Neff C27MS22H0, tekst van de handleiding
Oven · Neff · 63 pagina's in het Nederlands · pdf: 68 pagina's, 5,8 MB
Storingen op pagina 32
Pagina 32
Vanaf de titel; het begin van pagina 32 staat in de pdf.
3Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Probeer voordat u contact opneemt met de servicedienst de storing zelf op te lossen met behulp van de tabel.
Tip: Wanneer een gerecht een keer niet lukt, raadpleeg dan het hoofdstuk “Voor u getest in onze kookstudio”.Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.
Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties en de vervanging van beschadigde aansluitleidingen mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Is het apparaat defect, haal dan de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de meterkast uit. Contact opnemen met de klantenservice.
Waarschuwing – Gevaar voor letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.Nooit proberen het apparaat zelf te repareren. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice. Bij defect van het apparat met de servicedienst contact opnemen;
Storingentabel
Waarschuwing – Kans op een elektrische schok!
- Werkzaamheden aan de elektronica van het apparaat mogen alleen door een vakman worden uitgevoerd.
- Bij het werken aan de elektronica van het apparaat beslist de netstekker uit het stopcontact halen.
Automatische beveiliging activeren of de zekering in de meterkast van uw woning eruit draaien.
| Storing | Mogelijke oorzaak | Aanwijzing/Oplossing |
|---|---|---|
| Apparaat werkt niet | Stekker is niet in het stopcontact gestoken | Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet |
| Stroomuitval | Controleer of andere keukenapparaten werken | |
| Zekering defect | Controleer in de meterkast of de zekering voor het apparaat in orde is | |
| Na het inschakelen van een functie verschijnt op het display de melding dat de temperatuur te hoog is. | Apparaat is nog niet voldoende afgekoeld | Apparaat laten afkoelen en de functie opnieuw inschakelen |
| Het apparaat kan niet worden ingeschakeld, op het display wordt het symbool 1 weergegeven | Automatisch kinderslot is geactiveerd | Touch-toets 0 ingedrukt houden tot het symbool 1 verdwijnt |
| Het ingeschakelde apparaat kan niet bediend worden, op het display wordt het symbool 1 weergegeven | Kinderslot is geactiveerd. | Touch-toets 0 ingedrukt houden tot het symbool 1 verdwijnt |
| Apparaat warmt niet op, op het display wordt 6 weergegeven | De demonstratiemodus is geactiveerd in de basisinstellingen | Ontkoppel het apparaat ca. 10 seconden van het net (zekering in de meterkast uitschakelen) en deactiveer de demonstratiemodus vervolgens binnen 3 minuten in de basisinstellingen "Basisinstellingen" op pagina 19 |
| De apparaatdeur kan niet worden geopend, op het display wordt het symbool 5 weergegeven | De apparaatdeur blijft vergrendeld tot de binnenruimte afgekoeld is. | Wacht tot het symbool 5 verdwijnt |
| Apparaatdeur is vergrendeld met het kinderslot | Touch-toets 0 ingedrukt houden tot het symbool 5 verdwijnt, de instelling van het kinderslot aanpassen | |
| Op het display verschijnt “D” of “E”, bijv. D0111 of E0111 | Technisch probleem | Apparaat uit- en weer inschakelen Als de melding opnieuw verschijnt: contact opnemen met de servicedienst.Geef hiervoor de precieze foutmelding weer |
| Bij het reinigen van de magnetron wordt de binnenruimte heet. | Droogfunctie is ingeschakeld. | Wanneer er alleen van de magnetronfunctie gebruik wordt gemaakt, wordt bij de standen 600 W en max automatisch de bovenwarmte ingeschakeld, om condens te voorkomen. Het kookresultaat wordt hierdoor niet beïnvloed. U kunt deze functie in de basisinstellingen uitschakelen. Neem de gegevens m.b.t. de magnetron in acht. "De magnetron" op pagina 20 |
| Home Connect functioneert niet correct. -------- | Ga naar www.home-connect.com |
Pagina 33
Servicedienst nl
Maximale gebruiksduur overschreden
Uw apparaat beëindigt het gebruik automatisch wanneer er geen tijdsduur is ingesteld en de instelling lang niet veranderd is.
De werkelijke tijdsduur tot de automatische bedrijfsstop varieert met de gekozen instellingen.
Op het display wordt gemeld dat de werking automatisch beëindigd wordt. Vervolgens wordt de werking stopgezet.
Om het apparaat weer te gebruiken dient u het eerst uit te schakelen. Schakel het apparaat vervolgens weer in en stel de gewenste functie in.
Lampen van de binnenruimte
Voor de verlichting van de binnenruimte beschikt uw apparaat over een of meerdere duurzame LED-lampen.
Mocht een LED-lamp of het glazen kapje toch eens defect zijn, neem dan contact op met de servicedienst. Het kapje van de lamp mag niet verwijderd worden.
4Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van medewerkers van de servicedienst te voorkomen.
E-nummer en FD-nummer
Geef aan de servicedienst altijd het volledige productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u wanneer u de apparaatdeur opendoet.
Bij enkele apparaten die werken met stoom vindt u het typeplaatje achter de afdekking.
( 1U
)'
= 1U
Om niet te lang te hoeven zoeken kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
E-nr. FD-nr.
Servicedienst
Houd er rekening mee dat een bezoek van medewerkers van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantieperiode kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4040
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Pagina 34
nl Bak- en braadassistent
Bak- en braadassistent
Met de bak- en braadassistent kunt u heel eenvoudig gerechten klaarmaken.Het apparaat neemt de optimale instelling over.
Om goede resultaten te bereiken, mag de binnenruimte niet te heet zijn voor de gekozen gerechten. Is dit wel het geval, dan krijgt u een aanwijzing op het display. Laat de binnenruimte afkoelen en start nogmaals.
Aanwijzingen bij de instellingen
- Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit van de levensmiddelen en de aard van de vormen.
Gebruik voor een optimaal bereidingsresultaat alleen ongeschonden levensmiddelen en vlees op koelkasttemperatuur.
- De bak- en braadassistent helpt u bij het instellen van klassiek gebak, brood en vlees. Het apparaat kiest de optimale verwarmingsmethode voor u. Er worden een geschikte temperatuur en bereidingstijd voorgesteld. die u naar wens kunt veranderen.
- U krijgt bijv. aanwijzingen over de vorm, de inschuifhoogte of het toevoegen van vloeistof aan vlees. Vele gerechten moeten tijdens de bereiding bijv. worden gekeerd of omgeroerd. Dit wordt kort na de start weergegeven op het display. U wordt hier op het juiste tijdstip door een signaal aan herinnerd.
- Aan het einde van de gebruiksaanwijzing vindt u aanwijzingen voor geschikte vormen en tips en trucs voor de bereiding.
Gerecht kiezen
Op de volgende pagina's vindt u de juiste instelwaarden voor de vermelde gerechten.
Gerechten
Roerdeeg Spring-/rechthoekige vorm
Biscuit (6 eieren)
Biscuitrol
Gistdeeg plaatgebak met droge bedekking
Gistkrans/-vlecht
Klein gebak bladerdeeg
Muffins, 1 niveau
Wit brood, langwerpig
Afbakbroodjes/-stokbrood, voorgebakken
Pizza diepvries, met dunne bodem, 1 stuk
Frites, diepvries, 1 niveau
Gegratineerde aardappels, van ongekookte aardappels
Aardappels in de oven
Lasagne, vers
Gebraden varkensvlees, doorregen, zonder zwoerd
Gehakt (1 kg)
Runderstoofvlees
Lamsbout zonder been
Kip, heel
Gerechten
Kippenbouten
Gans, heel (3-4 kg)
Gerechten instellen
U wordt volledig door het instelproces van het door u gekozen gerecht geleid.
- 1. Op touch-toets tippen om het apparaat in te schakelen.
- 2. Op touch-toets 0 tippen.
- 3. Met toets of “Bak- en braadassistent” kiezen.
- 4. Met toets naar de volgende regel navigeren.
- 5. Met toets of de gewenste categorie kiezen.
- 6. Met toets naar de volgende regel navigeren.
- 7. Met toets of het gewenste gerecht kiezen.
- 8. Met toets naar de volgende regel navigeren. Op het display verschijnen de insteladviezen. Aanwijzing: Bij enkele gerechten kunt u extra aanwijzingen, bijv. over de inschuifhoogte en de vormen, laten weergeven. Tip hiervoor op toets . Om weer terug te gaan naar insteladviezen tipt u op toets .
- 9. U kunt de insteladviezen zo nodig aanpassen. Tip hiervoor op toets .
Navigeer hiervoor met toets of naar de gewenste instelling.
Pas de instelling aan met toets of .
- 10. Start het programma met de touch-toets . Zodra de tijdsduur afgelopen is, klinkt er een signaal en wordt het programma automatisch beëindigd. Om het geluidssignaal te beëindigen tipt u op de touchtoets 0.
Bij sommige insteladviezen biedt het apparaat u de mogelijkheid om de gerechten na te garen.
Bent u tevreden met het resultaat, kies dan met de toets “Beëindigen”.
Bent u niet tevreden met het resultaat, dan kunt u de gerechten nagaren.
Nagaren
- 1. Met toets "Nagaren'' kiezen.
- 2. Pas zo nodig met toets of de voorgestelde instelling aan.
- 3. Op touch-toets tippen om het "Nagaren" te starten.
Afbreken
Druk op de touch-toets tot de werking is afgebroken.
Apparaat uitschakelen
Om het apparaat uit te schakelen, tipt u op de touchtoets .
Pagina 35
Programma’s nl
Programma’s
Met de programma's kunt u heel eenvoudig gerechten klaarmaken. U kiest een programma en voert het gewicht van uw gerecht in. Het programma neemt de optimale instelling over.
Om goede resultaten te bereiken, mag de binnenruimte niet te heet zijn voor de gekozen gerechten. Is dit wel het geval, dan krijgt u een aanwijzing op het display. Laat de binnenruimte afkoelen en start nogmaals.
Aanwijzingen bij de instellingen
- Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit van de levensmiddelen en de aard van de vormen.
Gebruik voor een optimaal bereidingsresultaat alleen ongeschonden levensmiddelen en vlees op koelkasttemperatuur.Gebruik bij diepvriesgerechten alleen levensmiddelen die direct uit de diepvries komen.
- Bij sommige gerechten wordt u gevraagd het gewicht in te voeren. Hier neemt het apparaat de tijd- en temperatuurinstellingen voor u over.
Het is niet mogelijk gewichten in te stellen buiten het betreffende gewichtsbereik.
- Bij vleesprogramma's waarbij het apparaat de temperatuurkeuze voor u regelt, kunnen temperaturen tot 300 °C worden bereikt. Let er daarom op dat u vormen gebruikt die voldoende hittebestendig zijn.
- U krijgt bijv. aanwijzingen over de vorm, de inschuifhoogte of het toevoegen van vloeistof aan vlees. Vele gerechten moeten tijdens de bereiding bijv. worden gekeerd of omgeroerd. Dit wordt kort na de start weergegeven op het display. U wordt hier op het juiste tijdstip door een signaal aan herinnerd.
- Aan het einde van de gebruiksaanwijzing vindt u aanwijzingen voor geschikte vormen en tips en trucs voor de bereiding.
Magnetron
Het apparaat biedt u programma's voor de magnetron aan waarmee u uw gerechten eenvoudig en snel kunt klaarmaken. Door de magnetron wordt de bereidingsduur aanzienlijk korter, bijna gehalveerd. Naast bak- en braadprogramma's waarbij de magnetron wordt gecombineerd met een verwarmingsmethode, worden er ook ontdooifuncties en de bereiding met magnetron solo aangeboden. Het apparaat voert het instellen van het magnetronvermogen, de verwarmingsmethode, tijd en temperatuur voor u uit. Bij alle gerechten hoeft u alleen nog het gewicht in te voeren.
Het apparaat geeft aan om vormen te gebruiken die geschikt zijn voor de magnetron. In het hoofdstuk Magnetron vindt u aanwijzingen voor geschikte vormen. "De magnetron" op pagina 20
Gerecht kiezen
Op de volgende pagina's vindt u de juiste instelwaarden voor de vermelde gerechten.
Gerechten
Stukken gevogelte ontdooien
Vlees ontdooien
Visfilet ontdooien
Groente, vers
Groente, diepvries
Gekookte aardappels
Rijst met lange korrel
Visfilet stoven
Pizza diepvries, met dunne bodem, 1 stuk
Lasagne, diepvries
Kip, ongevuld
Stukken kip
Gebraden gehakt van vers gehakt
Aardappels in de oven, heel
Programma instellen
U wordt volledig door het instelproces van het door u gekozen gerecht geleid.
- 1. Op touch-toets tippen om het apparaat in te schakelen.
- 2. Op touch-toets 0 tippen.
- 3. Met toets of “Magnetronprogramma's” kiezen.
- 4. Met toets naar de volgende regel navigeren.
- 5. Met toets of het gewenste magnetronprogramma kiezen.
- 6. Met toets naar de volgende regel navigeren.
- 7. Met toets of het gewicht instellen.
- 8. Eerst met toets naar boven en met toets naar de volgende regel navigeren.
Er verschijnt een aanwijzing voor het inschuifniveau en de vormen die dienen te worden gebruikt.
- 9. Op touch-toets tippen om het programma te starten.
Zodra de tijdsduur afgelopen is, klinkt er een signaal en wordt het programma automatisch beëindigd. Om het geluidssignaal te beëindigen tipt u op de touchtoets 0.
Bij sommige programma's biedt het apparaat u de mogelijkheid om de gerechten na te garen.
Bent u tevreden met het resultaat, kies dan met de toets ''Beëindigen”.
Bent u niet tevreden met het resultaat, dan kunt u de gerechten nagaren.
Pagina 36
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Nagaren
- 1. Met toets "Nagaren'' kiezen.
- 2. Pas zo nodig met toets of de voorgestelde instelling aan.
- 3. Op touch-toets tippen om het "Nagaren" te starten.
Afbreken
Om een lopend programma af te breken, tipt u op de touch-toets .
Apparaat uitschakelen
Om het apparaat uit te schakelen, tipt u op de touchtoets .
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
U vindt hier een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt zijn voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over vormen en de bereiding.
Aanwijzing: Bij het bereiden van levensmiddelen kan veel waterdamp in de binnenruimte ontstaan.
Uw apparaat is heel energie-efficiënt en geeft tijdens de werking slechts weinig warmte naar buiten af. Op grond van de hoge temperatuurverschillen tussen de binnenruimte en de buitenste delen van het apparaat kan er condenswater op de deur, het bedieningspaneel of nabijgelegen meubelfronten neerslaan. Dit is een normaal natuurkundig verschijnsel. Door voorverwarmen of de deur voorzichtig te openen, kan het condensaat worden gereduceerd.
Vormen van silicone
Voor een optimaal kookresultaat raden wij u aan donkere bakvormen van metaal te gebruiken.
Wanneer u niettemin vormen van silicone wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De hoeveelheid- en receptgegevens kunnen afwijken.
Gebak en klein gebak
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van gebak en klein gebak. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten.
Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Bakken in combinatie met microgolven
Wanneer u in combinatie met microgolven bakt, kunt u de bereidingstijd aanzienlijk verkorten.
Gebruik altijd een hitte- en magnetronbestendige vorm. Houd u aan de aanwijzingen voor de magnetronbestendige vorm. "De magnetron" op pagina 20
In de combistand kunt u doorgaans normale bakvormen van metaal gebruiken. Als tussen bakvorm en rooster vonken optreden, controleert u of de buitenzijde van de vorm schoon is. Verander de positie van de vorm op het rooster. Als dat niet helpt, bakt u zonder microgolven verder. De bakduur zal daardoor toenemen.
Pagina 37
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
Als u vormen van kunststof, keramiek of glas gebruikt, kunt u de baktijden uit de insteltabellen verkorten. Het gebak bruint dan minder sterk aan de onderkant.
Bakken in combinatie met microgolven is slechts op één niveau mogelijk.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogte voor het bakken op één niveau:
- Hoogte 1
Bakken op twee niveaus
Gebruik Hetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
- Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie sparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht naar binnen. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Gebruik bij vochtig gebak de braadslede, zodat bij overlopend vocht de binnenruimte niet vuil wordt.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Gebak of klein gebak zou dan alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorbakken zijn.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven baktijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Voor bepaalden gerechten is het nodig om voor te verwarmen, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte.
Wilt u volgens eigen recept bakken, ga dan te werk volgens de beschrijving van soortgelijk gebak in de tabel.Bijkomende informatie vindt u onder de tips voor het bakken na de insteltabel.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- • Hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- • Pizzastand
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gebak in vormen | ||||||
| Cake, eenvoudig | Krans/rechthoekige vorm | 1 | 150-170 | - | 55-70 | |
| Cake, eenvoudig | Krans/rechthoekige vorm | 1 | 160-180 | 90 | 30-40 | |
| Cake, fijn | Krans/rechthoekige vorm | 1 | 150-170 | - | 60-80 | |
| Vruchtentaart van roerdeeg, fijn | Tulband-/springvorm | 1 | 160-180 | - | 45-60 | |
| Vruchtentaart van roerdeeg, fijn | Tulband-/springvorm | 1 | 170-190 | 90 | 35-45 | |
| Taartbodem van roerdeeg | Taartbodemvorm | 1 | 150-170 | - | 20-40 | |
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 160-170 | - | 65-85 | |
| * voorverwarmen ** 5 min. voorverwarmen, niet de snelverwarmingsfunctie gebruiken | ||||||
Pagina 38
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 160-180 | 180 | 30-40 | |
| 100 | 20 | |||||
| Zwitserse vruchtentaart | Pizzaplaat | 1 | 190-210 | 45-55 | ||
| Zwitserse vruchtentaart | Pizzaplaat | 1 | 180-200 | 50-60 | ||
| Taart | Taartvorm, zwart metaal | 1 | 190-200 | 25-40 | ||
| Taart | Taartvorm, zwart metaal | 1 | 190-210 | 25-40 | ||
| Gistdeegtulband | Tulbandvorm | 1 | 150-160 | 65-75 | ||
| Gistdeegtulband | Tulbandvorm | 1 | 150-160 | 60-70 | ||
| Gistdeeggebak in de springvorm | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 150-160 | 25-35 | ||
| Gistdeeggebak in de springvorm | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 150-160 | 25-35 | ||
| Biscuitbodem, 2 eieren | Taartbodemvorm | 1 | 160-170* | 20-30 | ||
| Biscuitbodem, 2 eieren | Taartbodemvorm | 1 | 170-180 | 20-30 | ||
| Biscuittaart, 3 eieren | Springvorm Ø 26 cm | 1 | 160-170* | 25-35 | ||
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 150-170* | 30-50 | ||
| Biscuittaart, 6 eieren | Springvorm Ø 28 cm | 1 | 150-170* | 30-50 | ||
| Gebak op de plaat | ||||||
| Cake met bedekking | Bakplaat | 1 | 160-180 | 20-40 | ||
| Cake, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 35-50 | ||
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 170-190 | 25-40 | ||
| Zandtaartdeeggebak met droge bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-170 | 40-55 | ||
| Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 1 | 150-170 | 65-85 | ||
| Zandtaartdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 1 | 160-180 | 60-80 | ||
| Zwitserse vruchtentaart | Braadslede | 1 | 190-210 | 45-55 | ||
| Zwitserse vruchtentaart | Braadslede | 1 | 180-200 | 60-70 | ||
| Gistdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 160-180 | 15-25 | ||
| Gistdeeggebak met droge bedekking | Bakplaat | 1 | 150-170 | 20-35 | ||
| Gistdeeggebak met droge bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 160-170 | 25-35 | ||
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking | Braadslede | 1 | 180-200 | 30-45 | ||
| Gistdeeggebak met vochtige bedekking, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-160 | 45-60 | ||
| Broodvlecht, gistdeegkrans | Bakplaat | 1 | 150-170 | 30-40 | ||
| Broodvlecht, gistdeegkrans | Bakplaat | 1 | 150-160 | 35-45 | ||
| Biscuitrol | Bakplaat | 1 | 190-210* | 10-15 | ||
| Kerststol van 500 g bloem | Braadslede | 1 | 160-170 | 50-60 | ||
| Kerststol van 500 g bloem | Braadslede | 1 | 150-160 | 50-60 | ||
| Strudel, zoet | Braadslede | 1 | 190-210 | 55-65 | ||
| Strudel, zoet | Braadslede | 1 | 170-180 | 40-60 | ||
| Strudel, diepvries | Braadslede | 1 | 190-210 | 35-50 | ||
| * voorverwarmen ** 5 min. voorverwarmen, niet de snelverwarmingsfunctie gebruiken | ||||||
Pagina 39
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
| Gerecht | Accessoires/vormen | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Magnetronvermogen in watt | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Strudel, diepvries | Braadslede | 1 | 200-220 | 90 | 20-25 | |
| Klein gebak | ||||||
| Small cakes | Bakplaat | 1 | 160** | 25-35 | ||
| Small cakes | Bakplaat | 1 | 150** | 20-30 | ||
| Small cakes, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140** | 30-40 | ||
| Muffins | Muffinplaat | 1 | 170-190 | 15-30 | ||
| Muffins, 2 niveaus | Muffinplaten | 3+1 | 150-170* | 20-30 | ||
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat | 1 | 160-170 | 30-40 | ||
| Klein gebak van gistdeeg | Bakplaat | 1 | 150-160 | 30-40 | ||
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 2 | 170-190* | 20-45 | ||
| Bladerdeeggebak | Bakplaat | 1 | 180-200* | 20-45 | ||
| Bladerdeeggebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 170-190* | 20-45 | ||
| Deeg van bijv. soesjes | Bakplaat | 1 | 200-220 | 30-45 | ||
| Plunderdeeggebak | Bakplaat | 1 | 160-180 | 20-30 | ||
| Plunderdeeggebak | Bakplaat | 1 | 170-190 | 15-25 | ||
| Koekjes | ||||||
| Sprits | Bakplaat | 1 | 150-160** | 20-30 | ||
| Sprits | Bakplaat | 1 | 140-150** | 25-35 | ||
| Koekjes | Bakplaat | 2 | 140-160 | 15-30 | ||
| Koekjes, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 130-150 | 20-35 | ||
| Schuimgebak | Bakplaat | 2 | 80-90* | 120-150 | ||
| Schuimgebak, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 80-90* | 120-180 | ||
| Makronen | Bakplaat | 2 | 90-110 | 20-40 | ||
| Makronen, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 90-110 | 20-40 | ||
| * voorverwarmen ** 5 min. voorverwarmen, niet de snelverwarmingsfunctie gebruiken | ||||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)
| Tips voor gebak en klein gebak | |
|---|---|
| U wilt vaststellen, of het gebak doorgebakken is. | Steek met een houten prikker op de hoogste plaats in het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar. |
| Het gebak zakt in. | Gebruik de volgende keer minder vloeistof. Of stel de temperatuur 10 °C lager in en verleng de baktijd. Let op de aangegeven ingrediënten en bereidingsaanwijzingen in het recept. |
| Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. | Vet alleen de bodem van de springvorm in. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. |
| Het sap van de vruchten stroomt over. | Gebruik de volgende keer de braadslede. |
| Klein gebak plakt bij het bakken aan elkaar. | Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2cm te zijn. Zo is er voldoende plaats om het gebak goed te laten rijzen en helemaal bruin te laten worden. |
| Het gebak is te droog. | Stel de temperatuur 10 °C hoger in en verkort de baktijd. |
| Het gebak is over het geheel te licht. | Zijn de inschuifhoogte en de toebehoren juist, verhoog dan evt. de temperatuur of houd een langere baktijd aan. |
| Het gebak is aan de bovenkant te licht, maar onder te donker. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau hoger. |
| Het gebak is aan de bovenkant te donker, maar onder te licht. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. Kies een lagere temperatuur en verleng de baktijd. |
| Het gebak wordt te donker aan de achterkant. | Zet de bakvorm niet direct tegen de achterwand maar midden op de toebehoren. |
Pagina 40
nl Voor u in onze kookstudio uitgetest.
| Het gebak is over het geheel te donker. | Kies de volgende keer een lagere temperatuur en verleng evt. de baktijd. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een wat lagere temperatuur. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past. Let erop dat de bakvorm niet direct voor de openingen in de achterwand van de binnenruimte staat. Bij het bakken van klein gebak moet u indien mogelijk gelijke groottes en diktes aanhouden. |
| U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste. | Kies voor het bakken op meerdere niveaus altijd Hetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. |
| Het gebak ziet er goed uit, maar is binnen niet goed doorgebakken. | Bak iets langer bij een wat lagere temperatuur en voeg evt. minder vloeistof toe. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. |
| Het gebak laat niet los wanneer u het uit de vorm wilt storten. | Laat het gebak na het bakken nog 5 tot 10 minuten afkoelen. Als het er nog steeds niet uit komt, maakt u de rand voorzichtig los met een mes. Stort het gebak opnieuw en bedek de vorm meerdere keren met een natte, koude doek. Vet de vorm de volgende keer in en bestrooi hem met paneermeel. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
Brood en broodjes
Uw apparaat biedt talrijke verwarmingsmethoden voor het bakken van brood en broodjes. In de insteltabellen vindt u optimale instellingen voor vele gerechten. Neem ook de aanwijzingen in de paragraaf over het rijzen van het deeg in acht.
Gebruik alleen originele toebehoren van uw apparaat. Dit is optimaal op de binnenruimte en de functies afgestemd.
Inschuifhoogtes
Gebruik de aangegeven inschuifhoogtes.
Bakken op één niveau
Gebruik de volgende inschuifhoogte voor het bakken op één niveau:
- Hoogte 1
Bakken op twee niveaus
Gebruik Hetelucht. Bakplaten of vormen die gelijktijdig in de oven worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
- Braadslede: hoogte 3
Bakplaat: hoogte 1
- Vormen op het rooster eerste rooster: hoogte 3 tweede rooster: hoogte 1
Door de gerechten gelijktijdig te bereiden, kunt u tot 45 procent energie sparen. Plaats de vormen naast elkaar of verspringend boven elkaar in de binnenruimte.
Toebehoren
Let erop dat u altijd geschikte toebehoren gebruikt en dit er goed om inschuift.
Rooster
Schuif het rooster met het opschrift “Microwave” naar de apparaatdeur en de kromming naar beneden gericht naar binnen. Plaats de vormen altijd op het rooster.
Braadslede of braadpan
De braadslede of de bakplaat er voorzichtig tot de aanslag inschuiven, met de afgeschuinde kant naar de deur van het apparaat.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen. Lichte vormen, keramische vormen en vormen van glas verlengen de baktijd en het gebak bruint niet gelijkmatig.
Bakpapier
Gebruik alleen bakpapier dat geschikt is voor de gekozen temperatuur. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed past.
Diepvriesproducten
Gebruik geen sterk met ijs bedekte diepvriesproducten. Verwijder het ijs van het gerecht.
Diepvriesproducten zijn ten dele ongelijkmatig voorgebakken. De ongelijkmatige bruine kleur blijft ook na het bakken bestaan.
Aanbevolen instelwaarden
In de tabel vindt u voor diverse broden en broodjes de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. Daarom zijn er instelbereiken aangegeven. Probeer het eerst met de lagere waarden. Bij een lage temperatuur wordt het gerecht gelijkmatiger bruin. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
Aanwijzing: De baktijden kunnen niet door hogere temperaturen worden ingekort. Het brood of de broodjes zouden alleen van buiten gaar, maar van binnen niet goed doorgebakken zijn.
De instelwaarden gelden voor producten die in de onverwarmde binnenruimte worden geplaatst. Zo kunt u tot 20 procent energie sparen. De aangegeven baktijden worden enkele minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Voor bepaalden gerechten is het nodig om voor te verwarmen, dit staat in de tabel aangegeven. Plaats uw gerecht en de accessoires pas na het voorverwarmen in de binnenruimte. Sommige gerechten lukken het best wanneer ze in meerdere stappen worden gebakken. Deze zijn in de tabel aangegeven.
Pagina 41
Voor u in onze kookstudio uitgetest. nl
De instelwaarden voor brooddeeg gelden zowel voor deeg op de bakplaat als voor deeg in een rechthoekige vorm.
Wilt u volgens eigen recept bakken, ga dan te werk volgens de beschrijving van soortgelijk gebak in de tabel.
Niet gebruikte accessoires verwijderen uit de binnenruimte. Zo krijgt u een optimaal bakresultaat en spaart u tot 20 procent energie.
Attentie!
Nooit water in de hete binnenruimte gieten of vormen met water op de bodem van de oven plaatsen. Door de verandering van temperatuur kan schade aan het email ontstaan.
Gebruikte verwarmingsmethoden:
- • Hetelucht
- • Boven- en onderwarmte
- • Thermogrillen
- • Grill, groot
- • Grill, klein
| Gerecht | Accessoires | Inschuifhoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Duur in min. |
|---|---|---|---|---|---|
| Brood | |||||
| Wit brood, 750 g | Braadslede of rechthoekige vorm | 1 | 180-200* | 30-40 | |
| Wit brood, 750 g | Braadslede of rechthoekige vorm | 1 | 210-220* | 10-15 | |
| 180-190 | 25-35 | ||||
| Gemengd brood, 1,5 kg | Braadslede of rechthoekige vorm | 1 | 230-240* | 10-15 | |
| 200-210 | 40-50 | ||||
| Gemengd brood, 1,5 kg | Braadslede of rechthoekige vorm | 1 | 210-220* | 10-15 | |
| 180-190 | 40-50 | ||||
| Volkorenbrood, 1 kg | Braadslede | 1 | 230-240* | 10-15 | |
| 200-210 | 40-50 | ||||
| Volkorenbrood, 1 kg | Braadslede | 1 | 210-220* | 10-15 | |
| 180-190 | 40-50 | ||||
| Plat rond brood | Braadslede | 1 | 250-270 | 20-30 | |
| Plat rond brood | Braadslede | 1 | 220-240 | 20-30 | |
| Broodjes | |||||
| Afbakbroodje of -stokbrood, voorgebakken | Braadslede | 2 | 200-220 | 10-20 | |
| Broodjes, zoet, vers | Bakplaat | 1 | 170-180* | 15-25 | |
| Broodjes, zoet, vers | Bakplaat | 1 | 160-170* | 15-25 | |
| Broodjes, zoet, vers, 2 niveaus | Braadslede + bakplaat | 3+1 | 150-160* | 20-30 | |
| Broodjes, vers | Bakplaat | 1 | 180-200 | 25-35 | |
| Broodjes, vers | Bakplaat | 1 | 170-190 | 25-35 | |
| Baguette, voorgebakken, gekoeld | Braadslede | 2 | 200-220 | 10-20 | |
| Broodjes, diepvries | |||||
| Afbakbroodje of -stokbrood, voorgebakken | Braadslede | 2 | 200-220 | 15-25 | |
| Pretzels, ongebakken | Rooster | 1 | 220-240 | 15-25 | |
| Pretzels, ongebakken | Rooster | 1 | 200-220 | 15-25 | |
| Croissant, ongebakken | Bakplaat | 1 | 150-170* | 20-35 | |
| Toast | |||||
| Toast grillen, 4 stuks | Rooster | 2 | 290 | 5-15 | |
| Toast grillen, 12 stuks | Rooster | 2 | 250 | 5-15 | |
| Toast roosteren | Rooster | 3 | 290 | 3-6 | |
| * voorverwarmen | |||||
Verder lezen op pagina 3Inhoud