Siemens CN838GRB6, tekst van de handleiding
Pagina's 15–26 van 56 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–14verder op pagina 27 →
Pagina 15
Voor het eerste gebruik nl
Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.
6.4 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:
siemens-home.bsh-group.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.
7 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
7.1 Vóór het eerste gebruik
Informeer voor de eerste ingebruikneming bij uw waterbedrijf naar de waterhardheid van uw leidingwater. Om ervoor te zorgen dat het apparaat u er op het juiste moment aan kan herinneren dat u dient te ontkalken, dient u de juiste waterhardheid in te stellen.
LET OP!
Wanneer een verkeerde waterhardheid is ingesteld, dan kan het apparaat u niet tijdig aan het ontkalken herinneren.
- Waterhardheid correct instellen.
Schade aan het apparaat door gebruik van ongeschikte vloeistoffen.
- Gebruik geen gedistilleerd water, geen sterk chloridehoudend leidingwater (> 40 mg/l) of andere vloeistoffen.
- Gebruik uitsluitend vers, koud leidingwater, onthard water of mineraalwater zonder koolzuur.
Kans op functiestoringen bij het gebruik van gefilterd of gedemineraliseerd water. Het apparaat vraagt eventueel om na te vullen terwijl de watertank vol is, of de stoomfunctie wordt na ongeveer 2 minuten afgebroken.
- Meng gefilterd of gedemineraliseerd water eventueel met mineraalwater zonder koolzuur, in de verhouding één op één.
Tip: Gebruikt u mineraalwater, stel dan waterhardheid op “zeer hard“ in. Gebruikt u mineraalwater, gebruik dan uitsluitend mineraalwater zonder koolzuur.
Tip: Wanneer uw leidingwater sterk kalkhoudend is, adviseren wij u onthard water te gebruiken. Gebruikt u uitsluitend onthard water, stel dan het waterhardheidbereik in op "onthard".
| Instelling | Waterhardheid in mmol/ l | Duitse hardheid °dH | Franse hardheid °fH |
|---|---|---|---|
| 0 (onthard)¹ | - | - | - |
| 1 (zacht) | tot 1,5 | tot 8,4 | tot 15 |
| 2 (gemiddeld) | 1,5-2,5 | 8,4-14 | 15-25 |
| 3 (hard) | 2,5-3,8 | 14-21,3 | 25-38 |
| 4 (zeer hard)² | hoger dan 3,8 | hoger dan 21,3 | hoger dan 38 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
1 Alleen instellen wanneer er uitsluitend onthard water wordt gebruikt.
2 Ook voor mineraalwater instellen. Uitsluitend mineraalwater zonder koolzuur gebruiken.
7.2 Eerste keer in gebruik nemen
Na het aansluiten op het elektriciteitsnetwerk of na een langere stroomuitval dient u de instellingen voor de eerste ingebruikname van uw apparaat uit te voeren. Het kan enkele seconden duren tot op het display de instellingen verschijnen.
Opmerking: U kunt de instellingen ook met de Home Connect assistent instellen. Hierbij tot aan het laatste punt van de eerste ingebruikname met drukken. Als uw apparaat verbonden is, volg dan de aanwijzingen in de app.
Taal instellen
- 1. Met de draaiknop de gewenste taal instellen.
- 2. Op drukken.
- De volgende instelling verschijnt.
Tijd instellen
- 1. Stel de actuele tijd in met de draaiknop.
- 2. Op drukken.
- De volgende instelling verschijnt.
Datum instellen
- 1. Met de draaiknop de actuele dag instellen.
- 2. Op drukken.
- 3. Met de draaiknop de actuele maand instellen.
- 4. Op drukken.
- 5. Met de draaiknop het actuele jaar instellen.
- 6. Op drukken.
- De volgende instelling verschijnt.
Waterhardheid instellen
- 1. Met de draaiknop de waterhardheid instellen.
Pagina 16
nl De Bediening in essentie
- 2. Op drukken.
- Op het display verschijnt een melding dat het eerste gebruik is afgesloten.
7.3 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. De productinformatie en het toebehoren uit de binnenruimte nemen. Verpakkingsresten, zoals korreltjes piepschuim en tape aan binnen- en buitenzijde van het apparaat verwijderen.
- 2. Gladde oppervlakken in de binnenruimte afnemen met een zachte, vochtige doek.
- 3. Vul de watertank .
- 4. Schakel het apparaat in met .
- 5. Volgende instellingen uitvoeren:
| Verwarmingsmethode | 4D-hetelucht met stoomtoevoer (intensiteit "sterk") |
| Temperatuur | maximaal |
| Tijdsduur | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
→ "De Bediening in essentie", Pagina 16
- 6. De werking met starten.
‒ Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang het apparaat opwarmt.
- 7. Als de tijdsduur verstreken is, het apparaat met uitschakelen.
- 8. Als het apparaat is afgekoeld, gladde oppervlakken in de binnenruimte met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- 9. Maak de watertank leeg en de binnenruimte droog. → "Na elk gebruik met stoom", Pagina 21
- 10. De accessoires met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel grondig reinigen.
8 De Bediening in essentie
8.1 Apparaat inschakelen
- Schakel het apparaat in met .
‒ De toets wordt blauw verlicht.
- Op het display verschijnt het Siemens logo. Vervolgens verschijnt een verwarmingsmethode en een temperatuur.
8.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig heeft. Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient, gaat het automatisch uit.
- Het apparaat met uitschakelen.
‒ De verlichting boven de toets gaat uit.
- Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden afgebroken.
- Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-indicatie.
8.3 In werking stellen
Elke functie moet u starten.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
- De werking met starten.
- Op het display verschijnen de instellingen, de looptijd en de opwarmlijn.
8.4 Werking onderbreken of afbreken
U kunt de werking kort onderbreken en weer voortzetten. Breekt u de werking volledig af, dan worden de instellingen gereset.
- 1. Om de werking kort te onderbreken:
‒ Kort op drukken.
‒ Om de werking voort te zetten, op drukken.
- 2. Om de werking af te breken indrukken.
- De werking wordt afgebroken en alle instellingen worden gereset.
8.5 Functie instellen
Vereiste: Het apparaat moet ingeschakeld zijn.
- 1. Op het drukken.
Het functiemenu wordt geopend.
- 2. Op de gewenste functie drukken.
Afhankelijk van de functie zijn er verschillende keuzemogelijkheden beschikbaar.
- 3. Met de draaiknop kan de selectie worden gewijzigd. Naar keuze andere instellingen veranderen.
- 4. Met starten.
8.6 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
Als u het apparaat inschakelt, is automatisch de functie verwarmingsmethoden ingesteld.
- 1. De gewenste verwarmingsmethode met de draaiknop instellen.
- 2. Op de temperatuur drukken.
- 3. Stel de temperatuur in met de draaiknop.
- 4. De werking met starten.
- Het apparaat begint op te warmen.
- Op het display worden de ingestelde verwarmingsmethode, de temperatuur en de tijdsduur/apparaat-looptijd weergegeven.
- 5. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Tip: De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.
Opmerking: U kunt aan het apparaat de duur en het einde van de werking instellen.
→ "Tijdfuncties", Pagina 17
Pagina 17
Snel voorverwarmen nl
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Onderbreek de werking met .
- 2. Op de verwarmingsmethode drukken.
- 3. De gewenste verwarmingsmethode met de draaiknop instellen.
- Op het display verschijnt de bijbehorende voorgestelde temperatuur.
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur direct wijzigen.
- De temperatuur met de draaiknop wijzigen.
- De temperatuur wordt direct overgenomen.
8.7 Informatie weergeven
In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist uitgevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen verschijnen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep of waarschuwing.
- Op drukken.
- Indien aanwezig, wordt informatie gedurende enkele seconden weergegeven.
9 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kunt u bij ingestelde temperaturen vanaf 100 °C de opwarmingsduur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethode kunt u de functie snel voorverwarmen gebruiken:
4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Intensieve warmte
9.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de gerechten pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen.
Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
- 1. Een geschikte verwarmingsmethode en een temperatuur vanaf 100 °C instellen.
- 2. Op drukken.
- Het symbool verschijnt links naast de temperatuur op het display.
- De voortgangslijn raakt gevuld.
- 3. Als het snel voorverwarmen eindigt, weerklinkt een signaal. Het symbool verdwijnt van het display.
- 4. Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
Snel voorverwarmen afbreken
- Op drukken.
- Het symbool verdwijnt van het display.
10 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u de werking kunt sturen.
10.1 Overzicht van de tijdfuncties
Bij de werking kunt u tijdsduur en einde instellen. De timer kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Timer | De timer kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet. |
| Tijdsduur | Wanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
| Einde | Voor de tijdsduur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip klaar is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
10.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot 24 uur instellen. De timer heeft een eigen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur eindigt.
- 1. Op drukken.
- Het veld voor de wekker gaat open.
- 2. De wekkertijd met de draaiknop instellen.
- Na enkele seconden start de wekker ook automatisch.
- Het symbool en de verstreken tijd worden links in de statusregel weergegeven.
- De timertijd loopt af.
- Als de timertijd verstreken is, weerklinkt een signaal en op het display verschijnt een instructietekst.
- 3. Wanneer de timertijd is verstreken:
‒ Druk op om het signaal voortijdig te beëindigen.
‒ Om opnieuw een wekkertijd in te stellen op drukken en de wekkertijd met de draaiknop instellen.
Wekker wijzigen
U kunt de wekkertijd altijd wijzigen.
- 1. Op drukken.
- 2. Wijzig de timertijd met behulp van de draaiknop.
- 3. Met bevestigen.
Pagina 18
nl Tijdfuncties
Wekker afbreken
U kunt de timertijd altijd afbreken.
- 1. Op drukken.
- 2. De timertijd met de draaiknop weer op nul zetten.
- 3. Met bevestigen.
10.3 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u tot 23 uur en 59 minuten instellen.
Vereiste: Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- 1. Op drukken.
- Het menu Tijdfuncties gaat open.
- 2. Stel de tijdsduur in met de draaiknop.
| Draairichting | Voorgestelde waarde |
|---|---|
| Links | 10 minuten |
| Rechts | 30 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in stappen van een minuut, daarna in stappen van 5 minuten. De eindtijd wordt automatisch berekend.
- 3. De werking met starten.
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. In de statusregel staat "Beëindigd".
- 4. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op drukken.
‒ Druk om opnieuw een tijdsduur in te stellen op en stel de tijdsduur in met de draaiknop.
‒ Start met om de werking zonder tijdsduur te hervatten.
‒ Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- 1. Op drukken.
- 2. Met de draaiknop de tijdsduur veranderen.
- 3. Daarna 2 keer op drukken.
Tijdsduur afbreken
U kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken.
- 1. Op drukken.
- 2. Zet de tijdsduur met de draaiknop terug naar nul.
- 3. ‒ Start met om de werking zonder tijdsduur te hervatten.
Op het display worden nu de ingestelde verwarmingsmethode en temperatuur weergegeven.
10.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kunt u tot 23 uur en 59 minuten verschuiven.
Opmerkingen
- Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt u het einde niet meer als de werking eenmaal is gestart.
- Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.
Vereisten
- Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. Op drukken.
- 2. Op drukken.
- 3. Het einde met de draaiknop verschuiven.
- 4. De werking met starten.
- In de statusregel verschijnt een aanwijzing wanneer de werking start. Het apparaat bevindt zich in de wachtstand.
- Als de starttijd bereikt is, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt zichtbaar in de statusregel af.
- Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. In de statusregel verschijnt een aanwijzing.
- 5. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Druk op om het signaal voortijdig te beëindigen.
‒ Druk om opnieuw een tijdsduur in te stellen op en stel de tijdsduur in met de draaiknop.
‒ Start met om de werking zonder tijdsduur te hervatten.
‒ Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Einde afbreken
Het ingestelde einde kan men alleen wijzigen als de oven in de wachtpositie is.
- 1. Op drukken.
- Het menu Tijdfuncties wordt geopend.
- 2. Op drukken.
- 3. Het einde met de draaiknop op nul terugzetten.
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Einde wijzigen
Het ingestelde einde kan men alleen wijzigen als de oven in de wachtpositie is.
- 1. Op drukken.
- Het menu Tijdfuncties wordt geopend.
- 2. Op " Einde" drukken.
- 3. Het einde met de draaiknop wijzigen.
- 4. De werking met voortzetten.
Pagina 19
Stoom nl
11 Stoom
Met stoom bereidt u gerechten op een bijzonder efficiënte manier. U kunt de stoommethoden gebruiken of bij enkele verwarmingsmethoden de stoomondersteuning inschakelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
11.1 Watertank vullen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank.
- Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
Vereiste: De waterhardheid is correct ingesteld. → "Vóór het eerste gebruik", Pagina 15
- 1. Druk op .
- Het bedieningspaneel wordt automatisch naar voren geschoven.
- 2. Het bedieningspaneel met beide handen naar voren trekken en vervolgens naar boven schuiven tot het vergrendelt .
- 3. De watertank optillen en uit de tankschacht nemen .
- 4. Het deksel aan de watertank langs de afdichting aandrukken zodat er geen water meer uit de watertank kan lopen.
- 5. Het water tot aan de markering "max" in de watertank vullen.
- 6. De gevulde watertank plaatsen . Er hierbij op letten dat de watertank aan de houders vastklikt.
- 7. Het bedieningspaneel langzaam naar onderen schuiven, dan naar achteren drukken tot het bedieningspaneel volledig is gesloten.
11.2 Stoommethoden
Er staan verschillende stoommethoden ter beschikking waarbij hete stoom gerechten op een efficiënte wijze bereidt.
Deegrijsstand
Met de deegrijsstand rijst het deeg duidelijk sneller dan bij kamertemperatuur en het droogt niet uit.
Regenereren
Met regenereren warmt u al klaargemaakte gerechten op een efficiënte manier op of bakt u gerechten van de vorige dag op.
Verwarmingsmethode met stoom instellen Opmerking:
Neem de gegevens over de verwarmingsmethoden met stoom in acht:
→ "Stoommethoden", Pagina 19
- Bij de verwarmingsmethoden met stoom is altijd een tijdsduur nodig.
Vereiste: De watertank is gevuld.
→ "Watertank vullen", Pagina 19
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Stomen" drukken.
- 3. De gewenste stoomverwarmingsmethode met de draaiknop selecteren.
- 4. Op de temperatuur drukken.
Pagina 20
nl Stoom
- 5. Stel de temperatuur in met de draaiknop.
- 6. Op de tijdsduur drukken.
- 7. Stel de tijdsduur in met de draaiknop.
- 8. De werking met starten.
Opmerking: Als de watertank tijdens het bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aanwijzing. De werking wordt onderbroken.
→ "Watertank vullen", Pagina 19
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
- 9. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op drukken.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op tijdsduur drukken en de tijdsduur met de draaiknop instellen.
‒ Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 10. De watertank legen en de binnenruimte drogen. → "Na elk gebruik met stoom", Pagina 21
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Onderbreek de werking met .
- 2. Op de verwarmingsmethode drukken.
- 3. De gewenste verwarmingsmethode met de draaiknop instellen.
- Op het display verschijnt de bijbehorende voorgestelde temperatuur.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de tijdsduur altijd wijzigen.
- Met de draaiknop de tijdsduur veranderen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
- 1. Op de temperatuur drukken.
- 2. De temperatuur met de draaiknop wijzigen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
11.3 Bereiding met stoom
Bij het bereiden met stoom brengt het apparaat met verschillende tussenpozen stoom in de binnenruimte. Hierdoor krijgt het gerecht een knapperige korst en een glanzend oppervlak. Vlees wordt van binnen zacht, mals en verliest slechts weinig volume.
Geschikte verwarmingsmethoden met stoomtoevoer
Voor de werking met stoomondersteuning zijn slechts bepaalde verwarmingsmethoden geschikt.
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u er stoom bij inschakelen:
4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Circulatiegrillen
- Warmhouden
Stoomtoevoer instellen
Vereiste: De watertank is gevuld.
→ "Watertank vullen", Pagina 19
- 1. Op drukken.
- 2. In het functiemenu "Verwarmingsmethoden" instellen.
- 3. De verwarmingsmethode met de draaiknop instellen.
- 4. Op de temperatuur drukken.
- 5. Stel de temperatuur in met de draaiknop.
- 6. Op de toevoer van stoom drukken.
- 7. De toevoer van stoom met de draaiknop instellen.
Toevoer van stoom
gering
gemiddeld
sterk
- 8. De werking met starten.
Opmerking: Als de watertank tijdens het bedrijf leegloopt, verschijnt op het display een aanwijzing. De werking wordt zonder gebruik van stoom voortgezet.
→ "Watertank vullen", Pagina 19
- Het apparaat begint op te warmen.
- Op het display staat de tijd, hoelang het programma al loopt en de instellingen.
- 9. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 10. De watertank legen en de binnenruimte drogen. → "Na elk gebruik met stoom", Pagina 21
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Onderbreek de werking met .
- 2. Op de verwarmingsmethode drukken.
- 3. De gewenste verwarmingsmethode met de draaiknop instellen.
- Op het display verschijnt de bijbehorende voorgestelde temperatuur.
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
- De temperatuur met de draaiknop wijzigen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
Stoomstand wijzigen
U kunt de stoomstand altijd wijzigen.
- 1. Op de stoomstand drukken.
- 2. De stoomstand met de draaiknop wijzigen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
Pagina 21
Magnetron nl
11.4 Na elk gebruik met stoom
Na elke bereiding met stoom pompt het apparaat het restwater terug in de watertank. Leeg en droog aansluitend de watertank en de bereidingsruimte.
Watertank legen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
LET OP!
Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gereinigd veroorzaakt dit schade.
- De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
- Reinig de watertank met een zachte doek en een in de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
Opmerking: Na het uitschakelen van het apparaat is de toets wat langer verlicht om u eraan te herinneren de watertank leeg te maken.
- 1. Het bedieningspaneel met openen.
- 2. De watertank eruit nemen.
- 3. Het deksel van de watertank voorzichtig verwijderen.
- 4. De watertank legen, met een afwasmiddel reinigen en met schoon water grondig uitspoelen.
- 5. Alle onderdelen drogen met een zachte doek.
- 6. De afdichting van het deksel droog wrijven.
- 7. Laat de watertank drogen met geopend deksel.
- 8. Het deksel op de watertank plaatsen en aandrukken.
- 9. De watertank inzetten en bedieningspaneel sluiten.
Lekgoot droogmaken
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. De apparaatdeur openen.
- 2. Opmerking:
De lekgoot bevindt zich onder de binnenruimte.
Het water in de lekgoot met een sponsdoekje opzuigen en voorzichtig opnemen.
Binnenruimte drogen
Droog de ovenruimte na elk gebruik met stoom.
- De ovenruimte met de hand drogen of de functie "Drogen" gebruiken.
→ "Drogen", Pagina 35
Binnenruimte met de hand drogen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
LET OP!
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. Verontreiniging in de binnenruimte verwijderen.
- 2. Droog de binnenruimte met een spons.
- 3. De binnenruimte met geopende apparaatdeur 1 uur laten drogen.
- 4. De kalkvlekken verwijderen met een in azijn gedrenkte doek, afnemen met schoon water en drogen met een zachte doek.
- 5. De apparaatdeur 1-2 minuten geopend laten zodat de binnenruimte volledig droogt.
12 Magnetron
Met de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten bereiden, verwarmen, bakken of ontdooien. U kunt de magnetron alleen, of in combinatie met een andere verwarmingsmethode gebruiken.
12.1 Vormen en accessoires met magnetron
Om uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het apparaat niet te beschadigen, dient u alleen geschikte vormen en accessoires te gebruiken.
Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van uw vormen in acht.
Indien niet anders aangegeven, de vormen en accessoires inschuiven op hoogte 1.
Geschikt voor de magnetron
| Vormen en accessoires | Aanwijzingen |
|---|---|
| Vormen van hitte- en magnetronbestendig materiaal: • Glas • Glaskeramiek • Porselein • Temperatuurbestendig kunststof • Volledig geglaceerd keramiek zonder barsten | Deze materialen laten microgolven door en worden niet beschadigd. |
Pagina 22
nl Magnetron
| Vormen en accessoires | Aanwijzingen |
|---|---|
| Serveervormen | U hoeft uw gerechten niet om te vullen. Opmerking: Vormen met gouddecor of zilverdecor alleen gebruiken als de fabrikant de geschiktheid voor gebruik in de magnetron garandeert. |
| Meegeleverd rooster | Alleen het meegeleverde rooster is voor het zuivere gebruik met magnetron geschikt. Opmerking: Platen, bijv. de universele braadslede of de bakplaat, kunnen vonken vormen en zijn niet geschikt. |
| Niet geschikt voor de magnetron Opmerking: Neem de gegevens over het vermijden van materiële schade in acht. → "Magnetron", Pagina 7 | |
| Vormen en accessoires | Aanwijzingen |
| Vormen en bakvormen van metaal | Metaal laat geen microgolven door. Hierdoor worden de gerechten niet of nauwelijks opgewarmd. Opmerking: Metaal kan bij het zuivere magnetrongebruik vonken vormen. |
| Vormen en accessoires met CombiSpeed | |
| Door de combinatie van magnetron en een verwarmingsmethode zijn voor vormen en accessoires van metaal mogelijk. | |
| Vormen en accessoires | Aanwijzingen |
| Vormen en bakvormen van metaal | Met CombiSpeed kan metaal worden gebruikt. Opmerking: Voorwerpen die metaal bevatten dienen minstens 2 cm van de wanden van de binnenruimte en de binnenkant van de deur verwijderd te zijn. |
| Meegeleverde accessoires: • Rooster • Braadslede • Bakplaat | De meegeleverde accessoires zijn voor de CombiSpeed geschikt. Er vormen zich geen vonken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Vormen testen op hun magnetronbestendigheid
Als u niet zeker bent of uw vormen geschikt zijn voor het gebruik in de magnetron, voert u een test van de vormen uit.
LET OP!
Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in de binnenruimte leidt tot overbelasting.
- Start nooit de magnetron zonder dat er zich etenswaar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korte serviestest vormt hierop een uitzondering.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. De lege vorm in de binnenruimte plaatsen.
- 2. Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut instellen op de maximale vermogensstand.
- 3. In werking stellen.
- 4. De vorm meerdere keren controleren:
‒ Wanneer de vorm koud of handwarm blijft, dan is deze geschikt voor de magnetron.
‒ Wanneer de vorm heet wordt of als r vonken ontstaan, dan de serviestest afbreken. De vorm is dan niet geschikt voor de magnetron.
12.2 Magnetron instellen
Opmerkingen
- Zorg voor de juiste omgang met de magnetron:
- → "Veiligheid", Pagina 2
- → "Materiële schade vermijden", Pagina 7
–
- → "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 21
- Om condensaat te vermijden, schakelt bij de magnetronvermogens 600 watt en max. het apparaat automatisch een verwarmingselement in. De binnenruimte en het toebehoren worden heet. Het bereidingsresultaat wordt hierdoor niet beïnvloed. Deze droogfunctie kunt u in de basisinstellingen uitschakelen.
→ "Basisinstellingen", Pagina 31
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De droogfunctie bij de hoogste standen bij de magnetronfunctie schakelt automatisch een verwarmingselement bij en verhit de binnenruimte.
- Raak nooit de hete oppervlakken in de binnenruimte of de verwarmingselementen aan.
- Houd kinderen uit de buurt.
- 1. Op drukken.
- 2. In het functiemenu "Magnetron" selecteren.
- 3. Op het gewenste magnetronvermogen drukken.
- 4. Stel de tijdsduur in met de draaiknop.
- 5. De werking met starten.
- De magnetron start en de tijdsduur loopt zichtbaar af.
Pagina 23
Magnetron nl
- Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display staat de tijdsduur op nul.
- 6. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op drukken.
‒ Indien nodig opnieuw een magnetronvermogen en een tijdsduur instellen.
‒ Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- 7. Als u de droogfunctie voor de magnetron in de basisinstellingen hebt uitgeschakeld, de binnenruimte drogen.
→ "Drogen", Pagina 35
Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking stopgezet. Als u de ovendeur sluit, moet u de werking met voortzetten. Heeft u de basisinstelling hiervoor gewijzigd, zorg er dan voor dat de magnetron niet verder loopt terwijl hij leeg is.
→ "Basisinstellingen", Pagina 31
Magnetronvermogen wijzigen
Als u het magnetronvermogen wijzigt, wordt de tijdsduur gereset.
- 1. Onderbreek de werking met .
Het actuele magnetronvermogen is in kleur gemarkeerd.
- 2. Op het gewenste magnetronvermogen drukken.
- 3. De werking met voortzetten.
Tijdsduur wijzigen
Na het starten van de magnetronwerking kunt u de tijdsduur direct wijzigen.
- Met de draaiknop de tijdsduur veranderen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
12.3 Magnetroncombinatie
Om de bereidingsduur te verkorten, kunt u sommige verwarmingsmethoden in combinatie met de magnetron gebruiken.
Mogelijke verwarmingsmethoden zijn:
4D-Hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Circulatiegrillen
- Grill, groot
- Grill, klein
Mogelijke magnetronvermogens zijn: 90 watt
180 watt
360 watt
Magnetroncombinatie instellen Opmerking:
Zorg voor de juiste omgang met de magnetron: → "Veiligheid", Pagina 2
→ "Materiële schade vermijden", Pagina 7
→ "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 21
- 1. Op drukken.
- 2. In het functiemenu "Magnetroncombinatie" selecteren.
- De "Verwarmingsmethode", "Temperatuur", "Magnetronvermogen" en de "Tijdsduur" worden voorgesteld.
- 3. Op de gewenste functie drukken.
- 4. De gewenste waarden met de draaiknop instellen.
- 5. De werking met starten.
- Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. In de statusregel verschijnt een aanwijzing.
- 6. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
‒ Om het signaal voortijdig te beëindigen op drukken.
‒ Indien nodig opnieuw een combinatie instellen. ‒ Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de magnetronwerking kunt u de temperatuur direct wijzigen.
- 1. Op de temperatuur drukken.
- 2. Met de draaiknop de temperatuur veranderen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
Tijdsduur wijzigen
Na het starten van de magnetronwerking kunt u de tijdsduur altijd wijzigen.
- 1. Op de "Tijdsduur" drukken.
- 2. Met de draaiknop de tijdsduur veranderen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
Magnetronvermogen wijzigen
Na het starten van de magnetronfunctie kunt u het magnetronvermogen direct wijzigen.
- 1. Op het magnetronvermogen drukken.
- 2. Het magnetronvermogen met de draaiknop wijzigen.
- De wijziging wordt direct overgenomen.
Verwarmingsmethode wijzigen
Als u de verwarmingsmethode wijzigt, verandert de temperatuur en de tijdsduur wordt gereset.
- 1. Onderbreek de werking met .
- 2. Op de verwarmingsmethoden drukken.
- 3. De verwarmingsmethode met de draaiknop wijzigen.
- 4. De werking met voortzetten.
Pagina 24
nl Braadthermometer
13 Braadthermometer
U kunt uw gerechten heel nauwkeurig garen door er een braadthermometer in te steken en een kerntemperatuur in te stellen. Zodra de ingestelde kerntemperatuur in het product is bereikt, houdt het apparaat automatisch op te werken.
13.1 Geschikte verwarmingsmethoden met braadthermometer
Voor het gebruik met de braadthermometer zijn alleen bepaalde verwarmingsmethoden geschikt.
Wanneer de braadthermometer in de binnenruimte is geplaatst, staan de volgende verwarmingsmethoden ter beschikking.
4D hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Hetelucht Eco
- Boven-/onderwarmte Eco
- Circulatiegrillen
- Pizzastand
- Intensieve warmte
- Stomen
- Regenereren
13.2 Braadthermometer in het vlees steken
Gebruik de meegeleverde braadthermometer of bestel een geschikte braadthermometer via onze servicedienst.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan de isolatie beschadigd raken.
- Gebruik alleen de braadthermometer die voor dit apparaat bestemd is.
LET OP!
Anders kan de braadthermometer beschadigd raken.
- Het snoer van de braadthermometer niet inklemmen.
- Gebruik geen gesloten vormen.
- Om te voorkomen dat de braadthermometer beschadigd raakt door een te intensieve hitte, moet de afstand tussen grillelement en braadthermometer enkele centimeters bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
Als bij het gebruik met magnetron de punt van de braadthermometer niet volledig in het gerecht steekt, dan ontstaan er vonken.
- De braadthermometer volledig in het gerecht steken.
- 1. De braadthermometer in het gerecht steken. De braadthermometer heeft drie meetpunten. Zorg ervoor dat minstens het middelste meetpunt in het gerecht steekt.
Dunne Steek de braadthermometer opzij in de vlees- dikste plaats van het vlees.
stukken
| Dikke vleesstukken | Steek de thermometer van boven schuin tot de aanslag in het vlees. |
| Gevogelte | De braadthermometer in de dikste plaats van de gevogelteborst steken tot de aanslag. Steek de braadthermometer schuin of in de lengte in het gevogelte, afhankelijk van de vorm. Het gevogelte draaien en met de borstzijde naar beneden op het rooster leggen. |
| Vis | Bij hele vis de braadthermometer achter de kop in de richting van de ruggengraat tot de aanslag insteken. De vis zonder hem te keren in de zwemstand op het rooster plaatsen, bijv. met een halve aardappel als steun. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
- 2. Het product samen met de braadthermometer in de binnenruimte plaatsen.
- 3. De aansluiting van de braadthermometer in de linkerbus in de binnenruimte steken.
Opmerkingen
- Verwijdert u de braadthermometer tijdens het gebruik, dan worden alle instellingen gereset.
- Wilt u het product keren, verwijder de braadthermometer dan niet. Controleer na het keren van het product of de braadthermometer nog goed in het gerecht zit.
Pagina 25
Braadthermometer nl
13.3 Braadthermometer instellen
De braadthermometer meet de temperatuur in het binnenste van het product tussen 30 °C en 99 °C.
Vereisten
- Het product met de braadthermometer staat in de binnenruimte.
- De braadthermometer is in de binnenruimte gestoken.
- 1. In het functiemenu "Verwarmingsmethoden", "Magnetroncombinatie", "Gerechten" of "Stomen" selecteren.
- 2. In de verschillende menu's op de kerntemperatuur drukken.
Bij het functiemenu "Gerechten" de kerntemperatuur onder "Aanpassen" instellen.
- 3. De kerntemperatuur met de draaiknop instellen. De temperatuur van de binnenruimte minstens 10 °C hoger instellen dan de kerntemperatuur.
De temperatuur van de binnenruimte niet hoger instellen dan 250 °C.
- 4. De werking met starten.
- Het apparaat begint op te warmen.
- Op het display staat de tijd, hoelang het programma al loopt en de instellingen.
- De gewenste temperatuur en kerntemperatuur staan op het display. De actuele temperatuur of kerntemperatuur kunt u aan de voortgangslijn herkennen die onder de gemarkeerde waarde ligt. De precieze kerntemperatuur kunt u oproepen door op te drukken.
- Als het gerecht klaar is, weerklinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op. Op het display verschijnt een aanwijzing.
- 5. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte, accessoires en braadthermometer worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en de braadthermometer altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
Als de kerntemperatuur is bereikt:
‒ Het apparaat met uitschakelen.
‒ Neem de braadthermometer uit de aansluiting in de binnenruimte.
‒ Neem de braadthermometer uit het product en uit de binnenruimte.
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur direct wijzigen.
- 1. De temperatuur met de draaiknop wijzigen.
- De temperatuur wordt direct overgenomen.
- 2. Om de kerntemperatuur te wijzigen, op de kerntemperatuur drukken en met de draaiknop wijzigen.
- De kerntemperatuur wordt direct overgenomen.
Temperatuur bij gerechten wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur wijzigen.
- 1. Op drukken.
- 2. Op "Aanpassen" drukken.
- 3. De temperatuur van de binnenruimte met de draaiknop wijzigen.
- 4. Op de kerntemperatuur drukken.
- 5. De kerntemperatuur met de draaiknop wijzigen.
- 6. Op drukken.
- De werking wordt voortgezet.
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Onderbreek de werking met .
- 2. Op de verwarmingsmethode drukken.
- 3. De gewenste verwarmingsmethode met de draaiknop instellen.
- Op het display verschijnt de bijbehorende voorgestelde temperatuur.
13.4 Kerntemperatuur van verschillende levensmiddelen
Hier vindt u richtwaarden voor kerntemperaturen van verschillende levensmiddelen.
De richtwaarden hangen af van de kwaliteit en de soort levensmiddelen. Gebruik geen diepvriesproducten.
| Gevogelte | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Kip | 80 - 85 |
| Kipfilet | 75 - 80 |
| Eend | 80 - 85 |
| Eendenborst, rosé | 55 - 60 |
| Kalkoen | 80 - 85 |
| Kalkoenfilet | 80 - 85 |
| Gans | 80 - 90 |
| Varkensvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Varkensnek | 85 - 90 |
| Varkensfilet, rosé | 62 - 70 |
| Varkensrug, doorbakken | 72 - 80 |
| Rundvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Rosbief of rundvlees, kort gebakken | 45 - 52 |
| Rosbief of runderfilet, rosé | 55 - 62 |
| Runderfilet of rosbief, doorbakken | 65 - 75 |
| Kalfsvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Gebraden kalfsvlees of schouderstuk, mager | 75 - 80 |
| Gebraden kalfsvlees, schouder | 75 - 80 |
| Kalfsschenkel | 85 - 90 |
| Lamsvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Lamsbout, rosé | 60 - 65 |
| Lamsbout, doorbakken | 70 - 80 |
| Lamsrug, rosé | 55 - 60 |
Pagina 26
nl Gerechten
| Vis | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Vis, heel | 65 - 70 |
| Visfilet | 60 - 65 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
| Diversen | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Gebraden gehakt, alle vleessoorten | 80 - 90 |
| Gerechten opwarmen, regenereren | 65 - 75 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
14 Gerechten
Met de functie "Gerechten" helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
14.1 Vormen
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de grootte van de vorm.
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt:
- Licht gekleurd, glanzend aluminium
- Niet geglazuurde klei
- Kunststof of kunststof grepen
Opmerking: Bij sommige gerechten schakelt het apparaat de magnetron in. Er verschijnt een aanwijzing op het display dat een voor de magnetron geschikte vorm dient te worden gebruikt.
→ "Vormen en accessoires met magnetron", Pagina 21
14.2 Instellingen van de gerechten
Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het apparaat verschillende instellingen.
Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebruiken.
Tips en aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht instelt, geeft het display voor dit gerecht relevante informatie weer, bijv.:
- Geschikte inschuifhoogte
- Geschikte accessoires of vormen
- Toevoegen van vloeistof
- Tijdstip voor het keren of omroeren Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Druk op"Tip" of om de informatie op te roepen. Sommige aanwijzingen verschijnen automatisch.
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Om een optimaal bereidingsresultaat te bereiken, moet u bijkomend het gewicht instellen. Indien niet anders aangegeven, stelt u het totale gewicht van uw gerecht in. Het gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde bereik instellen.
Insteladvies
Bij insteladviezen is de optimale verwarmingsmethode vast vooringesteld. Het display toont de verwarmingsmethode.
De vooringestelde temperatuur en de duur kunt u aanpassen.
Braadthermometer
Bij sommige gerechten kunt u de braadthermometer gebruiken.
Als de braadthermometer is ingebracht, kunt u enkel gerechten selecteren die met de braadthermometer mogelijk zijn. Bij elk gerecht krijgt u adviezen over de verwarmingsmethode, de temperatuur en de kerntemperatuur. De temperatuur en de kerntemperatuur kunt u aanpassen.
→ "Braadthermometer", Pagina 24
Baksensor
Sommige gerechten bakt het apparaat automatisch met baksensor.
Op het display verschijnt . U hoeft verder geen instellingen in te voeren.
Houd de aanwijzingen met betrekking tot de baksensor aan.
→ "Gerechten met baksensor", Pagina 27
Magnetrongerechten
Bij enkele gerechten activeert het apparaat automatisch de magnetron. De bereidingstijd verkort hierdoor aanzienlijk.
Neem de informatie over de magnetron in acht. → "Magnetron", Pagina 21
Stoomgerechten
Bij sommige gerechten wordt automatisch de stoomfunctie geactiveerd.
Neem de informatie over de stoomfunctie in acht. → " Stoom", Pagina 19
14.3 Overzicht van de gerechten
Welke gerechten ter beschikking staan, ziet u aan het apparaat als u de functie oproept.
De gerechten zijn in categorieën en eten ingedeeld.
| Categorie | Gerechten |
|---|---|
| Brood, gebak | Gebak Klein gebak Koekjes Brood, broodjes Hartig gebak, pizza, quiche |