanneer zij als blok werden bevroren. |
Pagina 61
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Brood, broodjes | ||||||
| Brood, 500 g | Open vorm | 1 | 180 | 3 | ||
| 90 | 10-15 | |||||
| Broodjes | Rooster | 1 | 140-160 | 90 | 2-4 | |
| Gebak | ||||||
| Taart, vochtig, 500 g | Open vorm | 1 | 180 | 2 | ||
| 90 | 10-15 | |||||
| Gebak, droog, 750 g | Open vorm | 1 | 90 | 10-15 | ||
| Vlees, & gevogelte | ||||||
| Kip, heel, 1,2 kg* | Open vorm | 1 | 180 | 10 | ||
| 90 | 10-15 | |||||
| Stukken gevogelte, 250 g* | Open vorm | 1 | 180 | 10 | ||
| 90 | 10-15 | |||||
| Eend, 2 kg* | Open vorm | 1 | 180 | 10 | ||
| 90 | 40-50 | |||||
| Vlees, heel, bijv. braadvlees (rauw vlees) 800 g* | Open vorm | 1 | 180 | 15 | ||
| 90 | 10-15 | |||||
| Vlees, heel, bijv. braadvlees (rauw vlees) 1 kg* | Open vorm | 1 | 180 | 15 | ||
| 90 | 20-30 | |||||
| Vlees, heel, bijv. braadvlees (rauw vlees) 1,5 kg* | Open vorm | 1 | 180 | 15 | ||
| 90 | 25-35 | |||||
| Vlees, in stukken of plakken, bijv. goulash (rauw vlees), 500 g* | Open vorm | 1 | 180 | 8 | ||
| 90 | 5-10 | |||||
| Gehakt, gemengd, 200 g* | Open vorm | 1 | 90 | 8-15 | ||
| Gehakt, gemengd, 500 g* | Open vorm | 1 | 180 | 5 | ||
| 90 | 10-15 | |||||
| Gehakt, gemengd, 1000 g* | Open vorm | 1 | 180 | 10 | ||
| 90 | 20-30 | |||||
| Vis | ||||||
| Vis, heel, 300 g* | Open vorm | 1 | 180 | 3 | ||
| 90 | 10-15 | |||||
| Visfilet, 400 g* | Open vorm | 1 | 180 | 5 | ||
| 90 | 10-15 | |||||
| Fruit, groente | ||||||
| Kleinfruit, 300 g | Open vorm | 1 | 180 | 5-10 | ||
| Groente, 600 g | Open vorm | 1 | 180 | 10 | ||
| 90 | 8-13 | |||||
| Diversen | ||||||
| Boter ontdooien, 125 g | Open vorm | 1 | 90 | 7-9 | ||
| * Na 1/2 van de tijd keren | ||||||
Pagina 62
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Voedingsproducten verwarmen met microgolven
Met microgolven kunt u voedingsproducten verwarmen of in één keer ontdooien en verwarmen.
Neem kant-en-klare gerechten voor het ontdooien uit de verpakking. In een magnetronbestendige vorm wordt het product sneller en gelijkmatiger verwarmd. De componenten van een product kunnen op verschillende snelheden worden verwarmd.
Platte gerechten zijn sneller klaar dan hoge. Verdeel de voedingsproducten daarom zo vlak mogelijk in de vorm. Plaats levensmiddelen niet boven op elkaar.
Dek de voedingsproducten af. Hierdoor verkrijgt u een beter kookresultaat. Als u geen passende deksel voor uw vorm hebt, gebruikt u een bord of speciaal magnetronfolie.
Roer of keer de voedingsproducten tussentijds twee tot drie keer om. Laat de voedingsproducten na het verhitten nog 1 tot 2 minuten rusten voor een egale temperatuur.
Plaats flesjes of potjes babyvoeding die u wilt verwarmen, zonder speen of deksel op het rooster. Schud of roer de voeding na het verwarmen goed door en controleer altijd de temperatuur.
De voedingsproducten geven warmte aan de vorm af. Ook als er alleen microgolven worden gebruikt, kan de vorm daarom zeer heet worden.
Tip: Bij andere hoeveelheden dan in de insteltabel zijn aangegeven, helpt de volgende vuistregel: bij een dubbele hoeveelheid kan de duur bijna worden verdubbeld.
Waarschuwing – Risico van verbranding!
Bij het verwarmen van vloeistof kan er kookvertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kooktemperatuur wordt bereikt zonder dat er bellen ontstaan. Al bij een kleine trilling van de vorm kan de hete vloeistof dan plotseling hevig overkoken en opspatten. Zorg ervoor dat er
tijdens het verwarmen altijd een lepel in de vorm staat. Zo wordt kookvertraging voorkomen.
Attentie!
Ontstaan van vonken: metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas, moeten minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd zijn. Vonken kunnen de binnenste deurruit aantasten.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse dranken en voedingswaren de instelwaarden voor het verwarmen met microgolven. De tijdgegevens zijn richtwaarden. Zij zijn afhankelijk van de vorm, evenals de kwaliteit, temperatuur en aard van het levensmiddel. Er zijn tijdintervallen aangegeven. Stel eerst de kortste tijd in en verleng deze zo nodig.
De tabelwaarden gelden voor voedingsproducten die in de koude binnenruimte worden geplaatst.
Als voor een specifiek voedingsproduct geen waarden zijn aangegeven, oriënteert u zich op soortgelijke voedingsproducten in de tabel.
Neem ongebruikte toebehoren uit de binnenruimte. Zo verkrijgt u een optimaal kookesultaat en spaart u energie.
Veeg de binnenruimte na de bereiding schoon.
Gebruikte verwarmingsmethode:
- • Magnetron
| Gerecht | Vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Dranken verwarmen | ||||||
| 200 ml (goed doorroeren) | Open vorm | 1 | - | max | 1-3 | |
| 400 ml (goed doorroeren) | Open vorm | 1 | - | max | 2-6 | |
| Babyvoeding verwarmen | ||||||
| Melkflesje, 150 ml (goed doorroeren) | Open vorm | 1 | - | 360 | 1-3 | |
| Groente, gekoeld | ||||||
| 250 g | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 3-8 | |
| Groente, diepvries | ||||||
| los, 250 g | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 8-12 | |
| Spinazie à la crème, in diepvriesblok, 450 g | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 11-16 | |
| Gerechten, gekoeld | ||||||
| Schotel, 1 portie | Gesloten vorm | 1 | - | 600 | 4-8 | |